Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
10 DECEMBER 2009. - Besluit van de Regering tot uitvoering van het decreet van 11 mei 2009 betreffende de erkenning van de uitzendbureaus en de controle op de particuliere arbeidsbemiddelingsbureaus(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 12-02-2010 en tekstbijwerking tot 25-06-2025)
Titre
10 DECEMBRE 2009. - Arrêté du Gouvernement portant exécution du décret du 11 mai 2009 relatif à l'agrément des agences de travail intérimaire et à la surveillance des agences de placement privées(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 12-02-2010 et mise à jour au 25-06-2025)
Documentinformatie
Numac: 2010200326
Datum: 2009-12-10
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2010200326
Date: 2009-12-10
Moniteur: Voir
Tekst (34)
Texte (34)
HOOFDSTUK I. - Begripsbepalingen
CHAPITRE Ier. - Définitions
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit verstaat men onder :
  1° particulier arbeidsbemiddelingsbureau : de persoon bedoeld in artikel 2, 12°, van het decreet van 11 mei 2009 betreffende de erkenning van de uitzendbureaus en de controle op de particuliere arbeidsbemiddelingsbureaus;
  2° uitzendbureau : de persoon bedoeld in artikel 2, 11°, van het decreet van 11 mei 2009 betreffende de erkenning van de uitzendbureaus en de controle op de particuliere arbeidsbemiddelingsbureaus;
  3° decreet : het decreet van 11 mei 2009 betreffende de erkenning van de uitzendbureaus en de controle op de particuliere arbeidsbemiddelingsbureaus;
  4° Regering : de Regering van de Duitstalige Gemeenschap;
  5° Minister : de Minister bevoegd inzake Werkgelegenheid;
  6° bestuur : [1 het departement van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap dat bevoegd is voor werkgelegenheid]1;
  7° platform : het "Platform voor arbeids- en uitzendbemiddeling" bedoeld in artikel 16 van het decreet;
  8° [2 ...]2;
  9° bouwsector : alle bedrijven die onder het paritair comité 124 (Bouw) ressorteren.
  
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, l'on entend par :
  1° agence de placement privée : la personne telle que définie par l'article 2, 12°, du décret du 11 mai 2009 relatif à l'agrément des agences de travail intérimaire et à la surveillance des agences de placement privées;
  2° agence de travail intérimaire : la personne telle que définie par l'article 2, 11°, du décret du 11 mai 2009 relatif à l'agrément des agences de travail intérimaire et à la surveillance des agences de placement privées;
  3° décret : le décret du 11 mai 2009 relatif à l'agrément des agences de travail intérimaire et à la surveillance des agences de placement privées;
  4° Gouvernement : le Gouvernement de la Communauté germanophone;
  5° Ministre : le Ministre compétent en matière d'Emploi;
  6° administration : [1 le département du Ministère de la Communauté germanophone compétent]1 en matière d'Emploi;
  7° plate-forme : la Plate-forme " Placement et placement de travailleurs intérimaires " telle qu'instituée à l'article 16 du décret;
  8° [2 ...]2;
  9° secteur de la construction : l'ensemble des entreprises relevant de la commission paritaire n° 124 de la Construction.
  
HOOFDSTUK II. - Erkenningsprocedure voor de uitzendbureaus
CHAPITRE II. - Procédure d'agrément des agences de travail intérimaire
Art. 2. Het uitzendbureau richt een erkenningaanvraag aan het bestuur aan de hand van een formulier dat door het bestuur ter beschikking wordt gesteld. De aanvraag mag ook elektronisch worden ingediend, zodra de technische en organisatorische voorwaarden het mogelijk maken. In dit geval bepaalt de Minister vanaf welk ogenblik een aanvraag elektronisch rechtsgeldig kan worden ingediend.
Art. 2. L'agence de travail intérimaire adresse une demande d'agrément à l'administration au moyen d'un formulaire mis à disposition par l'administration. Cette demande peut également être introduite par voie électronique dès que les conditions techniques et organisationnelles le permettent. Dans ce cas, le Ministre fixe le moment à partir duquel la demande peut valablement être introduite par voie électronique.
Art. 3. § 1 - De door het uitzendbureau ingediende aanvraag om erkenning gaat vergezeld van volgende stukken :
  1° een afschrift van de gecoördineerde statuten van de vennootschap of de datum van bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad of het ontwerp van de oprichtingsakte als het uitzendbureau in oprichting is;
  2° de naamlijst van de bestuurders en vennoten, het organigram van de sociale organen alsmede, desgevallend, een lijst met de meeraandeelhouders van de vennootschap;
  3° een attest op erewoord getekend door drie personen die bevoegd zijn om het uitzendbureau te verbinden, waaruit blijkt dat het voldoet aan de voorwaarden van artikel 5, 2° en 3°, van het decreet;
  4° een afschrift van de laatste jaarrekeningen of van het financiële plan als het uitzendbureau in oprichting is;
  5° het bewijs dat de vennootschap beschikt over een volgestort kapitaal overeenkomstig de juridische vorm ervan;
  6° een attest van de belastingontvanger waaruit blijkt dat het uitzendbureau bij de indiening van zijn aanvraag geen achterstallige belastingen verschuldigd is of in aanmerking komt voor een behoorlijk nageleefd aanzuiveringplan;
  7° een attest van het Rijksinstituut voor Sociale Zekerheid waaruit blijkt dat het uitzendbureau bij de indiening van zijn aanvraag geen achterstallige bedragen verschuldigd is aan die instelling of in aanmerking komt voor een behoorlijk nageleefd aanzuiveringplan;
  8° het bewijs dat de garantie bij het bestaanszekerheidfonds van de uitzendkrachten werd gestort en dat hem geen achterstallig bedrag verschuldigd is;
  9° het model van overeenkomst voor elke uitzendbemiddeling;
  10° een afschrift van het document waarin de rechten van de werknemer en de werkgever vermeld staan, met de verplichte gegevens bedoeld in bijlage 1 bij dit besluit;
  11° desgevallend het adres in de Duitstalige Gemeenschap waar documenten en bewijsstukken die niet of slechts met moeite per post kunnen worden gezonden, ter inzage van het bestuur worden gelegd;
  12° een afschrift van het arbeidsreglement;
  13° als het uitzendbureau om de erkenning in de bouwsector verzoekt, het bewijs dat het opgericht is in de vorm van een handelsvennootschap waarvan het doel uitsluitend erin bestaat uitzendkrachten naar bedrijven uit de bouwsector te bemiddelen.
