Artikel 1. In artikel 1, § 2 van het koninklijk besluit van 18 oktober 1991 betreffende de stoomtoestellen worden de definities van "gevolmachtigd organisme" en "erkend organisme" vervangen als volgt:
"gevolmachtigd organisme: een organisme erkend volgens de bepalingen van de artikelen 23 tot 34 van het koninklijk besluit van 11 juli 2016 betreffende het op de markt brengen van drukapparatuur.
erkend organisme: een organisme erkend voor de controle van stoomtoestellen bedoeld in boek II, titel 5 van de codex over het welzijn op het werk of voor zover het taken betreft als bedoeld in het koninklijk besluit van 11 juli 2016 betreffende het op de markt brengen van drukapparatuur een organisme erkend in één van de lidstaten van de Europese Unie, voor zover dit organisme voorkomt op de lijst meegedeeld aan de Lidstaten in uitvoering van de richtlijn 2014/68/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van drukapparatuur."
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
17 MAART 2022. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 oktober 1991 betreffende de stoomtoestellen
Titre
17 MARS 2022. - ArrĂȘtĂ© royal modifiant l'arrĂȘtĂ© royal du 18 octobre 1991 concernant les appareils Ă vapeur
Documentinformatie
Info du document
Tekst (10)
Texte (10)
Article 1er. Dans l'article 1er, § 2 de l'arrĂȘtĂ© royal du 18 octobre 1991 concernant les appareils Ă vapeur les dĂ©finitions de " organisme mandatĂ© " et " organisme agréé " sont remplacĂ©es par ce qui suit :
"organisme mandatĂ© : un organisme agréé selon les dispositions des articles 23 Ă 34 de l'arrĂȘtĂ© royal du 11 juillet 2016 relatif Ă la mise Ă disposition sur le marchĂ© des Ă©quipements sous pression.
organisme agréé : un organisme agréé pour le contrĂŽle des appareils Ă vapeur visĂ© au livre II, titre 5 du code du bien-ĂȘtre au travail ou, pour autant qu'il s'agisse des interventions visĂ©es Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 11 juillet 2016 relatif Ă la mise Ă disposition sur le marchĂ© des Ă©quipements sous pression, un organisme agréé dans un des Etats membres de l'Union europĂ©enne, pour autant que cet organisme figure sur la liste notifiĂ©e aux Etats membres en exĂ©cution de la directive 2014/68/UE du Parlement europĂ©en et du Conseil du 15 mai 2014 relative Ă l'harmonisation des lĂ©gislations des Etats membres concernant la mise Ă disposition sur le marchĂ© des Ă©quipements sous pression. "
"organisme mandatĂ© : un organisme agréé selon les dispositions des articles 23 Ă 34 de l'arrĂȘtĂ© royal du 11 juillet 2016 relatif Ă la mise Ă disposition sur le marchĂ© des Ă©quipements sous pression.
organisme agréé : un organisme agréé pour le contrĂŽle des appareils Ă vapeur visĂ© au livre II, titre 5 du code du bien-ĂȘtre au travail ou, pour autant qu'il s'agisse des interventions visĂ©es Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 11 juillet 2016 relatif Ă la mise Ă disposition sur le marchĂ© des Ă©quipements sous pression, un organisme agréé dans un des Etats membres de l'Union europĂ©enne, pour autant que cet organisme figure sur la liste notifiĂ©e aux Etats membres en exĂ©cution de la directive 2014/68/UE du Parlement europĂ©en et du Conseil du 15 mai 2014 relative Ă l'harmonisation des lĂ©gislations des Etats membres concernant la mise Ă disposition sur le marchĂ© des Ă©quipements sous pression. "
Art. 2. In artikel 7.1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 juni 1999, wordt het vijfde lid opgeheven.
Art. 2. Dans l'article 7.1 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 13 juin 1999, l'alinĂ©a 5 est abrogĂ©.
Art. 3. In artikel 8.1 van hetzelfde besluit worden de woorden "en aan de met het toezicht op de stoomtoestellen belaste ambtenaar wordt kennisgegeven door de gebruiker" opgeheven.
Art. 3. Dans l'article 8.1 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " et que l'utilisateur ait fait une notification au fonctionnaire chargĂ© de la surveillance des appareils Ă vapeur " sont abrogĂ©s.
