Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
16 DECEMBER 1996. - Wet houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1997. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 12-03-1997 en tekstbijwerking tot 01-09-2015)
Titre
16 DECEMBRE 1996. - Loi contenant le budget général des dépenses pour l'année budgétaire 1997. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 12-03-1997 et mise à jour au 01-09-2015)
Documentinformatie
Numac: 1997003664
Datum: 1996-12-16
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1997003664
Date: 1996-12-16
Moniteur: Voir
Tekst (213)
Texte (213)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE I. - Dispositions générales.
Artikel 1 -01-1. Deze wet regelt een aangelegenheid in artikel 74, 3°, van de Grondwet.
Article 1 -01-1. La présente loi règle une matière visée à l'article 74, 3°, de la Constitution.
Art. 1 -01-2. De Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1997 wordt goedgekeurd.
  1° wat betreft de kredieten ingeschreven voor de dotaties, overeenkomstig de desbetreffende bij deze wet gevoegde tabel;
  2° wat betreft de kredieten per programma, overeenkomstig de totalen van de programma's zoals vermeld in de bij deze wet gevoegde begrotingen per sectie en per basisallocatie.
  De totalen van de kredieten per sectie van de begroting worden weergegeven in de navolgende synthesetabel.
  (Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 12-03-1997, p. 5362 tot 5364).
Art. 1 -01-2. Le Budget général des dépenses de l'année budgétaire 1997 est approuvé :
  1° en ce qui concerne les crédits prévus pour les dotations, conformément au tableau y afférent annexé à la présente loi;
  2° en ce qui concerne les crédits par programme, conformément aux totaux des programmes figurant dans les budgets par section et par allocation de base, annexées à la présente loi.
  Les totaux des crédits par section du budget sont reproduits dans le tableau de synthèse qui figure ci-après.
  (Tableau non repris pour des raisons techniques, Voir M.B. 12.03.1997, p. 5362 à 5364).
Art. 1 -01-3. § 1. De kredieten voor de programma's die betrekking hebben op de werkingskosten van de administraties - bestaansmiddelenprogramma's genoemd - behelzen :
  1. De bezoldigingen en allerhande toelagen van het actief en ter beschikking gesteld personeel, de bezoldigingen of lonen van het hulppersoneel, de toelagen voor hogere en bijzondere functies, de tussenkomst in de abonnementen op het gemeenschappelijk vervoer, de vergoedingen voor arbeidsongevallen - inbegrepen de uitkering van deze vergoedingen aan leden van de familie van het slachtoffer in geval van overlijden - alsook de verminderde bezoldigingen of lonen van het tijdelijk of hulppersoneel, in dienst door werkongeval getroffen.
  2. Bestendige uitgaven voor aankopen van niet-duurzame goederen en van diensten :
  - Erelonen van advokaten en geneesheren - Gerechtskosten inzake burgerlijke, administratieve en strafzaken - Presentiegelden, reis- en verblijfkosten van niet tot de Rijksdiensten behorende personen Bezoldigingen van niet tot de Administratie behorende deskundigen en prestaties van derden;
  - Verbruiksuitgaven met betrekking tot het bezetten van de lokalen - met inbegrip van de uitgaven voor energieverbruik "stookolie, gas, benzine, elektriciteit, kolen" - en uitgaven voor onderhoud. - Bureaukosten, huur van informatica-uitrustingen, vervoer, belastingen, retributies, publikaties van het departement, beroepsscholing, kleding en andere kleine bestuursuitgaven;
  - Allerhande vergoedingen aan het Rijkspersoneel voor werkelijke lasten en materiële schade, de vervoerkosten betreffende dienstreizen en de verzekeringspremies der afgevaardigden van het departement die zich naar het buitenland begeven.
  3. Uitgaven voor uitzonderlijke aankopen van niet-duurzame goederen en van diensten, waaronder werken en leveringen voor de inrichting van nieuwe lokalen en de verhuiskosten.
  4. Huur van onroerende goederen en daarmee verband houdende belastingen van de verschillende diensten van het departement, betaald zonder de tussenkomst van de Regie der Gebouwen.
  5. Andere uitgaven met betrekking tot de werking van de diensten waarvan de gedetailleerde omschrijving in de bestaansmiddelenprogramma's wordt weergegeven.
  6. Uitgaven voor de aankoop van duurzame roerende goederen: machines, meubilair, materieel en vervoermiddelen te land.
  § 2. In afwijking van het artikel 15 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen de basisallocaties met betrekking tot de bezoldigingen en allerhande toelagen "1103 - Vast en stagedoend statutair personeel" en "11 04 - Ander dan statutair personeel", binnen éénzelfde sectie van de begroting onder en uitsluitend onder elkaar herverdeeld worden. (NOTA : er wordt van onderhavig paragraaf 2 afgeweken door W 1997-07-06/67, art. 2.18.3, Inwerkingtreding : 04-10-1997.)
Art. 1 -01-3. § 1. Les crédits afférents aux programmes se rapportant aux frais de fonctionnement des administrations - appelés programmes de subsistance comportent :
  1. Les rémunérations et allocations généralement quelconques du personnel actif et en disponibilité, les rémunérations ou salaires du personnel auxiliaire, les allocations pour fonctions supérieures et pour fonctions spéciales, l'intervention dans les abonnements au transport en commun, les indemnités pour accidents du travail - en ce compris le paiement de ces indemnités à des membres de la famille de la victime en cas de décès ainsi que les rémunérations ou salaires réduits du personnel temporaire ou auxiliaire, accidenté en service.
  2. Dépenses permanentes pour achats de biens non durables et de services :
  - Honoraires des avocats et des médecins - Frais de justice en matière d'affaires civiles, administratives et pénales - Jetons de présence, frais de route et de séjour des personnes étrangères aux administrations de l'Etat - Rémunérations d'experts étrangers à l'Administration et prestations de tiers;
  - Dépenses de consommation relatives à l'occupation des locaux - y compris les dépenses de consommation énergétique "mazout, gaz, essence, électricité, charbon" - et dépenses d'entretien. - Frais de bureau, location d'équipement informatique, transport, impôts, rétributions, publications du département, formation professionnelle, habillement et autres menues dépenses d'administration;
  - Indemnités généralement quelconques au personnel de l'Etat pour charges réelles et dégâts matériels, frais de transport afférents aux voyages de service et primes d'assurances des délégués du département se rendant à l'étranger.
  3. Dépenses exceptionnelles pour achats de biens non durables et de services, tels que les travaux et fournitures pour l'aménagement de nouveaux locaux et les frais de déménagement.
  4. Loyers des biens immobiliers et les impôts y afférents des divers services du département, payés sans l'intervention de la Régie des Bâtiments.
  5. Autres dépenses relatives au fonctionnement des services dont la description détaillée est fournie dans les programmes de subsistance.
  6. Dépenses pour l'acquisition de biens meubles durables: machines, mobilier, matériel et moyens de transport terrestre.
  § 2. Par dérogation à l'article 15 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, les allocations de base relatives aux rémunérations et allocations généralement quelconques "11 03 - Personnel statutaire définitif et stagiaire" et "11 04 - Personnel autre que statutaire", peuvent être redistribuées uniquement entre elles au sein d'une même section du budget. (NOTE : il est dérogé au présent § 2 par la L 1997-07-06/67, art. 2.18.3, En vigueur : 04-10-1997)
Art. 1 -01-4. In afwijking van artikel 40 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, gebeurt de betaling van de geboortetoelagen en van de vergoedingen voor begrafeniskosten overeenkomstig de regelen bepaald in artikel 41, 1ste lid, van dezelfde wetten.
Art. 1 -01-4. Par dérogation à l'article 40 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, le paiement des allocation de naissance et des indemnités pour frais funéraires, s'effectue conformément aux règles prévues à l'article 41, alinéa 1er, des mêmes lois.
Art. 1 -01-5. Ten behoeve van de bestellingen die worden gedaan door toedoen van het Federaal Aankoopbureau, mogen provisionele stortingen worden uitgevoerd ten bate van de begroting van die instelling door middel van ordonnanties van betaling door overschrijving in de schrifturen van de Thesaurie.
Art. 1 -01-5. Pour les commandes passées par le Bureau fédéral d'achats, des versements provisionnels peuvent être effectués au profit du budget de cet organisme au moyen d'ordonnances de paiement par virement dans les écritures de la Trésorerie.
Art. 1 -01-6. Machtiging wordt verleend provisies toe te staan aan advokaten, experten en gerechtsdeurwaarders die voor rekening van de Staat optreden.
Art. 1 -01-6. Des provisions peuvent être allouées aux avocats, aux experts et aux huissiers de justice agissant pour le compte de l'Etat.
Art. 1 -01-7. In afwijking van de artikelen 5 en 34 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen ten laste van de bij onderhavige wet geopende kredieten schuldvorderingen van vorige jaren worden aangezuiverd met betrekking, tot
  - erelonen van advokaten en geneesheren,
  - gerechtskosten inzake burgerlijke, administratieve en strafzaken,
  - presentiegelden, reis- en verblijfkosten van niet tot de Rijksdiensten behorende personen,
  - bezoldiging van niet tot de Administratie behorende deskundigen en prestaties van derden (met inbegrip van de provisionele voorschotten);
  - allerhande schadevergoedingen aan derden voortvloeiend uit het opnemen door de Staat van zijn verantwoordelijkheid ten overstaan van door zijn organen en door zijn bedienden gepleegde daden,
  - bedragen verschuldigd aan de controleorganen van de Staat bij en voor rekening van instellingen van openbaar nut.
Art. 1 -01-7. Par dérogation aux articles 5 et 34 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, des créances d'années antérieures peuvent être apurées à charge des crédits ouverts par la présente loi et relatives aux :
  - honoraires d'avocats et de médecins;
  - frais de justice en matière d'affaires civiles, administratives et pénales;
  - jetons de présence, frais de route et de séjour des personnes étrangères aux Administrations de l'Etat;
  - rémunération d'experts étrangers à l'Administration et prestations de tiers (y compris les avances provisionnelles);
  - indemnités diverses à des tiers devant découler de l'engagement de la responsabilité de l'Etat à l'égard d'actes commis par ces organes et ses préposés;
  - sommes dues aux organes de contrôle auprès et pour le compte des organismes d'intérêt public.
Art. 1 -01-8. De Schatkist mag voorschotten toekennen wanneer de verrichtingen met betrekking tot een rekening "Bezoldigingen en andere vaste uitgaven voor het gesubsidieerd contractueel personeel" (artikelen 93 tot 101 van de Programmawet van 30 december 1988) van de sectie "Ordeverrichtingen van de Diensten van de Schatkist" een debettoestand veroorzaken.
Art. 1 -01-8. Le Trésor est autorisé à consentir des avances lorsque les opérations relatives à un compte "Rémunérations et autres dépenses fixes pour le personnel contractuel subventionné" (articles 93 à 101 de la Loi-programme du 30 décembre 1988) de la section "Opérations d'ordre de Trésorerie", créent une position débitrice.
Art. 1 -01-9. In afwijking van het artikel 12, par. 1, van de wet van 8 juni 1976 tot oprichting van het Nationaal Geografisch Instituut, wordt de last van de Staatstoelage voor het begrotingsjaar 1997 volledig gedragen door de kredieten van de Sectie 16 - Landsverdediging.
Art. 1 -01-9. Par dérogation à l'article 12, par. 1er, de la loi du 8 juin 1976 portant création de l'Institut Géographique National, la charge du subside de l'Etat pour l'année budgétaire 1997 est supportée intégralement par les crédits de la Section 16 - Ministère de la Défense nationale.
HOOFDSTUK 2. - Bijzondere bepalingen der departementen.
CHAPITRE 2. - Dispositions particulières des départements.
SECTIE 11. - Diensten van de Eerste Minister.
SECTION 11. - Services du Premier Ministre.
A. GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN VOOR SECTOR EERSTE MINISTER EN VOOR FEDERALE DIENSTEN VOOR WETENSCHAPPELIJKE, TECHNISCHE EN CULTURELE AANGELEGENHEDEN.
A. DISPOSITIONS COMMUNES AU SECTEUR PREMIER MINISTRE ET AUX SERVICES FEDERAUX DES AFFAIRES SCIENTIFIQUES, TECHNIQUES ET CULTURELLES.
Art. 2.11.1. In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten verleend worden :
  - tot een maximumbedrag van 15 000 000 F aan de buitengewone rekenplichtige van de Kanselarij van de Eerste Minister;
  - tot een maximumbedrag van 15 000 000 F aan de buitengewone rekenplichtige van de Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden (DWTC) en aan de buitengewone rekenplichtigen van de instellingen die ervan afhangen;
  - tot een maximumbedrag van 1000 000 F aan de andere buitengewone rekenplichtigen van de Diensten van de Eerste Minister.
  Door middel van deze voorschotten mogen de buitengewone rekenplichtigen schuldvorderingen van allerlei aard, met inbegrip van de aankoop van roerende patrimoniumgoederen, betalen die niet hoger zijn dan 100 000 F.
Art. 2.11.1. Par dérogation à l'article 15 de la loi organique de la Cour des comptes du 29 octobre 1846, des avances de fonds peuvent être consenties :
  - pour un montant maximum de 15 000 000 F, au comptable extraordinaire de la Chancellerie du Premier Ministre;
  - pour un montant maximum de 15 000 000 F, au comptable extraordinaire des Services fédéraux des affaires scientifiques, techniques et culturelles (SSTC) et aux comptables extraordinaires des institutions qui en relèvent;
  - pour un montant maximum de 1 000 000 F, aux autres comptables extraordinaires des Services du Premier Ministre.
  Au moyen de ces avances, les comptables extraordinaires peuvent effectuer le paiement de créances de toute nature, y compris l'achat de biens meubles patrimoniaux, ne dépassant pas 100 000 F.
Art. 2.11.2. In afwijking van artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen opeenvolgende geldvoorschotten van ten hoogste 100 000 F toegestaan worden aan de rekenplichtige die belast is met de vereffening van de hulpgelden en toelagen van sociale aard.
Art. 2.11.2. Par dérogation à l'article 15 de la loi organique de la Cour des comptes du 29 octobre 1846, des avances de fonds successives d'un montant ne dépassant pas 100 000 F peuvent être consenties au comptable chargé de la liquidation des secours et allocations à caractère social.
Art. 2.11.3. Binnen de perken van de betrokken basisallocaties, kunnen de volgende toelagen worden toegekend :
Art. 2.11.3. Dans les limites des allocations de base concernées, les subventions suivantes pourront être accordées :
            [PROGRAMMA 40/1 - FEDENET
    Subsidie aan de Belgische Federale Voorlichtingsdienst (FVD) voor de
  verspreiding van gegevens van Fedenet naar alle openbare besturen,
  inclusief de pilootprojecten.]
            <W 1998-01-26/34, art. 3, 005; Inwerkingtreding : 18-02-1998>
            PROGRAMMA 40/2 - BELGA
                [PROGRAMME 40/1 - FEDENET
  Rechtstreekse hulp aan de opiniepers - Belga.
  Subvention au Service fédéral belge d'information (SFI) pour la diffusion
  des données de Fedenet `a tous les services publics, y compris les projets
  pilotes.]
                <L 1998-01-26/34, art. 3, 005; En vigueur : 18-02-1998>
                 PROGRAMME 40/2 - BELGA
            PROGRAMMA 40/3 - SOCIALE TUSSENKOMSTEN
         Aide directe a la presse d'opinion - Belga.
    1. Toelage aan de Belgische Stichting van de Roeping;
          PROGRAMME 40/3 - INTERVENTIONS SOCIALES
    2. Bijdrage van Belgie aan de werkingskosten van een Internationaal
  Centrum voor de Pers te Brussel;
    1. Subvention a la Fondation belge de la vocation;
    3. Toelage aan de Koning Boudewijnstichting tot bevordering van de
  kwaliteit van het leven;
    2. Contribution de la Belgique aux frais de fonctionnement d'un
  Centre international de Presse a Bruxelles;
    4. Dotatie vakbondspremies en vakbondspremies.
    3. Subvention a la Fondation Roi Baudouin en vue de promouvoir la
  qualité de la vie;
            PROGRAMMA 40/4 - VOORLICHTING
    4. Dotation primes syndicales et primes syndicales.
    Toelage aan de Belgische Federale Voorlichtingsdienst - FVD (voor-
  heen INBEL).
           PROGRAMME 40/4 - INFORMATION
            PROGRAMMA 56/1 - CENTRUM VOOR GELIJKHEID VAN KANSEN EN
                        VOOR RACISMEBESTRIJDING
    Toelage aan het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racisme-
  bestrijding;
    Subvention au Service fédéral belge d'Information - SFI (ancienne-
  ment INBEL)
           [PROGRAMMA 57/1 - EUROPEES CENTRUM VOOR VERMISTE KINDEREN
    Toelage aan het Centrum voor vermiste kinderen.]
                    <W 1997-07-06/67, art. 2.11.2, 002; Inwerkingtreding : 04-10-1997>
            PROGRAMMA 60/0 - BESTAANSMIDDELEN
    1 Toelage aan de Nationale Stichting voor de Financiering van het
  Wetenschappelijk Onderzoek.
    2. Toelage aan de sociale dienst van de Federale diensten voor weten-
  schappelijke, technische en culturele aangelegenheden.
            PROGRAMMA 60/1 - O & O OP NATIONAAL VLAK
    1. Financiering van de programma's regeringsinitiatieven voor O & O op
  nationaal vlak.
    2. Financiering van de interuniversitaire attractiepolen.
           PROGRAMME 56/1 - CENTRE POUR L'EGALITE
        DES CHANCES ET POUR LA LUTTE CONTRE LE RACISME
    Subvention au Centre pour l'égalité des chances et pour la lutte
  contre le racisme.
    3. O & O-fases van militaire projecten.
          [PROGRAMME 57/1 - CENTRE EUROPEEN DES ENFANTS DISPARUS
    Subvention au Centre européen des Enfants disparus.]
                  <L 1997-07-06/67, art. 2.11.2, 002; En vigueur : 04-10-1997>
           PROGRAMME 60/0 - SUBSISTANCE
    1. Subvention a la Fondation nationale pour le financement de la
  recherche scientifique.
    2. Subvention au service social des Services fédéraux des affaires
  scientifiques techniques et culturelles.
           PROGRAMME 60/1 - R-D DANS LE CADRE NATIONAL
    1. Financement des programmes d'impulsions gouvernementales de
  R-D dans le cadre national.
    2. Financement des pôles d'attraction interuniversitaires.
    4. Financiering van studies, onderzoek en opdrachten voor derden.
    3. Phases R-D de projets militaires.
    5. Toelage aan de Academia Belgica te Rome.
    4. Financement d'études, de recherches et de missions pour compte
  de tiers.
    6. Toelage aan het patrimonium van de Academie voor Overzeese Weten-
  schappen.
    5. Subvention à l'Academia Belgica à Rome.
    7. Toelage aan de nationale organismen die onder de gezamenlijke aus-
  picien geplaatst zijn van de Koninklijke Academie voor Wetenschappen,
  Letteren en Schone Kunsten van Belgie en de Academie royale des Sciences,
  des Lettres et des Beaux-Arts de Belgique.
    6. Subvention au patrimoine de l'Académie des Sciences d'Outre-
  Mer. 
    8. Financiering van de operationele centra van de DWTC.
    7. Subvention aux organismes nationaux places sous les auspices
  conjointes de Académie des Sciences, des Lettres et des Beaux-Arts de
  Belgique et de la Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren
  en Schone Kunsten van Belgie.
    9. Toelage bestemd voor de aanwerving van extra onderzoekers in de
  universiteiten en de federale wetenschappelijke instellingen in het ka-
  der van de maatregelen voor de ondersteuning van het onderzoekbeleid dat
  deel uitmaakt van het meerjarenplan voor de werkgelegenheid.
    8. Financement des centres opérationnels des SSTC.
    10. Dekken van de O & O uitgaven van de vliegtuigen in het kader van
  Airbus.
    9. Subvention destinée au recrutement de chercheurs supplémentai-
  res au sein des universités et des établissements scientifiques fédéraux
  dans le cadre des mesures de soutien de la politique de recherche
  inscrite dans le plan pluriannuel pour l'emploi.
            PROGRAMMA 60/2 - O & O OP INTERNATIONAAL VLAK
    10. Couverture des dépenses de R-D des avions de la filière Airbus.
    1. Financiering van de programma's regeringsinitiatieven voor O & O op
  internationaal vlak.
           PROGRAMME 60/2 - R-D DANS LE CADRE INTERNATIONAL
    2. Belgische deelname aan de activiteiten van het Europees Ruimtevaart
  Agentschap.
    1. Financement des programmes d'impulsions gouvernementales de
  R-D dans le cadre international.
    3. Belgische deelneming aan de bilaterale of multilaterale ruimte-
  vaartprojecten (buiten ESA): SPOT, MIRAS, SPICAM enz.
    2. Participation belge aux activités de l'Agence spatiale européenne.
    4. Samenwerking met het "Institut de la recherche scientifique et
  technique" te Butare-Rwanda.
    5. Toelagen aan de intergouvernementele organisaties voor onderzoek en
  wetenschappelijke dienstverlening.
    6. Toelagen aan de internationale organisaties, groeperingen en centra
  voor onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening.
    7. Deelname van Belgie aan internationale activiteiten inzake weten-
  schapsbeleid.
    [Toelage aan de "European Organization for Research and Treatment
  of Cancer"]       <W 1997-07-06/67, art. 2.11.1, 002; Inwerkingtreding : 04-10-1997>
            PROGRAMMA 60/3 - FEDERALE WETENSCHAPPELIJKE
        INRICHTINGEN EN DAARMEE GELIJKGESTELDE INSTELLINGEN
    3. Participation belge aux projets spatiaux bilatéraux ou multilaté-
  raux (hors ASE): SPOT, MIRAS, SPICAM etc.
    1. Dotaties aan de federale wetenschappelijke instellingen.
    4. Collaboration avec l'Institut de la recherche scientifique et
  technique à Butare-Rwanda.
    2. Toelage aan de centra bij de federale wetenschappelijke instellin-
  gen. 
    5. Subventions aux organisations intergouvernementales de recher-
  che et de service public scientifique.
    3. Toelage aan het Navorsings- en Studiecentrum voor de Geschiedenis
  van de Tweede Wereldoorlog.
    4. Toelage aan het Nationaal Centrum voor wetenschappelijke en tech-
  nische documentatie.
    6. Subventions aux organisations, groupements et centres internatio-
  naux de recherche et de service public scientifique.
    7. Participation belge aux activités internationales de politique
  scientifique.
    [Subvention a la "European Organization for Research and Treatment of
     Cancer] <L 1997-07-06/67, art. 2.11.1, 002; En vigueur : 04-10-1997>
           PROGRAMME 60/3 - ETABLISSEMENTS SCIENTIFIQUES
                       FEDERAUX ET ASSIMILES
    5. Deelname van de wetenschappelijke instellingen aan internationale
  activiteiten van wetenschapsbeleid.
    1. Dotations aux établissements scientifiques fédéraux
    6. Toelage aan het Centrum voor informatieverwerking op het gebied van
  de tropische landbouw en de ontwikkeling.
    2. Subvention aux centres auprès des établissements scientifiques
  fédéraux
    7. Toelage aan de Dienst voor documentatie in tropische landbouwkunde
  en in plattelandsontwikkeling.
    3. Subvention au Centre de recherches et études historiques de la
  seconde guerre mondiale.
    8. Onderzoek op ministerieel initiatief voor de federale wetenschap-
  pelijke instellingen.
    4. Subvention au Centre national de documentation scientifique et
  technique.
    9. Uitzonderlijke dotatie aan de Musea voor Kunst en Geschiedenis voor
  de verhuis van het Instrumentenmuseum.
    5. Participation des établissements scientifiques aux activités inter-
  nationales de politique scientifique.
    10. Uitzonderlijke dotatie aan de federale wetenschappelijke instel-
  lingen.
    6. Subvention au Centre informatique appelée au développement
  et a l'agriculture tropicale (CIDAT).
            PROGRAMMA 60/4 - ONDERWIJS - VORMING,
                 EDUCATIEVE ACTIVITEITEN
    7. Subvention au Service de documentation en agronomie tropicale et
  en développement rural (SERDAT).
    1. Toelage aan het Europa College (Brugge).
    8. Recherches d'initiative ministérielle pour les établissements scien-
  tifiques fédéraux
    2. Toelage aan de Stichting Biermans-Lapotre (Parijs).
    9. Dotation exceptionnelle aux Musées royaux d'Art et Histoire pour
  le déménagement du Musée instrumental.
    3. Toelage aan het Europees Universitair Instituut (Firenze): bijdragen
  en beurzen Belgische studenten.
    10. Dotation exceptionnelle aux établissements scientifiques fédé-
  raux.
           PROGRAMME 60/4 - ENSEIGNEMENT - FORMATION,
                      ACTIVITES EDUCATIVES
    4. Toelagen aan de Universitaire Stichting.
    1. Subvention au Collège d'Europe (Bruges).
    5. Toelage aan de "Belgian-American Educational Foundation"
    2. Subvention a la Fondation Biermans-Lapotre (Paris).
            PROGRAMMA 61/1 - GEMEENSCHAPPELIJKE CULTURELE ACTIVITEITEN
    3. Subvention a l'Institut universitaire européen (Florence): contri-
  butions et bourses des étudiants belges.
    1. Werkings- en uitrustingsdotatie aan de Nationale Dienst voor
  Congressen.
    2. Toelage aan de Federatie van de Vrienden van de Belgische Musea en
  andere verenigingen voor culturele ondersteuning.
    4. Subventions a la Fondations universitaire.
    3. Toelage aan het Museum van het Kind.
    5. Subvention à la "Belgian-American Educational Foundation".
    4. Toelage aan het Koninklijk Filmarchief.
           PROGRAMME 61/1 - ACTIVITES CULTURELLES COMMUNES
    5. Toelage aan de Filharmonische Vereniging van Brussel.
    1. Dotation de fonctionnement et d'équipement au Service national
  de Congres.
    6. Toelage aan het Belgische Centrum voor Muziekdocumentatie (CEBEDEM).
    2. Subvention a la Fédération des amis des musées de Belgique et aux
  autres associations de soutien culturel.
    7. Toelage aan de concertverenigingen die voldoen aan de criteria
  vastgesteld door het KB van 20 januari 1956 tot regeling van de toela-
  gen aan de concertverenigingen.
    3. Subvention au Musée de l'enfant.
    8. Toelage aan de vzw "Europalia".
    4. Subvention à la Cinémathèque royale.
    9. Toelage aan de vzw "Decentralisatie van de klassieke en hedendaagse
  films".
    10. Toelage aan het Filmmuseum.
    5. Subvention à la Société philharmonique de Bruxelles.
    11. Toelage aan de Muziekkapel "Koningin Elisabeth".
    6. Subvention au Centre belge de documentation musicale (CEBEDEM).
    12. Toelage aan de vereniging voor tentoonstellingen van het Paleis
  voor Schone Kunsten.
    7. Subvention aux associations de concerts répondant aux critères
  fixes par l'arrêté royal du 20 janvier 1956 déterminant les conditions
  d'octroi de subventions aux associations de concerts.
    13. Internationale wedstrijd Koningin Elisabeth-Prijs van de Regering.
    8. Subvention à l'asbl "Europalia".
    14. Archieven voor historische films en actualiteitsbeelden.
    9. Subvention a l'asbl "Décentralisation des films classiques et
  contemporains".
    15. Toelage aan de vzw "Jonge Filharmonie".
    10. Subvention a Musée du Cinéma.
    16. Kosten met betrekking tot de promotie van de muziek.
    11. Subvention a la Chapelle musicale "Reine Elisabeth".
    17. Kosten met betrekking tot de openstelling voor het publiek van het
  Koninklijk Paleis.