  Het bestuur kan ervan afstand doen dat sommige stukken bedoeld in het eerste lid worden ingediend, op voorwaarde dat ze al op een andere manier in het bezit zijn van dit bestuur.
  § 2 - Bij een tijdelijke erkenning van twee jaar hoeven de documenten bedoeld onder § 1, 1°, 2°, 9 tot 12° niet meer bij de verlengingsaanvraag worden gevoegd die het uitzendbureau bij het bestuur indient, behalve op uitdrukkelijk verzoek van het bestuur of bij wijziging sinds de erkenning.
  § 3 - De Minister kan de in § 1 opgenomen lijst met documenten en bewijsstukken verkorten zodra het juridisch en technisch mogelijk is de betrokken inlichtingen rechtstreeks van de bevoegde instanties te krijgen.
Art. 3. § 1er - La demande d'agrément introduite par l'agence de travail intérimaire est accompagnée des documents et justificatifs suivants :
  1° une copie des statuts coordonnés de la société ou la date de leur parution au Moniteur belge ou le projet d'acte de fondation s'il s'agit d'une agence de travail intérimaire en constitution;
  2° la liste nominative des administrateurs et membres, l'organigramme des organes sociaux et, le cas échéant, la liste des actionnaires majoritaires de la société;
  3° une attestation sur l'honneur signée par trois personnes habilitées à engager l'agence de travail intérimaire précisant que celle-ci répond aux conditions de l'article 5, 2° et 3°, du décret;
  4° une copie des derniers comptes annuels ou du plan financier si l'agence est en constitution;
  5° la preuve que la société possède un capital, conforme à sa forme juridique, intégralement libéré;
  6° une attestation du receveur des contributions dont il ressort que l'agence de travail intérimaire, au moment où elle introduit sa demande, n'est redevable d'aucun arriéré d'impôt ou bénéficie d'un plan d'apurement dûment respecté;
  7° une attestation de l'Office national de la Sécurité sociale dont il ressort que l'agence de travail intérimaire, au moment où elle introduit sa demande, n'est redevable d'aucun arriéré auprès de cette institution ou bénéficie d'un plan d'apurement dûment respecté;
  8° la preuve que la garantie a été déposée auprès du Fonds de Sécurité d'Existence des travailleurs intérimaires et qu'aucun arriéré ne lui est dû;
  9° le modèle de contrat utilisé pour le placement d'intérimaires;
  10° une copie du document énonçant les droits et devoirs de l'agence de travail intérimaire et du travailleur intérimaire et reprenant les mentions figurant à l'annexe du présent arrêté;
  11° le cas échéant, l'adresse en Communauté germanophone à laquelle des documents ou justificatifs sont mis à disposition en vue de leur consultation par l'administration s'ils ne peuvent pas, ou difficilement, être transmis par la poste;
  12° une copie du règlement de travail;
  13° si l'agence de travail intérimaire requiert l'agrément dans le secteur de la construction, la preuve qu'elle est constituée sous la forme d'une société commerciale dont l'objet social consiste exclusivement à placer des intérimaires dans des entreprises relevant du secteur de la construction.
  L'administration peut renoncer au dépôt des documents prévus au premier alinéa si elle en dispose déjà par ailleurs.
  § 2 - Dans le cadre d'un agrément accordé pour deux ans, la demande de renouvellement d'agrément introduite auprès de l'administration par l'agence de travail intérimaire ne doit plus contenir les documents visés au § 1er, 1°, 2°, 9° à 12°, sauf demande expresse de la part de l'administration ou modification intervenue depuis l'agrément.
  § 3 - Le Ministre peut réduire la liste des documents et justificatifs reprise au § 1er dès qu'existent les possibilités juridiques et techniques d'obtenir directement lesdites informations des instances compétentes.
Art. 4. In afwijking van artikel 3 moet een in artikel 6, 1° of 2°, van het decreet bedoeld uitzendbureau bij zijn aanvraag om erkenning of om hernieuwing van de erkenning, indien het gaat om een tijdelijke erkenning van twee jaar, stukken voegen waaruit blijkt dat het uitzendbureau aan voorwaarden voldoet die gelijkwaardig zijn aan die bepaald bij het decreet of dit besluit.
  De Minister beslist over de gelijkwaardigheid.
