Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
25 FEBRUARI 2003. - Wet tot wijziging van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen.
Titre
25 FEVRIER 2003. - Loi modifiant la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit.
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (23)
Texte (23)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE I. - Dispositions générales.
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée par l'article 78 de la Constitution.
Art. 2. Deze wet is de omzetting van richtlijn 2000/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000 tot wijziging van richtlijn 2000/12/EG betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen, alsook van richtlijn 2000/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000 betreffende de toegang tot, de uitoefening van en het bedrijfseconomisch toezicht op de werkzaamheden van instellingen voor elektronisch geld.
Art. 2. La présente loi transpose la directive 2000/28/CE du Parlement européen et du Conseil du 18 septembre 2000 modifiant la directive 2000/12/CE concernant l'accès à l'activité des établissements de crédit et son exercice ainsi que la directive 2000/46/CE du Parlement européen et du Conseil du 18 septembre 2000 concernant l'accès à l'activité des établissements de monnaie électronique et son exercice ainsi que la surveillance prudentielle de ces établissements.
HOOFDSTUK II. - Bepalingen betreffende de instellingen voor elektronisch geld.
CHAPITRE II. - Dispositions relatives aux établissements de monnaie électronique.
Art. 3. In artikel 1 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° Het tweede lid wordt vervangen als volgt :
" Onder kredietinstelling wordt verstaan, een Belgische of buitenlandse onderneming :
1° waarvan de werkzaamheden bestaan in het van het publiek in ontvangst nemen van gelddeposito's of van andere terugbetaalbare gelden en het verlenen van kredieten voor eigen rekening, of
2° waarvan de werkzaamheden bestaan in het uitgeven van betaalinstrumenten in de vorm van elektronisch geld. "
2° Het artikel wordt aangevuld als volgt :
" Voor de toepassing van deze wet worden de kredietinstellingen die uitsluitend de in het tweede lid, 2°, bedoelde werkzaamheden verrichten, gekwalificeerd als instellingen voor elektronisch geld. "
1° Het tweede lid wordt vervangen als volgt :
" Onder kredietinstelling wordt verstaan, een Belgische of buitenlandse onderneming :
1° waarvan de werkzaamheden bestaan in het van het publiek in ontvangst nemen van gelddeposito's of van andere terugbetaalbare gelden en het verlenen van kredieten voor eigen rekening, of
2° waarvan de werkzaamheden bestaan in het uitgeven van betaalinstrumenten in de vorm van elektronisch geld. "
2° Het artikel wordt aangevuld als volgt :
" Voor de toepassing van deze wet worden de kredietinstellingen die uitsluitend de in het tweede lid, 2°, bedoelde werkzaamheden verrichten, gekwalificeerd als instellingen voor elektronisch geld. "
Art. 3. A l'article 1er de la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit sont apportées les modifications suivantes :
1° L'alinéa 2 est remplacé par la disposition suivante :
" Sont définies comme établissement de crédit les entreprises belges ou étrangères :
1° dont l'activité consiste à recevoir du public des dépôts d'argent ou d'autres fonds remboursables et à octroyer des crédits pour leur propre compte, ou
2° dont l'activité consiste à émettre des instruments de paiement sous la forme de monnaie électronique. "
2° L'article est complété par l'alinéa suivant :
" Aux fins de la présente loi, les établissements de crédit ayant pour seule activité celle visée à l'alinéa 2, 2°, sont qualifiés d'établissements de monnaie électronique. "
1° L'alinéa 2 est remplacé par la disposition suivante :
" Sont définies comme établissement de crédit les entreprises belges ou étrangères :
1° dont l'activité consiste à recevoir du public des dépôts d'argent ou d'autres fonds remboursables et à octroyer des crédits pour leur propre compte, ou
2° dont l'activité consiste à émettre des instruments de paiement sous la forme de monnaie électronique. "
2° L'article est complété par l'alinéa suivant :
" Aux fins de la présente loi, les établissements de crédit ayant pour seule activité celle visée à l'alinéa 2, 2°, sont qualifiés d'établissements de monnaie électronique. "
Art. 4. Artikel 2 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 30 oktober 1998, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, wordt aangevuld met een § 2, luidende :
" § 2. De Commissie voor het Bank- en Financiewezen kan een instelling voor elektronisch geld vrijstellen van de toepassing van alle of een aantal bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten :
1° indien zij werkzaamheden van uitgifte van elektronisch geld verricht voor een totaalbedrag aan financiële verplichtingen, die verband houden met het uitstaand elektronisch geld, dat in normale omstandigheden niet hoger is dan 5 miljoen euro en nooit hoger is dan 6 miljoen euro, of
2° indien zij elektronisch geld uitgeeft dat alleen als betaalinstrument wordt aanvaard door ondernemingen waarmee de uitgevende instelling van het elektronisch geld zich in een controleverhouding bevindt, en, ingeval deze ondernemingen dochterondernemingen zijn, indien zij operationele of ondersteunende taken verrichten die in verband staan met de uitgifte van elektronisch geld, of
3° indien zij elektronisch geld uitgeeft dat alleen als betaalinstrument wordt aanvaard door een beperkt aantal ondernemingen die gemakkelijk te onderscheiden zijn doordat zij hetzelfde pand of een begrensde locatie delen, dan wel nauwe financiële of zakelijke banden hebben met de uitgevende instelling voor elektronisch geld, met name in de vorm van een gemeenschappelijke verkoop- of distributiestructuur.
De instellingen voor elektronisch geld waaraan een vrijstelling is verleend op grond van deze paragraaf :
1° komen niet in aanmerking voor de regeling inzake wederzijdse erkenning vastgesteld in de artikelen 65 tot 66bis van deze wet;
2° moeten in de overeenkomst tot regeling van de uitgifte van elektronisch geld, bepalen dat de capaciteit van de elektronische drager waarop het elektronisch geld wordt opgeslagen, beperkt is tot maximum 150 euro;
3° brengen periodiek verslag uit over hun werkzaamheden bij de Nationale Bank van België en bij de Commissie voor het Bank- en Financiewezen. Dit verslag, inzonderheid over het totaalbedrag van hun financiële verplichtingen die verband houden met het uitstaand elektronisch geld, wordt opgesteld volgens de regels die, na advies van de Nationale Bank van België, zijn vastgesteld door de Commissie voor het Bank- en Financiewezen die de rapporteringfrequentie bepaalt. "
" § 2. De Commissie voor het Bank- en Financiewezen kan een instelling voor elektronisch geld vrijstellen van de toepassing van alle of een aantal bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten :
1° indien zij werkzaamheden van uitgifte van elektronisch geld verricht voor een totaalbedrag aan financiële verplichtingen, die verband houden met het uitstaand elektronisch geld, dat in normale omstandigheden niet hoger is dan 5 miljoen euro en nooit hoger is dan 6 miljoen euro, of
2° indien zij elektronisch geld uitgeeft dat alleen als betaalinstrument wordt aanvaard door ondernemingen waarmee de uitgevende instelling van het elektronisch geld zich in een controleverhouding bevindt, en, ingeval deze ondernemingen dochterondernemingen zijn, indien zij operationele of ondersteunende taken verrichten die in verband staan met de uitgifte van elektronisch geld, of
3° indien zij elektronisch geld uitgeeft dat alleen als betaalinstrument wordt aanvaard door een beperkt aantal ondernemingen die gemakkelijk te onderscheiden zijn doordat zij hetzelfde pand of een begrensde locatie delen, dan wel nauwe financiële of zakelijke banden hebben met de uitgevende instelling voor elektronisch geld, met name in de vorm van een gemeenschappelijke verkoop- of distributiestructuur.
