Naar hoofdinhoud

Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 22 juli 1953 houdende oprichting van een Instituut van de Bedrijfsrevisoren en tot organisatie van het publiek toezicht op het beroep, wat de oprichting van een Instituut der Vlaamse Bedrijfsrevisoren en een Instituut der Franstalige en Duitstalige Bedrijfsrevisoren betreft (ingediend door de heer Reccino Van Lommel c.s.)

Documentdetails

🏛️ KAMER Legislatuur 55 📁 0752 Wetsvoorstel 📅 1953-07-22 🌐 NL

Inhoud

2 DOC 55 0752/001 N-VA : Nieuw-Vlaamse Alliantie Ecolo-Groen : Ecologistes Confédérés pour l’organisation de luttes originales – Groen PS : Parti Socialiste VB : Vlaams Belang MR : Mouvement Réformateur CD&V : Christen-Democratisch en Vlaams PVDA-PTB : Partij van de Arbeid van België – Parti du Travail de Belgique Open Vld : Open Vlaamse liberalen en democraten sp.a : socialistische partij anders cdH : centre démocrate Humaniste DéFI : Démocrate Fédéraliste Indépendant INDEP-ONAFH : Indépendant - Onafhankelijk Abréviations dans la numérotation des publications: Afkorting bij de numering van de publicaties:DOC 55 0000/000 Document de la 55e législature, suivi du numéro de base basisnummer en volgnummer QRVA Questions et Réponses écrites QRVA Schriftelijke Vragen en Antwoorden CRIV Version provisoire du Compte Rendu Intégral CRIV Voorlopige versie van het Integraal Verslag CRABV Compte Rendu Analytique CRABV Beknopt Verslag Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu Integraal Verslag, met links het defi nitieve integraal CRIV intégral et, à droite, le compte rendu analytique traduit verslag en rechts het vertaald beknopt verslag van de des interventions (avec les annexes) toespraken (met de bijlagen) PLEN Séance plénaire PLEN Plenum COM Réunion de commission COM Commissievergadering beige) MOT Moties tot besluit van interpellaties (beigekleurig MOT Motions déposées en conclusion d’interpellations (papier papier) 4 DOC 55 0752/001 La Flandre possède une économie qui se teinte de plus en plus d’accents propres et évolue dans une toute autre direction que l’économie francophone. La structure de l’économie est également différente et nous estimons donc qu’il s’indique que cette économie ait également les réviseurs d’entreprises qu’elle mérite, avec leur propre structure, leur propre vision et leur propre formation. Celle-ci différera en effet de celle de leurs collègues habitant de l’autre côté de la frontière linguistique. C’est pourquoi nous proposons de créer un Institut des réviseurs d’entreprises flamands, doté de son propre Conseil et de son propre règlement d’ordre intérieur, et ce, dans l’intérêt de la fonction même de réviseur d’entreprises et dans l’intérêt des Régions. Vlaanderen heeft een economie die steeds meer eigen accenten legt en die in een gans andere rich ting evolueert dan de Franstalige economie. Ook de structuur van de economie is anders en dus menen wij dat het aangewezen is dat deze economie ook de bedrijfsrevisoren krijgt die het verdient, met hun eigen structuur, hun eigen visie en hun eigen opleiding. Die zal inderdaad verschillen van de collega’s aan de andere kant van de taalgrens. Daarom dus ons voorstel om een eigen Instituut van Vlaamse Bedrijfsrevisoren op te richten, met een eigen Raad van het Instituut en een eigen huishoudelijk Reglement. In het belang van de functie zelf van de bedrijfsrevisoren en in het belang van de Gewesten. Reccino VAN LOMMEL (VB) Erik GILISSEN (VB) Barbara PAS (VB) Wouter VERMEERSCH (VB) 6 DOC 55 0752/001 Art. 6 Dans l’article 4bis de la même loi, les modifications suivantes sont apportées: 1) les mots “l’Institut des Réviseurs d’Entreprises” sont remplacés par les mots “l’Institut des réviseurs d’entre prises francophones et germanophones ou l’Institut des réviseurs d’entreprises flamands”; 2) l’article est complété par un nouvel alinéa rédigé comme suit: “La société visée à l’alinéa 1er et dont le siège social est sis dans un des arrondissements judiciaires suivants: Arlon, Charleroi, Dinant, Eupen, Huy, Liège, Marche en-Famenne, Mons, Namur, Neufchâteau, Nivelles, Tournai et Verviers appartient à l’Institut des réviseurs d’entreprises francophones et germanophones. La société visée à l’alinéa 1er et dont le siège social est sis dans un des arrondissements judiciaires suivants: Anvers, Audenarde, Bruges, Courtrai, Furnes, Gand, Hasselt, Louvain, Malines, Termonde, Tongres, Turnhout et Ypres appartient à l’Institut des réviseurs d’entre prises flamands. La société visée à l’alinéa 1er et dont le siège social est sis dans l’arrondissement judiciaire de Bruxelles appartient, au choix, à l’Institut des réviseurs d’entreprises francophones et germanophones ou à l’Institut des réviseurs d’entreprises flamands.” Art. 7 Dans l’article 4ter de la même loi, les mots “l’Institut des Réviseurs d’Entreprises” sont remplacés par les mots “l’Institut des réviseurs d’entreprises francophones et germanophones ou l’Institut des réviseurs d’entreprises flamands”. Art. 8 Dans l’article 4quater de la même loi, les mots “est retirée par l’Institut” sont remplacés par les mots “de l’Institut des réviseurs d’entreprises francophones et germanophones ou de l’Institut des réviseurs d’entre prises flamands est retirée par l’institut concerné”. Art. 9 Dans la même loi, il est inséré un article 4quinquies rédigé comme suit: “Art. 4quinquies. Les personnes qui prêtent serment devant l’un des tribunaux de première instance suivants: In artikel 4bis van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1) de woorden “het Instituut der Bedrijfsrevisoren” worden vervangen door de woorden “het Instituut der Vlaamse Bedrijfsrevisoren of het Instituut der Franstalige en Duitstalige Bedrijfsrevisoren”; 2) het