Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
10 APRIL 2003. - Decreet betreffende de financiële incentives voor de opleiding van werknemers die bij een onderneming in dienst zijn (VERTALING). (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 29-04-2003 en tekstbijwerking tot 09-04-2019)
Titre
10 AVRIL 2003. - Décret relatif aux incitants financiers à la formation des travailleurs occupés par les entreprises. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 29-04-2003 et mise à jour au 09-04-2019)
Documentinformatie
Numac: 2003027273
Datum: 2003-04-10
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2003027273
Date: 2003-04-10
Moniteur: Voir
Tekst (36)
Texte (36)
Artikel 1. Dit decreet regelt overeenkomstig artikel 138 van de Grondwet een aangelegenheid bedoeld in artikel 127, § 1, ervan. Het is van toepassing op het grondgebied van het Franse taalgebied.
Article 1. Le présent décret règle, en application de l'article 138 de la Constitution, une matière visée à l'article 127, § 1er, de celle-ci. Il est applicable sur le territoire de la région de langue française.
Art. 2. § 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° "onderneming" : elke entiteit, ongeacht de rechtsvorm ervan, die een economische activiteit uitoefent;
  2° [3 "kleine of middelgrote onderneming" : de micro, kleine of middelgrote onderneming zoals bepaald in artikel 2 van [4 bijlage I bij Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (Publicatieblad van de Europese Unie, L 187/1, van 26 juni 2014)]4, met uitzondering van de verenigingen zonder winstoogmerk;]3
  3° "werknemers" : werknemers tewerkgesteld op grond van een arbeidsovereenkomst in het geheel van de zetels van de kleine en middelgrote onderneming, waarbij het totaalbestand van de kleine of middelgrote onderneming met verwijzing naar het laatste afgesloten boekjaar berekend wordt overeenkomstig de artikelen 4 tot 6 van [4 bijlage I bij voornoemde Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014]4;
  4° [3 ...]3
  5° [3 ...]3
  6° "vorming" : gestructureerd proces inzake het verwerven en opslaan van kennis, wetenschap en/of vaardigheden in een welbepaalde domein of subdomein;
  7° "vormingsuren" : de vormingsuren [3 effectief]3 gepresteerd door het personeel tewerkgesteld krachtens een arbeidsovereenkomst door een [2 ...]2 vormingsoperateur [3 of vormers gebonden door een ondernemingovereenkomst aan een onderneming die als vormingsoperator erkend is of hulpvormers]3 [2 om te kunnen worden vergoed voor zijn diensten via cheques]2 [3 alsook, in voorkomend geval, de uren die besteed worden aan de evaluatie van de vaardigheden verworven door de personen bedoeld in artikel 8, § 2, eerste lid, 1° tot 4°]3;
  8° "bedrijfszetel" : plaats die beschikt over permanent aangestelde menselijke middelen en waar recurrente activiteiten plaatsvinden i.v.m. het maatschappelijk doel en de activiteitssector van de onderneming;
  9° "weinig gekwalificeerde werknemer" : elke werknemer zonder diploma of brevet van het hoger secundair onderwijs;
  10° "peterschap" : opleiding gegeven door een werknemer of een zelfstandige bedrijfsleider die vijfenveertig jaar oud is of ouder, om vaardigheden over te dragen aan werknemers in dienst genomen door de onderneming.
  [1 11° "Administratie" : de Directie Beroepsopleiding van het Departement Werk en Beroepsopleiding van het Directoraat-generaal Economie, Werk en Onderzoek van de Waalse Overheidsdienst;]1
  [3 12° "zelfstandige" : elke natuurlijke persoon die op het grondgebied van het Franse taalgebied een beroepsactiviteit in hoofd- of bijberoep uitoefent uit hoofde waarvan hij niet door een arbeidsovereenkomst of door een statuut verbonden is.]3
  § 2. De definities bedoeld in § 1, 1° tot 5°, alsook alle bepalingen die er uitdrukkelijk betrekking op hebben, kunnen door de Regering nader bepaald of aangepast worden opdat dit decreet kan voldoen aan de artikelen 87 en volgende van het Verdrag tot instelling van de Europese Gemeenschap, alsmede aan de normen die uit het communautaire recht voortvloeien.
  [3 De Regering kan het maximum aantal uren vastleggen die aan de evaluatie worden besteed.]3
  
Art. 2. § 1er. Pour l'application du présent décret, il y a lieu d'entendre par :
  1° "entreprise" : toute entité, indépendamment de sa forme juridique, exerçant une activité économique;
  2° [3 " petite ou moyenne entreprise " : la micro, petite ou moyenne entreprise telle que définie par l'article 2 de [4 l'annexe I du Règlement (UE) n° 651/2014 de la Commission du 17 juin 2014 déclarant certaines catégories d'aides compatibles avec le marché intérieur en application des articles 107 et 108 du traité (J.O.U.E., L 187/1 du 26 juin 2014)]4 à l'exception des associations sans but lucratif;]3
  3° "travailleurs" : les travailleurs occupés dans les liens d'un contrat de travail dans l'ensemble des sièges de la petite ou moyenne entreprise, l'effectif total de la petite ou moyenne entreprise étant calculé par référence au dernier exercice comptable clôturé conformément aux articles 4 à 6 de [4 l'annexe I du Règlement (UE) n° 651/2014 du 17 juin 2014 de la Commission, précité]4;]3;
  4° [3 ...]3
  5° [3 ...]3
  6° "formation" : processus structuré d'acquisition et d'accumulation de connaissances, de savoir et/ou de compétences dans un domaine ou sous-domaine déterminé;
  7° "heures de formation" : les heures de formation [3 effectivement]3 prestées par le personnel engagé sous contrat de travail par un opérateur de formation [2 agréé pour pouvoir être rétribué pour ses services par le biais de chèques-formation]2 [3 ou par des formateurs liés par contrat d'entreprise à une entreprise agréée comme opérateur de formation ou par des formateurs vacataires]3 [3 ainsi que, le cas échéant, les heures consacrées à l'évaluation des compétences acquises par les personnes visées à l'article 8, § 2, alinéa 1er, 1° à 4°]3;
  8° "siège d'activités" : lieu disposant de moyens humains affectés en permanence et où se déroulent des activités récurrentes en rapport avec l'objet social et le secteur d'activité de l'entreprise;
  9° "travailleur peu qualifié" : tout travailleur sans diplôme ni brevet de l'enseignement secondaire supérieur;
  10° "tutorat" : formation dispensée par un travailleur ou par un gérant indépendant à titre principal d'une entreprise, âgé de quarante-cinq ans ou plus, en vue de transférer des compétences à des travailleurs recrutés par l'entreprise.
  11° [1 "Administration" : la Direction de la Formation professionnelle du Département Emploi et Formation professionnelle de la Direction générale Economie, Emploi et Recherche du Service public de Wallonie]1;
  [3 12° " indépendant " : toute personne physique qui exerce sur le territoire de la Région de langue française une activité professionnelle à titre principal ou à titre complémentaire, en raison de laquelle elle n'est pas engagée dans les liens d'un contrat de travail ou d'un statut.]3
  § 2. Le Gouvernement peut préciser ou adapter les définitions visées au § 1er, 1° à 5°, du présent article, ainsi que toutes les dispositions s'y référant explicitement, pour assurer la conformité du présent décret aux articles 87 et suivants du Traité instituant la Communauté européenne ainsi qu'aux normes dérivées du droit communautaire.
  [3 Le Gouvernement peut fixer le nombre d'heures maximales qui sont consacrées à l'évaluation.]3
  
Art. 3. De Regering kan, tegen de voorwaarden van dit decreet en binnen de specifieke begrotingsperken die jaarlijks worden vastgelegd, en overeenkomstig [1 [2 voornoemde Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 en Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (Publicatieblad van de Europese Unie, L 352 van 24.12.2013, blz. 1)]2]1 een tegemoetkoming toewijzen aan een onderneming om de kosten verbonden aan de opleiding van de werknemers die zij in dienst heeft, gedeeltelijk te dekken.
  
Art. 3. Le Gouvernement peut, aux conditions du présent décret et dans les limites budgétaires spécifiques fixées annuellement, et conformément [1 au [2 Règlement (UE) n° 651/2014 du 17 juin 2014 de la Commission précité ainsi qu'au Règlement (UE) n° 1407/2013 de la Commission du 18 décembre 2013 relatif à l'application des articles 107 et 108 du traité sur le fonctionnement de l'Union européenne aux aides de minimis (J.O.U.E., L. 352 du 24.12.2013, p. 1]2]1, allouer une subvention à l'entreprise destinée à couvrir en partie les frais inhérents à la formation des travailleurs qu'elle occupe.
  
Art. 4. Die subsidie kan bestaan in het toekennen van :
  1° opleidingscheques waarmee een gedeelte van de kosten voor algemene opleidingen ten behoeve van [1 de personen bedoeld in artikel 8, § 2, eerste lid]1 overgenomen dient te worden volgens de voorwaarden omschreven in hoofdstuk I;
  2° aanpassingskredieten waarmee een gedeelte van de kosten voor specifieke opleidingen ten behoeve van de werknemers van een onderneming overgenomen dient te worden volgens de voorwaarden omschreven in hoofdstuk II.
  
Art. 4. Cette subvention peut consister en l'octroi :
  1° de chèques-formation, destinés à prendre en charge une partie des coûts de formations générales au bénéfice [1 des personnes visées à l'article 8, § 2, alinéa 1er]1 selon les conditions définies au chapitre Ier;
  2° de crédits-adaptation, destinés à prendre en charge une partie des coûts de formations spécifiques au bénéfice des travailleurs d'une entreprise, selon les conditions définies au chapitre II.
  