De instellingen voor elektronisch geld waaraan een vrijstelling is verleend op grond van deze paragraaf :
1° komen niet in aanmerking voor de regeling inzake wederzijdse erkenning vastgesteld in de artikelen 65 tot 66bis van deze wet;
2° moeten in de overeenkomst tot regeling van de uitgifte van elektronisch geld, bepalen dat de capaciteit van de elektronische drager waarop het elektronisch geld wordt opgeslagen, beperkt is tot maximum 150 euro;
3° brengen periodiek verslag uit over hun werkzaamheden bij de Nationale Bank van België en bij de Commissie voor het Bank- en Financiewezen. Dit verslag, inzonderheid over het totaalbedrag van hun financiële verplichtingen die verband houden met het uitstaand elektronisch geld, wordt opgesteld volgens de regels die, na advies van de Nationale Bank van België, zijn vastgesteld door de Commissie voor het Bank- en Financiewezen die de rapporteringfrequentie bepaalt. "
Art. 4. A l'article 2, de la même loi, modifié par la loi du 30 octobre 1998, dont le texte actuel formera le § 1er, il est ajouté un § 2, rédigé comme suit :
" § 2. La Commission bancaire et financière peut exempter de l'application de tout ou partie de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution les établissements de monnaie électronique :
1° dont l'activité d'émission de monnaie électronique génère un montant total d'engagements financiers liés à la monnaie électronique en circulation ne dépassant pas normalement 5 millions d'euros et jamais six millions d'euros, ou
2° dont la monnaie électronique qu'ils émettent n'est acceptée comme instrument de paiement que par des entreprises avec lesquelles il existe un lien de contrôle avec l'établissement de monnaie électronique émetteur et si, s'agissant de leurs filiales, elles exercent des fonctions opérationnelles ou accessoires en rapport avec l'émission de monnaie électronique, ou
3° dont la monnaie électronique qu'ils émettent n'est acceptée comme instrument de paiement que par un nombre limité d'entreprises, qui se distinguent clairement par le fait qu'elles se trouvent dans les mêmes locaux ou dans une zone locale restreinte ou qu'elles sont dans une étroite relation financière ou commerciale avec l'établissement de monnaie électronique émetteur, notamment sous la forme d'un dispositif de commercialisation ou de distribution commun.
Les établissements de monnaie électronique bénéficiant d'une exemption accordée en vertu du présent paragraphe :
1° ne bénéficient pas du régime de reconnaissance mutuelle prévu par les articles 65 à 66bis de la présente loi;
2° doivent prévoir, dans le contrat régissant l'émission de monnaie électronique, que le support électronique stockant la monnaie électronique ne peut avoir une capacité excédant 150 euros;
3° fournissent périodiquement à la Banque nationale de Belgique et à la Commission bancaire et financière un rapport sur leurs activités. Celui-ci est établi conformément aux règles fixées, sur avis de la Banque nationale de Belgique, par la Commission bancaire et financière qui en détermine la fréquence et porte notamment sur le montant total de leurs engagements financiers liés à la monnaie électronique. "
" § 2. La Commission bancaire et financière peut exempter de l'application de tout ou partie de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution les établissements de monnaie électronique :
1° dont l'activité d'émission de monnaie électronique génère un montant total d'engagements financiers liés à la monnaie électronique en circulation ne dépassant pas normalement 5 millions d'euros et jamais six millions d'euros, ou
2° dont la monnaie électronique qu'ils émettent n'est acceptée comme instrument de paiement que par des entreprises avec lesquelles il existe un lien de contrôle avec l'établissement de monnaie électronique émetteur et si, s'agissant de leurs filiales, elles exercent des fonctions opérationnelles ou accessoires en rapport avec l'émission de monnaie électronique, ou
3° dont la monnaie électronique qu'ils émettent n'est acceptée comme instrument de paiement que par un nombre limité d'entreprises, qui se distinguent clairement par le fait qu'elles se trouvent dans les mêmes locaux ou dans une zone locale restreinte ou qu'elles sont dans une étroite relation financière ou commerciale avec l'établissement de monnaie électronique émetteur, notamment sous la forme d'un dispositif de commercialisation ou de distribution commun.
Les établissements de monnaie électronique bénéficiant d'une exemption accordée en vertu du présent paragraphe :
1° ne bénéficient pas du régime de reconnaissance mutuelle prévu par les articles 65 à 66bis de la présente loi;
2° doivent prévoir, dans le contrat régissant l'émission de monnaie électronique, que le support électronique stockant la monnaie électronique ne peut avoir une capacité excédant 150 euros;
3° fournissent périodiquement à la Banque nationale de Belgique et à la Commission bancaire et financière un rapport sur leurs activités. Celui-ci est établi conformément aux règles fixées, sur avis de la Banque nationale de Belgique, par la Commission bancaire et financière qui en détermine la fréquence et porte notamment sur le montant total de leurs engagements financiers liés à la monnaie électronique. "
Art. 5. Artikel 3, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 20 maart 1996 en 9 maart 1999, wordt aangevuld als volgt :
" 7° elektronisch geld : een monetaire waarde vertegenwoordigd door een vordering op de uitgevende instelling, die is opgeslagen op een elektronische drager, is uitgegeven in ruil voor ontvangen geld en als betaalinstrument wordt aanvaard door andere ondernemingen dan de uitgever. "
" 7° elektronisch geld : een monetaire waarde vertegenwoordigd door een vordering op de uitgevende instelling, die is opgeslagen op een elektronische drager, is uitgegeven in ruil voor ontvangen geld en als betaalinstrument wordt aanvaard door andere ondernemingen dan de uitgever. "
Art. 5. L'article 3, § 1er, de la même loi, modifié par les lois du 20 mars 1996 et du 9 mars 1999, est complété comme suit :
" 7° par monnaie électronique : une valeur monétaire représentant une créance sur l'émetteur, qui est stockée sur un support électronique, est émise contre la remise de fonds et est acceptée comme instrument de paiement par des personnes autres que l'émetteur. "
" 7° par monnaie électronique : une valeur monétaire représentant une créance sur l'émetteur, qui est stockée sur un support électronique, est émise contre la remise de fonds et est acceptée comme instrument de paiement par des personnes autres que l'émetteur. "
Art. 6. In artikel 4 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 6 april 1995, 30 oktober 1998 en 22 mei 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° In het eerste lid worden de woorden " in België gevestigde kredietinstellingen " vervangen door de woorden " andere in België gevestigde kredietinstellingen dan de instellingen voor elektronisch geld " en de woorden " kredietinstellingen die zijn opgericht naar het recht van een andere lid-Staat " door de woorden " andere kredietinstellingen dan de instellingen voor elektronisch geld die zijn opgericht naar het recht van een andere lid-Staat ".