artikel wordt aangevuld met een nieuw lid, luidende: “De vennootschap als bedoeld in het eerste lid en met maatschappelijke zetel in een van volgende gerechtelijke arrondissementen: Antwerpen, Limburg, Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen, Leuven, behoort tot het Instituut der Vlaamse Bedrijfsrevisoren. De vennootschap als bedoeld in het eerste lid en met maatschappelijke zetel in een van volgende gerechtelijke arrondissementen: Eupen, Luik, Namen, Waals-Brabant, Luxenburg en Henegouwen, Verviers behoort tot het Instituut der Franstalige en Duitstalige Bedrijfsrevisoren. De vennoot schap als bedoeld in het eerste lid en met maatschap pelijke zetel in het gerechtelijk arrondissement Brussel behoort naar eigen keuze tot het Instituut der Vlaamse Bedrijfsrevisoren of het Instituut der Franstalige en Duitstalige Bedrijfsrevisoren.” In artikel 4ter van dezelfde wet worden de woorden “het Instituut der Bedrijfsrevisoren” vervangen door de woorden “het Instituut der Vlaamse Bedrijfsrevisoren of het Instituut der Franstalige en Duitstalige Bedrijfsrevisoren”. In artikel 4quater van dezelfde wet worden de woorden “het Instituut wordt door het Instituut” vervangen door de woorden “het Instituut der Vlaamse Bedrijfsrevisoren of het Instituut der Franstalige en Duitstalige Bedrijfsrevisoren wordt door het betrokken instituut”. In dezelfde wet wordt een artikel 4quinquies inge voegd, luidende: “Art. 4quinquies. De personen die de eed afleggen voor een van volgende rechtbanken van eerste aanleg: Arlon, Charleroi, Dinant, Eupen, Huy, Liège, Marche-en Famenne, Mons, Namur, Neufchâteau, Nivelles, Tournai, Verviers, relèvent de l’Institut des réviseurs d’entreprises francophones et germanophones. Les personnes qui prêtent serment devant l’un des tribunaux de première instance suivants: Anvers, Audenarde, Bruges, Courtrai, Furnes, Gand, Hasselt, Louvain, Malines, Termonde, Tongres, Turnhout, Ypres, relèvent de l’Institut des réviseurs d’entreprises flamands. Les personnes qui prêtent serment en français ou en allemand devant le tribunal de première instance de Bruxelles relèvent de l’Institut des réviseurs d’entreprises francophones et germanophones. Les personnes qui prêtent serment en néerlandais devant le tribunal de première instance de Bruxelles relèvent de l’Institut des réviseurs d’entreprises flamands.” Art. 10 Dans l’article 5 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées: 1) les mots “de l’Institut” sont remplacés par les mots “de l’un des instituts”; 2) dans le texte néerlandais, le mot “candidaat” et remplacé par le mot “kandidaat”. Art. 11 Dans l’article 6 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées: 1) dans l’alinéa 1er, les mots “le règlement d’ordre intérieur de l’Institut” sont remplacés par les mots “les règlements d’ordre intérieur des instituts”; 2) dans l’alinéa 2, les mots “du Conseil de l’Institut” sont remplacés par les mots “des conseils des instituts”; 3) dans l’alinéa 3, les mots “du Conseil de l’Institut” sont remplacés par les mots “des conseils des instituts”; 4) dans l’alinéa 3, les mots “connaissance du ta bleau des membres de l’Institut au siège de celui-ci ou Antwerpen, Brugge, Dendermonde, Gent, Hasselt, Ieper, Kortrijk, Leuven, Mechelen, Oudenaarde, Tongeren, Turnhout, Veurne behoren tot het Instituut der Vlaamse Bedrijfsrevisoren. De personen die de eed afleggen voor een van vol gende rechtbanken van eerste aanleg: Aarlen, Bergen, Charleroi, Dinant, Doornik, Eupen, Hoei, Luik, Marche en-Famenne, Namen, Neufchâteau, Nijvel, Verviers behoren tot het Instituut der Franstalige en Duitstalige Bedrijfsrevisoren. De personen die de eed in het Nederlands afleg gen voor de rechtbank van eerste aanleg van Brussel behoren tot het Instituut der Vlaamse Bedrijfsrevisoren. De personen die de eed in het Frans of het Duits afleg gen voor de rechtbank van eerste aanleg van Brussel behoren tot het Instituut der Franstalige en Duitstalige Bedrijfsrevisoren.” In artikel 5 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1) de woorden “van het Instituut” worden vervangen door de woorden “een der instituten”; 2) in de Nederlandstalige tekst wordt het woord “can didaat” vervangen door het woord “kandidaat”. In artikel 6 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1) in het eerste lid worden de woorden “het huis houdelijk reglement van het instituut” vervangen door de woorden “de huishoudelijke reglementen van de instituten”; 2) in het tweede lid worden de woorden “ledenlijst wordt” vervangen door de woorden “ledenlijsten worden”; 3) in het tweede lid worden de woorden “de raad van het Instituut” vervangen door de woorden “de raden van de instituten”; 4) in het derde lid worden de woorden “zetel van het Instituut kennis nemen van de ledenlijst of het Instituut” 8 DOC 55 0752/001 s’adresser à lui” sont remplacés par les mots “connais sance des tableaux des membres des instituts au siège de ceux-ci ou s’adresser à eux”; 5) dans l’alinéa 4, les mots “de l’Institut, mais soumis à sa surveillance et à son pouvoir disciplinaire” sont remplacés par les mots “des instituts, mais soumis à leur surveillance et à leur pouvoir disciplinaire”. Art. 12 Dans l’article 7 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées: 1) dans l’alinéa 1er, les mots “de l’Institut” sont rem placés par les mots “des instituts”; 2) dans l’alinéa 2, les mots “le Conseil de l’Institut peut” sont remplacés par les mots “les conseils des instituts peuvent”; 3) dans l’alinéa 2, les mots “le règlement d’ordre intérieur” sont remplacés par les mots “leur règlement d’ordre intérieur”. Art. 13 Dans l’article 8, § 4, de la même loi, les mots “du Conseil de l’Institut” sont remplacés par les mots “du conseil