HOOFDSTUK I. - Opleidingscheques.
CHAPITRE I. - Du chèque-formation.
Art. 4bis. [1 De opleidingscheque is bestemd om een deel van de opleidingskosten ten laste te nemen die in rechtstreeks verband staan met het beroep uitgeoefend door de zelfstandige of werknemer, of, in voorkomend geval, die bijdragen, hetzij tot de ontwikkeling van de beroepsactiviteit uitgeoefend door de zelfstandige, hetzij tot de ontwikkeling van de technische en beroepsvaardigheden van de werknemer in de onderneming of in elk andere onderneming die een gelijkaardige activiteit uitoefent voor zover deze vaardigheden worden vereist voor de uitoefening van zijn beroep in de onderneming.]1
  
Art.4bis. [1 Le chèque-formation est destiné à prendre en charge une partie des coûts de la formation qui présente un lien direct avec le métier exercé par l'indépendant ou le travailleur, ou, le cas échéant, qui contribue, soit au développement de l'activité professionnelle exercée par l'indépendant, soit au développement des compétences techniques et professionnelles du travailleur au sein de l'entreprise ou au sein de tout autre entreprise qui exerce une activité similaire pour autant que ces compétences soient déjà requises pour l'exercice de son métier au sein de l'entreprise.]1
  
Art. 5. Om voor opleidingscheques in aanmerking te komen beschikt [2 de zelfstandig of]2 de kleine of middelgrote onderneming over minstens één bedrijfszetel in het Franstalige taalgebied.
  [2 De kleine en middelgrote ondernemingen die als vormingsoperateur erkend zijn, kunnen, om vergoed te worden voor hun diensten via opleidingscheques, in aanmerking komen voor deze cheques die bestemd zijn voor hun eigen personeel, hun zelfstandige hulpvormers en hun hulpvormers met een ondernemingsovereenkomst voor zover de opleiding niet dezelfde is als die waarvoor ze erkend zijn.
   Als de vorming dezelfde is, wordt ze aan een derde toevertrouwd die de volgende cumulatieve voorwaarden vervult :
   1° niet rechtstreeks of onrechtstreeks verbonden zijn met de kleine of middelgrote onderneming op economisch, boekhoudkundig, financieel of patrimoniaal vlak;
   2° niet betrokken zijn in een belangenconflict met de kleine of middelgrote onderneming;
   3° geen opleiding verstrekken, per kalenderjaar, bij minstens 80 percent van de werknemers die voortkomen uit dezelfde kleine of middelgrote onderneming.]2

  
Art. 5. Pour bénéficier des chèques-formation, [2 l'indépendant ou]2 la petite ou moyenne entreprise doit avoir au moins un siège d'activités en région de langue française.
  [2 Les petites et moyennes entreprises, agréées en tant qu'opérateurs de formation pour pouvoir être rétribuées pour leurs services par le biais de chèques-formation, peuvent bénéficier de ces chèques à destination de leur propre personnel, leurs vacataires indépendants et leurs vacataires sous contrat d'entreprise, pour autant que la formation ne soit pas identique à celle pour laquelle elles sont agréées.
   En cas de formation identique, celle-ci est confiée à un tiers qui répond aux conditions cumulatives suivantes :
   1° ne pas être lié directement ou indirectement sur le plan économique, comptable, financier ou patrimonial avec la petite ou moyenne entreprise;
   2° ne pas être dans un conflit d'intérêt avec la petite ou moyenne entreprise;
   3° ne pas dispenser de formation, par année civile, auprès d'au moins 80 pour-cent de travailleurs issus de la même petite ou moyenne entreprise.]2

  
Art. 6. De Regering kan [1 de zelfstandigen en]1 de kleine en middelgrote ondernemingen die onder bepaalde bedrijfstakken of delen ervan vallen, van de opleidingschequeregeling uitsluiten. In dat geval dient zijn beslissing gegrond te worden op [1 op elementen die hetzij voortkomen uit de jaarlijkse evaluatie bedoeld in artikel 24, tweede lid, 2°, hetzij gerechtvaardigd zijn t.o.v. de socio-economische prioriteiten bepaald door de Regering na advies van de "Conseil économique et social de Wallonie" (Sociaal-Economische Raad van Wallonië)]1.
  
Art. 6. Le Gouvernement peut exclure du bénéfice du chèque-formation [1 les indépendants et]1 les petites et moyennes entreprises relevant de certains secteurs ou parties de secteur d'activités. Dans ce cas, sa décision doit se fonder [1 sur des éléments soit issus de l'évaluation annuelle visée à l'article 24, alinéa 2, 2°, soit justifiés au regard des priorités socioéconomiques déterminées par le Gouvernement après avis du Conseil économique et social de Wallonie]1.
  
Art. 7. De opleidingscheque heeft een faciale waarde van 30 euro en geldt als vergoeding voor één uur opleiding van een werknemer.
  [1 Er worden per opleidingsdag maximum zeven uur opleiding per werknemer geboekt, met uitzondering van de taalonderdompelingen waarvoor een maximum van tien uur opleiding per werknemer geboekt kunnen worden. In het geval van opleidingen per halve dag of in het geval van opleidingen die na 17 uur buiten de werkuren worden gevolgd, worden maximum vier uur opleiding per werknemer geboekt.
   De uren besteed aan de voorbereiding en aan de organisatie van de opleiding worden niet geboekt.]1

  
Art. 7. Le chèque-formation a une valeur faciale de 30 euros et rémunère une heure de formation d'un travailleur.
  [1 Par journée de formation, sont comptabilisées au maximum sept heures de formation par travailleur, à l'exception des formations linguistiques données en immersion pour lesquelles un maximum de dix heures de formation peuvent être comptabilisées par travailleur. En cas de demi-journée de formation ou en cas de formation suivie en dehors des heures de travail après 17 heures, sont comptabilisées au maximum quatre heures de formation par travailleur.
   Ne sont pas comptabilisées les heures consacrées à la préparation et à l'organisation de la formation.]1

  
Art. 8. § 1. [3 De zelfstandige of de kleine of middelgrote onderneming]3 kan opleidingscheques aankopen bij de emittent, aangewezen door de Regering op de voordracht van de " Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi " (Waalse Dienst voor Beroepsopleiding en Arbeidsbemiddeling, afgekort : FOREm), tegen de prijs van 15 euro voor een maximumaantal van :
  1° [3 honderd opleidingscheques voor de zelfstandige in hoofdactiviteit of voor de eenpersoonszaak en tachtig opleidingscheques voor de zelfstandige in bijberoep; dit aantal cheques kan met vijfentwintig bijkomende cheques vermeerderd worden in het geval van een zelfstandige in hoofdactiviteit of van een eenpersoonszaak en met twintig bijkomende cheques in het geval van een zelfstandige in bijberoep voor zover de aanvullende cheques uitsluitend gebruikt worden voor het vreemdetalenonderwijs;]3
  2° vierhonderd opleidingscheques voor de onderneming met twee tot vijftig werknemers ingeschreven bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, afgekort " R.S.Z. ". Het aantal cheques kan vermeerderd worden tot vijfhonderd cheques voorzover de aanvullende cheques uitsluitend gebruikt worden voor het vreemdetalenonderwijs;
  3° zeshonderd opleidingscheques voor de onderneming met eenenvijftig tot honderd werknemers ingeschreven bij de R.S.Z. Het aantal cheques kan vermeerderd worden tot zevenhonderd vijftig cheques voorzover de aanvullende cheques uitsluitend gebruikt worden voor het vreemdetalenonderwijs;
  4° zevenhonderd opleidingscheques voor de onderneming met honderd één tot tweehonderd werknemers ingeschreven bij de R.S.Z. Het aantal cheques kan vermeerderd worden tot achthonderd vijfenzeventig cheques voor- zover de aanvullende cheques uitsluitend gebruikt worden voor het vreemdetalenonderwijs;
  5° achthonderd opleidingscheques voor de onderneming met tweehonderd één tot en met tweehonderd vijftig werknemers ingeschreven bij de R.S.Z. Het aantal cheques kan vermeerderd worden tot duizend cheques voorzover de aanvullende cheques uitsluitend gebruikt worden voor het vreemdetalenonderwijs.]
  [Naast het aantal cheques bedoeld in 1° tot 5° kan de kleine of middelgrote onderneming bedoeld in het eerste lid bij de door de Regering op de voordracht van de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi", afgekort "FOREm", aangewezen uitgever opleidingscheques "Eco-Climat" tegen de prijs van 15 euro aankopen. Dat aantal bedraagt maximum tweehonderd cheques per jaar [2 binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten]2, voor zover deze bijkomende cheques uitsluitend voor opleidingen i.v.m. [3 de energieprestatie en duurzaam bouwen of verbouwen]3 gebruikt worden.]
  § 2. De opleidingscheque dient [1 om te kunnen worden vergoed voor zijn diensten via opleidingscheques]1 voor de betaling van de opleidingsuren die bij een erkende opleidingsverstrekker gevolgd zijn door :
  1° elke werknemer die door een arbeidscontract aan de kleine of middelgrote onderneming verbonden is;
  2° elke tijdelijke werknemer die in de kleine of middelgrote onderneming aanwezig is op het tijdstip van de opleiding;
  3° elke persoon die als zelfstandige [2 ...]2 aangesloten is bij het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen [2 ...]2 en zijn bedrijvigheid uitoefent in een functionele hoofdzetel die in het Franse taalgebied gevestigd is;
  4° de meewerkende echtgenoot van de zelfstandige werknemer bedoeld onder 3° [3 binnen de perken van het aantal cheques dat de zelfstandige of de eenpersoonszaak zoals bepaald in artikel 8, § 1, eerste lid, 1° kan verwerven]3.
  De opleidingen die gevolgd worden door de werknemers bedoeld in het eerste lid, 1° en 2°, vinden voornamelijk plaats tijdens de normale, in de kleine of middelgrote onderneming geldende arbeidsuren. Zij kunnen evenwel buiten de normale, in de kleine of middelgrote onderneming geldende arbeidsuren plaatsvinden, voorzover die uren als arbeidsuren te gelde worden gemaakt en de werknemer een compensatie voorgesteld wordt.
  [3 De personen bedoeld in paragraaf 2, 3° en 4°, komen in aanmerking voor opleidingscheques voor zover zij aangesloten zijn bij een sociale verzekeringskas en de bijdragen betalen sinds minstens de twee laatste kwartalen voorafgaand aan de aanvraag tot toekenning van opleidingscheques en overeenkomend met een minimale duur van zes maanden activiteit.]3
  De toelaatbare kosten die gedekt worden door de opleidingscheque zijn de kosten bedoeld [3 in artikel [4 31.3 van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 voorvermeld]4]3.
  De werknemers en personen bedoeld in het eerste lid dienen onderdanen te zijn van een lid-Staat van de Europese Unie of daadwerkelijk in het Franse taalgebied te verblijven en minstens achttien jaar oud te zijn.
  § 3. In het kader van de afstandsopleiding bepaalt de Regering voor elk type opleiding, op voorwaarde dat deze plaatsvindt tijdens de arbeidsuren die in de daarvoor in aanmerking komende onderneming gelden, een forfaitair aantal arbeidsuren, evenals de normen en de modaliteiten voor de begeleiding van de werknemers door een krachtens artikel 10 van dit decreet erkende opleidingsverstrekker.
  § 4. De opleidingscheque mag niet worden gecumuleerd met enige andere overheids- of sectorale steun die toegekend zou kunnen worden om dezelfde opleidingskosten te dekken.
  [3 De begunstigde bezorgt de Administratie een verklaring op erewoord waarin hij verklaart dat hij geen andere openbare of sectorale hulp geniet die zou kunnen worden toegekend om dezelfde opleidingskosten te dekken. Indien de begunstigde een valse verklaring aflegt, moet hij het bedrag terugbetalen dat overeenstemt met het totaalaantal opleidingscheques die bestemd zijn om deze opleidingskosten terug te betalen.]3
  
