Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
26 NOVEMBER 2007. - Ministerieel besluit betreffende de toekenning van subsidies voor naschoolse opleidingsinitiatieven in de landbouwsector(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 11-12-2007 en tekstbijwerking tot 16-11-2021)
Titre
26 NOVEMBRE 2007. - Arrêté ministériel relatif à l'octroi de subventions aux initiatives de formation extrascolaire dans le secteur agricole (TRADUCTION)(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 11-12-2007 et mise à jour au 16-11-2021)
Documentinformatie
Numac: 2007037167
Datum: 2007-11-26
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2007037167
Date: 2007-11-26
Moniteur: Voir
Tekst (38)
Texte (38)
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder :
  1° het besluit : het besluit van de Vlaamse Regering van 4 juni 2004 betreffende de toekenning van subsidies voor naschoolse opleidingsinitiatieven in de landbouwsector;
  2° [1 e-loket : het e-loket, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juli 2005 tot instelling van een bedrijfstoeslagregeling en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en tot toepassing van de randvoorwaarden.]1
  
Article 1. Dans le présent arrêté, on entend par :
  1° l'arrêté : l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 juin 2004 octroyant des subventions aux initiatives de formation extrascolaire dans le secteur agricole;
  2° [1 guichet électronique : le guichet électronique visé à l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juillet 2005 instaurant un régime de paiement unique et établissant certains régimes d'aide pour agriculteurs et portant application de la conditionnalité.]1
  
Art. 2. De personen, vermeld in artikel 2, § 1, 1°, 2° en 3°, van het besluit, bewijzen hun beroepsactiviteit door het btw- of KBO-nummer te vermelden van het bedrijf waarin zij hun landbouwactiviteit uitoefenen. [1 [3 de bevoegde entiteit]3 beoordeelt de landbouwactiviteit van het bedrijf op basis van de aanwezigheid van een actief landbouwnummer [2 of de NACE-code]2.]1 [2 De werknemers moeten vallen onder het paritair comité landbouw, tuinbouw of ondernemingen van technische land- en tuinbouwwerken.]2
  Voor de personen, vermeld in artikel 2, § 1, 4°, van het besluit, volstaat een verklaring van de werkgever.
  [2 De personen, vermeld in artikel 2, § 1, 5°, van het besluit, vermelden het nummer van hun fytolicentie. [4 Alleen de fytolicenties "Assistent professioneel gebruik", "Professioneel gebruik" of "Distributie/Voorlichting" als vermeld in artikel 20, § 3, van het koninklijk besluit van 19 maart 2013 ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en toevoegingsstoffen, komen in aanmerking voor de toekenning van een subsidie voor naschoolse opleidingsinitiatieven in de landbouwsector.]4
   De personen, vermeld in artikel 2, § 1, 6°, van het besluit, verklaren dat ze geregistreerd zijn bij het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.]2

  
Art. 2. Les personnes visées à l'article 2, § 1er, 1°, 2° et 3° de l'arrêté, prouvent leur activité professionnelle par la mention du numéro TVA ou BCE de l'entreprise où elles exercent leurs activités professionnelles. [1 [3 l'entité compétente]3 évalue l'activité agricole de l'entreprise sur la base de la présence d'un numéro agricole actif [2 ou du code NACE]2. ]1 [2 Les employés doivent relever du comité paritaire pour l'agriculture, l'horticulture ou les entreprises de travaux techniques agricoles et horticoles.]2
  Pour les personnes visées à l'article 2, § 1er, 4°, de l'arrêté, une déclaration de l'employeur suffit.
  [2 Les personnes, visées à l'article 2, § 1er, 5°, de l'arrêté, mentionnent le numéro de leur phytolicence. [4 Seules les phytolicences " Assistant usage professionnel ", " Usage professionnel " ou " Distribution/Conseil " visées à l'article 20, § 3, de l'arrêté royal du 19 mars 2013 pour parvenir à une utilisation des produits phytopharmaceutiques et adjuvants compatible avec le développement durable, sont éligibles à l'octroi d'une subvention aux initiatives de formation extrascolaire dans le secteur agricole.]4
   Les personnes, visées à l'article 2, § 1er, 6°, de l'arrêté, déclarent qu'elles sont enregistrées auprès de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne Alimentaire.]2

  
Art. 3. Starterscursussen type A als vermeld in artikel 4, 1°, a), van het besluit moeten minstens het programma omvatten dat als bijlage I bij dit ministerieel besluit gevoegd is.
Art. 3. Les cours pour starters type A, tels que visés à l'article 4, 1°, a), de l'arrêté doivent comporter au moins le programme joint en annexe Ire au présent arrêté ministériel.
Art. 4. Starterscursussen type B als vermeld in artikel 4, 1°, b), van het besluit moeten minstens het programma omvatten dat als bijlage II bij dit ministerieel besluit gevoegd is.
Art. 4. Les cours pour starters type B, tels que visés à l'article 4, 1°, b), de l'arrêté doivent comporter au moins le programme joint en annexe II au présent arrêté ministériel.
Art. 4/1. [1 [3 Starterscursussen type C als vermeld in artikel 4, eerste lid, 1°, c), van het besluit, als het gaat om de basisopleidingen over de fytolicentie, moeten voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 33 van het koninklijk besluit van 19 maart 2013 ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en toevoegingsstoffen.]3
  [3 De basisopleidingen, vermeld in het eerste lid, omvatten de volgende inhoud:
   1° fytolicentie 1: assistent professioneel gebruik:
   a) alle relevante wetgeving: één lesuur;
   b) gewasbeschermingsmiddelen: één lesuur;
   c) correct gebruik van gewasbeschermingsmiddelen: vijf lesuren;
   d) risico's van gewasbeschermingsmiddelen: vijf lesuren;
   e) toegepaste gewasbescherming met voornaamste ziekten en plagen: vier lesuren;
   2° fytolicentie 2: professioneel gebruik:
   a) alle relevante wetgeving: tien lesuren;
   b) gewasbescherming: tien lesuren;
   c) gewasbeschermingsmiddelen: tien lesuren;
   d) correct gebruik van gewasbeschermingsmiddelen: tien lesuren;
   e) risico's van gewasbeschermingsmiddelen: tien lesuren;
   f) toegepaste gewasbescherming: tien lesuren;
   3° fytolicentie 3: distributie/voorlichting:
   a) alle relevante wetgeving: tien lesuren;
   b) gewasbescherming: twintig lesuren;
   c) gewasbeschermingsmiddelen: twintig lesuren;
   d) correct gebruik van gewasbeschermingsmiddelen: vijftien lesuren;
   e) risico's van gewasbeschermingsmiddelen: vijftien lesuren;
   f) toegepaste gewasbescherming: veertig lesuren.
   Alleen de opleidingen om de fytolicentie 1, 2 en 3 te behalen, kunnen worden georganiseerd. De opleiding om de fytolicentie 2 te behalen, wordt georganiseerd voor een van de volgende doelgroepen:
   1° de eetbare plantaardige productie;
   2° de niet-eetbare plantaardige productie;
   3° de biologische productie.
   Een opleiding met combinatie van de verschillende doelgroepen, vermeld in het derde lid, is niet toegestaan.]3

   De opleidingen, vermeld in het eerste lid, moeten gegeven worden door lesgevers die zelf in het bezit zijn van een fytolicentie 3, of lesgever zijn in door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde instellingen voor basisonderwijs, secundair onderwijs, hoger onderwijs, volwassenenonderwijs of deeltijds kunstonderwijs, of in centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, wat de leertijd betreft. De verplichte thema's waarvoor geen fytolicentie nodig is, mogen gegeven worden door experten in het thema in kwestie.
   De opleidingen, vermeld in het eerste lid, moeten afgesloten worden met een schriftelijke cursustest, waarvan de vragen opgesteld worden door [2 de bevoegde entiteit]2. Een personeelslid van het departement moet uitgenodigd worden op de cursustest. [3 De bevoegde entiteit stelt een huishoudelijk reglement op met de praktische organisatie van de examens.]3
   De opleidingen fytolicentie 2 en 3 moeten bijkomend worden afgesloten door een mondelinge test voor een jury die bestaat uit minstens één vertegenwoordiger van [2 de bevoegde entiteit]2 en een expert gewasbescherming. Een vertegenwoordiger van het organiserend centrum mag bij de test aanwezig zijn als waarnemer.]1

  
Art. 4/1. [1 [3 Les cours pour débutants du type C tels que visés à l'article 4, alinéa 1er, 1°, c), de l'arrêté, lorsqu'il s'agit de formations initiales concernant la phytolicence, doivent répondre aux conditions, visées à l'article 33 de l'arrêté royal du 19 mars 2013 pour parvenir à une utilisation des produits phytopharmaceutiques et adjuvants compatible avec le développement durable.]3
  [3 Les formations initiales visées à l'alinéa 1er comprennent le contenu suivant :
   1° gphytolicence 1 : assistant utilisation professionnelle :
   a) toute législation pertinente : une heure de cours ;
   b) produits phytopharmaceutiques : une heure de cours ;
   c) utilisation correcte de produits phytopharmaceutiques : cinq heures de cours ;
   d) risques de produits phytopharmaceutiques : cinq heures de cours ;
   e) protection phytosanitaire appliquée avec maladies et épidémies principales : quatre heures de cours ;
   2° phytolicence 2 : utilisation professionnelle :
   a) toute législation pertinente : dix heures de cours ;
   b) protection phytosanitaire : dix heures de cours ;
   c) produits phytopharmaceutiques : dix heures de cours ;
   d) utilisation correcte de produits phytopharmaceutiques : dix heures de cours ;
   e) risques de produits phytopharmaceutiques : dix heures de cours ;
   f) protection phytosanitaire appliquée : dix heures de cours ;
   3° phytolicence 3 : distribution/information :
   a) toute législation pertinente : dix heures de cours ;
   b) protection phytosanitaire : vingt heures de cours ;
   c) produits phytopharmaceutiques : vingt heures de cours ;
   d) utilisation correcte de produits phytopharmaceutiques : quinze heures de cours ;
   e) risques de produits phytopharmaceutiques : quinze heures de cours ;
   f) protection phytosanitaire appliquée : quarante heures de cours.
   Seules les formations pour l'obtention de la phytolicence 1, 2 et 3 peuvent être organisées. La formation pour l'obtention de la phytolicence 2 est organisée pour l'un des groupes-cibles suivants :
   1° la production végétale comestible ;
   2° la production végétale non comestible ;
   3° la production biologique.
   Une formation à combinaison de différents groupes-cibles, visée à l'alinéa 3, n'est pas autorisée.]3

   Les formations, visées à l'alinéa premier, doivent être données par des enseignants qui possèdent eux-mêmes une phytolicence 3 ou sont enseignant dans des institutions agréées, financées ou subventionnées par la Communauté flamande de l'enseignement fondamental, de l'enseignement secondaire, de l'enseignement supérieur, de l'éducation des adultes ou de l'enseignement artistique à temps partiel, ou dans des centres de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises, pour ce qui est de la formation en apprentissage. Les thèmes obligatoires pour lesquels aucune phytolicence n'est nécessaire peuvent être donnés par des experts du thème en question.
   Les formations, visées à l'alinéa premier, doivent être conclues par un test écrit du cours, dont les questions sont établies par [2 l'entité compétente]2. Un membre du personnel du département doit être invité au test du cours. [3 L'entité compétente établit un règlement d'ordre intérieur contenant l'organisation pratique des examens.]3
   Les formations phytolicence 2 et 3 doivent complémentairement être conclues par un test oral devant un jury qui comprend au moins un représentant de [2 l'entité compétente]2 et un expert en protection phytosanitaire. Un représentant du centre organisateur peut assister au test en tant qu'observateur.]1

