Naar hoofdinhoud

Wetsvoorstel 55 0748/001 tot wijziging van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus met het oog op de versterking van de positie van de commissaris-generaal (ingediend door mevrouw Meryame Kitir)

Documentdetails

🏛️ KAMER Legislatuur 55 📁 0748 Wetsvoorstel 📅 1998-12-07 🌐 NL

Inhoud

0748/001 DOC 55 BELGISCHE KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS 13 november 2019 WETSVOORSTEL tot wijziging van de wet van 7 december , 1998 tot organisatie van een geïntegreerde cer politiedienst, gestructureerd op twee niveaus met het oog op de versterking van de positie van de commissaris-generaal (ingediend door mevrouw Meryame Kitir) SAMENVATTING on Dit wetsvoorstel strekt ertoe de positie van de com- le. missaris-generaal bij de federale politie te versterken. er Het verwijdert de noodzaak de bevoegde ministers le steeds op de hoogte te brengen van een beslissing s. genomen door de commissaris-generaal bij gebrek en aan consensus. Ook wordt de commissaris-generaal ce aangesteld als hiërarchische chef van de gehele fede- nt rale politie, en krijgt hij expliciet de bevoegdheid om er vanuit zijn leidinggevende positie bindende bevelen, re onderrichtingen en richtlijnen te geven aan alle leden le. van de federale politie. Tenslotte verwijdert het de es mogelijkheid om beslissingen van de commissaris- es generaal te laten herroepen, tenzij door de bevoegde ministers in gezamenlijk optreden. 00907 inales – Groen iqueAfkorting bij de numering van de publicaties: basisnummer en volgnummer QRVA Schriftelijke Vragen en Antwoorden CRIV Voorlopige versie van het Integraal Verslag CRABV Beknopt Verslag u CRIV Integraal Verslag, met links het defi nitieve integraal verslag en rechts het vertaald beknopt verslag van de toespraken (met de bijlagen) PLEN Plenum COM Commissievergadering er MOT Moties tot besluit van interpellaties (beigekleurig papier) TOELICHTING DAMES EN HEREN, de Het directiecomité van de federale politie functioneert es momenteel volgens een consensusmodel, waarbij stra- le tegische beslissingen collectief worden genomen door ire het directiecomité, waarin de commissaris-generaal ce en de drie directeurs-generaal zetelen, en waarbij de de bevoegdheid van de commissaris-generaal beperkt blijft ts tot beslissingen van beleidsmatige aard. De onderzoeks- de commissie ‘Terroristische aanslagen’ maakte daarbij s, de bedenking dat het consensusmodel weliswaar het s, draagvlak van genomen beslissingen bevordert, maar dat ui de besluitvorming daardoor in nogal wat gevallen traag e. verloopt, wat bovenal in tijden van crisis onwenselijk is. la Met het oog op een versterking van de geïntegreerde ne werking van de federale politie achtte de onderzoekscom- ire missie een eenheid van leiding en een duidelijke keten ar van bevel noodzakelijk. De commissaris-generaal dient ue derhalve beschouwd te worden als de hiërarchische chef au van de gehele federale politie, zowel op het centrale als e, op het gedeconcentreerde niveau. In die optiek is een ue verduidelijking van de enigszins dubbelzinnige wettelijke loi regeling vereist. Zo bepaalt artikel 99, eerste lid van de st wet van 7 december 1998 dat de federale politie onder ce leiding staat van de commissaris-generaal, wat blijkens ue artikel 93, § 4, van dezelfde wet impliceert dat alle alge- es mene directies, directies en diensten van de federale al. politie onder de commissaris-generaal ressorteren. Daar ne staat echter tegenover dat de wet van 7 december 1998 x. een relatief autonome positie aan de directeurs-generaal er toekent. Enerzijds kan de commissaris-generaal slechts ns in welbepaalde gevallen een beslissing van een directeur- on generaal herroepen, terwijl anderzijds binnen het direc- el, tiecomité van de federale politie een consensusmodel er, wordt vooropgesteld, waarbij de commissaris-generaal as weliswaar kan beslissen indien er geen consensus kan ce worden bereikt, doch in voorkomend geval hiervan de de minister van Binnenlandse Zaken en – voor wat de ge- du rechtelijke opdrachten betreft – de minister van Justitie