Art. 8. § 1er. [3 L'indépendant ou la petite ou moyenne entreprise]3 peut acquérir des chèques-formation auprès de l'émetteur désigné par le Gouvernement sur proposition de l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi, en abrégé : le " FOREm ", au prix de 15 euros à concurrence d'un nombre maximal, par an, de :
  1° [3 cent chèques-formation pour l'indépendant à titre principal ou l'entreprise unipersonnelle et quatre-vingts chèques formation pour l'indépendant à titre complémentaire; ce nombre de chèques peut être augmenté de vingt-cinq chèques supplémentaires en cas d'indépendant à titre principal ou d'entreprise unipersonnelle et de vingt chèques supplémentaires en cas d'indépendant à titre complémentaire pour autant que les chèques supplémentaires soient utilisés exclusivement pour des formations en langues;]3
  2° quatre cents chèques-formation pour celle qui compte de deux à cinquante travailleurs inscrits à l'Office national de Sécurité sociale, en abrégé : " O.N.S.S. ". Le nombre de chèques peut être augmenté à cinq cents pour autant que les chèques supplémentaires soient exclusivement utilisables pour des formations en langues;
  3° six cents chèques-formation pour celle qui compte de cinquante et un à cent travailleurs inscrits à l'O.N.S.S. Le nombre de chèques peut être augmenté à sept cents cinquante pour autant que les chèques supplémentaires soient exclusivement utilisables pour des formations en langues;
  4° sept cents chèques-formation pour celle qui compte de cent un à deux cents travailleurs inscrits à l'O.N.S.S. Le nombre de chèques peut être augmenté à huit cent septante-cinq pour autant que les chèques supplémentaires soient exclusivement utilisables pour des formations en langues;
  5° huit cents chèques-formation pour celle qui compte de deux cent un à deux cent cinquante travailleurs inscrits à l'O.N.S.S. Le nombre de chèques peut être augmenté à mille pour autant que les chèques supplémentaires soient exclusivement utilisables pour des formations en langues.]
  La petite ou moyenne entreprise visée à l'alinéa 1er peut, outre le nombre de chèques visé aux points 1° à 5°, acquérir des chèques-formation "Eco-Climat" auprès de l'émetteur désigné par le Gouvernement sur proposition de l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi, en abrégé le "FOREm", au prix de 15 euros, à concurrence d'un nombre maximal de deux cents chèques par an [2 dans la limite des crédits budgétaires disponibles]2, et pour autant que ces chèques supplémentaires soient exclusivement utilisables pour des formations en lien avec [3 la performance énergétique et la construction ou rénovation durables]3.
  § 2. Le chèque-formation est destiné à payer les heures de formation suivies auprès d'un opérateur de formation [1 agréé pour pouvoir être rétribué pour ses services par le biais de chèques-formation]1 par :
  1° tout travailleur lié par un contrat de travail auprès de la petite ou moyenne entreprise;
  2° tout travailleur intérimaire présent dans la petite ou moyenne entreprise au moment de la formation;
  3° toute personne affiliée en tant qu'indépendant [2 ...]2 auprès de l'Institut national d'Assurances sociales pour travailleurs indépendants [2 ...]2 et exerçant son activité dans un siège principal d'activités situé en région de langue française;
  4° le conjoint aidant du travailleur indépendant visé au 3° [3 dans les limites du nombre de chèques que peut acquérir l'indépendant ou l'entreprise unipersonnelle tel que déterminé à l'article 8, § 1er, alinéa 1er, 1°]3.
  Les formations suivies par les travailleurs visés à l'alinéa 1er, 1° et 2°, se déroulent en principe pendant les heures normales de travail en vigueur dans la petite ou moyenne entreprise. Toutefois, elles peuvent se dérouler en dehors des heures normales de travail en vigueur dans la petite ou moyenne entreprise, pour autant que ces heures soient valorisées comme heures de travail et qu'une compensation soit proposée au travailleur.
  [3 Les personnes visées au paragraphe 2, 3° et 4°, bénéficient de chèques-formation pour autant qu'elles soient affiliées à une caisse d'assurances sociales et y cotisent depuis au moins les deux derniers trimestres précédents la demande d'octroi de chèques-formation et correspondant à une durée minimale de six mois d'activité.]3
  Les coûts admissibles couverts par le chèque-formation sont ceux visés [3 à l'article [4 31.3 du Règlement (UE) n° 651/2014 du 17 juin 2014 de la Commission précité]4]3.
  Les travailleurs et personnes visés à l'alinéa 1er doivent être ressortissants d'un Etat membre de l'Union européenne ou résider effectivement en région de langue française et être âgés de dix-huit ans au moins.
  § 3. Dans le cadre de la formation à distance, et à condition que celle-ci se déroule pendant les heures de travail en vigueur dans l'entreprise bénéficiaire, le Gouvernement détermine, pour chaque type de formation, un nombre forfaitaire d'heures de formation ainsi que les normes et modalités d'encadrement des travailleurs par un opérateur de formation [1 agréé pour pouvoir être rétribué pour ses services par le biais de chèques-formation]1 en vertu de l'article 10 du présent décret.
  § 4. Le chèque-formation ne peut être cumulé avec aucune autre aide publique ou sectorielle qui pourrait être accordée pour couvrir les mêmes coûts de formation.
  [3 Le bénéficiaire transmet à l'Administration une déclaration sur l'honneur par laquelle il déclare ne pas bénéficier d'une autre aide publique ou sectorielle qui pourrait être accordée pour couvrir les mêmes coûts de formation. En cas de fausse déclaration émise par le bénéficiaire, il est tenu de rembourser la somme correspondant au nombre total de chèques-formation qui sont destinés à couvrir ces mêmes coûts de formation.]3
  
Art. 9. De Regering kan de faciale waarde van de opleidingscheque wijzigen, evenals het aandeel dat hij voor eigen rekening neemt en het aantal toegekende cheques, onverminderd [1 artikel [2 31. 4 en 5 van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 voorvermeld]2]1. In dat geval dienen in zijn met redenen omklede beslissing uitsluitend ofwel de toestand op de arbeidsmarkt, ofwel de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling of jobcreatie, ofwel de sectorale opleidingsbehoeften, ofwel het tekort aan kwalificaties, ofwel begrotingsbeperkingen worden ingeroepen.
  
Art. 9. Le Gouvernement peut modifier la valeur faciale du chèque-formation, la part qu'il prend en charge ainsi que le nombre de chèques octroyés, sans préjudice [1 de l'article [2 31. 4 et 5 du Règlement (UE) n° 651/2014 du 17 juin 2014 de la Commission précité]2]1. Dans ce cas, sa décision motivée devra exclusivement prendre en considération soit la situation du marché de l'emploi, soit les objectifs du développement durable ou de la création d'emplois, soit les besoins sectoriels de formation, soit la pénurie en qualifications, soit des contraintes budgétaires.
  
