Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
28 APRIL 2011. - Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 26 november 2007 betreffende de toekenning van subsidies voor naschoolse opleidingsinitiatieven in de landbouwsector
Titre
28 AVRIL 2011. - ArrĂȘtĂ© ministĂ©riel modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 26 novembre 2007 octroyant des subventions aux initiatives de formation extrascolaire dans le secteur agricole
Documentinformatie
Numac: 2011035367
Datum: 2011-04-28
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2011035367
Date: 2011-04-28
Moniteur: Voir
Tekst (11)
Texte (11)
Artikel 1. Aan artikel 19 van het ministerieel besluit van 26 november 2007 betreffende de toekenning van subsidies voor naschoolse opleidingsinitiatieven in de landbouwsector wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Het examenreglement is als bijlage IX bij dit besluit gevoegd. Dit examenreglement is verbindend voor de deelnemers aan de installatieproeven, de erkende algemene centra, de juryleden en de waarnemers die bij de installatieproeven betrokken zijn. "
Article 1er. L'article 19 de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 26 novembre 2007 octroyant des subventions aux initiatives de formation extrascolaire dans le secteur agricole est complĂ©tĂ© par un alinĂ©a quatre, rĂ©digĂ© comme suit :
" Le rĂšglement de l'examen est joint en annexe IX au prĂ©sent arrĂȘtĂ©. Le prĂ©sent rĂšglement de l'examen est impĂ©ratif pour les participants aux tests d'installation, les centres gĂ©nĂ©raux agréés, les membres du jury et les observateurs impliquĂ©s dans les tests d'installation. ".
Art. 2. In hetzelfde besluit wordt bijlage I vervangen door bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 2. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'annexe Ire est remplacĂ©e par l'annexe 1re, jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 3. In hetzelfde besluit wordt bijlage II vervangen door bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 3. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'annexe II est remplacĂ©e par l'annexe 2, jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 4. In hetzelfde besluit wordt bijlage VIII vervangen door bijlage 3, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 4. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'annexe VIII est remplacĂ©e par l'annexe 3, jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 5. Aan hetzelfde besluit wordt een bijlage IX toegevoegd, die als bijlage 4 bij dit besluit is gevoegd.
Art. 5. Le mĂȘme arrĂȘtĂ© est complĂ©tĂ© par une annexe IX, jointe en tant qu'annexe 4 au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 6. Dit besluit treedt in werking op 1 mei 2011.
Art. 6. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er mai 2011.
Brussel, 28 april 2011,
De Vlaamse minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid,
K. PEETERS
Bruxelles, le 28 avril 2011.
Le Ministre flamand de l'Economie, de la Politique extérieure, de l'Agriculture et de la Ruralité,
K. PEETERS
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage I. - Programma van de starterscursussen type A als vermeld in artikel 3 van het ministerieel besluit van 26 november 2007 betreffende de toekenning van subsidies voor naschoolse opleidingsinitiatieven in de landbouwsector
1° Doel en situering van de algemene en bijzondere starterscursussen, de stages en de installatieproef
2° Betreffende algemene wetgeving :
a) ruimtelijke ordening en structuurplannen
b) Mestdecreet
c) milieuvergunningenbeleid en watervergunning
d) EU-landbouwbeleid
e) beheersovereenkomsten
f) biologische landbouw
g) code goede landbouwpraktijken
h) enz. (evolutie)
3° Bedrijfsovername :
a) belangrijke facetten bij overname, overnamecontract
b) VLIF-ondernemerschap
c) financieringsmogelijkheden bij starten + oefeningen
d) uitbatingsvormen, vennootschappen
e) pachtwetgeving, grondbeleid en onteigeningen
f) erfdienstbaarheden
g) huwelijksvermogensrecht en erfrecht
h) verzekeringen, schadeberekening en aansprakelijkheid
4° Sociale, familiale en ethische aspecten :
a) sociaal statuut zelfstandigen, sociale zekerheid
b) (tijdelijke) tewerkstelling van (vreemde) werknemers
c) relatie gezin - bedrijf
5° Structuren in land- en tuinbouw :
a) diensten en instellingen voor de landbouw
b) landbouw op provinciaal, regionaal, federaal, Europees en mondiaal vlak
6° Fiscaliteit :
a) belastingaangifte : boekhouding en forfaitair
b) btw-regeling
7° Boekhouding :
a) theorie
b) praktijk
c) bedrijfseconomische boekhouding
d) rentabiliteit in diverse sectoren
8° Informatica : toepassingsmogelijkheden voor land- en tuinbouw
