Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
12 JUNI 2015. - Ministerieel besluit tot bepaling van de minimale sectorale eisen voor de opmaking van de bestekken voor de productie van varkensvlees van gedifferentieerde kwaliteit
Titre
12 JUIN 2015. - Arrêté ministériel définissant les exigences minimales sectorielles pour l'élaboration des cahiers des charges pour la production de viande porcine de qualité différenciée
Documentinformatie
Numac: 2015027103
Datum: 2015-06-12
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2015027103
Date: 2015-06-12
Moniteur: Voir
Tekst (44)
Texte (45)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied en begripsomschrijving
CHAPITRE Ier. - Champ d'application et définitions
Artikel 1. Dit besluit legt de minimale sectorale eisen vast die een gemeenschappelijke basissokkel vormen voor het opmaken van de bestekken voor de productie van varkensvlees van gedifferentieerde kwaliteit
Article 1er. Le présent arrêté définit les exigences minimales sectorielles constituant un socle de base commun pour l'élaboration des cahiers des charges menant à la production de viande porcine de qualité différenciée en application de l'article D.179, § 4, du Code wallon de l'Agriculture et des articles 3 à 6 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 instaurant le système régional de qualité différenciée pour les produits agricoles et les denrées alimentaires.
Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° "varkensproductie-eenheid" : productie-eenheid zoals bepaald in artikel D.3, 35°, van het Waalse Landbouwwetboek, die bestemd is voor de varkensspeculatie, die overeenstemt met een bepaalde geografische site identificeerbaar via het adres van het beslag, het adres van de sanitaire verantwoordelijke of het factuuradres;
  2° "nieuw gebouw" : het gebouw voor de varkensproductie waarvan de eenmalige vergunning na de datum van inwerkingtreding van dit besluit is afgegeven;
  3° "vetmestingspartij" : het geheel van de varkens die vetgemaakt worden in eenzelfde vetmestingshok die gelijkwaardig is aan elke onderverdeling van een vetmestingskamer verricht via de bouw van vaste of verplaatsbare scheidingswanden bestemd voor de scheiding van de vetmestingspartijen;
  4° "opfok" : de landbouwactiviteit die erin bestaat varkens geboren te laten worden en te fokken tot de leeftijd van 10 tot 12 weken of een gewicht van ongeveer 30 tot 35 kg;
  5° "vetmesting" : de landbouwactiviteit die erin bestaat varkens vanaf de leeftijd van 10 tot 12 weken of een gewicht van ongeveer 30 tot 35 kg te fokken om ze op een gewicht van ongeveer 90 tot 120 kg te slachten;
  6° "gesloten circuit" : de productiewijze die erin bestaat de biggen te fokken en de varkens vet te mesten binnen eenzelfde bedrijf;
  7° "oorsprong" : de oorsprong van de biggen met inbegrip van het nummer van het beslag waarvan ze afkomstig zijn;
  8° "aromatisch en eetlustopwekkend stof" : de natuurlijke producten en hun synthetische derivaten die, eens toegevoegd aan voeder voor varkens, de geur en de palatabiliteit ervan toenemen;
Art. 2. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
  1° " unité de production porcine " : unité de production, telle que définie à l'article D.3, 35° du Code wallon de l'Agriculture, destinée à la spéculation porcine, et qui correspond à un site géographique précis, fixe et identifiable par l'adresse du troupeau ou l'adresse du responsable sanitaire ou l'adresse de facturation;
  2° " nouveau bâtiment " : l'installation porcine dont le permis unique a été délivré postérieurement à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté;
  3° " lot d'engraissement " : l'ensemble des porcs engraissés simultanément dans une même loge d'engraissement, celle-ci équivalant à toute subdivision d'une salle d'engraissement réalisée par la construction de cloisons fixes ou mobiles destinées à séparer les lots d'engraissement;
  4° " naissage " : l'activité agricole qui consiste à faire naître et élever des porcs jusqu'à l'âge de 10 à 12 semaines ou un poids d'environ 30 à 35 kg;
  5° " engraissement " : l'activité agricole qui consiste à élever des porcs depuis l'âge de 10 à 12 semaines ou un poids d'environ 30 à 35 kg dans le but de les abattre au poids d'environ 90 à 120 kg;
  6° " circuit fermé " : le mode de production qui consiste à réaliser le naissage des porcelets et l'engraissement des porcs au sein d'une même exploitation;
  7° " origine " : la provenance des porcelets comprenant le numéro de troupeau dont ils sont issus;
  8° " substances aromatiques et apéritives " : les produits naturels et leurs dérivés synthétiques qui, ajoutés à un aliment pour porcs, en augmentent l'odeur ou la palatabilité.
Art. 3. Dit besluit dekt :
  1° na de opfokfase, de productie van biggen van gedifferentieerde kwaliteit, waarvan minstens 50 % op jaarlijkse basis bestemd zijn voor een vetmesting in een keten van gedifferentieerde kwaliteit;
  2° na de vetmestingsfase, de productie van mestvarkens :
  a) die stressbestendig zijn;
  b) die afkomstig zijn van biggen van gedifferentieerde kwaliteit;
  c) die afkomstig zijn van biggen waarvan het maximaal gewicht in het begin van de vetmestingsfase op 35 kg is bepaald;
  d) waarvan de duur van de vetmestingsfase minstens 100 dagen is;
  e) die per varkensproductie-eenheid en op elk ogenblik niet afkomstig zijn van meer dan drie verschillende oorsprongen;
  f) die per vetmestingspartij dezelfde oorsprong hebben;
  g) waarvan de leeftijd bij het slachten en het karkas binnen een in het productdossier bepaalde tussentijd inbegrepen zijn;
  h) die in karkassen, vlees of vleesproducten van gedifferentieerde kwaliteit gevaloriseerd worden.
Art. 3. Le présent arrêté couvre :
  1° à l'issue de la phase de naissage, la production de porcelets de qualité différenciée dont au moins 50 %, sur base annuelle, sont destinés à un engraissement dans une filière de qualité différenciée;
  2° à l'issue de la phase d'engraissement, la production de porcs d'engraissement :
  a) qui sont de génotype résistant au stress;
  b) qui sont issus de porcelets de qualité différenciée;
  c) qui sont issus de porcelets dont le poids maximum à l'entrée de la phase d'engraissement est fixé à 35 kg;
  d) dont la durée de la phase d'engraissement est au moins de 100 jours;
  e) qui, par unité de production porcine et à tout moment, ne sont pas issus de plus de trois origines différentes;
  f) qui, par lot d'engraissement, ont la même origine;
  g) dont l'âge à l'abattage et le poids de la carcasse se situent dans un intervalle précisé dans le cahier des charges;
  h) qui sont valorisés en carcasses, viande ou produits de viande de qualité différenciée.
HOOFDSTUK II. - Organisatie en beschrijving van de keten
CHAPITRE II. - Organisation et description de la filière
Art. 4. De productie van varkensvlees van gedifferentieerde kwaliteit voldoet aan een erkend bestek dat van toepassing op een ketenorganisatie die bestaat uit minstens één landbouwer en die door een promotor wordt gecoördineerd.
Art. 4. La production de viande porcine de qualité différenciée répond à un cahier des charges agréé qui s'applique à une organisation en filière comprenant au moins un agriculteur et coordonnée par un promoteur.
Art. 5. Voor de toepassing van dit besluit zorgt een keten minstens voor :
  - de productie van mestvarkens die de voorwaarden van artikel 3, 2° naleeft;
  - het slachten van mestvarkens;
  - de verandering van de karkassen afkomstig van de mestvarkens;
  - de commercialisering van varkensvlees en vleesproducten van gedifferentieerde kwaliteit afkomstig van de karkassen.
  De productie van biggen van gedifferentieerde kwaliteit die de voorwaarden van artikel 3, 2° naleeft, kan gewaarborgd worden door een keten zoals bepaald in het eerste lid of door een onafhankelijke keten.