2° Artikel 4 wordt aangevuld met het volgende lid :
" De gelden die in ruil voor elektronisch geld worden overhandigd aan de instellingen voor elektronisch geld, worden niet als deposito's of andere terugbetaalbare gelden beschouwd als ze onmiddellijk tegen elektronisch geld worden geruild. ".
1° In het eerste lid worden de woorden " in België gevestigde kredietinstellingen " vervangen door de woorden " andere in België gevestigde kredietinstellingen dan de instellingen voor elektronisch geld " en de woorden " kredietinstellingen die zijn opgericht naar het recht van een andere lid-Staat " door de woorden " andere kredietinstellingen dan de instellingen voor elektronisch geld die zijn opgericht naar het recht van een andere lid-Staat ".
2° Artikel 4 wordt aangevuld met het volgende lid :
" De gelden die in ruil voor elektronisch geld worden overhandigd aan de instellingen voor elektronisch geld, worden niet als deposito's of andere terugbetaalbare gelden beschouwd als ze onmiddellijk tegen elektronisch geld worden geruild. ".
Art. 6. Dans l'article 4, de la même loi, modifié par les lois du 6 avril 1995, du 30 octobre 1998 et du 22 mai 2001, sont apportées les modifications suivantes :
1° Dans l'alinéa 1er, les mots " autres que les établissements de monnaie électronique " sont insérés entre les mots " établissements de crédit " et " établis en Belgique " ainsi qu'entre les mots " établissements de crédit " et " constitués selon le droit d'un Etat membre ".
2° L'article 4 est complété par l'alinéa suivant :
" Les fonds remis à des établissements de monnaie électronique en échange de monnaie électronique ne sont pas considérés comme des dépôts ou d'autres fonds remboursables à condition d'être immédiatement échangés contre de la monnaie électronique. "
1° Dans l'alinéa 1er, les mots " autres que les établissements de monnaie électronique " sont insérés entre les mots " établissements de crédit " et " établis en Belgique " ainsi qu'entre les mots " établissements de crédit " et " constitués selon le droit d'un Etat membre ".
2° L'article 4 est complété par l'alinéa suivant :
" Les fonds remis à des établissements de monnaie électronique en échange de monnaie électronique ne sont pas considérés comme des dépôts ou d'autres fonds remboursables à condition d'être immédiatement échangés contre de la monnaie électronique. "
Art. 7. In Titel I van dezelfde wet wordt een Hoofdstuk IIIbis ingevoegd, luidende :
" Hoofdstuk IIIbis - Uitgifte van elektronisch geld
Art. 5bis. Met uitzondering van de centrale banken van het Europees Stelsel van Centrale Banken mogen enkel de in België gevestigde kredietinstellingen en de kredietinstellingen die zijn opgericht naar het recht van een andere lid-Staat van de Europese Gemeenschap en waarvoor de regeling geldt van de artikelen 66 en volgende van deze wet, de uitgifte van elektronisch geld als activiteit uitoefenen.
Art. 5ter. De gelden die in ruil voor elektronisch geld worden overhandigd, moeten ten minste dezelfde waarde vertegenwoordigen als de monetaire waarde die de vordering op de uitgevende instelling vertegenwoordigt.
Art. 5quater. Elektronisch geld dat nog niet is gebruikt, moet gedurende de geldigheidstermijn door de uitgevende instelling worden terugbetaald door storting op een rekening of in de vorm van chartaal geld als de houder van het elektronisch geld daarom verzoekt.
De overeenkomst over de uitgifte van elektronisch geld moet duidelijk de terugbetalingsvoorwaarden vermelden, waarbij uitsluitend de voor de terugbetaling strikt noodzakelijke kosten mogen worden aangerekend. In de overeenkomst kan een minimumdrempel voor de terugbetaling worden vastgesteld die niet hoger mag liggen dan 10 euro. Elke clausule in de overeenkomst die het recht op terugbetaling beperkt, wordt nietig geacht. "
" Hoofdstuk IIIbis - Uitgifte van elektronisch geld
Art. 5bis. Met uitzondering van de centrale banken van het Europees Stelsel van Centrale Banken mogen enkel de in België gevestigde kredietinstellingen en de kredietinstellingen die zijn opgericht naar het recht van een andere lid-Staat van de Europese Gemeenschap en waarvoor de regeling geldt van de artikelen 66 en volgende van deze wet, de uitgifte van elektronisch geld als activiteit uitoefenen.
Art. 5ter. De gelden die in ruil voor elektronisch geld worden overhandigd, moeten ten minste dezelfde waarde vertegenwoordigen als de monetaire waarde die de vordering op de uitgevende instelling vertegenwoordigt.
Art. 5quater. Elektronisch geld dat nog niet is gebruikt, moet gedurende de geldigheidstermijn door de uitgevende instelling worden terugbetaald door storting op een rekening of in de vorm van chartaal geld als de houder van het elektronisch geld daarom verzoekt.
De overeenkomst over de uitgifte van elektronisch geld moet duidelijk de terugbetalingsvoorwaarden vermelden, waarbij uitsluitend de voor de terugbetaling strikt noodzakelijke kosten mogen worden aangerekend. In de overeenkomst kan een minimumdrempel voor de terugbetaling worden vastgesteld die niet hoger mag liggen dan 10 euro. Elke clausule in de overeenkomst die het recht op terugbetaling beperkt, wordt nietig geacht. "
Art. 7. Il est inséré dans le Titre Ier de la même loi, un Chapitre IIIbis, rédigé comme suit
" Chapitre IIIbis - De l'émission de monnaie électronique
Art. 5bis. Hormis les banques centrales du Système européen de Banques centrales, seuls les établissements de crédit établis en Belgique et les établissements de crédit constitués selon le droit d'un autre Etat membre de la Communauté européenne et qui bénéficient du régime réglé aux articles 66 et suivants de la présente loi peuvent exercer l'activité d'émission de monnaie électronique.