de l’institut concerné”. Art. 14 Dans l’article 9 de la même loi, les mots “le conseil de l’Institut” sont remplacés par les mots “les conseils des instituts”. Art. 15 Dans l’article 9bis de la même loi, les mots “le Conseil de l’Institut” sont remplacés par les mots “le conseil de l’institut concerné”. Art. 16 L’article 10 de la même loi est remplacé par ce qui suit: “Art. 10. Le Roi arrête, sur proposition ou après avis des conseils des instituts, le règlement de stage, le règlement de discipline ainsi que les règlements nécessaires pour vervangen door de woorden “zetels van de instituten kennis nemen van de ledenlijsten of het instituut”; 5) in het vierde lid worden de woorden “het Instituut, maar staan onder zijn toezicht” vervangen door de woorden “de instituten, maar staan onder hun toezicht”. In artikel 7 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1) in het eerste lid worden de woorden “het Instituut” vervangen door de woorden “de instituten”; 2) in het tweede lid worden de woorden “de Raad van het Instituut kan” vervangen door de woorden “de raden van de instituten kunnen”; 3) in het tweede lid worden de woorden “het huis houdelijk reglement” vervangen door de woorden “hun huishoudelijke reglementen”. In artikel 8, § 4 van dezelfde wet worden de woorden “de Raad van het Instituut” vervangen door de woorden “de raad van het betrokken instituut”. In artikel 9 van dezelfde wet worden de woorden “de raad van het Instituut” vervangen door de woorden “de raden van de instituten”. In artikel 9bis van dezelfde wet worden de woorden “de Raad van het Instituut” vervangen door de woorden “de raad van het betrokken instituut”. Artikel 10 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: “Art. 10. De Koning stelt, op voorstel van of na advies van de raden van de instituten, het stagereglement en het tuchtreglement vast, alsmede de reglementen die assurer le fonctionnement des instituts et la réalisation des objectifs que la présente loi leur assigne. Ces règlements sont pris sur proposition ou après avis du Conseil supérieur des professions économiques.” Art. 17 L’article 11 de la même loi est remplacé par ce qui suit: “Art. 11. L’assemblée générale des instituts est com posée de tous les membres de l’institut concerné. Elle élit le président, le vice-président, les commis saires et les autres membres du conseil de l’institut, accepte ou refuse les dons et legs en faveur de son institut, autorise l’aliénation ou le nantissement de ses immeubles, approuve le compte annuel des recettes et des dépenses, donne décharge au conseil de sa gestion, délibère sur tous les objets pour lesquels la présente loi et les règlements lui attribuent compétence. L’assemblée connaît, en outre, par voie d’avis, propo sitions ou recommandations au Conseil, de tous objets intéressant son institut et qui lui sont régulièrement soumis. Les décisions de l’assemblée générale sont obli gatoires pour tous les membres et stagiaires de son institut. Elles sont prises à la majorité des membres présents ou représentés. Chaque membre a droit à une voix. Les membres peuvent donner à un autre membre procuration par écrit pour voter en leurs lieu et place aux assemblées générales. Chaque membre ne peut être porteur que de deux procurations au maximum.” Art. 18 Dans l’article 12 de la même loi, les mots “l’Institut” sont chaque fois remplacés par les mots “l’institut”. Art. 19 L’article 13 de la même loi est remplacé par ce qui suit: “Art. 13. La direction des instituts est assurée par un conseil composé: noodzakelijk zijn voor de werking van de instituten en voor de verwezenlijking van hun bij deze wet omschre ven doelstellingen. Deze reglementen worden vastgesteld op voorstel of na advies van de Hoge Raad voor de Economische Beroepen.” Artikel 11 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: “Art. 11. De algemene vergadering van de instituten bestaat uit alle leden van het betrokken instituut. Zij kiest de voorzitter, de ondervoorzitter, de com missarissen en de andere leden van de raad van het instituut, aanvaardt of weigert de giften en legaten ten voordele van haar instituut, staat de vervreemding of de verpanding van haar onroerende goederen toe, keurt de jaarlijkse rekening der ontvangsten en uitgaven goed, ontlast de raad van diens beheer, beraadslaagt over alle onderwerpen waarvoor deze wet en de reglementen haar bevoegdheid verlenen. De vergadering neemt bovendien, door middel van berichten, voorstellen of aanbevelingen aan de raad, kennis van alle onderwerpen die hun instituut aanbe langen en die regelmatig zijn voorgelegd. De beslissingen van de algemene vergadering zijn bindend voor al de leden en stagiaires van haar instituut. Zij worden genomen bij meerderheid der aanwezige of vertegenwoordigde leden. Elk lid heeft recht op één stem. De leden kunnen aan een ander lid schriftelijk volmacht geven om op de algemene vergadering in hun plaats te stemmen. Elk lid kan houder zijn van ten hoogste twee volmachten.” In artikel 12 van dezelfde wet worden de woorden “het Instituut” telkens vervangen door de woorden “het instituut”. Artikel 13 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: “Art. 13. De instituten staat onder de leiding van een raad, samengesteld uit: 10 DOC 55 0752/001 1° d’un président et d’un vice-président, élus au scrutin secret pour trois ans, par l’assemblée générale parmi les membres de leur institut; leur mandat, qui expire le jour même de l’assemblée générale annuelle, peut être renouvelé une fois; 2° de douze membres élus pour trois ans par l’assem blée générale parmi les membres de leur institut, par un vote secret distinct du précédent; leur mandat peut être renouvelé. Parmi ces douze membres, le