Art. 5. Pour l'application de cet arrêté, une filière assure au moins :
  - la production de porcs d'engraissement respectant les conditions de l'article 3, 2° ;
  - l'abattage des porcs d'engraissement;
  - la transformation des carcasses issues des porcs d'engraissement;
  - la commercialisation de viande porcine et produits de viande porcine de qualité différenciée issues des carcasses.
  La production de porcelets de qualité différenciée respectant la condition de l'article 3, 1°, peut être assurée par une filière telle que définie à l'alinéa premier ou par une filière indépendante.
Art. 6. Om een billijke verdeling van de marges en een significante meerwaarde aan de landbouwer te garanderen, sluit de promotor van de keten een overeenkomst met de landbouwer in de zin van artikel 4, § 3, van het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 tot invoering van het gewestelijk stelsel inzake gedifferentieerde kwaliteit voor landbouwproducten en levensmiddelen. Er wordt een patroon van overeenkomst bij het productdossier gevoegd.
  De promotor van de keten kan een overeenkomst met de andere operatoren van de keten sluiten.
Art. 6. Pour garantir une répartition équitable des marges et une plus-value significative à l'agriculteur, le promoteur de la filière établit avec l'agriculteur une convention, au sens de l'article 4, § 3, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 instaurant le système régional de qualité différenciée pour les produits agricoles et les denrées alimentaires. Un canevas de convention est annexé au cahier des charges.
  Le promoteur de la filière peut établir une convention avec les autres opérateurs de la filière.
HOOFDSTUK III. - Familiaal karakter van de landbouwbedrijven en antwoord van de keten op de verwachtingen van de maatschappij
CHAPITRE III. - Caractère familial des exploitations et réponse de la filière aux attentes de la société
Art. 7. De varkensproductie van gedifferentieerde kwaliteit wordt waargenomen door familiale landbouwbedrijven waarvan het bedrijfshoofd eigenaar is van de varkens die hij fokt of vetmest.
  De bedrijven bestaan uit varkensproductie-eenheden die voldoen aan de klassen 2 en 3 bepaald in het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten. De varkensproductie-eenheid die dit criterium niet vervult en die vóór de inwerkingtredingsdatum van dit besluit in een keten erkend als gedifferentieerde kwaliteit overeenkomstig het ministerieel besluit van 2 februari 2004 tot vaststelling van de minimale criteria voor de erkenning van de gedifferentieerde kwaliteit in de varkenssector produceert, wordt van die verplichting vrijgesteld voor zover de eenheden niet uitgebreid worden.
  Een familiaal bedrijf bevat hoogstens 750 zeugenplaatsen en hun biggen tot maximum 12 leeftijdsweken, of 2 000 mestvarkensplaatsen, en 300 zeugenplaatsen in een gesloten circuit. Om het soort bedrijf te beoordelen, worden alle varkens, al dan niet van gedifferentieerde kwaliteit, in aanmerking genomen. Voor de bedrijven die over meer dan 2 000 mestvarkensplaatsen beschikken en die, vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit in een keten erkend als van gedifferientieerde kwaliteit overeenkomstig het ministeriële besluit van 2 februari 2004 produceren, is het maximumaantal varkensplaatsen gelijk aan het aantal plaatsen dat in deze bedrijven op de datum van inwerkingtreding van dit besluit is vastgesteld.
Art. 7. La production porcine de qualité différenciée est assurée par des exploitations agricoles familiales dont le chef d'exploitation est propriétaire des porcs qu'il élève ou engraisse.
  Les exploitations sont constituées d'unités de production porcine répondant aux classes 2 et 3 définies dans l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées. L'unité de production porcine qui ne satisfait pas à ce critère et produit, avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, dans une filière reconnue au titre de la qualité différenciée en application de l'arrêté ministériel du 2 février 2004 définissant les critères minimaux permettant la reconnaissance de la qualité différenciée dans le secteur de la production porcine, est exemptée de cette obligation pour autant que les unités ne soient pas étendues.
  Une exploitation de type familial ne peut compter plus de 750 places de truies et leurs porcelets jusqu'à maximum 12 semaines d'âge, ou 2 000 places de porcs à l'engraissement, ou 2 000 places de porcs à l'engraissement et 300 places de truies en circuit fermé. Afin de juger du type d'exploitation, tous les porcs, qu'ils soient de qualité différenciée ou non, sont pris en compte. Pour les exploitations qui présentent plus de 2 000 places de porcs à l'engraissement et produisent, avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, dans une filière reconnue au titre de la qualité différenciée en application de l'arrêté ministériel du 2 février 2004, le nombre maximum de places de porcs équivaut au nombre de places constaté dans ces exploitations à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté.
Art. 8. Teneinde tot een evenwichtige betrekking bij te dragen tussen de ontwikkeling van de landbouw en de verwachtingen van de maatschappij, sluit het productdossier maatregelen in om de geluids- of geurhinder en de hinder gebonden aan de spreidingen te beperken.
Art. 8. Afin de concourir à une relation équilibrée entre le développement de l'agriculture et les attentes de la société, le cahier des charges inclut des mesures pour limiter les nuisances sonores ou olfactives et les nuisances liées aux épandages.
HOOFDSTUK IV. - Reikwijdte en structuur van de bestekken
CHAPITRE IV. - Portée et structure des cahiers des charges
Art. 9. Een bestek kan alleen op de productie van biggen van gedifferentieerde kwaliteit betrekking hebben.
  Een bestek voor de productie van varkensvlees van gedifferentieerde kwaliteit heeft betrekking op een sector zoals bepaald in artikel 5.
  De opfok en de vetmesting kunnen gelijktijding in het productdossier vermeld worden.
  De verschillende stappen zoals de versnijding, de verandering en de voorbereiding van het varkensvlees worden precies in het productdossier bepaald.
Art. 9. Un cahier des charges peut porter uniquement sur la production de porcelets de qualité différenciée.
  Un cahier de charges pour la production de viande porcine de qualité différenciée porte sur une filière telle que définie à l'article 5.
  Le naissage et l'engraissement peuvent figurer simultanément dans le cahier des charges.
  Les différentes étapes telles que la découpe, la transformation et la préparation de la viande porcine sont décrites exhaustivement dans le cahier des charges.
Art. 10. De punten 1° tot 5° en 7° tot 17° van bijlage 1, artikel 3, eerste lid, van het besluit van de Waalse Regering tot invoering van het gewestelijk systeem inzake gedifferentieerde kwaliteit voor landbouwproducten en voedingsmiddelen zijn relevant om elk bestek voor de productie van varkensvlees van gedifferentieerde kwaliteit op te maken.
Art. 10. Les points 1° à 5° et 7° à 17°, de l'annexe 1, article 3, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 instaurant le système régional de qualité différenciée pour les produits agricoles et les denrées alimentaires, sont pertinents pour établir tout cahier des charges pour la production de viande porcine de qualité différenciée.
HOOFDSTUK V. - Uitvoering van de autocontrolegidsen
CHAPITRE V. - Mise en oeuvre des guides d'autocontrôle
Art. 11. Voor de productie van biggen en voor de productie van mestvarkens passen de betrokken operatoren van de keten een autocontrolesysteem toe dat op grond van de sectorale gids voor de primaire productie bekrachtigd is.
  Voor de productie van de dierenvoeding, voor de verschillende stappen in het slachten en de slagerij, passen de betrokken operatoren van de keten een autocontrolesysteem toe dat op grond van voor die sectoren goedgekeurde sectorale gidsen bekrachtigd is.
Art. 11. Pour la production de porcelets et pour la production de porcs d'engraissement, les opérateurs concernés de la filière appliquent un système d'autocontrôle validé sur base du guide sectoriel pour la production primaire.