    12. Subvention à la société des expositions du Palais des Beaux-Arts.
    18. Financiering van de bibliotheek van het Koninklijk Muziekcon-
  servatorium.
    13. Concours international Reine Elisabeth - Prix du Gouvernement.
            PROGRAMMA 61/2 - BUITENLANDSE BETREKKINGEN
    14. Archives cinématographiques d'histoire et d'actualité.
    1. Toelagen aan internationale instellingen voor de Jeugd.
    15. Subvention a l'asbl "Jeune Philharmonie".
    2. Belgische bijdrage aan de financiering van de "Commission for
  Educational Exchanges USA, Belgium, Luxemburg".
    16. Frais relatifs a la promotion de la musique.
    3. Toelage aan het Secretariaat Internationale Federatie der verenigin-
  gen "Jeugd en Muziek".
    17. Frais relatifs a l'ouverture du Palais royal au public.
    4. Diverse internationale toelagen en bijdragen.
    18. Financement de la bibliothèque du Conservatoire royal de
  Musique.
    5. Belgische bijdrage aan de UNESCO.
           PROGRAMME 61/2 - RELATIONS EXTERIEURES
    1. Subventions aux organismes internationaux de Jeunesse.
    6. Toelage aan het internationaal studiecentrum voor het behoud en de
  restauratie van cultuurgoederen (ICCROM).
    2. Contribution belge au financement de la "Commission for
  Educational Exchanges USA, Belgium, Luxemburg".
    7. Aankoop van publikaties en kunstwerken voor culturele propaganda in
  het buitenland.
    3. Subvention au Secrétariat de la Fédération internationale des
  Jeunesses musicales.
            PROGRAMMA 61/3 - NATIONALE CULTURELE INSTELLINGEN
    4. Subventions et cotisations internationales diverses.
    Toelage aan het Paleis voor Schone Kunsten.
    5. Contribution belge a l'UNESCO.
            PROGRAMMA 61/4 - ONDERWIJS - VORMING
       (buiten Wetenschapsbeleid) EN SCHOOLINVESTERINGEN
    6. Subvention au centre international études pour la conservation et
  la restauration des biens culturels (ICCROM).
    Toelage aan de Internationale school SHAPE.
    7. Achats de publications et d'oeuvres d'art pour la propagande
  culturelle à l'étranger.
-
           PROGRAMME 61/3 - INSTITUTIONS CULTURELLES
                          NATIONALES
-
    Subvention au Palais des Beaux-Arts.
-
           PROGRAMME 61/4 - ENSEIGNEMENT - FORMATION
    (hors Politique scientifique) ET INVESTISSEMENTS SCOLAIRES
-
    Subvention a l'Ecole internationale SHAPE.
B. BEPALINGEN MET BETREKKING TOT DE SECTOR EERSTE MINISTER.
B. DISPOSITIONS RELATIVES AU SECTEUR PREMIER MINISTRE.
Art. 2.11.4. In afwijking van de artikelen 12 en 14 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen alle uitgaven van de Diensten van de Eerste Minister met betrekking tot schadevergoedingen aan derden voortvloeiend uit het opnemen door de Staat van de verantwoordelijkheid, aangerekend worden op de BA 01.34.02 van de organisatieafdeling 40 - Kanselarij van de Eerste Minister.
Art. 2.11.4. Par dérogation aux articles 12 et 14 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, l'ensemble des dépenses des Services du Premier Ministre relatives aux indemnités à des tiers devant découler de l'engagement de la responsabilité de l'Etat, peuvent être imputées sur l'AB 01.34.02 de la division organique 40 - Chancellerie du Premier Ministre.
Art. 2.11.5. De Eerste Minister is gemachtigd om, in het belang van de Schatkist en mits naleving van de wetgeving op de overheidsopdrachten, ruilovereenkomsten af te sluiten teneinde de vernieuwing van de BISTEL-uitrustingen te bevorderen.
Art. 2.11.5. Le Premier Ministre est autorisé à passer, dans l'intérêt du Trésor et à condition que la législation sur les marchés publics soit respectée, des conventions d'échange pour favoriser le renouvellement des équipements BISTEL.
Art. 2.11.6. Aan de Belgische Federale Voorlichtingsdienst (FVD) wordt toegestaan een bedrijfsfonds van maximaal 30 miljoen F aan te houden.
  Dit bedrijfsfonds wordt samengesteld uit :
  a) de subsidie-overschotten en de saldi van de voorschotten van de programma-opdrachten;
  b) de eigen inkomsten.|
Art. 2.11.6. Le Service fédéral belge d'information (SFI) est autorisé à disposer d'un fonds de roulement n'excédant pas 30 millions de FB.
  Ce fonds de roulement est constitué à partir :
  a) des excédents de subsides et des soldes des avances des missions-programmes;
  b) des recettes propres.
C. BEPALINGEN MET BETREKKING TOT DE FEDERALE DIENSTEN VOOR WETENSCHAPPELIJKE, TECHNISCHE EN CULTURELE AANGELEGENHEDEN.
C. DISPOSITIONS RELATIVES AUX SERVICES FEDERAUX DES AFFAIRES SCIENTIFIQUES, TECHNIQUES ET CULTURELLES.
Art. 2.11.7. In afwijking van de artikelen 5 en 34 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen ten laste van de bij deze wet geopende kredieten schuldvorderingen van vorige jaren worden aangezuiverd met betrekking tot :
  - uitgaven van alle aard met betrekking tot het Belgische voorzitterschap van het Eureka-initiatief (programma 60/1);
  - Belgische deelname aan de activiteiten van het Europees Ruimtevaart Agentschap (programma 60/2);
  - Belgische bijdrage in de werkingskosten van de Eureka-secretariaten ("technologie" en audiovisueel) (programma 60/2);
  - uitgaven van alle aard betreffende de lasten van het verleden Onderwijs/Education nationale (programma 61/5).
Art. 2.11.7. Par dérogation aux articles 5 et 34 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, des créances d'années antérieures peuvent être apurées à charge des crédits ouverts par la présente loi relatives aux :
   - dépenses de toute nature relatives à la présidence belge de l'initiative Euréka (programme 60/1);
  - participation belge aux activités de l'Agence spatiale européenne (programme 60/2);
  - participation belge dans les frais de fonctionnement des secrétariats Euréka ("technologie" et audiovisuel) (programme 60/2);
  - dépenses de toute nature relatives aux charges du passé Education nationale/Onderwijs (programme 61/5).
Art. 2.11.8. Bij beslissing(en) van de Ministerraad worden de vastleggingskredieten bestemd voor de volgende uitgaven :
  - regeringsinitiatieven voor O & O op nationaal vlak (programma 60/1);
  - interuniversitaire attractiepolen (programma 60/1);
  - Belgische deelneming aan de bilaterale of multilaterale ruimtevaartprojecten buiten ESA (programma 60/2);
  - onderzoek op ministerieel initiatief voor de federale wetenschappelijke instellingen (programma 60/3).
Art. 2.11.8. Les crédits d'engagement pour les dépensés suivantes sont affectés par décision(s) du Conseil des Ministres :
  - impulsions gouvernementales de R-D dans le cadre national (programme 60/1);
  - pôles d'attraction interuniversitaires (programme 60/1);
  - participation belge aux projets spatiaux bilatéraux ou multilatéraux hors ASE (programme 60/2);
  - recherches d'initiative ministérielle pour les établissements scientifiques fédéraux (programme 60/3).
Art. 2.11.9. De Minister van Wetenschapsbeleid is gemachtigd om, conform de door België aangegane verbintenissen, ter aanvulling van de Belgische bijdrage aan de begroting van het EUREKA Secretariaat "Technologie", ten laste van zijn begroting de huur en de kosten ten laste van de huurder (met inbegrip van de elektriciteits- en verwarmingsuitgaven) te dragen van het EUREKA Secretariaat "Technologie" en de helft van de huur van het EUREKA Secretariaat AUDIOVISUEEL, alsook om aan de genoemde secretariaten het bedrag terug te betalen van de door hen betaalde belasting over de toegevoegde waarde voor elke uitgave die zij gedaan hebben en van de roerende voorheffing op de interesten die zij ontvangen hebben.
Art. 2.11.9. En complément à la contribution belge au budget du Secrétariat EUREKA "Technologie", le Ministre de la Politique scientifique est autorisé, conformément aux engagements souscrits par la Belgique, à supporter, à charge de son budget, les frais de loyer et les charges locatives (y compris les dépenses d'électricité et de chauffage) du Secrétariat EUREKA "Technologie" et la moitié des frais de loyer du Secrétariat EUREKA AUDIOVISUEL, ainsi qu'à rembourser aux dits Secrétariats le montant de la taxe sur la valeur ajoutée payée par eux pour toute dépense qu'ils ont encourue et du précompte mobilier sur les intérêts qu'ils ont perçus.
Art. 2.11.10. De Minister van Wetenschapsbeleid is, overeenkomstig de eenparige verbintenissen van de lidstaten van het Europees Ruimtevaartagentschap, gemachtigd af te zien van het invorderen van de nationale rechten en belastingen die toepasselijk zijn op de prijs van werken en leveringen uitgevoerd in België voor die organisatie en waarvan de betaling in nationale munt of in Europese rekeneenheid (RE) ten laste van zijn begroting werd voorgeschoten; hij is eveneens gemachtigd aan die organisatie, ter aanvulling van de Belgische bijdrage, het bedrag terug te betalen van de nationale rechten en belastingen die voornoemd Agentschap eventueel voor dergelijke werken of leveringen heeft betaald in nationale munt of in Europese rekeneenheid (RE).
Art. 2.11.10. Le Ministre de la Politique scientifique est autorisé à renoncer, conformément aux engagements unanimes des pays membres de l'Agence spatiale européenne, à la récupération des droits et taxes nationaux frappant le prix des travaux et fournitures effectués en Belgique pour cette organisation et dont le paiement en monnaie nationale ou en Unité de compte européenne (UC) a été avancé à charge de son budget, et à rembourser à cette organisation en complément à la contribution belge, le montant des droits et taxes nationaux éventuels payé en monnaie nationale ou en unité de compte européenne (UC- par la susdite Agence pour pareils travaux ou fournitures.
Art. 2.11.11. De Minister van Wetenschapsbeleid bepaalt de schulden die de vzw's "Action Culturelle", "Association des Arts et de la Culture", "Jeugd en Muziek Brussel" en "Filharmonische Vereniging van Brussel" hebben aan de vzw "Paleis voor Schone Kunsten" en kan de instelling van Openbaar nut "Paleis voor Schone Kunsten" machtigen om, geheel of gedeeltelijk, af te zien van het innen van deze schulden.
Art. 2.11.11. Le Ministre de la Politique scientifique détermine les dettes dues par les asbl "Action Culturelle", "Association des Arts et de la Culture", "Jeugd en Muziek Brussel" et "Société Philharmonique de Bruxelles" à l'asbl "Palais des Beaux-Arts" et peut autoriser l'Etablissement d'intérêt public "Palais des Beaux-Arts" à renoncer, en tout ou en partie, au recouvrement de ces dettes.
Art. 2.11.12. In afwijking van de artikelen 15 en 22 van de gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit en van artikel 1-03-3, § 2, van deze wet, mogen de kredieten van de basisallocaties 60.11.11.16, 60.11.11.17, 60.21.11.18 en 61.11.41.15 door middel van herverdelingen van basisallocaties, overgedragen worden naar basisallocatie 60.01.11.03 voor de bedragen die overeenstemmen met de bezoldigingen van de contractuele betrekkingen die worden omgezet in statutaire betrekkingen.
Art. 2.11.12. Par dérogation aux articles 15 et 22 des lois coordonnées sur la comptabilité de l'Etat et à l'article 1-01-3, § 2, de la présente loi, les crédits des allocations de base 60.11.11.16, 60.11.11.17, 60.21.11.18 et 61.11.41.15 peuvent être, au moyen de redistributions d'allocations de base, transférés vers l'allocation de base 60.01.11.03 à concurrence des montants correspondants aux rémunérations des postes de travail contractuels transformés en emplois statutaires.
Art. 2.11.13. In afwijking van artikel 1-01-3, § 2, van deze wet, mogen de kredieten van de basisallocaties 11.60.36.41.06 en 11.60.36.41.08, door middel van herverdelingen van basisallocaties, overgedragen worden naar de basisallocaties 11.60.31.11.03 en 11.60.33.11.04 ten belope van de bedragen die overeenstemmen met de bezoldigingen van contractuele posten die in statutaire posten worden omgezet.
Art. 2.11.13. Par dérogation à l'article 1-01-3, § 2, de la présente loi, les crédits des allocations de base 11.60.36.41.06 et 11.60.36.41.08 peuvent être, au moyen de redistributions d'allocation de base, transférés vers les allocations de base 11.60.31.11.03, 11.60.31.11.04, 11.60.32.11.03, 11.60.32.11.04, 11.60.33.11.03 et 11.60.33.11.04 à concurrence des montants correspondant aux rémunérations des postes de travail contractuels transformés en emplois statutaires.
Art. 2.11.14. De kredieten van programma 5 van afdeling 61 (Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden - Deel Onderwijs en Cultuur) mogen aangewend worden voor de betaling van het ereloon van de advocaten die de Staat vertegenwoordigen in de geschillen in verband met de "lasten van het verleden" van de voormalige ministeries van Onderwijs/Education nationale.
Art. 2.11.14. Les crédits du programme 5 de la division 61 (Services fédéraux des affaires scientifiques, techniques et culturelles - Partie Education et Culture) peuvent être utilisés pour payer les honoraires d'avocats représentant l'Etat dans les litiges liés aux "charges du passé" des exministères de l'Education nationale/Onderwijs.
Art. 2.11.15. In afwijking van artikelen 15 en 22 van de gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit mogen de kredieten van de basisallocaties 60.11.11.16, 60.11.11.17 en 60.21.11.18 door middel van herverdelingen van basisallocaties onderling overgeschreven worden;
Art. 2.11.15. Par dérogation aux articles 15 et 22 des lois coordonnées sur la comptabilité de l'Etat, les crédits des allocations de base 60.11.11.16, 60.11.11.17 et 60.21.11.18 peuvent être, au moyen de redistributions d'allocations de base, transférés entre eux.
SECTIE 12. - Ministerie van Justitie.
SECTION 12. - Ministère de la Justice.
Art. 2.12.1. In afwijking van artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof mogen :
  a) geldoverschotten tot een maximumbedrag van 30 000 000 frank verleend worden aan de buitengewone rekenplichtigen van het Departement. Door middel van deze voorschotten mogen de buitengewone rekenplichtigen van het Departement alle dienstkosten tot 250 000 frank betalen, alsmede, ongeacht hun bedrag, de verbruikskosten van water, gas, elektriciteit, telefoon, stookolie en brandstof voor autovoertuigen, alsook de vergoedingen van alle aard welke op de begroting toegekend worden en de kosten voortvloeiend uit de burgerlijke aansprakelijkheid van de Staat;
  b) geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 35 000 000 frank verleend worden aan de buitengewone rekenplichtigen van de Algemene boekhouding belast met de betaling van forfaitaire vergoedingen aan de leden van de Gerechtelijke Politie en van de Veiligheid van de Staat.
  Aan de buitengewone rekenplichtigen van het Departement belast met de betaling van voorschotten op zendingskosten in het buitenland wordt machtiging gegeven om aan de ambtenaren op zending naar het buitenland de nodige voorschotten te verlenen.
  De buitengewone rekenplichtigen kunnen eveneens voorschotten toekennen aan de verbindingsofficieren van de gerechtelijke politie met standplaats in het buitenland om hen in de gelegenheid te stellen de uitgaven die ze verrichten, te betalen overeenkomstig de regels die in de landen in kwestie van kracht zijn, ongeacht het bedrag ervan.
Art. 2.12.1. Par dérogation à l'article 15 de la loi du 29 octobre 1846, relative à l'organisation de la Cour des comptes :
  a) des avances de fonds d'un montant maximum de 30 000 000 de francs peuvent être consenties aux comptables extraordinaires du Département. Au moyen de ces avances, les comptables extraordinaires du Département sont autorisés à payer tous les frais de service n'excédant pas 250 000 francs, ainsi que, quels qu'en soient les montants, les frais de consommation d'eau, gaz, électricité, téléphone, mazout et carburant pour voitures automobiles de même que les indemnités de toute nature allouées sur le budget et les frais encourus lorsque la responsabilité civile de l'Etat est engagée;
  b) des avances de fonds d'un montant maximum de 35 000 000 de francs peuvent être consenties aux comptables extraordinaires de la Comptabilité générale chargés du paiements des indemnités forfaitaires aux membres de la Police judiciaire et de la Sûreté de l'Etat.
  Les comptables extraordinaires du Département chargés du paiement des avances sur frais de mission à l'étranger sont autorisés à consentir aux fonctionnaires envoyés en mission à l'étranger les avances nécessaires.
  Les comptables extraordinaires peuvent également consentir des avances aux officiers de liaison de la police judiciaire en poste à l'étranger pour leur permettre de payer les dépenses qu'ils effectuent, conformément aux règles en vigueur dans les pays concernés, quels qu'en soient leurs montants.
Art. 2.12.2. Er kunnen geldvoorschotten verleend worden aan :
  a) de rekenplichtigen van de gevangenissen te Vorst, Sint-Gillis, Lantin en Mons, en van de rekenplichtige van de centrale apotheek van de gevangenis te Vorst, welke geldvoorschotten 20 000 000 frank niet mogen overschrijden;
  b) de rekenplichtige van het Hoofdbestuur belast met de betaling der kleine uitgaven van de Rechterlijke Macht, welke geldvoorschotten 30 000 000 frank niet mogen overschrijden.
Art. 2.12.2. Des avances de fonds peuvent être consenties :
  a) aux comptables des prisons à Forest, Saint-Gilles, Lantin et Mons, et du comptable de la pharmacie centrale de la prison de Forest, des avances de fonds n'excédant pas 20 000 000 de francs;
  b) au comptable de l'Administration centrale chargé du paiement des menues dépenses de l'Ordre judiciaire, des avances de fonds n'excédant pas 30 000 000 de francs.
Art. 2.12.3. Er kunnen kredietopeningen verleend worden aan :
  a) de Dienst Gerechtskosten in Strafzaken voor de betaling van de staten van honoraria van gerechtelijke deskundigen en gerechtsdeurwaarders en alle andere gerechtskosten;
  b) het Bestuur der Strafinrichtingen, voor de betaling van de dringende uitgaven betreffende de voeding en het onderhoud van de gedetineerden en geïnterneerden.
Art. 2.12.3. Des ouvertures de crédits peuvent être consenties :
  a) au Service des Frais de Justice en matière pénale destinés au paiement des états d'honoraires des experts judiciaires et des huissiers de justice ainsi que tous les autres frais de justice;
  b) à l'Administration des Etablissements pénitentiaires destinés au paiement des dépenses urgentes relatives à la nourriture et à l'entretien des détenus et internés.
Art. 2.12.4. In afwijking van artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, zullen geldvoorschotten kunnen toegestaan worden binnen de bij artikel 2.12.1 van deze wet vastgestelde perken, met het oog op de uitbetaling van hulpgelden en toelagen met sociaal karakter, alsmede van toelagen ten gunste van de cultuur- en sportkringen opgericht onder het personeel van het Ministerie van Justitie.
Art. 2.12.4. Par dérogation à l'article 15 de la loi du 29 octobre 1846, relative à l'organisation de la Cour des comptes, des avances de fonds pourront être consenties, dans les limites fixées par l'article 2.12.1 de la présente loi, en vue du paiement des secours et allocations à caractère social, ainsi que des allocations en faveur des cercles culturels et sportifs créés parmi le personnel du Ministère de la Justice.
Art. 2.12.5. In afwijking van artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, kunnen geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 8 000 000 frank toegestaan worden aan de rekenplichtigen van de brigades van de Gerechtelijke Politie belast met het betalen van kleine uitgaven.
Art. 2.12.5. Par dérogation à l'article 15 de la loi du 29 octobre 1846, relative à l'organisation de la Cour des comptes, des avances de fonds d'un montant maximum de 8 000 000 de francs peuvent être consenties aux comptables des brigades de la Police judiciaire chargés du paiement des menues dépenses.
Art. 2.12.6. Uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren mogen aangerekend worden op de kredieten van het lopend jaar in de hiernavolgende gevallen :
  1) Gerechtskosten in criminele, correctionele en politiezaken (de kosten voor vervoer van de naar de grens gebrachte vreemdelingen worden met de gerechtskosten gelijkgesteld en volgens dezelfde tarieven vereffend). Kosten van betekening van de uitzettingsbesluiten. Vergoedingen in de bij artikel 447 van het Wetboek van strafvordering en in de wet op de voorlopige hechtenis voorziene gevallen. Vergoeding van schade bij een gerechtelijk optreden geleden. Kosten voortvloeiend uit de toepassing van de wet betreffende de gerechtelijke bijstand en de toelating om kosteloos te procederen (wet van 10 oktober 1967) (progr. 56/0);
  2) Vergoedingen uit te keren aan de provincies en gemeenten (art. 77 tot 81 van de wet van 14 februari 1961) (progr. 56/0);
  3) Aandeel van België in de werkingskosten van Europol en van het "Schengen Information System" (progr. 58/2).
Art. 2.12.6. Des dépenses relatives à des créances d'années antérieures peuvent être imputées sur les crédits de l'année courante dans les cas suivants :
  1) Frais de justice en matière criminelle, correctionnelle et de police (les frais de transport des étrangers conduits à la frontière sont assimilés aux frais de justice et liquidés d'après les mêmes tarifs). Frais de signification des arrêtés d'expulsion. Indemnités dans les cas prévus par l'article 447 du Code d'instruction criminelle et par la loi sur la détention préventive. Réparation des dommages subis à l'occasion d'une action judiciaire et la procédure gratuite (loi du 10 octobre 1967) (progr. 56/0);
  2) Indemnités à accorder aux provinces et communes (art. 77 à 81 de la loi du 14 février 1961) (progr. 56/0);
  3) Quote-part de la Belgique dans les frais de fonctionnement d'Europol et du "Schengen Information System" (progr. 58/2).
Art. 2.12.7. Binnen de perken van de betrokken basisallocaties kunnen de volgende toelagen worden toegekend :
Art. 2.12.7. Dans les limites des allocations de base concernées, les subventions suivantes pourront être accordées :
            PROGRAMMA 40/3 - STUDIES EN DOCUMENTATIE
           PROGRAMME 40/3 - ETUDES ET DOCUMENTATION
    1) Toelage aan de "Revue du droit penal";
    1) Subside a la Revue du droit pénal;
    2) Toelagen aan publikaties en aan wetenschappelijke instellingen.
    2) Subventions a des publications et a des institutions scientifiques.
            PROGRAMMA 40/4 - INTERNATIONALE SAMENWERKING
           PROGRAMME 40/4 - COLLABORATION INTERNATIONALE
    Deelneming van Belgie in de werkingskosten van internationale instel-
  lingen.
    Intervention de la Belgique dans les frais de fonctionnement
  d'organismes internationaux.
            PROGRAMMA 51/0 - BESTAANSMIDDELEN
           PROGRAMME 51/0 - SUBSISTANCE
    1) [Toelagen aan organismen in het kader van de nationale projecten ter
  omkadering van alternatieve maatregelen.]
                   <W 1997-07-06/67, art. 2.12.1, 002; Inwerkingtreding : 04-10-1997>
    2) Toelagen aan organismen belast met de therapeutische begeleiding van
  de daders van sexuele misdrijven.
    1) [Subsides a des organismes d'accueil et de guidance dans le cadre des
  projets nationaux pour l'encadrement des mesures alternatives.]
               <L 1997-07-06/67, art. 2.12.1, 002; En vigueur : 04-10-1997>
    2) Subsides a des organismes charges de l'accompagnement théra-
  peutique des auteurs d'agressions sexuelles.
            PROGRAMMA 56/0 - BESTAANSMIDDELEN
           PROGRAMME 56/0 - SUBSISTANCE
    Toelagen voor het gebruik door de gerechtelijke diensten van de bib-
  liotheken van de balies in sommige gerechtsgebouwen.
    Subsides pour l'utilisation par les services judiciaires des bibliothè-
  ques des barreaux dans certains palais de justice.
            PROGRAMMA 58/1 - STUDIES EN DOCUMENTATIE
           PROGRAMME 58/1 - ETUDES ET DOCUMENTATION
    Toelage aan het Centrum voor politiestudies.
    Subvention au Centre études de police.
            PROGRAMMA 58/2 - INTERNATIONALE SAMENWERKING
           PROGRAMME 58/2 - COLLABORATION INTERNATIONALE
    Aandeel van Belgie in de werkingskosten van de Internationale Organisatie
  voor de Criminele Politie te Lyon, de Europese politiedienst te Den Haag en
  het "Schengen Information System" te Straatsburg.
    Quote-part de la Belgique dans les frais de fonctionnement de
  l'Organisation internationale de Police criminelle a Lyon, le service de
  police européen à La Haye et le "Schengen Information System" a
  Strasbourg.
            PROGRAMMA 59/0 - BESTAANSMIDDELEN
           PROGRAMME 59/0 - SUBSISTANCE
    Toelage voor de erkenning van de islamitische eredienst (wet van 19 juli
  1974).
    Subvention pour la reconnaissance du culte islamique (loi du
  19 juillet 1974).
Art. 2.12.8. In afwijking van artikel 45, § 2, van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, en van artikel 28 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere maatregelen, worden de ontvangsten van het "Speciaal fonds bestemd ter vergoeding van de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden" (programma 40/0) van bestemming veranderd ten belope van een bedrag van 5 000 000 frank dat gevoegd wordt bij de algemene middelen van de Schatkist.
Art. 2.12.8. Par dérogation à l'article 45, § 2, des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991 et à l'article 28 de la loi du 1er août 1985 portant des mesures fiscales et autres, les recettes du "Fonds spécial destiné à l'indemnisation des victimes d'actes intentionnels de violence" (programme 40/0) sont désaffectées à concurrence d'un montant de 5 000 000 de francs qui s'ajoute aux ressources générales du Trésor.
SECTIE 13. - Ministerie van Binnenlandse Zaken.
SECTION 13. - Ministère de l'Intérieur.
Art. 2.13.1. In afwijking van artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 15 000 000 frank verleend worden aan de buitengewone rekenplichtigen van de diensten en instellingen wier uitgaven in de onderhavige sectie zijn ingeschreven.
  Door middel van deze voorschotten mogen de buitengewone rekenplichtigen alle dienstkosten alsmede de vergoedingen en toelagen van alle aard welke bij aanrekening op de begroting zullen worden verleend evenals de verbruikskosten van water, gas, elektriciteit, telefoon, stookolie en brandstof voor autovoertuigen tot en met 250 000 frank betalen.
  Mogen, ongeacht het bedrag, met deze voorschotten worden bestreden :
  1) de uitgaven van sociale aard;
  2) de uitgaven in verband met de opleiding en het aanwenden van het voltijds en niet-voltijds personeel van de Civiele Bescherming;
  3) de kosten voor zendingen in het buitenland en voor frankering van de briefwisseling, alsmede de voorschotten op deze kosten, aan de buitengewone rekenplichtigen belast met betalingen van zendingskosten in het buitenland wordt toelating gegeven voorschotten te verlenen aan de met een zending in het buitenland belaste ambtenaren;
  4) alle werkingskosten alsmede de vergoedingen en toelagen van alle aard van de Provinciale Gouvernementen, met uitzondering van de uitgaven voor aankoop van duurzame roerende goederen, binnen de perken van de basisallocaties van het programma 58/0;
  5) alle uitgaven van het programma 55/0 voor de kosten van repatriëring en verwijdering van ongewenst geachte personen.
