Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
25 APRIL 2014. - Ministerieel besluit tot aanstelling van de ambtenaren die belast zijn met de opsporing en vaststelling van de inbreuken bepaald in artikel XV.2 van het Wetboek van economisch recht(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 05-05-2014 en tekstbijwerking tot 20-12-2024)
Titre
25 AVRIL 2014. - ArrĂȘtĂ© ministĂ©riel dĂ©signant les agents chargĂ©s de rechercher et de constater les infractions prĂ©vues Ă l'article XV.2 du Code de droit Ă©conomique(NOTE : Consultation des versions antĂ©rieures Ă partir du 05-05-2014 et mise Ă jour au 20-12-2024)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (9)
Texte (9)
Artikel 1. De ambtenaren van de Algemene Directie Economische Inspectie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie zijn bevoegd tot het opsporen en het vaststellen van alle inbreuken bedoeld in artikel XV.2 van het Wetboek van economisch recht, met uitzondering van de inbreuken bepaald in het artikel XV.75 van hetzelfde Wetboek.
Article 1er. Les agents de la Direction gĂ©nĂ©rale de l'Inspection Ă©conomique du Service public fĂ©dĂ©ral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie, sont compĂ©tents pour rechercher et constater toutes les infractions visĂ©es Ă l'article XV.2 du Code de droit Ă©conomique, Ă l'exception des infractions dĂ©finies Ă l'article XV.75 du mĂȘme Code.
Art. 2. [1 § 1.]1 De ambtenaren van de Dienst Handelsreglementering van de Algemene Directie Economische Reglementering van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie zijn bevoegd tot het opsporen en vaststellen van de inbreuken bepaald in de artikelen XV.83 tot en met XV.86 van hetzelfde Wetboek.
[1 § 2. De ambtenaren van de Dienst Krediet en Schuldenlast van de Algemene Directie Economische Reglementering van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie zijn bevoegd tot het opsporen en vaststellen van de inbreuken op de bepalingen van het boek VII van hetzelfde Wetboek en zijn uitvoeringsbesluiten.]1
[1 § 2. De ambtenaren van de Dienst Krediet en Schuldenlast van de Algemene Directie Economische Reglementering van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie zijn bevoegd tot het opsporen en vaststellen van de inbreuken op de bepalingen van het boek VII van hetzelfde Wetboek en zijn uitvoeringsbesluiten.]1
Wijzigingen
Art. 2. [1 § 1er.]1 Les agents du service RĂ©glementation commerciale de la Direction gĂ©nĂ©rale de la RĂ©glementation Ă©conomique du Service public fĂ©dĂ©ral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie sont compĂ©tents pour rechercher et constater les infractions dĂ©finies aux articles XV.83 Ă XV.86 inclus du mĂȘme Code.
[1 § 2. Les agents du Service CrĂ©dit et Endettement de la Direction gĂ©nĂ©rale de la RĂ©glementation Ă©conomique du Service public fĂ©dĂ©ral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie sont compĂ©tents pour rechercher et constater les infractions aux dispositions du livre VII du mĂȘme Code et de ses arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution.]1
[1 § 2. Les agents du Service CrĂ©dit et Endettement de la Direction gĂ©nĂ©rale de la RĂ©glementation Ă©conomique du Service public fĂ©dĂ©ral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie sont compĂ©tents pour rechercher et constater les infractions aux dispositions du livre VII du mĂȘme Code et de ses arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution.]1
Wijzigingen
Art. 3. De ambtenaren van niveau A van het secretariaat van het Belgisch Accreditatiesysteem opgericht bij de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie zijn bevoegd tot het opsporen en het vaststellen van de inbreuken bepaald in het artikel XV.99 van hetzelfde Wetboek.
Art. 3. Les agents de niveau A du secrĂ©tariat de SystĂšme belge d'AccrĂ©ditation installĂ© auprĂšs le Service public fĂ©dĂ©ral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie sont compĂ©tents pour rechercher et constater les infractions dĂ©finies Ă l'article XV.99 du mĂȘme Code.