  Pour la production de l'alimentation animale, pour les étapes d'abattage et pour les étapes de boucherie, les opérateurs concernés de la filière appliquent un système d'autocontrôle validé sur base des guides sectoriels approuvés pour ces secteurs.
HOOFDSTUK VI. - Dwingende elementen waaruit de minimale differentiatiesokkel bestaat
CHAPITRE VI. - Eléments obligatoires pour un socle minimal de différenciation
Art. 12. De artikelen 13 tot 17 vormen de minimale vereisten die, als ze in een bestek geïmplementeerd worden, de biggen of het varkensvlees de grondslag van hun gedifferentieerd karakter toekennen.
  Elk bestek maakt door middel van controleerbare criteria elk verschil objectief ten opzichte van de standaardproductie die op de markt als referentie dient.
Art. 12. Les articles 13 à 17 constituent les exigences minimales qui, implémentées dans un cahier des charges, confèrent aux porcelets ou à la viande porcine le fondement de leur caractère différencié.
  Tout cahier des charges rend objective, au moyen de critères contrôlables, toute différence par rapport à la production standard servant de référence sur le marché.
Art. 13. Het productdossier bepaalt de te nemen maatregelen voor de uitvoering of het behoud van de integratie in het landschap van de gebouwen van de varkensproductie-eenheden bestemd voor de gedifferentieerde kwaliteit.
  De landschapsintegratie van elk nieuw gebouw wordt geoptimaliseerd met inachtneming van de leefmilieu- en topografische context en van de bestaande woonkernen. Daartoe baseert zich de auteur van het project op de laatste versie van het document "Intégration Paysage Agriculture - Conseils pour l'intégration paysagère des bâtiments agricoles" uitgegeven door het Ministerie van het Waalse Gewest, Directoraat-generaal Landbouw en Directoraat-Generaal Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Patrimonium, of op elk ander document afkomstig van een erkende overheid of bevoegdheid zoals de "Fondation rurale de Wallonie" of de vereniging " Plus Beaux Villages de Wallonie ". De auteur van het project rechtvaardigt de integratie van de nieuwe gebouwen, waarbij hij de opmerkingen van het schepencollege of de gemachtigd ambtenaar bevoegd voor Stedenbouw uit en in aanmerking neemt. Elke wijziging aan een bestaand gebouw onderworpen aan het productdossier steunt eveneens op dit principe.
  Wanneer een varkensproductie-eenheid tegelijkertijd voor de varkensproductie van gedifferentieerde kwaliteit volgens een erkend bestek en een andere varkensproductiewijze zorgt, worden de producties in afzonderlijke gebouwen die eenduidig worden geïdentificeerd, uitgevoerd. De traceerbaarheid van de bewoning van de gebouwen wordt gegarandeerd.
  In elk nieuw gebouw waarin varkens worden gehouden moeten openingen in dak en/of muren voorzien worden teneinde natuurlijke lichtval toe te laten. De totale oppervlakte van de openingen is niet kleiner dan 5 % van de vloeroppervlakte.
Art. 13. Le cahier des charges précise les mesures à prendre pour réaliser ou maintenir l'intégration dans le paysage des bâtiments des unités de production porcine affectés à la qualité différenciée.
  L'intégration paysagère de tout nouveau bâtiment est optimisée en tenant compte du contexte environnemental, topographique et du bâti existant. A cette fin, l'auteur du projet s'inspire de la dernière version du document " Intégration Paysage Agriculture - Conseils pour l'intégration paysagère des bâtiments agricoles " édité par le Ministère de la Région wallonne, Direction générale de l'Agriculture et Direction générale de l'Aménagement du Territoire, du Logement et du Patrimoine " ou tout autre document provenant d'une autorité ou compétence reconnue telle que la Fondation rurale de Wallonie ou l'association " Plus Beaux Villages de Wallonie ". L'auteur du projet justifie l'intégration des nouveaux bâtiments tout en énonçant et tenant compte des remarques émises par le Collège échevinal ou le Fonctionnaire délégué qui a l'Urbanisme dans ses compétences. Toute modification apportée à un bâtiment existant, soumis au cahier des charges, se fonde également sur ce même principe.
  Lorsqu'une unité de production porcine mène en même temps la production porcine de qualité différenciée suivant un cahier des charges agréé et un autre mode de production porcine, les productions sont menées dans des bâtiments distincts et identifiés de manière univoque. La traçabilité de l'occupation des bâtiments est assurée.
  Dans tout nouveau bâtiment hébergeant des porcs, des ouvertures sont prévues dans le toit ou les murs ou les deux afin de permettre l'entrée de la lumière naturelle. La surface totale des ouvertures n'est pas inférieure à 5 % de la surface totale au sol.
Art. 14. § 1. Het productdossier sluit criteria in die het goede leiden van dieren, van de hygiëne en van het onderhoud van gebouwen garanderen.
  § 2. Deze criteria voorkomen geurhinder, alsook de verspreiding van insecten en andere ongedierte zoals de knaagdieren. De directe omgeving van de varkensstallen maken het voorwerp uit van een bijzondere aandacht inzake opruimen en netheid.
  § 3. Bij aanwezigheid van een buitentraject bepaalt het productdossier de wijze waarop de omringende afsluitingen het mogelijk maken de contacten met de wilde zwijnen te voorkomen. Een systeem voor het beheer van het traject wordt vastgelegd.
  § 4. Indien stalstro wordt gebruikt, is bedoeld stalstro proper en droog.
  § 5. Een voorzorgsplan op het niveau van het bedrijf staat vermeld in het productdossier.
  § 6. Indien de chirurgische castratie van de biggen vóór 8 leeftijdsdagen plaatsvindt, wordt een pijnstilling verricht.
  § 7. De partijen mestvarkens blijven gescheiden tijdens het uitvasten, het vervoer en de afwachting in het slachthuis. Voor het vervoer en de afwachting in het slachthuis kan een uitbreiding van het begrip van partij tot het geheel van de varkens die tegelijkertijd van eenzelfde productie-eenheid afkomstig zijn, toegelaten worden voor zover de promotor nauwkeurig de maatregelen bepaalt om de ongunstige effecten op de dieren, de karkassen en de kwaliteit van het vlees te voorkomen.
  De duur van het vasten tussen de laatste maaltijd en het slachtuur moet minstens achttien uur en hoogst vierentwintig uur zijn.
  Bijlage 1 bepaalt de na te komen minimale vereisten inzake de lading, het vervoer, de ontlading, de afwachting en de dierenzorg in het slachthuis.
Art. 14. § 1er. Le cahier des charges inclut des critères garantissant la bonne conduite des animaux, l'hygiène et l'entretien des bâtiments.
  § 2. Les critères préviennent les nuisances olfactives ainsi que la prolifération des insectes et autres nuisibles tels que les rongeurs. Les alentours immédiats des porcheries font l'objet d'une attention particulière en matière de rangement et de propreté.
  § 3. En cas de présence d'un parcours extérieur, le cahier des charges précise la façon dont les clôtures d'enceinte permettent d'éviter les contacts avec les suidés sauvages. Un système de gestion du parcours est établi.
  § 4. Lorsqu'il est fait usage de litière, elle est maintenue propre et sèche.
  § 5. Un plan de prophylaxie au niveau de l'exploitation figure dans le cahier des charges.
  § 6. Si la castration chirurgicale des porcelets est pratiquée avant 8 jours d'âge, une analgésie est réalisée.
  § 7. Les lots de porcs à l'engraissement restent séparés pendant la mise à jeun, le transport et l'attente à l'abattoir. Pour le transport et l'attente à l'abattoir, une extension de la notion de lot à l'ensemble des porcs issus en même temps d'une même unité de production porcine peut être admise pour autant que le promoteur précise en détail les mesures propres à éviter des effets défavorables sur les animaux, les carcasses et la qualité de la viande.
  La durée du jeûne entre le dernier repas et l'heure d'abattage doit être de dix-huit heures au moins et de vingt-quatre heures au plus.