Art. 2.13.1. Par dérogation à l'article 15 de la loi du 29 octobre 1846 relative à l'organisation de la Cour des comptes, des avances de fonds d'un montant maximum de 15 000 000 de francs peuvent être consenties aux comptables extraordinaires des services et institutions dont les dépenses sont inscrites dans la présente section.
  Au moyen de ces avances, les comptables extraordinaires sont autorisés à payer tous les frais de service, les indemnités et allocations de toute nature alloués sur le budget ainsi que les frais de consommation d'eau, gaz, électricité, téléphone, mazout et carburant pour voitures automobiles n'excédant pas 250 000 francs.
  Peuvent être payés au moyen de ces avances, quels qu'en soient les montants :
  1) les dépenses à caractère social;
  2) les dépenses relatives à la formation et à l'occupation de personnel à temps plein et à temps réduit de la Protection civile;
  3) les frais pour missions à l'étranger et pour l'affranchissement de la correspondance, ainsi que les avances y relatives; les comptables extraordinaires chargés du paiement de frais de mission à l'étranger sont autorisés à consentir des avances aux fonctionnaires envoyés en mission à l'étranger;
  4) toutes les dépenses de fonctionnement ainsi que les indemnités et les allocations de toute nature de gouvernements provinciaux dans les limites des allocations de base du programme 58/0, à l'exception des dépenses pour l'acquisition de biens meubles durables;
  5) toutes les dépenses du programme 55/0 pour les frais de rapatriement et d'éloignement de personnes jugées indésirables.
Art. 2.13.2. Uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren mogen worden aangerekend op de kredieten van het lopend jaar in de hiernavolgende gevallen :
  1) Verkiezingsuitgaven;
  2) Militaire begraafplaatsen;
  3) Allerhande uitgaven in verband met het ten laste nemen door het Ministerie van Binnenlandse Zaken van de gewetensbezwaarden;
  4) Uitgaven betreffende de terugbetaling aan de gemeenten van de wedden van het personeel van hulpcentra "100".
Art. 2.13.2. Les dépenses relatives à des créances d'années antérieures peuvent être imputées sur les crédits de l'année courante dans les cas suivants :
  1) Dépenses électorales;
  2) Sépultures militaires;
  3) Dépenses généralement quelconques résultant de la prise en charge par le Ministère de l'Intérieur des objecteurs de conscience;
  4) Dépenses relatives au remboursement aux communes des traitements du personnel des centres de secours "100".
Art. 2.13.3. Binnen de perken van de betrokken basisallocaties kunnen de volgende toelagen worden toegekend :
Art. 2.13.3. Dans les limites des allocations de base concernées, les subventions suivantes pourront être accordées :
            PROGRAMMA 40/1 - PROTOCOL
           PROGRAMME 40/1 - PROTOCOLE
    1° Toelagen aan hen die daden van moed hebben verricht en daarbij het
  slachtoffer van hun offervaardigheid zijn geworden of aan rechthebbenden
  van helden die door hun moedige daad het leven verloren hebben of aan de
  klaarblijkelijke gevolgen ervan bezweken zijn - ook voor vergoedingen
  voor begrafeniskosten;
    1° Allocations en faveur d'auteurs d'actes de courage, victimes de
  leur dévouement ou des ayants droit des héros qui ont perdu la vie en
  accomplissant pareils actes ou des suites évidentes de ces actes, ainsi
  que pour des indemnités pour frais funéraires;
    2° Vriendenkring van de overlevenden van Breendonk;
    2° Amicale des rescapes de Breendonk;
    3° Comite van de Vlam;
    3° Comite de la Flamme;
    4° Comite van het monument van Koning Albert aan de IJzer;
    4° Comite du monument du Roi Albert a l'Yser;
    5° Toelage aan de Vereniging tot Bevordering van Brussel als tussen-
  komst in de kosten voor inrichting van feestelijkheden in de Warande ter
  gelegenheid van het jaarlijks Nationaal Feest.
    5° Subside au Syndicat d'Initiative et de Promotion de Bruxelles,
  comme intervention dans les frais des festivités organisées chaque
  année dans le Parc de Bruxelles a l'occasion de la Fête nationale.
            PROGRAMMA 51/7 - MILITAIRE BEGRAAFPLAATSEN
           PROGRAMME 51/7 - CIMETIERES MILITAIRES
    Toelage aan de organisatie belast met de restauratie van het museum van
  het kamp AUSCHWITZBIRKENAU te OSWIECIM.
    Subvention a l'organisation chargée de la restauration du musée du
  camp AUSCHWITZ-BIRKENAU a OSWIECIM.
            [Programma 51/9 - Bevolking en verkiezingen
    Tussenkomst in de werkingskosten van het Coordinatiebureau voor de
  verkiezingen in Bosnie-Herzegovina.]
                          
           [PROGRAMME 51/9 - Population et élections
     Intervention dans les frais de fonctionnement du Bureau de Coordination pou
  r les élections en Bosnie-Herzegovine.]
                  <L 1997-07-06/67, art. 2.13.1, 002; En vigueur : 04-10-1997>
           PROGRAMME 54/1 - INSPECTION GENERALE
             DES OPERATIONS ET DE LA FORMATION
    Subvention au Conseil de formation pour les services d'incendie.
            PROGRAMMA 54/1 - ALGEMENE INSPECTIE
              VAN DE OPERATIES EN DE OPLEIDING
    Toelage aan een opleidingsraad voor de brandweerdiensten.
            PROGRAMMA 54/2 - ALGEMENE INSPECTIE VAN DE UITRUSTING
    1 Toelage aan agglomeraties, aan intercommunales en aan de gemeenten
  voor het aankopen van bijzonder materieel voor de brandweerdiensten;
    2 Toelagen aan de gemeenten voor de behoeften van de brandweerdien-
  sten met het oog op de informatisering van de statistieken;
    3 Bijdrage ten voordele van de brandweerdiensten in de kosten van
  informatiecampagnes voor brandvoorkoming, als steun aan lokale ini-
  tiatieven;
    4° Bijdrage in de recyclagecursussen voor de officieren van de brand-
  weerdiensten.
           PROGRAMME 54/2 - INSPECTION GENERALE
                     DE L'EQUIPEMENT
    1 Subvention aux communes, agglomérations et intercommunales
  pour l'achat de matériel spécial pour les services d'incendie;
    2 Subsides aux communes pour le besoin des services d'incendie en
  vue de l'informatisation des statistiques;
    3 Intervention au profit des services d'incendie dans les frais de
  campagnes d'information de prévention d'incendie, soutien des initia-
  tives locales;
    4° Intervention dans les cours de recyclage spécialisés pour les
  officiers de services d'incendie.
            PROGRAMMA 54/3 - DIRECTIE VAN DE STUDIES EN DOCUMENTATIE
           PROGRAMME 54/3 - DIRECTION DES ETUDES
                 ET DE LA DOCUMENTATION
    1° Bijdrage in de kosten van laboratoria belast met onderzoekingen
  betreffende brandvoorkoming;
    1° Intervention dans les frais de laboratoires effectuant des recher-
  ches relatives a la prévention en matière d'incendie;
    2° Bijdrage in de realisatie van het "Euroclassessysteem" voor reactie
  bij brand.
    2° Contribution à la réalisation d'un "système Euroclasses" en
  matière de réaction au feu.
            PROGRAMMA 54/6 - DIRECTIE VAN DE LOGISTIEK
           PROGRAMME 54/6 - DIRECTION DE LA LOGISTIQUE
    1° Koninklijke vereniging der brandweerkorpsen van Belgie en Nationaal
  Fonds voor hulpverlening aan brandweerlieden;
    1° Fédération royale des corps de sapeurs-pompiers de Belgique et
  Caisse nationale d'entraide des sapeurs-pompiers;
    2° Opleidingscentra voor brandweerlieden.
    2° Centres de formation de sapeurs-pompiers.
            PROGRAMMA 56/1 - ALGEMENE ADMINISTRATIEVE POLITIE
                 OPLEIDING, PREVENTIE EN UITRUSTING
           PROGRAMME 56/1 - POLICE ADMINISTRATIVE GENERALE
                FORMATION, PREVENTION ET EQUIPEMENT
    1° Tussenkomst van de Staat in de uitgaven voor initiatieven voor de
  bevordering van de contacten van de politiediensten met de bevolking,
  voor de bevordering van aanwervingen bij de gemeentepolitie en voor de
  tussenkomsten bij samenwerkingsakkoorden in uitvoering van artikel 222
  van de nieuwe gemeentewet;
    1° Intervention de l'Etat dans les dépenses pour les initiatives
  destinées a promouvoir les contacts des services de police avec le
  public, les recrutements pour la police communale ainsi que les
  interventions pour les accords de coopération en exécution de l'article
  222 de la nouvelle loi communale;
    2° Toelage aan de gemeenten voor de verwerving van materieel en uitrus-
  ting voor de gemeentepolitie;
    2° Subvention aux communes pour l'acquisition de matériel et
  d'équipements pour la police;
    3° Verwezenlijking van uitgaven op het vlak van politie en criminali-
  teitspreventie, onder andere voor de verwezenlijking of verwerving van
  infrastructuren, uitrusting, materieel of software voor collectief ge-
  bruik en voor de financiering van campagnes en studieopdrachten,!
    3° Réalisation de dépenses, dans le domaine de la police et de la
  prévention de la criminalité, entre autres pour la réalisation ou
  l'acquisition d'infrastructures, équipements, de matériel et de logi-
  ciels a usage commun et pour le financement des campagnes et des frais
  études;
    4° Betoelaging enerzijds van erkende scholen en trainings- en oplei-
  dingscentra, anderzijds van universitaire instellingen, voor bijscho-
  lings- en specialiteitscycli die er ten behoeve van politieofficieren
  worden ingericht;
    4° Subvention a accorder, d'une part, aux écoles et centres d'entrai-
  nement et de formation agrées, et, d'autre part, aux organismes
  universitaires, pour des cycles de recyclage et de spécialisation qui y
  sont organises en faveur des officiers de police;
    5 Toelage aan de VZW "POLITEIA" voor het uitgeven en bevorderen van
  publikaties betreffende de uitoefening van de politiefunctie evenals voor
  het ontwerpen en bevorderen van de didactische methodes betreffende de
  uitoefening van de politiefunctie;
    6 Betoelaging van Belgische universiteiten of andere instellingen, be-
  trokken bij de studie of beheersing van de criminaliteit, van publieke of
  private initiatieven inzake criminaliteitspreventie, inzonderheid voet-
  balvandalisme, geintegreerde initiatieven van lokale criminaliteit en
  onderzoek naar het voorkomen van bepaalde criminele fenomenen;
    7 Toelage aan de "Koninklijke Federatie van commissarissen en
  adjunct-commissarissen van politie van Belgie VZW" voor de onkosten
  gemaakt naar aanleiding van haar aansluiting bij de "Federation inter-
  nationale des fonctionnaires superieurs de police";
    8 Toelage aan de commissie "Public Relations" van de gemeentepolitie,
  teneinde de betrekkingen tussen de gemeentepolitie en de gemeenschap te
  bevorderen en als tussenkomst van de Staat in de door de commissie ge-
  maakte kosten naar aanleiding van manifestaties met nationaal karakter;
    9  Toelagen bestemd voor initiatieven ter bevordering van de rekrute-
  ring van leden voor de gemeentepolitie";
    10 Tussenkomst van de Staat in de uitgaven bestemd ter bevordering van
  de coordinatie tussen de politieeenheden en de autoriteiten verantwoor-
  delijk voor de politiek en het beheer terzake;
    11 Een toelage aan de "VZW Transporti Interculturali" als tussenkomst
  in de organisatiekosten van het opstellen van cursussen teneinde de aan-
  dacht voor het omgaan met migranten te integreren in de navorming van het
  politiepersoneel;
    12 Een toelage aan de "VZW Centrum voor Politiestudies" als tussen-
  komst in de werkings- en administratiekosten;
    13 Tussenkomst voor de algemene ondersteuning van gemeenten waar, door
  tussenkomst van de gemeentepolitie een volwaardige politiezorg wordt ge-
  waarborgd.
             [Programma 58/0 - Bestaansmiddelen
    1  Toelage aan de provincie Vlaams Brabant voor de bouw van de
  Provincieraadzaal en voor de lokalen voorbehouden aan de commissarissen van
   Regering en aan de federale ambtenaren.
    2  Toelage aan de provincie Vlaams Brabant voor de tussenkomst
  in de huur- en verhuiskosten van de Provincieraadzaal.]
                          
    5° Subvention a l'ASBL - "POLITEIA" pour l'édition et la promotion
  de publications relatives a l'exercice de la fonction policière,
  ainsi que pour le développement et la promotion des méthodes
  didactiques en matière d'exercice de la fonction policière;
-
    6° Subvention a accorder aux universités belges ou autres organismes,
  concernes par l'étude ou le contrôle de la criminalité, des initiatives
  publiques ou privées en matière de prévention, de la criminalité,
  notamment du hooliganisme, des initiatives intégrées de criminalité
  locale et par l'enquête concernant la présence de certains phénomènes
  criminels;
-
    7° Subvention a la "Fédération royale des commissaires et commis-
  saires adjoints de police de Belgique ASBL "pour les frais résultant
  de son adhésion a la "Fédération internationale des fonctionnaires
  supérieures de police";
-
    8° Subvention a la commission "Public relations" de la police
  communale, en vue d'améliorer les relations entre la police communale
  et le public, et a titre d'intervention de l'Etat dans les frais exposes
  par la commission suite à des manifestations à caractère national;
-
    9° Subventions destinées aux initiatives de promotion de recrutement
  des membres de la police communale;
-
    10° Intervention de l'Etat dans les dépenses consenties pour la
  promotion de la coordination entre les forces de police et les autorités
  responsables de la politique et de la gestion en la matière;
-
    11° Une allocation destinée a l'"ASBL Transporti Interculturali"
  comme intervention dans les frais d'organisation relatifs à la rédaction
  de cours ayant pour but d'intégrer dans la formation continue du
  personnel de police, une formation sur les relations avec les immigres;
-
    12° Une allocation destinée a l'"ASBL Centre études pour la
  police" comme intervention dans les frais de fonctionnement et
  d'administration;
-
    13 Intervention pour le soutien général aux communes ou, a
  l'intervention de la police communale, est assure un service de police
  complet.
-
        [Programme 58/0 - Subsistance
    1  Subvention a la province du Brabant flamand pour la construction de la
  salle du Conseil provincial et des installations réservées aux
  commissaires du Gouvernement et aux agents fédéraux
    2  Subvention a la province du Brabant flamand a titre d'intervention dans l
  es frais de loyers ou d'aménagement du Conseil provincial.]
                <L 1997-07-06/67, art. 2.13.1, 002; En vigueur : 04-10-1997>
Art. 2.13.4. De Schatkist wordt ertoe gemachtigd voorschotten toe te kennen wanneer de verrichtingen met betrekking tot de rekening 87.09.35.65 - Bezoldigingen en andere vaste uitgaven voor de gewestelijke gemeenteontvangers - en met betrekking tot de rekening 86.11.00.27 - Werkingsuitgaven van de gewestelijke gemeenteontvangerijen - van de sectie "Thesaurieverrichtingen voor orde" een debetstand veroorzaken.
Art. 2.13.4. Le Trésor est autorisé à consentir des avances lorsque les opérations relatives au compte 87.09.35.65 - Rémunérations et autres dépenses fixes pour les Receveurs régionaux - et relatives au compte 86.11.00.27 - Dépenses de fonctionnement des recettes communales régionales - de la section "Opérations d'ordre de la Trésorerie" créent une position débitrice.
SECTIE 14. - Ministerie van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel.
SECTION 14. - Ministère des Affaires étrangères et du Commerce extérieur.
Art. 2.14.1. In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof mogen achtereenvolgende geldvoorschotten worden toegestaan van hoogstens 400000 frank die later zullen worden verantwoord aan de rekenplichtige van de sociale dienst, die belast is met de vereffening van de hulpgelden en uitgaven van sociale aard.
  Hetzelfde geldt voor de toelagen ten bate van de culturele en sportkringen, onder het personeel van het Departement van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel opgericht.
Art. 2.14.1. Par dérogation à l'article 15 de la loi du 29 octobre 1846, relative à l'organisation de la Cour des Comptes, des avances de fonds successives d'un montant ne dépassant pas 400 000 francs, dont il sera justifié ultérieurement, peuvent être consenties au comptable chargé de la liquidation des secours et de dépenses à caractère social.
  Il en est de même pour les allocations en faveur des cercles culturels et sportifs créés parmi le personnel du Département des Affaires étrangères et du Commerce extérieur.
Art. 2.14.2. In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 7 000 000 frank verleend worden aan de buitengewone rekenplichtigen van het Departement.
  De buitengewone rekenplichtigen van het Departement worden gemachtigd om door middel van deze voorschotten schuldvorderingen te betalen welke 100 000 frank niet te boven gaan.
Art. 2.14.2. Par dérogation à l'article 15 de la loi du 29 octobre 1846 relative à l'organisation de la Cour des Comptes, des avances de fonds d'un montant maximum de 7 000 000 de francs peuvent être consenties aux comptables extraordinaires du Département.
  Au moyen de ces avances, les comptables extraordinaires du Département sont autorisés à payer des créances ne dépassant pas 100 000 francs.
Art. 2.14.3. In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 6 000 000 frank verleend worden aan de buitengewone rekenplichtigen van het Departement belast met de uitbetaling der uitgaven met betrekking tot de bijstand inzake bijzondere opleiding van onderhorigen van Zaïre, van Rwanda en van Burundi.
  De buitengewone rekenplichtigen van het Departement worden gemachtigd om door middel van deze voorschotten schuldvorderingen te betalen welke 100 000 frank niet te boven gaan.
Art. 2.14.3. Par dérogation à l'article 15 de la loi du 29 octobre 1846 relative à l'organisation de la Cour des Comptes, des avances de fonds d'un montant maximum de 6 000 000 de francs peuvent être consenties aux comptables extraordinaires du Département chargés de la liquidation des dépenses relatives à la coopération en matière de formation spéciale de ressortissants du Zaïre, du Rwanda et du Burundi.
  Au moyen de ces avances, les comptables extraordinaires du Département sont autorisés à payer des créances ne dépassant pas 100 000 francs.
Art. 2.14.4. Binnen de perken van de betrokken basisallocaties kunnen de volgende toelagen worden toegekend :
Art. 2.14.4. Dans les limites des allocations de base concernées, les subventions suivantes pourront être accordées :
            PROGRAMMA 41/6 - STUDIES EN DOCUMENTATIE
           PROGRAMME 41/6 - ETUDES ET DOCUMENTATION
    1) Bijdrage van Belgie in de installatie- en werkingskosten van een
  Internationaal Centrum voor de Pers te Brussel;
    1) Contribution de la Belgique dans les frais d'installation et de
  fonctionnement d'un Centre international de Presse a Bruxelles;
    2) Toelage aan de Belgische Federale Voorlichtingsdienst (FVD).
    2) Subside au Service Fédéral belge d'Information (SFI).
            PROGRAMMA 41/7 - INTERNATIONALE SAMENWERKING
           PROGRAMME 41/7 - COLLABORATION INTERNATIONALE
    1) Toelagen aan internationale organismen of verenigingen;
    1) Subsides a des organismes ou associations internationales;
    2) Toelage aan het Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkin-
  gen; 
    2) Subside a l'Institut Royal des Relations internationales;
    3) Deelneming in de kostprijs van de inhuring door de Staat van on-
  roerende goederen bestemd om ter beschikking van de internationale in-
  stellingen te worden gesteld, en in alle andere daarmede verband houden-
  de kosten zijnde de door die internationale instellingen niet gedekte
  overblijvende lasten.
    3) Participation dans le coût de la location par l'Etat de biens
  immobiliers destines a être mis a la disposition des institutions
  internationales et dans tous les autres frais subsidiaires représentant
  les charges résiduelle non couvertes par ces institutions internatio-
  nales.
            PROGRAMMA 51/1 - BUITENLANDSE HANDEL
           PROGRAMME 51/1 - COMMERCE EXTERIEUR
    1) Bijdragen van Belgie aan in het land gevestigde internationale or-
  ganismen;
    1) Contributions de la Belgique a des organismes internationaux
  établis dans le pays;
    2) Bijdragen van Belgie aan buiten het land gevestigde internationale
  organismen;
    2) Contributions de la Belgique a des organismes internationaux
  établis en dehors du pays;
    3) Toelagen ter bevordering van de export;
    3) Subsides en vue d'assurer la promotion des exportations;
    4) Toelagen betreffende de economische expansie en de regionale re-
  conversie.
    4) Subventions relatives à l'expansion économique et à la reconver-
  sion régionale.
            PROGRAMMA 52/1 - INTERNATIONALE INSTELLINGEN
           PROGRAMME 52/1 - ORGANISMES INTERNATIONAUX
    Bijdragen van Belgie aan buiten het land gevestigde internationale
  organismen.
    Contributions de la Belgique a des organismes internationaux établis
  en dehors du pays.
            PROGRAMMA 52/2 - HUMANITAIRE HULP
           PROGRAMME 52/2 - AIDE HUMANITAIRE
    1) Toelagen aan Belgische liefdadigheidsinstellingen en aan verenigin-
  gen van weldadigheid of van sociale bijstand in het buitenland opgericht;
    2) Toelagen bestemd voor instellingen die de bescherming der vluchte-
  lingen tot doel hebben.
    1) Subsides à des établissements hospitaliers et aux sociétés de
  bienfaisance ou d'aide sociale belges fondes en pays étrangers;
    2) Subventions destines aux institutions ayant pour objet la
  protection des réfugiés.
           PROGRAMME 53/1 - POLITIQUE ETRANGERE
    1) Contributions de la Belgique à des organismes internationaux
  établis dans le pays;
    2) Contributions de la Belgique à des organismes internationaux
  établis en dehors du pays.
    [Dans la limite de l'allocation de base concernée, un subside peut
    être accorde à l' "Asia-Europe Foundation"]
                          <L 1997-07-06/67, art. 2.14.1, 002; En vigueur : 04-10-1997>
           PROGRAMME 53/2 - POLITIQUE SCIENTIFIQUE
    1) Contributions de la Belgique à des organismes internationaux
  établis dans le pays;
    2) Contributions de la Belgique à des organismes internationaux
  établis en dehors du pays.
            PROGRAMMA 53/1 - BUITENLANDS BELEID
    1) Bijdragen van Belgie aan in het land gevestigde internationale
  organismen;
    2) Bijdragen van Belgie aan buiten het land gevestigde internationale
  organismen.
    [Binnen de perken van de betrokken basisallocatie kan een toelage
  worden toegekend aan de "Asia-Europe Foundation".]
                       <W 1997-07-06/67, art. 2.14.1, 002; Inwerkingtreding : 04-10-1997>
           PROGRAMME 53/4 - AIDE HUMANITAIRE
            PROGRAMMA 53/2 - WETENSCHAPSBELEID
    1) Bijdragen van Belgie aan in het land gevestigde internationale
  organismen;
    2) Bijdragen van Belgie aan buiten het land gevestigde internationale
  organismen.
    1) Subside au Comite international de la Croix Rouge;
            PROGRAMMA 53/4 - HUMANITAIRE HULP
    2) Participation a l'action des Nations Unies en faveur des réfugiés
  arabes de Palestine.
    1) Toelage aan het Internationaal Comite van het Rode Kruis,
    [Dans la limite de l'allocation de base concernée, des dépenses de
     toute nature peuvent être faites, moyennant accord préalable du
     Conseil des Ministres, a titre d'intervention de la Belgique dans les
     actions de diplomatie préventive, de maintien de la paix et de
     promotion de la démocratie s'inscrivant dans le cadre de la politique
     internationale.] <L 1997-07-06/67, art. 2.14.2, 002; En vigueur : 04-10-1997>
    2) Aandeel in de werking van de Verenigde Naties ten voordele van de
  Arabische vluchtelingen uit Palestina.
-
    [Binnen de perken van de betrokken basisallocatie kunnen, mits
  voorafgaand akkoord van de Ministerraad, uitgaven van allerlei aard
  gedaan worden als bijdragen van Belgi{e in initiatieven van preventieve
  diplomatie, vredeshandhaving en aanmoeding van de democratie, die
  zich laten inschrijven in het kader van de internationale politiek.]
                     <W 1997-07-06/67, art. 2.14.2, 002; Inwerkingtreding : 04-10-1997>
-
Art. 2.14.5. De verplaatsingskosten van de agenten van de carrières van Buitenlandse Dienst en van de Kanselarij worden, voor elk geval, bij ministerieel besluit vastgesteld.
Art. 2.14.5. Les frais de déplacements des agents des carrières du Service extérieur et de Chancellerie sont déterminés, dans chaque cas, par un arrêté ministériel.
Art. 2.14.6. De eventuele tegemoetkomingen van België ten voordele van vreemde bevolkingen, slachtoffers van ernstige natuurrampen die een internationale humanitaire actie rechtvaardigen en de eventuele tegemoetkomingen van België ten voordele van vreemde bevolkingen, slachtoffers van ernstige conflictsituaties die een internationale solidariteitsactie rechtvaardigen moeten vooraf door de Ministerraad worden goedgekeurd.
Art. 2.14.6. Les interventions éventuelles de la Belgique en faveur de populations étrangères victimes de catastrophes naturelles graves justifiant une action humanitaire internationale ainsi que les interventions éventuelles de la Belgique en faveur de populations étrangères victimes de situations conflictuelles graves justifiant une action de solidarité internationale doivent être préalablement approuvées par le Conseil des Ministres.
Art. 2.14.7. De kredieten opgenomen in het programma 41/0 (BA 41.03.03.50) zijn bestemd om bestendige werkingsfondsen samen te stellen ten einde aan de ambtenaren van het departement voorschotten toe te kennen op kosten voor zendingen naar het buitenland en op kosten voor overplaatsingen en verloven van het overgeplaatste personeel. De uitgaven vereffend op die voorschotten worden zonder uitstel geregulariseerd op de daartoe bestemde begrotingskredieten.
  De kredieten opgenomen in het programma 42/0 (BA 42.04.03.50) zijn bestemd voor de samenstelling van bestendige werkingsfondsen die de betaling verzekeren van uitgaven in verband met de gewone werkingskosten van de Belgische diplomatieke en consulaire posten. De uitgaven vereffend op die voorschotten worden zonder uitstel geregulariseerd op de daartoe bestemde begrotingskredieten. De Schatkist wordt eveneens gemachtigd die buitenlandse werkingsfondsen voor hetzelfde doel en mits naleving van dezelfde budgettaire regularisatieprocedure weer samen te stellen.
Art. 2.14.7. Les crédits inscrits au programme 41/0 (AB 41.03.03.50) sont destinés à constituer des fonds de roulement permanents afin d'accorder aux fonctionnaires du département des avances sur leurs frais de missions à l'étranger et sur les frais liés aux mutations et congés du personnel déplacé. Les dépenses liquidées sur ces avances sont régularisées sans retard par imputation sur les crédits budgétaires prévus à cet effet.
  Les crédits inscrits au programme 42/0 (AB 42.04.03.50) sont destinés à la constitution de fonds de roulement permanents qui assurent le paiement de dépenses relatives aux frais de fonctionnement courants des postes diplomatiques et consulaires belges. Les dépenses faites sur ces avances sont régularisées sans retard par imputation sur les crédits budgétaires prévues à cet effet. Dans le même but et moyennant l'application de la même procédure de régularisation budgétaire, le Trésor est également autorisé à reconstituer ces fonds de roulement à l'étranger.
Art. 2.14.8. Achterstallige schuldvorderingen die betrekking hebben op de werkingskosten van de diplomatieke en consulaire posten en van de vaste vertegenwoordigingen bij de internationale organismen mogen geïmputeerd worden op basisallocatie 42.04.12.33 van het programma 42/0. Dit geldt evenwel niet voor uitgaven betreffende personeelsbezoldigingen, huur van onroerende goederen en aankoop van duurzame roerende goederen.