Art. 4. Par dérogation à l'article 3, lorsque la demande d'agrément ou de renouvellement d'agrément, en cas d'agrément d'une durée de deux ans, émane d'une agence de travail intérimaire visée à l'article 6, 1° ou 2°, du décret, elle est accompagnée des documents attestant que l'agence de travail intérimaire répond à des conditions équivalentes à celles déterminées par le décret et le présent arrêté.
  Le Ministre décide de l'équivalence.
Art. 5. Bij zijn aanvraag om erkenning m oet een uitzendbureau bedoeld in artikel 6, 3°, van het decreet, naast de stukken bedoeld in artikel 3, ook het bewijs voegen dat het in zijn land van herkomst daadwerkelijk als uitzendbureau fungeert.
Art. 5. Lorsque la demande d'agrément émane d'une agence de travail intérimaire visée à l'article 6, 3°, du décret, elle est accompagnée, outre les documents visés à l'article 3, de la preuve que l'agence est agence de travail intérimaire dans son pays d'origine.
Art. 6. Binnen veertien dagen bekrachtigt het bestuur de ontvangst van de erkenningaanvraag. Als het dossier onvolledig is, wijst het bestuur het uitzendbureau daarop in hetzelfde schrijven.
  Het uitzendbureau dient de ontbrekende documenten, bewijsstukken en gegevens bij het bestuur in, binnen veertien dagen en op dezelfde wijze als de aanvraag.
Art. 6. L'administration accuse réception de la demande dans les quinze jours. Si le dossier est incomplet, l'administration en avise le demandeur dans le même courrier.
  Le demandeur transmet dans les quinze jours à l'administration les documents, justificatifs et renseignements manquants selon les mêmes modalités que la demande d'agrément.
Art. 7. De aanvraag wordt door het bestuur onderzocht.
  Binnen dertig dagen na ontvangst van de volledige aanvraag zendt het bestuur het aanvraagdossier aan de Minister.
  Alle beslissingen van de Minister worden door het bestuur per aangetekende brief aan de aanvrager betekend en bij wijze van uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
  De beslissing van de Minister vermeldt de duur waarvoor de erkenning wordt verleend.
Art. 7. La demande est examinée par l'administration.
  L'administration transmet le dossier au Ministre dans les trente jours après réception du dossier complet.
  La décision du Ministre est notifiée par l'administration au demandeur par recommandé et publiée par extrait au Moniteur belge.
  La décision du Ministre mentionne pour quelle durée l'agence de travail intérimaire est agréée.
Art. 8. Bij een erkenning van twee jaar kan het erom verzoekend uitzendbureau, na afloop van deze termijn, door de Minister voor een onbepaalde termijn worden erkend. Zijn erkenning blijft dan geldig totdat de Minister een beslissing neemt over de verlengingsaanvraag. Het uitzendbureau moet zijn verlengingsaanvraag ten minste drie maanden vóór het verstrijken van de tweejarige erkenning bij het bestuur indienen.
Art. 8. Dans le cas d'un agrément accordé pour deux ans, l'agence de travail intérimaire qui en fait la demande peut, à l'expiration de ce délai, être agréée par le Ministre pour une durée indéterminée. Son agrément vaut alors jusqu'à la décision prise par le Ministre à propos de sa demande de prolongation. L'agence doit introduire sa demande de prolongation auprès de l'administration au moins trois mois avant l'expiration de son agrément de deux ans.
HOOFDSTUK III. - Plichten van de particuliere arbeidsbemiddelingsbureaus en van de uitzendbureaus
CHAPITRE III. - Obligations à charge de l'Agence de placement privée et de l'Agence de travail intérimaire
Afdeling 1. - Plichten van de uitzendbureaus
Section 1re. - Des obligations de l'agence de travail intérimaire
Art. 9. § 1 [3 ...]3
  § 2 [2 [3 ...]3]2
  § 3 - Het uitzendbureau is ertoe verplicht, de Minister schriftelijk binnen veertien dagen alle inlichtingen toe te zenden die betrekking hebben tot wijzigingen van zijn juridische vorm, de samenstelling van zijn sociale organen, zijn wettelijke vertegenwoordigers en de samenstelling van zijn kapitaal.
  
Art. 9. § 1er [3 ...]3
  § 2 [2 [3 ...]3]2
  § 3 - Dans les quinze jours, l'agence de travail intérimaire doit transmettre par écrit au Ministre toutes les informations concernant les modifications intervenues au niveau de sa forme juridique, de la composition de ses organes, de ses représentants légaux et de la composition de son capital.
  
Art. 10. De schriftelijke arbeidsovereenkomst die het uitzendbureau overeenkomstig artikel 12, § 1, 21°, van het decreet met de uitzendkracht moet afsluiten, bevat de volgende verplichte gegevens :
  1° de naam en de aard van de functie en de desbetreffende vereisten;
  2° het activiteitendomein van de werkgever die uitzendkrachten tewerkstelt;
  3° de plaats waar de functie moet worden uitgeoefend, behalve als ze onmogelijk op voorhand kan worden bepaald of als het gaat om functies die niet gebonden zijn aan een welbepaalde plaats;
  4° de naam en de personalia van de contactpersoon bij het uitzendbureau;
  5° de bijzondere arbeidsvoorwaarden en begeleidingsomstandigheden als ze bestaan;
  6° de aard en de vermoedelijke duur van de bemiddelingsprocedure;
  7° in voorkomend geval de vereiste psychologische of medische tests;
  8° de plaats waar de klachten wegens overtreding van de bepalingen van het decreet en van het besluit moeten worden ingediend.