  
Art. 4/2. [3 § 1. De korte vormingsactiviteiten, vermeld in artikel 4, eerste lid, 4°, van het besluit, kunnen voor dezelfde deelnemersgroep aaneensluitend op dezelfde dag worden georganiseerd, als ze georganiseerd worden door een erkend algemeen centrum of een erkend gewestelijk centrum.
   § 2. Verschillende korte vormingsactiviteiten die bestaan uit een samenhangend geheel van theoretische of praktijklessen en die bestemd zijn voor dezelfde groep deelnemers, mogen samen maximaal negentien lesuren bedragen.
   § 3. Bij korte vormingsactiviteiten die georganiseerd worden door een erkend algemeen of een erkend gewestelijk centrum zijn het minimumaantal deelnemers, vermeld in artikel 11, § 1, eerste lid, 5°, van het besluit, personen als vermeld in artikel 2, § 1, of artikel 2, § 2, 1°, van het besluit.]3

  [1 [3 § 4. ]3 De korte vormingsactiviteiten, vermeld in artikel 4, 4°, van het besluit, als het gaat om de aanvullende opleidingen betreffende de fytolicentie, moeten voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 38 van het koninklijk besluit van 19 maart 2013 ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en toevoegingsstoffen.
   De inhoud van die opleidingen moet voorgelegd worden aan [2 de bevoegde entiteit]2.
   [2 De bevoegde entiteit]2 beslist of de opleidingen gevalideerd worden als aanvullende opleiding als vermeld in artikel 38 van het koninklijk besluit van 19 maart 2013 ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en toevoegingsstoffen.
   De deelnemerslijsten van de gevalideerde opleidingen worden doorgegeven aan de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.]1

  
Art. 4/2. [3 § 1er. Les activités de formation de courte durée, visées à l'article 4, alinéa 1er, 4°, de l'arrêté, peuvent être organisées de manière consécutive le même jour pour le même groupe de participants si ces activités sont organisées par un centre général reconnu ou un centre régional reconnu.
   § 2. L'ensemble de plusieurs activités de formation de courte durée qui consistent en un ensemble cohérent de leçons théoriques ou pratiques et qui sont destinées au même groupe de participants, ne peut pas dépasser dix-neuf heures de cours.
   § 3. Dans le cas d'activités de formation de courte durée organisées par un centre général reconnu ou un centre régional reconnu, le nombre minimum de participants visé à l'article 11, § 1er, alinéa 1er, 5°, de l'arrêté, sont des personnes telles que visées à l'article 2, § 1er, ou à l'article 2, § 2, 1°, de l'arrêté. ]3

  [1 [3 § 4. ]3 Les activités de formation courtes, visées à l'article 4, 4°, de l'arrêté, lorsqu'il s'agit de formations complémentaires concernant la phytolicence, doivent répondre aux conditions, visées à l'article 38 de l'arrêté royal du 19 mars 2013 pour parvenir à une utilisation des produits phytopharmaceutiques et adjuvants compatible avec le développement durable.
   Le contenu de ces formations doit être soumis au département.
   [2 L'entité compétente]2 décide de la validation des formations comme formation complémentaire telle que visée à l'article 38 de l'arrêté royal du 19 mars 2013 pour parvenir à une utilisation des produits phytopharmaceutiques et adjuvants compatible avec le développement durable.
   Les listes de participants aux formations validées sont transmises au Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement.]1

  
Art. 5. Bij de keuze van het stagebedrijf mag het algemeen centrum geen bedrijf voorstellen waar de stagiair reeds landbouwactiviteiten uitoefent of uitgeoefend heeft als bedrijfsleider, meewerkend gezinslid, zelfstandig helper, werknemer of zaakvoerder.
  Behoudens gevallen van overmacht moeten de stages plaatsvinden binnen een periode van drie maanden. De stage moet plaatsvinden in minimum het aantal dagen dat aangevraagd wordt. Per dag moet minstens een aaneensluitende periode van vier uur gepresteerd worden, en mag maximaal twaalf uur gepresteerd worden.
Art. 5. Pour le choix de l'entreprise de stage, le centre général ne peut pas proposer une entreprise où le stagiaire exerce ou a déjà exercé des activités agricoles en qualité de chef d'entreprise, de membre de famille aidant, d'aidant indépendant, de travailleur ou de gérant.
  Sauf dans des cas de force majeure, les stages doivent avoir lieu dans une période de trois mois. Le stage doit avoir lieu dans au minimum le nombre de jours demandés. Par jour, au moins une période continue de quatre heures doit être prestée et au maximum douze heures.
Art. 6. Enkel een algemeen of gewestelijk centrum mag korte vormingsactiviteiten organiseren over de volgende onderwerpen :
  1° bewaring en verwerking van land- en tuinbouwproducten;
  2° economische, fiscale en juridische thema's;
  3° de landbouw in andere landen.
Art. 6. Seul un centre général ou régional peut organiser des activités de formation traitant des sujets suivants :
  1° conservation et transformation de produits agricoles et horticoles;
  2° thèmes économiques, fiscaux et juridiques;
  3° l'agriculture dans d'autres pays.
Art. 7. Bij de berekening van de subsidie van cursussen kunnen afwezigheden wegens ziekte beschouwd worden als een aanwezigheid, mits een doktersattest wordt voorgelegd en de deelnemer minstens 75 % van de uren effectief aanwezig geweest is.
Art. 7. Pour le calcul de la subvention des cours, les absences pour cause de maladie peuvent être considérées comme une absence, à la condition qu'un certificat médical soit présenté et que le participant ait assisté effectivement à au moins 75 % des heures de cours.
Art. 8. [1 Het minimaal vereiste aantal deelnemers, vermeld in artikel 14 van het besluit, wordt teruggebracht tot zes voor de volgende opleidingen :
   1° opleidingen over thema's die specifiek bestemd zijn voor de sectoren van de biologische landbouw en de wijnbouw;
   2° opleidingen over de korte keten voor de sectoren die landbouwproducten via de korte keten rechtstreeks afzetten van de producent aan de consument;]1

  [2 3° korte vormingsactiviteiten die gevolgd worden in het kader van lerende netwerken, namelijk reeksen van opeenvolgende vormingsmomenten met vaste leden die bedrijfsleiders zijn van minstens zes verschillende landbouwbedrijven, die onder begeleiding van een facilitator kennis en ervaringen delen en inzichten uitwisselen over de bedrijfsvoering of specifieke vragen rond thema's die eigen zijn aan de bedrijfstak met de bedoeling om in de eigen bedrijfsvoering verbeteringen aan te brengen, nieuwe methoden in te voeren en aanpassingen door te voeren. De facilitator is een lesgever die conform artikel 30 van het besluit [3 geregistreerd]3 is en die onderlegd is in de materie in kwestie.]2
  
Art. 8. [1 Le nombre minimal requis, visé à l'article 14 de l'arrêté, est ramené à six pour les formations suivantes :
   1° formations sur des thèmes spécifiques aux secteurs de l'agriculture biologique et de la viticulture;
   2° formations sur la chaîne courte pour les secteurs vendant les produits agricoles directement du producteur au consommateur par la chaîne courte;]1

  [2 3° des activités de formation de courte durée suivies dans le cadre de réseaux d'apprentissage, à savoir des séries de moments de formation consécutifs avec des membres permanents qui sont des gestionnaires d'au moins six exploitations agricoles différentes, qui, sous la supervision d'un facilitateur, partagent leurs savoirs et leur expérience et échangent des idées sur la gestion de l'exploitation ou des questions spécifiques sur des thèmes propres au secteur dans le but d'apporter des améliorations à leur propre gestion, d'introduire de nouvelles méthodes et de procéder à des ajustements. Le facilitateur est un enseignant [3 enregistré]3 en vertu de l'article 30 de l'arrêté et qui maîtrise la matière en question.]2
  
Art. 9. [1 Het centrum dient het jaarprogramma, vermeld in artikel 34 van het besluit, in via het e-loket. Dat jaarprogramma bevat een overzicht van het aantal vormingsactiviteiten dat in het volgende kalenderjaar georganiseerd zal worden, uitgedrukt in het aantal uren theoretische lessen, praktijklessen, stagedagen of aantal activiteiten, en met vermelding van het aantal provincies waar de opleidingen zullen plaatsvinden.
   De vormingsactiviteiten worden ingedeeld:
   1° per type opleiding als vermeld in artikel 4 van het besluit;
   2° per doelgroep als vermeld in artikel 2 van het besluit;
   3° per thema en subthema als vermeld in bijlage III die bij dit besluit is gevoegd.]1

  
Art. 9. [1 Le centre introduit le programme annuel, visé à l'article 34 de l'arrêté, via le guichet électronique. Ce programme annuel comprend un aperçu du nombre d'activités de formation qui seront organisées au cours de l'année calendaire suivante, exprimées en nombre d'heures de cours théoriques, de cours pratiques, de jours de stage ou en nombre d'activités, et mentionne le nombre de provinces où les formations auront lieu.
   Les activités de formation sont classées :
   1° par type de formation telle que visée à l'article 4 de l'arrêté ;
   2° par groupe-cible tel que visé à l'article 2 de l'arrêté ;
   3° par thème et sous-thème tels que visés à l'annexe III jointe au présent arrêté.]1

  
Art. 10. [1 Minstens vijf werkdagen voor de aanvangsdatum van de vormingsactiviteiten, vermeld in artikel 4 van het besluit, meldt het centrum de vormingsactiviteit via het e-loket. De melding bevat minstens de volgende gegevens :
   1° de gegevens over de opleiding die geen stage is :
   a) het vormingstype van de opleiding, vermeld in artikel 4 van het besluit;
  [2 a)/1 het thema, vermeld in bijlage III die bij dit besluit is gevoegd;
   a)/2 de doelgroep, vermeld in artikel 2 van het besluit;]2

  [4 a)/3 de naam van het lerend netwerk in geval van een korte vormingsactiviteit die gevolgd wordt in het kader van een lerend netwerk als vermeld in artikel 8, 3° van dit besluit;]4
   b) per activiteit :
   1) de datum, het begin- en het einduur;
   2) het thema;
   3) de naam en het registratienummer van de lesgever, vermeld in artikel 30 van het besluit;
   4) het adres waar de activiteit zal plaatsvinden;
   5) het aantal uren theoretische lessen en praktijklessen als vermeld in artikel 3, § 1, van het besluit;
   6) het aantal uren waarvoor de lesgever een vergoeding als vermeld in artikel 36 van het besluit wil ontvangen;
  [2 7) in geval van een aanvullende opleiding betreffende de fytolicentie de inhoud van de opleiding;]2
   2° de gegevens over de stage :
   a) het vormingstype van de opleiding, vermeld in artikel 4 van het besluit;
  [2 a)/1 de doelgroep, vermeld in artikel 2 van het besluit;]2
   b) de gegevens over het stagebedrijf :
   1) het btw- of KBO-nummer;
   2) de naam;
   3) het type boekhouding op het bedrijf;
   c) ofwel het rijksregisternummer van de stagiair, ofwel de volgende gegevens :
   1) de voor- en achternaam;
   2) de woonplaats;
   3) de geboorteplaats;
   4) de geboortedatum.
   d) per stageactiviteit :
   1) de datum, het begin- en het einduur;
   2) het thema;
   3) het adres waar de stageactiviteit zal plaatsvinden;
   4) de naam en het registratienummer van de stagemeester, vermeld in artikel 10, 7°, van het besluit;
   e) het aantal stagedagen waarvoor de stagemeester een vergoeding als vermeld in artikel 36 van het besluit wil ontvangen.
   [3 de bevoegde entiteit]3 beslist over het al of niet principieel goedkeuren van de vormingsactiviteit overeenkomstig de voorwaarden van dit besluit, en kent een opleidingsnummer toe.
   Tegen een negatieve beslissing kan het centrum op straffe van onontvankelijkheid binnen de termijn van tien werkdagen die volgt op de datum van de betekening, met een aangetekende brief beroep instellen bij de minister.]1