Art. 5ter. Les fonds remis contre de la monnaie électronique ne peuvent être inférieurs à la valeur monétaire représentant la créance sur l'émetteur.
Art. 5quater. La monnaie électronique non encore utilisée est, pendant sa période de validité, remboursable par virement ou en monnaie fiduciaire par l'établissement émetteur à la demande du porteur de la monnaie électronique.
Le contrat régissant l'émission de monnaie électronique doit préciser clairement les conditions de ce remboursement sans que celles-ci ne puissent prévoir d'autres frais que ceux strictement nécessaires à l'opération de remboursement. Le contrat peut prévoir pour le remboursement un montant minimal, qui ne peut être supérieur à 10 euros. Toute clause du contrat limitant le droit au remboursement est nulle. "
" Chapitre IIIbis - De l'émission de monnaie électronique
Art. 5bis. Hormis les banques centrales du Système européen de Banques centrales, seuls les établissements de crédit établis en Belgique et les établissements de crédit constitués selon le droit d'un autre Etat membre de la Communauté européenne et qui bénéficient du régime réglé aux articles 66 et suivants de la présente loi peuvent exercer l'activité d'émission de monnaie électronique.
Art. 5ter. Les fonds remis contre de la monnaie électronique ne peuvent être inférieurs à la valeur monétaire représentant la créance sur l'émetteur.
Art. 5quater. La monnaie électronique non encore utilisée est, pendant sa période de validité, remboursable par virement ou en monnaie fiduciaire par l'établissement émetteur à la demande du porteur de la monnaie électronique.
Le contrat régissant l'émission de monnaie électronique doit préciser clairement les conditions de ce remboursement sans que celles-ci ne puissent prévoir d'autres frais que ceux strictement nécessaires à l'opération de remboursement. Le contrat peut prévoir pour le remboursement un montant minimal, qui ne peut être supérieur à 10 euros. Toute clause du contrat limitant le droit au remboursement est nulle. "
Art. 8. In artikel 6 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 juli 1994, en bij de wetten van 20 maart 1996 en 30 oktober 1998, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, eerste lid, worden de woorden " instelling voor elektronisch geld " ingevoegd tussen de woorden " kredietinstelling, " en " bank ";
2° er wordt een § 2 ingevoegd, luidende :
" § 2. In afwijking van § 1, eerste lid, mogen de instellingen voor elektronisch geld in België niet publiekelijk gebruik maken van de termen " bank ", " bancair ", " spaarbank ", " spaarkas " of " effectenbank ".
Het eerste lid van § 1 geldt niet voor de instellingen voor elektronisch geld waaraan een vrijstelling is verleend op grond van artikel 2, § 2 ".
1° in § 1, eerste lid, worden de woorden " instelling voor elektronisch geld " ingevoegd tussen de woorden " kredietinstelling, " en " bank ";
2° er wordt een § 2 ingevoegd, luidende :
" § 2. In afwijking van § 1, eerste lid, mogen de instellingen voor elektronisch geld in België niet publiekelijk gebruik maken van de termen " bank ", " bancair ", " spaarbank ", " spaarkas " of " effectenbank ".
Het eerste lid van § 1 geldt niet voor de instellingen voor elektronisch geld waaraan een vrijstelling is verleend op grond van artikel 2, § 2 ".
Art. 8. A l'article 6 de la même loi, modifié par l'arrêté royal du 6 juillet 1994 et par les lois du 20 mars 1996 et du 30 octobre 1998, dont le texte actuel formera le § 1er, sont apportées les modifications suivantes :
1° Dans le § 1er, alinéa 1er, les mots " établissement de monnaie électronique " sont insérés entre les mots " établissement de crédit, " et " banque ";
2° Il est ajouté un § 2, rédigé comme suit :
" § 2. Par dérogation au § 1er, alinéa 1er, les établissements de monnaie électronique ne peuvent faire usage public en Belgique des termes " banque ", " bancaire ", " banque d'épargne ", " caisse d'épargne " ou " banque de titres.
Les établissements de monnaie électronique exemptés en application de l'article 2, § 2 ne bénéficient pas du § 1er, alinéa 1er ".
1° Dans le § 1er, alinéa 1er, les mots " établissement de monnaie électronique " sont insérés entre les mots " établissement de crédit, " et " banque ";
2° Il est ajouté un § 2, rédigé comme suit :
" § 2. Par dérogation au § 1er, alinéa 1er, les établissements de monnaie électronique ne peuvent faire usage public en Belgique des termes " banque ", " bancaire ", " banque d'épargne ", " caisse d'épargne " ou " banque de titres.
Les établissements de monnaie électronique exemptés en application de l'article 2, § 2 ne bénéficient pas du § 1er, alinéa 1er ".
Art. 9. In artikel 41, eerste lid van dezelfde wet, worden de woorden " die geen instelling voor elektronisch geld zijn " ingevoegd tussen de woorden " kredietinstellingen naar Belgisch recht " en " en ertoe gerechtigd zijn ".
Art. 9. Dans l'article 41, alinéa 1er de la même loi, les mots " autres que les établissements de monnaie électronique " sont insérés entre les mots " établissements de crédit de droit belge " et " et qui sont habilités ".
Art. 10. In artikel 43 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt aangevuld als volgt :
" d) voor de beleggingen die de instellingen voor elektronisch geld mogen verrichten. "
2° in het tweede en derde lid worden de woorden " sub litterae a) tot c) " vervangen door de woorden " sub litterae a) tot d) ".
1° het eerste lid wordt aangevuld als volgt :
" d) voor de beleggingen die de instellingen voor elektronisch geld mogen verrichten. "
2° in het tweede en derde lid worden de woorden " sub litterae a) tot c) " vervangen door de woorden " sub litterae a) tot d) ".
Art. 10. A l'article 43 de la même loi, sont apportées les modifications suivantes :
1° L'alinéa 1er, est complété comme suit :
" d) concernant les placements que peuvent effectuer les établissements de monnaie électronique. "
2° Dans les alinéas 2 et 3, les mots " visés aux literas a) à c) " sont remplacés par les mots " visés aux literas a) à d) ".