Art. 10. [1 De Regering erkent de vormingsoperator die een vorming wilt geven in het kader van dit decreet en wilt worden vergoed via opleidingscheques en die voldoet aan de volgende voorwaarden :]1
  1° als opleidingsverlener gecertifieerd zijn voor opleidingschesques ten gevolge van een certificeringsaudit doorgevoerd door de certificeerders die door de Regering worden aangewezen;
  2° (...);
  3° de vigerende sociale en fiscale wetgeving naleven;
  [2 4° een omschrijving overleggen van de materiële middelen waarmee het vlotte verloop van de opleidingen gewaarborgd kan worden;
   5° over het pedagogisch personeel beschikken en, desnoods, beroep doen op hulpvormers die over de technische kwalificaties en vaardigheden beschikken in verband met het voorwerp van de opleiding die voor een erkenning is voorgesteld; het personeel wordt opgenomen in de beslissing tot erkenning of hernieuwing van erkenning van de vormingsoperator;
   6° een effectieve ervaring inzake beroepsvorming aantonen;
   7° ten minste een opleiding organiseren die voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 12.]2

  De audit bedoeld onder 1° van het eerste lid [2 houdt de controle van de organisatie van een beheersysteem van de kwaliteit in]2.
  [2 De opleidingsoperatoren die uiterlijk bij de indiening van de erkenningsaanvraag beschikken over de erkende certificering ISO 9001 op het gebied van de VORMING of CDO* QFOR, kunnen door de Regering vrijgesteld worden van de auditprocedure.
   De Regering kan, na advies van de "Conseil économique et social de la Wallonie" (Sociaal-economische raad van Wallonië) de vormingsoperatoren vrijstellen die over andere soorten certificeringen beschikken die wettelijk erkend zijn ten gevolge van de ontwikkelingen van de wettelijke, decretale en reglementaire teksten.]2

  
Art. 10. [1 Le Gouvernement agrée l'opérateur de formation qui désire dispenser une formation dans le cadre du présent décret et être rétribué par le biais de chèques-formation et qui remplit les conditions suivantes :]1
  1° être un prestataire de formation certifié " chèque-formation " à la suite d'un audit de certification établi par des certificateurs désignés par le Gouvernement;
  2° (...);
  3° respecter les législations sociales et fiscales en vigueur;
  [2 4° présenter un descriptif des moyens et ressources matériels permettant d'assurer le déroulement des formations;
   5° disposer du personnel pédagogique et faire appel, au besoin, à des vacataires qui possèdent les qualifications et compétences techniques en lien avec l'objet de la formation proposée à l'agrément; le personnel est repris dans la décision d'agrément ou de renouvellement d'agrément de l'opérateur de formation;
   6° démontrer une expérience effective dans le domaine de la formation professionnelle;
   7° organiser au minimum une formation qui répond aux conditions visées à l'article 12.]2

  L'audit visé au 1° de l'alinéa 1er comporte [2 la vérification de l'organisation d'un système de gestion de la qualité]2.
  [2 Les opérateurs de formation qui, au plus tard au moment de l'introduction de la demande d'agrément, disposent d'une certification reconnue ISO 9001 dans le champ de la FORMATION ou CDO* QFOR, peuvent être dispensés par le Gouvernement de la procédure d'audit.
   Le Gouvernement peut, après avis du Conseil économique et social de la Wallonie, dispenser les opérateurs de formation qui disposent d'autre type de certification reconnu légalement suite à l'évolution de textes légaux, décrétaux et réglementaires.]2

  
Art. 11. De Regering bepaalt de voorwaarden voor de controle op de toelaatbare kosten die gedekt worden door de opleidingscheque, evenals de procedure voor de terugbetaling van de opleidingscheques aan [1 de zelfstandig en]1 de kleine of middelgrote onderneming.
  De Regering bepaalt de procedure voor de indiening en de behandeling van de [1 auditsaanvragen]1 inzake de opleidingscheques vanwege de opleidingsverstrekkers.
  [1 De Regering kan, na advies van de Commissie bedoeld in artikel 24bis, de erkenning van de opleidingsverstrekker intrekken of opschorten als de voorwaarden en verplichtingen bedoeld bij of krachtens dit decreet niet worden nageleefd. Zij kan ook de erkenning van de opleiding niet verlengen als ze niet in de loop van de laatste drie jaren van haar erkenning is verstrekt.]1
  Hij bepaalt [1 de documenten, modaliteiten en procedures betreffende de erkenning en de verlenging van de erkenning als vormingsoperator]1 de modaliteiten voor de intrekking en de opschorting van de erkenning [1 ...]1.
  [1 De Regering kan de vormingsoperator vrijstellen van het verstrekken van de documenten bedoeld in het kader van de procedure tot erkenning als vormingsoperator als ze in het bezit zijn van de diensten van de Waalse Regering via een databank van authentieke bronnen.]1
  
Art. 11. Le Gouvernement détermine les modalités de vérification des coûts admissibles couverts par le chèque-formation ainsi que la procédure de remboursement des chèques-formation [1 à l'indépendant et]1 à la petite ou moyenne entreprise.
  Le Gouvernement détermine la procédure d'introduction et d'instruction des demandes [1 d'audit]1 " chèque-formation " émanant des opérateurs de formation.
  [1 Le Gouvernement peut, sur avis de la Commission visée à l'article 24bis, retirer ou suspendre l'agrément de l'opérateur de formation qui ne respecte pas les conditions et obligations prévues par ou en vertu du présent décret. Il peut également ne pas renouveler l'agrément de la formation lorsque celle-ci n'a pas été dispensée au cours des trois dernières années de son agrément.]1
  Il détermine [1 les documents, les modalités et les procédures relatifs à l'agrément et au renouvellement d'agrément en tant qu'opérateur de formation]1 les modalités de retrait et de suspension de l'agrément[1 ...]1.
  [1 Le Gouvernement peut dispenser l'opérateur de formation de fournir les documents prévus dans le cadre de la procédure d'agrément en tant qu'opérateur de formation dès lors qu'ils sont en possession des services du Gouvernement wallon par le biais d'une banque de données de sources authentiques.]1
  
Art. 12. De Regering erkent de opleidingen die meer bepaald de volgende voorwaarden vervullen [2 ...]2 :
  1° [1 een kwalificerende aard hebben, d.w.z. dat ze de werknemer kennis, bekwaamheid en gedragsbewustzijn bijbrengen die resulteren in vaardigheden die nodig zijn voor het uitoefenen van de functie van zelfstandige of werknemer in een onderneming of in een onderneming met een gelijkaardige activiteit, met als doel een hogere werkvaardigheid te verkrijgen;]1
  2° [1 de verwerving mogelijk maken van kwalificerende vaardigheden die overdraagbaar zijn naar andere onderneming van eenzelfde activiteitensector of een activiteitensector die gelijkaardige vaardigheden vereist.]1
  3° [2 hetzij :
   a) een opleiding zijn die de voorwaarden vervult bedoeld in artikel 31 van voornoemde Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014;
   b) een opleiding zijn om zich te schikken naar de verplichte nationale normen inzake opleiding, overeenkomstig voornoemde Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013.]2

  [1 De Regering is ertoe gemachtigd, na advies van de "Conseil économique et social de la Wallonie", om de lijsten te bepalen van de opleidingen die als prioritair worden beschouwd t.o.v. het gevoerde beleid op gewestelijk vlak.
   Deze opleidingen mogen geenszins betrekking hebben op opleidingen i.v.m. de beroepsoriëntatie en de professionele heroriëntering, de naverkoopdienst, de voornamelijke verwerving van relationele en gedragsvaardigheden, de artistieke opleidingen, de opleidingen die onder de niet-conventionele geneeskunde vallen en die niet erkend zijn door het Rijksinstituut voor Ziekte-en Invaliditeitsverzekering, de opleidingen die het aanleren beogen van kennis, geschiktheid en attitudes die specifiek zijn voor het bedrijf van de werknemer en elke andere opleiding die door de Regering uitgesloten is. De Regering kan deze uitsluitingen bepalen.]1

  De Regering bepaalt [1 de voorwaarden bedoeld in artikel 12, eerste lid, 1° tot 3°]1.
  [1 De Regering bepaalt de documenten, de modaliteiten en de procedures betreffende de erkenning en de verlenging van de erkenning van de opleidingen. De Regering kan de vormingsoperator vrijstellen van het verstrekken van de documenten bedoeld in het kader van de procedure tot erkenning van de opleidingen als ze in het bezit zijn van de diensten van de Waalse Regering via een databank van authentieke bronnen.]1
  De Regering kan de erkenning van opleidingen intrekken of opschorten zodra zij niet meer overeenstemmen met de voorwaarden bedoeld in het eerste lid.
  
Art. 12. Le Gouvernement agrée les formations qui remplissent notamment les conditions suivantes [2 ...]2 :
  1° [1 être qualifiantes, en ce sens qu'elles procurent un ensemble de savoirs, d'aptitude et de savoir-être qui génèrent des compétences nécessaires à l'exercice de la fonction d'indépendant ou du travailleur au sein de l'entreprise ou d'une entreprise exerçant une activité similaire aux fins d'accroître ses compétences;]1
  2° [1 permettre l'acquisition de compétences qualifiantes transférables à d'autres entreprises d'un même secteur d'activité ou d'un secteur d'activité qui nécessite des compétences similaires.]1
  3° [2 être soit :
   a) une formation qui remplit les conditions visées à l'article 31 du Règlement (UE) n° 651/2014 du 17 juin 2014 de la Commission, précité;
   b) une formation en vue de se conformer aux normes nationales obligatoires en matière de formation, conformément au Règlement (UE) n° 1407/2013 de la Commission du 18 décembre 2013, précité.]2

  [1 Le Gouvernement est habilité, après avis du Conseil économique et social de la Wallonie, à fixer des listes de formation considérées comme prioritaires au regard des politiques publiques menées au niveau régional.
   Les formations ne peuvent en aucun cas concerner des formations liées à l'orientation et la réorientation professionnelle, le service après-vente, l'acquisition principale de compétences comportementales et relationnelles, les formations à vocation artistique, les formations relevant des médecines non conventionnelles et non reconnues par l'Institut national d'assurance maladie-invalidité, les formations qui visent l'apprentissage de savoir, d'aptitude et de savoir-être spécifiques à l'entreprise du travailleur ou toute autre formation que le Gouvernement exclut. Le Gouvernement peut préciser ces exclusions.]1

  Le Gouvernement précise [1 les conditions visées à l'article 12, alinéa 1er, 1° à 3°]1.
  [1 Le Gouvernement précise les documents, les modalités et les procédures relatifs à l'agrément et au renouvellement d'agrément des formations. Il peut dispenser l'opérateur de formation de fournir les documents prévus dans le cadre de la procédure d'agrément des formations dès lors qu'ils sont en possession des services du Gouvernement wallon par le biais d'une banque de données de sources authentiques.]1
  Le Gouvernement peut retirer ou suspendre l'agrément de formations dès lors qu'elles ne répondent plus aux conditions visées à l'alinéa 1er.
  