  Pas na afsluiting van de arbeidsovereenkomst mag het uitzendbureau om de overlegging van afschriften - voor eensluidend verklaard of van een zegel voorzien - van diploma's, getuigschriften, attesten en andere stukken vragen.
Art. 10. Le contrat de travail que l'agence de travail intérimaire doit conclure par écrit avec le travailleur intérimaire conformément à l'article 12, § 1er, 21°, du décret contient les mentions obligatoires suivantes :
  1° le nom et la nature de la fonction et ses exigences;
  2° le secteur d'activités de l'employeur faisant appel à l'intérimaire;
  3° le lieu où la fonction doit être exercée, sauf s'il est impossible à définir au préalable ou lorsqu'il s'agit de fonctions qui ne sont pas liées à un lieu de travail bien déterminé;
  4° le nom et les coordonnées de la personne de contact à l'agence de travail intérimaire;
  5° les conditions de travail et circonstances d'accompagnement particulières s'il en existe;
  6° la nature et la durée présumée de la procédure de placement;
  7° le cas échéant, les tests psychologiques ou médicaux requis;
  8° le lieu où les plaintes pour violation des dispositions du décret ou de l'arrêté doivent être introduites.
  La présentation de copies, déclarées conformes ou pourvues d'un timbre, de diplômes, de certificats, d'attestations et d'autres documents, ne peut être demandée par l'agence de travail intérimaire qu'après la signature du contrat de travail.
Art. 11. Het document dat het uitzendbure au, overeenkomstig artikel 12, § 1, 22°, van het decreet, vóór elke uitzendbemiddeling aan de uitzendkracht moet verstrekken en waarin de rechten en plichten van de partijen vastliggen, bevat de plichtgegevens opgenomen in de bijlage bij dit besluit.
Art. 11. Le document visé à l'article 12, § 1er, 22°, du décret, que l'agence de travail intérimaire doit adresser avant tout placement aux travailleurs et aux employeurs et qui fixe les droits et obligations des parties contient les mentions obligatoires prévues à l'annexe du présent arrêté.
Art. 12. De persoonlijkheidstests en psychologische tests die het uitzendbureau laat uitvoeren, mogen slechts onder het gezag van personen worden uitgevoerd die een diploma in de psychologie hebben overereenkomstig artikel 1, 1°, van de wet van 8 november 1993 tot bescherming van de titel van psycholoog.
Art. 12. Les tests de personnalité et tests psychologiques que fait passer l'agence de travail intérimaire ne peuvent être effectués que sous la responsabilité de personnes titulaires d'un diplôme en psychologie conformément à l'article 1er, alinéa 1er, de la loi du 8 novembre 1993 protégeant le titre de psychologue.
Afdeling 2. - Plichten van de particuliere arbeidsbemiddelingsbureaus
Section 2. - Des obligations de l'agence de placement privée
Art. 13. § 1 - Het particulier arbeidsbemiddelingsbureau mag geen vergoeding van de werknemer verkrijgen of eisen.
  § 2 - In afwijking van de § 1 mag het arbeidsbemiddelingsbureau voor schouwspelartiesten en sportbeoefenaars een vergoeding van de werknemer verkrijgen onder de volgende voorwaarden :
  1° de vergoeding ligt vast in een schriftelijke overeenkomst, vooraf gesloten tussen het arbeidsbemiddelingsbureau en de werknemer;
  2° de werknemer ontvangt een afschrift van de overeenkomst;
  3° de vergoeding wordt berekend op grond van een percentage van het brutoloon van de werknemer of van een vastgelegd forfaitair bedrag;
  4° wat de bemiddeling van schouwspelartiesten betreft, mag de vergoeding niet hoger zijn dan vijfentwintig percent van de maandelijkse bezoldiging die de schouwspelartiest voor zijn prestatie zal ontvangen;
  5° wat de bemiddeling van sportbeoefenaars betreft, mag de vergoeding niet hoger liggen dan zeven percent van het jaarlijkse bruto-inkomen van de sportbeoefenaar;
  6° de schriftelijke overeenkomst moet een verbrekingsclausule bevatten.
Art. 13. § 1er - L'agence de placement privée ne peut accepter ou demander une quelconque indemnité de la part du travailleur.
  § 2 - Par dérogation au § 1er, l'agence de placement d'artistes de spectacle ou de sportifs peut percevoir de la part du travailleur une indemnité aux conditions suivantes :
  1° l'indemnité doit au préalable être fixée dans une convention écrite conclue entre l'agence de placement privée et le travailleur;
  2° le travailleur doit recevoir une copie de cette convention;
  3° l'indemnité se calcule sur base, soit d'un pourcentage de la rémunération brute du travailleur, soit d'un montant forfaitaire déterminé;
  4° concernant le placement d'artistes de spectacle, l'indemnité ne peut être supérieure à vingt cinq pour cent de la rémunération mensuelle brute que l'artiste de spectacle recevra pour sa prestation;
  5° concernant le placement de sportifs, l'indemnité ne peut être supérieure à sept pour cent du revenu annuel brut du sportif;
  6° la convention écrite doit contenir une clause de résolution.
Art. 14. Het particulier arbeidsbemiddelingsbureau mag niet de plaats van de werkgever innemen om over de aanstelling of de afkondiging van de werknemer te beslissen noch daaromtrent onderhandelingen voeren.