Art. 2.14.8. Des créances arriérées relatives aux frais de fonctionnement des postes diplomatiques et consulaires et des représentations permanentes auprès d'organismes internationaux, à l'exception des dépenses de rémunérations du personnel, de loyers des biens immeubles et d'acquisitions de biens meubles durables, peuvent être imputées sur l'allocation de base 42.04.12.33 du programme 42/0.
SECTIE 15. - Ontwikkelingssamenwerking.
SECTION 15. - Coopération au Développement.
Art. 2.15.1. In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, kunnen geldvoorschotten, tot een maximumbedrag van 100 000 000 frank elk, toegestaan worden aan de buitengewone rekenplichtige van het Departement, belast met de betaling van studie- en stagebeurzen.
  De buitengewone rekenplichtige van het Departement wordt gemachtigd om door middel van deze geldvoorschotten schuldvorderingen te betalen, welke 100 000 frank niet te boven gaan.
Art. 2.15.1. Par dérogation à l'article 15 de la loi organique de la Cour des comptes du 29 octobre 1846, des avances de fonds d'un montant maximum de 100 000 000 de francs chacune peuvent être consenties au comptable extraordinaire du Département chargé du paiement des bourses d'études et de stages.
  Au moyen de ces avances, le comptable extraordinaire du Département est autorisé à payer des créances ne dépassant pas 100 000 francs.
Art. 2.15.2. De uitgaven vereffend ten laste van het bestendig werkingsfonds, bevoorraad in 1996 door basisallocatie 54.09.03.50, worden zonder uitstel geregulariseerd door aanrekening op de begrotingskredieten van de volgende basisallocaties: 54.01.35.50, 54.02.12.01, 54.02.12.27, 54.02.35.50, 54.11.35.10, 54.11.35.11, 54.14.54.40, 54.14.54.41 en 54.50.35.50.
Art. 2.15.2. Les dépenses liquidées à charge du fonds de roulement permanent, approvisionné en 1996 par l'allocation de base 54.09.03.50, sont régularisées sans retard par imputation sur les crédits budgétaires des allocations de base suivantes: 54.01.35.50, 54.02.12.01, 54.02.12.27, 54.02.35.50, 54.11.35.10, 54.11.35.11, 54.14.54.40, 54.14.54.41 et 54.50.35.50.
Art. 2.15.3. Uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren mogen aangerekend worden op de kredieten van het lopend jaar in de hiernavolgende gevallen :
  1) Terugbetaling van kosten voor geneeskundige zorgen verleend in Europa aan de Belgische en Luxemburgse missionarissen van Afrika (progr. 54/6);
  2) Uitgaven met betrekking tot de opleiding in België van stagiairs van ontwikkelingslanden en uitgaven met betrekking tot de maatschappelijke en culturele hulp (progr. 54/1, 54/3, 54/6);
  3) Logistieke steun ten voordele van het personeel van de technische bijstand (progr. 54/0, 54/1 en 54/4);
  4) Uitgaven verricht in het buitenland door de rekenplichtigen van de Ontwikkelingssamenwerking en te regulariseren a posteriori.
Art. 2.15.3. Des dépenses relatives à des créances pour années antérieures peuvent être imputées sur les crédits de l'année courante, dans les cas suivants :
  1) Remboursements des frais de soins médicaux dispensés en Europe aux missionnaires belges et luxembourgeois d'Afrique (progr. 54/6);
  2) Dépenses relatives à la formation en Belgique de stagiaires de pays en voie de développement, et dépenses relatives à l'aide à caractère social et culturel (progr. 54/1, 54/3, 54/6);
  3) Appui logistique en faveur du personnel de la coopération technique (progr. 54/0, 54/1 et 54/4);
  4) Dépenses effectuées à l'étranger par les comptables de la Coopération au Développement et à régulariser a posteriori.
Art. 2.15.4. In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 10 000 000 frank elk, per geopende postchequerekening, verleend worden aan de buitengewone rekenplichtigen van de Ontwikkelingssamenwerking.
  Deze buitengewone rekenplichtigen worden gemachtigd door middel van deze voorschotten schuldvorderingen te betalen welke 100 000 frank niet te boven gaan.
Art. 2.15.4. Par dérogation à l'article 15 de la loi organique de la Cour des comptes du 29 octobre 1846, des avances de fonds d'un montant maximum de 10 000 000 de francs chacune, par compte ouvert au Postchèque, peuvent être consenties aux comptables extraordinaires de la Coopération au Développement.
  Au moyen de ces avances, ces comptables extraordinaires sont autorisés à payer des créances ne dépassant pas 100 000 francs.
Art. 2.15.5. Binnen de perken van de betrokken basisallocaties, kunnen de volgende toelagen of uitkeringen worden toegekend :
Art. 2.15.5. Dans les limites des allocations de base concernées, des subventions ou allocations pourront être accordées pour couvrir les dépenses suivantes :
            PROGRAMMA 54/0 - BESTAANSMIDDELEN PROGRAMMA
           PROGRAMME 54/0 - PROGRAMME DE SUBSISTANCE
    Uitgaven van allerlei aard betreffende de informatie.
    Dépenses de toute nature relatives a l'information.
            PROGRAMMA 54/1 - BILATERALE SAMENWERKING (FOS)
           PROGRAMME 54/1 - COOPERATION BILATERALE (FCD)
    1) Uitgaven van allerlei aard verbonden aan het programma van stage-
  beurzen in Belgie en in het buitenland;
    1) Dépenses de toute nature liées au programme de bourses de stage
  en Belgique et a l'étranger;
    2) Verlichting van de schulden van de ontwikkelingslanden (via de NDD);
    2) Allégement de la dette des pays en voie de développement (via
  l'OND);
    3) Uitgaven van allerlei aard inzake conflictpreventie;
    3) Dépenses de toute nature concernant la prévention de conflits;
    4) Toelagen aan de niet-gouvernementele organisaties en aan de federa-
  ties voor de financiering van programma's, van educatieve activiteiten,
  van projecten, van NGO-cooperanten, van beurzen en van kosten met betrek-
  king tot het beheer en de evaluatie van deze activiteiten;
    4) Subventions aux organisations non gouvernementales et aux
  fédérations pour le financement des programmes, des activités
  éducatives, des projets, des coopérants ONG, des bourses et des frais
  afférents a la gestion et a l'évaluation de ces activités;
    5) Toelagen aan niet-erkende niet-gouvernementele organisaties en aan
  personen die via het transport van sommige goederen acties voeren ten
  gunste van ontwikkelingslanden;
    5) Subventions aux organisations non gouvernementales, non agrées
  et aux personnes qui par le transport de certains biens, mènent des
  actions en faveur des pays en voie de développement;
    6) Financiering van groepsstages georganiseerd op initiatief van pri-
  vaatrechtelijke organisaties;
    6) Financement de stages groupes a l'initiative d'organismes de droit
  privé;
    7) Toelagen aan de Vlaamse Vereniging voor Ontwikkelingssamenwerking en
  Technische Bijstand (WOB) en aan de "Association pour la Promotion de
  l'Education et de la Formation a l'etranger (APEFE)";
    7) Subsidies au "Vlaamse Vereniging voor Ontwikkelingssamenwer-
  king en Technische Bijstand (WOB)" et a l'Association pour la
  Promotion de l'Education et de la Formation a étranger (APEFE);
    8) Financiele bijdragen aan kleinschalige interventies;
    8) Contributions financières pour des interventions de petite taille;
    9) Toelagen aan personen en aan niet-gouvernementele organisaties inza-
  ke de tewerkstelling van jonge werkzoekenden in erkende ontwikkelings-
  projecten;
    9) Subsides aux personnes et aux organisations non-gouvernementales
  en matière de mise au travail de jeunes demandeurs d'emploi dans des
  projets de coopération agrées;
    10) Uitgaven van allerlei aard inzake de samenwerking met lokale niet-
  gouvernementele organisaties en met andere operatoren inzake ontwikke-
  lingssamenwerking;
    10) Dépenses de toute nature concernant la coopération avec des
  organisations non-gouvernementales locales et avec d'autres opérateurs
  en matière de coopération au développement;
    11) Financiele bijdragen aan de urgentie- en rehabilitatiehulp en aan
  de voedselhulp;
    11) Contributions financières pour l'aide d'urgence et de réhabilita-
  tion et pour l'aide alimentaire;
    12) Toelagen aan de inrichtende verenigingen van de Belgische scholen.
    12) Subventions aux associations organisatrices des écoles belges.
            PROGRAMMA 54/2 - WETENSCHAPSBELEID
                 INTERNATIONAAL VLAK
           PROGRAMME 54/2 - POLITIQUE SCIENTIFIQUE
                  CADRE INTERNATIONAL
    1) Bijdragen aan de programma's van internationale instellingen,
    1) Contributions aux programmes des organisations internationales;
    2) Deelneming aan onderzoeksprogramma's inzake landbouw, op touw gezet
  door internationale en regionale organisaties ten voordele van de ontwik-
  kelingslanden;
    2) Participation aux programmes de recherche en matière d'agronomie,
  mis en oeuvre par les organisations internationales et régionales en
  faveur des pays en voie de développement;
    3) Toelagen bestemd voor het financieren van studiewerk, onderzoek en
  wetenschappelijke publicaties in verband met de ontwikkelingsproblema-
  tiek.
    3) Subventions destinées au financement activités études, de
  recherche et de publications scientifiques en rapport avec la probléma-
  tique du développement
            PROGRAMMA 54/3 - SAMENWERKING VIA INTERNATIONALE INSTELLINGEN
                 PROGRAMME 54/3 - COOPERATION
             VIA DES INSTITUTIONS INTERNATIONALES
    1) Uitgaven van allerlei aard met betrekking tot de multilaterale
  stage- en studiebeurzen;
    1) Dépenses de toute nature en rapport avec les bourses de stage et
  études multilatérales;
    2) Geldelijke bijdragen aan internationale instellingen en fondsen;
    2) Contributions financières aux institutions et fonds internationaux;
    3) Geldelijke bijdragen aan ontwikkelingsbanken en garantiefondsen;
    3) Contributions financières a des banques de développement et aux
  fonds de garantie;
    4) Uitgaven van allerlei aard inzake conflictpreventie via internatio-
  nale instellingen;
    4) Dépenses de toute nature concernant la prévention de conflits via
  des institutions internationales;
    5) Bijdrage van Belgie aan de Internationale Ontwikkelingsassociatie.
    5) Contributions de la Belgique a l'Association Internationale pour le
  Développement.
            PROGRAMMA 54/4 - WETENSCHAPSBELEID - ONDERWIJS
                VORMING - EDUCATIEVE ACTIVITEITEN
           PROGRAMME 54/4 - POLITIQUE SCIENTIFIQUE
       ENSEIGNEMENT - FORMATION - ACTIVITES EDUCATIVES
    1) Uitgaven van allerlei aard verbonden aan het programma van studie-
  beurzen in Belgie en in het buitenland ten gunste van onderhorigen van
  ontwikkelingslanden;
    1) Dépenses de toute nature liées au programme de bourses études
  en Belgique et a étranger en faveur de ressortissants de pays en voie
  de développement;
    2) Toelagen aan wetenschappelijke instellingen in Belgie voor de ver-
  wezenlijking van projecten en onderzoeks- en vormingsprogramma's inzake
  ontwikkelingssamenwerking;
    2) Subventions a des institutions scientifiques en Belgique pour la
  réalisation de projets et de programmes de recherche et de formation
  dans le domaine de la coopération au développement;
    3) Toelagen aan de Vlaamse Interuniversitaire Raad, de Conseil Inter-
  universitaire francophone en de universitaire instellingen voor de finan-
  ciering van beleidsvoorbereidend onderzoek, secretariaatskosten, wer-
  kingskosten voor studenten uit de ontwikkelingslanden, initiatieven inza-
  ke vormingsprogramma's, internationale congressen, studiereizen van stu-
  denten, institutionele samenwerking en projecten in de ontwikkelingslan-
  den. 
    3) Subsides au Vlaamse Interuniversitaire Raad, au Conseil Interuni-
  versitaire francophone et aux Institutions universitaires pour le finan-
  cement de la recherche en appui à la préparation de la politique, des
  frais de secrétariat, des frais de fonctionnement pour les étudiants des
  pays en voie de développement, des initiatives en matière de program-
  mes de formation, de congres internationaux, de voyages études
  étudiants, de coopération institutionnelle et de projets dans les pays
  en voie de développement
            PROGRAMMA 54/5 - OVERLEVINGSFONDS
                  DERDE WERELD
           PROGRAMME 54/5 - FONDS DE SURVIE POUR LE TIERS MONDE
    Allerhande toelagen in het raam van het Overlevingsfonds.
    Subventions diverses dans le cadre du Fonds de Survie.
            PROGRAMMA 54/6 - ONDERSTEUNENDE ACTIES
           PROGRAMME 54/6 - ACTIONS DE SUPPORT
    1) Financiering van de vorming van kandidaten en medewerkers aan
  samenwerkingsacties.
    1) Financement de la formation des candidats et participants a des
  actions de coopération
    2) Toelagen aan fysische of rechtspersonen, voor informatieve en
  educatieve activiteiten inzake ontwikkelingssamenwerking.
    2) Subventions à des personnes physiques ou juridiques, pour des
  activités informatives et éducatives concernant la coopération au
  développement
    3) Uitgaven met betrekking tot de maatschappelijke en culturele hulp
  aan bursalen in Belgie.
    3) Dépenses relatives à l'aide sociale et culturelle aux boursiers en
  Belgique.
    4) Toelagen voor organisatie van en deelname aan vergaderingen inzake
  ontwikkelingssamenwerking.
    4) Subventions pour l'organisation et la participation a des réunions
  concernant la coopération au développement
    5) Toelagen in het kader van de follow-up van de bursalen.
    5) Subventions dans le cadre du follow-up des boursiers.
Art. 2.15.6. Voor het jaar 1997 beschikt het Overlevingsfonds Derde Wereld (BA 54.50.35.50) over een vastleggingsmachtiging van 650 000 000 frank.
  Elke verbintenis aan te gaan krachtens dit artikel wordt onderworpen aan het visum van de controleur der vastleggingen en aan het Rekenhof.
  Vóór de tiende van iedere maand legt de controleur van de vastleggingen aan het Rekenhof een in drievoud opgemaakte lijst met de verantwoordingsstukken voor, die eensdeels het bedrag vermeldt van de vastleggingen die tijdens de afgelopen maand geviseerd werden, en anderdeels het bedrag aangeeft van de vastleggingen die geviseerd werden sinds het begin van het jaar.
Art. 2. 15.6. Pour l'année 1997, le Fonds de Survie pour le Tiers-Monde (AB 54.50.35.50) dispose d'une autorisation d'engagement de 650 000 000 de francs.
  Tout engagement à prendre, en vertu de cet article, est soumis au visa du contrôleur des engagements et à la Cour des Comptes.
  Avant le dix de chaque mois, le contrôleur des engagements transmet à la Cour des Comptes, avec les documents justificatifs un relevé établi en trois exemplaires et mentionnant, d'une part le montant des engagements visés au cours du mois écoulé et, d'autre part, le montant des engagements visés depuis le début de l'année.
Art. 2.15.7. Een deel van het krediet ingeschreven onder het programma 54/1 - Bilaterale Samenwerking (Fonds voor Ontwikkelingssamenwerking) - van de sectie 15 Ontwikkelingssamenwerking, mag worden getransfereerd naar de passende basisallocatie van de sectie 14 - Ministerie van Buitenlandse Zaken, door middel van een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken en van de Staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking.
Art. 2.15.7. Une partie du crédit inscrit dans le programme 54/1 - Coopération bilatérale (Fonds de la Coopération au Développement) - de la section 15 Coopération au développement, peut être transférée à l'allocation de base appropriée de la section 14 - Ministère des Affaires étrangères, par voie d'arrêté royal, délibéré en Conseil des Ministres, sur proposition du Ministre des Affaires étrangères et du Secrétaire d'Etat à la Coopération au Développement.
Art. 2.15.8. Het krediet voorzien op de basisallocatie 54.32.84.01 zal worden overgeschreven door de Staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking of door zijn gedelegeerde ordonnateur op een thesaurierekening waarover de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde ordonnateur beschikt.
Art. 2.15.8. Le crédit prévu à charge de l'allocation de base 54.32.84.01 sera viré par le Secrétaire d'Etat à la Coopération au Développement ou par son ordonnateur délégué sur un compte de trésorerie géré par le Ministre des Finances ou par son ordonnateur délégué.
SECTIE 16. - Ministerie van Landsverdediging.
SECTION 16. - Ministère de la Défense nationale.
Art. 2.16.1. In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 750 000 frank aan de buitengewone rekenplichtigen verleend worden met het oog op de uitbetaling van uitgaven die 100 000 frank niet overschrijden.
Art. 2.16.1. Par dérogation à l'article 15 de la loi du 29 octobre 1846 relative à l'organisation de la Cour des Comptes, des avances de fonds d'un montant maximum de 750 000 francs peuvent être consenties aux comptables extraordinaires, à l'effet de payer des dépenses n'excédant pas 100 000 francs.
Art. 2.16.2. In afwijking van artikel 41 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen de vaste uitgaven met betrekking tot het burgerpersoneel van het Ministerie van Landsverdediging het voorwerp zijn van ordonnantiën van kredietopening.
  Mogen eveneens het voorwerp zijn van ordonnantiën van kredietopening zoals de vaste uitgaven: de vergoedingen voor begrafeniskosten, het kraamgeld alsmede de uitgaven voortvloeiend uit operaties en luchtreizen in het buitenland, lange zeereizen of uit de onmiddellijk te treffen maatregelen bij grond-, lucht- en zeeongeval, welk ook het bedrag van deze uitgaven weze.
Art. 2.16.2. Les opérations de recettes et de dépenses pour ordre effectuées dans le cadre de traités ou accords internationaux et nationaux seront réalisées au moyen du compte 82.04.01.68.B de la section "Opérations d'ordre de la Trésorerie".
  Ce compte peut présenter un solde débiteur pendant une période de maximum six mois. La Législation des marchés au nom de l'Etat ainsi que le système de délégation correspondant sont d'application aux opérations de dépenses.
  Ces dernières sont soumises, préalablement à tout engagement juridique, à l'avis de l'Inspecteur des Finances conformément aux dispositions des articles 14 et 15 de l'arrêté royal du 16 novembre 1994 relatif au contrôle administratif et budgétaire ainsi qu'au visa de la Cour des Comptes au sens de l'article 14 de la loi du 29 octobre 1846 relative à l'organisation de la Cour des Comptes.
Art. 2.16.3. Uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren mogen worden aangerekend op de kredieten van het lopend jaar in de hiernavolgende gevallen: de bestellingen van leveringen en prestaties gedaan bij buitenlandse regeringen of bij produktieorganen en logistieke instellingen van de NAVO, alsmede de uitbetaling van de vergoedingen voor arbeidsongevallen en van de vergoedingen aan het Rijkspersoneel voor materiële schade.
Art. 2.16.3. Des dépenses relatives à des créances d'années antérieures peuvent être imputées sur les crédits de l'année courante dans les cas suivants: les commandes de fournitures et prestations passées à des gouvernements étrangers et aux organismes de production et de logistique de l'OTAN ainsi que le paiement des indemnités pour accidents du travail et des indemnités au personnel de l'Etat pour dégâts matériels.
Art. 2.16.4. In afwijking van de bepalingen van artikel 143 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, wordt de Minister van Landsverdediging gemachtigd om, in het kader zowel van de technische samenwerking en van de dringende hulpverlening aan derde landen, als van de onderlinge hulpverlening bepaald door artikel 3 van het Noordatlantisch Verdrag kosteloos over te gaan tot dienstverleningen en/of afstand van materieel en/of goederen uit de voorraden van de Krijgsmacht aan de landen waaraan een bijstand wordt verleend.
Art. 2.16.4. Par dérogation aux dispositions de l'article 143 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, le Ministre de la Défense nationale est autorisé, tant dans le cadre de la coopération technique et de l'aide d'urgence à des pays tiers, que dans celui de l'assistance mutuelle prévue à l'article 3 du Traité de l'Atlantique Nord, à procéder à titre gracieux à des prestations de service et/ou à céder du matériel et/ou des matières provenant des stocks des Forces armées aux pays auxquels une assistance est accordée.
Art. 2.16.5. De Minister van Landsverdediging is ertoe gemachtigd provisionele voorschotten uit te betalen op :
  a) de schadeloosstelling ten laste van de Staat ingevolge schade geleden door leden van het personeel of door derden;
  b) de uitgaven in verband met de kosten voor verpleging in burgerinstellingen, met behandeling van lange duur en met de leveringen van farmaceutische produkten door de burgerofficina's,
  c) de kosten voor het gebruik van vreemde installaties;
  d) de kosten van de door de Belgische Naamloze Vennootschap tot Exploitatie van het Luchtverkeer (SABENA) geleverde prestaties, vóór de verificatie en de controle van de bewijsstukken, en zulks naar rato van 90 % van deze kosten.
Art. 2.16.5. Le Ministre de la Défense nationale est autorisé à liquider des avances provisionnelles sur :
  a) l'indemnisation à charge de l'Etat du chef des dommages subis par des membres du personnel ou par des tiers;
  b) les dépenses relatives aux frais d'hospitalisation dans des établissements civils, aux traitements de longue durée et aux fournitures de produits pharmaceutiques par les officines civiles;
  c) les frais d'utilisation d'installations étrangères;
  d) les coûts des prestations accomplies par la Société Anonyme Belge d'Exploitation de la Navigation Aérienne (SABENA), avant vérification et contrôle des pièces justificatives et ce, à concurrence de 90 % de ces coûts.
Art. 2.16.6. Behoudens de gevallen waarin het beroep op de Krijgsmacht krachtens de wet is geregeld, mogen eenheden worden ingezet in het kader van tegen betaling uitgevoerde prestaties van openbaar nut, met humanitair of cultureel oogmerk, of inzake hulp aan de natie.
Art. 2.16.6. Les fonds nécessaires au paiement des dépenses relatives aux marchés à passer par le Ministère de la Défense nationale aux Etats-Unis d'Amérique et au Canada peuvent être obtenus au moyen d'ordonnances d'ouverture de crédit. Ces marchés peuvent être conclus de gré à gré.
  Ces fonds peuvent être utilisés également à l'issue de l'année budgétaire pour imputer les dépenses résultant des contrats précités.
  Les fonds excédentaires sont reversés au Trésor dès que le comptable concerné a soumis à la Cour des Comptes le compte de gestion comportant le décompte final des contrats pour lesquels ces fonds ont été alloués.
  Peuvent également être conclus de gré à gré, les marchés passés avec les organismes du Système OTAN d'Approvisionnement et de Réparation (Agence OTAN d'Approvisionnement et de Réparation et ses organismes subordonnés), ainsi qu'avec les organismes de la "Western Union Defence Organization" (WUDO).
Art. 2.16.7. De Minister van Landsverdediging is uitsluitend bevoegd om beslissingen te nemen ter beslechting van de geschillen gerezen bij de keuring van de leveranties ingevolge de overeenkomsten gesloten door het Ministerie van Landsverdediging :
  a) in de Verenigde Staten van Amerika, in Canada, met het NAVOBevoorradings- en Herstellingsagentschap en zijn ondergeschikte afdelingen en met de instellingen van de "Western Union Defence Organization" (WUDO);
  b) met de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland ingevolge het logistiek akkoord inzake de bevoorrading in onderdelen en andere uitrusting voor CVRT;
  c) met de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland ingevolge het akkoord betreffende de bevoorrading in onderdelen voor het wapensysteem LEOPARD en de ervan afgeleide versies.
Art. 2.16.7. Relève de la décision exclusive du Ministre de la Défense nationale la résolution des litiges constatés lors de la réception des fournitures résultant de marchés passés par le Ministère de la Défense nationale :
  a) aux Etats-Unis d'Amérique, au Canada, avec l'Agence OTAN d'Approvisionnement et de Réparation et ses organismes subordonnés et avec les organismes de la "Western Union Defence Organization" (WUDO);
  b) avec le Gouvernement du Royaume-Uni de Grande Bretagne et d'Irlande du Nord, par suite de l'accord logistique en matière d'approvisionnement en pièces de rechange et autre équipement pour CVRT;
  c) avec le Gouvernement de la République fédérale d'Allemagne, par suite de l'accord concernant l'approvisionnement en pièces de rechange pour le système d'arme LEOPARD et ses versions dérivées.
Art. 2.16.8. De in Duitsland te verwezenlijken uitgaven mogen geschieden overeenkomstig de in de Bondsrepubliek geldende regels en het voorwerp van ordonnantiën van kredietopening zijn, welk ook het bedrag ervan moge wezen.
  De op deze wijze verkregen fondsen mogen, ook na het verstrijken van het begrotingsjaar, aangewend worden voor het aanrekenen van de vorenvermelde uitgaven.
  Het overschot aan fondsen wordt in de Schatkist teruggestort zodra de betrokken rekenplichtige de beheersrekening houdende eindafrekening van de contracten waarvoor deze fondsen werden toegekend, aan het Rekenhof heeft overgelegd.
Art. 2.16.8. Les dépenses à réaliser en Allemagne peuvent être effectuées conformément aux règles en vigueur dans la République fédérale et faire l'objet d'ordonnances d'ouverture de crédit, quel que soit leur montant.
  Les fonds ainsi obtenus peuvent être utilisés également à l'issue de l'année budgétaire pour imputer les dépenses précitées.
  Les fonds excédentaires sont reversés au Trésor dès que le comptable concerné a soumis à la Cour des Comptes le compte de gestion comportant le décompte final des contrats pour lesquels ces fonds ont été alloués.
Art. 2.16.9. Wat de overeenkomsten betreft die het voorwerp zijn van vereffeningen voor rekening van de NAVO-infrastructuur, dienen de inschrijvingen of offertes, al naargelang van het type van de overeenkomst, vergeleken te worden zonder rekening te houden met de belasting op de toegevoegde waarde en de douanerechten toegepast in de landen van de Europese Unie.
Art. 2.16.9. Pour les marchés faisant l'objet de liquidations pour compte de l'infrastructure OTAN, les soumissions ou les offres, suivant le type de marché, seront comparées sans tenir compte ni de la taxe sur la valeur ajoutée, ni des droits de douane appliqués dans les pays de l'Union européenne.
Art. 2.16.10. Binnen de perken van de betrokken basisallocaties kunnen de volgende toelagen worden toegekend :
Art. 2.16.10. Dans les limites des crédits inscrits pour les allocations de base concernées, les subventions suivantes pourront être accordées :
            PROGRAMMA 90/2 - HUISVESTING EN CULTUUR
           PROGRAMME 90/2 - LOGEMENT ET CULTURE
    1. Centrale Dienst voor Sociale en Culturele Actie.
    1. Office Central d'Action Sociale et Culturelle.
            PROGRAMMA 90/3 - SOCIALE HULP
           PROGRAMME 90/3 - AIDE SOCIALE
    1. Burgerlijke Sociale Dienst;
    1. Service social civil;
    2. Hulp- en informatiebureau voor gezinnen van militairen (HIB).
    2. Office de renseignements et d'aide aux familles de militaires
  (ORAF).
            PROGRAMMA 90/4 - NATIONALE ERKENNING
           PROGRAMME 90/4 - RECONNAISSANCE NATIONALE
    1. VZW "Luchtcadetten van Belgie";
    1. ASBL "Cadets de l'air de Belgique";
    2. Koninklijke Nationale Vereniging van de Reserveofficieren;
    2. Union royale nationale des officiers de réserve;
    3. Koninklijke Nationale Vereniging van de Reserveonderofficieren;
    3. Union royale nationale des sous-officiers de réserve;
    4. VZW "Nationaal Centrum voor Parachutisme";
    4. ASBL "Centre national de Parachutisme";
    5. VZW "Tank Museum";
    5. ASBL "Tank Museum";
    6. VZW "Brussels Air Museum Foundation";
    6. ASBL "Brussels Air Museum Foundation";
    7. VZW "De Vrienden van de Sectie Marine van het Koninklijk Museum van
       het Leger en de Krijgsgeschiedenis".