Art. 13. Het FOREm worden volgende opdrachten toevertrouwd :
  1° [1 de zelfstandigen en de kleine of middelgrote ondernemingen elke inlichting verschaffen]1 met betrekking tot de opleidingen waarin de opleidingsverstrekkers voorzien;
  2° [1 de zelfstandigen en de kleine of middelgrote ondernemingen bijstaan]1 in de identificatie van hun opleidingsbehoeften, in het opzetten van hun projecten of opleidingsplannen en er tegelijk over waken dat de kansengelijkheid tussen de werknemers, en meer bepaald tussen mannen en vrouwen, tegenover de opleiding bevorderd wordt;
  3° de werknemers op hun verzoek bijstaan in het beheer van hun vaardigheden;
  4° de regeling omschreven in hoofdstuk I van dit decreet en in de uitvoeringsbesluiten bevorderen, implementeren en coördineren en in de begeleiding voorzien bij de verdeling van de opleidingscheques in samenwerking met de emittent ervan, die door de Regering aangewezen wordt;
  5° een technisch jaarverslag opstellen volgens een model dat door de Regering bepaald wordt, evenals alle relevante gegevens vermelden die aan de Regering, "Conseil économique et social de la [1 Wallonie]1" (Sociaal-Economische Raad van het [1 (Wallonië)]1) en aan de Subregionale comités voor arbeidsbemiddeling en vorming meegedeeld worden.
  
Art. 13. Il est confié au Forem les missions suivantes :
  1° [1 fournir aux indépendants et aux petites et moyennes entreprises]1 tout renseignement relatif aux formations dispensées par les opérateurs de formation;
  2° [1 assister les indépendants et les petites et moyennes entreprises]1 afin d'identifier leurs besoins de formation et les accompagner dans la mise en place de leurs projets ou plans de formation, tout en veillant à promouvoir l'égalité des chances entre travailleurs, et plus particulièrement entre les hommes et les femmes, face à la formation;
  3° assister les travailleurs, à leur demande, dans la gestion de leurs compétences;
  4° promouvoir, mettre en oeuvre et coordonner le dispositif défini par le chapitre Ier du présent décret et ses arrêtés d'exécution et assurer l'encadrement de la distribution des chèques-formation en collaboration avec l'émetteur de chèques-formation désigné par le Gouvernement;
  5° établir un rapport technique annuel, selon un modèle déterminé par le Gouvernement, ainsi que toutes données pertinentes, qu'il communique au Gouvernement, au Conseil économique et social de la [1 Wallonie]1 et aux Comités subrégionaux de l'emploi et de la formation.
  
Art. 13bis. [1 Om te voldoen aan de erkenningsvoorwaarden voorzien door of krachtens dit decreet, moet de vormingsoperator die niet over een sociale zetel beschikt in het Waalse Gewest volgens de door de Regering vastgestelde procedure wanneer hij zijn sociale zetel of inschrijvingsnummer heeft bij de Kruispuntbank van Ondernemingen als fysieke persoon of als rechtspersoon, hetzij in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, hetzij in het Vlaamse Gewest, hetzij in de Duitse Gemeenschap, aantonen dat hij in zijn Gewest of Gemeenschap beantwoordt aan de erkenningsvoorwaarden die overeenkomen met deze bepaald door of krachtens dit decreet.
   Om te voldoen aan de erkenningsvoorwaarden voorzien door of krachtens dit decreet, moet de vormingsoperator die zijn sociale zetel in het buitenland, maar binnen de Europese Economische Ruimte heeft, volgens de door de Regering vastgestelde procedure aantonen dat hij in zijn land beantwoordt aan de erkenningsvoorwaarden die overeenkomen met deze bepaald door of krachtens dit decreet en dit zonder directe of indirecte discriminatie op basis van de staat waaruit de vormingsoperator die de erkenning aanvraagt afkomstig is.
   Om te voldoen aan de erkenningsvoorwaarden voorzien door of krachtens dit decreet, moet de vormingsoperator die zijn sociale zetel in het buitenland en buiten de Europese Economische Ruimte heeft, volgens de door de Regering vastgestelde procedure voldoen aan de erkenningsvoorwaarden bepaald in dit decreet en bewijs leveren dat hij hetzelfde type diensten presteert in zijn land van herkomst en dit zonder directe of indirecte discriminatie op basis van de staat waaruit de vormingsoperator die de erkenning aanvraagt afkomstig is.]1

  
Art. 13bis. [1 Pour remplir les conditions d'agrément prévues par ou en vertu du présent décret, l'opérateur de formation qui ne dispose pas d'un siège social en Région wallonne doit, selon la procédure fixée par le Gouvernement, s'il a son siège social ou son immatriculation à la Banque-Carrefour des Entreprises comme personne physique ou comme personne morale, soit en Région de Bruxelles-Capitale, soit en Région flamande, soit en Communauté germanophone, démontrer qu'il répond, au sein de sa Région ou de sa Communauté, à des conditions d'agrément équivalentes à celles déterminées par ou en vertu du présent décret.
   Pour remplir les conditions d'agrément prévues par ou en vertu du présent décret, l'opérateur de formation qui a son siège social à l'étranger et au sein de l'Espace économique européen doit, selon la procédure fixée par le Gouvernement, démontrer qu'il répond dans son pays à des conditions d'agrément équivalentes à celles déterminées par ou en vertu du présent décret et ce, sans discrimination directe ou indirecte fondée sur l'Etat dont provient l'opérateur de formation qui sollicite un agrément.
   Pour remplir les conditions d'agrément prévues par ou en vertu du présent décret, l'opérateur de formation qui a son siège social à l'étranger et en dehors de l'Espace économique européen doit, selon la procédure fixée par le Gouvernement, satisfaire aux conditions d'agrément déterminées par ou en vertu du présent décret et apporter la preuve qu'il preste le même type de services dans son pays d'origine et ce, sans discrimination directe ou indirecte fondée sur l'Etat dont provient l'opérateur de formation qui sollicite un agrément.]1

  
Art. 13ter. [1 § 1. Om voor opleidingscheques in aanmerking te komen, moet de zelfstandige of de kleine of middelgrote onderneming o.a. :
   1° de aanvraag voor opleidingscheques bij de FOREm indienen volgens de modaliteiten bepaald door de Regering;
   2° de fiscale en sociale verplichtingen naleven, alsook de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers en de Codex over het welzijn op het werk;
   3° de verplichtingen bedoeld in de artikelen 5 en 8, § 2, tweede lid, en § 4, naleven.
   § 2. De vormingsoperatoren erkend bij of krachtens dit decreet en de kleine of middelgrote ondernemingen erkend als vormingsoperatoren moeten, om voor hun diensten via opleidingscheques vergoed te worden, aan de volgende voorwaarden voldoen :
   1° voldoen aan de erkenningsvoorwaarden bepaald bij of krachtens dit decreet, inzonderheid de artikelen 10, 12 en 13bis;
   2° de verplichtingen bedoeld bij of krachtens dit decreet naleven;
   3° de fiscale en sociale verplichtingen naleven, alsook de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers en de Codex over het welzijn op het werk;
   4° het opleidingsaanbod meedelen en er voor zorgen om het verband te leggen tussen, enerzijds, de inhoud van de opleiding en, anderzijds, het profiel van de personen bedoeld in artikel 8, § 2, eerste lid, 1° tot 4°, die in aanmerking komen voor de opleiding;
   5° zorgen voor de opleiding volgens het opleidingsaanbod dat aan de Administratie wordt meegedeeld bij de erkenningsaanvraag;
   6° de bewijsstukken van de opleidingskosten alsook de cheques afgegeven aan de uitgever uiterlijk binnen een termijn van twee maanden na afloop van de opleiding overleggen;
   7° de administratie binnen de twee maanden die volgen op de opleiding verwittigen, indien de vormers of hulpvormers belast met de opleiding worden veranderd;
   8° het administratief traject van de personen bedoeld in artikel 8, § 2, eerste lid, 1° tot 4° volgen.
   De kleine of middelgrote onderneming bedoeld in paragraaf 2 mag geen aanvraag voor opleidingscheques indienen, noch een bestelling plaatsen in plaats van de onderneming die om het voordeel van de opleidingscheques verzoekt.]1

  
Art.13ter. [1 § 1er. Pour bénéficier des chèques-formation, l'indépendant ou la petite ou moyenne entreprise est tenue notamment :
   1° d'introduire sa demande de chèques-formation auprès du FOREm selon les modalités fixées par le Gouvernement;
   2° de respecter les obligations fiscales et sociales et la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs et le code sur le bien-être au travail;
   3° de respecter les obligations prévues aux articles 5 et 8, § 2, alinéa 2, et § 4.
   § 2. Les opérateurs de formation agréés par ou en vertu du présent décret et les petites et moyennes entreprises agréées en tant qu'opérateurs de formation pour pouvoir être rétribuées pour leurs services par le biais de chèques-formation, sont tenus notamment de :
   1° respecter les conditions d'agrément prévues par ou en vertu du présent décret, notamment les articles 10, 12 et 13bis;
   2° respecter les obligations prévues par ou en vertu du présent décret;
   3° respecter les obligations fiscales et sociales et la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs et le code sur le bien-être au travail;
   4° communiquer l'offre de formation en veillant à mettre en évidence le lien entre, d'une part, le contenu de la formation et, d'autre part, le profil des personnes visées à l'article 8, § 2, alinéa 1er, 1° à 4° pouvant bénéficier de la formation;
   5° assurer la formation selon l'offre de formation telle que communiquée à l'Administration lors de la demande d'agrément;
   6° adresser les pièces justificatives du coût de la formation ainsi que les chèques remis à l'émetteur au plus tard dans un délai de deux mois qui suit la fin de la formation;
   7° en cas de changement de formateurs ou de vacataires chargés d'assurer la formation, en informer l'administration dans les deux mois qui suivent la formation;
   8° suivre le parcours administratif des personnes visées à l'article 8, § 2, alinéa 1er, 1° à 4°.
   La petite ou moyenne entreprise visée au paragraphe 2 ne peut introduire de demande de chèques-formation ni effectuer de commande en lieu et place de l'entreprise qui sollicite le bénéfice des chèques-formation.]1