Art. N1. Annexe I. - Programme des cours pour starters type A, tels que visĂ©s Ă  l'article 3 de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 26 novembre 2007 relatif Ă  l'octroi de subventions aux initiatives de formation extrascolaire dans le secteur agricole
1° But et contexte des cours généraux et spéciaux pour starters, des stages et du test d'installation
2° En ce qui concerne la législation générale :
a) aménagement du territoire et plans de structure
b) décret sur les engrais
c) politique des autorisations écologiques et autorisation d'eau
d) politique agricole de l'UE
e) contrats de gestion
f) agriculture biologique
g) code de bonnes pratiques agricoles
h) etc. (évolution)
3° Reprise d'exploitation :
a) aspects importants en cas de reprise, contrat de reprise
b) entrepreneuriat VLIF
c) possibilités de financement pour starters + exercices
d) formes d'exploitation, sociétés
e) législation sur bail à ferme, politique fonciÚre et expropriations
f) servitudes
g) droit matrimonial et droit héréditaire
h) assurances, calcul des dommages et responsabilité
4° Aspects sociaux, familiaux et éthiques :
a) statut social des indépendants + sécurité sociale
b) emploi (temporaire) de travailleurs (étrangers)
c) rapports famille - entreprise
5° Structures dans le secteur agricole et horticole :
a) services et institutions au service de l'agriculture
b) agriculture à l'échelle provinciale, régionale, fédérale, européenne et mondiale
6° Fiscalité :
a) déclaration d'impÎts : comptabilité et forfaitaire
b) régime T.V.A.
7° Comptabilité :
a) théorie
b) pratique
c) comptabilité économique
d) rentabilité dans différents secteurs
8° Informatique : possibilités d'application en agriculture et horticulture
Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 28 april 2011 tot wijziging van het ministerieel besluit van 26 november 2007 betreffende de toekenning van subsidies voor naschoolse opleidingsinitiatieven in de landbouwsector
Brussel, 28 april 2011.
De Vlaamse minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid,
K. PEETERS
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă  l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 28 avril 2011 modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 26 novembre 2007 octroyant des subventions aux initiatives de formation extrascolaire dans le secteur agricole.
Bruxelles, le 28 avril 2011.
Le Ministre flamand de l'Economie, de la Politique extérieure, de l'Agriculture et de la Ruralité,
K. PEETERS
Art. N2. Bijlage II. - Programma van de starterscursussen type B als vermeld in artikel 4 van het ministerieel besluit van 26 november 2007 betreffende de toekenning van subsidies voor naschoolse opleidingsinitiatieven in de landbouwsector
1° Economische en sociale benadering van de bedrijfstak :
a) rentabiliteit, kostprijsberekening
b) boekhouding
c) naargelang van de bedrijfstak :
a. specifieke belastingstelsels
b. specifiek personeelsbeleid
c. gebruik van kwaliteitslabels en etikettering
2° Administratieve verplichtingen voor de specifieke bedrijfstak
3° Milieuaspecten voor de specifieke bedrijfstak :
naargelang van de bedrijfstak :
a) geĂŻntegreerde productie
b) duurzame productie
c) mineralenbalans
d) beperking gebruik van gewasbeschermingsmiddelen
e) verantwoorde huisvesting
f) sanitair aspect
4° Socio-economische voorstelling van een bedrijf
5° Bedrijfsbezoeken, voor zover geen sanitaire beperkingen die beletten
6° Technische aspecten, zoals teelttechniek, voeding, mechanisatie : deze aspecten mogen niet meer dan de helft van de uren van de cursus in beslag nemen.
Art. N2. Annexe II. - Programme des cours pour starters type B, tels que visĂ©s Ă  l'article 4 de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 26 novembre 2007 relatif Ă  l'octroi de subventions aux initiatives de formation extrascolaire dans le secteur agricole
1° Approche économique et sociale de la branche d'activité :
a) rentabilité, calcul du coût
b) comptabilité
c) en fonction de la branche d'activité :
a. régimes d'impÎt spécifiques
b. politique du personnel spécifique
c. utilisation de labels de qualité et étiquetage
2° Obligations administratives pour la branche d'activité spécifique
3° Aspects environnementaux par branche d'activité spécifique :
en fonction de la branche d'activité :
a) production intégrée
b) production durable
c) bilan minéral
d) restriction de l'utilisation de produits phytopharmaceutiques
e) logement justifié
f) aspect sanitaire
4° Présentation socio-économique d'une entreprise
5° Visites à l'entreprise, pour autant que des restrictions sanitaires n'y fassent pas obstacle
6° Aspects techniques, tels que techniques culturales, alimentation, mécanisation : ces aspects ne peuvent pas excéder la moitié des heures de cours.
Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 28 april 2011 tot wijziging van het ministerieel besluit van 26 november 2007 betreffende de toekenning van subsidies voor naschoolse opleidingsinitiatieven in de landbouwsector.
Brussel, 28 april 2011.
De Vlaamse minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid,
K. PEETERS
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă  l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 28 avril 2011 modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 26 novembre 2007 octroyant des subventions aux initiatives de formation extrascolaire dans le secteur agricole
Bruxelles, le 28 avril 2011.
Le Ministre flamand de l'Economie, de la Politique extérieure, de l'Agriculture et de la Ruralité,
K. PEETERS
Art. N3. Bijlage VIII. - Toelatingsvoorwaarden voor de installatieproeven, vermeld in artikel 19 van het ministerieel besluit van 26 november 2007 betreffende de toekenning van subsidies voor naschoolse opleidingsinitiatieven in de landbouwsector
Art. N3. Annexe VIII. - Conditions d'admission pour les tests d'installation, visĂ©es Ă  l'article 19 de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 26 novembre 2007 octroyant des subventions aux initiatives de formation extrascolaire dans le secteur agricole
voorwaardevereiste bijscholing
1. getuigschrift of diploma van land- of tuinbouwgericht onderwijs :
a) lager secundair onderwijs
b) 2e graad secundair onderwijs
c) 5e jaar secundair onderwijs
2. getuigschrift of diploma van niet-landbouw gericht of niet-tuinbouwgericht onderwijs of geen getuigschrift of diploma

3. minstens vijf jaar werkzaam op een landbouwbedrijf met het statuut van zelfstandig bedrijfsleider, zaakvoerder, meewerkende echtgenoot of zelfstandig helper

starterscursus type A + B
starterscursus type A + B
starterscursus type A
starterscursus type A + B + stage
starterscursus type A + B
voorwaardevereiste bijscholing
1. getuigschrift of diploma van land- of tuinbouwgericht onderwijs :
a) lager secundair onderwijs
b) 2e graad secundair onderwijs
c) 5e jaar secundair onderwijs
2. getuigschrift of diploma van niet-landbouw gericht of niet-tuinbouwgericht onderwijs of geen getuigschrift of diploma
conditionperfectionnement requis
1. certificat ou diplÎme de l'enseignement axé sur l'agriculture ou l'horticulture :
a) de l'enseignement secondaire inférieur
b) de l'enseignement secondaire du 2e degré
c) 5e année de l'enseignement secondaire
2. certificat ou diplÎme de l'enseignement non axé sur l'agriculture ou l'horticulture ou aucun certificat ou diplÎme
3. ĂȘtre occupĂ© pendant au moins cinq ans dans une exploitation agricole sous le statut de gĂ©rant, chef d'entreprise, conjoint aidant ou aidant indĂ©pendant
cours pour starters type A + B
cours pour starters type A + B
cours pour starters type A
cours pour starters type A + B + stage
cours pour starters type A + B
3. minstens vijf jaar werkzaam op een landbouwbedrijf met het statuut van zelfstandig bedrijfsleider, zaakvoerder, meewerkende echtgenoot of zelfstandig helper
starterscursus type A + B
starterscursus type A + B
starterscursus type A
starterscursus type A + B + stage
starterscursus type A + B
conditionperfectionnement requis
1. certificat ou diplÎme de l'enseignement axé sur l'agriculture ou l'horticulture :
a) de l'enseignement secondaire inférieur
b) de l'enseignement secondaire du 2e degré
c) 5e année de l'enseignement secondaire
2. certificat ou diplÎme de l'enseignement non axé sur l'agriculture ou l'horticulture ou aucun certificat ou diplÎme
3. ĂȘtre occupĂ© pendant au moins cinq ans dans une exploitation agricole sous le statut de gĂ©rant, chef d'entreprise, conjoint aidant ou aidant indĂ©pendant cours pour starters type A + B
cours pour starters type A + B
cours pour starters type A
cours pour starters type A + B + stage
cours pour starters type A + B
De totaalduur van de stage is minstens twintig stagedagen.