  
Art. 10. [1 Au moins cinq jours ouvrables avant la date de début des activités de formation, visées à l'article 4 de l'arrêté, le centre notifie l'activité de formation via le guichet électronique. Cette notification comprend au moins les données suivantes :
   1° renseignements sur la formation qui n'est pas un stage :
   a) le type de formation, visé à l'article 4 de l'arrêté;
  [2 a)/1 le thème, visé à l'annexe III qui est jointe au présent arrêté ;
   a)/2 le groupe-cible, visé à l'article 2 de l'arrêté ;]2

  [4 a)/3 le nom du réseau d'apprentissage dans le cas d'une activité de formation de courte durée suivie dans le cadre d'un réseau d'apprentissage tel que visé à l'article 8, 3°, du présent arrêté ;]4
   b) par activité :
   1) la date, l'heure de début et de fin;
   2) le thème;
   3) le nom et le numéro d'enregistrement de l'enseignant, visé à l'article 30 de l'arrêté;
   4) l'adresse où l'activité aura lieu;
   5) le nombre d'heures de cours théoriques et pratiques, visés à l'article 3, § 1er, de l'arrêté;
   6) le nombre d'heures pour lesquelles l'enseignant souhaite percevoir une indemnité, telle que visée à l'article 36 de l'arrêté;
  [2 7) en cas d'une formation complémentaire concernant la phytolicence le contenu de la formation ;]2
   2° renseignements sur le stage :
   a) le type de formation, visé à l'article 4 de l'arrêté;
  [2 a)/1 le groupe-cible, visé à l'article 2 de l'arrêté ;]2
   b) les informations sur l'entreprise de stage :
   1) le numéro de TVA ou le numéro de la BCE;
   2) le nom;
   3) le type de comptabilité dans l'entreprise;
   c) soit le numéro du registre national du stagiaire, soit les données suivantes :
   1) prénom et nom;
   2) domicile;
   3) lieu de naissance;
   4) date de naissance.
   d) par activité de stage :
   1) la date, l'heure de début et de fin;
   2) le thème;
   3) l'adresse où l'activité de stage aura lieu;
   4) le nom et le numéro d'enregistrement du maître de stage, visé à l'article 10, 7° de l'arrêté;
   e) le nombre de jours de stage pour lesquels le maître de stage souhaite percevoir une indemnité, telle que visée à l'article 36 de l'arrêté.
   [3 l'entité compétente]3 statue sur l'approbation de principe ou non de l'activité de formation conformément aux conditions du présent arrêté et octroie un numéro de formation.
   Sous peine d'irrecevabilité, le centre peut former un recours auprès du Ministre par lettre recommandée contre une décision négative dans un délai de dix jours suivant la date de notification.]1

  
Art. 11. Wijzigingen van gemelde vormingsactiviteiten zijn alleen toegestaan als ze tijdig [1 via het e-loket]1 meegedeeld worden, degelijk gemotiveerd worden en de organisatie van controles ter plaatse niet bemoeilijken. Als door onvoorziene omstandigheden een activiteit verplaatst wordt, dan moeten ter plaatse de nodige aanwijzingen worden aangebracht om het de controleur [1 van [2 de bevoegde entiteit]2]1 mogelijk te maken de nieuwe locatie te vinden.
  
Art. 11. Des modifications aux activités de formation notifiées sont uniquement admises si elles sont communiquées à temps [1 via le guichet électronique]1 , dûment motivées et n'entravent pas l'organisation des contrôles sur place. Si des circonstances imprévues nécessitent le déplacement d'une activité, il convient d'afficher sur place les indications nécessaires pour permettre au contrôleur [1 de [2 l'entité compétente]2]1 de trouver le nouveau lieu d'activité.
  
Art. 12. Binnen vier maanden na afloop van de naschoolse vormingsactiviteiten, vermeld in artikel 4 van het besluit, en uiterlijk op 31 oktober van het werkjaar dat volgt op de aanvang van de vormingsactiviteit, [1 dient het centrum een schuldvordering in via het e-loket]1 . [1 ...]1 .
  De schuldvordering bevat dezelfde, geactualiseerde gegevens als de melding, vermeld in artikel 10 [1 ...]1.
  [1 Het centrum voert bij de schuldvordering van een vervolmakingsdag een lijst met de namen en de registratienummers van de deelnemers in via het e-loket.]1
  [1 ...]1
  
Art. 12. Dans les quatre mois suivant la fin des activités de formation extrascolaire, visées à l'article 4 de l'arrêté, et au plus tard le 31 octobre de l'année d'activité qui suit le début de l'activité de formation, [1 le centre introduit une créance via le guichet électronique]1 . [1 ...]1 .
  La créance contient les mêmes données actualisées que la notification visée à l'article 10 [1 ...]1 .
  [1 Via le guichet électronique, le centre joint à la créance d'un jour de perfectionnement, une liste des noms et des numéros d'enregistrement des participants.]1
  [1 ...]1
  
Art. 13. [1 Van elke cursus houdt het centrum een administratieve map bij die bestaat uit een aantekenlijst van de lesgevers en een aanwezigheidslijst. De administratieve map moet tijdens de lestijden in het leslokaal aanwezig zijn.
   De aantekenlijst van de lesgevers bevat minstens de volgende gegevens :
   1° de naam en het erkenningsnummer van het erkende centrum;
   2° het thema en het opleidingsnummer van de cursus;
   3° het adres waar de cursus plaatsvindt;
   4° per les :
   a) de datum, en het begin- en het einduur;
   b) het thema;
   c) de voor- en achternaam en de handtekening van de lesgever;
   d) de eventuele opmerkingen over de les. Als de lesgever geen vergoeding wil ontvangen voor een gegeven les of als hij de vergoeding wil afstaan aan een derde, vermeldt hij dat bij de opmerkingen.
   De aanwezigheidslijst bevat minstens de volgende gegevens :
   1° de naam en het erkenningsnummer van het erkende centrum;
   2° het thema en het opleidingsnummer van de cursus;
   3° het adres waar de cursus plaatsvindt;
   4° een alfabetisch gerangschikte lijst van de voor- en achternaam van de deelnemers;
   5° per halve dag, avond of per lesgever, de handtekening van de deelnemer of de vermelding dat de deelnemer afwezig (O) of ziek (Z) was. De vermelding wordt per halve dag, avond of les door de lesgever ondertekend.
   De aanwezigheidslijst wordt voor het einde van het eerste lesuur ingevuld.
   Het centrum dient van elke cursus, uiterlijk bij de indiening van de schuldvordering, vermeld in artikel 12, een deelnemerslijst in via het e-loket, die minstens de volgende gegevens bevat :
   1° ofwel het rijksregisternummer van elke deelnemer, ofwel de volgende gegevens :
   a) de voor- en achternaam;
   b) de woonplaats;
   c) de geboorteplaats;
   d) de geboortedatum;
   2° afhankelijk van de deelnemer :
   a) voor de personen, vermeld in artikel 2, § 1, 1°, 2° en 3°, van het besluit : het ondernemingsnummer van het bedrijf waar de deelnemer een landbouwactiviteit uitoefent;
   b) voor de personen, vermeld in artikel 2, § 1, 4°, van het besluit : de naam van het openbare bestuur;
   c) [2 voor de personen, vermeld in artikel 2, § 1, 5°, van het besluit : het fytolicentienummer bij de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Leefmilieu en Veiligheid van de Voedselketen;]2
   d) [2 voor de personen, vermeld in artikel 2, § 1, 6°, van het besluit : een verklaring dat zij geregistreerd zijn bij het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen;]2
   3° de vermelding of de deelnemer de landbouwactiviteit in hoofdberoep, in bijberoep, als meewerkend gezinslid, werknemer of zelfstandig helper uitoefent.
   Het centrum voert uiterlijk bij de indiening van de schuldvordering, vermeld in artikel 12 van dit besluit, de volgende gegevens in via het e-loket :
   1° de aanwezigheden van de deelnemers zoals vermeld op de aanwezigheidslijst;
   2° een digitale kopie van de aantekenlijst en de aanwezigheidslijst;
   3° in voorkomend geval een digitale kopie van de verklaring van de werkgever, vermeld in artikel 2, tweede lid, van dit besluit.
   Het centrum bewaart de originelen van de aantekenlijst, de aanwezigheidslijst en de verklaringen van de werkgevers gedurende 10 jaar na de datum van uitbetaling van de subsidie ter inzage van [3 de bevoegde entiteit]3.
   Een model van de aantekenlijst van de lesgevers en de aanwezigheidslijst zijn terug te vinden op de website van de Vlaamse overheid : http://www.vlaanderen.be. De documenten kunnen ook gegenereerd worden via het e-loket.]1

  
Art. 13. [1 Pour chaque cours, le centre tient un dossier administratif contenant une liste d'annotation des enseignants et une liste des présences. Pendant les heures de cours, le dossier administratif doit se trouver dans le local de cours.
   La liste d'annotation des enseignants doit comporter au moins les informations suivantes :
   1° le nom et le numéro d'agrément du centre agréé;
   2° le thème et le numéro de formation du cours;
   3° l'adresse où le cours a lieu;
   4° par cours :
   a) la date, l'heure de début et de fin;
   b) le thème;
   c) les prénom et nom et la signature de l'enseignant;
   d) des remarques éventuelles concernant le cours. Si l'enseignant ne souhaite pas percevoir d'indemnité pour un cours donné ou s'il veut céder l'indemnité à un tiers, il en fait mention dans les remarques.
   La liste des présences comprend au moins les données suivantes :
   1° le nom et le numéro d'agrément du centre agréé;
   2° le thème et le numéro de formation du cours;
   3° l'adresse où le cours a lieu;
   4° une liste alphabétique des prénoms et noms des participants;
   5° par demi-journée, soirée ou enseignant, la signature du participant ou la mention que celui-ci était absent (O) ou malade (Z). La mention est signée par l'enseignant par demi-journée, soirée ou cours.
   La liste des présences est remplie avant la fin de la première heure de cours.
   Via le guichet électronique, le centre soumet au plus tard au moment de l'introduction de la créance, visée à l'article 12, une liste des participants de chaque cours, reprenant au moins les données suivantes :
   1° soit le numéro du registre national de chaque participant, soit les données suivantes :
   a) prénom et nom;
   b) domicile;
   c) lieu de naissance;
   d) date de naissance;
   2° en fonction du participant :
   a) pour les personnes, visées à l'article 2, § 1er, 1°, 2° et 3° de l'arrêté : le numéro d'entreprise de l'entreprise où le participant exerce une activité agricole;
   b) pour les personnes, visées à l'article 2, § 1er, 4° de l'arrêté : le nom de l'administration publique;
   c) [2 pour les personnes, visées à l'article 2, § 1er, 5° de l'arrêté : le numéro de phytolicence auprès du Service public fédéral Santé publique, Environnement et Sécurité de la Chaîne alimentaire ;]2
   d) [2 pour les personnes, visées à l'article 2, § 1er, 6°, de l'arrêté : une déclaration qu'elles sont enregistrées auprès de l'agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne Alimentaire ;]2
   3° la mention que le participant exerce l'activité agricole à titre principal, à titre secondaire, comme membre de famille aidant, comme employé ou comme aidant indépendant.
   Via le guichet électronique, le centre saisit au plus tard au moment de l'introduction de la créance, visée à l'article 12 du présent arrêté, les données suivantes :
   1° les présences des participants, telles que mentionnées sur la liste des présences;
   2° une copie numérique de la liste d'annotation et de la liste des présences;
   3° le cas échéant, une copie numérique de la déclaration de l'employeur, visée à l'article 2, alinéa deux, du présent arrêté.
   Le centre conserve les originaux de la liste d'annotation, de la liste des présences et des déclarations d'employeurs pendant 10 ans après la date de paiement de la subvention, pour consultation par [3 l'entité compétente]3.
   Un modèle de la liste d'annotation des enseignants et de la liste des présences est disponible sur le site internet de l'Autorité flamande : http://www.vlaanderen.be. Les documents peuvent également être générés via le guichet électronique.]1