  
HOOFDSTUK II. - Aanpassingskrediet.
CHAPITRE II. - Du crédit-adaptation.
Art. 14. Behalve verenigingen zonder winstoogmerk kan elke onderneming waarvan minstens één bedrijfszetel in het Franstalige taalgebied gevestigd is, in aanmerking komen voor het aanpassingskrediet.
Art. 14. Peut bénéficier du crédit-adaptation toute entreprise, à l'exception des associations sans but lucratif, qui a au moins un siège d'activités en région de langue française.
Art. 15. De Regering kan de ondernemingen die onder bepaalde bedrijfstakken of delen ervan vallen, van de aanpassingskredietregeling uitsluiten. In dat geval dient zijn beslissing gegrond te worden op de jaarlijkse evaluatie bedoeld in artikel 24, tweede lid, 2°.
Art. 15. Le Gouvernement peut exclure du bénéfice du crédit-adaptation les entreprises relevant de certains secteurs ou parties de secteur d'activités. Dans ce cas, sa décision doit se fonder sur l'évaluation annuelle visée à l'article 24, alinéa 2, 2°.
Art. 16. § 1. (De Regering kan, met inachtneming van de voorwaarden die vastliggen in artikel 14, de volgende aanpassingskredieten toekennen :
  1° 9 euro per vormingsuur en per werknemer voor een kleine of middelgrote onderneming;
  2° 6 euro per vormingsuur en per werknemer voor alle andere ondernemingen.)
  § 2. (Het aanpassingskrediet bedoeld in paragraaf 1 wordt verhoogd tot respectievelijk 10 of 7 euro als de bedrijfszetel van de bij de vorming betrokken onderneming gevestigd is in regio's die voor regionale steun in aanmerking kunnen komen overeenkomstig artikel [1 107, § 3, a) en c) van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie]1.)
  (§ 2bis. In afwijking van wat voorafgaat en in het kader van het peterschap :
  a) bedraagt de toelage 10 euro per vormingsuur voor alle ondernemingen, ongeacht of het al dan niet om een kleine of middelgrote onderneming gaat;
  b) en, als het om weinig gekwalificeerde werknemers gaat, wordt de tegemoetkoming met 1 euro per vormingsuur verhoogd.)
  § 3. Het aanpassingskrediet wordt tot een maximumbedrag van 80.000 euro per onderneming en per periode van twee jaar beperkt, welke periode ingaat op de dag waarop de overeenkomst bedoeld in artikel 21 ondertekend wordt.
  § 4. De duur van de opleidingen mag het gemiddelde van honderd vijftig uur per opgeleide werknemer en per overeenkomst niet overschrijden.
  § 5. De Regering kan de bedragen en de duur vermeld in de paragrafen 1 tot en met 4 wijzigen, onverminderd de artikelen [1 2.26 en 31. 2 van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 voorvermeld.]1 In dat geval dienen in zijn met redenen omklede beslissing uitsluitend ofwel de toestand op de arbeidsmarkt, ofwel de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling of jobcreatie, ofwel de sectorale opleidingsbehoeften, ofwel het tekort aan kwalificaties, ofwel begrotingsbeperkingen te worden ingeroepen.
  
Art. 16. § 1er. (Dans le respect des conditions fixées à l'article 14, le Gouvernement peut octroyer un crédit-adaptation de :
  1° 9 euros par heure de formation et par travailleur, s'il s'agit d'une petite ou moyenne entreprise;
  2° 6 euros par heure de formation et par travailleur pour toutes les autres entreprises.)
  § 2. (Le crédit-adaptation visé au § 1er est porté respectivement à 10 ou 7 euros, si le siège d'exploitation de l'entreprise concernée par la formation est situé dans des régions pouvant bénéficier d'aides régionales conformément à l'article [1 107, § 3, a) et c) du traité sur le fonctionnement de l'Union européenne]1.)
  (§ 2bis. Par dérogation à ce qui précède, dans le cadre du tutorat :
  a) la subvention est de 10 euros par heure de formation pour toutes les entreprises, qu'il s'agisse ou non d'une petite ou moyenne entreprise;
  b) et, lorsque le public des travailleurs est peu qualifié, l'intervention est augmentée de 1 euro par heure de formation.)
  § 3. Le crédit-adaptation est plafonné à 80.000 euros par entreprise et par période de deux ans débutant à la date de la signature de la convention visée à l'article 21.
  § 4. La durée des formations ne peut excéder cent cinquante heures en moyenne par travailleur formé et par convention.
  § 5. Le Gouvernement peut modifier les montants et durée mentionnés aux paragraphes 1er à 4, sans préjudice des articles [1 2.26. et 31.2. du Règlement (UE) n° 651/2014 du 17 juin 2014 de la Commission, précité]1. Dans ce cas, sa décision motivée devra exclusivement prendre en considération soit la situation du marché de l'emploi, soit les objectifs du développement durable ou de la création d'emplois, soit les besoins sectoriels de formation, soit la pénurie en qualifications, soit des contraintes budgétaires.
  
Art. 17. § 1. Het aanpassingskrediet dient om de kosten verbonden aan de kwalificerende opleiding zoals omschreven in artikel 12, 1°, en de specifieke en collectieve opleiding van de werknemers die door een arbeidscontract aan de onderneming verbonden zijn en van de tijdelijke werknemers die daarbij in dienst zijn op het tijdstip van de opleiding gedeeltelijk te dekken.
  De toelaatbare kosten die door het aanpassingskrediet gedekt worden zijn de kosten bedoeld in artikel [1 31.3 van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 voorvermeld.]1
  § 2. De Regering bepaalt de omstandigheden die toelaatbaar zijn voor de specifieke opleiding en legt het minimumaantal werknemers vast om de opleiding als collectief te laten beschouwen.
  § 3. Het aanpassingskrediet mag niet worden gecumuleerd met enige andere overheids- of sectorale steun die toegekend zou kunnen worden om dezelfde opleidingskosten te dekken.
  
Art. 17. § 1er. Le crédit-adaptation est destiné à couvrir en partie les coûts inhérents à la formation qualifiante, telle que définie à l'article 12, 1°, spécifique et collective des travailleurs liés par un contrat de travail auprès de l'entreprise et des travailleurs intérimaires occupés par celle-ci au moment de la formation.
  Les coûts admissibles couverts par le crédit-adaptation sont ceux visés à l'article [1 31.3 du Règlement (UE) n° 651/2014 du 17 juin 2014 de la Commission, précité]1.
  § 2. Le Gouvernement détermine les situations admissibles au titre de formation spécifique et définit le nombre minimal de travailleurs pour que la formation puisse être considérée comme collective.
  § 3. Le crédit-adaptation ne peut être cumulé avec aucune autre aide publique ou sectorielle qui pourrait être accordée pour couvrir les mêmes coûts de formation.
  
Art. 18. De werknemers bedoeld in artikel 17, § 1, dienen onderdaan te zijn van een lidstaat van de Europese Gemeenschap of daadwerkelijk te verblijven in het Franse taalgebied en minstens achttien jaar oud te zijn.
Art. 18. Les travailleurs visés à l'article 17, § 1er, doivent être ressortissants d'un Etat membre de la Communauté européenne ou résider effectivement en région de langue française et être âgés de dix-huit ans au moins.
Art. 19. De opleiding bedoeld in artikel 17, § 1, kan verstrekt worden door een externe opleidingsverstrekker of door de onderneming zelf. In beide gevallen dient een opleidingsplan voorhanden te zijn.
  Het opleidingsplan houdt specifieke bepalingen in die gericht zijn op werknemers uit risicogroepen zoals bedoeld in de collectieve arbeidsovereenkomst van de paritaire commissie of de paritaire subcommissie waaronder de onderneming valt. Het opleidingsplan wordt ter advies voorgelegd aan :
  1° ofwel de ondernemingsraad, als er meer dan honderd werknemers bij de onderneming in dienst zijn;
  2° ofwel aan het Comité voor preventie en bescherming op het werk, als er meer dan vijftig werknemers bij de onderneming in dienst zijn;
  3° ofwel aan de representatieve werknemersorganisaties, als er minder dan vijftig werknemers bij de onderneming in dienst zijn.
  Indien de organen bedoeld in het tweede lid niet bestaan of indien door hen geen positief advies is uitgebracht, wordt het advies van het subregionaal comité voor arbeidsbemiddeling en vorming ingewonnen.
Art. 19. La formation visée à l'article 17, § 1er, peut être dispensée par un opérateur externe ou par l'entreprise elle-même. Dans l'un et l'autre cas, elle est conditionnée à l'existence d'un plan de formation.
  Le plan de formation contient des dispositions spécifiques visant les travailleurs issus de groupes à risques tels que figurant dans la Convention collective de travail de la commission paritaire ou sous-commission paritaire dont relève l'entreprise. Le plan de formation est soumis pour avis :
  1° soit au Conseil d'entreprise, si l'entreprise occupe plus de cent travailleurs;
  2° soit au Comité de prévention et protection du travail, si l'entreprise occupe plus de cinquante travailleurs;
  3° soit aux organisations représentatives des travailleurs, si l'entreprise occupe moins de cinquante travailleurs.
  A défaut d'existence des organes visés à l'alinéa 2 ou à défaut d'un avis positif remis par eux sur le plan de formation, l'avis du Comité subrégional de l'emploi et de la formation est sollicité.
Art. 20. De kwalificerende opleiding kan verstrekt worden in de vorm van een peterschap.
  De Regering bepaalt de nadere regels voor de opleiding in het kader van een peterschap.
  In afwijking van artikel 16, § 4, kan de duur van de opleidingen in het kader van het peterschap volgens de modaliteiten bepaald door de Regering maximum driehonderd uur per opgeleide werknemer bereiken.
  In afwijking van artikel 17, § 1, kan de opleiding in het kader van het peterschap een individuele opleiding zijn.
Art. 20. La formation qualifiante peut être dispensée sous la forme du tutorat.
  Le Gouvernement détermine les modalités particulières relatives à la formation dans le cadre du tutorat.
  Par dérogation à l'article 16, § 4, la durée des formations dans le cadre du tutorat peut atteindre, selon les modalités déterminées par le Gouvernement, un maximum de trois cents heures par travailleur formé.
  Par dérogation à l'article 17, § 1er, la formation dans le cadre du tutorat peut être une formation individuelle.
Art. 21. Het aanpassingskrediet wordt verleend op grond van een overeenkomst opgesteld tussen het FOREm en de onderneming.
  De Regering bepaalt minimum- en maximumduur van de overeenkomst, evenals de procedure voor de behandeling van de aanvraag tot het verkrijgen van het aanpassingskrediet.
  De Regering bepaalt de modaliteiten voor de controle op de toelaatbare kosten bedoeld in artikel 17, § 1, tweede lid.
Art. 21. Le crédit-adaptation est octroyé sur la base d'une convention établie entre le FOREm et l'entreprise.
  Le Gouvernement détermine les durées minimale et maximale de la convention ainsi que la procédure d'instruction de demande de crédit-adaptation.
  Le Gouvernement détermine les modalités de vérification des coûts admissibles visés à l'article 17, § 1er, alinéa 2.
Art. 22. § 1. De onderneming verbindt zich ertoe tijdens de duur van de overeenkomst minstens 80 % van het globale werknemersbestand in het Franse taalgebied te behouden.
  De Regering bepaalt wat onder globaal werknemersbestand dient te worden verstaan.
  § 2. Bij collectief ontslag tijdens de uitvoering van de overeenkomst, is de onderneming ertoe verplicht om het toegewezen aanpassingskrediet integraal terug te betalen.
  De Regering kan op de door hem bepaalde wijze van de bepalingen bedoeld in de paragrafen 1 en 2 afwijken.
Art. 22. § 1er. L'entreprise s'engage à maintenir, pendant la durée de la convention, au moins 80 % de l'effectif global d'emploi occupé en région de langue française.
  Le Gouvernement détermine ce qu'il y a lieu d'entendre par effectif global d'emploi.
  § 2. En cas de licenciement collectif survenant pendant l'exécution de la convention, l'entreprise est tenue de rembourser l'intégralité du crédit-adaptation octroyé.
  Le Gouvernement peut, selon les modalités qu'il détermine, déroger aux dispositions visées aux §§ 1er et 2.
Art. 23. Het FOREm worden volgende opdrachten toevertrouwd :
  1° de ondernemingen bijstaan in de identificatie van hun opleidingsbehoeften, hen begeleiden in het opzetten van opleidingsplannen en er tegelijk over waken dat de kansengelijkheid tussen de werknemers, en meer bepaald tussen mannen en vrouwen, tegenover de opleiding bevorderd wordt;
  2° de werknemers op hun verzoek bijstaan in het beheer van hun vaardigheden;
  3° de regeling omschreven in hoofdstuk II van dit decreet en in de uitvoeringsbesluiten bevorderen, implementeren en coördineren en in de begeleiding voorzien van het aanpassingskrediet bedoeld in artikel 16;
  4° het vermogen bevestigen van de in leeftijd gevorderde werknemer om als peter op te treden of, indien dat niet het geval is, er met alle nodige middelen over waken dat hij die hoedanigheid kan uitoefenen;
  5° een technisch jaarverslag opstellen volgens een model dat door de Regering bepaald wordt, evenals alle relevante gegevens vermelden die aan de Regering, de "Conseil économique et social de la [1 Wallonie]1" (Sociaal-Economische Raad van de [1 Wallonie (Wallonië)]1) en aan de Subregionale comités voor arbeidsbemiddeling en vorming meegedeeld worden.
  