s.op de hoogte moet brengen. Dat artikel 8bis, § 3, van de wet van 7 december 1998, werd sinds 2014 slechts in twee gevallen toegepast. r- De onderzoekscommissie achtte het streven naar ire een consensus tussen de commissaris-generaal en de nc directeurs-generaal belangrijk. Dit uitgangspunt dient dus ta- behouden te blijven. Dit neemt evenwel niet weg dat de ire huidige beperkingen inzake de beslissingsmacht van de nt commissaris-generaal afbreuk doen aan de efficiënte werking van de federale politie. ait In die optiek moet in de wet van 7 december 1998 ut, duidelijk worden gesteld dat de commissaris-generaal, es vanuit zijn leidinggevende positie, bindende bevelen, re onderrichtingen en richtlijnen kan geven aan de direc- nt, teurs-generaal. In de tweede plaats is een aanpassing du van artikel 100 van de wet van 7 december 1998 aan- ire gewezen, in die zin dat de commissaris-generaal, in er geval daartoe aanleiding bestaat, steeds de beslissing m- van een directeur-generaal moet kunnen herroepen. as De commissaris-generaal treedt hierbij – zoals thans ur reeds het geval is – op onder het gezag van de ministers ral van Binnenlandse Zaken en Justitie. De mogelijkheid rs- voor de betrokken directeur-generaal om zich tot deze ire ministers te wenden, met het oog op een herroeping van de beslissing van de commissaris-generaal, dient evenwel te worden geschrapt. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING Artikel 1 lle Artikel 1 verwijst naar de grondwettelijke bevoegdheidsverdeling. Art. 2 er Artikel 2 verwijdert de noodzaak de bevoegde ministers le steeds op de hoogte te brengen van een beslissing die lat genomen is door de commissaris-generaal bij gebrek nt aan consensus. Het uitgangspunt blijft echter dat be- slissingen in principe bij consensus genomen worden. Art. 3 é- Artikel 3 versterkt de positie van de commissaris- de generaal door hem aan te stellen als hiërarchische ci-chef van de gehele federale politie, en hem expliciet er de bevoegdheid te geven om vanuit zijn leidinggevende re positie bindende bevelen, onderrichtingen en richtlijnen le. te geven aan alle leden van de federale politie. Art. 4 es Artikel 4 verwijdert de mogelijkheid om beslissingen nt van de commissaris-generaal te laten herroepen, tenzij door de bevoegde ministers in gezamenlijk optreden. Meryame KITIR (sp.a) 74 Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de grondwet. 98 In paragraaf 3 van artikel 8bis van de wet van 7 de- à cember 1998 tot organisatie van een geïntegreerde de politiedienst worden de woorden “en brengt hij de mi- ve nister van Binnenlandse Zaken en de minister van Justitie indien het zijn bevoegdheid betreft, hiervan op de hoogte” opgeheven. ns In artikel 99 van dezelfde wet worden volgende wij- zigingen aangebracht: Le 1) het tweede lid wordt aangevuld met volgende ce woorden: “De commissaris-generaal is de hiërarchische es overste van de federale politie. Hij beschikt daartoe over t à de bevoegdheid om bindende bevelen, onderrichtingen .”en richtlijnen te geven aan alle personeelsleden van de federale politie.” ar 2) In het derde lid wordt het woord “rechtstreeks” ver- l,”. vangen door de woorden “via de commissaris-generaal”. it: Artikel 100 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: us “Art. 100. De algemene directies staan onder leiding van de directeurs-generaal. a- Zonder zich te kunnen inmengen in de uitvoering van ral opsporings- of gerechtelijke onderzoeken, bevestigt of al. herroept de commissaris-generaal de beslissingen van een directeur-generaal. ral De beslissing van de commissaris-generaal wordt in de dit geval genomen onder het gezag van, en kan op haar ci. beurt worden herroepen door, de ministers van Justitie ur en van Binnenlandse Zaken die gezamenlijk optreden. on Indien de beslissing van de commissaris-generaal een weerslag heeft op een opsporings- of gerechtelijk onderzoek, wordt het voorafgaand niet-bindend advies van de federaal procureur ingewonnen.” 6 november 2019

Vragen over dit document?

Stel uw vragen aan onze juridische AI-assistent

Open chatbot