Een getuigschrift van een gevolgde B-cursus die gestart is voor 1 juli 1996, geeft zonder bijscholing recht op een installatieattest.
Voor de opleidingen die gestart zijn tussen 1 juli 1996 en 1 januari 2005, zijn een B1- en een B3-cursus gelijkwaardig aan respectievelijk een starterscursus type A en een starterscursus type B.
De deelnemer bewijst zijn statuut van zelfstandig bedrijfsleider, zaakvoerder, meewerkende echtgenoot of zelfstandig helper met een verklaring van de sociale kas waarbij hij is aangesloten. Een zelfstandig helper moet ook aanslagbiljetten voorleggen die aantonen dat hij voor de desbetreffende periode inkomsten uit de zelfstandige activiteit heeft aangegeven.
La durée globale du stage est de vingt jours de stage au minimum.
Un certificat d'avoir suivi un cours type B qui a commencé avant le 1er juillet 1996, donne droit à une attestation d'installation sans perfectionnement.
Pour les formations qui ont commencé entre le 1er juillet 1996 et le 1er janvier 2005, un cours B1 et un cours B3 sont équivalents à respectivement un cours pour starters type A et un cours pour starters type B.
Le participant démontre son statut de gérant, chef d'entreprise, conjoint aidant ou aidant indépendant par une déclaration de la caisse sociale à laquelle il est affilié. Un aidant indépendant doit également présenter des feuilles d'imposition démontrant que pour la période concernée, il a déclaré des revenus résultant de l'activité indépendante.
Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 28 april 2011 tot wijziging van het ministerieel besluit van 26 november 2007 betreffende de toekenning van subsidies voor naschoolse opleidingsinitiatieven in de landbouwsector.
Brussel, 28 april 2011.
De Vlaamse minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid,
K. PEETERS
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă  l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 28 avril 2011 modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 26 novembre 2007 octroyant des subventions aux initiatives de formation extrascolaire dans le secteur agricole
Bruxelles, le 28 avril 2011.
Le Ministre flamand de l'Economie, de la Politique extérieure, de l'Agriculture et de la Ruralité,
K. PEETERS
Art. N4. Bijlage IX. - Examenreglement als vermeld in artikel 19 van het ministerieel besluit van 26 november 2007 betreffende de toekenning van subsidies voor naschoolse opleidingsinitiatieven in de landbouwsector
1. Examenagenda
De examens worden jaarlijks in elke provincie tweemaal georganiseerd. De bevoegde entiteit legt in overleg met de centra de examenagenda vast. De bevoegde entiteit kan een examen schrappen als minder dan zes deelnemers ingeschreven zijn.
2. Inschrijving
De deelnemers kunnen ongeacht hun woonplaats in elke provincie aan het examen deelnemen. Kandidaten die niet geslaagd zijn voor een examen kunnen zich, na tijdige voorafgaande inschrijving, opnieuw aanmelden voor een volgend examen.
De deelnemers aan de proeven schrijven zich in via een erkend algemeen centrum door middel van een inschrijvingsformulier dat minstens de volgende gegevens van de deelnemer bevat :
a) voornaam en familienaam (zoals op de identiteitskaart);
b) straat en nummer;
c) postnummer en gemeente;
d) geboorteplaats en -datum;
e) rijksregisternummer;
f) plaats en datum van de installatieproef;
g) goedkeuringsnummers van de gevolgde starterscursussen type A en B en van de stages;
h) lijst van getuigschriften/attesten die aanleiding kunnen geven tot een vrijstelling.
Een model van het inschrijvingsformulier is terug te vinden op de website van de Vlaamse overheid : http://www.vlaanderen.be/formulieren.
De deelnemers die aanspraak kunnen maken op een vrijstelling voor een onderdeel van de opleiding, bezorgen samen met de inschrijving een kopie van de stavingsstukken die de vrijstelling aantonen.
De algemene centra bezorgen de inschrijvingsformulieren aan de bevoegde entiteit uiterlijk vijf werkdagen voor de aanvang van het schriftelijke examen.
3. Verloop van de proeven
De installatieproef bestaat uit twee gedeelten, namelijk een schriftelijk openboekexamen en een socio-economische voorstelling van een bedrijf.
De cursisten die niet geslaagd zijn voor het openboekexamen worden niet toegelaten tot de socio-economische voorstelling van een bedrijf. De cursisten die alleen een starterscursus type A als bijscholing moeten volgen, zijn vrijgesteld van de socio-economische voorstelling van het bedrijf en hoeven alleen het schriftelijke openboekexamen af te leggen. De cursisten die geslaagd zijn voor het openboekexamen, zijn daarvan vrijgesteld bij een eventuele herkansing.