  L'annexe 1 précise les exigences minimales à respecter en matière de conditions de chargement, de transport, de déchargement, d'attente et de soins aux animaux à l'abattoir.
Art. 15. § 1. Het productdossier omvat criteria die het goede beheer van veemest garanderen, zowel wat betreft de opslag als de verspreiding ervan.
  § 2. De veehouder beheert het strooien van mest om de geurhinder te beperken door de volgende maatregelen uit te voeren :
  1° op zondagen en wettelijke feestdagen niet strooien;
  2° de aalt met een strooisysteem verspreiden zodat de aalt zo dicht mogelijk bij de vloer wordt verspreid.
  3° de mest binnen 24 uur na het strooien op een teeltgrond vermengen.
  Gedurende deze verrichtingen moet de landbouwer ervoor zorgen de geurhinder en de verspreiding van insecten en andere ongedierte te voorkomen.
Art. 15. § 1er. Le cahier des charges inclut des critères garantissant la bonne gestion des effluents d'élevage, tant en ce qui concerne leur stockage que leur épandage.
  § 2. L'éleveur gère l'épandage des effluents de façon à réduire la gêne provoquée par les odeurs en mettant en oeuvre les mesures suivantes :
  1° ne pas épandre les dimanches et les jours fériés;
  2° épandre le lisier à l'aide d'un système d'épandage permettant de déposer le lisier le plus proche possible du sol;
  3° incorporer les effluents dans les vingt-quatre heures après l'épandage sur une terre de culture.
  Au cours de ces opérations, l'éleveur veille à prévenir les nuisances olfactives et la prolifération des insectes et autres nuisibles.
Art. 16. § 1. Elke big van gedifferentieerde kwaliteit vanaf twintig kg en elk mestvarken bestemd voor de productie van varkensvlees van gedifferentieerde kwaliteit krijgt een voeding die de in bijlage 2 bedoelde positieve lijst van de toegestane ingrediënten naleeft.
  Wanneer het productdossier de opfok omvat, leeft de voeding van de drachtige en zoogzeugen de positieve lijst van de toegestane ingrediënten na.
  § 2. De in de positieve lijst toegestane ingrediënten zijn producten die niet geklasseerd worden als bevattende genetisch gemodificeerde organismen zoals omschreven in artikel 2, 2°, van het koninklijk besluit van 21 februari 2005 tot reglementering van de doelbewuste introductie in het leefmilieu evenals van het in de handel brengen van genetisch gemodificeerde organismen of van producten die er bevatten.
  § 3. Om de uitstoot van stikstof en mineralen te verminderen :
  a) is het voedingssysteem van de mestvarkens minstens tweefasig, waarbij het achtereenvolgens een opfokvoer en een afmestvoer omvat om de voeding aan te passen aan de werkelijke behoeften van de dieren;
  b) bestaat het voedingssysteem van de mestvarkens uit voedingsmiddelen waarvan het gehalte aan fosfor kleiner is dan 0,60 %.
  § 4. Het graangehalte en graanproducten van het voedingsmiddel van de mestvarkens is minstens 50 %.
  § 5. Wanneer het drinkwater niet afkomstig is van het distributienet (putwater, opgeslagen water) wordt een controle van de microbiologische en fysich-chemische kwaliteit van het water aan het einde van de waterinstallatie minstens één keer per jaar wordt uitgeoefend. De te controleren parameters en de na te leven normen worden in bijlage 3 vermeld. Wanneer het drinkwater van het distributienet afkomstig is, wordt slechts een controle van de microbiologische kwaliteit van het water aan het einde van de waterinstallatie één keer per jaar verricht.
Art. 16. § 1er. Tout porcelet de qualité différenciée à partir de vingt kg et tout porc d'engraissement destiné à produire de la viande porcine de qualité différenciée, reçoit une alimentation respectant la liste positive des ingrédients autorisés reprise à l'annexe 2.
  Lorsque le cahier des charges comprend le naissage, l'alimentation des truies en gestation et en allaitement respecte la liste positive des ingrédients autorisés.
  § 2. Les ingrédients autorisés dans la liste positive sont des produits non étiquetés comme contenant des organismes génétiquement modifiés tels que définis à l'article 2, 2°, de l'arrêté royal du 21 février 2005 réglementant la dissémination volontaire dans l'environnement ainsi que la mise sur le marché d'organismes génétiquement modifiés ou de produits en contenant.
  § 3. Pour réduire les rejets azotés et minéraux, le système d'alimentation des porcs à l'engraissement :
  a) est au moins bi-phase comprenant successivement un aliment de croissance et un aliment de finition pour ajuster l'alimentation aux besoins réels des animaux;
  b) est constitué d'aliments dont la teneur en phosphore est inférieure à 0,60 pourcent.
  § 4. La teneur en céréales et coproduits de céréales de l'aliment des porcs à l'engraissement est de minimum cinquante pour cent.
  § 5. Lorsque l'eau d'abreuvement ne provient pas du réseau de distribution (eau de puits, eau stockée), un contrôle de la qualité microbiologique et physico-chimique de l'eau est opéré en bout de ligne d'eau, au moins une fois par an. Les paramètres à contrôler et les normes à respecter figurent en annexe 3. Lorsque l'eau d'abreuvement provient du réseau de distribution, seul un contrôle de la qualité microbiologique de l'eau est réalisé en bout de ligne une fois par an.
Art. 17. Het productdossier sluit criteria in die de technologische kwaliteit van het varkensvlees garanderen om het bleke en exsudatieve en het donkere en droge vlees te voorkomen.
Art. 17. Le cahier des charges inclut des critères garantissant la qualité technologique de la viande porcine afin d'éviter les viandes pâles et exsudatives et les viandes foncées et sèches.
HOOFDSTUK VII. - Facultatieve differentiatie-elementen
CHAPITRE VII. - Eléments facultatifs de différenciation
Art. 18. Naast de minimale eisen van de artikelen 13 tot 17 neemt de promotor drie differentiatie-oriëntaties onder de volgende op :
  1° de productiewijze in een gesloten circuit ter aanvulling van artikel 13° ;
  2° bij de bouw van nieuwe gebouwen in een varkensproductie-eenheid, de begeleiding van het project door een landschapsarchitect ter aanvulling van artikel 13;
  3° de installatie en het goede beheer van een systeem waarbij een positieve energetische balans van de gebouwen van alle varkensproductie-eenheden bestemd voor de gedifferentieerde kwaliteit gegarandeerd wordt, ter aanvulling van artikel 13° ;
  4° de installatie en het goede beheer van een systeem gekozen onder de in bijlage 4 bedoelde technologieën of erkend in een land van de Europese Unie of elk ander systeem goedgekeurd door de Wetenschappelijke commissie voor agrovoedingsproducten, waarbij de emissies van ammoniak en andere hindernissen duidelijk kunnen worden beperkt, ter aanvulling van artikel 13° ;
  5° de aanwezigheid van een stalstro voor de dieren, waarvan de beschikbare oppervlakte hoger is dan 50 % van de totale binnenoppervlakte van de hok, ter aanvulling van artikel 14;
  6° elk systeem dat voor de hele keten wordt georganiseerd, zoals de begeleiding of de groepactie ter voorkoming van de verspreiding van pathogene microben voor het dier en voor de mens, dat verder reikt dan de vigerende wetgeving, ter aanvulling van artikel 14;
  7° een alternatief voor de chirurgische castratie, ter aanvulling van artikel 14° ;
  8° de schriftelijke verbintenis van de landbouwer waarbij hij zich ertoe verbindt de door het strooien betrokken gronden te lokaliseren, een bemestingsregister bij te houden met vermelding, perceel per perceel, van alle organische bemestingen, en de behandelingsdatum van de mest, alsook de totstandkoming, op plaatselijk niveau, van een dialoog met de aanwonenden, waarvan de modaliteiten in het productdossier worden bepaald, ter aanvulling van artikel 15° ;
  9° de toevoeging in het voedingsmiddel van granen en graanproducten ten belope van minstens 70 %, ter aanvulling artikel 16° ;
  10° het gebruik ten belope van meer dan 90 % van het percentage van de portie, van granen, olie- en eiwithoudende gewassen gekweekt in de Europese regio's vermeld op de kaart in bijlage 5, om een nabijheidsbevoorrading te garanderen die de traceerbaarheidsgaranties verstrekt, de vertrouwensbetrekkingen met de leveranciers vergemakkelijkt en een milieuvoordeel is, ter aanvulling van artikel 16, alsook een onfeilbaar bewijs van de traceerbaarheid om de nabijheid van de bevoorrading te waarborgen;
  10° elk traceerbaarheidssysteem uitgevoerd binnen een keten, dat verder reikt dan de vigerende wetgeving, voor zover het leidt tot een duidelijk verhoogde voedselzekerheid ten opzichte van wat voortvloeit uit de toepassing van de wetgeving of dat een belang vertoont ten opzichte van de verwachtingen van de gebruiker, ter aanvulling van artikel 17.