Art. 4. In artikel 10.2.2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het vijfde lid wordt vervangen als volgt:
"Voor de generatoren van de eerste, de tweede en de derde groep mag het erkend organisme belast met het periodiek onderzoek de termijn tussen twee opeenvolgende inwendige onderzoeken verlengen tot respectievelijk ten hoogste 42, 36 en 60 maanden, indien door de verlenging van deze termijn de veiligheid van de stoomgenerator niet in het gedrang wordt gebracht en voor zover het voormeld erkend organisme de voorwaarden heeft bepaald, waaronder de verlenging van de termijn mogelijk is."
2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De Minister van Tewerkstelling en Arbeid bepaalt de voorwaarden waaronder voor de stoomgeneratoren van de vierde groep de termijn tussen opeenvolgende onderzoeken mag worden verlengd."
1° het vijfde lid wordt vervangen als volgt:
"Voor de generatoren van de eerste, de tweede en de derde groep mag het erkend organisme belast met het periodiek onderzoek de termijn tussen twee opeenvolgende inwendige onderzoeken verlengen tot respectievelijk ten hoogste 42, 36 en 60 maanden, indien door de verlenging van deze termijn de veiligheid van de stoomgenerator niet in het gedrang wordt gebracht en voor zover het voormeld erkend organisme de voorwaarden heeft bepaald, waaronder de verlenging van de termijn mogelijk is."
2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De Minister van Tewerkstelling en Arbeid bepaalt de voorwaarden waaronder voor de stoomgeneratoren van de vierde groep de termijn tussen opeenvolgende onderzoeken mag worden verlengd."
Art. 4. Dans l'article 10.2.2 du mĂȘme arrĂȘtĂ© les modifications suivantes sont apportĂ©s :
1° l'alinéa 5 est remplacé par ce qui suit :
" Pour les générateurs de vapeur du premier, du deuxiÚme et du troisiÚme groupe, l'organisme agréé, chargé du contrÎle périodique peut prolonger le délai entre deux visites intérieures successives respectivement jusqu'à 42, 36 et 60 mois au maximum, si la prolongation de ce délai ne porte pas atteinte à la sécurité du générateur à vapeur et pour autant que l'organisme agréé précité ait déterminé les conditions qui permettent la prolongation de ce délai. "
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Le Ministre de l'Emploi et du Travail dĂ©termine les conditions auxquelles le dĂ©lai entre visites successives peut ĂȘtre prolongĂ© pour les gĂ©nĂ©rateurs de vapeur du quatriĂšme groupe. "
1° l'alinéa 5 est remplacé par ce qui suit :
" Pour les générateurs de vapeur du premier, du deuxiÚme et du troisiÚme groupe, l'organisme agréé, chargé du contrÎle périodique peut prolonger le délai entre deux visites intérieures successives respectivement jusqu'à 42, 36 et 60 mois au maximum, si la prolongation de ce délai ne porte pas atteinte à la sécurité du générateur à vapeur et pour autant que l'organisme agréé précité ait déterminé les conditions qui permettent la prolongation de ce délai. "
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Le Ministre de l'Emploi et du Travail dĂ©termine les conditions auxquelles le dĂ©lai entre visites successives peut ĂȘtre prolongĂ© pour les gĂ©nĂ©rateurs de vapeur du quatriĂšme groupe. "
Art. 5. In artikel 11.1.5 van hetzelfde besluit wordt het vijfde lid opgeheven.
Art. 5. Dans l'article 11.1.5 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'alinĂ©a 5 est abrogĂ©.
Art. 6. Artikel 20.1.3 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
"Het erkend organisme mag voor de stoomvaten die stoom ontvangen van een stoomgenerator van de eerste groep en voor de stoomvaten die integrerend deel uitmaken van een fabricatie-eenheid vermeld onder de derde groep, de termijn verlengen tot ten hoogste 60 maanden, indien door de verlenging van deze termijn de veiligheid van het stoomvat niet in het gedrang wordt gebracht en voor zover het voormeld erkend organisme de voorwaarden heeft bepaald, waaronder de verlenging van de termijn mogelijk is."