  
Art. 14. Na afloop van de korte vormingsactiviteiten en de vervolmakingsdagen, vermeld in artikel 4, 4° en 5°, van het besluit, [1 dient het centrum, uiterlijk bij de indiening van de schuldvordering, een door de lesgever ondertekend en gedateerd verslag, met het verzoek tot uitbetaling in via het e-loket]1 . [1 Het centrum bewaart het origineel verslag gedurende 10 jaar na de datum van uitbetaling van de subsidie ter inzage van [2 de bevoegde entiteit]2.]1
  Het verslag met het verzoek tot uitbetaling moet minstens de volgende gegevens bevatten :
  1° de naam en het erkenningsnummer van het erkende centrum;
  2° gegevens over de activiteit :
  a) de datum, het begin- en het einduur;
  b) het thema en het opleidingsnummer van de activiteit;
  c) het adres waar de activiteit heeft plaatsgevonden;
  d) de naam van de lokale organisator (als het erkende centrum de activiteit niet organiseert);
  e) de naam van de plaatselijke verantwoordelijke;
  f) het aantal deelnemers;
  3° de naam [1 ...]1 , het rekeningnummer en het registratienummer van de lesgever als vermeld in artikel 30 van het besluit;
  4° een verklaring op erewoord van de lesgever dat :
  a) de opgave van het aantal deelnemers oprecht en volledig is en dat de activiteit heeft plaatsgevonden zoals in het verslag is vermeld;
  b)[3 b) als de organisator een algemeen of gewestelijk centrum is, er wel of niet een vergoeding voor de lesgever wordt aangevraagd bij de bevoegde entiteit. Als er een vergoeding wordt aangevraagd, deelt de lesgever in de verklaring ook mee op welk rekeningnummer die vergoeding gestort mag worden. Dat rekeningnummer mag niet het rekeningnummer van het centrum zijn. Het algemeen of gewestelijk centrum moet een bewijs kunnen leveren van de storting van de vergoeding op het opgegeven rekeningnummer]3.
  [3 Als de organisator een algemeen of gewestelijk centrum is, dan impliceert het indienen van de schuldvordering dat het centrum verklaart dat minstens tien deelnemers, of zes deelnemers als de opleiding valt onder de toepassing van artikel 8, personen zijn als vermeld in artikel 2, § 1, of § 2, 1°, van het besluit.]3
  Een model van het verslag met verzoek tot uitbetaling is terug te vinden op de website van de Vlaamse Overheid : http://www.vlaanderen.be. [1 Het verslag kan ook gegenereerd worden via het e-loket.]1
  [3 "Het algemeen of gewestelijk centrum dient een deelnemerslijst als vermeld in artikel 13, vijfde lid, in via het e-loket als een van de volgende voorwaarden zijn vervuld:
   1° er worden meer dan drie lesuren korte vormingsactiviteiten georganiseerd voor dezelfde deelnemers, op dezelfde dag en door dezelfde lesgever;
   2° er worden verschillende korte vormingsactiviteiten georganiseerd voor dezelfde groep deelnemers, verspreid over verschillende dagen;
   3° de korte vormingsactiviteit wordt online georganiseerd;
   4° de korte vormingsactiviteit betreft een aanvullende opleiding over de fytolicentie als vermeld in artikel 4/2, § 4;
   5° de korte vormingsactiviteit betreft een bijeenkomst van een lerend netwerk als vermeld in artikel 8, 3°. ]3

  
Art. 14. A l'issue des activités de formation courtes et des journées de perfectionnement, visées à l'article 4, 4° et 5° de l'arrêté, [1 le centre soumet via le guichet électronique, au plus tard au moment de l'introduction de la créance, un rapport signé et daté par l'enseignant avec demande de paiement]1 . [1 Le centre conserve le rapport original pendant 10 ans après la date de paiement de la subvention, pour consultation par [2 l'entité compétente]2.]1
  Le rapport contenant la demande de paiement doit au moins comporter les informations suivantes :
  1° le nom et le numéro d'agrément du centre agréé;
  2° renseignements sur l'activité :
  a) la date, l'heure de début et de fin;
  b) le thème et le numéro de formation de l'activité;
  c) l'adresse où l'activité a eu lieu;
  d) le nom de l'organisateur local (si le centre agréé n'organise pas l'activité);
  e) le nom du responsable local;
  f) le nombre de participants;
  3° les nom [1 ...]1 , numéro de compte et numéro d'enregistrement de l'enseignant, visé à l'article 30 de l'arrêté;
  4° une déclaration sur l'honneur de l'enseignant que :
  a) la mention du nombre de participants est sincère et complète et que l'activité a eu lieu comme décrite dans le rapport;
  b)[3 si l'organisateur est un centre général ou régional, une indemnité pour l'enseignant est demandée ou non à l'entité compétente. Si une indemnité est demandée, l'enseignant mentionne également dans la déclaration le numéro de compte sur lequel l'indemnité peut être versée. Ce numéro de compte ne peut pas être le numéro de compte du centre. Le centre général ou régional doit pouvoir apporter la preuve du versement de l'indemnité sur le numéro de compte communiqué]3.
  [3 Si l'organisateur est un centre général ou régional, l'introduction de la créance implique que le centre déclare qu'au moins dix participants, ou six participants si la formation relève de l'application de l'article 8, sont des personnes telles que visées à l'article 2, § 1er, ou § 2, 1°, de l'arrêté.]3
  Un modèle du rapport avec demande de paiement peut être retrouvé sur le site web de l'Autorité flamande : http://www.vlaanderen.be. [1 Le rapport peut également être généré via le guichet électronique.]1
  [3 Le centre général ou régional introduit une liste des participants visée à l'article 13, alinéa 5, via le guichet électronique si l'une des conditions suivantes est remplie :
   1° plus de trois heures de cours d'activités de formation de courte durée sont organisées pour les mêmes participants, au même jour et par le même enseignant ;
   2° différentes activités de formation de courte durée sont organisées pour le même groupe de participants, étalées sur plusieurs jours ;
   3° l'activité de formation de courte durée est organisée en ligne ;
   4° l'activité de formation de courte durée concerne une formation complémentaire sur la phytolicence comme visée à l'article 4/2, § 4 ;
   5° l'activité de formation de courte durée concerne une réunion d'un réseau d'apprentissage tel que visé à l'article 8, 3°.]3

  
Art. 15. Na afloop van een stage [1 dient het centrum, uiterlijk bij de indiening van de schuldvordering, een aantekenlijst van de stagiair, een beknopt stageverslag en drie evaluatieverslagen, respectievelijk opgesteld door de stagiair, de stagemeester en de bedrijfsleider in via het e-loket]1 .
  De aantekenlijst van de stagiair moet minstens de volgende gegevens bevatten :
  1° de naam en het erkenningsnummer van het centrum;
  2° de naam en het adres van het stagebedrijf;
  3° de naam van de stagiair;
  4° het opleidingsnummer van de stage;
  5° per stageactiviteit :
  a) de datum;
  b) het begin- en het einduur van de stageactiviteit;
  c) de handtekening van de stagiair;
  d) een beknopt overzicht van de werkzaamheden;
  e) eventuele opmerkingen.
  De aantekenlijst van de stagiair moet tijdens de volledige duur van de stage in de bedrijfszetel van het stagebedrijf aanwezig zijn en ter inzage liggen van de ambtenaren van [2 de bevoegde entiteit]2 . De stagiair moet de aantekenlijst bij aankomst en vertrek invullen en ondertekenen. Als de stageactiviteit niet plaatsvindt in de bedrijfszetel zelf, dan wordt de werkelijke stageplaats bij de opmerkingen van die stageactiviteit vermeld. Een model van de aantekenlijst van de stagiair is terug te vinden op de website van de Vlaamse Overheid : http://www.vlaanderen.be.
  De evaluatieverslagen, opgesteld door de stagiair, de stagebegeleider en de bedrijfsleider moeten minstens de volgende gegevens bevatten :
  1° de naam en het erkenningnummer van het erkende centrum;
  2° de naam van het stagebedrijf;
  3° de naam van de stagiair;
  4° de naam van de stagebegeleider;
  5° de begin- en einddatum van de stage;
  6° het opleidingsnummer van de stage;
  7° een evaluatie van de stage.
  Het beknopte stageverslag wordt opgesteld door de stagiair en moet minstens de volgende gegevens bevatten :
  1° de naam en het erkenningsnummer van het centrum;
  2° de naam van het stagebedrijf;
  3° de naam van de stagiair;
  4° het opleidingsnummer van de stage;
  5° gegevens over het stagebedrijf :
  a) een overzicht van de aanwezige teelten, met vermelding van de oppervlakte;
  b) een overzicht van de aanwezige veestapel, met het gemiddelde aantal aanwezige dieren per jaar;
  c) een raming van de inkomsten, de uitgaven en het arbeidsinkomen van het bedrijf;
  6° een beknopt overzicht van de uitgevoerde taken tijdens de stage.
  Een model van de aantekenlijst van de stagiair, de evaluatieverslagen en het beknopte stageverslag zijn terug te vinden op de website van de Vlaamse Overheid : http://www.vlaanderen.be.
  [1 Het centrum bewaart de originele aantekenlijst, evaluatieverslagen en het stageverslag gedurende 10 jaar na de datum van uitbetaling van de subsidie ter inzage van [3 de bevoegde entiteit]3.]1
  