Art. 23. Le FOREm assure les missions suivantes :
  1° assister les entreprises afin d'identifier leurs besoins de formation et les accompagner dans la mise en place de plans de formation, tout en veillant à promouvoir l'égalité des chances entre travailleurs, et plus particulièrement entre les hommes et les femmes, face à la formation;
  2° assister les travailleurs, à leur demande, dans la gestion de leurs compétences;
  3° promouvoir, mettre en oeuvre et coordonner le dispositif défini par le chapitre II du présent décret et ses arrêtés d'exécution et assurer l'encadrement du crédit-adaptation visé à l'article 16;
  4° attester de la capacité du travailleur âgé à exercer la fonction de tuteur ou, à défaut, veiller, par tous moyens utiles, à ce qu'il puisse l'exercer;
  5° établir un rapport technique annuel, selon un modèle déterminé par le Gouvernement, ainsi que toutes données pertinentes, qu'il communique au Gouvernement, au Conseil économique et social de la [1 Wallonie]1 et aux Comités subrégionaux de l'emploi et de la formation.
  
HOOFDSTUK III. - Gemeenschappelijke bepalingen voor hoofdstukken I en II.
CHAPITRE III. - Dispositions communes relatives aux Chapitres Ier et II.
Art. 24. De opvolging van de regelingen waarin dit decreet voorziet wordt door de "Conseil économique et social de la [1 Wallonie]1)" verricht.
  Die opvolging bestaat er meer bepaald in :
  1° de Regering op eigen initiatief of op diens verzoek adviezen over te maken inzake de uitvoering van dit decreet;
  2° de Regering een jaarlijkse evaluatie van het decreet over te maken, waarin meer bepaald de feitelijke, statistische, kwalitatieve gegevens worden besproken en het globale aanbod inzake opleiding en het tevredenheidscijfer van de begunstigden beoordeeld worden. Die jaarlijkse evaluatie dient aan de Regering overgemaakt te worden tegen uiterlijk 30 april;
  3° op eigen initiatief of op verzoek van de Regering stappen te ondernemen inzake de prospectie die bij zou kunnen dragen tot de verbetering van de opleiding van de werknemers in het Franse taalgebied, in het perspectief van het levenslang leren - waarbij meer bepaald gewaakt wordt over de complementariteit van beide regelingen waarin dit decreet voorziet - en met een bijzondere attentie voor de inachtneming van de kansengelijkheid tussen werknemers, en meer bepaald tussen mannen en vrouwen, tegenover de opleiding.
  
Art. 24. Un suivi des dispositifs portés par le présent décret est organisé par le Conseil économique et social de la [1 Wallonie]1.
  Ce suivi consiste notamment à :
  1° remettre au Gouvernement, d'initiative ou sur demande de celui-ci, des avis sur l'exécution du décret;
  2° remettre au Gouvernement une évaluation annuelle du décret comprenant, notamment, des données factuelles, statistiques, qualitatives, ainsi qu'une appréciation sur l'offre globale de formation et le taux de satisfaction des bénéficiaires. Cette évaluation annuelle devra être remise au Gouvernement pour le 30 avril au plus tard;
  3° entreprendre, de son initiative ou à la demande du Gouvernement, toute démarche prospective susceptible de contribuer à l'amélioration de la formation des travailleurs en région de langue française, dans une perspective de formation tout au long de la vie - en veillant notamment à la complémentarité entre les deux dispositifs du présent décret - et avec une attention particulière pour le respect de l'égalité des chances entre travailleurs, et plus particulièrement entre les hommes et les femmes, face à la formation.
  
Art. 24bis. [1 § 1. Er wordt een Commissie "chèques" ingesteld, hierna "de Commissie" genoemd, die belast is met :
   1° in het kader van het stelsel "vormingscheque", [2 een gemotiveerd advies overmaken wanneer de administratie erom verzoekt]2;
  [2 1°bis. in het kader van het stelsel "vormingscheque", een advies overmaken wanneer de administratie een voorstel formuleert tot weigering van de erkenning, opschorting en intrekking van de erkenning van de vormingsoperator of van de opleiding;]2
   2° een vergadering houden op verzoek van één van haar leden die kennis genomen zou hebben van feiten die betrekking hebben op overtredingen of tekortkomingen inzake de bepalingen van het decreet, de situatie analyseren en de Regering en de Administratie op de hoogte houden van de feiten van de zaak;
   3° in het kader van de afstandsvorming, aan de Regering voor elk gebied van de vorming die het voorwerp uitmaakt van een erkenningsaanvraag een aantal forfaitaire uren voorstellen die door de vormingscheque gefinancierd zou kunnen worden;
   4° een advies uitbrengen inzake de vormingscheques over de toekenning, hernieuwing, opschorting of intrekking van de erkenning van elke vormingsoperator, volgens de volgende criteria :
   a) het professionalisme en de kwaliteit van de verleende diensten;
   b) het vermogen om de relevantie van de projecten te analyseren;
   c) het vermogen om de projectdrager te heroriënteren;
   d) de begeleiding;
   e) de inachtneming van de voorwaarden voor de controle op het systeem;
   f) de verhouding, rekening houdend met het doelpubliek en de aard van de projecten, tussen het aantal cheques gebruikt door alle projectdragers die zijn opgeleid door de erkende opleidingsverstrekker en het aantal arbeidsplaatsen die zij hebben gecreëerd tijdens de vijf jaar volgend op het opstarten van de bedrijvigheid;
   g) het aantal faillissementen die voorgekomen zijn bij de projectdragers die door de erkende opleidingsverstrekker gevormd zijn, rekening houdend met het doelpubliek en de aard van de projecten, tijdens de vijf jaar volgend op het opstarten van de bedrijvigheid.
   De criteria bedoeld in de punten e) tot g) gelden enkel voor het advies met betrekking tot de hernieuwing, de opschorting en de intrekking van de erkenning.
   De criteria bedoeld in het eerste lid kunnen door de Regering nader bepaald worden op voorstel van de Commissie.
   § 2. De Administratie is belast met :
   1° in het kader van het stelsel "vormingscheque", een gemotiveerd voorstel aan de Regering overmaken betreffende de toekenning, de hernieuwing, of de weigering van de erkenning overeenkomstig de criteria van dit decreet;
   2° [2 het vervullen van de opdrachten i.v.m. het onderzoek van de dossiers en het overmaken van de desbetreffende gegevens aan de Commissie;]2
   3° zorgen voor de opvolging van het proces betreffende de aanwijzing van de certificeerders en voor de goede uitvoering van hun opdracht en minstens in een halfjaarlijkse vergadering met hen voorzien, zodat ze de audit op uniforme en billijke wijze leiden door, desgevallend, het advies van de Commissie te vragen;
   4° [2 aanbevelingen uitbrengen ter attentie van de "Conseil économique et social de Wallonie" om de kwaliteit van de voorzieningen te verbeteren.]2
   § 3. De "Conseil économique et social de la [2 Wallonie]2" is belast met :
   1° het secretariaat van de Commissie waarnemen;
   2° op eigen initiatief of op verzoek van de Regering, gemotiveerde adviezen uitbrengen over elk vraagstuk betreffende de cheques.
   § 4. In het kader van het stelsel "vormingscheque" is de "FOREm" ermee belast om de opdrachten i.v.m. de functie dossierbeheer van de bedrijven en operatoren te vervullen.
   In het kader van het stelsel "vormingscheques" voor de oprichting van ondernemingen is het Directoraat-generaal Economie, Werk en Onderzoek van de Waalse Overheidsdienst belast met het vervullen van de opdrachten betreffende het dossierbeheer van de operatoren en begunstigden.
   § 5. binnen de Commissie worden aangewezen :
   1° twee gewone vertegenwoordigers en twee plaatsvervangende vertegenwoordigers van de representatieve werknemersorganisaties;
   2° twee gewone vertegenwoordigers en twee plaatsvervangende vertegenwoordigers van de representatieve werkgeversorganisaties;
   3° een gewone vertegenwoordigers en een plaatsvervangende vertegenwoordigers van de "FOREm";
   4° een gewone vertegenwoordiger en een plaatsvervangende vertegenwoordiger van het " Institut wallon de l'évaluation, de la prospective et de la statistique " (Waals instituut voor evaluatie, toekomstverwachting en statistiek)
   5° een gewone vertegenwoordiger en een plaatsvervangende vertegenwoordiger van de Administratie;
   6° een deskundige, geroemd om zijn kennis inzake de beroepsopleiding, met name in de bedrijven.
   [3 Daarnaast kunnen de Regeringsleden, of hun gemachtigden, verzocht worden de Commissie bij te wonen, om laatstgenoemde verduidelijkingen te verschaffen over haar voorgelegde vragen]3
   De leden bedoeld in het eerste lid, 1° en 2°, worden aangewezen op grond van een dubbellijst van kandidaten voorgedragen door de "Conseil économique et social de la [2 Wallonie]2.]1