Art. 4. De ambtenaren van de Algemene Directie Kwaliteit en Veiligheid van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie zijn bevoegd tot het opsporen en het vaststellen van de inbreuken bepaald in de artikelen XV.83 tot en met XV.86, XV.100 en XV.102 van hetzelfde Wetboek.
[1 Dezelfde ambtenaren zijn bevoegd tot het opsporen en vaststellen van de inbreuken op de bepalingen van de verordening (EU) nr.910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG, op de bepalingen van het boek XII, titel 2 van hetzelfde Wetboek en zijn uitvoeringsbesluiten en van de inbreuken bepaald in artikel XV.123 van hetzelfde Wetboek.]1
[1 Dezelfde ambtenaren zijn bevoegd tot het opsporen en vaststellen van de inbreuken op de bepalingen van de verordening (EU) nr.910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG, op de bepalingen van het boek XII, titel 2 van hetzelfde Wetboek en zijn uitvoeringsbesluiten en van de inbreuken bepaald in artikel XV.123 van hetzelfde Wetboek.]1
Wijzigingen
Art. 4. Les agents de la Direction gĂ©nĂ©rale de la QualitĂ© et de la SĂ©curitĂ© du Service public fĂ©dĂ©ral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie sont compĂ©tents pour rechercher et constater les infractions dĂ©finies aux articles XV.83 Ă XV.86, XV.100 et XV.102 du mĂȘme Code.
[1 Les mĂȘmes agents sont compĂ©tents pour rechercher et constater les infractions aux dispositions du rĂšglement (UE) n° 910/2014 du Parlement europĂ©en et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification Ă©lectronique et les services de confiance pour les transactions Ă©lectroniques au sein du marchĂ© intĂ©rieur et abrogeant la directive 1999/93/CE, aux dispositions du livre XII, titre 2 du mĂȘme Code et de ses arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution et aux infractions dĂ©finies Ă l'article XV.123 du mĂȘme Code.]1
[1 Les mĂȘmes agents sont compĂ©tents pour rechercher et constater les infractions aux dispositions du rĂšglement (UE) n° 910/2014 du Parlement europĂ©en et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification Ă©lectronique et les services de confiance pour les transactions Ă©lectroniques au sein du marchĂ© intĂ©rieur et abrogeant la directive 1999/93/CE, aux dispositions du livre XII, titre 2 du mĂȘme Code et de ses arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution et aux infractions dĂ©finies Ă l'article XV.123 du mĂȘme Code.]1
Wijzigingen
Art. 5. De ambtenaren van de Algemene Directie Energie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie zijn bevoegd tot het opsporen en het vaststellen van de inbreuken bepaald in artikel XV.102 van hetzelfde Wetboek en de inbreuken bepaald in de uitvoeringsbesluiten bedoeld in de artikelen VI.9 en VI.10 [1 en artikel VIII.57]1 van hetzelfde Wetboek.
[2 Dezelfde ambtenaren zijn bevoegd tot het opsporen en vaststellen van de inbreuken op de bepalingen van de Verordening (EU) 2017/1369 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2017 tot vaststelling van een kader voor energie-etikettering en tot intrekking van Richtlijn 2010/30/EU, en haar gedelegeerde handelingen.]2
[2 Dezelfde ambtenaren zijn bevoegd tot het opsporen en vaststellen van de inbreuken op de bepalingen van de Verordening (EU) 2017/1369 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2017 tot vaststelling van een kader voor energie-etikettering en tot intrekking van Richtlijn 2010/30/EU, en haar gedelegeerde handelingen.]2
Art. 5. Les agents de la Direction gĂ©nĂ©rale de l'Energie du Service public fĂ©dĂ©ral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie sont compĂ©tents pour rechercher et constater les infractions dĂ©finies Ă l'article XV.102 du mĂȘme Code et les infractions dĂ©finies dans les arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution visĂ©s aux articles VI.9 et VI.10 [1 et l'article VIII.57]1 du mĂȘme Code.