conseil de l’institut désigne un secrétaire et un trésorier. Les décisions du conseil de l’institut sont prises à la majorité des voix. En cas de parité des voix, celle du président est prépondérante. Toute décision du conseil de l’institut concernant une personne déterminée est motivée.” Art. 20 L’article 14 de la même loi est remplacé par ce qui suit: “Art. 14. Les conseils des instituts représentent leur institut dans les actes de la vie juridique et les actions en justice, tant en demandant qu’en défendant. Le conseil assure le fonctionnement de l’institut en se conformant à la présente loi et aux règlements. Il a tous les pouvoirs d’administration et de disposition qui ne lui sont pas soustraits par la présente loi ou par les règlements. Les règlements organisant ou limitant ces pouvoirs ne sont opposables aux tiers qu’autant que l’arrêté royal qui les établit ait été publié au Moniteur belge. Le conseil peut confier la gestion journalière soit à l’un de ses membres, qui portera le titre d’administrateur, soit à plusieurs de ses membres, qui formeront, sous la présidence du président de l’institut, le comité exécutif.” Art. 21 Dans l’article 15 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées: 1° een voorzitter en een ondervoorzitter, die bij geheime stemming door de algemene vergadering voor drie jaar onder de leden van hun instituut worden gekozen; hun mandaat, dat verstrijkt op de dag zelf van de jaarlijkse algemene vergadering, kan éénmaal hernieuwd worden; 2° twaalf leden die door de algemene vergadering, bij een van de vorige verschillende geheime stemming voor drie jaar onder de leden van hun instituut worden gekozen; hun mandaat kan hernieuwd worden. Onder deze twaalf leden wijst de raad van het instituut een secretaris en een penningmeester aan. De beslissingen van de raad van het instituut worden bij meerderheid van stemmen genomen. Bij staking van stemmen is die van de voorzitter beslissend. Elke beslissing van de raad van het instituut die be trekking heeft op één welbepaalde persoon wordt met redenen omkleed.” Artikel 14 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: “Art. 14. De raden van de instituten vertegenwoordigen hun instituut bij rechtshandelingen en bij rechtsvorde ringen, hetzij als eiser of als verweerder. De raad verzekert de werking van het instituut over eenkomstig deze wet en de reglementen. Hij bezit elke bevoegdheid van bestuur en beschik king, welke hem door deze wet of de reglementen niet wordt ontnomen. De reglementen met het oog op de inrichting of de beperking van zijn bevoegdheid kunnen slechts tegen derden worden aangevoerd in zover het koninklijk besluit, waarbij zij worden vastgesteld, in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt. De raad kan het dagelijks bestuur toevertrouwen hetzij aan een van zijn leden, die de titel van administrateur zal voeren, hetzij aan verscheidene leden, die, onder de leiding van de voorzitter van het instituut, het uitvoerend comité zullen vormen.” In artikel 15 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 2) dans l’alinéa 2, les mots “le Conseil de l’Institut” sont remplacés par les mots “les conseils des instituts”. Art. 22 Dans l’article 16 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées: 1) dans l’alinéa 1er, les mots “L’Institut organise” sont remplacés par les mots “Les instituts organisent”; 2) dans l’alinéa 2, les mots “du Conseil de l’Institut” sont remplacés par les mots “du conseil de l’institut”. Art. 23 Dans l’article 17 de la même loi, les mots “l’Institut” sont chaque fois remplacés par les mots “l’institut”. Art. 24 Dans l’article 18 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées: 1) les mots “l’Institut” sont remplacés par les mots “l’institut “; 2) dans le texte néerlandais, le mot “candidaat” est remplacé par le mot “kandidaat”. Art. 25 Dans l’article 18bis de la même loi, les mots “Le conseil de l’Institut peut” sont remplacés par les mots “Les conseils des instituts peuvent”. Art. 26 L’article 18ter de la même loi est remplacé par ce qui suit: “Art. 18ter. § 1er. Conformément à leur objet, les insti tuts veillent au bon accomplissement par leurs membres des missions qui leur sont confiées. En particulier, ils veillent à ce que ceux-ci: 1° poursuivent de manière permanente leur formation; 2) in het tweede lid worden de woorden “de Raad van het Instituut” vervangen door de woorden “de raden van de instituten”. In artikel 16 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1) in het eerste lid worden de woorden “Het Instituut richt” vervangen door de woorden “De instituten richten”; 2) in het tweede lid worden de woorden “de Raad van het Instituut” vervangen door de woorden “de raad van het instituut”. In artikel 17 van dezelfde wet worden de woorden “het Instituut” telkens vervangen door de woorden “het instituut”. In artikel 18 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1) de woorden “het Instituut” worden vervangen door de woorden “het instituut”; In artikel 18bis van dezelfde wet worden de woorden “De Raad van het Instituut kan” vervangen door de woorden “De raden van de instituten kunnen”. Artikel 18ter van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: “Art. 18ter. § 1. Overeenkomstig hun doel zien de instituten toe op de goede uitvoering door hun leden van de hun toevertrouwde opdrachten. In het bijzonder zien de instituten erop toe dat ze: 1° hun beroepskennis op permanente wijze vervolmaken; 12 DOC 55 0752/001 2° disposent, avant d’accepter une mission, des capacités, des collaborations et du temps requis pour son bon accomplissement; 3° s’acquittent avec la diligence requise et en toute indépendance des missions de révision qui leur sont confiées; 