    7. ASBL "Les amis de la Section Marine du Musée royal de l'Armée
  et d'Histoire militaire".
   [8. VZW "De Vrienden van de Muziekkapel van de Gidsen";
    [8. ASBL "Les Amis de la Musique des Guides."
    9. VZW "Belgian Air Force Symphonic Band Foundation".]
                    <W 1997-07-06/67, art. 2.16.1, 002; Inwerkingtreding : 04-10-1997>
    9. ASBL "Belgian Air Force Symphonic Band Foundation."]
                          <L 1997-07-06/67, art. 2.16.1, 002; En vigueur : 04-10-1997>
Art. 2.16.11. De Schatkist is gemachtigd voorschotten toe te staan indien de verrichtingen in verband met de rekening 87.07.01.25.B van de sectie "Thesaurieverrichtingen voor orde" - Rekening-courant van de betalings- en terugbetalingsverrichtingen van bezoldigingen voor rekening van andere departementen of diensten, van buitenlandse of internationale instellingen, of van andere derden - een debetstand van deze rekening veroorzaken.
Art. 2.16.11. Le Trésor est autorisé à consentir des avances lorsque les opérations relatives au compte 87.07.01.25.B de la section "Opérations d'ordre de la Trésorerie" - Compte courant des opérations de paiement et de remboursement de rémunérations pour compte d'autres départements ou services, d'organismes étrangers ou internationaux, ou d'autres tiers - créent une position débitrice de ce compte.
Art. 2.16.12. De voor orde verrichte ontvangsten en uitgaven in het kader van verdragen en internationale en nationale akkoorden zullen geboekt worden op de rekening 82.04.01.68.B van de sectie "Thesaurieverrichtingen voor orde".
  Deze rekening mag een debetsaldo vertonen gedurende een periode van zes maanden maximum. De wetgeving inzake overheidsopdrachten en de daarbij horende delegaties zijn van toepassing op de uitgavenverrichtingen.
  Tevens worden deze verrichtingen onderworpen aan het aan de juridische vastlegging voorafgaand advies van de Inspecteur van Financiën conform de bepalingen van de artikelen 14 en 15 van het koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende de administratieve en begrotingscontrole alsook aan het visum van het Rekenhof zoals bepaald in artikel 14 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof.
Art. 2.16.13. Le Ministre de la Défense nationale est autorisé à utiliser, à concurrence de (350) millions de francs, les recettes provenant des intérêts générés par les avances déposées auprès de la "Fédéral Reserve Bank of New York" dans le cadre des marchés relatifs à la fourniture des avions, du support logistique, des installations au sol et aux frais connexes pour l'ensemble de la flotte F-16. <L 1997-07-06/67, art. 2.16.2, 002; En vigueur : 04-10-1997>
  Ces intérêts seront imputés au compte 87.07.03.27C de la Section "Opérations d'ordre de la Trésorerie". Ils y seront utilisés en couverture des dépenses résultant des marchés précités.
  (Le Ministre de la Défense nationale est autorisé, dans le cadre des mêmes marchés, à utiliser les remboursements perçus pour la vente d'avions F-16, par les Etats-Unis, à des pays tiers (" recoupments for tooling "), à concurrence de 265,0 millions de francs.) <L 1997-07-06/67, art. 2.16.2, 002; En vigueur : 04-10-1997>
Art. 2.16.13. De Minister van Landsverdediging is gemachtigd ten belope van 250 miljoen frank de ontvangsten aan te wenden die voortvloeien uit de interesttegoeden opgebracht door uitstaande voorschotten bij de "Federal Reserve Bank of New York" in het kader van de overheidsopdrachten nopens de levering van vliegtuigen, logistieke steun, grondinstallaties en bijkomende kosten voor het geheel van de F-16 vloot.
  Deze interesttegoeden zullen aangerekend worden op de rekening 87.07.03.27C van de Sectie "Thesaurieverrichtingen voor orde". Ze zullen aangewend worden tot dekking van de uitgaven voortvloeiend uit de bovenvermelde overheidsopdrachten.
  (De Minister van Landsverdediging wordt gemachtigd de ontvangen terugbetalingen voor verkoop, door de Verenigde Staten, van F-16 vliegtuigen, aan derden landen ("recoupments for tooling"), ten belope van 265,0 miljoen frank aan te wenden.) <W 1997-07-06/67, art. 2.16.13, 002; Inwerkingtreding : 04-10-1997>
Art. 2.16.14. (Conformément à l'article 150 de la loi du 26 juin 1992 portant des dispositions sociales et diverses, le Ministre de la Défense nationale est autorisé, dans la limite des recettes provenant de l'aliénation de biens immeubles qui font partie du patrimoine immobilier confié à sa gestion, perçues et comptabilisées au compte 87.07.04.28.B. de la Section " Opérations d'ordre de la Trésorerie ", de contracter en 1997, pour un montant de 500 millions de francs, des obligations pour de nouveaux travaux d'infrastructure en Belgique, au profit des Forces armées. Les paiements sont toutefois limités à 250 millions de francs pour l'année budgétaire.) <L 1997-07-06/67, art. 2.16.3, 002; En vigueur : 04-10-1997>
  Seront également imputées au compte susmentionné, les dépenses connexes aux opérations susmentionnées.
  La législations des marchés au nom de l'Etat ainsi que le système de délégation correspondant sont d'application aux opérations de dépenses.
  Les opérations de dépenses à ce compte sont soumises, préalablement à tout engagement juridique, à l'avis de l'Inspecteur des Finances conformément aux dispositions des articles 14 et 15 de l'arrêté royal du 16 novembre 1994 relatif au contrôle administratif et budgétaire ainsi qu'au visa de la Cour des Comptes au sens de l'article 14 de la loi du 29 octobre 1846 relative à l'organisation de la Cour des Comptes.
Art. 2.16.14. (Conform artikel 150 van de wet van 26 juni 1992 houdende sociale en diverse bepalingen, is de Minister van Landsverdediging ertoe gemachtigd om binnen de perken van de ontvangsten voortvloeiend uit de vervreemding van onroerende goederen die deel uitmaken van het aan zijn beheer toevertrouwd onroerend patrimonium, geïnd en geboekt op de rekening 87.07.04.28.B van de sectie "Thesaurieverrichtingen voor orde", in 1997, ten belope van 500 miljoen frank verbintenissen aan te gaan voor nieuwe infrastructuurwerken in België, ten behoeve van de Krijgsmacht. De betalingen worden voor het begrotingsjaar evenwel beperkt tot 250 miljoen frank.) <W 1997-07-06/67, art. 2.16.3, 002; Inwerkingtreding : 04-10-1997>
  Zullen ook worden aangerekend op bovenvermelde rekening de met de bovenvermelde verrichtingen verbonden uitgaven.
  De wetgeving inzake overheidsopdrachten en de daarbij horende delegaties zijn van toepassing op de uitgavenverrichtingen.
  De uitgavenverrichtingen op deze rekening worden onderworpen aan het aan de juridische vastlegging voorafgaand advies van de Inspecteur van Financiën conform de bepalingen van de artikelen 14 en 15 van het koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende de administratieve en begrotingscontrole alsook aan het visum van het Rekenhof zoals bepaald in artikel 14 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof.
Art. 2.16.15. Par dérogation à l'article 143 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, le Ministre de la Défense nationale est autorisé à faire vendre le mobilier mis à la disposition des familles occupant les logements gérés par l'autorité militaire belge en Allemagne. Ce mobilier sera vendu sur place par ladite autorité aux familles concernées qui, par suite de la restructuration des Forces armées rentreront en Belgique.
  Le produit de cette vente sera imputé au Budget des Voies et Moyens en couverture des besoins généraux du Trésor.
Art. 2.16.15. In afwijking van artikel 143 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, is de Minister van Landsverdediging gemachtigd het meubilair dat ter beschikking is gesteld van de gezinnen gehuisvest in woningen beheerd door de Belgische militaire overheid in Duitsland, te laten verkopen. Dit meubilair zal ter plaatse door deze overheid verkocht worden aan de betrokken gezinnen, die als gevolg van de herstructurering van de Krijgsmacht naar België terugkeren.
  De opbrengst van deze verkoop zal aangerekend worden op de Rijksmiddelenbegroting tot dekking van de Schatkist.
Art. 2.16.16. Hormis les cas où il est fait appel aux Forces armées en vertu de la loi, des unités peuvent être affectées à des prestations d'utilité publique, ayant un but culturel ou humanitaire, ou d'aide à la nation, effectuées contre paiement.
Art. 2.16.17. Wordt goedgekeurd de bij deze wet gevoegde begroting van het Hulp- en Informatiebureau voor gezinnen van militairen (HIB) voor het begrotingsjaar 1997.
  Deze begroting beloopt 170 550 000 frank voor de ontvangsten en voor de uitgaven.
  Onverminderd de bepalingen van de wet van 18 juli 1991 tot wijziging van de wet van 2 december 1957 op de Rijkswacht en van de wet van 27 december 1973 betreffende het statuut van het personeel van het actief kader van het operationeel korps van de Rijkswacht en houdende demilitarisering van de Rijkswacht, wordt dit bureau gemachtigd ten gunste van de Rijkswacht, binnen het kader van de bovenvermelde begroting, uitgaven te verrichten tot de realisatie van de opdrachten die voorzien zijn in zijn organiek reglement.
Art. 2.16.17. Est approuvé le budget de l'Office de renseignements et d'aide aux familles des militaire (ORAF) pour l'année budgétaire 1997 annexé à la présente loi.
  Ce budget s'élève à 170 550 000 francs pour les recettes et pour les dépenses.
  Sans préjudice des stipulations de la loi du 18 juillet 1991 modifiant la loi du 2 décembre 1957 sur la Gendarmerie et la loi du 27 décembre 1973 relative au statut du personnel du cadre actif du corps opérationnel de la Gendarmerie et portant démilitarisation de la Gendarmerie, l'Office est autorisé, dans le cadre du budget précité, à effectuer au profit de la Gendarmerie, les dépenses nécessaires à la réalisation des missions telles que prévues dans son règlement organique.
Art. 2.16.18. De Centrale Dienst voor Sociale en Culturele actie ten behoeve van de leden van de militaire gemeenschap (CDSCA) wordt gemachtigd de opdrachten die voorzien zijn in artikel 1 van het koninklijk besluit van 10 januari 1978 tot vaststelling van de taak en tot regeling van de organisatie en de werkwijze van dit organisme te verzekeren ten gunste van de personeelsleden van de Rijkswacht.
Art. 2.16.18. L'Office central d'action sociale et culturelle au profit des membres de la communauté militaire (OCASC) est autorisé à assurer les missions telles que prévues à l'article 1er de l'arrêté royal du 10 janvier 1978 déterminant la mission et réglant l'organisation et le fonctionnement de cet organisme, au profit des membres du personnel de la Gendarmerie.
Art. 2.16.19. In afwijking van de bepalingen van artikel 28, alinea 2 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, wordt de Minister van Landsverdediging gemachtigd, gedurende de overgangsperiode tijdens dewelke Landsverdediging en de Rijkswacht hun wederzijdse steun moeten voortzetten, de aan de Rijkswacht geleverd prestaties, met uitzondering van deze die betrekking hebben op het personeel dat permanent ter beschikking word gesteld van deze laatste, te valoriseren en de van de Rijkswacht ontvangen prestaties te vergoeden, op basis van de veroorzaakte supplementaire kosten.
  Met uitzondering van de occasionele prestaties en deze met betrekking tot de vorming van de officieren van de Rijkswacht aan de Koninklijke Militaire School, maakt de financiële dekking van de prestaties waarvan het volume a priori gekend is, het voorwerp uit van een ter beschikking stellen van kredieten waarvan het bedrag wordt bepaald door een raming van de te realiseren prestaties en de afrekening van de vroeger werkelijk geleverde prestaties.
  De kosten voortvloeiend uit de vorming van de officieren van de Rijkswacht aan de Koninklijke Militaire School, worden gecompenseerd door het ter beschikking stellen van Rijkswachtpersoneel aan dit organisme.
Art. 2.16.19. Par dérogation aux dispositions de l'article 28, 2ème alinéa des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, le Ministre de la Défense nationale est autorisé, pendant la période transitoire au cours de laquelle la Défense nationale et la Gendarmerie sont appelées à prolonger leur appui réciproque, à valoriser les prestations fournies à la Gendarmerie, à l'exception de celles ayant trait au personnel mis de façon permanente à la disposition de cette dernière, et à indemniser les prestations fournies par la Gendarmerie, sur la base des coûts supplémentaires occasionnés.
  Hormis les prestations occasionnelles ainsi que celles relatives à la formation des officiers de la Gendarmerie à l'Ecole royale militaire, la couverture financière des prestations dont le volume est connu a priori fait l'objet d'une mise à disposition de crédits dont le montant est déterminé par l'estimation des prestations à réaliser et le décompte de celles réellement effectuées antérieurement.
  Les coûts résultant de la formation des officiers de la Gendarmerie à l'Ecole royale militaire sont compensés par la mise à disposition de cet organisme de personnel appartenant à la Gendarmerie.
Art. 2.16.20. In afwijking van artikel 143 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit gecoördineerd op 17 juli 1991 en door uitbreiding van artikel 48 van de wet van 20 december 199 i houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen, wordt de Minister van Landsverdediging of de door hem gedelegeerde ordonnateur gemachtigd, in het kader van het herstructureringsplan van de Krijgsmacht en onder voorwaarde dat de wetgeving inzake overheidsopdrachten wordt nageleefd, overtollig geworden materieel, waren en munitie die deel uitmaken van het aan het beheer van de Minister van Landsverdediging toevertrouwde patrimonium te vervreemden. Deze vervreemding zal de volgende juridische vormen kunnen aannemen :
  - de verkoopscontracten;
  - de overeenkomsten met betrekking tot dienstverlening uit te voeren door derden als compensatie van de totale of gedeeltelijke overdracht aan deze laatsten van produkten en onderdelen voortvloeiend uit deze prestaties;
  - de overeenkomsten tot wederzijdse overdracht en ruil met andere departementen, Belgische of vreemde firma's en derde landen;
  - het kosteloos afstaan aan derde landen en humanitaire instellingen.
  Het gebeurlijk saldo van de verrichtingen vermeld in de overeenkomsten tot regeling van deze vervreemdingen zal worden aangerekend ofwel op de begroting van Landsverdediging ofwel op de rekening 87.07.06.30.B van de sectie Thesaurieverrichtingen voor orde". Voor het jaar 1997 wordt de Minister van Landsverdediging gemachtigd, binnen de perken van de ontvangsten en ten belope van 2 500 miljoen frank verbintenissen aan te gaan voor investeringen ten behoeve van de Krijgsmacht. De betalingen worden voor het begrotingsjaar evenwel beperkt tot (1.250,0) miljoen frank. <W 1997-12-02/42, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 30-12-1997>
  Zullen ook worden aangerekend op de bovenvermelde rekening, de met die vervreemdingsverrichtingen verbonden uitgaven.
  In afwijking van artikel 48 van de wet van 20 december 1995 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen, worden die uitgaven onderworpen aan het aan de juridische vastlegging voorafgaand advies van de Inspecteur van Financiën conform de bepalingen van de artikelen 14 en 13 van het koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende de administratieve en begrotingscontrole alsook aan het visum van het Rekenhof zoals bepaald in artikel 14 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof.
  De Minister van Landsverdediging is eveneens gemachtigd, met vreemde landen overeenkomsten te sluiten tot wederzijdse dienstverlening, in het kader van een internationale integratie van de Krijgsmacht of ter voorziening in dringende behoeften.
  De financiële regeling van deze wederzijdse operaties kan bij wijze van verrekening geschieden hetzij op het ogenblik dat de overeenkomst wordt beëindigd, hetzij na verloop van een overeengekomen termijn, hetzij in onderling overleg tussen de betrokken partijen. Het gebeurlijk saldo zal worden aangerekend ofwel op de begroting van Landsverdediging, of wel op de Rijksmiddelenbegroting ten bate van het begrotingsfonds voor prestaties tegen betaling.
  De Minister van Landsverdediging is uiteindelijk gemachtigd, inzake materieel, waren, wapens en munitie, met Belgische bedrijven contracten van lening te sluiten mits op die wijze de vernieuwing van de voor de Krijgsmacht bruikbare voorraden te bevorderen.
Art. 2.16.20. Par dérogation à l'article 143 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991 et par extension de l'article 48 de la loi du 20 décembre 1995 portant des dispositions fiscales, financières et diverses, le Ministre de la Défense nationale ou l'ordonnateur délégué par lui est autorisé, dans le cadre du plan de restructuration des Forces armées et à condition que la législation sur les marchés publics soit respectée, à aliéner le matériel, les matières et les munitions devenus excédentaires et faisant partie du patrimoine confié à la gestion du Ministre de la Défense nationale. Cette aliénation pourra prendre les formes juridiques suivantes :
  - les contrats de vente;
  - les conventions relatives à des prestations de services à effectuer par des tiers en contrepartie de la cession total ou partielle a ces derniers des sous-produits et sous-ensembles dégagés par ces prestations;
  - les conventions de cessions réciproques et d'échange avec d'autres départements ainsi qu'avec des firmes belges ou étrangères et des pays tiers;
  - le don à des pays tiers et a des organisations humanitaires.
  Le solde éventuel des opérations stipulées dans les conventions réglant ces aliénations fera l'objet d'une imputation, soit au budget de la Défense nationale, soit au compte 87.07.06.30.B de la section "Opérations d'ordre de la Trésorerie". Pour l'année 1997, le Ministre de la Défense nationale est autorisé à contracter dans la limite des recettes, des obligations pour un montant de 2 500 millions de francs pour des investissements au profit des Forces armées. Les paiements sont toutefois limités à (1 250,0) millions de francs pour l'année budgétaire. <L 1997-12-02/42, art. 2, 003; En vigueur : 30-12-1997>
  Seront également imputées au compte susmentionné, les dépenses connexes aux opérations d'aliénation.
  Par dérogation à l'article 48 de la loi du 20 décembre 1995 portant des dispositions fiscales, financières et diverses, ces dépenses sont soumises, préalablement à tout engagement juridique, à l'avis de l'Inspecteur des Finances conformément aux dispositions des articles 14 et 15 de l'arrêté royal du 16 novembre 1994 relatif au contrôle administratif et budgétaire ainsi qu'au visa de la Cour des comptes au sens de l'article 14 de la loi du 29 octobre 1846 relative à l'organisation de la Cour des comptes.
  Le Ministre de la Défense nationale est également autorisé, dans le cadre d'une intégration internationale des Forces armées, ou en vue de parer à des cas d'urgence, à conclure avec des pays étrangers des conventions de prestations réciproques de services.
  Le règlement financier de ces opérations pourra être effectué par voie de compensation, soit lorsque la convention aura cessé ses effets, soit à l'expiration d'un délai convenu, soit par la commune volonté des parties en cause. Le solde éventuel fera l'objet d'une imputation, soit au Budget de la Défense nationale, soit au Budget des Voies et Moyens au profit du fonds budgétaire pour prestations contre paiement.
  Le Ministre de la Défense nationale est enfin autorisé, en ce qui concerne les matériels, les matières, les armes et les munitions à passer des contrats de prêt avec des entreprises belges pour autant que soit favorisé de cette façon le renouvellement des stock utiles aux Forces armées.
Art. 2.16.21. De Minister van Landsverdediging wordt gemachtigd om de ontvangsten voortvloeiend uit de Belgische deelname aan de humanitaire operaties aan te rekenen op de rekening 87.07.09.33.B van de sectie "Thesaurieverrichtingen voor orde". Ze zullen aangewend worden tot dekking van uitgaven voortvloeiend uit de vorenvermelde operaties.
  Deze rekening mag een debetsaldo vertonen gedurende een periode van zes maanden maximum. De wetgeving inzake overheidsopdrachten en de daarbij horende delegaties zijn van toepassing op de uitgavenverrichtingen.
  Tevens worden deze verrichtingen onderworpen aan het aan de juridische vastlegging voorafgaand advies van de Inspecteur van Financiën conform de bepalingen van de artikelen 14 en 15 van het koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende de administratieve en begrotingscontrole alsook aan het visum van het Rekenhof zoals bepaald in artikel 14 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof.
Art. 2.16.21. Le Ministre de la Défense nationale est autorisé à imputer les recettes résultant de la participation belge aux opérations humanitaires au compte 87.07.09.33.B de la section "Opérations d'ordre de la Trésorerie". Elles y seront utilisées en couverture de dépenses exposées dans le cadre de ces mêmes opérations.
  Ce compte peut présenter un solde débiteur pendant une période de maximum six mois. La législation des marchés au nom de l'Etat ainsi que le système de délégations correspondant sont d'application aux opérations de dépenses.
  Ces dernières sont soumises, préalablement à tout engagement juridique, à l'avis de l'Inspecteur des Finances conformément aux dispositions des articles 14 et 15 de l'arrêté royal du 16 novembre 1994 relatif au contrôle administratif et budgétaire ainsi qu'au visa de la Cour des Comtes au sens de l'article 14 de la loi du 29 octobre 1846 relative à l'organisation de la Cour des Comptes.
Art. 2.16.22. De Minister van Landsverdediging of de door hem gedelegeerde ordonnateur wordt gemachtigd, in het kader van het herstructureringsplan van de Krijgsmacht, de onroerende goederen of andere vermogensbestanddelen die rechtens eigendom zijn van de Bondsrepubliek Duitsland of van een Land en die de Krijgsmacht (of de civiele dienst) voor gebruik ter beschikking zijn gesteld. geheel of gedeeltelijk terug te geven, en de financiële weerslag van deze teruggave te bepalen na onderhandelingen met de Staat van verblijf. <W 1997-07-06/67, art. 2.16.5, 002; Inwerkingtreding : 04-10-1997>
  De netto financiële tegenwaarde van deze overdrachten bepaald volgens artikel 52 van de Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten, met betrekking tot de in de Bondsrepubliek Duitsland gestationeerde buitenlandse krijgsmachten en het Protocol van ondertekening bij deze Aanvullende Overeenkomst, ondertekend op 3 augustus 1959 te Bonn, en goedgekeurd bij de wet van 6 mei 1963, zal het voorwerp zijn van een globale afrekening op het einde van de afstand van alle betrokken onroerende goederen of andere vermogensbestanddelen.
  Het gebeurlijk saldo zal worden aangerekend ofwel op de begroting van de betrokken departementen of instelling van openbaar nut, ofwel op de rekening 87.07.10.34.B van de sectie "Thesaurieverrichtingen voor orde" om, na afrekening met de vorenvermelde organismen, aangewend te worden tot dekking van uitgaven voortvloeiend uit infrastructuurwerken ten behoeve van de Krijgsmacht.
Art. 2.16.22. Le Ministre de la Défense nationale ou l'ordonnateur délégué par lui est autorisé, dans le cadre du plan de restructuration des Forces armées, à restituer, en totalité ou en partie, les biens immobiliers ou d'autres biens qui appartiennent à la République fédérale d'Allemagne ou à un Land et qui ont été mis à la disposition de la force ou de l'élément civil pour usage, et de déterminer les répercussions financières de ces restitutions après négociation avec l'Etat de séjour.
  Le contrepartie financière nette de ces restitutions, déterminée sur la base de l'article 52 de l'Accord complétant la Convention entre les Etats Parties au Traité de l'Atlantique Nord sur le statut de leur forces, en ce qui concerne les forces étrangères stationnées en République fédérale d'Allemagne et le Protocole de signature à l'Accord complémentaire, signes à Bonn le 3 août 1959 et approuvés par la loi du 6 mai 1963, fera l'objet d'un décompte global à l'issue de la restitution de tous les biens immobiliers ou autres biens concernes.
  Le solde éventuel fera l'objet d'une imputation soit au budget des départements et organisme d'intérêt public concernés, soit au compte 87.07.10.34.B de la section "Opérations d'ordre de la Trésorerie" pour, après décompte avec les organismes ci-avant, y être utilisé en couverture de dépenses résultant de travaux d'infrastructure au profit des Forces armées.
Art. 2.16.23. Gedurende de overgangsperiode van de herstructurering van de Krijgsmacht, kunnen de fondsen van het huishoudfonds die beschikbaar zijn op de rekening van de aan de controle van het Rekenhof onderworpen rekenplichtige van de huishoudingen gebruikt worden om :
  - de kost te dekken van de gratis voeding toegekend aan de dienstplichtigen krachtens artikel 11, § 1 van het koninklijk besluit van 19 augustus 1985 houdende de bezoldigingsregeling van het personeel van de Krijgsmacht dat een soldij geniet;
  - de uitgaven te dekken die ontstaan in het geval van de toekenning van gratis voedsel bepaald bij artikel 4bis van het koninklijk besluit van 21 oktober 1975 tot vaststelling van het vergoedingsstelsel, toepasselijk op de militair die in België verplicht wordt bepaalde werkelijke lasten te dragen, en bij artikel 13, § 3, van het koninklijk besluit van 1 maart 1977 tot vaststelling van het vergoedingsstelsel toepasselijk op de militairen en de met militairen gelijkgestelde personen die bij de Belgische strijdkrachten in de Bondsrepubliek Duitsland in dienst zijn of daarbij op dienstreis zijn, en dit, in het geval dat de hierboven vermelde uitgaven zouden voortkomen uit de ontoereikendheid van de toelage voor levensmiddelenrantsoen voorzien bij ministerieel besluit van 28 april 1993 tot vaststelling van de toelage voor levensmiddelenrantsoen, de buitenmenagevergoeding, de nadere regelen inzake toekenning van de vervoerbewijzen en de betaling van de soldij en de soldijbijslag.
  Deze fondsen mogen ook na het verstrijken van het begrotingsjaar gebruikt worden om bovenvermelde uitgaven te betalen.
Art. 2.16.23. Pendant la période transitoire de restructuration des Forces armées, les fonds de la masse des ménages disponibles au compte du comptable des ménages justiciables de la Cour des Comptes, pourront être utilisés pour couvrir :
  - le coût de la nourriture gratuite octroyée aux miliciens en vertu de l'article 11, § 1er, de l'arrêté royal du 19 août 1985 portant le statut pécuniaire du personnel des Forces armées qui bénéficie d'une solde;
  - les dépenses réalisées dans les cas d'octroi de la nourriture gratuite fixées par l'article 4bis de l'arrêté royal du 21 octobre 1975 fixant le régime d'indemnisation applicable au militaire qui, en Belgique, est astreint à supporter certaines charges réelles et à l'article 13, § 3, de l'arrêté royal du 1er mars 1977 fixant le régime d'indemnisation applicable aux militaires et aux personnes assimilées aux militaires en service aux forces belges en République fédérale d'Allemagne ou accomplissant des déplacements de service auprès de ces forces, et ce, au cas où les dépenses susmentionnées résulteraient de l'insuffisance de l'allocation pour ration de vivres prévue à l'arrêté ministériel du 28 avril 1993 établissant l'allocation pour ration de vivres, l'indemnité de hors-ménage, les modalités d'octroi des titres de transport et le paiement de la solde et du supplément de solde.
  Ces fonds peuvent également être utilisés à l'issue de l'année budgétaire pour payer les dépenses précitées.
Art. 2.16.24. De Minister van Landsverdediging is gemachtigd personeel in steun ter beschikking te stellen van de Burgerlijke sociale dienst.
Art. 2.16.24. Le Ministre de la Défense nationale est autorisé de mettre du personnel en soutien à disposition du Service social civil.