3.1. Gemeenschappelijk openboekexamen
Het gemeenschappelijke examen verloopt met open boek. Dat houdt in dat de deelnemers alle schriftelijke informatie die ze nuttig vinden, mogen meebrengen en tijdens het examen mogen raadplegen.
De bevoegde entiteit stelt de examenvragenlijst op. De bevoegde entiteit kan aan de centra vragen om vragenlijsten voor het examen te leveren. In dat geval verbinden de centra zich ertoe de vragenlijsten die ze bij de bevoegde entiteit indienen, niet te verspreiden. Deelnemers van wie op het examen vastgesteld wordt dat zij in het bezit zijn van de vragenlijsten van een centrum, worden gelijkgesteld met niet-geslaagden.
Een kandidaat is geslaagd voor het openboekexamen als hij minstens 50 % van de punten behaalt.
3.2. Socio-economische voorstelling van een bedrijf
De deelnemer geeft een mondelinge voorstelling van maximaal tien minuten van een land- of tuinbouwbedrijf. Hij kan daarbij gebruikmaken van alle nuttige documentatie die hij nodig acht. Na de voorstelling krijgt de jury de gelegenheid om vragen te stellen over de bedrijfsvoering op het voorgestelde bedrijf.
Het voorgestelde bedrijf kan het door de deelnemer over te nemen bedrijf, het stagebedrijf of een ander bedrijf zijn.
De jury beoordeelt :
a) de kwaliteit van de presentatie (10 punten);
b) de bekwaamheid van de kandidaat om de verschillende regelgevingen die in de startersopleiding aan bod kwamen, toe te passen op het voorgestelde bedrijf (10 punten);
c) het inzicht van de kandidaat in de kostenstructuur en de rentabiliteit van het voorgestelde bedrijf (10 punten);
d) het inzicht van de kandidaat in interne en externe factoren die een invloed kunnen hebben op de kostenstructuur en de rentabiliteit van het bedrijf (10 punten).
Een kandidaat is geslaagd voor het mondelinge gedeelte van de proef als hij minstens 50 % van de punten haalt op de totale proef en minstens 50 % van de punten op het totaal van onderdeel b), c) en d) van de beoordeling.
De uitslag van de jurering wordt op het einde van het examen genoteerd in een proces-verbaal.
De tijdens de presentatie en de vraagstelling aangebrachte gegevens zijn vertrouwelijk. De juryleden en de waarnemers mogen geen gegevens van de mondelinge proef verspreiden of voor andere doeleinden gebruiken.
4. Jury
De jury wordt samengesteld overeenkomstig artikel 21 van het besluit.
De waarnemers van de algemene centra nemen niet deel aan de vraagstelling en de beraadslaging.
Bij gebrek aan unanimiteit bij de beoordelingen worden de beslissingen genomen bij meerderheid van stemmen, met uitsluiting van de onthoudingen. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
5. Uitslag van het examen
De bevoegde entiteit deelt het resultaat van de examens schriftelijk mee aan de deelnemers en reikt de installatieattesten uit.
Art. N4. Annexe IX. - RĂšglement de l'examen tel que visĂ© Ă  l'article 19 de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 26 novembre 2007 octroyant des subventions aux initiatives de formation extrascolaire dans le secteur agricole
1. Calendrier des examens
Les examens sont organisés deux fois par an dans chaque province. L'entité compétente fixe le calendrier des examens en concertation avec les centres. L'entité compétente peut annuler un examen lorsque moins de six participants sont inscrits.
2. Inscription
Les participants peuvent participer à l'examen, quel que soit leur domicile dans chaque province. Les candidats qui n'ont pas réussi un examen peuvent, aprÚs inscription préalable à temps, se présenter à nouveau pour un prochain examen.
Les participants aux tests s'inscrivent auprÚs d'un centre général agréé par le biais d'un formulaire d'inscription qui comporte au moins les données suivantes du participant :
a) prénom et nom de famille (tel que mentionné sur la carte d'identité);
b) rue et numéro;
c) code postal et commune;
d) lieu et date de naissance;
e) numéro du Registre national;
f) lieu et date du test d'installation;
g) numéros d'approbation des cours pour starters type A et B suivis et des stages;
h) liste des certificats/attestations pouvant donner lieu Ă  une dispense.