4° n’acceptent pas de missions dans des conditions susceptibles de mettre en cause l’objectivité de leur exercice; 5° n’exercent pas d’activités incompatibles avec l’indépendance de leur fonction. § 2. À cet effet, les instituts peuvent: 1° exiger de leurs membres la production de toute information, de toute justification et de tout document, et notamment de leur plan de travail et de leurs notes de révision; 2° faire procéder auprès de leurs membres à des enquêtes sur leurs méthodes de travail, leur organisa tion, les diligences accomplies et la manière dont ils exercent leur mission. Tout réviseur informe son institut, dans les délais et les formes prévues par le règlement d’ordre intérieur, des missions qu’il a acceptées et dont l’exercice est réservé aux membres de l’institut, de la rémunération qui y est attachée, ainsi que de la cessation de ces missions. Il en est de même des missions dont l’exercice n’est pas réservé aux membres de l’institut, accomplies soit par le réviseur soit par une personne avec laquelle il a conclu un contrat de travail ou avec laquelle il se trouve, sous l’angle professionnel, dans des liens de collabo ration, lorsqu’elles sont rémunérées par une entreprise dans laquelle le réviseur accomplit une mission dont l’exercice est réservé aux membres de l’institut.” Art. 27 Dans l’article 18quater de la même loi, les modifica tions suivantes sont apportées: 1) dans l’alinéa 1er, le mot “Institut” est remplacé par le mot “institut”; 2) les mots “le Conseil” sont chaque fois remplacés par les mots “le conseil”. 2° vooraleer een opdracht te aanvaarden, beschikken over de bekwaamheid, medewerking en tijd vereist om deze opdracht goed uit te voeren; 3° zich met de nodige zorg en in volledige onaf hankelijkheid kwijten van de hun toevertrouwde controle-opdrachten; 4° geen opdrachten aanvaarden onder voorwaarden die een objectieve uitvoering daarvan in het gedrang zouden kunnen brengen; 5° geen werkzaamheden uitoefenen die onverenigbaar zijn met de onafhankelijkheid van hun taak. § 2. Te dien einde kunnen de instituten: 1° de voorlegging eisen door hun leden van elke informatie, van elke verklaring en van elk document en meer in het bijzonder van hun werkschema en van hun nota’s over uitgevoerde controletaken; 2° een onderzoek laten instellen bij hun leden naar hun werkmethodes en hun organisatie alsmede naar de zorg waarmee en de wijze waarop zij hun opdrachten uitvoeren. Elke revisor licht zijn instituut in, binnen de termijnen en op de wijze bepaald door het huishoudelijk reglement, over de door hem aanvaarde opdrachten waarvan de uitvoering aan de leden van het instituut uitsluitend is toevertrouwd, over de eraan verbonden bezoldiging, alsmede over het beëindigen van deze opdrachten. Hetzelfde geldt voor de opdrachten waarvan de ver vulling niet uitsluitend aan de leden van het instituut is opgedragen, die worden vervuld hetzij door de be drijfsrevisor, hetzij door een persoon met wie hij een arbeidsovereenkomst heeft afgesloten, of met wie hij beroepshalve in samenwerkingsverband staat, wanneer zij worden bezoldigd door een onderneming waarin de bedrijfsrevisor een opdracht vervult die uitsluitend aan de leden van het instituut is toevertrouwd.” In artikel 18quater van dezelfde wet worden de vol gende wijzigingen aangebracht: 1) in het eerste lid wordt het woord “Instituut” vervan gen door het woord “instituut”; 2) de woorden “de Raad” worden telkens vervangen door de woorden “de raad”. Art. 28 Dans l’article 18quinquies de la même loi, les modi fications suivantes sont apportées: 1) dans l’alinéa 1er, les mots “le Conseil de l’Institut” sont remplacés par les mots “le conseil de son institut”; 2) dans l’alinéa 2, les mots “le Conseil de l’Institut peut être consulté” sont remplacés par les mots “les conseils des instituts peuvent être consultés”. Art. 29 L’article 19 de la même loi est remplacé par ce qui suit: “Art. 19. Au sein de chaque institut, la discipline sur les réviseurs est exercée en premier ressort par une com mission de discipline. Cette commission est composée d’un juge au tribunal de commerce qui la préside, ainsi que de deux réviseurs d’entreprises désignés par le conseil de l’institut. Le président est nommé par le Roi sur présentation du ministre de la Justice. Pour chaque membre effectif, il est désigné un membre suppléant. Les membres et les suppléants sont nommés pour une période renouvelable de six ans.” Art. 30 L’article 20 de la même loi est remplacé par ce qui suit: “Art. 20. § 1er. Les peines disciplinaires qui peuvent être infligées sont: a) l’avertissement; b) la réprimande; c) l’interdiction d’accepter ou de continuer certaines missions; d) la suspension pour un terme ne pouvant excéder une année; e) la radiation. La suspension emporte interdiction d’exercer des activités professionnelles en tant que reviseur d’entre prises en Belgique pour la durée prévue par la peine. Elle emporte interdiction de participer aux délibérations et élections de l’assemblée générale, des conseils et des In artikel 18quinquies van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1) in het eerste lid worden de woorden “de Raad van het Instituut” vervangen door de woorden “de raad van zijn instituut”; Artikel 19 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: “Art. 19. Binnen elk instituut wordt de beroepstucht in eerste aanleg gehandhaafd door een tuchtcommissie. Deze commissie is samengesteld uit een rechter in de rechtbank van koophandel die ze voorzit, alsmede uit twee door de raad van het instituut aangeduide bedrijfs revisoren. De voorzitter wordt benoemd door de Koning op voordracht van de minister van Justitie. Voor elk ef fectief lid wordt een plaatsvervangend lid