  De gekozen differentiatie-oriëntaties worden in het productdossier door middel van controleerbare criteria objectief gemaakt.
Art. 18. En plus des exigences minimales des articles 13 à 17, le promoteur intègre au cahier des charges trois orientations de différenciation parmi les suivantes :
  1° le mode de production en circuit fermé, en complément de l'article 13;
  2° lors de la construction de nouveaux bâtiments dans une unité de production porcine, l'accompagnement du projet par un architecte-paysagiste, en complément de l'article 13;
  3° l'installation et la bonne gestion d'un système garantissant un bilan énergétique positif des bâtiments de toutes les unités de production porcine affectés à la qualité différenciée, en complément de l'article 13;
  4° l'installation et la bonne gestion d'un système choisi parmi les technologies reprises à l'annexe 4 ou agréé dans un pays de l'Union européenne ou tout autre système approuvé par la Commission scientifique pour les produits agroalimentaires, permettant de limiter significativement les émissions d'ammoniac et autres nuisances, en complément de l'article 13;
  5° la présence d'une litière pour les animaux, dont la surface disponible est supérieure à cinquante pour cent de la surface intérieure totale de la loge, en complément de l'article 14;
  6° tout système mis en place au niveau de l'ensemble de la filière tel que l'encadrement ou l'action de groupe, pour lutter contre les microorganismes pathogènes pour l'animal et pour l'homme, allant au-delà de la législation en vigueur, en complément de l'article 14;
  7° une alternative à la castration chirurgicale, en complément de l'article 14;
  8° l'engagement écrit de l'agriculteur à localiser les terres concernées par les épandages, à tenir un registre d'épandage reprenant, parcelle par parcelle, tous les épandages organiques, et les dates de manipulation des effluents, ainsi que l'instauration, au niveau local, d'un dialogue avec les riverains, dont les modalités sont précisées dans le cahier des charges, en complément de l'article 15;
  9° l'incorporation dans l'aliment de céréales et issues de céréales à hauteur d'au moins septante pour cent, en complément de l'article 16;
  10° l'utilisation, à concurrence de plus de nonante pour cent des taux de la ration, de céréales, de protéagineux et d'oléoprotéagineux cultivés dans les régions européennes reprises sur la carte en annexe 5, pour garantir un approvisionnement de proximité qui renforce les garanties de traçabilité, facilite les relations de confiance avec les fournisseurs et constitue un avantage environnemental, en complément de l'article 16, ainsi qu'une preuve infaillible de la traçabilité afin de garantir la proximité de l'approvisionnement;
  11° tout système de traçabilité mis en oeuvre au sein d'une filière, allant au-delà de la législation en vigueur, pour autant qu'il conduise à une sécurité alimentaire accrue de manière significative par rapport à ce qui résulte de la mise en application de la législation ou qu'il présente un intérêt vis-à-vis des attentes du consommateur, en complément de l'article 17.
  Les orientations de différenciation choisies sont rendues objectives dans le cahier des charges au moyen de critères contrôlables.
Art. 19. Naast de vereisten bedoeld in de artikel 13 tot 17 kan elke promotor van een bestek in bijkomende vereisten voorzien die leiden tot andere differentiatie-eigenschappen van het varkensvlees van gedifferentieerde kwaliteit.
Art. 19. Hormis les exigences prévues aux articles 13 à 17, tout promoteur d'un cahier des charges peut prévoir des exigences supplémentaires conduisant à d'autres caractéristiques de différenciation de la viande porcine de qualité différenciée.
HOOFDSTUK VIII. - Minimaal controleplan en organisatie van de certificering
CHAPITRE VIII. - Plan minimal de contrôle et organisation de la certification
Art. 20. Het bij het productdossier gevoegde controleplan omvat minstens :
  1° bij de oorspronkelijke evaluatie voor de certificering :
  a) een oorspronkelijke controle van de operatoren van de keten;
  b) een oorspronkelijke controle van de traceerbaarheid van de keten;
  c) de analyse van een monster van de voeding bestemd voor de biggen van gedifferentieerde kwaliteit;
  d) de analyse van een monster van de voeding bestemd voor de mestvarkens bestemd voor de productie van varkensvlees van gedifferentieerde kwaliteit;
  e) de analyse van het drinkwater;
  f) een oorspronkelijke controle van de verschillende stappen zoals de versnijding, de verandering en de voorbereiding van varkensvlees;
  g) de verificatie van de overeenstemming ten opzichte van de minimale vereisten van dit besluit;
  2° bij de opvolging om te garanderen dat de vereisten van het productdossier gehandhaafd worden :
  a) een periodieke controle van de operatoren van de keten;
  b) een periodieke controle van de traceerbaarheid van de keten;
  c) de periodieke analyse van een monster van de voeding bestemd voor de biggen van gedifferentieerde kwaliteit;
  d) de periodieke analyse van een monster van de voeding bestemd voor de mestvarkens bestemd voor de productie van varkensvlees van gedifferentieerde kwaliteit;
  e) de periodieke analyse van het drinkwater;
  f) een periodieke controle van de verschillende stappen zoals de versnijding, de verandering en de voorbereiding van varkensvlees;
  g) de periodieke verificatie van de overeenstemming ten opzichte van de minimale vereisten van dit besluit.
  Het productdossier bepaalt de analyses, de periodiciteiten, de bemonsteringsmodaliteiten en de in het eerste lid bedoelde controleprocedures.
  Overeenkomstig het eerste lid, 2°, moet het controleplan bij de opvolging ervoor zorgen dat alle operatoren van een keten minstens één keer tijdens een in het productdossier bepaalde periode gecontroleerd worden.
  Het controleplan voorziet in een verhouding van onverwachte controles geprogrammeerd op grond van een analyse van de risico's.
Art. 20. Le plan de contrôle annexé au cahier des charges comprend au minimum :
  1° lors de l'évaluation initiale pour la certification :
  a) un contrôle initial des opérateurs de la filière;
  b) un contrôle initial de la traçabilité de la filière;
  c) l'analyse d'un échantillon de l'alimentation destinée aux porcelets de qualité différenciée;
  d) l'analyse d'un échantillon de l'alimentation destinée aux porcs d'engraissement destinés à produire de la viande porcine de qualité différenciée;
  e) l'analyse de l'eau de boisson;
  f) un contrôle initial couvrant les différentes étapes de découpe, de transformation et de préparation de la viande porcine;
  g) la vérification de la conformité par rapport aux exigences minimales du présent arrêté;
  2° lors du suivi pour garantir que les exigences du cahier des charges sont maintenues :
  a) un contrôle périodique des opérateurs de la filière;
  b) un contrôle périodique de la traçabilité de la filière
  c) l'analyse périodique d'un échantillon de l'alimentation destinée aux porcelets de qualité différenciée;
  d) l'analyse périodique d'un échantillon de l'alimentation destinée aux porcs d'engraissement destinés à produire de la viande porcine de qualité différenciée;
  e) l'analyse périodique de l'eau de boisson;
  f) un contrôle périodique couvrant les différentes étapes de découpe, de transformation et de préparation de la viande porcine;
  g) la vérification périodique de la conformité par rapport aux exigences minimales du présent arrêté.