[2 Les mĂȘmes agents sont compĂ©tents pour rechercher et constater les infractions aux dispositions du rĂšglement (UE) 2017/1369 du Parlement europĂ©en et du Conseil du 4 juillet 2017 Ă©tablissant un cadre pour l'Ă©tiquetage Ă©nergĂ©tique et abrogeant la directive 2010/30/UE, et de ses actes dĂ©lĂ©guĂ©s.]2
[2 Les mĂȘmes agents sont compĂ©tents pour rechercher et constater les infractions aux dispositions du rĂšglement (UE) 2017/1369 du Parlement europĂ©en et du Conseil du 4 juillet 2017 Ă©tablissant un cadre pour l'Ă©tiquetage Ă©nergĂ©tique et abrogeant la directive 2010/30/UE, et de ses actes dĂ©lĂ©guĂ©s.]2
Art. 6. De ambtenaren van de Administratie van de douane en accijnzen zijn bevoegd tot het opsporen en het vaststellen van de inbreuken bepaald in de artikelen XV.81, XV.82, XV.100 en XV.102 van hetzelfde Wetboek.
Art. 6. Les agents de l'Administration des douanes et accises sont compĂ©tents pour rechercher et constater les infractions dĂ©finies aux articles XV.81, XV.82, XV.100 et XV.102 du mĂȘme Code.
Art. 7. [1 De ambtenaren bedoeld in het koninklijk besluit van 16 november 2000 tot aanduiding van de ambtenaren van de Dienst voor het leefmilieu die belast zijn met toezichtsopdrachten en de ambtenaren van de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk (TWW) van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, zijn bevoegd tot het opsporen en vaststellen van de inbreuken bepaald in artikel XV.102 van hetzelfde Wetboek.]1
Wijzigingen
Art. 7. [1 Les agents visĂ©s dans l'arrĂȘtĂ© royal du 16 novembre 2000 portant dĂ©signation des fonctionnaires du Service des Affaires environnementales chargĂ©s de missions d'inspection et les agents de la Direction gĂ©nĂ©rale ContrĂŽle du bien-ĂȘtre au travail (CBE) du SPF Emploi, Travail et Concertation sociale, sont compĂ©tents pour rechercher et constater les infractions dĂ©finies Ă l'article XV.102 du mĂȘme Code.]1
Wijzigingen
Art. 8. Opgeheven worden, met ingang van 9 mei 2014 :
1° het ministerieel besluit van 30 september 2003 tot aanstelling van de ambtenaren die met de controle en het toezicht op de ondernemingsloketten en met de opsporing en de vaststelling van de inbreuken op de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen, belast zijn;
2° het ministerieel besluit van 23 april 2010 tot aanstelling van de ambtenaren die belast zijn met de opsporing en de vaststelling van de inbreuken bepaald in artikel 52, § 1, van de dienstenwet van 26 maart 2010.
1° het ministerieel besluit van 30 september 2003 tot aanstelling van de ambtenaren die met de controle en het toezicht op de ondernemingsloketten en met de opsporing en de vaststelling van de inbreuken op de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen, belast zijn;
2° het ministerieel besluit van 23 april 2010 tot aanstelling van de ambtenaren die belast zijn met de opsporing en de vaststelling van de inbreuken bepaald in artikel 52, § 1, van de dienstenwet van 26 maart 2010.
Art. 8. Sont abrogés, à dater du 9 mai 2014 :
1° l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 30 septembre 2003 dĂ©signant les agents chargĂ©s du contrĂŽle et de la surveillance des guichets d'entreprises et de rechercher et de constater les infractions Ă la loi du 16 janvier 2003 portant crĂ©ation d'une Banque-Carrefour des Entreprises, modernisation du registre de commerce, crĂ©ation de guichets-entreprises agréés et portant diverses dispositions;
2° l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 23 avril 2010 dĂ©signant les agents chargĂ©s de rechercher et de constater les infractions prĂ©vues Ă l'article 52, § 1er, de la loi du 26 mars 2010 sur les services.