  In afwijking van het eerste lid mag het particulier arbeidsbemiddelingsbureau dat bemiddeling voor schouwspelartiesten en sportbeoefenaars verricht, wel in plaats van de werkgever onderhandelen, op voorwaarde dat dit vastligt in een schriftelijke overeenkomst, vooraf gesloten tussen het particulier arbeidsbemiddelingsbureau en de werkgever.
Art. 14. L'agence de pl acement privée ne peut prendre à la place de l'employeur aucune décision relative à l'engagement ou au licenciement du travailleur ni mener aucune négociation à ce propos.
  Par dérogation au premier alinéa, l'agence de placement privée qui place des sportifs ou des artistes de spectacle peut négocier à la place de l'employeur à condition que ce soit stipulé dans une convention écrite conclue au préalable entre l'agence de placement privée et l'employeur.
Art. 15. Het schriftelijk dienstencontract dat het particulier arbeidsbemiddelingsbureau overeenkomstig artikel 11, § 1, 13°, van het decreet met de werknemer, werkgever of leerling moet afsluiten, bevat de volgende verplichte gegevens :
  1° de naam en de aard van de beoogde functie en de desbetreffende vereisten;
  2° het activiteitendomein waarin de werknemer wenst tewerkgesteld te worden;
  3° de plaats waar de functie moet worden uitgeoefend, behalve als ze onmogelijk op voorhand kan worden bepaald of als het gaat om functies die niet gebonden zijn aan een welbepaalde plaats;
  4° de naam en de personalia van de contactpersoon bij het particulier arbeidsbemiddelingsbureau;
  5° de bijzondere arbeidsvoorwaarden en begeleidingsomstandigheden als ze bestaan;
  6° de aard en de vermoedelijke duur van de bemiddelingsprocedure;
  7° in voorkomend geval de vereiste psychologische of medische tests;
  8° de plaats waar de klachten wegens overtreding van de bepalingen van het decreet en van het besluiten moeten worden ingediend.
Art. 15. Le contrat de services que l'agence de placement privée doit conclure par écrit avec le travailleur, l'employeur ou l'apprenti conformément à l'article 11, § 1er, 13°, du décret contient les mentions obligatoires suivantes :
  1° le nom et la nature de la fonction souhaitée et ses exigences;
  2° le secteur d'activités dans lequel le travailleur souhaite être occupé;
  3° le lieu où la fonction doit être exercée, sauf s'il est impossible à définir au préalable ou lorsqu'il s'agit de fonctions qui ne sont pas liées à un lieu de travail bien déterminé;
  4° le nom et les coordonnées de la personne de contact à l'agence de placement privée;
  5° les conditions de travail et circonstances d'accompagnement particulières s'il en existe;
  6° la nature et la durée présumée de la procédure de placement;
  7° le cas échéant, les tests psychologiques ou médicaux requis;
  8° le lieu où les plaintes pour violation des dispositions du décret ou de l'arrêté doivent être introduites.
HOOFDSTUK IV. - Waarschuwing en ingebrekestelling alsmede opschorting en intrekking van de erkenning als uitzendbureau
CHAPITRE IV. - Avertissement et mise en demeure ainsi que suspension et retrait de l'agrément comme agence de travail intérimaire
Art. 16. § 1 - Als het uitzendbureau de bepalingen van het decreet of van het besluit overtreedt, spreekt de beambte aangewezen met toepassing van artikel 1 van het decreet van het Waalse Gewest van 5 februari 1998 houdende toezicht en controle op de naleving van de wetgeving betreffende het tewerkstellingsbeleid, hierna "sociaal inspecteur" genoemd, een waarschuwing uit en nodigt het uitzendbureau per aangetekende brief schriftelijk uit, om in de toekomst met zulke overtredingen op te houden en zich binnen dertig dagen in regel te stellen.
  Indien het uitzendbureau de door de sociaal inspecteur opgelegde verplichtingen binnen deze termijn niet naleeft, spreekt de Minister de opschorting of de intrekking van de erkenning uit en zendt de beslissing tot opschorting of intrekking aan het uitzendbureau per aangetekende brief toe.
  Onverminderd de rechterlijke beroepen kan het betrokken uitzendbureau binnen dertig dagen, per aangetekende brief, bij de Minister een beroep tegen deze beslissing indienen. Dit beroep moet met redenen omkleed worden en mag van alle nuttige documenten en bewijsstukken vergezeld gaan.
  Bij beroep neemt de Minister zijn beslissing binnen de dertig dagen na de betekening van het beroep.
  De opschorting of intrekking van de erkenning door de Minister wordt door het bestuur per aangetekende brief aan het uitzendbureau betekend en bij wijze van uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
  § 2 - Bij een tijdelijke of definitieve stopzetting van de uitzendbemiddeling door het uitzendbureau, dient het bureau de Minister hierover, per aangetekende brief, onmiddellijk te informeren.
  De erkenning wordt door de Minister opgeschort of ingetrokken.
Art. 16. § 1 - Si l'agence de travail intérimaire enfreint les dispositions du décret ou de l'arrêté, l'agent désigné en application de l'article 1er du décret de la Région wallonne du 5 février 1998 relatif à la surveillance et au contrôle des législations relatives à la politique de l'emploi, ci-après désigné " inspecteur social ", formule un avertissement et invite l'agence, par recommandé, à s'abstenir de telles infractions à l'avenir ou à se mettre en règle dans les trente jours.
  Si, dans le délai imparti, l'agence ne remplit pas les obligations qui lui sont imposées par l'inspecteur social, le Ministre prononce la suspension ou le retrait de l'agrément et transmet à l'agence, par recommandé, la décision de suspension ou de retrait.