  Le cahier des charges précise les analyses, les périodicités, les modalités d'échantillonnage et les procédures de contrôle mentionnées à l'alinéa 1er.
  Aux fins de l'alinéa 1er, 2°, le plan de contrôle lors du suivi doit assurer que tous les opérateurs d'une filière sont contrôlés au moins une fois au cours d'une période déterminée par le cahier des charges.
  Le plan de contrôle prévoit une proportion de contrôles inopinés programmés sur base d'une analyse de risques.
Art. 21. De certificering van biggen van gedifferentieerde kwaliteit of van varkensvlees van gedifferentieerde kwaliteit heeft betrekking op een keten zoals bepaald in artikel 5.
  Alle vormen en alle verpakkingen waarin het varkensvlees in de handel wordt gebracht met een verwijzing naar de specifieke benaming worden onderworpen aan de certificering.
Art. 21. La certification de porcelets de qualité différenciée ou de viande porcine de qualité différenciée porte sur une filière telle que décrite à l'article 5.
  Toutes les formes et tous les conditionnements sous lesquels la viande porcine est commercialisée en faisant référence à la dénomination spécifique de produit sont soumis à la certification.
HOOFDSTUK IX. - Valorisatie en commercialisering van de producten
CHAPITRE IX. - Valorisation et commercialisation des produits
Art. 22. Elk bestek dat de productie van mestvarkens omvat houdt in dat minstens één type product afkomstig van de keten bij de gebruiker in de handel wordt gebracht onder de benaming bepaald in het productdossier.
Art. 22. Tout cahier des charges comportant la production de porcs d'engraissement implique qu'au moins un type de produit issu de la filière soit commercialisé auprès du consommateur sous la dénomination apparaissant dans le cahier des charges.
Art. 23. Binnen twee jaar na de erkenning van een bestek voor de productie van varkensvlees van gedifferentieerde kwaliteit worden minstens 25 % op jaarbasis van het aantal gecertificeerde karkassen geheel of gedeeltelijk gevaloriseerd onder de productbenaming bepaald in het productdossier.
  HOOFDTUK X. - Meerwaarde bestemd voor de landbouwer
Art. 23. Dans les deux ans suivant la reconnaissance d'un cahier des charges pour la production de viande porcine de qualité différenciée, au moins vingt-cinq pour cent, sur base annuelle, du nombre des carcasses certifiées sont valorisées, en tout ou en partie, sous la dénomination de produit prévue dans le cahier des charges.
Art. 24. De promotor van de keten garandeert een financiële meerwaarde aan de landbouwer ten opzichte van de standaardproductie die op de markt als basis dient, en die in het productdossier wordt vermeld. De promotor bepaalt een berekeningswijze om deze meerwaarde te kunnen schatten.
CHAPITRE X. - Plus-value destinée à l'agriculteur
HOOFDSTUK XI. - Afwijkingen
Art. 24. Le promoteur de la filière garantit à l'agriculteur une plus-value financière, par rapport à la production standard servant de référence sur le marché, qui figure dans le cahier des charges. Le promoteur définit un mode de calcul permettant de chiffrer la plus-value.
Art. 25. Indien niet kan worden voldaan aan artikel 3, 2°, b), vraagt de promotor van de keten een gemotiveerde aan de dienst naar verlang van de beperkte beschikbaarheid van biggen van gedifferentieerde kwaliteit.
CHAPITRE XI. - Dérogations
HOOFDSTUK XII. - Overgangsbepalingen
Art. 25. Dans l'impossibilité de satisfaire à l'article 3, 2°, b), une dérogation motivée est demandée par le promoteur de la filière auprès du service en fonction de la disponibilité limitée de porcelets de qualité différenciée.
Art. 26. § 1. Om verder in aanmerking te komen voor de erkenning als gedifferentieerde kwaliteit worden de bestekken erkend overeenkomstig het ministerieel besluit van 2 februari 20014 tot vaststelling van de minimale criteria voor de erkenning van de gedifferentieerde kwaliteit in de varkenssector gewijzigd om te voldoen aan de eisen van dit besluit.
CHAPITRE XII. - Dispositions transitoires
Art. 27. Het ministerieel besluit van 2 februari 2004 tot vaststelling van de minimale criteria voor de erkenning van de gedifferentieerde kwaliteit in de varkenssector, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 16 juli 2007, wordt opgeheven.
Art. 26. § 1er. Pour continuer à bénéficier de la reconnaissance au titre de la qualité différenciée, les cahiers des charges reconnus en application de l'arrêté ministériel du 2 février 2004 définissant les critères minimaux permettant la reconnaissance de la qualité différenciée dans le secteur de la production porcine, sont modifiés pour répondre aux exigences du présent arrêté.
  Les cahiers des charges modifiés sont soumis à la procédure d'agrément des cahiers des charges décrite à l'article 8 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 instaurant le système régional de qualité différenciée pour les produits agricoles et les denrées alimentaires, au plus tard dans les six mois suivant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté. Si la procédure d'agrément n'aboutit pas favorablement dans les vingt-quatre mois suivant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, l'arrêté de reconnaissance du cahier des charges cesse de produire ses effets à cette date.
  § 2. Les exploitations produisant, avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, des produits de qualité différenciée reconnus en application de l'arrêté ministériel du 2 février 2004 définissant les critères minimaux permettant la reconnaissance de la qualité différenciée dans le secteur de la production porcine, se mettent en conformité avec les exigences des cahiers des charges modifiés dans les douze mois suivant leur agrément par le ministre.
BIJLAGEN.
Art. 27. L'arrêté ministériel du 2 février 2004 définissant les critères minimaux permettant la reconnaissance de la qualité différenciée dans le secteur de la production porcine, modifié par l'arrêté ministériel du 16 juillet 2007, est abrogé.
Art. N1. Bijlage 1. - Voorwaarden betreffende de lading, het vervoer, de uitlading, de afwachting en de dierenzorg in het slachthuis per diersoort
ANNEXES.
Art. N2. Bijlage 2. Positieve lijst van de toegestane ingrediënten onverminderd de andere reglementaire vigerende bepalingen
Art. N1. Annexe 1. - Conditions de chargement, de transport, de déchargement, d'attente et de soins aux animaux vers l'abattoir
  Durant les opérations de chargement, transport et déchargement des animaux vers l'abattoir, l'embarquement et le débarquement se font en douceur :
  1° à aucun moment, il n'est fait usage ni de piles électriques, ni de bâtons, ni d'autres instruments de coercition;
  2° il n'est pas administré de tranquillisants aux animaux.
  Attente et soins à l'abattoir :
  1° les lots de porcs sont maintenus séparés;
  2° le sol des loges et des couloirs est antidérapant;
  3° les animaux ont de l'eau potable à leur disposition;
  4° si la température est supérieure à 25 ° C, les porcs sont rafraîchis par vaporisation d'eau ou brumisation;
  5° un délai d'au moins une heure est respecté entre le déchargement et l'abattage des animaux du lot.