aangewezen. De leden en plaatsvervangende leden worden voor een vernieuwbare periode van zes jaar benoemd.” Artikel 20 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: “Art. 20. § 1. De tuchtstraffen die kunnen worden opgelegd zijn: a) de waarschuwing; b) de berisping; c) het verbod om bepaalde opdrachten te aanvaarden of verder te zetten; d) de schorsing voor ten hoogste een jaar; e) de schrapping. De schorsing houdt verbod in het beroep van bedrijfs revisor in België uit te oefenen voor de in de tuchtstraf bepaalde tijd. De schorsing houdt het verbod in om aan beraadslagingen en verkiezingen in de algemene vergaderingen, in de raden en in commissies van de 14 DOC 55 0752/001 commissions des instituts ainsi que des commissions d’appel, pendant la durée de l’exécution de cette peine disciplinaire. La radiation emporte interdiction d’exercer la profes sion de réviseur d’entreprises en Belgique. § 2. La commission de discipline est saisie par les conseils des instituts, agissant soit d’office, soit sur les réquisitions écrites du procureur général près la Cour d’appel. Les conseils des instituts peuvent être saisis par tout intéressé de plaintes à l’encontre d’un réviseur d’entreprises. Les conseils adressent aux commissions de discipline un rapport dans lequel ils exposent les faits reprochés au réviseur avec référence aux dispositions légales, réglementaires ou disciplinaires concernées. § 3. La commission de discipline ne peut prononcer une peine disciplinaire que si le reviseur intéressé a été invité par lettre recommandée à la poste, adressée au moins trente jours à l’avance, à se présenter devant la commission. Cette lettre relate, sous peine de nullité, les faits reprochés, mentionne la faculté de consulter le dossier et invite le réviseur à adresser à la commission de dis cipline un mémoire de défense auquel sont joints tous les documents utiles à sa défense. Le réviseur d’entreprises intéressé bénéficie d’un droit de récusation dans les cas prévus à l’article 828 du Code judiciaire. La commission de discipline composée autrement statue sur la récusation. Le réviseur d’entreprises intéressé peut faire valoir sa défense verbalement ou par écrit. Il peut se faire assister par un avocat ou par un membre de l’institut concerné. § 4. Les décisions de la commission de discipline sont motivées. Elles sont notifiées sans retard sous pli recommandé à la poste, au réviseur d’entreprises intéressé, au conseil de l’institut et au procureur général près la cour d’appel. Cette notification est accompagnée de tous les ren seignements utiles concernant les délais d’opposition et d’appel et les modalités selon lesquelles l’opposition ou instituten alsmede van de commissies van beroep deel te nemen, zolang deze tuchtstraf uitwerking heeft. De schrapping houdt verbod in om het beroep van bedrijfsrevisor in België uit te oefenen. § 2. Een zaak wordt aanhangig gemaakt bij de tucht commissie door de raden van de instituten, hetzij van ambtswege, hetzij op de schriftelijke vordering van de procureur-generaal bij het hof van beroep. Elke belanghebbende kan bij de raden van de instituten een klacht indienen tegen een bedrijfsrevisor. De raden maken aan de tuchtcommissies een verslag over waarin de aan de bedrijfsrevisor ten laste gelegde feiten worden uiteengezet met verwijzing naar de be trokken wettelijke, bestuursrechtelijke of tuchtrechtelijke bepalingen. § 3. De tuchtcommissie kan geen tuchtstraf uitspreken tenzij de betrokken revisor, bij een ten minste dertig dagen vooraf toegezonden aangetekende brief, is uitgenodigd om voor de tuchtcommissie te verschijnen. Deze brief vermeldt, op straf van nietigheid, de ten laste gelegde feiten, de mogelijkheid om inzage te nemen van het dossier en nodigt de bedrijfsrevisor uit aan de tuchtcommissie een verweerschrift te richten waarbij alle voor zijn verweer nuttige stukken zijn gevoegd. De betrokken bedrijfsrevisor heeft een recht van wraking in de gevallen bepaald bij artikel 828 van het Gerechtelijk Wetboek. Over de wraking beslist de tuchtcommissie anders samengesteld. De betrokken bedrijfsrevisor mag zijn verweer mon deling of schriftelijk doen gelden. Hij mag zich laten bijstaan door een advocaat of door een lid van het betrokken instituut. § 4. De beslissingen van de tuchtcommissie zijn met redenen omkleed. Zij worden onverwijld, bij een ter post aangetekende brief, ter kennis gebracht van de betrokken bedrijfsrevisor, van de raad van het instituut en van de procureur-generaal bij het hof van beroep. Samen met deze betekening worden alle gepaste inlichtingen verstrekt betreffende de termijn van verzet en van hoger beroep, en de wijze waarop verzet of hoger l’appel peuvent être formés. À défaut de ces mentions, la notification est nulle. § 5. Lorsque le réviseur d’entreprises intéressé en fait la demande expresse, la procédure doit être publique, à moins que la publicité ne porte atteinte à la moralité, à l’ordre public, à la sécurité nationale, à l’intérêt des mineurs, à la protection de la vie privée, à l’intérêt de la justice ou au secret au sens de l’article 27 de la présente loi.” Art. 31 L’article 21 de la même loi est remplacé par ce qui suit: “Art. 21. § 1er. L’appel des décisions de la commission de discipline est introduit auprès de la commission d’appel. Chaque institut dispose d’une commission d’appel, qui est composée d’un conseiller auprès d’une cour d’appel qui la préside, d’un juge au tribunal de commerce et d’un juge au tribunal de travail, tous présentés par le ministre de la Justice et nommés par le Roi ainsi que de deux réviseurs d’entreprises élus par l’assemblée générale concernée. Pour chaque membre effectif, il est désigné un membre suppléant. Les membres et