Art. 15. A l'issue du stage, [1 le centre soumet via le guichet électronique, au plus tard au moment de l'introduction de la créance, une liste d'annotation du stagiaire, un rapport de stage succinct et trois rapports d'évaluation établis respectivement par le stagiaire, le maître de stage et le chef d'entreprise]1 .
  La liste d'annotation du stagiaire doit comporter au moins les informations suivantes :
  1° le nom et le numéro d'agrément du centre;
  2° le nom et l'adresse de l'entreprise de stage;
  3° le nom du stagiaire;
  4° le numéro de formation du stage;
  5° par activité de stage :
  a) la date;
  b) l'heure de début et de fin de l'activité de stage;
  c) la signature du stagiaire;
  d) un aperçu succinct des travaux;
  e) d'éventuelles remarques.
  La liste d'annotation du stagiaire doit être présente au siège d'exploitation de l'entreprise de stage durant toute la durée du stage et pouvoir être consultée par les fonctionnaires de [2 l'entité compétente]2 . Le stagiaire doit remplir et signer la liste d'annotation à l'arrivée et au départ. Si l'activité de stage n'a pas lieu dans le siège d'exploitation même, le lieu du stage effectif est indiqué dans les remarques concernant cette activité de stage. Un modèle de la liste d'annotation peut être retrouvé sur le site web de l'Autorité flamande : http://www.vlaanderen.be.
  Les rapports d'évaluation établis par le stagiaire, l'accompagnateur de stage et le chef d'entreprise doivent comporter au moins les informations suivantes :
  1° le nom et le numéro d'agrément du centre agréé;
  2° le nom de l'entreprise de stage;
  3° le nom du stagiaire;
  4° le nom de l'accompagnateur de stage;
  5° la date de début et de fin du stage;
  6° le numéro de formation du stage;
  7° une évaluation du stage.
  Le rapport de stage succinct est établi par le stagiaire et doit comporter au moins les informations suivantes :
  1° le nom et le numéro d'agrément du centre;
  2° le nom de l'entreprise de stage;
  3° le nom du stagiaire;
  4° le numéro de formation du stage;
  5° des informations sur l'entreprise de stage :
  a) un aperçu des cultures présentes, avec mention de la superficie;
  b) un aperçu du cheptel présent, avec mention du nombre moyen d'animaux présents par an;
  c) une estimation des revenus, des dépenses et du revenu de travail de l'exploitation;
  6° un aperçu succinct des tâches accomplies durant le stage.
  Un modèle de la liste d'annotation du stagiaire, des rapports d'évaluation et du rapport de stage succinct peut être retrouvé sur le site web de l'Autorité flamande : http://www.vlaanderen.be.
  [1 Le centre conserve la liste d'annotation, les rapports d'évaluation et le rapport de stage originaux pendant 10 ans après la date de paiement de la subvention, pour consultation par [3 l'entité compétente]3.]1
  
Art. 17. Tijdens elke vormingsactiviteit moet een algemene verantwoordelijke ter plaatse zijn of telefonisch te bereiken zijn.
Art. 17. Au cours de chaque activité de formation, un responsable général doit être présent ou joignable par téléphone.
Art. 17/1. [1 Met toepassing van artikel 3, § 3, van het besluit wordt toegelaten dat de naschoolse vormingsactiviteiten op afstand via het internet aangeboden kunnen worden als voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in dit artikel, met behoud van de toepassing van de voorwaarden, vermeld in het besluit en de overige bepalingen in dit besluit.
   De lessen die via afstandsleren worden aangeboden, zijn theoretische lessen als vermeld in artikel 3, § 1, tweede lid, van het besluit. De lessen worden in het Nederlands aangeboden. Een gezamenlijke cursustest mag van op afstand afgenomen worden, mits via het gebruikte systeem het nodige toezicht kan gegarandeerd worden.
   De naschoolse vormingsactiviteiten kunnen alleen gegeven worden via een systeem dat de bevoegde entiteit vooraf goedgekeurd heeft.
   Het systeem, vermeld in het derde lid, voldoet aan al de volgende voorwaarden:
   1° het systeem biedt voldoende garanties dat aan de subsidievoorwaarden, vermeld in het besluit en dit besluit, voldaan is;
   2° het gaat om een livecommunicatievorm;
   3° het systeem laat toe om de deelnemers te identificeren;
   4° de aanwezigheid van de deelnemers kan aangetoond worden via het inloggen van de deelnemers en de duur van de specifieke sessie;
   5° het systeem biedt voldoende garanties dat de voorwaarden inzake de bescherming van persoonsgegevens, vermeld in artikel 17/2, zijn vervuld, door een gegevensbeschermingseffectbeoordeling als vermeld in artikel 35 van de Verordening (EU) nr. 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), in te dienen.
   Conform artikel 10 meldt het centrum de vormingsactiviteit aan. Het adres van het centrum of van het digitale leslokaal wordt vermeld als adres waar de activiteit plaatsvindt. Het centrum mailt voor de aanvang van elke activiteit een link en login naar de bevoegde identiteit om de bevoegde entiteit de mogelijkheid te bieden in te loggen voor de activiteit.
   De documentatie over het te behandelen onderwerp mag online aangeboden worden.
   Voor elke online aangeboden vormingsactiviteit wordt, naast de gegevens bepaald in artikel 13 respectievelijk artikel 14, tevens een door het systeem gegenereerd verslag ingediend met de logingegevens van de deelnemers en de lesgever(s).
   Als de opleiding een cursus is, vervangt het verslag van de onlineactiviteit voor de les in kwestie de handtekening van de lesgever op de aantekenlijst van de lesgever, vermeld in artikel 13, tweede lid, 4°, en de handtekening van de cursist op de aanwezigheidslijst, vermeld in artikel 13, derde lid, 5°.
   Als er onlinevormingsactiviteiten georganiseerd worden, mogen de lesgever en de deelnemers geen werknemers van hetzelfde bedrijf zijn.
   Als de onlinevormingsactiviteit georganiseerd wordt door een centrum voor hobbylandbouwvorming, wordt een deelnemer maximaal één keer per dag en per centrum meegerekend om het aantal deelnemers te bepalen van de vormingsactiviteit, vermeld in artikel 11, § 1, eerste lid, 5°, van het besluit ]1
.
  
Art. 17/1. [1 En application de l'article 3, § 3, de l'arrêté, il est admis que les activités de formation extrascolaire à distance peuvent être dispensées via Internet si les conditions énoncées dans le présent article sont remplies, sans préjudice de l'application des conditions énoncées dans l'arrêté et des autres dispositions du présent arrêté.
   Les cours dispensés dans le cadre de l'apprentissage à distance sont des cours théoriques tels que visés à l'article 3, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté. La langue des cours est le néerlandais. L'examen collectif à distance est autorisé à condition que le système utilisé puisse garantir le contrôle nécessaire.
   Les activités de formation extrascolaire ne peuvent être dispensées que par un système préalablement approuvé par l'entité compétente.
   Le système visé à l'alinéa 3 répond à toutes les conditions suivantes :
   1° le système offre des garanties suffisantes que les conditions de subvention énoncées dans l'arrêté et le présent arrêté sont remplies ;
   2° il s'agit d'une forme de communication en direct ;
   3° le système permet d'identifier les participants ;
   4° la présence des participants peut être démontrée par le biais de leur procédure de connexion et de la durée de la session spécifique ;
   5° le système offre des garanties suffisantes que les conditions relatives à la protection des données à caractère personnel, visées à l'article 17/2 sont remplies en soumettant une évaluation de l'impact sur la protection des données visée à l'article 35 du règlement (UE) N° 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données).
   Le centre notifie l'activité de formation conformément à l'article 10. Il indique l'adresse du centre ou de la classe numérique comme étant celle où l'activité a lieu. Avant le début de chaque activité, le centre envoie par courriel à l'entité compétente un lien et des données de connexion pour permettre à l'entité compétente de se connecter à l'activité.
   La documentation sur le sujet à traiter peut être proposée en ligne.
   Pour chaque activité de formation proposée en ligne, outre les données définies à l'article 13 et à l'article 14 respectivement, un rapport généré par le système est également introduit, contenant les données de connexion des participants et du ou des enseignants.
   Si la formation est un cours, le rapport de l'activité en ligne pour le cours en question remplace la signature de l'enseignant sur la liste d'annotation de l'enseignant visée à l'article 13, alinéa 2, 4°, et la signature de l'apprenant sur la liste des présences visée à l'article 13, alinéa 3, 5°.
   Si des activités de formation en ligne sont organisées, l'enseignant et les participants ne peuvent pas être employés par la même entreprise.
   Si l'activité de formation en ligne est organisée par un centre de formation pour l'agriculture de loisir, un participant est compté au maximum une fois par jour et par centre pour déterminer le nombre de participants à l'activité de formation mentionnée à l'article 11, § 1er, alinéa 1er, 5°, de l'arrêté ]1
.
  
Art. 17/2. [1 Het centrum treft alle technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen die nodig zijn om de persoonsgegevens te beveiligen. In het bijzonder zal het centrum de persoonsgegevens beveiligen tegen vernietiging, verlies, vervalsing, niet toegelaten verspreiding of toegang en elke andere vorm van onwettige verwerking.
   Het centrum verbindt zich er uitdrukkelijk toe het vertrouwelijke karakter en de veiligheid van de persoonsgegevens, die het in het kader van het inrichten van naschoolse vormingsactiviteiten verzamelt, te waarborgen.
   Het centrum stelt enkel andere verwerkers aan om persoonsgegevens te verwerken in het kader van het inrichten van naschoolse vormingsactiviteiten, die aan dezelfde verplichtingen inzake gegevensbescherming voldoen als die welke hier zijn opgenomen.
   Het centrum brengt de deelnemers en de lesgevers op de hoogte van de verwerking van persoonsgegevens en voorziet in de verplichte vermeldingen overeenkomstig artikel 12 van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (Algemene Verordening Gegevensbescherming). Als het centrum de naschoolse vormingsactiviteiten vanaf afstand via het internet aanbiedt, dan brengt het ook de nodige vermeldingen aan op het e-learningplatform.]1

  
Art. 17/2. [1 Le centre prend toutes les mesures de sécurité techniques et organisationnelles nécessaires pour protéger les données à caractère personnel. Le centre protège les données à caractère personnel notamment contre la destruction, la perte, la falsification, la divulgation et l'accès non autorisés et toute autre forme de traitement illicite.
   Le centre s'engage expressément à garantir la confidentialité et la sécurité des données personnelles qu'il recueille dans le cadre de l'organisation d'activités de formation extrascolaire.
   Le centre ne désigne d'autres personnes responsables du traitement des données à caractère personnel dans le cadre de l'organisation d'activités de formation extrascolaire, que si ces personnes remplissent les mêmes obligations en matière de protection des données que celles prévues par le présent arrêté.
   Le centre informe les participants et les enseignants du traitement des données à caractère personnel et assure les notifications obligatoires prévues par l'article 12 du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données). Si le centre propose les activités de formation extrascolaire à distance via Internet, il inclut également les mentions nécessaires sur la plateforme d'apprentissage en ligne.]1

  
Art. 18. De getuigschriften, [1 vermeld in artikel 19 en 20 van het besluit]1, en het installatieattest, vermeld in artikel 20 van het besluit, moeten worden opgesteld overeenkomstig de modellen die als bijlage IV, V, VI en VII bij dit ministerieel besluit gevoegd zijn.
  
Art. 18. Les certificats [1 visés aux articles 19 et 20 de l'arrêté]1 et l'attestation d'installation, visée à l'article 20 de l'arrêté, doivent être établis conformément aux modèles figurant aux annexes IV, V, VI et VII du présent arrêté ministériel.
  