  Sans préjudice des recours juridictionnels, l'agence concernée peut introduire un recours auprès du Ministre, par recommandé, dans les trente jours de la décision. Ce recours doit être motivé et peut être accompagné de tout document ou justificatif utile.
  En cas de recours, le Ministre statue dans les trente jours de la notification du recours.
  La suspension ou le retrait de l'agrément par le Ministre est communiqué par l'administration, par recommandé, à l'agence de travail intérimaire et publié par extrait au Moniteur belge.
  § 2 - En cas de cessation temporaire ou définitive du placement d'intérimaires par l'agence, celle-ci en informe immédiatement le Ministre par recommandé.
  L'agrément est suspendu ou retiré par le Ministre.
HOOFDSTUK V. - Waarschuwing en ingebrekestelling van de particuliere arbeidsbemiddelingsbureaus en verbod van de betrokken dienstverleningen
CHAPITRE V. - Avertissement et mise en demeure des agences de placement privées et interdiction des services concernés
Art. 17. Als het particulier arbeidsbemiddelingsbureau de bepalingen van het decreet of van het besluit overtreedt, spreekt de beambte aangewezen met toepassing van artikel 1van het decreet van het Waalse Gewest van 5 februari 1998 houdende toezicht en controle op de naleving van de wetgeving betreffende het tewerkstellingsbeleid, hierna "sociaal inspecteur" genoemd, een waarschuwing uit en nodigt het bureau per aangetekende brief schriftelijk uit, om in de toekomst met zulke overtredingen op te houden en zich binnen dertig dagen in regel te stellen.
  Indien het particulier arbeidsbemiddelingsbureau de door de sociaal inspecteur opgelegde verplichtingen binnen deze termijn niet naleeft, spreekt de Minister het bemiddelingsverbod uit en zendt de beslissing aan het particulier arbeidsbemiddelingsbureau per aangetekende brief toe.
  Onverminderd de rechterlijke beroepen kan het betrokken bureau binnen 30 dagen, per aangetekende brief, bij de Minister een beroep tegen deze beslissing indienen. Dit beroep moet met redenen omkleed worden en mag van alle nuttige documenten en bewijsstukken vergezeld gaan.
  Bij beroep neemt de Minister zijn beslissing binnen de dertig dagen na de betekening van het beroep.
  Het bemiddelingsverbod wordt door het bestuur per aangetekende brief aan het particulier arbeidsbemiddelingsbureau betekend en bij wijze van uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
Art. 17. Si l'age nce de placement privée enfreint les dispositions du décret ou de l'arrêté, l'agent désigné en application de l'article 1er du décret de la Région wallonne du 5 février 1998 relatif à la surveillance et au contrôle des législations relatives à la politique de l'emploi, ci-après désigné " inspecteur social ", formule un avertissement et invite l'agence, par recommandé, à s'abstenir de telles infractions à l'avenir et à se mettre en règle dans les trente jours.
  Si, dans le délai imparti, l'agence ne remplit pas les obligations qui lui sont imposées par l'inspecteur social, le Ministre prononce l'interdiction de placement et transmet la décision à l'agence par recommandé.
  Sans préjudice des recours juridictionnels, l'agence concernée peut introduire un recours auprès du Ministre, par recommandé, dans les trente jours de la décision. Ce recours doit être motivé et peut être accompagné de tout document ou justificatif utile.
  En cas de recours, le Ministre statue dans les trente jours de la notification du recours.
  L'interdiction de placement est communiquée par l'administration, par recommandé, à l'agence de travail intérimaire et publiée par extrait au Moniteur belge.
HOOFDSTUK VI.
CHAPITRE VI.
HOOFDSTUK VII. - Overgangs- en slotbepalingen
CHAPITRE VII. - Dispositions finales
Art. 19. In de bijlage bij het besluit van de Regering van 12 juli 2001 tot harmonisatie van het presentiegeld en van de reisvergoedingen in instellingen en raden van beheer van de Duitstalige Gemeenschap wordt de lijst met de instellingen vermeld onder 3° aangevuld met "het Platform voor arbeids- en uitzendbemiddeling".
Art. 19. Dans l'annexe à l'arrêté du Go uvernement du 12 juillet 2001 portant harmonisation des jetons de présence et des indemnités de déplacement au sein d'organismes et de conseils d'administration de la Communauté germanophone, la liste des organismes figurant au 3° est complétée par la plate-forme " placement et placement d'intérimaires ".
Art. 20. De in dit besluit bepaalde termijnen worden in kalenderdagen berekend. De termijn loopt vanaf de dag na de handeling. De vervaldag wordt meegerekend in de termijn. Als die dag echter een zaterdag, zondag of feestdag is, valt de vervaldag op de eerst volgende werkdag.
  In de zin van dit besluit worden de volgende dagen gelijkgesteld met een feestdag : 1 januari, Altweiberdonnerstag (oude wijven donderdag), Rozenmaandag, paasmaandag, 1 mei, Hemelvaartsdag, Pinkstermaandag, 21 juli, 15 augustus, 1, 2, 11 en 15 november, 25 en 26 december, alsook de bij decreet of bij besluit van de Regering vastgestelde dagen.
Art. 20. Les délais prévus dans le présent arrêté sont des jours calendrier. Le délai court à partir du lendemain du jour de l'acte. Le jour de l'échéance est compris dans le délai. Toutefois, lorsque ce jour est un samedi, un dimanche ou un jour férié, le jour de l'échéance est reporté au jour ouvrable suivant.