les suppléants sont nommés pour une période renouvelable de six ans. § 2. Le réviseur d’entreprises intéressé ainsi que le conseil de son institut et le procureur général près la cour d’appel peuvent interjeter appel dans un délai de trente jours. § 3. Pour être recevable, l’appel doit être notifié à la commission d’appel sous pli recommandé à la poste. § 4. La commission d’appel ne peut statuer qu’après que le réviseur d’entreprises intéressé ait été invité à se présenter devant la commission d’appel par lettre recommandée adressée au moins quinze jours à l’avance. L’intéressé doit être mis en mesure de consulter le dossier. § 5. Les §§ 3, 4 et 5 de l’article 20 sont également d’application.” beroep tegen de beslissing kan worden ingesteld. Bij ontstentenis van deze vermeldingen is de kennisgeving nietig. § 5. Wanneer de betrokken bedrijfsrevisor erom uit drukkelijk vraagt, moet de rechtspleging in het openbaar plaats vinden, tenzij de openbaarheid gevaar oplevert voor de goede zeden, de openbare orde, ‘s lands vei ligheid, het belang van minderjarigen, de bescherming van het privéleven, het belang van de rechtspraak of de geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 27.” Artikel 21 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: “Art. 21. § 1. Het hoger beroep tegen beslissingen van de tuchtcommissie wordt aanhangig gemaakt bij de commissie van beroep. Elk instituut telt een commissie van beroep en deze is samengesteld uit een raadsheer bij een hof van beroep die ze voorzit, uit een rechter in een rechtbank van koop handel en een rechter in een Arbeidsrechtbank, allen voorgedragen door de minister van Justitie en benoemd door de Koning, alsmede uit twee bedrijfsrevisoren aangeduid door de betrokken algemene vergadering. Voor elk effectief lid wordt een plaatsvervangend lid aangewezen. De leden en plaatsvervangende leden worden voor een vernieuwbare periode van zes jaar benoemd. § 2. De betrokken bedrijfsrevisor alsmede de raad van zijn instituut en de procureur-generaal bij het hof van beroep kunnen hoger beroep instellen binnen een termijn van dertig dagen. § 3. Om toelaatbaar te zijn moet het hoger beroep bij aangetekende brief, gepost binnen de gestelde termijn, ter kennis worden gebracht van de commissie van beroep. § 4. De commissie van beroep kan geen uitspraak doen dan nadat de betrokken bedrijfsrevisor bij een ten minste vijftien dagen vooraf toegezonden aangetekende brief is uitgenodigd om voor de commissie van beroep te verschijnen. De betrokkene moet de gelegenheid worden geboden inzage te nemen van het dossier. § 5. De §§ 3, 4 en 5 van artikel 20 zijn van overeen komstige toepassing.” 16 DOC 55 0752/001 Art. 32 Dans l’article 22 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées: 1) dans l’alinéa 1er, les mots “le président du conseil de l’Institut” sont remplacés par les mots “les présidents des conseils des instituts”; Art. 33 Dans l’article 23 de la même loi, les mots “le Conseil de l’Institut” sont remplacés par les mots “le conseil de l’institut concerné”. Art. 34 L’article 24 de la même est remplacé par ce qui suit: “Art. 24. Les recettes des instituts ainsi que les règles relatives à l’établissement et au contrôle des comptes et du budget sont déterminées par le règlement d’ordre intérieur, sauf les dispositions des articles 25 et 26. Les instituts ne peuvent posséder d’autres immeubles que ceux qui sont nécessaires à leur fonctionnement ou ceux dont l’acquisition, à titre gratuit ou onéreux, ou la prise en location aura été autorisée par le Roi. Sauf les exceptions visées à l’alinéa précédent, les instituts ne peuvent affecter leurs disponibilités qu’à l’achat de fonds d’État belges ou d’autres valeurs mobilières jouissant, quant au capital et à l’intérêt, de la garantie de l’État. Les dispositions entre vifs ou testamentaires au profit de l’un des instituts n’auront d’effet qu’après autorisation ou approbation par le Roi. Les instituts ne peuvent, en aucun cas, disposer à titre gratuit ni répartir leurs patrimoines en tout ou en partie entre leurs membres ou leurs ayants droit.” Art. 35 L’article 25 de la même est remplacé par ce qui suit: In artikel 22 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1) in het eerste lid worden de woorden “de voorzit ter van de Raad van het Instituut” vervangen door de woorden “de voorzitters van de raden van de instituten”; In artikel 23 van dezelfde wet worden de woorden “de Raad van het Instituut” vervangen door de woorden “de raad van het betrokken instituut”. Artikel 24 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: “Art. 24. De ontvangsten van de instituten alsmede de voorschriften in verband met het opmaken van en de controle op de rekeningen en de begroting worden bepaald door hun huishoudelijk reglement, met uitzon dering van het bepaalde in de artikelen 25 en 26. De instituten mogen geen andere onroerende goe deren bezitten dan die welke zij nodig hebben voor hun werking of die waarvan de Koning de verkrijging onder kosteloze of bezwarende titel of de inhuurneming heeft toegestaan. Buiten de in het voorgaande lid bedoelde uitzonderin gen, mogen de instituten hun beschikbare gelden slechts besteden voor de aankoop van Belgische staatsfondsen of andere effecten waarvan kapitaal en rente door de Staat gewaarborgd zijn. De beschikkingen onder de levenden of bij testament, ten bate van een der instituten, hebben slechts uitwerking na toelating of goedkeuring van de Koning. De instituten mogen, in geen geval, noch om niet beschikken noch hun vermogen geheel of gedeeltelijk verdelen onder hun leden of hun rechthebbenden.” Artikel 25 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: “Art. 25. Les recettes des instituts