Art. 19. Om te mogen deelnemen aan de installatieproeven, vermeld in artikel 20 van het besluit, moeten de cursisten, afhankelijk van het al behaalde opleidingsniveau, de naschoolse vormingsactiviteiten volgen, vermeld in bijlage VIII, die bij dit ministerieel besluit is gevoegd.
  De cursisten moeten zich aanbieden voor een gemeenschappelijk examen van de verschillende centra per provincie. Dat examen is een gemeenschappelijk openboekexamen over de algemene starterscursus, in aanwezigheid van een jury en eventueel waarnemers van de erkende algemene centra, gevolgd door een socio-economische voorstelling van een bedrijf voor dezelfde jury en waarnemers van de erkende algemene centra. [2 de bevoegde entiteit]2 bepaalt de plaats en het tijdstip van het examen. Het examen wordt georganiseerd per provincie, afhankelijk van de behoeften.
  De cursisten die alleen een starterscursus type A als bijscholing hoeven te volgen, hoeven alleen het gemeenschappelijke openboekexamen over de starterscursus type A af te leggen. De cursisten die geslaagd zijn voor het openboekexamen, zijn ervan vrijgesteld bij een eventuele herkansing.
  [1 Het examenreglement is als bijlage IX bij dit besluit gevoegd. Dit examenreglement is verbindend voor de deelnemers aan de installatieproeven, de erkende algemene centra, de juryleden en de waarnemers die bij de installatieproeven betrokken zijn.]1
  
Art. 19. Pour pouvoir participer aux tests d'installation, visés à l'article 20 de l'arrêté, les participants doivent suivre, en fonction du niveau de formation déjà acquis, les activités de formation extrascolaire telles que mentionnées à l'annexe VIII du présent arrêté ministériel.
  Les participants doivent se présenter à l'examen commun des divers centres par province. Cet examen est un examen à livre ouvert commun sur le cours général pour starters, en présence d'un jury et le cas échéant, d'observateurs des centres généraux agréés, suivi par une présentation socioéconomique d'une entreprise devant le même jury et les mêmes observateurs des centres généraux agréés. [2 l'entité compétente]2 détermine le lieu et la date de l'examen. L'examen est organisé par province, en fonction des besoins.
  Les participants qui doivent uniquement suivre un cours pour starters type A comme perfectionnement, doivent seulement subir l'examen à livre ouvert commun sur le cours pour starters type A. Les participants qui ont réussi à l'examen à livre ouvert en sont dispensés en cas d'un repêchage éventuel.
  [1 Le règlement de l'examen est joint en annexe IX au présent arrêté. Le présent règlement de l'examen est impératif pour les participants aux tests d'installation, les centres généraux agréés, les membres du jury et les observateurs impliqués dans les tests d'installation.]1
  
Art. 20. Een vereniging die een erkenning als centrum wil aanvragen, stuurt een aanvraag tot erkenning als centrum voor landbouwvorming naar [1 de bevoegde entiteit]1 .
  De aanvraag tot erkenning moet minstens de volgende gegevens bevatten :
  1° het type centrum waarvoor de erkenning aangevraagd wordt;
  2° de naam van het centrum;
  3° het juridisch statuut;
  4° het KBO-nummer;
  5° het adres van de maatschappelijke zetel;
  6° het rekeningnummer;
  7° de naam en de functie van de verantwoordelijke;
  8° het adres en het telefoonnummer van de verantwoordelijke;
  9° een lijst van de provincies waar de vormingsactiviteiten zullen plaatsvinden;
  10° een korte beschrijving van de aard van de geplande activiteiten;
  11° een verbintenis dat het centrum de administratieve en financiële controle van de diensten van de Vlaamse overheid aanvaardt, dat het geen winstgevende doeleinden nastreeft en dat het de georganiseerd scholingsactiviteiten toegankelijk zal maken voor alle personen die landbouwactiviteiten uitvoeren.
  Een model van de aanvraag tot erkenning is terug te vinden op de website van de Vlaamse Overheid : http://www.vlaanderen.be.
  De vereniging stuurt de aanvraag tot erkenning gedagtekend en ondertekend naar [1 de bevoegde entiteit]1 . Bij de aanvraag moet een kopie van de statuten van de vereniging worden gevoegd, evenals alle andere stukken die aantonen dat de vereniging aan de erkenningsvoorwaarden voldoet.
  
Art. 20. Une association qui souhaite demander un agrément comme centre, fait parvenir sa demande d'agrément comme centre de formation agricole à [1 l'entité compétente]1 .
  La demande d'agrément doit au moins comporter les données suivantes :
  1° le type de centre faisant l'objet de la demande d'agrément;
  2° le nom du centre;
  3° le statut juridique;
  4° le numéro BCE;
  5° l'adresse du siège social;
  6° le numéro de compte;
  7° le nom et la fonction du responsable;
  8° l'adresse et le numéro de téléphone du responsable;
  9° une liste des provinces où les activités de formation auront lieu;
  10° un courte description de la nature des activités projetées;
  11° un engagement que le centre acceptera le contrôle administratif et financier des services de l'Autorité flamande, qu'il ne poursuivra pas des buts lucratifs et qu'il rendra accessibles les activités de formation organisées à toutes les personnes qui exercent des activités agricoles.
  Un modèle de la demande peut être retrouvé sur le site web de l'Autorité flamande : http://www.vlaanderen.be.
  L'association transmet la demande d'agrément signée et datée à [1 l'entité compétente]1 . La demande doit être accompagnée d'une copie des statuts de l'association ainsi que d'autres pièces faisant apparaître que l'association respecte les conditions d'agrément.
  
Art. 21. [1 De lesgever die zich bij [2 de bevoegde entiteit]2 wil laten registreren, stuurt het curriculum vitae, vermeld in artikel 30 van het besluit, in de vorm van een gedateerd en ondertekend inlichtingenblad naar een erkend centrum, dat de lesgever registreert via het e-loket, of dient het curriculum zelf in via het e-loket.
   Het inlichtingenblad bevat minstens de volgende gegevens van de lesgever :
   1° ofwel het rijksregisternummer, ofwel de volgende gegevens :
   a) de voor- en achternaam;
   b) de woonplaats;
   c) de geboorteplaats
   d) de geboortedatum.
   2° een overzicht van diploma's, getuigschriften of ervaring die voor het geven van de opleiding relevant zijn;
   3° een omschrijving van de specialiteiten waarover de lesgever wil lesgeven.
   Een model van het inlichtingenblad van de lesgever is terug te vinden op de website van de Vlaamse overheid : http://www.vlaanderen.be.]1

  
Art. 21. [1 L'enseignant qui souhaite se faire enregistrer auprès de [2 l'entité compétente]2, envoie le curriculum vitae, visé à l'article 30 de l'arrêté, sous la forme d'une feuille d'informations signée et datée à un centre agréé, qui enregistre l'enseignant via le guichet électronique, ou soumet le CV via le guichet électronique.
   La feuille d'informations comprend au moins les données suivantes :
   1° soit le numéro du registre national, soit les données suivantes :
   a) le prénom et le nom;
   b) le domicile;
   c) le lieu de naissance;
   d) la date de naissance;
   2° un aperçu des diplômes, des certificats ou de l'expérience utiles pour la dispension de la formation;
   3° une description des spécialités que l'enseignant souhaite enseigner.
   Un modèle de la feuille d'informations est disponible sur le site internet de l'Autorité flamande : http://www.vlaanderen.be.]1

  
Art. 23. Het ministerieel besluit van 12 juli 2004 betreffende de toekenning van subsidies voor naschoolse opleidingsinitiatieven in de landbouwsector wordt opgeheven.
Art. 23. L'arrêté ministériel du 12 juillet 2004 octroyant des subventions aux initiatives de formation extrascolaire dans le secteur agricole, est abrogé.
Art. 24. Het ministerieel besluit van 12 juli 2004 betreffende de toekenning van subsidies voor naschoolse opleidingsinitiatieven in de landbouwsector blijft van toepassing op de subsidieaanvragen die hangende zijn op het moment dat dit besluit in werking treedt en die betrekking hebben op opleidingen die gestart zijn voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit.
Art. 24. L'arrêté ministériel du 12 juillet 2004 octroyant des subventions aux initiatives de formation extrascolaire dans le secteur agricole, reste d'application aux demandes de subvention en cours à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté et qui portent sur les formations entamées avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. [2 Bijlage I. - Programma van de starterscursussen type A als vermeld in artikel 3 van het ministerieel besluit van 26 november 2007 betreffende de toekenning van subsidies voor naschoolse opleidingsinitiatieven in de landbouwsector
Art. N1. [2 Annexe I. - Programme des cours pour starters type A, tels que visés à l'article 3 de l'arrêté ministériel du 26 novembre 2007 octroyant des subventions aux initiatives de formation extrascolaire dans le secteur agricole
   1° Doel en situering van de algemene en bijzondere starterscursussen, de stages en de installatieproef
   2° Betreffende algemene wetgeving :
   a) ruimtelijke ordening milieuvergunningenbeleid en waterbeleid,
   b) Mestdecreet,
   c) EU - landbouwbeleid,
   d) beheersovereenkomsten,
   e) biologische landbouw,
   f) praktijkgidsen,
   g) tewerkstelling.
   3° Bedrijfsovername :
   a) belangrijke facetten bij overname, overnamecontract,
   b) VLIF.- ondernemerschap,
   c) financieringsmogelijkheden bij starten + oefeningen,
   d) uitbatingsvormen, vennootschappen,
   e) pachtwetgeving, erfdienstbaarheden, grondbeleid,
   f) huwelijksvermogensrecht, erfrecht,
   g) verzekeringen, risicobeheer, schadeberekening, aansprakelijkheid.
   4° Sociale, familiale en ethische aspecten :
   a) sociaal statuut zelfstandigen, sociale zekerheid,
   b) relatie gezin - bedrijf.
   5° Structuren in land- en tuinbouw :
   a) diensten en instellingen voor de landbouw,
   b) landbouw op provinciaal, regionaal, federaal, Europees en mondiaal vlak.
   6° Fiscaliteit :
   a) belastingaangifte : boekhouding en forfaitair,
   b) btw-regeling.
   7° Boekhouding :
   a) theorie,
   b) praktijk,
   c) bedrijfseconomische boekhouding,
   d) rentabiliteit in land- en tuinbouw
   8° Financieel beheer :
   a) algemene begrippen
   b) financieel plan
   c) kasplanning
   9° Ondernemerscompetenties :
   a) handelsrelaties
   b) marktwerking
   c) samenwerking
   d) maatschappelijke verantwoordelijkheid
   e) bedrijfsorganisatie
   10° Informaticatoepassingen voor de land- en tuinbouw
   In de loop van de cursus worden momenten van zelfreflectie en zelfinschatting ingebouwd.]2
  