1° L'alinéa 1er, est complété comme suit :
" d) concernant les placements que peuvent effectuer les établissements de monnaie électronique. "
2° Dans les alinéas 2 et 3, les mots " visés aux literas a) à c) " sont remplacés par les mots " visés aux literas a) à d) ".
Art. 11. In dezelfde wet wordt een Titel IIbis ingevoegd, luidende :
" Titel IIbis Instellingen voor elektronisch geld naar Belgisch recht
Art. 64bis. Met uitzondering van de artikelen 28 en 32 zijn de bepalingen van Titel II van toepassing op de instellingen voor elektronisch geld, hoewel rekening moet worden gehouden met wat volgt :
1° artikel 13 : de instellingen voor elektronisch geld worden vermeld in een speciale rubriek van de lijst en hun vergunning wordt niet ter kennis gebracht van de Commissie van de Europese Gemeenschappen;
2° artikel 16 : het kapitaal bedraagt 1.000.000 euro;
3° artikel 20 : de beleidsstructuur, de administratieve en boekhoudkundige organisatie en de interne controle moeten in verhouding staan tot de financiële en niet-financiële risico's waaraan de instellingen voor elektronisch geld zijn blootgesteld, met inbegrip van de technische en procedurele risico's, alsmede de risico's in verband met haar samenwerking met ondernemingen die operationele of andere ondersteunende taken met betrekking tot hun werkzaamheden verrichten;
4° de artikelen 34 tot 39 : wanneer in het buitenland werkzaamheden worden verricht door een bijkantoor of in het kader van het vrij verrichten van diensten, moet rekening worden gehouden met de beperking van de werkzaamheden in artikel 64ter en met het feit dat de regeling inzake wederzijdse erkenning waarvan sprake in de artikelen 34 en 38 uitsluitend geldt voor de uitgifte van elektronisch geld.
Art. 64ter. Naast de uitgifte van elektronisch geld mogen de instellingen voor elektronisch geld uitsluitend de volgende commerciële werkzaamheden uitoefenen :
1° het verrichten van nauw met de uitgifte van elektronisch geld samenhangende financiële en niet-financiële diensten, zoals het beheer van elektronisch geld, door het verrichten van operationele en andere ondersteunende taken in verband met de uitgifte van dit geld, en het uitgeven en het beheren van andere betaalmiddelen met uitsluiting van enigerlei vorm van kredietverlening, en
2° het opslaan van informatie op de elektronische drager ten behoeve van andere ondernemingen of openbare instellingen;
Art. 64quater. De instellingen voor elektronisch geld mogen geen deelnemingen in andere ondernemingen bezitten, tenzij deze ondernemingen operationele of andere ondersteunende taken verrichten die in verband staan met het door de betrokken instelling uitgegeven of verdeelde geld.
Art. 64quinquies. § 1. De instellingen voor elektronisch geld moeten een bedrag beleggen dat ten minste gelijk is aan dat van hun financiële verplichtingen die verband houden met uitstaand elektronisch geld. Daarbij dienen zij de krachtens artikel 43 opgelegde voorwaarden en beperkingen na te leven.
§ 2. Uitsluitend om de marktrisico's die voortvloeien uit de uitgifte van elektronisch geld en uit de beleggingen die zij mogen uitvoeren, volledig te kunnen uitschakelen, mogen de instellingen voor elektronisch geld gebruik maken van voldoende liquide, op rente en wisselkoersen betrekking hebbende posten buiten de balanstelling in de vorm van op een beurs verhandelde afgeleide financiële instrumenten waarvoor dergelijke margevereisten gelden, of van wisselkoerscontracten met een oorspronkelijke looptijd van veertien dagen of minder. "
" Titel IIbis Instellingen voor elektronisch geld naar Belgisch recht
Art. 64bis. Met uitzondering van de artikelen 28 en 32 zijn de bepalingen van Titel II van toepassing op de instellingen voor elektronisch geld, hoewel rekening moet worden gehouden met wat volgt :
1° artikel 13 : de instellingen voor elektronisch geld worden vermeld in een speciale rubriek van de lijst en hun vergunning wordt niet ter kennis gebracht van de Commissie van de Europese Gemeenschappen;
2° artikel 16 : het kapitaal bedraagt 1.000.000 euro;
3° artikel 20 : de beleidsstructuur, de administratieve en boekhoudkundige organisatie en de interne controle moeten in verhouding staan tot de financiële en niet-financiële risico's waaraan de instellingen voor elektronisch geld zijn blootgesteld, met inbegrip van de technische en procedurele risico's, alsmede de risico's in verband met haar samenwerking met ondernemingen die operationele of andere ondersteunende taken met betrekking tot hun werkzaamheden verrichten;
4° de artikelen 34 tot 39 : wanneer in het buitenland werkzaamheden worden verricht door een bijkantoor of in het kader van het vrij verrichten van diensten, moet rekening worden gehouden met de beperking van de werkzaamheden in artikel 64ter en met het feit dat de regeling inzake wederzijdse erkenning waarvan sprake in de artikelen 34 en 38 uitsluitend geldt voor de uitgifte van elektronisch geld.
Art. 64ter. Naast de uitgifte van elektronisch geld mogen de instellingen voor elektronisch geld uitsluitend de volgende commerciële werkzaamheden uitoefenen :
1° het verrichten van nauw met de uitgifte van elektronisch geld samenhangende financiële en niet-financiële diensten, zoals het beheer van elektronisch geld, door het verrichten van operationele en andere ondersteunende taken in verband met de uitgifte van dit geld, en het uitgeven en het beheren van andere betaalmiddelen met uitsluiting van enigerlei vorm van kredietverlening, en
2° het opslaan van informatie op de elektronische drager ten behoeve van andere ondernemingen of openbare instellingen;
Art. 64quater. De instellingen voor elektronisch geld mogen geen deelnemingen in andere ondernemingen bezitten, tenzij deze ondernemingen operationele of andere ondersteunende taken verrichten die in verband staan met het door de betrokken instelling uitgegeven of verdeelde geld.
Art. 64quinquies. § 1. De instellingen voor elektronisch geld moeten een bedrag beleggen dat ten minste gelijk is aan dat van hun financiële verplichtingen die verband houden met uitstaand elektronisch geld. Daarbij dienen zij de krachtens artikel 43 opgelegde voorwaarden en beperkingen na te leven.