  Sont considérés comme jours fériés au sens du présent arrêté : le nouvel an, le "Altweiberdonnerstag" ( jeudi des vieilles femmes), le " Rosenmontag " (lundi des Roses), le lundi de Pâques, le 1er mai, l'Ascension, le lundi de Pentecôte, le 21 juillet, le 15 août, les 1er, 2, 11 et 15 novembre, les 25 et 26 décembre ainsi que les jours déterminés par décret ou par arrêté du Gouvernement.
Art.20.1.[1 In afwijking van artikel 9, § 1, tweede lid, wordt de daarin vermelde termijn van 30 juni [2 voor het jaar 2020 en voor het jaar 2021]2 met drie maanden verlengd tot 30 september.
   De Minister kan de termijn twee keer met dezelfde duur verlengen.]1

  
Art.20.1.[1 Par dérogation à l'article 9, § 1er, alinéa 2, le délai y mentionné est prolongé, [2 pour les années 2020 et 2021]2, de trois mois et porte la date du 30 juin au 30 septembre.
   Le Ministre peut prolonger, pour la même durée, ce délai à deux reprises]1

  
Art. 21. Het decreet van 9 februari 2004 tot instemming met het Verdrag nr. 181 inzake particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling, het decreet en voorliggend besluit treden in werking op 1 januari 2010.
Art. 21. Le décret du 9 février 2004 portant assentiment à la Convention n° 181 sur les agences d'emplois privées, le décret et le présent arrêté entrent en vigueur le 1er janvier 2010.
Art. 22. De minister bevoegd voor Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 22. Le Ministre compétent en matière d'Emploi est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N.   Verplichte gegevens opgenomen in het document bedoeld in artikel 12, § 1, 22° van het decreet van 11 mei 2009 betreffende de erkenning van de uitzendbureaus en de controle op de particuliere arbeidsbemiddelingsbureaus, dat het uitzendbureau vóór elke uitzendbemiddeling aan de uitzendkracht moet verstrekken en waarin de rechten en plichten van de partijen vastliggen :
  1° Het uitzendbureau mag geen vergoeding van de uitzendkracht ontvangen of eisen.
  2° Het uitzendbureau is ertoe verplicht, alle belanghebbenden op een objectieve, respectvolle en niet-discriminerende wijze te behandelen en mag geen discriminerende werkaanbiedingen opstellen of bekendmaken.
  3° Het uitzendbureau is ertoe verplicht, de persoonlijke levenssfeer van de uitzendkracht te eerbiedigen en persoonsgebonden gegevens uitsluitend met de toestemming van de uitzendkracht en binnen de perken van de inschakeling in het beroepsproces in te winnen en te gebruiken.
  Het uitzendbureau mag inlichtingen over de uitzendkracht slechts in het kader van de uitzendbemiddeling inwinnen en gebruiken. Het uitzendbureau verplicht er zich toe, de persoonsgebonden gegevens slechts zo lang te bewaren als de kandidaat het wenst of zolang de uitvoering van de opdracht het vereist.
  Het uitzendbureau moet de uitzendkracht inzage in de opgeslagen, hem betreffende gegevens verlenen en hem op verzoek, na het einde van de opdracht, alle inlichtingen over zijn dossier verstrekken.
  4° Het uitzendbureau is ertoe verplicht, de uitzendkracht tijdig volledige inlichtingen te verstrekken over de uitzendbemiddeling en de werking ervan.
  5° De persoonlijkheidstests en psychologische tests die het uitzendbureau laat uitvoeren, mogen slechts onder het gezag van een psycholoog worden uitgevoerd.
  6° Het uitzendbureau mag slechts medische gegevens inwinnen om te kunnen nagaan of de uitzendkracht al dan niet in staat is om een bepaalde functie uit te oefenen of om aan de gezondheids- en veiligheidsvereisten te voldoen. Het mag geen genetische tests uitvoeren of laten uitvoeren.
  7° Mits inachtneming van de beroepsethiek kan de uitzendkracht, op verzoek, mondelinge inlichtingen over de resultaten van de interviews, tests en praktische proeven krijgen.
  8° Het uitzendbureau is ertoe verplicht de werkzoekende die onder de werkloosheidscontrole valt en erom verzoekt een attest te verstrekken waarin datum en uur van diens bezoek aan het uitzendbureau worden vermeld.
  9° Het uitzendbureau mag geen uitzendbemiddeling voor fictieve vacatures aanbieden.
  10° Het uitzendbureau mag geen activiteit uitoefenen die leidt tot een tewerkstelling die strijdig is met de openbare orde of duidelijk een inbreuk inhoudt op de sociale en fiscale wetgeving.
  11° Het uitzendbureau mag geen uitzendbemiddeling uitvoeren om werknemers te vervangen in een bedrijf in geval van staking, lock-out of schorsing van een arbeidscontract zoals bedoeld in de artikelen 50 en 51 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
  12° Mits naleving van de wetgeving betreffende de tewerkstelling van de buitenlandse werknemers mag het uitzendbureau voor buitenlandse uitzendkrachten bemiddelen.
  13° Het uitzendbureau mag aan de uitzendkracht geen exclusiviteitclausule opleggen.
  14° Het uitzendbureau mag geen uitzendbemiddeling uitvoeren waarvoor het niet erkend is.