   1° But et contexte des cours généraux et spéciaux pour starters, des stages et du test d'installation
   2° En ce qui concerne la législation générale :
   a) aménagement du territoire, politique des autorisations environnementales et politique de l'eau,
   b) Décret relatif aux engrais,
   c) politique agricole de l'UE,
   d) contrats de gestion,
   e) agriculture biologique,
   f) guides pratiques,
   g) emploi.
   3° Reprise d'exploitation :
   a) aspects importants en cas de reprise, contrat de reprise,
   b) entrepreneuriat VLIF,
   c) possibilités de financement pour starters + exercices,
   d) formes d'exploitation, sociétés,
   e) législation sur le bail à ferme, servitudes, politique foncière,
   f) droit matrimonial, droit héréditaire,
   g) assurances, gestion des risques, calcul de dommages, responsabilité.
   4° Aspects sociaux, familiaux et éthiques :
   a) statut social des indépendants + sécurité sociale,
   b) rapports famille - entreprise.
   5° Structures dans le secteur agricole et horticole :
   a) services et institutions au service de l'agriculture;
   b) agriculture à l'échelle provinciale, régionale, fédérale, européenne et mondiale.
   6° Fiscalité :
   a) déclaration d'impôt : comptabilité et forfaitaire,
   b) régime TVA
   7° Comptabilité :
   a) théorie,
   b) pratique,
   c) comptabilité économique,
   d) rentabilité dans le secteur agricole et horticole
   8° Gestion financière :
   a) concepts généraux
   b) plan financier
   c) planning des liquidités
   9° Compétences d'entrepreneur
   a) relations commerciales
   b) fonctionnement du marché
   c) coopération
   d) responsabilité sociale
   e) organisation de l'entreprise
   10° Applications informatiques pour l'agriculture et l'horticulture
   Des moments d'autoréflexion et d'auto-évaluation sont intégrés dans le cours.]2
  
Art. N2. [2 Bijlage II. - Programma van de starterscursussen type B als vermeld in artikel 4 van het ministerieel besluit van 26 november 2007 betreffende de toekenning van subsidies voor naschoolse opleidingsinitiatieven in de landbouwsector
Art. N2. [2 Annexe II. - Programme des cours pour starters type B, tels que visés à l'article 4 de l'arrêté ministériel du 26 novembre 2007 relatif à l'octroi de subventions aux initiatives de formation extrascolaire dans le secteur agricole
   1° Economische en sociale benadering van de bedrijfstak :
   a) rentabiliteit, kostprijsberekening,
   b) boekhouding,
   c) naargelang van de bedrijfstak :
   a. specifieke belastingstelsels,
   b. specifiek personeelsbeleid,
   c. gebruik van kwaliteitslabels en etikettering.
   2° Administratieve verplichtingen voor de bedrijfstak.
   3° Wetgevende en milieuaspecten voor de bedrijfstak :
   a) geïntegreerde productie,
   b) duurzame productie,
   c) verantwoorde huisvesting,
   d) sanitair aspect,
   e) wettelijke verplichtingen inzake dierenwelzijn.
   4° Sectorspecifiek ondernemerschap :
   a) innovatie
   b) afzet
   c) kwaliteitsgerichte systemen
   5° Socio-economische voorstelling van een bedrijf
   6° Bedrijfsbezoeken, voor zover geen sanitaire beperkingen die beletten
   7° Technische aspecten (teelttechniek, voeding, mechanisatie,...).]2
  
   1° Approche économique et sociale de la branche d'activité :
   a) rentabilité, calcul du coût,
   b) comptabilité,
   c) en fonction de la branche d'activité :
   a. régimes d'impôt spécifiques,
   b. politique du personnel spécifique,
   c. utilisation de labels de qualité et étiquetage.
   2° Obligations administratives pour la branche d'activité.
   3° Aspects de législation et d'environnement pour la branche d'activité :
   a) production intégrée,
   b) production durable,
   c) logement respectueux des animaux,
   d) aspect sanitaire,
   e) obligations légales en matière de bien-être des animaux
   4° Entrepreneuriat spécifique au secteur :
   a) innovation
   b) écoulement
   c) systèmes de gestion de la qualité
   5° Présentation socio-économique d'une entreprise
   6° Visites à l'entreprise, pour autant que des restrictions sanitaires n'y fassent pas obstacle
   7° Aspects techniques (techniques culturales, alimentation, mécanisation,...).]2
  
Art. N3. [1 Bijlage III. - Thema's en subthema's als vermeld in artikel 9 van het ministerieel besluit van 26 november 2007 betreffende de toekenning van subsidies voor naschoolse opleidingsinitiatieven in de landbouwsector
   1° opleidingen ter versterking van het concurrentievermogen en de rentabiliteit:
   a) bedrijfsbeheer;
   b) technische thema's;
   c) verwerven van praktische vaardigheden;
   2° beroepsopleidingen voor personen die zich voorbereiden om in hoofd- of nevenberoep te gaan werken in de landbouwsector als vermeld in artikel 2, § 2, van het besluit:
   a) starterscursussen;
   b) stages;
   3° opleidingen over het herstel, de instandhouding en de verbetering van ecosystemen:
   a) instandhouding van ecosystemen;
   b) opleidingen betreffende de fytolicentie;
   4° opleidingen voor werknemers van groendiensten:
   a) technische thema's in verband met groenbeheer;
   b) verwerven van praktische vaardigheden;
   5° opleidingen voor hobbylandbouwers:
   a) groenten-, fruit- en kruidentuin;
   b) siertuin;
   c) houden van landbouwhuisdieren.]1

  
Art. N3. [1 Annexe III. - Thèmes et sous-thèmes tels que visés à l'article 9 de l'arrêté ministériel du 26 novembre 2007 octroyant des subventions aux initiatives de formation extrascolaire dans le secteur agricole
   1° formations visant à renforcer la compétitivité et la rentabilité :
   a) gestion d'entreprise ;
   b) thèmes techniques ;
   c) acquisition d'aptitudes pratiques ;
   2° formations professionnelles pour les personnes qui se préparent à un emploi à titre principal ou secondaire dans le secteur agricole tel que visé à l'article 2, § 2, de l'arrêté :
   a) cours pour débutants ;
   b) stages ;
   3° formations sur le rétablissement, le maintien et l'amélioration d'écosystèmes :
   a) maintien d'écosystèmes ;
   b) formations concernant la phytolicence ;
   4° formations pour les employés de services des espaces verts :
   a) thèmes techniques relatifs à la gestion des espaces verts ;
   b) acquisition d'aptitudes pratiques ;
   5° formations pour les agriculteurs amateurs :
   a) jardins fruitier, jardin potager et jardin d'herbes ;
   b) jardin d'agrément ;
   c) tenir des animaux domestiques agricoles.]1

  
Art. N4. Bijlage IV. - Model van een getuigschrift van een cursus
  (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 11-12-2007, p. 60977).
  (Gewijzigd bij :
  - )
Art. N4. Annexe IV. - Modèle de certificat d'un cours.
  (Modèle non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 11-12-2007, p. 60986).
  (Modifié par :
  - )
Art. N5. Bijlage V. - Model van een getuigschrift van een stage
  (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 11-12-2007, p. 60977).
  (Gewijzigd bij :
  - )
Art. N5. Annexe V. - Modèle de certificat d'un stage.
  (Modèle non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 11-12-2007, p. 60986).
  (Modifié par :
  - )
Art. N6. Bijlage VI. - Model van een installatieattest voor opleidingen die gestart zijn voor 1 juli 1996
  (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 11-12-2007, p. 60978).
Art. N6. Annexe VI. - Modèle d'une attestation d'installation pour les formations qui ont débutées avant le 1er juillet 1996.
  (Modèle non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 11-12-2007, p. 60987).
Art. N7. Bijlage VII. - Model van een installatieattest voor opleidingen die gestart zijn na 1 juli 1996
  (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 11-12-2007, p. 60978).
Art. N7. Annexe VII. - Modèle d'une attestation d'installation pour les formations qui ont débutées après le 1er juillet 1996.
  (Modèle non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 11-12-2007, p. 60987).
Art. N8. [1 Bijlage VIII. - Toelatingsvoorwaarden voor de installatieproeven, vermeld in artikel 19 van het ministerieel besluit van 26 november 2007 betreffende de toekenning van subsidies voor naschoolse opleidingsinitiatieven in de landbouwsector
Art. N8. [1 Annexe VIII. - Conditions d'admission pour les tests d'installation, visées à l'article 19 de l'arrêté ministériel du 26 novembre 2007 octroyant des subventions aux initiatives de formation extrascolaire dans le secteur agricole
voorwaardevereiste bijscholing
  
1. getuigschrift of diploma van land- of tuinbouwgericht onderwijs :
   a) lager secundair onderwijs
   b) 2e graad secundair onderwijs
   c) 5e jaar secundair onderwijs
   2. getuigschrift of diploma van niet-landbouw gericht of niet-tuinbouwgericht onderwijs of geen getuigschrift of diploma
  
   3. minstens vijf jaar werkzaam op een landbouwbedrijf met het statuut van zelfstandig bedrijfsleider, zaakvoerder, meewerkende echtgenoot of zelfstandig helper

   starterscursus type A + B
   starterscursus type A + B
   starterscursus type A
   starterscursus type A + B + stage
   starterscursus type A + B
voorwaardevereiste bijscholing
1. getuigschrift of diploma van land- of tuinbouwgericht onderwijs :
   a) lager secundair onderwijs
   b) 2e graad secundair onderwijs
   c) 5e jaar secundair onderwijs
   2. getuigschrift of diploma van niet-landbouw gericht of niet-tuinbouwgericht onderwijs of geen getuigschrift of diploma

  
  
conditionperfectionnement requis
  
1. certificat ou diplôme de l'enseignement axé sur l'agriculture ou l'horticulture :
   a) de l'enseignement secondaire inférieur
   b) de l'enseignement secondaire du 2e degré
   c) 5e année de l'enseignement secondaire
   2. certificat ou diplôme de l'enseignement non axé sur l'agriculture ou l'horticulture ou aucun certificat ou diplôme
   3. être occupé pendant au moins cinq ans dans une exploitation agricole sous le statut de gérant, chef d'entreprise, conjoint aidant ou aidant indépendant
cours pour starters type A + B
   cours pour starters type A + B
   cours pour starters type A
   cours pour starters type A + B + stage
   cours pour starters type A + B
   3. minstens vijf jaar werkzaam op een landbouwbedrijf met het statuut van zelfstandig bedrijfsleider, zaakvoerder, meewerkende echtgenoot of zelfstandig helper
   starterscursus type A + B
   starterscursus type A + B
   starterscursus type A
   starterscursus type A + B + stage
   starterscursus type A + B
conditionperfectionnement requis
1. certificat ou diplôme de l'enseignement axé sur l'agriculture ou l'horticulture :
   a) de l'enseignement secondaire inférieur
   b) de l'enseignement secondaire du 2e degré
   c) 5e année de l'enseignement secondaire
   2. certificat ou diplôme de l'enseignement non axé sur l'agriculture ou l'horticulture ou aucun certificat ou diplôme
   3. être occupé pendant au moins cinq ans dans une exploitation agricole sous le statut de gérant, chef d'entreprise, conjoint aidant ou aidant indépendant cours pour starters type A + B
   cours pour starters type A + B
   cours pour starters type A
   cours pour starters type A + B + stage
   cours pour starters type A + B
   De totaalduur van de stage is minstens twintig stagedagen.
   Een getuigschrift van een gevolgde B-cursus die gestart is voor 1 juli 1996, geeft zonder bijscholing recht op een installatieattest.
   Voor de opleidingen die gestart zijn tussen 1 juli 1996 en 1 januari 2005, zijn een B1- en een B3-cursus gelijkwaardig aan respectievelijk een starterscursus type A en een starterscursus type B.
   De deelnemer bewijst zijn statuut van zelfstandig bedrijfsleider, zaakvoerder, meewerkende echtgenoot of zelfstandig helper met een verklaring van de sociale kas waarbij hij is aangesloten. [2 ...]2]1
  