Nummer Namen
 Grondstoffen
1 Tarwe (met inbegrip van mout)
2 Gerst (met inbegrip van mout)
3 Haver (met inbegrip van mout)
4 Triticale
5 Spelt
6 Rogge
7 Boekweit
8 Mais ( met inbegrip van kuilmais of inert gemaakte korrelmais)
11 Koolzaden
12 Lijnzaden
13 Sojazaden
14 Erwten
15 Paardenbonen
16 Lupinen
17 Linzen
18 Johannesbroden
19 Gedroogde luzerne
20 Lokaal geproduceerd voeder zonder verwerking d.m.v. een niet-landbouwkundige stof (wortels, knollen, inkuilen van mais, stro en koolraap inbegrepen)
21 Vloiebare melk of melkpoeder
 Coproducten
101 Kiemwortels van mout, gerst, tarwe en haver
102 Tarwekortemeel
103 Tarwezemelen
104 Haverzemelen
105 Tarwekriel
106 Tarweglutenmeel
107 Tarweglutenfeed
108 Tarwekiemen
109 Maisglutenmeel
110 Maisglutenfeed
111 Maiskiemkoeken
112 Koolzaadkoeken
113 Zonnebloemkoeken
114 Lijnkoeken
115 Sojakoeken
116 Sojaschalen of -tegumenten
117 Bietenpulp
118 Chicoreipulp
119 Aardappeleiwit
120 Biergist
121 Bakkerijgist
122 Zoete of zure wei of weipoeder
123 Karnemelk of karnemelkpoeder
124 Biet- of rietmelasse
125 Niet-gerecycleerde plantaardige vetstoffen, met uitzondering van mengsels van plantaardige vetzuren
126 Zetmeel
127 Dextrose
128 Glucose
129 Biet- of rietsuiker
130 Coproducten van de productie van biobrandstoffen
 Additieven
201 Bindmiddel : suikerbietenmelasse
202 Minerale complementen, oligo-elementen en vitaminen
203 Aminozuren
204 Organische zuren (citroen-, fumaar-, melk-, propion- en miere, azijn-, sorbine-, benzoë-, fosfor-, wijnsteen-, appel- en orthofosforzuur) en hun zouten
205 Enzymen ( fytasen, amylasen, xynalasen, glucanasen, galactosidasen, proteasen)
206 Probiotica
207 Prebiotica
208 Micro-organismen
209 Aromatische en aperitiefstoffen
Nummer NamenGrondstoffen1 Tarwe (met inbegrip van mout)2 Gerst (met inbegrip van mout)3 Haver (met inbegrip van mout)4 Triticale5 Spelt6 Rogge7 Boekweit8 Mais ( met inbegrip van kuilmais of inert gemaakte korrelmais)11 Koolzaden12 Lijnzaden13 Sojazaden14 Erwten15 Paardenbonen16 Lupinen17 Linzen18 Johannesbroden19 Gedroogde luzerne20 Lokaal geproduceerd voeder zonder verwerking d.m.v. een niet-landbouwkundige stof (wortels, knollen, inkuilen van mais, stro en koolraap inbegrepen)21 Vloiebare melk of melkpoederCoproducten101 Kiemwortels van mout, gerst, tarwe en haver102 Tarwekortemeel103 Tarwezemelen104 Haverzemelen105 Tarwekriel106 Tarweglutenmeel107 Tarweglutenfeed108 Tarwekiemen109 Maisglutenmeel110 Maisglutenfeed111 Maiskiemkoeken112 Koolzaadkoeken113 Zonnebloemkoeken114 Lijnkoeken115 Sojakoeken116 Sojaschalen of -tegumenten117 Bietenpulp118 Chicoreipulp119 Aardappeleiwit120 Biergist121 Bakkerijgist122 Zoete of zure wei of weipoeder123 Karnemelk of karnemelkpoeder124 Biet- of rietmelasse125 Niet-gerecycleerde plantaardige vetstoffen, met uitzondering van mengsels van plantaardige vetzuren126 Zetmeel127 Dextrose128 Glucose129 Biet- of rietsuiker130 Coproducten van de productie van biobrandstoffenAdditieven201 Bindmiddel : suikerbietenmelasse202 Minerale complementen, oligo-elementen en vitaminen203 Aminozuren204 Organische zuren (citroen-, fumaar-, melk-, propion- en miere, azijn-, sorbine-, benzoë-, fosfor-, wijnsteen-, appel- en orthofosforzuur) en hun zouten205 Enzymen ( fytasen, amylasen, xynalasen, glucanasen, galactosidasen, proteasen)206 Probiotica207 Prebiotica208 Micro-organismen209 Aromatische en aperitiefstoffen
In de zin van § 1, 20°, wordt verstaan onder "Lokaal geproduceerd voeder zonder verwerking d.m.v. een niet-landbouwkundige stof", voeder geproduceerd binnen een straal van minder dan 100 km rond de varkensproductie-eenheid en dat niet veranderd is door een niet-landbouwkundige stof.
  De positieve lijst van de toegestane ingrediënten :
  a) sluit de additieven uit die niet onder de minerale complementen en vitaminen worden vermeld;
  b) bevat de hulpstoffen die noodzakelijk zijn voor het behoud daarvan zoals de antioxidanten bij plantaardige vetstoffen met uitzondering van BHT.
-
Art. N3. Bijlage 3. - Parameters van de analyse van het drinkwater
Art. N2. Annexe 2. Liste positive des ingrédients autorisés sans préjudice des autres dispositions réglementaires en vigueur
Parameters Maximale toelaatbare waarde
Microbiologische parameters :  
Totaal kiemgetal op 22° C (per ml) 100.000
Totale colibacteriën (per 100 ml) 100
E. coli (in 100 ml) Afwezigheid
Enterokokken (UFC/100ml) Afwezigheid
Fysisch-chemische parameters :  
pH 5,5 - 9,5
Nitriet (mg/l) 1
Nitraat (mg/l) 50
Parameters Maximale toelaatbare waardeMicrobiologische parameters : Totaal kiemgetal op 22° C (per ml) 100.000Totale colibacteriën (per 100 ml) 100E. coli (in 100 ml) AfwezigheidEnterokokken (UFC/100ml) AfwezigheidFysisch-chemische parameters : pH 5,5 - 9,5Nitriet (mg/l) 1Nitraat (mg/l) 50
Numéro Noms
 Matières premières
1 Froment (y compris malt)
2 Orge (y compris malt)
3 Avoine (y compris malt)
4 Triticale
5 Epeautre
6 Seigle
7 Sarrasin
8 Maïs (y compris grains ensilés ou inertés)
11 Graines de colza
12 Graines de lin
13 Graines de soja
14 Pois
15 Féveroles
16 Lupin
17 Lentilles
18 Caroube
19 Luzerne déshydratée
20 Fourrages produits localement et sans transformation par un agent non agricole (en ce compris les racines et tubercules, ensilage de maïs, paille)
21 Lait liquide ou en poudre
 Coproduits
101 Radicelles de malt d'orge, de froment, d'avoine
102 Rebulet de blé
103 Son fin de blé
104 Son d'avoine
105 Remoulage de blé
106 Glutenmeal de blé
107 Glutenfeed de blé
108 Germes de blé
109 Glutenmeal de maïs
110 Glutenfeed de maïs
111 Tourteaux de germes de maïs
112 Tourteaux de colza
113 Tourteaux de tournesol
114 Tourteaux de lin
115 Tourteaux de soja
116 Coques ou téguments de soja
117 Pulpes de betteraves
118 Pulpes de chicorée
119 Protéines de pomme de terre
120 Levure de bière
121 Levure de boulangerie
122 Lactosérum acide ou doux, liquide ou en poudre
123 Babeurre liquide ou en poudre
124 Mélasse de betterave ou de canne
125 Matières grasses végétales non recyclées à l'exclusion des mélanges d'acides gras d'origine végétale
126 Amidon
127 Dextrose
128 Glucose
129 Sucre de betterave ou de canne
130 Coproduits de la fabrication de biocarburants
 Additifs
201 Liant : mélasse de betterave
202 Compléments minéraux, oligoéléments et vitamines
203 Acides aminés
204 Acides organiques (citrique, fumarique, lactique, propionique, formique, acétique, sorbique, butyrique, benzoïque, phosphorique, tartrique, malique, orthophosphorique) et leurs sels
205 Enzymes (phytases, amylases, xylanases, glucanases, galactosidases, protéases)
206 Probiotiques
207 Prébiotiques
208 Microorganismes
209 Substances aromatiques et apéritives