Art. 2.16.25. De tijdens de operaties in het buitenland te verwezenlijken uitgaven met een hoogdringend karakter mogen geschieden in het kader van opdrachten die onderhands mogen worden gegund. De beginselen van de wetgeving op de overheidsopdrachten zullen toegepast worden voor het afsluiten van voornoemde opdrachten, tenzij de plaatselijke omstandigheden dit niet toelaten.
Art. 2.16.25. Les dépenses a caractère très urgent à réaliser lors des opérations a l'étranger peuvent être exécutées dans le cadre des marchés pouvant être adjugés de gré à gré. Les principes de base de la législation sur les marchés publics seront appliqués pour la conclusion des marchés précités à moins que les circonstances locales ne le permettent pas.
Art. 2.16.26. In de loop van het begrotingsjaar 1997 mogen de beschikbare fondsen op de rekening van de rekenplichtige van de Dienst aankopen van subsistentiemiddelen enerzijds en de beschikbare fondsen van het huishoudfonds op de rekening van de rekenplichtige van de huishoudingen anderzijds aangewend worden ten belope van respectievelijk 389,2 en 200,0 miljoen frank om personeelsuitgaven te dekken.
Art. 2.16.26. Au cours de l'année budgétaire 1997, les fonds disponibles au compte du comptable du Service d'achats de subsistances d'une part et les fonds de la masse des ménages disponibles au compte du comptable des ménages d'autre part pourront être utilisés à concurrence de respectivement 389,2 et 200,0 millions de francs en vue de couvrir des dépenses de personnel.
SECTIE 17. - Algemene Politiesteundienst en Rijkswacht.
SECTION 17. - Service général d'Appui Policier et Gendarmerie.
Art. 2.17.1. De Minister van Binnenlandse Zaken is ertoe gemachtigd op de schadeloosstelling ten laste van de Staat ingevolge schade, geleden door leden van het personeel of door derden, provisionele voorschotten te betalen.
Art. 2.17.1. Le Ministre de l'Intérieur est autorisé à liquider des avances provisionnelles sur l'indemnisation à charge de l'Etat du chef de dommages subis par des membres du personnel ou par des tiers.
Art. 2.17.2. De vergoedingen voor begrafeniskosten, alsmede het kraamgeld, mogen het voorwerp zijn van ordonnantiën van kredietopening zoals de vaste uitgaven.
Art. 2.17.2. Les indemnités pour frais funéraires, ainsi que les allocations de naissance, peuvent faire l'objet d'ordonnances d'ouverture de crédit au même titre que les dépenses fixes.
Art. 2.17.3. De kosten voor verpleging in het buitenland mogen bij wijze van provisie worden betaald.
Art. 2.17.3. Les frais pour soins de santé à l'étranger peuvent être payés au moyen de provisions.
Art. 2.17.4. Binnen de perken van de betrokken basisallocatie kan de volgende toelage toegekend worden :
Art. 2.17.4. Dans les limites de l'allocation de base concernée, la subvention suivante pourra être accordée :
            PROGRAMMA 50/0 - BESTAANSMIDDELEN
           PROGRAMME 50/0 - SUBSISTANCE
    - aan het Hulp- en informatiebureau voor gezinnen van militairen (HIB):
  aandeel ten laste van de Rijkswacht voor de personeelsuitgaven, de alge-
  mene werkingskosten en de uitgaven voor tussenkomsten.
    - a l'Office de renseignement et d'aide aux familles de militaires
  (ORAF): la quote-part a charge de la Gendarmerie pour les dépenses
  de personnel, les dépenses générales de fonctionnement et les dépenses
  d'intervention.
Art. 2.17.5. Uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren mogen worden aangerekend op de kredieten van het lopend jaar in de hiernavolgende gevallen :
  1) de uitbetaling van de vergoedingen voor arbeidsongevallen (programma 50/0);
  2) de vergoedingen aan het Rijkspersoneel voor materiële schade (programma 50/0);
  3) de leveringen gedaan door burger- of aangenomen apothekers alsmede voor tand- of heelkundige prothesen (programma 50/0).
Art. 2.17.5. Des dépenses relatives à des créances d'années antérieures peuvent être imputées sur les crédits de l'année courante dans les cas suivants :
  1) le paiement des indemnités pour accidents du travail (programme 50/0);
  2) les indemnités au personnel de l'Etat pour dégâts matériels (programme 50/0);
  3) les fournitures effectuées par les pharmaciens civils ou agréés et pour les prothèses dentaires et chirurgicales (programme 50/0).
Art. 2.17.6. De Minister van Binnenlandse Zaken is gemachtigd om, inzake materieel, waren, wapens en munitie, in het belang van de Schatkist, ruilovereenkomsten te sluiten voor de verwerving van gelijkaardige goederen, mits naleving van de wetgeving op de overheidsopdrachten.
Art. 2.17.6. Le Ministre de l'Intérieur est autorisé, en ce qui concerne les matériels, les matières, les armes et les munitions, à passer dans l'intérêt du Trésor, des conventions d'échange pour l'acquisition de biens similaires à condition que la législation sur les marchés publics soit respectée.
Art. 2.17.7. In afwijking van artikel 41 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen de vaste uitgaven met betrekking tot het burgerpersoneel in dienst bij de Rijkswacht, het voorwerp zijn van ordonnantiën van kredietopening.
Art. 2.17.7. Par dérogation à l'article 41 des lois sur la comptabilité de l'Etat coordonnées le 17 juillet 1991, les dépenses fixés se rapportant au personnel civil en service à la Gendarmerie peuvent faire l'objet d'ordonnances d'ouverture de crédit.
Art. 2.17.8. In afwijking van de bepalingen van artikel 28, alinea 2, van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, wordt de Minister van Binnenlandse Zaken gemachtigd om, gedurende de overgangsperiode tijdens dewelke Landsverdediging en de Rijkswacht hun wederzijdse steun moeten voortzetten, de aan Landsverdediging geleverde prestaties te valoriseren en de van Landsverdediging ontvangen prestaties te vergoeden op basis van de meerkosten.
  In voorkomend geval zullen de door Landsverdediging verschuldigde sommen worden gestort op de Rijksmiddelenbegroting met bestemming het organiek begrotingsfonds van de Rijkswacht voor "wederbelegging van het bedrag van prestaties en van cessies aan derden tegen betaling".
  Indien door de Rijkswacht bedragen verschuldigd zijn die voortvloeien uit occasionele prestaties, dan zullen de uitgaven worden aangerekend op de begroting van de Rijkswacht.
  In het andere geval zullen de prestaties aan Landsverdediging vergoed worden door middel van het ter beschikking stellen van kredieten, waarvan het bedrag wordt bepaald door een raming van de meerkosten voor Landsverdediging van de te leveren prestaties, verhoogd of verminderd met het saldo van de afrekening van de vroeger werkelijk geleverde prestaties.
  De kosten voortvloeiend uit de vorming van de officieren van de Rijkswacht aan de Koninklijke Militaire School, worden gecompenseerd door het ter beschikking stellen van Rijkswachtpersoneel aan dit organisme.
Art. 2.17.8. Par dérogation aux dispositions de l'article 28, 2ème alinéa, des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, le Ministre de l'Intérieur est autorisé, pendant la période transitoire durant laquelle la Défense nationale et la Gendarmerie doivent prolonger leur appui réciproque, à valoriser les prestations fournies à la Défense nationale et à indemniser la Défense nationale pour les prestations reçues sur base des coûts supplémentaires.
  Le cas échéant, les sommes dues par la Défense nationale seront versées au Budget des Voies et Moyens avec pour destination le fonds budgétaire organique de la Gendarmerie pour "remploi du montant des prestations et des cessions à des tiers contre paiement".
  Si des sommes sont dues par la Gendarmerie et que celles-ci découlent de prestations occasionnelles, les dépenses seront alors imputées sur le budget de la Gendarmerie.
  Dans le cas contraire, les prestations seront rémunérées à la Défense nationale au moyen de la mise à disposition de crédits dont le montant est déterminé sur base d'une estimation du coût supplémentaire pour la Défense nationale des prestations à fournir, majoré ou diminué du solde du décompte des prestations réellement effectuées antérieurement.
  Les coûts résultant de la formation des officiers de la Gendarmerie à l'Ecole Royale Militaire sont compensés par la mise à disposition de cet organisme de personnel appartenant à la Gendarmerie.
Art. 2.17.9. De Minister van Binnenlandse Zaken is ertoe gemachtigd, in het kader van een rationeel gebruik van overtollige voorraden, met de Minister van Landsverdediging overeenkomsten te sluiten tot wederzijdse overdracht van materieel, waren, munitie of dienstverlening.
  De financiële regeling van deze wederzijdse operaties kan bij wijze van verrekening geschieden.
  Het gebeurlijk saldo zal ofwel worden aangerekend op de begroting van de Rijkswacht, of wel worden gestort op de Rijksmiddelenbegroting met bestemming het organiek begrotingsfonds van de Rijkswacht voor "wederbelegging van het bedrag van prestaties en van cessies aan derden tegen betaling".
Art. 2.17.9. Le Ministre de l'Intérieur est autorisé, dans le cadre de l'utilisation rationnelle de stocks excédentaires, à conclure avec le Ministre de la Défense nationale des conventions de cessions réciproques de matériel, matières et munitions ou de prestations de services.
  Le règlement financier de ces opérations réciproques pourra être effectué par voie de compensation.
  Le solde éventuel sera soit imputé sur le budget de la Gendarmerie, soit versé au Budget des Voies et Moyens à destination du fonds budgétaire organique de la Gendarmerie pour "remploi du montant des prestations et des cessions à des tiers contre paiement".
Art. 2.17.10. De uitgaven te verwezenlijken door de liaisonofficieren van de Rijkswacht met standplaats in het buitenland mogen geschieden overeenkomstig de in elk land geldende regelen en zij mogen, ongeacht het bedrag, betaald worden op fondsen bekomen op kredietopening.
  In afwijking van de bepalingen van artikel 143 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen de ter beschikking van een verbindingsofficier gestelde voorwerpen die buiten dienst worden geplaatst, door hem onderhands en volgens de in elk land geldende regels worden verkocht.
  Op dezelfde wijze mag ook worden gehandeld met het materieel en de goederen die in voorraad zijn op het ogenblik dat een vertegenwoordiging van de Rijkswacht in het buitenland definitief wordt opgeheven, tenzij de betrokken voorraden kosteloos kunnen worden afgestaan aan de diensten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
  In de gevallen waarin tot verkoop ter plaatse wordt overgegaan zal de opbrengst ervan gestort worden op de Rijksmiddelenbegroting.
Art. 2.17.10. Les dépenses à effectuer par les officiers de liaison de la Gendarmerie qui sont en poste à l'étranger peuvent être effectuées conformément aux règles en vigueur dans les pays concernés et elles peuvent être liquidées sur des fonds obtenus par ordonnance d'ouverture de crédits, quels qu'en soient les montants.
  Par dérogation aux dispositions de l'article 143 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, les biens mis à disposition d'un officier de liaison, et qui sont mis hors service, peuvent être vendus par lui de gré à gré et selon les règles en vigueur dans chaque pays.
  Il peut être procédé de la même manière pour le matériel et les biens en stock au moment où une représentation de la Gendarmerie à l'étranger est définitivement levée, à moins que les stocks concernés ne puissent être cédés gratuitement aux services du Ministère des Affaires étrangères.
  Dans le cas où il est procédé à une vente sur place, le produit en sera versé au Budget des Voies et Moyens.
Art. 2.17.11. In afwijking van de bepalingen van artikel 143 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, wordt de Minister van Binnenlandse Zaken gemachtigd om, in het raam van de hulpverlening aan derde landen, kosteloos overtollig materieel, dieren en/of goederen van de Rijkswacht af te staan en beperkte diensten in verband daarmee aan deze landen te leveren.
Art. 2.17.11. Par dérogation aux dispositions de l'article 143 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, le Ministre de l'Intérieur est autorisé, dans le cadre de l'aide à des pays tiers, à procéder à titre gracieux à ces cessions de matériel, d'animaux et/ou de biens excédentaires de la Gendarmerie, de même qu'à des prestations de service limitées qui y sont liées, aux pays tiers auxquels une assistance est accordée.
Art. 2.17.12. In afwijking van de bepalingen van artikel 143 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, wordt de Minister van Binnenlandse Zaken gemachtigd om, met het oog op de optimale aanwending van de middelen binnen zijn departement, kosteloos overtollig materieel en/of goederen van de Rijkswacht af te staan aan diverse organieke diensten van Binnenlandse Zaken.
Art. 2.17.12. Par dérogation aux dispositions de l'article 143 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, le Ministre de l'Intérieur est autorisé, en vue de l'utilisation optimale des moyens au sein de son département, à procéder à titre gracieux à des cessions de matériel et/ou de biens excédentaires de la Gendarmerie aux divers services organiques de l'Intérieur.
SECTIE 18. - Ministerie van Financiën.
SECTION 18. - Ministère des Finances.
Art. 2.18.1. § 1. In afwijking van het gewijzigd artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten worden toegestaan :
  1) aan de buitengewone rekenplichtige van de Directie Comptabiliteit en Begroting van het Algemeen Secretariaat belast met de betaling van de uitgaven inzake schoonmaak en onderhoud van lokalen, meubilair, materieel en machines, tot een maximumbedrag van 90 000 000 frank;
  2) aan de overige buitengewone rekenplichtigen van de Directie Comptabiliteit en Begroting van het Algemeen Secretariaat tot een maximumbedrag van 60 000 000 frank;
  3) aan de buitengewone rekenplichtige van het Kledingfonds van het personeel van de Administratie der Douane en Accijnzen tot een maximumbedrag van 80 000 000 frank;
  4) aan de buitengewone rekenplichtige van de Sociale Dienst en aan de buitengewone rekenplichtigen van de fiscale administraties in de buitendiensten tot een maximumbedrag van 25 000 000 frank;
  5) aan de buitengewone rekenplichtigen van de Algemene Inspectie van de Staatsschuld tot een bedrag van ten hoogste 600 000 frank.
  § 2. De buitengewone rekenplichtigen van de fiscale administraties in de buitendiensten en van de Directie Comptabiliteit en Begroting van het Algemeen Secretariaat mogen door middel van geldvoorschotten alle dienstkosten betalen tot en met 250 000 frank, alsmede de vergoedingen van alle aard die op de begroting zullen worden verleend en, ongeacht het bedrag, de kosten van onderhoud en schoonmaak, de verbruikskosten van water, gas elektriciteit, telefoon, stookolie en brandstof voor autovoertuigen.
  § 3. De buitengewone rekenplichtige van de Directie Comptabiliteit en Begroting van het Algemeen Secretariaat, belast met de betaling van de bezoldigingen en de terugbetaling van kosten van de controleorganen van de Staat bij de instellingen van openbaar nut, wordt toelating gegeven om deze uitgaven te verrichten door middel van geldvoorschotten.
  § 4. Aan de buitengewone rekenplichtige van de Directie Comptabiliteit en Begroting van het Algemeen Secretariaat belast met de betaling van de kosten voor opdrachten in het buitenland, wordt toelating gegeven om de nodige voorschotten te verlenen aan de ambtenaren belast met een opdracht in het buitenland.
  § 5. Aan de buitengewone rekenplichtige van het Kledingsfonds van het Personeel van de Administratie der Douane en Accijnzen wordt toelating gegeven om alle uitgaven van het Kledingfonds te betalen, ongeacht het bedrag.
  Deze uitgaven worden aangerekend op de begrotingsmiddelen van het programma 50.4 en mogen het jaarbedrag van 80 000 000 frank niet overschrijden.
  § 6. Aan de buitengewone rekenplichtige van de Sociale Dienst wordt toelating gegeven om hulpgelden en toelagen van sociale aard te betalen, ongeacht het bedrag.
  Deze uitgaven worden aangerekend op de begrotingsmiddelen van het programma 40.2.
  (§ 7. In afwijking van de artikelen 5 en 34 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, wordt de gewone rekenplichtige van de Directie Comptabiliteit en Begroting van het Algemeen Secretariaat gemachtigd om ten laste van de rekening diverse ontvangsten, uitgaven te verrichten, uitsluitend in het kader en ten belope van de bedragen van de geprefinancierde programma's op deze rekening door de Europese Unie of andere internationale instellingen.
  De betrokken facturen en schuldvorderingen dienen, voorafgaand aan de betaling, goedgekeurd te worden door de gedelegeerde ordonnateur van het Algemeen Secretariaat.) <W 1997-07-06/67, art. 2.18.1, 002; Inwerkingtreding : 04-10-1997>
Art. 2.18.1. § 1. Par dérogation à l'article 15 de la loi du 29 octobre 1846, relative à l'organisation de la Cour des comptes, des avances de fonds peuvent être consenties :
  1) au comptable extraordinaire de la Direction Comptabilité et Budget du Secrétariat général chargé du paiement des frais de nettoyage et d'entretien de locaux, mobilier, matériel et machines, pour un montant maximum de 90 000 000 de francs;
  2) aux autres comptables extraordinaires de la Direction Comptabilité et Budget du Secrétariat général, pour un montant maximum de 60 000 000 de francs;
  3) au comptable extraordinaire de la Masse d'Habillement du personnel de l'Administration des douanes et accises, pour un montant maximum de 80 000 000 de francs;
  4) au comptable extraordinaire du Service Social, et aux comptables extraordinaires des administrations fiscales en province, pour un montant maximum de 25 000 000 de francs;
  5) aux comptables extraordinaires de l'Inspection générale de la Dette publique pour un montant maximum de 600 000 francs.
  § 2. Les comptables extraordinaires des administrations fiscales en province et de la Direction Comptabilité et Budget du Secrétariat général sont autorisés à payer, au moyen des avances de fonds, tous les frais de service n'excédant pas 250 000 francs, les indemnités de toute nature allouées sur le budget ainsi que, quels qu'en soient les montants, les frais d'entretien et de nettoyage, les frais de consommation d'eau, gaz, électricité, téléphone, mazout et carburant pour voitures automobiles.
  § 3. Le comptable extraordinaire de la Direction Comptabilité et Budget du Secrétariat général chargé du paiement des rémunérations et du remboursement des frais des organes de contrôle de l'Etat auprès des organismes d'intérêt public, est autorisé à payer ces dépenses au moyen d'avances de fonds.
  § 4. Au comptable extraordinaire de la Direction Comptabilité et Budget du Secrétariat général, chargé du paiement des frais de mission à l'étranger, autorisation est donnée de consentir aux fonctionnaires envoyés en mission à l'étranger, les avances nécessaires.
  § 5. Au comptable extraordinaire de la Masse d'Habillement du personnel de l'Administration des douanes et accises, autorisation est donnée de payer toutes les dépenses de la Masse d'Habillement, quels qu'en soient les montants.
  Ces dépenses sont à imputer sur les crédits du programme 50.4 et ne peuvent dépasser le montant annuel de 80 000 000 de francs.
  § 6. Au comptable extraordinaire du Service Social, autorisation est donné à payer les secours et les allocations à caractère social, quels qu'en soient les montants.
  Ces dépenses sont à imputer sur les crédits du programme 40.2.
  (§ 7. Par dérogation aux articles 5 et 34 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, le comptable ordinaire de la Direction Comptabilité et Budget du Secrétariat général est autorisé à effectuer des dépenses sur le compte des recettes diverses, exclusivement dans le cadre et dans les limites financières de Programmes préfinancés sur ce compte par l'Union européenne ou d'autres organismes internationaux.
  Préalablement à leur mise en paiement, les factures et déclarations de créance relatives à ces Programmes doivent être revêtues du visa de l'ordonnateur délégué du Secrétariat général.) <L 1997-07-06/67, art. 2.18.1, 002; En vigueur : 04-10-1997>
Art. 2.18.2. De Minister van Financiën kan leningen en hulp verstrekken aan personeelsleden in actieve dienst, aan gewezen personeelsleden, gepensioneerd of niet, aan de rechthebbenden van de personeelsleden van Financiën en aan hun familieleden. Hij kan toelagen verlenen aan de verenigingen van personeelsleden en aan de ontmoetingscentra van het personeel van Financiën.
Art. 2.18.2. Le Ministre des Finances peut consentir des prêts et de l'aide aux agents du Département en service actif, aux anciens agents, pensionnés ou non, aux ayants droit d'agents des Finances et de membres de leur famille. Il peut octroyer des subventions à des associations d'agents du Département et aux centres de rencontre du personnel du Ministère des Finances.
Art. 2.18.3. Het provisioneel krediet ingeschreven op het programma 60/1 Interdepartementale provisionele kredieten- en bestemd om alle uitgaven verbonden aan de indexaanpassing, de sociale programmatie en de aanwervingen te dekken, evenals de uitgaven voor de financiering van de aankoop van gebouwen en van de infrastructuur van de Europese Instellingen, (en ter financiering van de overname van de leningen van de vennootschap Forges de Clabecq, die door de Staat gewaarborgd zijn) mag, volgens de behoeften, worden verdeeld over de passende programma's van de begrotingen van de verschillende departementen door middel van een koninklijk besluit en met het akkoord van de Minister van Begroting. <W 1997-07-06/67, art. 2.18.5, 002; Inwerkingtreding : 04-10-1997>
Art. 2.18.3. Le crédit provisionnel inscrit sous le programme 60/1 - Crédits provisionnels interdépartementaux et destinés à couvrir des dépenses de toute nature liées à l'adaptation de l'index, la programmation sociale et les recrutements, ainsi que les dépenses relatives au financement de l'achat de bâtiment et de l'infrastructure des institutions européennes, (et au financement de la reprise d'emprunts de la Société Forges de Clabecq, nantis de la garantie de l'Etat,) peut être reparti selon les besoins, par voie d'arrêté royal, entre les programmes appropriées des budgets des différents départements avec l'accord du Ministre du Budget. <L 1997-07-06/67, art. 2.18.5, 002; En vigueur : 04-10-1997>
Art. 2.18.4. <W 1997-07-06/67, art. 2.18.2, 002; Inwerkingtreding : 04-10-1997> In afwijking van de artikelen 5 en 34 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen ten laste van de bij onderhavige wet geopende kredieten schuldvorderingen van vorige jaren worden aangezuiverd met betrekking tot :
  - het Kledingsfonds van het personeel van de Administratie der douane en accijnzen;
  - facturen en schuldvorderingen voor leveringen waarvan de verbintenis aangegaan werd door het Federaal Aankoopbureau en die aan te rekenen zijn op de basisallocaties 12.01 of 74.01 van een bestaansmiddelenprogramma;
  - vaste uitgaven die aan te rekenen zijn op de basisallocatie 11.04 ter regularisatie van de orderekening 87.10.18.51 bij de Administratie der thesaurie i.v.m. bezoldigingen van gesubsidieerde contractuelen;
  - facturen en schuldvorderingen voor werken, leveringen en diensten, waarvoor de verbintenis aangegaan wordt door bemiddeling van de Regie der Gebouwen.
Art. 2.18.4. <L 1997-07-06/67, art. 2.18.2, 002; En vigueur : 04-10-1997> Par dérogation aux articles 5 et 34 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, les crédits ouverts par la présente loi pourront être utilisés pour l'apurement des factures et déclarations de créance d'années antérieures concernant :
  - La Masse d'habillement du personnel de l'Administration des douanes et accises;
  - les fournitures résultant d'engagements conclus à l'intervention du Bureau fédéral d'achat et qui doivent s'imputer aux allocations de base 12.01. ou 74.01. d'un Programme de subsistance;
  - les dépenses fixes à imputer à l'allocation de base 11.04. en régularisation du compte d'ordre 87.10.18.51. de l'Administration de la trésorerie relatif aux rémunérations des contractuels subventionnés;
  - les travaux, fournitures et services résultant d'engagements conclus à l'intervention de la Régie des Bâtiments.
Art. 2.18.5. De Minister van Financiën wordt gemachtigd om, naargelang van de behoeften, een gedeelte van de niet-fiscale ontvangsten met betrekking tot de opbrengst inzake domeinen aan te wenden voor de terugbetaling van de desbetreffende ten onrechte geïnde bedragen, met inbegrip van kosten en intresten.
  In afwijking van de artikelen 3 en 45 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991 wordt daartoe een terugbetalingsfonds 66.05.C geopend zoals bepaald in artikel 37 van voornoemde wetten.
Art. 2.18.5. Le Ministre des Finances est autorisé à prélever au fur et à mesure des besoins, une partie des recettes non fiscales en matière de produit des domaines pour l'affecter au remboursement desdites recettes indûment perçues, y compris les frais et intérêts.
  Par dérogation aux articles 3 et 45 des lois sur la comptabilité de l'Etat coordonnées le 17 juillet 1991, un fonds de restitution 66.05.C est ouvert selon les dispositions prévues à l'article 37 des lois précitées.
Art. 2.18.6. De Minister van Financiën wordt gemachtigd om, naargelang van de behoeften, een gedeelte van de niet-fiscale ontvangsten inzake het te gelde maken van activa van het Rijk, aan te wenden voor de uitgaven voor commissielonen die eigen zijn aan de totstandkoming van de overdracht van eigendomstitels.
Art. 2.18.6. Le Ministre des Finances est autorisé à prélever au fur et à mesure des besoins, une partie des recettes non-fiscales en provenance de la vente des actifs de l'Etat pour l'affecter aux dépenses relatives aux commissions de vente afférentes à la réalisation de la transmission des titres de propriété.
Art. 2.18.7. De Minister van Financiën kan voorschotten toestaan voor de dringende betalingen, die voortvloeien uit de verplichtingen van België op het vlak van haar deelneming in internationale financiële instellingen, en die verricht worden door de diensten van de Thesaurie belast met de internationale betrekkingen.
Art. 2.18.7. Le Ministre des Finances peut consentir des avances pour les paiements urgents des services de la Trésorerie chargés des relatons internationales résultant d'obligations de la Belgique dans le cadre de sa participation aux institutions financières internationales.
Art. 2.18.8. De Minister van Financiën wordt in 1997 gemachtigd om, ten laste van het Muntfonds, geldstukken of medailles te schenken, tot een maximumbedrag van 600 000 frank.
Art. 2.18.8. Le Ministre des Finances est autorisé en 1997 à offrir des pièces de monnaies ou des médailles, à charge du Fonds monétaire, jusqu'à concurrence d'un montant de 600 000 F.
Art. 2.18.9. § 1. Voor het jaar 1997 wordt de machtiging verleend een programma voor leningen aan vreemde Staten te onderhandelen ten belope van 900 000 000 frank.
  Rekening houdend met de budgettaire mogelijkheden wordt het leningsprogramma goedgekeurd door de Ministerraad. Het vermeldt de prioritair te realiseren leningen evenals de prioritaire vervangingsleningen in de vorm van een meerjarenprogramma.
  De vervangingsleningen kunnen te allen tijde in de plaats treden van initieel te realiseren leningen die geschrapt worden.
  De Controleur der Vastleggingen houdt boek van de realisaties en de vervanging van leningen van de programma's.
  § 2. De leningen aan vreemde Staten worden door de Controleur der Vastleggingen vastgelegd vóór notificatie van het leningsakkoord, op het ogenblik dat de Minister van Financiën door de ondertekening van een volmacht of van het Staatsleningsakkoord zelf zijn akkoord betuigt betreffende de toe te kennen lening.
  De daartoe aan te wenden kredieten zijn vastleggingskredieten die worden aangewend in de zin van artikel 7, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit.
  § 3. De betaling van de leningen gebeurt middels ordonnanceringskredieten die worden aangewend in de zin van artikel 7, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit.
Art. 2.18.9. § 1. Pour l'année 1997, un programme de prêts à des Etats étrangers peut être négocié à concurrence de 900 000 000 de francs.