  
Art. 24bis. [1 § 1er. Il est instauré une Commission chèques, ci-après dénommée la Commission, qui est chargée :
   1° dans le cadre du dispositif "chèque-formation", de remettre [2 un avis motivé lorsque son avis est sollicité par l'administration]2;
  [2 1°bis. dans le cadre du dispositif " chèques-formation ", de remettre un avis lorsque l'administration émet une proposition de refus d'agrément, de suspension et de retrait d'agrément de l'opérateur de formation ou de la formation;]2
   2° de se réunir à la demande d'un de ses membres qui aurait pris connaissance de faits qui relèvent des infractions ou des manquements aux dispositions du décret, d'analyser la situation et d'informer le Gouvernement et l'Administration des faits de la cause;
   3° dans le cadre de la formation à distance, de proposer au Gouvernement pour chaque domaine de formation faisant l'objet d'une demande d'agrément, un nombre forfaitaire d'heures susceptible d'être financé par le chèque formation;
   4° de remettre un avis, en matière de chèques-création, sur l'octroi, le renouvellement, la suspension et le retrait d'agrément de chaque opérateur de formation, selon les critères suivants :
   a) le professionnalisme et la qualité des services rendus;
   b) la capacité d'analyse de la pertinence des projets;
   c) la capacité de réorienter le porteur de projet;
   d) l'encadrement;
   e) le respect des conditions liées au contrôle du système;
   f) le rapport, compte tenu du public cible et de la nature des projets, entre le nombre de chèques utilisés par l'ensemble des porteurs de projets formés par l'opérateur de formation agréé et le nombre de postes de travail créés par ceux-ci durant les cinq années qui suivent le lancement de l'activité;
   g) le nombre de faillites intervenues chez les porteurs de projets formés par l'opérateur de formation agréé, compte tenu du public cible et de la nature des projets, durant les cinq années qui suivent le lancement de l'activité.
   Les critères visés aux points e) à g) ne valent que pour l'avis relatif au renouvellement, à la suspension et au retrait d'agrément.
   Le Gouvernement peut préciser, sur proposition de la Commission, les critères visés à l'alinéa 1er.
   § 2. L'Administration est chargée :
   1° dans le cadre du dispositif "chèque-formation", de remettre au Gouvernement une proposition motivée concernant l'octroi, le renouvellement ou le refus de l'agrément, conformément aux critères du présent décret;
   2° [2 d'assurer les missions relatives à l'instruction des dossiers et à la transmission des éléments y relatifs à la Commission;]2
   3° d'assurer le suivi du processus de désignation des certificateurs et la bonne exécution de leur mission, en prévoyant au moins une réunion semestrielle avec ceux-ci et ce, dans le but d'une conduite uniforme et équitable par ceux-ci de l'audit en demandant le cas échéant l'avis de la Commission;
   4° [2 de formuler, à l'attention du Conseil économique et social de Wallonie, des recommandations visant l'amélioration de la qualité du dispositif.]2
   § 3. Le Conseil économique et social de la [2 Wallonie]2 est chargé :
   1° d'assurer le secrétariat de la Commission;
   2° de remettre, d'initiative ou sur demande du Gouvernement, des avis motivés sur toutes questions relatives aux chèques.
   § 4. Dans le cadre du dispositif "chèque-formation", le FOREm est chargé d'assurer les missions relatives à la fonction de gestion des dossiers des entreprises et des opérateurs.
   Dans le cadre du dispositif "chèque-formation" à la création d'entreprise, la Direction générale Economie, Emploi et Recherche du Service public de Wallonie est chargée d'assurer les missions relatives à la gestion des dossiers des opérateurs et des bénéficiaires.
   § 5. Sont désignés au sein de la Commission :
   1° deux représentants effectifs et deux représentants suppléants des organisations représentatives des travailleurs;
   2° deux représentants effectifs et deux représentants suppléants des organisations représentatives des employeurs;
   3° un représentant effectif et un représentant suppléant du FOREm;
   4° un représentant effectif et un représentant suppléant de l'Institut wallon de l'évaluation, de la prospective et de la statistique;
   5° un représentant effectif et un représentant suppléant de l'Administration;
   6° un expert réputé pour sa connaissance de la formation professionnelle, en particulier dans les entreprises.
   [3 En outre, peuvent être invités à assister à la Commission, les membres du Gouvernement, ou leurs délégués, afin d'éclairer cette dernière sur une question qui lui est soumise.]3
   Les membres visés à l'alinéa 1er, 1° et 2°, sont désignés sur liste double de candidats présentée par le Conseil économique et social de la [2 Wallonie]2.]1

  
Art. 25. De regelingen bepaald in de hoofdstukken I en II worden jaarlijks geëvalueerd. Die evaluatie wordt doorgevoerd door de " Conseil économique et social de la [1 Wallonie]1 ", die daarover verslag uitbrengt bij de Regering.
  Overeenkomstig artikel [2 11 van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 voorvermeld]2 maakt de Regering aan de Europese Commissie een verslag over inzake de toepassing van deze verordening in de vorm bepaald in diens bijlage III.
  
Art. 25. Les dispositifs définis aux chapitres Ier et II sont évalués annuellement. Cette évaluation est réalisée par le Conseil économique et social de la [1 Wallonie]1, qui fait rapport au Gouvernement.
  En application de l'article [2 11 du Règlement (UE) n° 651/2014 du 17 juin 2014 de la Commission précité,]2 le Gouvernement transmet à la Commission européenne un rapport sur l'application dudit règlement sous la forme prévue en son annexe III.
  
Art. 26. [1 De controle op de toepassing van dit decreet en van de desbetreffende uitvoeringsmaatregelen wordt uitgeoefend overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 28 februari 2019 betreffende de controle op de wetgevingen en reglementeringen m.b.t. de omscholing en de bijscholing alsook de invoering van administratieve geldboetes die van toepassing zijn in geval van inbreuk op bedoelde wetgevingen en reglementeringen.".
   De erkende opleidingenverstrekkers en de opleidingscheques die het voorwerp uitmaken van de in het eerste lid bedoelde controle, kunnen volgens een bijzondere methode bepaald door de Regering gecontroleerd worden.]1

  
Art. 26. [1 Le contrôle de l'application du présent décret et de ses mesures d'exécution s'exerce conformément aux dispositions du décret du 28 février 2019 relatif au contrôle des législations et réglementations relatives à la reconversion et au recyclage professionnels ainsi qu'à l'instauration d'amendes administratives applicables en cas d'infraction à ces législations et réglementations.
   Les opérateurs de formation agréés et les chèques-formation qui font l'objet du contrôle visés à l'alinéa 1er peuvent être contrôlés selon une méthode particulière déterminée par le Gouvernement.]1

  
Art. 27. Bij niet-naleving van dit decreet en diens uitvoeringsbepalingen kan de Regering overeenkomstig [1 het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting en van de boekhouding van de diensten van de Waalse Regering]1 de onbehoorlijk aangewende subsidies terugvorderen.
  
Art. 27. En cas de non-respect des dispositions du présent décret et de ses arrêtés d'exécution, le Gouvernement peut, conformément [1 au décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget et de la comptabilité des Services du Gouvernement wallon]1, récupérer les subventions indûment utilisées.
  
Art. 28. De Regering bepaalt de datum van inwerkingtreding van dit decreet.
  (Tweede lid opgeheven).
  (NOTA : Inwerkingtreding vastgesteld op 01-05-2004 door BWG 2004-04-01/98, art. 40)
Art. 28. Le Gouvernement détermine la date d'entrée en vigueur du présent décret.
  (Alinéa 2 abrogé).
  (NOTE : Entrée en vigueur fixée au 01-05-2004 par ARW 2004-04-01/98, art. 40)