Numéro NomsMatières premières1 Froment (y compris malt)2 Orge (y compris malt)3 Avoine (y compris malt)4 Triticale5 Epeautre6 Seigle7 Sarrasin8 Maïs (y compris grains ensilés ou inertés)11 Graines de colza12 Graines de lin13 Graines de soja14 Pois15 Féveroles16 Lupin17 Lentilles18 Caroube19 Luzerne déshydratée20 Fourrages produits localement et sans transformation par un agent non agricole (en ce compris les racines et tubercules, ensilage de maïs, paille)21 Lait liquide ou en poudreCoproduits101 Radicelles de malt d'orge, de froment, d'avoine102 Rebulet de blé103 Son fin de blé104 Son d'avoine105 Remoulage de blé106 Glutenmeal de blé107 Glutenfeed de blé108 Germes de blé109 Glutenmeal de maïs110 Glutenfeed de maïs111 Tourteaux de germes de maïs112 Tourteaux de colza113 Tourteaux de tournesol114 Tourteaux de lin115 Tourteaux de soja116 Coques ou téguments de soja117 Pulpes de betteraves118 Pulpes de chicorée119 Protéines de pomme de terre120 Levure de bière121 Levure de boulangerie122 Lactosérum acide ou doux, liquide ou en poudre123 Babeurre liquide ou en poudre124 Mélasse de betterave ou de canne125 Matières grasses végétales non recyclées à l'exclusion des mélanges d'acides gras d'origine végétale126 Amidon127 Dextrose128 Glucose129 Sucre de betterave ou de canne130 Coproduits de la fabrication de biocarburantsAdditifs201 Liant : mélasse de betterave202 Compléments minéraux, oligoéléments et vitamines203 Acides aminés204 Acides organiques (citrique, fumarique, lactique, propionique, formique, acétique, sorbique, butyrique, benzoïque, phosphorique, tartrique, malique, orthophosphorique) et leurs sels205 Enzymes (phytases, amylases, xylanases, glucanases, galactosidases, protéases)206 Probiotiques207 Prébiotiques208 Microorganismes209 Substances aromatiques et apéritives
Aux fins du paragraphe 1er, 20, il faut entendre par " Fourrages produits localement et sans transformation par un agent non agricole " des fourrages produits dans un rayon de moins de 100 km autour de l'unité de production porcine et qui n'ont pas été transformés par un agent non agricole.
  La liste positive des ingrédients autorisés :
  a) exclut les additifs qui ne sont pas cités parmi les compléments minéraux et vitaminés;
  b) inclut les adjuvants indispensables à la conservation tels les antioxydants dans les matières grasses végétales; cependant, l'hydroxytoluène butylé est interdit.
Art. N4. Bijlage 4. Technologieën om de geurhinder en de ammoniakemissies op significante wijze te beperken
  Lijst van de systemen :
  1° Systeem waarbij de contactvlak aalt-lucht kan worden verminderd;
  2° Systeem van weinig diepe mesttanks (of mestbakken) voor de lozing van de mest minstens één keer per week en het opslaan in een aparte opslagplaats;
  3° Systeem waarbij de scheiding van de vloeibare en vaste fasen van de mest onmiddellijk na de productie ervan mogelijk wordt gemaakt;
  4° systeem voor de biologische reiniging van de lucht dat een vermindering van 50 % of meer van de geuremissies op grond van de technische specificaties van het toestel garandeert;
  5° systeem voor de chemische reiniging van de lucht dat een vermindering van 50 % of meer van de geuremissies op grond van de technische specificaties van het toestel garandeert.
  Het toegepaste systeem werkt goed en wordt minstens 1 keer per jaar of volgens de technische specificaties van toestellen wanneer ze bestaan, onderhouden.
Art. N3. Annexe 3. Paramètres d'analyse de l'eau de boisson
-
Paramètres Valeur maximale acceptable
Paramètres microbiologiques :  
Germes totaux à 22 ° C (par ml) 100.000
Coliformes totaux (par 100 ml) 100
E. coli (dans 100 ml) Absence
Entérocoques (dans 100 ml) Absence
Paramètres physico-chimiques :  
pH 5,5 - 9,5
Nitrite (mg/l) 1
Nitrate (mg/l) 50
Paramètres Valeur maximale acceptableParamètres microbiologiques : Germes totaux à 22 ° C (par ml) 100.000Coliformes totaux (par 100 ml) 100E. coli (dans 100 ml) AbsenceEntérocoques (dans 100 ml) AbsenceParamètres physico-chimiques : pH 5,5 - 9,5Nitrite (mg/l) 1Nitrate (mg/l) 50
Art. N5. Bijlage 5. Europese regio's voor de bevoorrading van granen en van olie- en eiwithoudende gewassen
  (Kaart niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 08-07-2015, p. 44974)
  Het bevoorradingsgebied omvat :
  1° het grondgebied van België
  2° het grondgebied van het Groot-Hertogdom Luxemburg
  3° in Frankrijk :
  a) de regio Nord-Pas-de Calais;
  b) de regio Picardië,
  c) de regio Haute Normandie
  d) de regio Ile-de-France
  e) de regio Champagne-Ardenne
  f) de regio Lorraine;
  g) de regio Alsace;
  4° in Duitsland :
  a) Land Bade-Wurtemberg;
  b) Land Sarre;
  c) Land Rijnland-Palts;
  d) Land Hesse;
  e) Land Noordrijn-Westfalen;
  5° in Nederland :
  a) het grondgebied Oost-Nederland;
  b) het grondgebied Zuid-Nederland;
  c) het grondgebied West-Nederland;
  d) het grondgebied Zeeland.
Art. N4. Annexe 4. Technologies permettant de limiter significativement les nuisances olfactives ainsi que les émissions d'ammoniac
  Liste des systèmes :
  1° Système permettant la réduction de la surface de contact lisier-air;
  2° Système de citernes à effluents peu profondes (ou bacs à effluents) permettant l'évacuation des effluents à une fréquence au moins hebdomadaire et l'entreposage dans un lieu de stockage séparé;
  3° Système permettant la séparation des phases liquides et solides des effluents immédiatement après leur production;
  4° Système de nettoyage biologique de l'air qui assure une réduction de cinquante pour cent ou plus des émissions d'odeurs sur base des spécifications techniques de l'appareil;
  5° Système de nettoyage chimique de l'air qui assure une réduction de cinquante pour cent ou plus des émissions d'odeurs sur base des spécifications techniques de l'appareil.
  Le système appliqué est en bon état de marche et est entretenu au moins une fois par an ou selon les spécifications techniques des appareils lorsqu'elles existent.
-
Art. N5. Annexe 5. Régions européennes d'approvisionnement des céréales, des protéagineux et des oléoprotéagineux
  (Carte non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 08-07-2015, p. 44957)
  La zone d'approvisionnement comprend :
  1° le territoire de la Belgique;
  2° le territoire du grand-duché de Luxembourg;
  3° en France :
  a) la région Nord-Pas-de Calais;
  b) la région Picardie,
  c) la région Haute Normandie;
  d) la région Ile-de-France;
  e) la région Champagne-Ardenne;
  f) la région Lorraine;
  g) la région Alsace;
  4° en Allemagne :
  a) le land de Bade-Wurtemberg;
  b) le land de Sarre;
  c) le land de Rhénanie Palatinat;
  d) le land de Hesse;
  e) le land de Rhénanie du Nord Westphalie;
  5° aux Pays-Bas :
  a) le territoire de Oost Nederland;
  b) le territoire de Zuid Nederland;
  c) le territoire de West Nederland;
  d) le territoire de Zeeland.