§ 2. Uitsluitend om de marktrisico's die voortvloeien uit de uitgifte van elektronisch geld en uit de beleggingen die zij mogen uitvoeren, volledig te kunnen uitschakelen, mogen de instellingen voor elektronisch geld gebruik maken van voldoende liquide, op rente en wisselkoersen betrekking hebbende posten buiten de balanstelling in de vorm van op een beurs verhandelde afgeleide financiële instrumenten waarvoor dergelijke margevereisten gelden, of van wisselkoerscontracten met een oorspronkelijke looptijd van veertien dagen of minder. "
Art. 11. Dans la même loi, il est inséré un Titre IIbis, rédigé comme suit :
" Titre IIbis Des établissements de monnaie électronique de droit belge
Art. 64bis. A l'exception des articles 28 et 32, les dispositions du Titre II sont applicables aux établissements de monnaie électronique, moyennant les précisions qui suivent :
1° l'article 13 : les établissements de monnaie électronique sont mentionnés à une rubrique spéciale de la liste et leur agrément n'est pas notifié à la Commission des Communautés européennes;
2° l'article 16 : le capital est de 1.000.000 euros;
3° l'article 20 : la structure de gestion, l'organisation administrative et comptable et le contrôle interne doivent correspondre aux risques financiers et non financiers auxquels les établissements de monnaie électronique sont exposés, y compris les risques techniques et ceux liés à la procédure, ainsi que les risques liés aux activités exercées en coopération avec toute entreprise remplissant les fonctions opérationnelles ou d'autres fonctions accessoires en rapport avec leurs activités;
4° les articles 34 à 39 : l'exercice d'une activité à l'étranger par une succursale ou par voie de libre prestation de services tient compte de la limitation des activités prévue à l'article 64ter et de ce que le régime de reconnaissance mutuelle prévu par les articles 34 et 38 est limité à l'activité d'émission de monnaie électronique.
Art. 64ter. Les activités commerciales des établissements de monnaie électronique autres que l'émission de monnaie électronique sont limitées :
1° à la fourniture de services financiers et non financiers étroitement liés à l'émission de monnaie électronique, tels que la gestion de monnaie électronique, par l'exercice de fonctions opérationnelles et d'autres fonctions accessoires en rapport avec son émission ainsi qu'à l'émission et à la gestion d'autres instruments de paiement à l'exclusion de l'octroi de toute forme de crédit, et
2° au stockage de données sur le support électronique pour le compte d'autres entreprises ou d'institutions publiques.
Art. 64quater. Les établissements de monnaie électronique ne peuvent détenir aucune participation dans une autre entreprise, sauf si celle-ci exerce des fonctions opérationnelles ou d'autres fonctions accessoires liées à la monnaie électronique émise ou distribuée par l'établissement concerné.
Art. 64quinquies. § 1er. Les établissements de monnaie électronique sont tenus d'effectuer des placements d'un montant au moins égal à leurs engagements financiers liés à l'émission de monnaie électronique en circulation. Ces placements respectent les conditions et limitations imposées en vertu de l'article 43.
§ 2. Aux seules fins de l'élimination totale des risques de marché liés à l'émission de monnaie électronique et aux placements qu'ils peuvent effectuer, les établissements de monnaie électronique peuvent utiliser des éléments hors-bilan suffisamment liquides liés aux taux d'intérêt ou aux taux de change, sous la forme d'instruments dérivés négociés sur un marché organisé et qui sont subordonnés à des exigences en matière de marges journalières ou de contrats de taux de change d'une durée initiale de maximum quatorze jours calendrier. "
" Titre IIbis Des établissements de monnaie électronique de droit belge
Art. 64bis. A l'exception des articles 28 et 32, les dispositions du Titre II sont applicables aux établissements de monnaie électronique, moyennant les précisions qui suivent :
1° l'article 13 : les établissements de monnaie électronique sont mentionnés à une rubrique spéciale de la liste et leur agrément n'est pas notifié à la Commission des Communautés européennes;
2° l'article 16 : le capital est de 1.000.000 euros;
3° l'article 20 : la structure de gestion, l'organisation administrative et comptable et le contrôle interne doivent correspondre aux risques financiers et non financiers auxquels les établissements de monnaie électronique sont exposés, y compris les risques techniques et ceux liés à la procédure, ainsi que les risques liés aux activités exercées en coopération avec toute entreprise remplissant les fonctions opérationnelles ou d'autres fonctions accessoires en rapport avec leurs activités;
4° les articles 34 à 39 : l'exercice d'une activité à l'étranger par une succursale ou par voie de libre prestation de services tient compte de la limitation des activités prévue à l'article 64ter et de ce que le régime de reconnaissance mutuelle prévu par les articles 34 et 38 est limité à l'activité d'émission de monnaie électronique.
Art. 64ter. Les activités commerciales des établissements de monnaie électronique autres que l'émission de monnaie électronique sont limitées :
1° à la fourniture de services financiers et non financiers étroitement liés à l'émission de monnaie électronique, tels que la gestion de monnaie électronique, par l'exercice de fonctions opérationnelles et d'autres fonctions accessoires en rapport avec son émission ainsi qu'à l'émission et à la gestion d'autres instruments de paiement à l'exclusion de l'octroi de toute forme de crédit, et
2° au stockage de données sur le support électronique pour le compte d'autres entreprises ou d'institutions publiques.
Art. 64quater. Les établissements de monnaie électronique ne peuvent détenir aucune participation dans une autre entreprise, sauf si celle-ci exerce des fonctions opérationnelles ou d'autres fonctions accessoires liées à la monnaie électronique émise ou distribuée par l'établissement concerné.
Art. 64quinquies. § 1er. Les établissements de monnaie électronique sont tenus d'effectuer des placements d'un montant au moins égal à leurs engagements financiers liés à l'émission de monnaie électronique en circulation. Ces placements respectent les conditions et limitations imposées en vertu de l'article 43.