  Compte tenu des moyens budgétaires prévus à cet effet, le programme de prêts doit être approuvé par le Conseil des Ministres. Il fait mention, d'une part, des prêts à réaliser en priorité et d'autre part, des prêts prioritaires, de remplacement sous forme d'un programme pluriannuel.
  Les prêts de remplacement peuvent se substituer à tout moment aux prêts initialement prévus qui ont été supprimes.
  Le Contrôleur des Engagements comptabilise les réalisations et les remplacements des prêts d'un programme.
  § 2. Les prêts à des Etats étrangers sont engagés par le Contrôleur des Engagements préalablement à la notification de l'accord de prêt, au moment où le Ministre des Finances marque son accord sur le prêt à consentir en signant une procuration ou l'accord de prêt d'Etat.
  Les crédits destinés à cette fin sont des crédits d'engagement au sens de l'article 7, § 2, des lois coordonnées sur la comptabilité de l'Etat.
  § 3. Les crédits destinés au paiement de ces prêts sont des crédits d'ordonnancement au sens de l'article 7, § 2, des lois coordonnées sur la comptabilité de l'Etat.
Art. 2.18.10. Het provisioneel krediet ingeschreven op het programma 60/1 Interdepartementale provisionele kredieten, en bestemd om de personeelskosten te dekken van de ambtenaren van de Regie voor Maritiem Transport die door de herstructurering in de verschillende federale departementen zullen worden gebezigd, alsook de personeels- en werkingskosten van de dienst voor zeeverbindingen van [1 Proximus]1 ingevolge de overheveling van deze naar een geëigende federale instelling, mag bij koninklijk besluit worden verdeeld over de geëigende programma's van de begrotingen van de betrokken departementen met het akkoord van de Minister van Begroting.
  
Art. 2.18.10. Le crédit provisionnel inscrit sous le programme 60/1 - Crédits provisionnels interdépartementaux et destinés à couvrir les frais de personnel des agents de la Régie des Transports Maritimes qui, dans le cadre de sa restructuration, seront occupé dans les différents départements fédéraux, ainsi que les frais de personnel et de fonctionnement du service radio-maritime de [1 Proximus]1 à la suite de son transfert vers un organisme fédéral approprié, peut être réparti, par voie d'arrêté royal, entre les programmes appropriés des budgets des départements concernés avec l'accord du Ministre du Budget.
  
SECTIE 19. - Ministerie van Ambtenarenzaken.
SECTION 19. - Ministère de la Fonction publique.
Art. 2.19.1. In afwijking van artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 10 000 000 frank verleend worden aan de buitengewone rekenplichtingen van de diensten en instellingen wier uitgaven in de onderhavige sectie zijn ingeschreven.
  Door middel van deze voorschotten mogen de buitengewone rekenplichtingen alle dienstkosten tot 100 000 frank betalen, alsmede, ongeacht hun bedrag, de verbruikskosten van water, gas, elektriciteit telefoon, stookolie en brandstof voor autovoertuigen, alsook de vergoedingen en toelagen van alle aard welke op de begroting toegekend worden. Voor de uitgaven van de Regie der Gebouwen betaald door de buitengewone rekenplichtigen van deze laatste, wordt voornoemd bedrag van 100 000 frank evenwel op 200 000 frank gebracht.
  Mogen, ongeacht het bedrag, met deze voorschotten worden betaald :
  1) de uitgaven van sociale aard;
  2) de kosten voor zendingen in het buitenland en voor frankering van de briefwisseling, alsmede de voorschotten op deze kosten.
  Aan de buitengewone rekenplichtingen belast met betalingen van zendingskosten in het buitenland wordt toelating gegeven voorschotten te verlenen aan de met een zending in het buitenland belaste ambtenaren.
Art. 2.19.1. Par dérogation à l'article 15 de la loi du 29 octobre 1846, relative à l'organisation de la Cour des comptes, des avances de fonds d'un montant maximum de 10 000 000 de francs peuvent être consenties aux comptables extraordinaires des services et institutions dont les dépenses sont inscrites dans cette section.
  Au moyen de ces avances, les comptables extraordinaires sont autorisés à payer tous les frais de service n'excédant pas 100 000 francs, ainsi que, quels qu'en soient les montants, les frais de consommation d'eau, gaz, électricité, téléphone, mazout et carburant pour voitures automobiles de même que les indemnités et allocations de toute nature allouées sur le budget. Toutefois, le montant précité de 100 000 francs est porté à 200 000 francs pour les dépenses afférentes à la Régie des bâtiments, liquidées par les comptables extraordinaires de celle-ci.
  Peuvent être payes au moyen de ces avances quels qu'en soient les montants :
  1) les dépenses à caractère social;
  2) les frais pour missions a l'étranger et pour l'affranchissement de la correspondance, ainsi que les avances y relatives.
  Les comptables extraordinaires chargés du paiement de frais de mission à l'étranger sont autorisés à consentir des avances aux fonctionnaires envoyés en mission à l'étranger.
Art. 2.19.2. Binnen de perken van de betrokken basisallocaties kunnen de volgende toelagen worden toegekend :
Art. 2.19.2. Dans les limites des allocations de base concernées, les subventions suivantes pourront être accordées :
            PROGRAMMA 40/0 - BESTAANSMIDDELENPROGRAMMA
           PROGRAMME 40/0 - PROGRAMME DE SUBSISTANCE
    Toelage aan de VZW Sociale dienst van het Ministerie van Ambtenarenza-
  ken. 
    Subside a l'ASBL Service social du Ministère de la Fonction
  publique.
            PROGRAMMA 53/1 - VORMING VAN AMBTENAREN
           PROGRAMME 53/1 - FORMATION DES FONCTIONNAIRES
    1° Bijdrage aan het Internationaal Instituut voor Bestuurswetenschap-
  pen; 
    1° Cotisation a l'Institut international des Sciences administratives;
    2° Bijdrage aan het Europees Instituut voor Bestuurskunde te Maas-
  tricht;
    2° Cotisation a l'Institut européen d'administration publique a
  Maastricht;
    3° Tegemoetkoming voor vormingsactiviteiten georganiseerd door de re-
  presentatieve vakorganisaties.
    3° Intervention en faveur activités de formation organisées par les
  organisations syndicales représentatives.
Art. 2.19.3. Het provisioneel krediet ingeschreven onder het programma 53/2 Provisionele kredieten en bestemd tot dekking van alle uitgaven verbonden aan de opleidingsactiviteiten mag, volgens de behoeften, worden verdeeld over de passende programma's van de begrotingen van de verschillende departementen door middel van een koninklijk besluit voorgedragen door de Minister van Ambtenarenzaken.
Art. 2.19.3. Le crédit provisionnel inscrit au programme 53/2 - Crédits provisionnels et destiné à couvrir des dépenses de toute nature liées aux activités de formation, peut être réparti selon les besoins, entre les programmes appropriés des budgets des différents départements, par la voie d'un arrêté royal proposé par le Ministre de la Fonction publique.
Art. 2.19.4. In afwijking van de artikelen 12 en 14 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen alle uitgaven van het Ministerie van Ambtenarenzaken met betrekking tot schadevergoedingen aan derden voortvloeiend uit het opnemen door de Staat van zijn aansprakelijkheid, met uitzondering van die van het Vast Wervingssecretariaat, aangerekend worden op de BA 03.34.01 van de organisatie-afdeling 40 - Secretariaat-generaal.
Art. 2.19.4. Par dérogation aux articles 12 et 14 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, l'ensemble des dépenses du Ministère de la Fonction publique relatives aux indemnités à des tiers devant découler de l'engagement de la responsabilité de l'Etat, à l'exception de celles du Secrétariat permanent de recrutement, peuvent être imputées à l'AB 03.34.01 de la division organique 40 - Secrétariat général.
Art. 2.19.5. De thesaurierekening waarop de bezoldigingen en allerhande toelagen voor het vast- en stagedoend statutair personeel en voor het contractueel personeel van het Vast Wervingssecretariaat, Staatsdienst met afzonderlijk beheer, worden aangerekend, mag een debetsaldo vertonen.
Art. 2.19.5. Le compte de trésorerie sur lequel sont imputées les rémunérations et diverses allocations pour le personnel statutaire définitif et stagiaire et le personnel contractuel du Secrétariat permanent de recrutement, service de l'Etat à gestion séparée, peut présenter un solde débiteur.
Art. 2.19.6. De Schatkist is gemachtigd voorschotten toe te kennen wanneer de rekeningen van het Federaal Aankoopbureau, Staatsdienst met afzonderlijk beheer, die het voorwerp uitmaakt van het artikel 63.01.A, zich in debettoestand zullen bevinden. De debettoestand mag 800 000 000 frank niet overschrijden.
Art. 2.19.6. Le Trésor est autorisé à consentir des avances lorsque les comptes du Bureau fédéral d'Achats, service de l'Etat à gestion séparée, qui fait l'objet de l'article 63.01.A, se trouveront en position débitrice. Cette position débitrice ne pourra pas dépasser le montant de 800 000 de francs.
Art. 2.19.7. Wordt goedgekeurd de bij deze wet gevoegde begroting voor het jaar 1997 van de Regie der Gebouwen.
  Deze begroting beloopt voor de ontvangsten 21 499 165 000 frank en voor de uitgaven 21 572 265 000 frank, waarvan 73 100 000 frank bestaat uit de aanwending van meerontvangsten gerealiseerd in het begrotingsjaar 1995.
  Zij bevat, bij de uitgaven, vastleggingskredieten voor een bedrag van 10 330 827 000 frank.
  De ontvangsten en uitgaven voor orde worden geschat op 85 100 000 frank.
Art. 2.19.7. Est approuvé le budget de la Régie des bâtiments pour l'année 1997, annexé à la présente loi.
  Ce budget s'élève pour les recettes a 21 499 165 000 francs et pour les dépenses à 21 572 265 000 francs, dont 73 100 000 francs représentent l'affectation d'un surplus en recettes réalisé dans l'année budgétaire 1995.
  Il comporte, en dépenses, des crédits d'engagement pour un montant de 10 330 827 000 francs.
  Les recettes et les dépenses pour ordre sont évaluées à 85 100 000 francs.
Art. 2.19.8. De Minister van Ambtenarenzaken wordt ertoe gemachtigd buiten en boven het bedrag van de vastleggingskredieten van het investeringsprogramma, uitgetrokken op de artikels 533.01,533.03,533.04,533.11 en 536.02 van de bij deze wet gevoegde begroting van de Regie der Gebouwen, verbintenissen tot huurkoop en/of analoge verrichtingen voor het verwerven van patrimoniale goederen aan te gaan. Het bedrag van deze verrichtingen wordt in 1997 beperkt tot 2 170 000 000 frank.
Art. 2.19.8. Le Ministre de la Fonction publique est autorisé à contracter, en sus et en plus du montant des crédits d'engagement du programme d'investissements, inscrit aux articles 533.01, 533.03, 533.04, 533.11 et 536.02 du budget de la Régie des bâtiments joint à la présente loi, des obligations de location-vente et/ou opérations analogues en vue de l'acquisition de biens patrimoniaux. Le montant de ces opérations est limité pour 1997 à 2 170 000 000 de francs.
Art. 2.19.9. De Minister van Ambtenarenzaken wordt ertoe gemachtigd ten laste van de begroting van de Regie der Gebouwen de uitgaven vast te leggen en te ordonnanceren die voortvloeien uit het water- en electriciteitsverbruik en de verwarming van het domein van Argenteuil, de koninklijke paleizen van Brussel en Laken en de huisbewaarderswoning te Marche-les-Dames.
Art. 2.19.9. Le Ministre de la Fonction publique est autorisé à engager et ordonnancer à charge du budget de la Régie des bâtiments, les dépenses découlant de la consommation d'eau, d'électricité et du chauffage du domaine d'Argenteuil, des palais royaux de Bruxelles et Laeken et de la conciergerie à Marcheles-Dames.
Art. 2.19.10. De Regie der Gebouwen wordt ertoe gemachtigd uitgaven te betalen voor de eerste inrichtingswerken in gebouwen die door haar gehuurd worden ten behoeve van Staatsdiensten, van door de Staat beheerde openbare diensten en van door de Staat bezoldigd personeel.
  Te dien einde int de Regie der Gebouwen provisionele voorschotten van de bezettende departementen, voorafgaand aan de betaling van deze uitgaven.
Art. 2.19.10. La Régie des bâtiments est autorisée à effectuer des dépenses pour les frais de première installation dans les bâtiments loués par elle à l'usage des services de l'Etat, des services publics gérés par l'Etat et du personnel rétribué par l'Etat.
  La Régie des bâtiments perçoit à cette fin, préalablement au paiement des dépenses, des avances provisionnelles de la part des départements occupants.
Art. 2.19.11. § 1. De Regie der Gebouwen is ertoe gemachtigd uitgaven, van welke aard ook, die noodzakelijk zijn voor de werking van de Rijksadministratieve centra te Brussel en Antwerpen in hun geheel beschouwd, te betalen.
  § 2. De Regie der Gebouwen is ertoe gemachtigd het bedrag van deze uitgaven te recupereren ten laste van de diensten gehuisvest in de betrokken gebouwen.
  Te dien einde int de Regie provisionele voorschotten van de medeëigenaars voor de betaling van de uitgaven.
Art. 2.19.11. § 1. La Régie des bâtiments est autorisée à effectuer des dépenses, quelle qu'en soit la nature, nécessaires au fonctionnement des centres administratifs de l'Etat à Bruxelles et à Anvers considérés comme entités.
  § 2. La Régie des bâtiments est autorisée à récupérer le montant de ces dépenses à la charge des services occupant les bâtiments en question.
  La Régie perçoit à cette fin, préalablement au paiement des dépenses, des avances provisionnelles de la part des copropriétaires.
Art. 2.19.12. De Regie der Gebouwen wordt ertoe gemachtigd om uitgaven ten laste te nemen voor de huurlasten van dertien ministeriële kabinetten die gehuisvest zijn in Rijksgebouwen of in gehuurde gebouwen, los van hun administratie, tot een maximumbedrag van 2 000 000 frank per kabinet.
  Onder huurlasten dient te worden verstaan: onderhoudscontracten voor centrale verwarming, telefooncentrales en apparatuur, liften, grasperken en parken, veiligheidsinstallaties en wassen van vensters.
Art. 2.19.12. La Régie des bâtiments est autorisée à prendre en charge les dépenses relatives aux charges locatives de treize cabinets ministériels logés dans des bâtiments de l'Etat ou dans des bâtiments loués et qui ne cohabitent pas avec leur administration, pour un montant de 2 000 000 de francs par cabinet aux maximum.
  Doivent être considérés comme charges locatives : les contrats d'entretien de l'installation du chauffage, du central et des appareils téléphoniques, des ascenseurs, des pelouses et des parcs, de l'installation de sécurité et de lavage des vitres.
Art. 2.19.13. De Regie der Gebouwen wordt ertoe gemachtigd tot het bedrag van de werkelijke ontvangsten te putten uit de opbrengst van de verkoop van onroerende goederen (gebouwen en hun aanhorigheden, terreinen, enz.).
  Met de opbrengst van deze verkoop zal een Wederbeleggingsfonds worden geopend.
  De op het einde van het begrotingsjaar niet gebruikte gelden van het Wederbeleggingsfonds worden naar het volgende begrotingsjaar overgedragen en worden gevoegd bij de eigen ontvangsten van dat jaar.
Art. 2.19.13. La Régie des bâtiments est autorisée à utiliser à concurrence des recettes effectivement opérées, le produit de la vente de biens immobiliers (bâtiments et leurs dépendances, terrains, etc.).
  Ce produit constituera la base d'un Fonds de Réemploi.
  Les disponibilités du Fonds de Réemploi non utilisées à la fin d'une année budgétaire sont reportées à l'année budgétaire suivante où elles se confondent avec les recettes propres à cette dernière.
Art. 2.19.14. In afwijking van artikel 2 van de wet van 1 april 1971 houdende oprichting van een Regie der Gebouwen, wordt de Regie der Gebouwen gemachtigd financieel bij te dragen tot de herstellingswerken aan het gebouw van de "ACADEMIA BELGICA" te Rome.
Art. 2.19.14. Par dérogation à l'article 2 de la loi du 1er avril 1971 portant création d'une Régie des bâtiments, la Régie des bâtiments est autorisée à apporter une contribution financière dans les travaux de réparation du bâtiment de "l'ACADEMIA BELGICA" à Rome.
Art. 2.19.15. In afwijking van artikel 2 van de wet van 1 april 1971 houdende oprichting van een Regie der Gebouwen, wordt de Regie der Gebouwen gemachtigd om haar medewerking te verlenen aan het toezicht op de werken voor de infrastructuur van de nieuwe provincies Vlaams-Brabant en Waals-Brabant. Zij zal daarvoor de vergoeding aanrekenen die bepaald werd door het Ministerieel Begrotingscomité van 5 februari 1976.
Art. 2.19.15. Par dérogation à l'article 2 de la loi du 1er avril 1971 portant création d'une Régie des bâtiments, la Régie des bâtiments est autorisée à prêter son concours à la supervision des travaux d'infrastructure pour les besoins des nouvelles provinces du Brabant flamand et du Brabant wallon. Pour son concours, elle mettre en compte la redevance fixé par le Comité Ministériel du Budget du 5 février 1976.
SECTIE 21. - Pensioenen.
SECTION 21. - Pensions.
Art. 2.21.1. Uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren mogen aangerekend worden op de kredieten van het lopend jaar of in voorkomend geval op de kredieten van de organieke fondsen in de hiernavolgende gevallen :
  1) Burgerlijke, kerkelijke en militaire pensioenen :
  - Rustpensioenen, voorschotten op deze pensioenen en aanverwante voordelen:
  o aan het personeel van de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten, van De Post, van de Regie voor Maritiem Transport, van het Rijks- en Gemeenschapsonderwijs, van de magistraten en de pleitbezorgers;
  o aan de bedienaars van de erediensten;
  o aan het personeel van leger en rijkswacht;
  o aan de gewezen leden van het beroepspersoneel van de kaders in Afrika;
  o aan het personeel van het provinciaal, gemeentelijk en vrij gesubsidieerd onderwijs.
  - Overlevingspensioenen en -renten, voorschotten op deze pensioenen of renten en aanverwante voordelen aan de rechthebbenden van de gewezen personeelsleden van de kaders in Afrika.
  - Overdrachten van bijdragen door de Staat te verrichten in toepassing van de wet van 5 augustus 1968 tot vaststelling van een zeker verband tussen de pensioenstelsels van de openbare sector en die van de privé-sector; terugbetalingen van ten onrechte geïnde overdrachten.
  - Overdrachten van pensioenbedragen aan de Europese Gemeenschap in toepassing van de wet van 21 mei 1991 tot vaststelling van een zeker verband tussen Belgische pensioenregelingen en die van instellingen van internationaal publiek recht.
  - Als pensioen geldende hulpgelden.
  - Kinderbijslagen aan de gewezen leden van het beroepspersoneel van de kaders in Afrika.
  - Bedragen ter beschikking te stellen van de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers om het hem mogelijk te maken, in uitvoering van artikel 101, 2° tot 4°, van de teksten der wet van 4 augustus 1930 betreffende de gezinsvergoeding voor loontrekkenden voor rekening van het Rijk de uitbetalingen te verzekeren van de kinderbijslag betreffende het lopend jaar en de voorgaande jaren alsook de dekking van de bestuurskosten van deze uitbetaling met inbegrip van de verzendingskosten van de postassignaties.
  2) Oorlogspensioenen en -renten :
  - Invaliditeitspensioenen van de militairen uit vredestijd en hun rechthebbenden. Renten verbonden aan de nationale orden.
  - Renten voor het lichamelijk leed overkomen aan de burgerlijke en militaire personeelsleden van de Technische Samenwerking naar aanleiding of tengevolge van onlusten, oproer of burgeroorlog.
  - Vergoedingspensioenen aan de militaire invaliden van vredestijd en gelijkgestelden alsmede aan hun rechthebbenden.
  - Pensioenen, toelagen en renten toegekend aan de militaire slachtoffers van de oorlog 1914-1918 en aan hun rechthebbenden.
  - Pensioenen, toelagen en renten toegekend aan de militaire slachtoffers van de oorlog 1940-1945 of ermede gelijkgestelden, alsook aan de rechthebbenden van deze personen.
  - Renten aan de verplicht ingelijfden bij het Duitse leger.
  - Renten, vergoedingen, voorschotten op renten en vergoedingen, alsmede verwijlinteresten aan de slachtoffers van een arbeidsongeval, een ongeval op de weg naar en van het werk of een beroepsziekte in de overheidssector alsook aan hun rechthebbenden.
  - Kinderbijslagen aan de groot-invaliden en aan de weduwen van militairen van vredestijd.
  - Kinderbijslagen aan de groot-invaliden en aan de weduwen van de oorlog 1940-1945.
  - Sommen ter beschikking te stellen van de Nationale Kas voor Oorlogspensioenen teneinde de uitkering te verzekeren van de pensioenen, renten toelagen en vergoedingen voor burgerlijke oorlogsslachtoffers van 1914-1918 en van hun rechthebbenden.
  - Sommen ter beschikking te stellen van de Nationale Kas voor Oorlogspensioenen teneinde de uitkering te verzekeren van de pensioenen, renten, toelagen en vergoedingen voor burgerlijke oorlogsslachtoffers van 1940-1945 en van hun rechthebbenden.
  - Sommen ter beschikking te stellen van de Nationale Kas voor Oorlogspensioenen teneinde de toepassing te verzekeren van de wet van 6 juli 1964 waarbij de toepassing van de wetten betreffende de herstelpensioenen van de burgerlijke slachtoffers van de oorlog 1940 1945 en hun rechthebbenden wordt uitgebreid tot de gevolgen van sommige feiten die zich hebben voorgedaan op het grondgebied van Kongo (Kinshasa), van Rwanda en van Burundi.
  - Renten toegekend aan de zeevissers voor in oorlogstijd bewezen diensten.
  - Uitvoering van het Belgisch-Duits akkoord van 21 september 1962 betreffende de vergoeding van de oorlogsslachtoffers.
  3) Sociale pensioenen :
  - Dotatie aan de Rijksdienst voor pensioenen met het oog op de financiering van de uitgaven voortvloeiend uit de wet van 1 april 1969 tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden.
Art. 2.21.1. Les dépenses relatives à des créances d'années antérieures peuvent être imputées sur les crédits de l'année courante ou le cas échéant sur les crédits des Fonds organique dans les cas suivants :
  1) Pensions civiles, ecclésiastiques et militaires :
  - Pensions de retraite, avances sur ces pensions et prestations annexes:
  o au personnel de l'Etat, des Régions, des Communautés, de la Poste, de la Régie des transports maritimes et de l'enseignement de l'Etat et des Communautés, des magistrats et avoués;
  o aux ministres des cultes;
  o au personnel de l'armée et de la gendarmerie;
  o aux anciens membres du personnel de carrière des cadres d'Afrique;
  o au personnel de l'enseignement provincial, communal et libre subventionné.
  - Pensions et rentes de survie, avances sur ces pensions et prestations annexes aux ayants droit de l'ancien personnel de carrière des cadres d'Afrique.
  - Transferts de cotisations à effectuer par l'Etat en application de la loi du 5 août 1968 établissant certaines relations entre les régimes de pension du secteur public et ceux du secteur privé; remboursements de transferts perçus indûment.
  - Transferts a la Communauté européenne des montants de pension en application de a loi du 21 mai 1991 établissant certaines relations entre des régimes belges de pensions et ceux d'institutions de droit international public.
  - Secours tenant lieu de pension.
  - Allocations familiales aux anciens membres du personnel de carrière des cadres d'Afrique.
  - Sommes à mettre à la disposition de l'Office national d'allocations familiales pour travailleurs salariés en vue de lui permettre d'assurer pou compte de l'Etat, en exécution de l'article 101, 2° à 4°, des textes de la loi du 4 août 1930 sur les allocations familiales aux salariés, le paiement des allocations afférentes à l'année en cours et aux années antérieures ainsi que la couverture des frais d'administration afférents à ce paiement, y compris les frais d'envoi des assignations postales.
  2) Pensions et rentes de guerre :
  - Pensions des militaires invalides du temps de paix et de leurs ayants droits. Rentes dans les ordres nationaux.
  - Rentes pour des dommages physiques subis par les membres du personnel civil et militaire de la Coopération technique lors de troubles et émeutes ou guerre civile.
  - Pensions de réparation aux militaires invalides du temps de paix et assimilés ainsi qu'à leurs ayants droit.
  - Pensions, allocations et rentes attribuées aux victimes militaires de la guerre 1914-1918 et à leurs ayants droit.
  - Pensions, allocations et rentes attribuées aux victimes militaires de la guerre 1940-1945 ou assimilées ainsi qu'aux ayants droit de ces personnes.
  - Rentes aux incorporés de force dans l'armée allemande.
  - Rentes indemnités, avances sur rentes et indemnités ainsi qu'intérêts de retard aux victimes d'un accident du travail, d'un accident sur le chemin du travail ou d'une maladie professionnelle dans le secteur public ainsi qu'à leurs ayants droit.
  - Allocations familiales aux grands invalides et aux veuves des militaires du temps de paix.
  - Allocations familiales aux grand invalides et aux veuves de la guerre 1940-1945.
  - Sommes à mettre à la disposition de la Caisse nationale des pensions de la guerre pour assurer le paiement des pensions, rentes, allocations et indemnités des victimes civiles de la guerre 1914-1918 et de leurs ayants droit.
  - Sommes à mettre à la disposition de la Caisse nationales des pensions de la guerre pour assurer le paiement des pensions, rentes, allocations et indemnités des victimes civiles de la guerre 1940-1945 et de leurs ayants droit.
  - Sommes à mettre à la disposition de la Caisse nationale des pensions de la guerre en vue d'assurer l'exécution de la loi du 6 juillet 1964 étendant l'application des lois relatives aux pensions de dédommagement des victimes civiles de la guerre 1940-1945 et de leurs ayants droit aux conséquences de certains faits survenus sur le territoire du Congo (Kinshasa), du Rwanda et du Burundi.
  - Rentes en faveur des pêcheurs marins pour services rendus en temps de guerre.
  - Exécution de l'accord belgo-allemand du 21 septembre 1962 relatif à l'indemnisation des victimes de la guerre.
  3) Pensions sociales :
  - Dotation à l'Office national des pensions en vue du financement des dépenses découlant de la loi du 1er avril 1969 instituant un revenu garanti aux personnes âgées.
Art. 2.21.2. De volgende uitgaven zullen magen vereffend worden bij middel van geldvoorschotten waarvan het maximumbedrag een derde van de kredieten toegekend aan elk ordonnancerend ministerie, niet zal mogen overschrijden.
  De uitgaven op de kredieten met betrekking tot :
  - Voorlopige militaire pensioenen, hulpgelden, renten en diverse toelagen;
  - Hulpgelden toegekend bij ontstentenis van pensioen aan gewezen magistraten, ambtenaren, beambten, personeelsleden zonder benoeming of loontrekkenden uit de tijdelijke of de vaste kaders evenals aan gewezen leden van het hulppersoneel, aan hun weduwen of aan de leden van hun gezin, die in benarde toestand verkeren en waarvan zij de steun waren, om het even of er alimentatieplicht of niet bestond;
  - Hulpgelden toegekend in uitzonderlijke omstandigheden aan die personen die slechts een pensioen of een als pensioen geldend wachtgeld van gering bedrag hebben bij toepassing van artikel 29 van het koninklijk besluit van 30 maart 1939 betreffende de terbeschikkingstelling van het Rijkspersoneel (met inbegrip in voorkomend geval van de toekenning aan de rechthebbenden van een compensatievergoeding gelijk aan het verschil tussen het gecumuleerd bedrag van het overlevingspensioen en het pensioen, of van het voorschot toegekend aan de rechthebbende van de overleden militair of het oorlogsslachtoffer en de 75 % activiteitswedde waarvan het overleden personeelslid normaal het genot zou gehad hebben en van een compensatievergoeding aan de gewezen personeelsleden van de Identificatiedienst van de Brusselse agglomeratie en aan hun rechthebbenden gelijk aan het verschil tussen het rust- of het overlevingspensioen toegekend door de Rijksdienst voor Pensioenen) :
  - Justitie:
  - Binnenlandse Zaken;
  - Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking;
  - Landsverdediging;
  - Landbouw;
  - Economische Zaken;
  - Tewerkstelling en Arbeid;
  - Sociale Voorzorg;
  - Volksgezondheid;
  - Financiën:
  - Diensten van de Eerste Minister;
  - Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden en ex-Ministeries van Onderwijs/Education;
  - Middenstand.