sont constituées notamment par: 1° les cotisations des membres; 2° les revenus et produits divers de leurs patrimoines; 3° les subsides, legs et donations.” Art. 36 L’article 26 de la même loi est remplacé par ce qui suit: “Art. 26. Chaque année, les conseils des instituts soumettent à l’assemblée générale: 1° l’inventaire des valeurs actives et passives de l’institut au 31 décembre précédent; 2° le relevé des recettes et dépenses de l’exercice arrêté au 31 décembre précédent; 3° le budget pour le nouvel exercice; 4° le rapport sur l’activité de leur institut pendant l’année écoulée; 5° le rapport du ou des commissaires. L’inventaire et les comptes doivent, au préalable, avoir été vérifiés par un ou plusieurs commissaires, membres de l’institut concerné, désignés à cette fin par l’assemblée générale en dehors des membres du conseil de l’institut, pour un an, et rééligibles deux fois consécutivement. Leur mandat est gratuit.” Art. 37 Dans l’article 28 de la même loi, les mots “du Conseil de l’Institut” sont remplacés par les mots “du conseil de l’un des instituts”. Art. 38 L’article 29 de la même loi est remplacé par ce qui suit: “Art. 29. Les conseils des instituts se prononcent sur les candidatures visées à l’article 28 sur la proposition motivée d’une commission d’agréation. “Art. 25. De ontvangsten van de instituten bestaan onder meer uit: 1° de bijdragen der leden; 2° de diverse inkomsten en opbrengsten van hun vermogen; 3° de toelagen, legaten en schenkingen.” Artikel 26 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: “Art. 26. Elk jaar leggen de raden van de instituten de hiernavolgende stukken aan hun algemene verga dering voor: 1° de inventaris der activa en passiva van het instituut op 31 december van het verlopen jaar; 2° de lijst der ontvangsten en uitgaven van het op vorige 31 december gesloten dienstjaar; 3° de begroting voor het nieuwe dienstjaar; 4° het verslag over de werkzaamheden van hun in stituut tijdens het verlopen jaar; 5° het verslag van de commissaris(sen). De juistheid van de inventaris en van de rekeningen dient vooraf te zijn nagegaan door een of meer com missarissen, leden van het betrokken instituut, die te dien einde door de algemene vergadering, buiten de leden van de raad van het instituut, voor één jaar zijn aangewezen en tweemaal achtereenvolgens opnieuw kunnen gekozen worden. Hun mandaat is onbezoldigd.” In artikel 28 van dezelfde wet worden de woorden “de Raad van het Instituut” vervangen door de woorden “de raad van een der instituten”. Artikel 29 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: “Art. 29. De raden van de instituten spreken zich uit over de bij artikel 28 bedoelde kandidaturen op het met redenen omkleed voorstel van een erkenningscommissie. 18 DOC 55 0752/001 Il est créé une commission d’agréation au sein de chaque institut. Cette commission est composée: a) d’un juge au tribunal de commerce qui préside la chambre; b) de trois reviseurs d’entreprises; c) de trois personnes qui exercent depuis cinq ans au moins la profession d’expert-comptable telle qu’elle est définie à l’article 78 de la loi relative au titre et à la profession d’expert-comptable. Pour chaque membre effectif, un membre suppléant est désigné répondant aux mêmes conditions. Le magistrat qui préside la chambre est présenté par le ministre de la Justice. Les autres membres et suppléants sont présentés conjointement par le ministre des Affaires économiques et par le ministre des Classes moyennes. Les membres effectifs et les suppléants sont nommés par le Roi.” Art. 39 Dans l’article 30 de la même loi, les mots “le Conseil de l’Institut” sont remplacés par les mots “les conseils des instituts”. Art. 40 Dans l’article 31 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées: 1) les mots “le Conseil de l’Institut” sont remplacés par les mots “un conseil d’un institut”; 2) les mots “la commission d’appel” sont remplacés par les mots “la commission d’appel concernée”. Art. 41 Dans l’article 32 de la même loi, les mots “l’Institut” sont remplacés par les mots “l’institut concerné”. Binnen elk instituut wordt een erkenningscommissie ingericht. Deze commissie is samengesteld uit: a) een rechter in de rechtbank van koophandel die de kamer voorzit; b) drie bedrijfsrevisoren; c) drie personen die gedurende ten minste vijf jaar het beroep van accountant uitgeoefend hebben, zoals bepaald in artikel 78 van de wet met betrekking tot de titel en het beroep van accountant. Voor elk effectief lid wordt een plaatsvervanger aan gewezen die voldoet aan dezelfde voorwaarden. De magistraat die de kamer voorzit wordt voorgedra gen door de minister van Justitie. De andere leden en de plaatsvervangers worden geza menlijk voorgedragen door de minister van Economische Zaken en de minister van Middenstand. De effectieve leden en de plaatsvervangers worden door de Koning benoemd.” In artikel 30 van dezelfde wet worden de woorden “de Raad van het Instituut” vervangen door de woorden “de raden van de instituten”. In artikel 31 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1) de woorden “de Raad van het Instituut” worden vervangen door de woorden “een raad van een instituut”; 2) de woorden “de commissie van beroep” worden vervangen door de woorden “de betrokken commissie van beroep”. In artikel 32 van dezelfde wet worden de woorden “het Instituut” vervangen door de woorden “het betrok ken instituut”. In artikel 33 van dezelfde wet worden de woorden “het Instituut der Bedrijfsrevisoren” vervangen door de woor den “het Instituut der Vlaamse Bedrijfsrevisoren of het Instituut der Franstalige en Duitstalige Bedrijfsrevisoren”.

Vragen over dit document?

Stel uw vragen aan onze juridische AI-assistent

Open chatbot