"Het erkend organisme mag voor de stoomvaten die stoom ontvangen van een stoomgenerator van de eerste groep en voor de stoomvaten die integrerend deel uitmaken van een fabricatie-eenheid vermeld onder de derde groep, de termijn verlengen tot ten hoogste 60 maanden, indien door de verlenging van deze termijn de veiligheid van het stoomvat niet in het gedrang wordt gebracht en voor zover het voormeld erkend organisme de voorwaarden heeft bepaald, waaronder de verlenging van de termijn mogelijk is."
Art. 6. L'article 20.1.3 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
" Pour les récipients de vapeur qui reçoivent de la vapeur d'un générateur de vapeur du premier groupe et pour les récipients de vapeur qui font partie intégrante d'une unité de fabrication reprise sous le troisiÚme groupe, l'organisme agréé peut prolonger le délai jusqu' à 60 mois au maximum, si la prolongation de ce délai ne porte pas atteinte à la sécurité du récipient de vapeur et pour autant que l'organisme agréé précité ait déterminé les conditions qui permettent la prolongation de ce délai. "
" Pour les récipients de vapeur qui reçoivent de la vapeur d'un générateur de vapeur du premier groupe et pour les récipients de vapeur qui font partie intégrante d'une unité de fabrication reprise sous le troisiÚme groupe, l'organisme agréé peut prolonger le délai jusqu' à 60 mois au maximum, si la prolongation de ce délai ne porte pas atteinte à la sécurité du récipient de vapeur et pour autant que l'organisme agréé précité ait déterminé les conditions qui permettent la prolongation de ce délai. "
Art. 7. In artikel 31 van hetzelfde besluit wordt het vijfde lid opgeheven.
Art. 7. Dans l'article 31 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'alinĂ©a 5 est abrogĂ©.
Art. 8. Artikel 40.2. van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een lid luidende:
"Het erkend organisme belast met het periodiek onderzoek mag de termijn tussen twee opeenvolgende inwendige onderzoeken verlengen tot ten hoogste 60 maanden, indien door de verlenging van deze termijn de veiligheid van de warmtewisselaar niet in het gedrang wordt gebracht en voor zover het voormeld erkend organisme de voorwaarden heeft bepaald, waaronder de verlenging van de termijn mogelijk is."
"Het erkend organisme belast met het periodiek onderzoek mag de termijn tussen twee opeenvolgende inwendige onderzoeken verlengen tot ten hoogste 60 maanden, indien door de verlenging van deze termijn de veiligheid van de warmtewisselaar niet in het gedrang wordt gebracht en voor zover het voormeld erkend organisme de voorwaarden heeft bepaald, waaronder de verlenging van de termijn mogelijk is."
Art. 8. L'article 40.2 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est complĂ©tĂ© par un alinĂ©a rĂ©digĂ© comme suit :
" L'organisme agréé chargé du contrÎle périodique peut prolonger le délai entre deux visites intérieures successives jusqu' à 60 mois au maximum, si la prolongation de ce délai ne porte pas atteinte à la sécurité de l'échangeur de chaleur et pour autant que l'organisme agréé précité ait déterminé les conditions qui permettent la prolongation de ce délai. "
" L'organisme agréé chargé du contrÎle périodique peut prolonger le délai entre deux visites intérieures successives jusqu' à 60 mois au maximum, si la prolongation de ce délai ne porte pas atteinte à la sécurité de l'échangeur de chaleur et pour autant que l'organisme agréé précité ait déterminé les conditions qui permettent la prolongation de ce délai. "
Art. 9. - De beslissingen van de met het toezicht belaste ambtenaren waarbij een verlenging van de termijn tussen twee opeenvolgende onderzoekingen werd toegekend vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit, blijven van kracht tot de geldigheidsduur van die beslissingen is verstreken.
Art. 9. Les dĂ©cisions des fonctionnaires chargĂ©s de la surveillance par lesquelles une prolongation du dĂ©lai entre deux visites intĂ©rieures successives a Ă©tĂ© accordĂ©e, avant la date de l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘte, restent en vigueur jusqu'Ă ce que la durĂ©e de validitĂ© de ces dĂ©cisions soit expirĂ©e.
Art. 10. - De Minister bevoegd voor Economie en Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 10. Le Ministre qui a l'Economie et le Travail dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.