1° l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 30 septembre 2003 dĂ©signant les agents chargĂ©s du contrĂŽle et de la surveillance des guichets d'entreprises et de rechercher et de constater les infractions Ă la loi du 16 janvier 2003 portant crĂ©ation d'une Banque-Carrefour des Entreprises, modernisation du registre de commerce, crĂ©ation de guichets-entreprises agréés et portant diverses dispositions;
2° l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 23 avril 2010 dĂ©signant les agents chargĂ©s de rechercher et de constater les infractions prĂ©vues Ă l'article 52, § 1er, de la loi du 26 mars 2010 sur les services.
Art. 9. Opgeheven worden, met ingang van 31 mei 2014 :
1° het ministerieel besluit van 24 januari 1992 tot aanstelling van de ambtenaren die met de opsporing en de vaststelling van de inbreuken van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument belast zijn;
2° het ministerieel besluit van 4 april 2003 tot aanduiding van de ambtenaren die belast zijn met het opsporen en vaststellen van de inbreuken op de wet van 11 maart 2003 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij;
3° het ministerieel besluit van 25 april 2006 tot aanduiding van de ambtenaren die belast zijn met de opsporing en de vaststelling van de inbreuken op de wet van 12 mei 2003 betreffende de juridische bescherming van diensten van de informatiemaatschappij gebaseerd op of bestaande uit voorwaardelijke toegang.
1° het ministerieel besluit van 24 januari 1992 tot aanstelling van de ambtenaren die met de opsporing en de vaststelling van de inbreuken van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument belast zijn;
2° het ministerieel besluit van 4 april 2003 tot aanduiding van de ambtenaren die belast zijn met het opsporen en vaststellen van de inbreuken op de wet van 11 maart 2003 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij;
3° het ministerieel besluit van 25 april 2006 tot aanduiding van de ambtenaren die belast zijn met de opsporing en de vaststelling van de inbreuken op de wet van 12 mei 2003 betreffende de juridische bescherming van diensten van de informatiemaatschappij gebaseerd op of bestaande uit voorwaardelijke toegang.
Art. 9. Sont abrogés, à dater du 31 mai 2014 :
1° l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 24 janvier 1992 dĂ©signant les agents chargĂ©s de rechercher et de constater les infractions Ă la loi du 14 juillet 1991 sur les pratiques du commerce et sur l'information et la protection du consommateur;
2° l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 4 avril 2003 dĂ©signant les agents chargĂ©s de rechercher et de constater les infractions Ă la loi du 11 mars 2003 sur certains aspects juridiques des services de la sociĂ©tĂ© de l'information;
3° l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 25 avril 2006 dĂ©signant les agents chargĂ©s de rechercher et de constater les infractions Ă la loi du 12 mai 2003 concernant la protection juridique des services Ă accĂšs conditionnel et des services d'accĂšs conditionnel relatifs aux services de la sociĂ©tĂ© de l'information.
1° l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 24 janvier 1992 dĂ©signant les agents chargĂ©s de rechercher et de constater les infractions Ă la loi du 14 juillet 1991 sur les pratiques du commerce et sur l'information et la protection du consommateur;
2° l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 4 avril 2003 dĂ©signant les agents chargĂ©s de rechercher et de constater les infractions Ă la loi du 11 mars 2003 sur certains aspects juridiques des services de la sociĂ©tĂ© de l'information;
3° l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 25 avril 2006 dĂ©signant les agents chargĂ©s de rechercher et de constater les infractions Ă la loi du 12 mai 2003 concernant la protection juridique des services Ă accĂšs conditionnel et des services d'accĂšs conditionnel relatifs aux services de la sociĂ©tĂ© de l'information.