  15° Het uitzendbureau moet in alle advertenties en in elk document met betrekking tot een uitzendarbeidsbemiddeling de erkenning door de Duitstalige Gemeenschap als uitzendbureau vermelden door het erkenningsnummer van de Duitstalige Gemeenschap aan te geven.
  16° Het uitzendbureau is ertoe verplicht het document met de inhoud van deze bijlage in extenso in de voor het publiek toegankelijke lokalen aan te plakken, op de plaats waar het in optimale omstandigheden kan worden gelezen.
  17° Het uitzendbureau dat zijn advertenties via geschreven pres, radio en elektronische media bekendmaakt, moet erbij dit document ook bekendmaken of de plaats opgeven waar het ter inzage beschikbaar gesteld wordt. Op verzoek zal het uitzendbureau een afschrift van dit document gratis toezenden.
  18° Alle klachten kunnen per brief, per telefoon of elektronisch op volgend adres worden ingediend :
  Ministerium der Deutschsprachigen Gemeinschaft
  Fachbereich Beschäftigung
  Gospertstrasse 1
  4700 EUPEN
  Tel. : 087- 59 63 00
  Fax : 087-55 64 75
Art. N.   Mentions figurant obligatoirement dans le document prévu à l'article 12, § 1er, 22°, du décret du 11 mai 2009 relatif à l'agrément des agences de travail intérimaire et à la surveillance des agences de placement privées, document qui fixe les droits et obligations des parties et que l'agence de travail intérimaire doit remettre au travailleur intérimaire avant tout placement :
  1. L'agence de travail intérimaire ne peut en aucun cas accepter ou demander une quelconque indemnité de la part du travailleur
  2. L'agence de travail intérimaire est tenue de traiter de façon objective, respectueuse et non discriminatoire tous les intéressés et ne peut rédiger ni publier des offres d'emploi discriminatoires.
  3. L'agence de travail intérimaire est tenue de respecter la vie privée des travailleurs et de ne recueillir et utiliser des données à caractère personnel que moyennant l'accord du travailleur et dans le cadre de son insertion professionnelle.
  L'agence de travail intérimaire ne peut recueillir et utiliser les informations concernant les travailleurs que dans l'exercice de services de placement. L'agence de travail intérimaire s'engage à ne conserver les données à caractère personnel qu'aussi longtemps que le candidat le souhaite ou que la mission le nécessite.
  L'agence de travail intérimaire doit permettre aux travailleurs de consulter les données sauvegardées qui les concernent et est tenue, à l'issue de la mission, de leur faire parvenir sur demande les informations relatives à leur dossier.
  4. L'agence de travail intérimaire est tenue de fournir en temps utile aux travailleurs des informations correctes et complètes sur le placement d'intérimaires et son fonctionnement.
  5. Les tests de personnalité et tests psychologiques que fait passer l'agence de travail intérimaire ne peuvent être effectués que sous la responsabilité d'un psychologue.
  6. L'agence de travail intérimaire ne peut demander des données médicales que dans la mesure où cela est nécessaire en vue de constater si le travailleur est capable d'exercer une fonction déterminée ou de répondre aux exigences en matière de santé et de sécurité. Elle ne peut pas effectuer ou faire effectuer des tests génétiques.
  7. Le travailleur peut obtenir, sur demande, toute information orale sur les résultats des interviews, des tests et des épreuves pratiques, dans le respect des règles d'éthique professionnelle.
  8. A la demande du chômeur soumis au contrôle, l'agence de travail intérimaire est tenue de lui délivrer une attestation mentionnant les date et heure de sa visite à l'agence.
  9. L'agence de travail intérimaire ne peut exercer de services de placement pour des offres d'emploi fictives.
  10. L'agence de travail intérimaire ne peut exercer des activités qui mènent à l'attribution d'emplois contraires à l'ordre public ou portant manifestement atteinte à la législation sociale ou fiscale.
  11. L'agence de travail intérimaire ne peut placer des intérimaires pour remplacer des travailleurs en cas de grève, de lock-out ou de suspension d'un contrat de travail en vertu des articles 50 et 51 de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail.
  12. L'agence de travail intérimaire est autorisée à placer des travailleurs de nationalité étrangère, à condition de respecter la réglementation relative à l'occupation de travailleurs étrangers.
  13. L'agence de travail intérimaire ne peut imposer au travailleur de clause d'exclusivité.
  14. L'agence de travail intérimaire ne peut assurer des placements pour lesquels elle n'est pas agréée.
  15. Dans les annonces de placement et dans tout document relatif à un placement, l'agence de travail intérimaire est tenue de faire mention de son agrément comme agence de travail intérimaire par la Communauté germanophone en y indiquant son numéro d'agrément.
  16. L'agence de travail intérimaire est tenue d'afficher le document reprenant les mentions figurant à la présente annexe in extenso dans les locaux accessibles au public, à l'endroit où il pourra être lu dans les meilleures conditions.
  17. L'agence de travail intérimaire qui procède à la publication d'offres d'emploi par le biais de la presse écrite, de la radio et de médias électroniques doit rendre ce texte public par ces médias ou mentionner explicitement le lieu où il est disponible. Une copie de ce texte est communiquée gratuitement par l'agence sur simple demande.
  18. Les plaintes peuvent être introduites par écrit, par téléphone ou par courrier électronique à l'adresse suivante :
  Ministerium der Deutschsprachigen Gemeinschaft
  Fachbereich Beschäftigung
  Gospertstrasse 1
  4700 EUPEN
  Tel. : 087-59 63 00
  Fax : 087-55 64 75