§ 2. Aux seules fins de l'élimination totale des risques de marché liés à l'émission de monnaie électronique et aux placements qu'ils peuvent effectuer, les établissements de monnaie électronique peuvent utiliser des éléments hors-bilan suffisamment liquides liés aux taux d'intérêt ou aux taux de change, sous la forme d'instruments dérivés négociés sur un marché organisé et qui sont subordonnés à des exigences en matière de marges journalières ou de contrats de taux de change d'une durée initiale de maximum quatorze jours calendrier. "
Art. 12. In dezelfde wet wordt een artikel 66bis ingevoegd, luidende :
" Art. 66bis. De instellingen voor elektronisch geld die ressorteren onder het recht van een andere lid-Staat van de Europese Gemeenschap, kunnen enkel voor hun werkzaamheden van uitgifte van elektronisch geld aanspraak maken op de toepassing van de artikelen 65 en 66 van deze wet. "
" Art. 66bis. De instellingen voor elektronisch geld die ressorteren onder het recht van een andere lid-Staat van de Europese Gemeenschap, kunnen enkel voor hun werkzaamheden van uitgifte van elektronisch geld aanspraak maken op de toepassing van de artikelen 65 en 66 van deze wet. "
Art. 12. Un article 66bis, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
" Art. 66bis. Les établissements de monnaie électronique relevant du droit d'un autre Etat membre de la Communauté européenne ne peuvent bénéficier de l'application des articles 65 et 66 de la présente loi qu'en ce qui concerne leur activité d'émission de monnaie électronique. "
" Art. 66bis. Les établissements de monnaie électronique relevant du droit d'un autre Etat membre de la Communauté européenne ne peuvent bénéficier de l'application des articles 65 et 66 de la présente loi qu'en ce qui concerne leur activité d'émission de monnaie électronique. "
Art. 13. In titel IV van dezelfde wet wordt een hoofdstuk V ingevoegd, luidende :
" Hoofdstuk V. Instellingen voor elektronisch geld
Art. 84bis. Indien een kredietinstelling uitsluitend een instelling voor elektronisch geld is, zijn de artikelen 64bis, 1° tot 3°, 64ter tot 64quinquies eveneens van toepassing. "
" Hoofdstuk V. Instellingen voor elektronisch geld
Art. 84bis. Indien een kredietinstelling uitsluitend een instelling voor elektronisch geld is, zijn de artikelen 64bis, 1° tot 3°, 64ter tot 64quinquies eveneens van toepassing. "
Art. 13. Il est inséré dans le Titre IV de la même loi, un Chapitre V, rédigé comme suit :
" Chapitre V. Des établissements de monnaie électronique
Art. 84bis. Lorsque l'établissement de crédit est exclusivement un établissement de monnaie électronique, les articles 64bis, 1° à 3°, 64ter à 64quinquies sont également applicables. "
" Chapitre V. Des établissements de monnaie électronique
Art. 84bis. Lorsque l'établissement de crédit est exclusivement un établissement de monnaie électronique, les articles 64bis, 1° à 3°, 64ter à 64quinquies sont également applicables. "
Art. 14. In artikel 104, § 1, 1°, van dezelfde wet, worden de woorden " artikel 4 " vervangen door de woorden " artikel 4 of artikel 5bis ".
Art. 14. Dans l'article 104, § 1er, 1°, de la même loi, les mots " à l'article 4 " sont remplacés par les mots " à l'article 4 ou à l'article 5bis ".
Art. 15. In artikel 110bis van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 4 van de wet van 23 december 1994 en gewijzigd bij de artikelen 20 en 21 van de wet van 17 december 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° artikel 110bis wordt artikel 110bis 2;
2° tussen het eerste en het tweede lid van § 2 wordt het volgende lid ingevoegd :
" Voor de toepassing van deze titel wordt elektronisch geld dat nog niet is gebruikt, alsook elektronisch geld dat reeds is gebruikt maar waarvoor nog geen definitieve betaling is verricht, gelijkgesteld met een gelddeposito. "
1° artikel 110bis wordt artikel 110bis 2;
2° tussen het eerste en het tweede lid van § 2 wordt het volgende lid ingevoegd :
" Voor de toepassing van deze titel wordt elektronisch geld dat nog niet is gebruikt, alsook elektronisch geld dat reeds is gebruikt maar waarvoor nog geen definitieve betaling is verricht, gelijkgesteld met een gelddeposito. "
Art. 15. A l'article 110bis de la même loi, introduit par l'article 4 de la loi du 23 décembre 1994 et modifié par les articles 20 et 21 de la loi du 17 décembre 1998, sont apportées les modifications suivantes :
1° l'article 110bis en devient l'article 110bis 2;
2° l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 1er et 2 du § 2 :
" Pour les besoins du présent Titre, la monnaie électronique non encore utilisée ainsi que celle utilisée mais pour laquelle un paiement définitif n'est pas encore intervenu sont assimilées à un dépôt de fonds. "
1° l'article 110bis en devient l'article 110bis 2;
2° l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 1er et 2 du § 2 :
" Pour les besoins du présent Titre, la monnaie électronique non encore utilisée ainsi que celle utilisée mais pour laquelle un paiement définitif n'est pas encore intervenu sont assimilées à un dépôt de fonds. "
Art. 16. In artikel 110bis 1 van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 4 van de wet van 23 december 1994, worden de woorden De artikelen 110bis tot 110quinquies " vervangen door de woorden " De artikelen 110 tot 110quater ".
Art. 16. A l'article 110bis 1 de la même loi, introduit par l'article 4 de la loi du 23 décembre 1994, les mots " Les articles 110bis à 110quinquies " sont remplacés par les mots " Les articles 110 à 110quater ".
Art. 17. In dezelfde wet wordt een artikel 152quater ingevoegd, luidende :
" Art. 152quater. De instellingen voor elektronisch geld die hun werkzaamheden van uitgifte van elektronisch geld vóór 27 april 2002 hebben aangevat, worden beschouwd als instellingen die over een vergunning beschikken. "
" Art. 152quater. De instellingen voor elektronisch geld die hun werkzaamheden van uitgifte van elektronisch geld vóór 27 april 2002 hebben aangevat, worden beschouwd als instellingen die over een vergunning beschikken. "
Art. 17. Un article 152quater, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
" Art. 152quater. Les établissements de monnaie électronique qui ont commencé leur activité d'émission de monnaie électronique avant le 27 avril 2002 sont présumés agréés. "
" Art. 152quater. Les établissements de monnaie électronique qui ont commencé leur activité d'émission de monnaie électronique avant le 27 avril 2002 sont présumés agréés. "
HOOFDSTUK III. - Overige bepalingen.
CHAPITRE III. - Autres dispositions.
Art. 18. Artikel 64, 1°, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
" 1° hun activiteit bestaat erin terugbetaalbare gelden in euro die geen zichtdeposito's zijn, in te zamelen en de opbrengst ervan in euro te beleggen bij andere kredietinstellingen die in België gevestigd zijn of ressorteren onder het recht van een lid-Staat van de Europese Gemeenschap, dan wel in bewijzen in euro waaruit de ontvangst van terugbetaalbare gelden blijkt en die zijn uitgegeven of worden gewaarborgd door de Gemeenschappen, de Gewesten, de internationale organisaties waarvan België lid is, de lid-Staten van de Europese Gemeenschap of de kredietinstellingen die in België gevestigd zijn of ressorteren onder het recht van een lid-Staat van de Europese Gemeenschap.