   La durée globale du stage est de vingt jours de stage au minimum.
   Un certificat d'avoir suivi un cours type B qui a commencé avant le 1er juillet 1996, donne droit à une attestation d'installation sans perfectionnement.
   Pour les formations qui ont commencé entre le 1er juillet 1996 et le 1er janvier 2005, un cours B1 et un cours B3 sont équivalents à respectivement un cours pour starters type A et un cours pour starters type B.
   Le participant démontre son statut de gérant, chef d'entreprise, conjoint aidant ou aidant indépendant par une déclaration de la caisse sociale à laquelle il est affilié. [2 ...]2]1
  
Art. N9. [1 Bijlage IX. - Examenreglement als vermeld in artikel 19 van het ministerieel besluit van 26 november 2007 betreffende de toekenning van subsidies voor naschoolse opleidingsinitiatieven in de landbouwsector
   1. Examenagenda
   De examens worden jaarlijks in elke provincie tweemaal georganiseerd. [2 de bevoegde entiteit]2 legt in overleg met de centra de examenagenda vast. [2 de bevoegde entiteit]2 kan een examen schrappen als minder dan zes deelnemers ingeschreven zijn.
   2. Inschrijving
   De deelnemers kunnen ongeacht hun woonplaats in elke provincie aan het examen deelnemen. Kandidaten die niet geslaagd zijn voor een examen kunnen zich, na tijdige voorafgaande inschrijving, opnieuw aanmelden voor een volgend examen.
   De deelnemers aan de proeven schrijven zich in via een erkend algemeen centrum door middel van een inschrijvingsformulier dat minstens de volgende gegevens van de deelnemer bevat :
   a) voornaam en familienaam (zoals op de identiteitskaart);
   b) straat en nummer;
   c) postnummer en gemeente;
   d) geboorteplaats en -datum;
   e) rijksregisternummer;
   f) plaats en datum van de installatieproef;
   g) goedkeuringsnummers van de gevolgde starterscursussen type A en B en van de stages;
   h) lijst van getuigschriften/attesten die aanleiding kunnen geven tot een vrijstelling.
   Een model van het inschrijvingsformulier is terug te vinden op de website van de Vlaamse overheid : http://www.vlaanderen.be/formulieren.
   De deelnemers die aanspraak kunnen maken op een vrijstelling voor een onderdeel van de opleiding, bezorgen samen met de inschrijving een kopie van de stavingsstukken die de vrijstelling aantonen.
   De algemene centra bezorgen de inschrijvingsformulieren aan [2 de bevoegde entiteit]2 uiterlijk [2 tien]2 werkdagen voor de aanvang van het schriftelijke examen.
   3. Verloop van de proeven
   De installatieproef bestaat uit twee gedeelten, namelijk een schriftelijk openboekexamen en een socio-economische voorstelling van een bedrijf.
   De cursisten die niet geslaagd zijn voor het openboekexamen worden niet toegelaten tot de socio-economische voorstelling van een bedrijf. De cursisten die alleen een starterscursus type A als bijscholing moeten volgen, zijn vrijgesteld van de socio-economische voorstelling van het bedrijf en hoeven alleen het schriftelijke openboekexamen af te leggen. De cursisten die geslaagd zijn voor het openboekexamen, zijn daarvan vrijgesteld bij een eventuele herkansing.
   3.1. Gemeenschappelijk openboekexamen
   Het gemeenschappelijke examen verloopt met open boek. Dat houdt in dat de deelnemers alle schriftelijke informatie die ze nuttig vinden, mogen meebrengen en tijdens het examen mogen raadplegen.
   [2 de bevoegde entiteit]2 stelt de examenvragenlijst op. De bevoegde entiteit kan aan de centra vragen om vragenlijsten voor het examen te leveren. In dat geval verbinden de centra zich ertoe de vragenlijsten die ze bij [2 de bevoegde entiteit]2 indienen, niet te verspreiden. Deelnemers van wie op het examen vastgesteld wordt dat zij in het bezit zijn van de vragenlijsten van een centrum, worden gelijkgesteld met niet-geslaagden.
   Een kandidaat is geslaagd voor het openboekexamen als hij minstens 50 % van de punten behaalt.
   3.2. Socio-economische voorstelling van een bedrijf
   De deelnemer geeft een mondelinge voorstelling van maximaal tien minuten van een land- of tuinbouwbedrijf. Hij kan daarbij gebruikmaken van alle nuttige documentatie die hij nodig acht. Na de voorstelling krijgt de jury de gelegenheid om vragen te stellen over de bedrijfsvoering op het voorgestelde bedrijf.
   Het voorgestelde bedrijf kan het door de deelnemer over te nemen bedrijf, het stagebedrijf of een ander bedrijf zijn.
   De jury beoordeelt :
   a) de kwaliteit van de presentatie (10 punten);
   b) de bekwaamheid van de kandidaat om de verschillende regelgevingen die in de startersopleiding aan bod kwamen, toe te passen op het voorgestelde bedrijf (10 punten);
   c) het inzicht van de kandidaat in de kostenstructuur en de rentabiliteit van het voorgestelde bedrijf (10 punten);
   d) het inzicht van de kandidaat in interne en externe factoren die een invloed kunnen hebben op de kostenstructuur en de rentabiliteit van het bedrijf (10 punten).
   Een kandidaat is geslaagd voor het mondelinge gedeelte van de proef als hij minstens 50 % van de punten haalt op de totale proef en minstens 50 % van de punten op het totaal van onderdeel b), c) en d) van de beoordeling.
   De uitslag van de jurering wordt op het einde van het examen genoteerd in een proces-verbaal.
   De tijdens de presentatie en de vraagstelling aangebrachte gegevens zijn vertrouwelijk. De juryleden en de waarnemers mogen geen gegevens van de mondelinge proef verspreiden of voor andere doeleinden gebruiken.
   4. Jury
   De jury wordt samengesteld overeenkomstig artikel 21 van het besluit.
   De waarnemers van de algemene centra nemen niet deel aan de vraagstelling en de beraadslaging.
   Bij gebrek aan unanimiteit bij de beoordelingen worden de beslissingen genomen bij meerderheid van stemmen, met uitsluiting van de onthoudingen. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
   5. Uitslag van het examen
   [2 de bevoegde entiteit]2 deelt het resultaat van de examens schriftelijk mee aan de deelnemers en reikt de installatieattesten uit.]1

  
Art. N9. [1 Annexe IX. - Règlement de l'examen tel que visé à l'article 19 de l'arrêté ministériel du 26 novembre 2007 octroyant des subventions aux initiatives de formation extrascolaire dans le secteur agricole
   1. Calendrier des examens
   Les examens sont organisés deux fois par an dans chaque province. [2 l'entité compétente]2 fixe le calendrier des examens en concertation avec les centres. [2 l'entité compétente]2 peut annuler un examen lorsque moins de six participants sont inscrits.
   2. Inscription
   Les participants peuvent participer à l'examen, quel que soit leur domicile dans chaque province. Les candidats qui n'ont pas réussi un examen peuvent, après inscription préalable à temps, se présenter à nouveau pour un prochain examen.
   Les participants aux tests s'inscrivent auprès d'un centre général agréé par le biais d'un formulaire d'inscription qui comporte au moins les données suivantes du participant :
   a) prénom et nom de famille (tel que mentionné sur la carte d'identité);
   b) rue et numéro;
   c) code postal et commune;
   d) lieu et date de naissance;
   e) numéro du Registre national;
   f) lieu et date du test d'installation;
   g) numéros d'approbation des cours pour starters type A et B suivis et des stages;
   h) liste des certificats/attestations pouvant donner lieu à une dispense.
   Un modèle du formulaire d'inscription est disponible sur le site web de l'Autorité flamande : http://www.vlaanderen.be/formulieren.
   Les participants pouvant prétendre à une dispense pour une partie de la formation, remettront avec l'inscription une copie des pièces justificatives démontrant la dispense.
   Les centres généraux transmettront les formulaires d'inscription à [2 l'entité compétente]2 au plus tard [2 dix]2 jours ouvrables avant le début du test écrit.
   3. Déroulement des tests
   Le test d'installation comprend deux parties, notamment une partie écrite à livre ouvert et une présentation socio-économique d'une entreprise.
   Les participants qui n'ont pas réussi au test à livre ouvert ne sont pas admis à la présentation socio-économique d'une entreprise. Les participants qui doivent uniquement suivre un cours pour starters type A comme perfectionnement, sont exemptés de la présentation socio-économique de l'entreprise et doivent uniquement passer le test écrit à livre ouvert. Les participants qui ont réussi au test à livre ouvert en sont dispensés en cas d'un repêchage éventuel.
   3.1. Test à livre ouvert commun
   Le test commun se déroule à livre ouvert. Cela implique que les participants peuvent apporter et consulter toutes les informations écrites qu'ils estiment utiles pendant le test.
   [2 l'entité compétente]2 fixe la liste des questions pour le test. [2 L'entité compétente]2 peut demander aux centres de fournir des listes de questions pour le test. Dans ce cas, les centres s'engagent à ne pas distribuer les listes de questions qu'ils introduisent auprès de [2 l'entité compétente]2 . Les participants dont il est constaté lors du test qu'ils disposent des listes de questions d'un centre, sont assimilés à des participants qui n'ont pas réussi.
   Un participant réussit au test à livre ouvert lorsqu'il obtient au moins 50 % des points.
   3.2. Présentation socio-économique d'une entreprise
   Le participant donne une présentation orale d'une exploitation agricole ou horticole de dix minutes au maximum. A cet effet, il peut utiliser toutes les documentations utiles qu'il estime nécessaires. Après la présentation, le jury a l'occasion de poser des questions concernant la gestion de l'exploitation à l'entreprise présentée.
   L'entreprise présentée peut être l'entreprise à reprendre par le participant, l'entreprise de stage ou une autre entreprise.
   Le jury évalue :
   a) la qualité de la présentation (10 points);
   b) l'aptitude du participant à appliquer les réglementations différentes qui ont été abordées lors de la formation de starter à l'entreprise présentée (10 points);
   c) la compréhension du participant de la structure des frais et de la rentabilité de l'entreprise présentée (10 points);
   d) la compréhension du participant des facteurs internes et externes pouvant influencer la structure des frais et la rentabilité de l'entreprise (10 points).
   Un participant réussit à la partie orale du test lorsqu'il obtient au moins 50 % des points au total et au moins 50 % des points sur le total des parties b), c) et d) de l'évaluation.
   Le résultat de l'évaluation est noté à la fin du test dans un procès-verbal.
   Les données introduites lors de la présentation et du questionnement sont confidentielles. Les membres du jury et les observateurs ne peuvent ni distribuer les données du test oral, ni les utiliser à d'autres fins.
   4. Jury
   Le jury est composé conformément à l'article 21 de l'arrêté.
   Les observateurs des centres généraux ne participent ni au questionnement, ni à la délibération.
   A défaut d'unanimité lors des évaluations, les décisions sont prises à la majorité des voix, sans tenir compte des abstentions. En cas de partage des voix, la voix du président est prépondérante.
   5. Résultat du test
   [2 L'entité compétente]2 communique le résultat des tests aux participants par écrit et délivre les attestations d'installation.]1