Un modÚle du formulaire d'inscription est disponible sur le site web de l'Autorité flamande : http://www.vlaanderen.be/formulieren.
Les participants pouvant prétendre à une dispense pour une partie de la formation, remettront avec l'inscription une copie des piÚces justificatives démontrant la dispense.
Les centres généraux transmettront les formulaires d'inscription à l'entité compétente au plus tard cinq jours ouvrables avant le début du test écrit.
3. Déroulement des tests
Le test d'installation comprend deux parties, notamment une partie écrite à livre ouvert et une présentation socio-économique d'une entreprise.
Les participants qui n'ont pas rĂ©ussi au test Ă  livre ouvert ne sont pas admis Ă  la prĂ©sentation socio-Ă©conomique d'une entreprise. Les participants qui doivent uniquement suivre un cours pour starters type A comme perfectionnement, sont exemptĂ©s de la prĂ©sentation socio-Ă©conomique de l'entreprise et doivent uniquement passer le test Ă©crit Ă  livre ouvert. Les participants qui ont rĂ©ussi au test Ă  livre ouvert en sont dispensĂ©s en cas d'un repĂȘchage Ă©ventuel.
3.1. Test Ă  livre ouvert commun
Le test commun se déroule à livre ouvert. Cela implique que les participants peuvent apporter et consulter toutes les informations écrites qu'ils estiment utiles pendant le test.
L'entité compétente fixe la liste des questions pour le test. L'entité compétente peut demander aux centres de fournir des listes de questions pour le test. Dans ce cas, les centres s'engagent à ne pas distribuer les listes de questions qu'ils introduisent auprÚs de l'entité compétente. Les participants dont il est constaté lors du test qu'ils disposent des listes de questions d'un centre, sont assimilés à des participants qui n'ont pas réussi.
Un participant réussit au test à livre ouvert lorsqu'il obtient au moins 50 % des points.
3.2. Présentation socio-économique d'une entreprise
Le participant donne une présentation orale d'une exploitation agricole ou horticole de dix minutes au maximum. A cet effet, il peut utiliser toutes les documentations utiles qu'il estime nécessaires. AprÚs la présentation, le jury a l'occasion de poser des questions concernant la gestion de l'exploitation à l'entreprise présentée.
L'entreprise prĂ©sentĂ©e peut ĂȘtre l'entreprise Ă  reprendre par le participant, l'entreprise de stage ou une autre entreprise.
Le jury évalue :
a) la qualité de la présentation (10 points);
b) l'aptitude du participant à appliquer les réglementations différentes qui ont été abordées lors de la formation de starter à l'entreprise présentée (10 points);
c) la compréhension du participant de la structure des frais et de la rentabilité de l'entreprise présentée (10 points);
d) la compréhension du participant des facteurs internes et externes pouvant influencer la structure des frais et la rentabilité de l'entreprise (10 points).
Un participant réussit à la partie orale du test lorsqu'il obtient au moins 50 % des points au total et au moins 50 % des points sur le total des parties b), c) et d) de l'évaluation.
Le résultat de l'évaluation est noté à la fin du test dans un procÚs-verbal.
Les données introduites lors de la présentation et du questionnement sont confidentielles. Les membres du jury et les observateurs ne peuvent ni distribuer les données du test oral, ni les utiliser à d'autres fins.
4. Jury
Le jury est composĂ© conformĂ©ment Ă  l'article 21 de l'arrĂȘtĂ©.
Les observateurs des centres généraux ne participent ni au questionnement, ni à la délibération.
A défaut d'unanimité lors des évaluations, les décisions sont prises à la majorité des voix, sans tenir compte des abstentions. En cas de partage des voix, la voix du président est prépondérante.
5. Résultat du test
L'entité compétente communique le résultat des tests aux participants par écrit et délivre les attestations d'installation.
Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 28 april 2011 tot wijziging van het ministerieel besluit van 26 november 2007 betreffende de toekenning van subsidies voor naschoolse opleidingsinitiatieven in de landbouwsector.
Brussel, 28 april 2011.
De Vlaamse minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid,
K. PEETERS
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă  l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 28 avril 2011 modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 26 novembre 2007 octroyant des subventions aux initiatives de formation extrascolaire dans le secteur agricole.
Bruxelles, le 28 avril 2011.
Le Ministre flamand de l'Economie, de la Politique extérieure, de l'Agriculture et de la Ruralité,
K. PEETERS