Hun activiteit kan tevens bestaan in het verlenen van bemiddelingsdiensten op het vlak van kredieten en verzekeringen, op voorwaarde dat de specifieke terzake geldende wetten worden nageleefd, alsook in het verlenen van beleggingsdiensten die het plaatsen van uitgiften van financiële instrumenten inhouden, met uitsluiting van vaste overnames. ".
" 1° hun activiteit bestaat erin terugbetaalbare gelden in euro die geen zichtdeposito's zijn, in te zamelen en de opbrengst ervan in euro te beleggen bij andere kredietinstellingen die in België gevestigd zijn of ressorteren onder het recht van een lid-Staat van de Europese Gemeenschap, dan wel in bewijzen in euro waaruit de ontvangst van terugbetaalbare gelden blijkt en die zijn uitgegeven of worden gewaarborgd door de Gemeenschappen, de Gewesten, de internationale organisaties waarvan België lid is, de lid-Staten van de Europese Gemeenschap of de kredietinstellingen die in België gevestigd zijn of ressorteren onder het recht van een lid-Staat van de Europese Gemeenschap.
Hun activiteit kan tevens bestaan in het verlenen van bemiddelingsdiensten op het vlak van kredieten en verzekeringen, op voorwaarde dat de specifieke terzake geldende wetten worden nageleefd, alsook in het verlenen van beleggingsdiensten die het plaatsen van uitgiften van financiële instrumenten inhouden, met uitsluiting van vaste overnames. ".
Art. 18. L'article 64, 1°, de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
" 1° leur activité consiste à recueillir des fonds remboursables en euros autres que des dépôts à vue et à en placer le produit en euros auprès d'autres établissements de crédit établis en Belgique ou relevant du droit d'un Etat membre de la Communauté européenne ou en valeurs mobilières en euros constatant la réception de fonds remboursables et émises ou garanties par les Communautés, les Régions, les organisations internationales dont la Belgique est membre, les Etats membres de la Communauté européenne et les établissements de crédit établis en Belgique ou relevant du droit d'un Etat membre de la Communauté européenne.
Leur activité peut également consister dans des services d'intermédiation en matière de crédit et d'assurance sous réserve du respect des lois particulières applicables à ces matières ainsi que dans la fourniture de services d'investissement consistant dans le placement d'émissions d'instruments financiers, à l'exclusion de toute prise ferme. "
" 1° leur activité consiste à recueillir des fonds remboursables en euros autres que des dépôts à vue et à en placer le produit en euros auprès d'autres établissements de crédit établis en Belgique ou relevant du droit d'un Etat membre de la Communauté européenne ou en valeurs mobilières en euros constatant la réception de fonds remboursables et émises ou garanties par les Communautés, les Régions, les organisations internationales dont la Belgique est membre, les Etats membres de la Communauté européenne et les établissements de crédit établis en Belgique ou relevant du droit d'un Etat membre de la Communauté européenne.
Leur activité peut également consister dans des services d'intermédiation en matière de crédit et d'assurance sous réserve du respect des lois particulières applicables à ces matières ainsi que dans la fourniture de services d'investissement consistant dans le placement d'émissions d'instruments financiers, à l'exclusion de toute prise ferme. "
Art. 19. Artikel 157, § 1, derde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 30 oktober 1998, wordt vervangen door het volgende lid :
" Voor de toepassing van deze paragraaf worden met kredietinstellingen gelijkgesteld :
1° de Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten, de provincies, de gemeenten, de andere openbare lichamen, de openbare instellingen, de instellingen van openbaar nut en de gelijkgestelde personen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 2 januari 1991 betreffende de markt van de effecten van de overheidsschuld en het monetair beleidsinstrumentarium, voor zover zij handelen in het kader van het beheer van overheidsschuld;
2° de Nationale Bank van België;
3° de overige centrale banken van het Europees Stelsel van Centrale Banken;
4° de Europese Centrale Bank. ".
" Voor de toepassing van deze paragraaf worden met kredietinstellingen gelijkgesteld :
1° de Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten, de provincies, de gemeenten, de andere openbare lichamen, de openbare instellingen, de instellingen van openbaar nut en de gelijkgestelde personen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 2 januari 1991 betreffende de markt van de effecten van de overheidsschuld en het monetair beleidsinstrumentarium, voor zover zij handelen in het kader van het beheer van overheidsschuld;
2° de Nationale Bank van België;
3° de overige centrale banken van het Europees Stelsel van Centrale Banken;
4° de Europese Centrale Bank. ".
Art. 19. L'article 157, § 1er, troisième alinéa, de la même loi, modifié par la loi du 30 octobre 1998, est remplacé par l'alinéa suivant :
" Pour l'application du présent paragraphe, sont assimilés à des établissements de crédit :
1° l'Etat, les Communautés, les Régions, les provinces, les communes, les autres collectivités publiques, les établissements publics, les organismes d'intérêt public et personnes assimilées visées à l'article 1er, alinéa 1er, de la loi du 2 janvier 1991 relative au marché des titres de la dette publique et aux instruments de la politique monétaire, dans la mesure où ils agissent dans le cadre de la gestion de la dette publique;
2° la Banque nationale de Belgique;
3° les autres banques centrales du Système européen de banques centrales;
4° la Banque centrale européenne. "
" Pour l'application du présent paragraphe, sont assimilés à des établissements de crédit :
1° l'Etat, les Communautés, les Régions, les provinces, les communes, les autres collectivités publiques, les établissements publics, les organismes d'intérêt public et personnes assimilées visées à l'article 1er, alinéa 1er, de la loi du 2 janvier 1991 relative au marché des titres de la dette publique et aux instruments de la politique monétaire, dans la mesure où ils agissent dans le cadre de la gestion de la dette publique;
2° la Banque nationale de Belgique;
3° les autres banques centrales du Système européen de banques centrales;
4° la Banque centrale européenne. "
Art. 20. Deze wet treedt in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 25 februari 2003.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
Met 's Lands zegel gezegeld :
Voor de Minister van Justitie, afwezig :
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 25 februari 2003.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
Met 's Lands zegel gezegeld :
Voor de Minister van Justitie, afwezig :
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE.
Art. 20. La présente loi entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soi revêtue du sceau au de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
Donné à Bruxelles, le 25 février 2003.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre des Finances,
D. REYNDERS
Scellé du sceau de l'Etat :
Pour le Ministre de la Justice, absent :
Le Ministre de l'Intérieur,
A. DUQUESNE.
Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soi revêtue du sceau au de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
Donné à Bruxelles, le 25 février 2003.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre des Finances,
D. REYNDERS
Scellé du sceau de l'Etat :
Pour le Ministre de la Justice, absent :
Le Ministre de l'Intérieur,
A. DUQUESNE.