  De hulpgelden, toegekend als aanvulling van een gering pensioen of wachtwedde zullen maandelijks uitbetaald worden. Alleen de vereffening van de eerste termijn zal geschieden mits voorafgaand visum van het Rekenhof op overlegging van het koninklijk of ministerieel toekenningsbesluit.
Art. 2.21.2. Les dépenses suivantes pourront être liquidées à charge d'avances de fonds dont le montant maximum ne pourra excéder le tiers des crédits alloués à chacun des ministères ordonnateurs.
  Les dépenses à imputer sur les crédits relatifs aux :
  - Pensions militaires provisoires, rentes et subsides divers;
  - Secours alloués à défaut de pension à d'anciens magistrats, fonctionnaires, employés, agents sans nomination ou salariés des cadres temporaires et définitifs ainsi qu'aux anciens membres du personnel auxiliaire, à leurs veuves ou aux membres de leur famille qui se trouvent dans une situation malheureuse et dont ils étaient le soutien, qu'il y ait obligation alimentaire ou non;
  - Secours alloués, dans des circonstances exceptionnelles, à celles de ces personnes qui n'ont qu'une pension ou un traitement de disponibilité minime, tenant lieu de pension, par application de l'article 29 de l'arrêté royal du 30 mars 1939 relatif à la mise en disponibilité des agents de l'Etat (y compris éventuellement l'octroi aux ayants droit d'une allocation compensatoire égale à la différence entre le montant cumulé de la pension de survie et de la pension ou de l'avance allouée au titre d'ayant droit de militaire décédé ou de victime de guerre et les 75 % du traitement d'activité dont l'agent décédé aurait bénéficié normalement et d'une allocation compensatoire aux anciens membres du personnel de l'Office d'Identification de l'agglomération bruxelloise et à leurs ayants droit, égale à la différence entre la pension de retraite ou de survie accordée au personnel de l'Etat et la pension de retraite ou de survie leur allouée par l'Office national des pensions) :
  - Justice;
  - Intérieur;
  - Affaires étrangères, Commerce extérieur et Coopération au Développement;
  - Défense nationale;
  - Agriculture;
  - Affaires économiques;
  - Emploi et Travail;
  - Prévoyance sociale;
  - Santé publique;
  - Finances;
  - Services du Premier Ministre:
  - Service fédéraux des affaires scientifiques, techniques et culturelles et ex-Ministères de l'Education/Onderwijs;
  - Classes moyennes.
  Les secours alloués à titre de complément à une pension ou un traitement de disponibilité minime seront payés par mensualités. Seule la liquidation du premier terme s'effectuera sur visa préalable de la Cour des comptes, au vu de l'arrêté royal ou de arrêté ministériel d'allocation.
Art. 2.21.3. In toepassing van artikel 61 van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, wordt het overschot van de opbrengst van de persoonlijke bijdrage voor de financiering van de overlevingspensioenen geregistreerd bij het Fonds voor Overlevingspensioenen (organiek fonds van programma 1 van afdeling 51), aangewend voor de financiering van de uitgaven inzake de rustpensioenen van het Rijkspersoneel, van het leger, van de rijkswacht en van het onderwijs.
  Dit overschot wordt geschat op (5 900,0) miljoen frank voor het begrotingsjaar 1997. <W 1997-07-06/67, art. 2.21.1, 002; Inwerkingtreding : 04-10-1997>
Art. 2.21.3. En application de l'article 61 de la loi du 15 mai 1984 portant mesures d'harmonisation dans les régimes de pension, l'excédent du produit de la contribution personnelle au financement des pensions de survie enregistré au Fonds des pensions de survie (fonds organique du programme 1 de la division 51) est affecté au financement des dépenses en matière de pensions de retraite du personnel de l'Etat, de l'armée, de la gendarmerie et de l'enseignement.
  Cet excédent est estimé à (5 900,0) millions de francs pour l'année budgétaire 1997. <L 1997-07-06/67, art. 2.21.1, 002; En vigueur : 04-10-1997>
Art. 2.21.4. De Schatkist wordt ertoe gemachtigd voorschotten te verlenen indien de lopende rekeningen van de Schatkistverrichtingen 80.07.02.00.B (toelagen in verband met arbeidsongevallen voor het personeel van sommige instellingen van openbaar nut), 82.01.02.60.B (pensioenen van het gemeentepersoneel Gemeenschappelijk regime), 82.01.03.61B (pensioenen voor het gemeentepersoneel - stelsel van de nieuw aangeslotenen) en 82.02.05.66.B (pensioenen ten laste van de verschillende machten of instellingen die een conventie met de Belgische Staat hebben afgesloten) zich in debettoestand bevinden.
Art. 2.21.4. Le Trésor est autorisé à consentir des avances lorsque les comptes courants des opérations de Trésorerie 80.07.02.00.B (indemnisation en matière d'accidents du travail pour le personnel de certains organismes d'intérêt public), 82.01.02.60.B (pensions du personnel communal - Régime commun), 82.01.03.61.B (pensons du personnel communal - régime des nouveaux affiliés) et 82.02.05.66.B (pensions à charge de différents pouvoirs ou organismes qui ont conclu une convention avec l'Etat belge) se trouvent en position débitrice.
Art. 2.21.5. De Schatkist is gemachtigd voorschotten toe te kennen, wanneer de rekening van het fonds "Pool der parastatalen" (organiek fonds van programma 5 van de afdeling 51), zich in debettoestand bevindt.
Art. 2.21.5. Le Trésor est autorisé à consentir des avances lorsque le compte du Fonds "Pool des parastataux" (fonds organique du programme 5 de la division 51) se trouve en position débitrice.
Art. 2.21.6. De vereffening van de begrafenisvergoedingen ten laste van de basisallocatie 34.25 van afdeling 51 toegekend in toepassing van artikel 6 van de wet van 30 april 1958, ten gunste van de rechthebbenden van de gepensioneerde Rijksambtenaren, gebeurt op fondsvoorschotten overeenkomstig artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof; het bedrag van elk voorschot mag 20 000 000 frank niet overschrijden.
Art. 2.21.6. La liquidation des indemnités de funérailles à charge de l'allocation de base 34.25 de la division 51, accordées en vertu de l'article 6 de la loi du 30 avril 1958 aux ayants droit de pensionnés de l'Etat, a lieu sur avances de fonds conformément à l'article 15 de la loi du 29 octobre 1846 relative à l'organisation de la Cour des Comptes, le montant de chacune de ces avances ne pouvant dépasser 20 000 000 de francs.
Art. 2.21.7. De Minister van Financiën kan voorschotten toestaan op de vergoeding bedoeld bij artikel 6 van de wet van 30 april 1958 tot instelling van een begrafenisvergoeding ten gunste van de rechthebbenden van gepensioneerde Rijksambtenaren.
Art. 2.21.7. Le Ministre des Finances peut consentir des avances à valoir sur l'indemnité prévue par l'article 6 de la loi du 30 avril 1958 instituant une indemnité de funérailles en faveur des ayants droit de pensionnés de l'Etat.
SECTIE 23. - Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid.
SECTION 23. - Ministère de l'Emploi et du Travail.
Art. 2.23.1. In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten worden verleend :
  1) tot een maximumbedrag van 750 000 frank, aan de rekenplichtigen van het Departement, andere dan die bedoeld onder 2, 3 en 4 hierna, die er uitgaven mee mogen betalen welke 100 000 frank niet overschrijden;
  2) tot een maximumbedrag van 500 000 frank, aan de rekenplichtige van de Sociale Dienst, die er de uitgaven mee mag vereffenen, voorzien voor de sociale acties in het programma 40/0 - "Secretariaat-generaal en algemene administratieve diensten - bestaansmiddelen", en welke ook het bedrag ervan weze;
  3) tot een maximumbedrag van 15 000 000 frank, aan de rekenplichtige van het Departement Algemene Administratieve Diensten, met het oog op de uitbetaling van de schuldvorderingen die 100.000 frank niet overschrijden, en welk ook het bedrag moge zijn, van de verbruikskosten van water, van gas en van elektriciteit en de kosten van telefoon;
  4) tot een maximumbedrag van 7 500 000 frank, aan de rekenplichtigen belast met het financieren van opdrachten, die gemachtigd worden de nodige voorschotten ter beschikking te stellen van de personen belast met een opdracht in het buitenland, zelfs indien deze voorschotten 100 000 frank overschrijden;
  5) tot een in totaal maximumbedrag van 500 000 frank aan de rekenplichtige van het Departement - Algemene Administratieve Diensten - teneinde prijzen toe te kennen, welke ook het bedrag moge zijn, aan het netwerk van gemeenten en OCMW's voor een gelijke kansenbeleid, ten laste van de basisallocatie 43.02 van de organisatieafdeling 40, programma 5.
Art. 2.23.1. Par dérogation à l'article 15 de la loi du 29 octobre 1846 relative à l'organisation de la Cour des Comptes peuvent être consenties des avances de fonds :
  1) d'un montant maximum de 750 000 francs, aux comptables du Département, autres que ceux visés aux 2, 3 et 4 ci-après, qui sont autorisés a payer, au moyen de ces avances, les dépenses n'excédant pas 100 000 francs;
  2) d'un montant maximum de 500 000 francs, au comptable du Service social qui est autorisé à liquider, au moyen de ces avances, les dépense, quel qu'en soit le montant, prévues pour les actions sociales dans le programme 40/0 - "Secrétariat général et services administratifs généraux subsistance";
  3) d'un montant maximum de 15 000 000 de francs, au comptable du Département Services administratifs généraux, à l'effet de payer les créances n'excédant pas 100 000 francs ainsi que, quels qu'en soient les montants, les frais de consommation d'eau, de gaz et d'électricité et les frais de téléphone;
  4) d'un montant maximum de 7 500 000 francs, aux comptables chargés de financer les missions, qui sont autorisés à mettre les avances nécessaires à la disposition des personnes chargées d'une mission à l'étranger, même si ces avances excèdent 100 000 francs;
  5) d'un montant maximum total de 500 000 francs au comptable du Département - Services administratifs généraux - afin d'octroyer, quels qu'en soient les montants, des prix pour le réseau des communes et des CPAS pour une politique d'égalité des chances, à charge de l'allocation de base 43.02 de la division organique 40, programme 5.
Art. 2.23.2. Ten behoeve van de uitgaven van het organiek begrotingsfonds "Belgisch Europees Sociaal Fonds" (programma 56/9) kunnen aan de bevoegde rekenplichtigen geldvoorschotten toegekend worden, zoals bedoeld bij artikel 15, 2°, van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof. Deze voorschotten zijn elk afzonderlijk aan geen maximumbedrag gebonden, met dien verstande dat ze de beschikbare variabele kredieten niet mogen overschrijden.
Art. 2.23.2. Des avances de fonds telle que visées à l'article 15, 2°, de la loi du 29 octobre 1846 relative à l'organisation de la Cour des Comptes, peuvent être consenties au comptable compétent pour les besoins de dépenses du fonds organique "Fonds social européen belge" (programme 56/9). Le montant de ces avances n'est pas limité sans pouvoir dépasser cependant les crédits variables disponibles.
Art. 2.23.3. Binnen de perken van de betrokken basisallocaties kunnen de volgende toelagen worden toegekend :
  1) Toelage aan de Personeelsvereniging van het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid;
  2) Toelage aan de VZW Kinderopvang van het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid.
Art. 2.23.3. Dans les limites des allocations de base concernées, les subsides suivants peuvent être accordés :
  1) Subside en faveur de l'Association du Personnel du Ministère de l'Emploi et du Travail;
  2) Subside en faveur de l'ASBL Garderie d'enfants du Ministère de l'Emploi et du Travail.
            PROGRAMMA 40/1 - INTERNATIONALE SAMENWERKING
           PROGRAMME 40/1 - COLLABORATION INTERNATIONALE
    - Deelneming aan het programma voor de uitwisseling van sociale werkers
  der Verenigde Naties.
    - Participation au programme d'échange de travailleurs sociaux des
  Nations Unies.
    - Toelage aan de Internationale Arbeidsorganisatie ten titel van vrij-
  willige bijdrage van de Belgische regering voor het programma "Kinder-
  arbeid".
    - Subvention a l'Organisation internationale du travail a titre de
  contribution volontaire du gouvernement belge pour le programme
  "Travail des enfants".
    - Deelneming in de uitvoering van de initiatieven betreffende bilate-
  rale sociale samenwerking opgezet door de Internationale Arbeidsorganisa-
  tie of met een derde land.
    - Participation dans exécution des initiatives en matière de
  collaboration sociale bilatérale mises sur pied par l'Organisation
  internationale du Travail ou avec un pays tiers.
            PROGRAMMA 40/2 - STUDIES
           PROGRAMME 40/2 - ETUDES
    - Verlenen van toelagen ter aanmoediging van aktiviteiten in het raam
  van de opdrachten van het Departement.
    - Attribution de subsides a titre d'encouragement activités dans le
  cadre des missions du Département.
            PROGRAMMA 40/5 - GELIJKE KANSEN VOOR VROUWEN EN MANNEN
           PROGRAMME 40/5 - EGALITE DES CHANCES
                 ENTRE FEMMES ET HOMMES
    1) Subsidies aan organisaties die (mede) als doelstelling hebben gelij-
  ke kansen tussen vrouwen en mannen te bevorderen, voor projecten die
  gericht zijn op:
    1) Subsides aux organisations qui ont (entre autres) comme objectif
  de promouvoir l'émancipation sociale de la femme, pour des projets
  axes sur:
    - verandering van situaties waarin sprake is van een onrechtvaardig
  verschil in behandeling van vrouwen en mannen;
    - le changement de situations dans lesquelles il est question d'une
  différence de traitement injustifiée entre l'homme et la femme;
    - verandering in maatschappelijke structuren en verhoudingen die belem-
  mering en/of achterstanden van vrouwen veroorzaken;
    - le changement de structures et de rapports sociaux qui sont a la
  base d'obstacles et/ou retards pour les femmes;
    - een mentaliteitsverandering ten aanzien van het traditioneel man-
  vrouw rollenpatroon;
    - un changement de mentalité à l'égard du schéma traditionnel
  dévolu a l'homme et a la femme,
    - de bewustwording van de rol en positie van de vrouw bij de vrouw en/
  of groepen van vrouwen en op het stimuleren dat vrouwen maatschappelijk
  participeren;
    - la prise de conscience de la femme et/ou de groupes de femmes
  à l'égard du rôle et de la position de la femme et la stimulation de la
  participation sociale de la femme;
    - een fundamentele reflexie betreffende de man-vrouw verhoudingen, re-
  sulterend in veranderingsstrategieen.
    - une réflexion fondamentale sur les rapports hommes-femmes,
  débouchant sur des stratégies de changement.
    2) Subsidie aan de VZW Centrum voor Vrouwen "AMAZONE", met inbegrip
  van de tussenkomst ten gunste van de VZW Archiefcentrum voor Vrouwen-
  geschiedenis en de huur aan de Regie der Gebouwen.
   [3) Subsidie aan de VZW "Sophia".]
                      <W 1997-07-06/67, art. 2.23.1, 002; Inwerkingtreding : 04-10-1997>
    2) Subside a l'ASBL Centre des Femmes "AMAZONE", y compris
  l'intervention en faveur de l'ASBL Centre d'Archives pour l'Histoire
  des Femmes et le loyer à la Régie des Bâtiments.
    3) Subside a l'ASBL "Sophia".
                  <L 1997-07-06/67, art. 2.23.1, 002; En vigueur : 04-10-1997>
           PROGRAMME 51/1 - CONCERTATION
              ET CONCILIATION SOCIALES
    - Subside au Conseil national du travail.
            PROGRAMMA 51/1 - SOCIAAL OVERLEG EN SOCIALE BEMIDDELING
    - Toelage aan de Nationale Arbeidsraad.
           PROGRAMME 52/1 - ACTIONS EN FAVEUR DE LA PROMOTION
            SOCIALE, MORALE ET INTELLECTUELLE DES TRAVAILLEURS
    1) Dépenses de toute nature afférentes à l'attribution des prix du
  Conseil supérieur de sécurité, d'hygiène et d'embellissement des lieux
  de travail et de l'Administration de la sécurité du travail;
    2) Subside a l'Institut royal des Elites du Travail;
    3) Subside a l'Institut national de Recherche sur les Conditions de
  Travail;
            PROGRAMMA 52/1 - ACTIES TEN GUNSTE VAN DE SOCIALE
            MORELE EN INTELLECTUELE PROMOTIE VAN DE WERKNEMERS
    1) Allerlei uitgaven in verband met de toekenning van de prijzen van de
  Hoge Raad voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen
  en van de Administratie van de arbeidsveiligheid;
    2) Toelage aan het Koninklijk Instituut der Eliten van de Arbeid;
    3) Toelage aan het Nationaal Onderzoeksinstituut voor Arbeidsomstan-
  digheden;
    4) Toelage aan de representatieve werknemersorganisaties bedoeld bij
  artikel 3 van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve ar-
  beidsovereenkomsten en de paritaire comites.
    4) Subvention aux organisations représentatives des travailleurs
  visées a l'article 3 de la loi du 5 décembre 1968 relative aux
  conventions collectives de travail et aux commissions paritaires.
            PROGRAMMA 54/1 - CONTROLE, REGLEMENTERING EN AANMOEDIGING
                             VAN DE ARBEIDSVEILIGHEID
           PROGRAMME 54/1 - CONTROLE, REGLEMENTATION
            ET ENCOURAGEMENT DE LA SECURITE DU TRAVAIL
    - Toelage aan de Vereniging van diensthoofden voor veiligheid en hy-
  giene van Belgie.
    - Subside en faveur de l'Association des chefs de service de sécurité
  et hygiène de Belgique.
            PROGRAMMA 55/1 - REGLEMENTERING EN CONTROLE - AANMOEDIGING
            VAN DE HYGIENE IN DE WERKPLAATSEN EN VAN DE GEZONDHEID DER
                                  WERKNEMERS
           PROGRAMME 55/1 - REGLEMENTATION ET CONTROLE -
            ENCOURAGEMENT DE L'HYGIENE DES LIEUX DE TRAVAIL ET
            DE LE SANTE DES TRAVAILLEURS
    - Verlenen van financiele hulp aan de wetenschappelijke verenigingen
  voor arbeidsgeneeskunde en aan de beroepsorganisaties van de arbeids-
  geneesheren voor hun werking, studievergaderingen, onderzoeken en publi-
  katies in het raam van de gezondheidspolitiek ten bate van de werknemers
  en ter behartiging van de arbeidsgeneeskunde.
    - Octroi d'aide financière aux sociétés scientifiques de médecine du
  travail et aux organisations professionnelles des médecins du travail
  pour leur fonctionnement, leurs journées études, leurs recherches et
  publication dans le cadre d'une politique de santé des travailleurs et
  de la gestion de la médecine du travail.
            PROGRAMMA 56/3 - BRUGPENSIOENEN
           PROGRAMME 56/3 - PREPENSIONS
    Binnen de perken van de betrokken basisallocatie van het programma 56/3
  - "Brugpensioenen" kan er een toelage worden toegekend aan het Fonds tot
  vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werk-
  nemers om de uitgaven te dekken voor het toekennen van een aanvullende
  vergoeding aan bruggepensioneerde werknemers in 1993 van de douane- en
  expeditiekantoren.
    [NOTA : zie aanpassing bij W 1997-05-26/34, art. 3, Inwerkingtreding : 12-09-1997>
    [Binnen de perken van de betrokken basisallocatie
  van het programma 56/3 - "Brugpensioenen", kan er een toelage worden
  toegekend aan het Fonds voor Bestaanszekerheid van de sector van de
  koopvaardij, teneinde aanvullende uitkeringen te betalen aan de
  bruggepensioneerden van de sector.]
                        <W 1997-07-06/67, art. 2.23.1, 002; Inwerkingtreding : 04-10-1997>
         [PROGRAMMA 56/5
     Regie voor Maritiem Transport
   - Tussenkomst in de wedden van de statutairen van de RMT, tewerkgesteld
  door de RVA.]
              <W 1997-12-19/62, art. 3, 004; Inwerkingtreding : 30-01-1998>
    Dans les limites de l'allocation de base du programme 56/3 -
  "Prépensions", une subvention peut être allouée au Fonds d'indemni-
  sation des travailleurs licencies en cas de fermeture d'entreprise afin
  de couvrir les dépenses inhérentes a une indemnité complémentaire
  aux travailleurs prépensionnés en 1993 des agences en douane et des
  bureaux d'expédition.
    [NOTE : voir ajustement L 1997-05-26/34, art. 3, En vigueur : 12-09-1997.]
    [Dans les limites de l'allocation de base du programme 56/3 - "Prépension"
    une subvention peut être allouée au Fonds de Sécurité
    d'existence du secteur de la marine marchande pour payer
    les allocations complémentaires des prépensionnés du secteur.]
                        <L 1997-07-06/67, art. 2.23.1, 002; En vigueur : 04-10-1997>
           [PROGRAMME 56/5
       Régie des Transports maritimes
-
   - Intervention dans les traitements des statutaires de la RMT, mis `a
  l'emploi par l'ONEM.]
                      <L 1997-12-19/62, art. 3, 004; En vigueur : 30-01-1998>
Art. 2.23.4. De uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren mogen aangerekend worden op de kredieten van het lopende jaar in verband met de toekenning van het betaald educatief verlof aan de werknemers.
Art. 2.23.4. Les dépenses relatives à des créances d'années antérieures peuvent être imputées sur les crédits de l'année courante en ce qui concerne l'octroi du congé-éducation payé aux travailleurs.
Art. 2.23.5. Binnen de perken van de middelen bestaande uit de bijdrage bedoeld in Titel IV - Maatregelen ter bestrijding van de werkloosheid - (art. 135 tot en met 150) van de wet van 30 december 1992 houdende sociale en diverse bevordering van de tewerkstelling, mogen voorschotten worden geordonnanceerd ten bedrage van 90 % van het bedrag van de financiële tussenkomst die te betalen zijn voor begeleidingsacties in het kader van de uitvoering van het Begeleidingsplan.
Art. 2.23.5. Dans les limites des ressources constituées par la cotisation visée au Titre IV - Mesures relatives à la lutte contre le chômage - (art. 135 à 150) de la loi du 30 décembre 1992 portant des mesures sociales et diverses et visée aussi dans la loi du 3 avril 1995 portant des mesures visant à promouvoir l'emploi, des avances peuvent être payées à concurrence de 90 % du montant des interventions dues pour des actions d'accompagnement dans le cadre de l'exécution du Plan d'accompagnement.
Art. 2.23.6. Forfaitaire vergoedingen kunnen worden toegekend aan de leden van de delegaties die in België verblijven in het kader van de bilaterale sociale samenwerking evenals aan het personeel van het Departement en van de instellingen van openbaar nut die onder zijn voogdij staan, dat hen vergezelt, dit om hun geringe uitgaven te dekken.
  Tot een door de Minister van Tewerkstelling en Arbeid vastgesteld bedrag kunnen de betrokken sociale partners een terugbetaling bekomen van de theoretische en praktische vormingen die ze organiseren in het kader van de bilaterale sociale samenwerking.
Art. 2.23.6. Des indemnités forfaitaires peuvent être accordées aux membres des délégations que séjournent en Belgique dans le cadre de la collaboration sociale bilatérale ainsi qu'au personnel du Département et des organismes d'intérêt public soumis à sa tutelle qui les accompagne, pour couvrir leurs menues dépenses.
  A concurrence d'un montant fixé par le Ministre de l'Emploi et du Travail, les partenaires sociaux désignés par celui-ci peuvent obtenir le remboursement des formations théoriques et pratiques qu'ils organisent dans le cadre de la collaboration sociale bilatérale.
Art. 2.23.7. <W 1997-07-06/67, art. 2.23.2, 002; Inwerkingtreding : 04-10-1997> De Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening wordt gemachtigd gedurende het lopende begrotingsjaar, het beschikbare saldo van vorige jaren te gebruiken om de uitgaven te dekken inherent aan de aanwerving van de gesubsidieerde contractuelen (BA 56/40 42.11), alsook om de betalingen te verrichten van de wachtgelden aan de werknemers die getroffen werden door sommige sluitingen van ondernemingen en van vertrekpremies aan ontslagen werknemers van steenkoolmijnen (BA 56/60 42.13).
Art. 2.23.7. <L 1997-07-06/67, art. 2.23.2, 002; En vigueur : 04-10-1997> L'Office national de l'Emploi est autorisé à utiliser, durant l'année budgétaire courante, le solde disponible des années antérieures pour couvrir les dépenses inhérentes à l'engagement de contractuels subventionnés (AB 56/40 42.11.) ainsi que pour effectuer les paiements des indemnités d'attente aux travailleurs victimes de certaines fermetures d'entreprises et des primes de départ aux travailleurs licenciés des charbonnages (AB 56/60 42.13.).
Art. 2.23.8. Wordt goedgekeurd de bij deze wet gevoegde begroting van het Nationaal Onderzoeksinstituut voor Arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 1997. Deze begroting beloopt 32 500 000 frank voor de ontvangsten en 32 500 000 frank voor de uitgaven.
Art. 2.23.8. Est approuvé le Budget de l'Institut national de Recherche sur les Conditions de Travail pour l'année budgétaire 1997 annexé à la présente loi. Ce budget s'élève à 32 500 000 francs pour les recettes et à 32 500 000 francs pour les dépenses.
SECTIE 26. - Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu.
SECTION 26. - Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement.
Art. 2.26.1. In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten tot een maximum bedrag van 30 000 000 BF verleend worden aan de buitengewone rekenplichtigen van het departement, met het oog op de uitbetaling van de schuldvorderingen aangaande alle dienstkosten alsmede de vergoedingen en toelagen van alle aard die 250 000 BF niet overschrijden, en welk ook het bedrag moge zijn, van de verbruikskosten van water, van gas en van electriciteit, de kosten van telefoon, portkosten en de verbruikskosten van stookolie en brandstof van autovoertuigen, alsmede de voorschotten verleend aan ambtenaren en experten belast met opdrachten.
  Deze rekenplichtigen worden gemachtigd de nodige voorschotten te verlenen aan de ambtenaren van de Eetwareninspectie voor het nemen van monsters. Deze voorschotten zijn beperkt tot een bedrag van 50 000 BF.
  Deze rekenplichtigen worden gemachtigd de nodige voorschotten te verlenen aan de ambtenaren en experten belast met een zending in het buitenland, zelfs indien deze voorschotten meer dan 100 000 BF bedragen.
  De betaling van de erelonen van experten uit het buitenland en van de kosten voortspruitend uit regelingen met vreemde landen, mag eveneens per geldvoorschot gebeuren, welke ook het bedrag ervan zij.
Art. 2.26.1. Par dérogation à l'article 15 de la loi du 29 octobre 1846 relative à l'organisation de la Cour des Comptes, des avances de fonds d'un montant maximum de 30 000 000 BF peuvent être consenties aux comptables extraordinaires du département, à l'effet de payer les créances concernant tous les frais de service, les indemnités et allocations de toute nature n'excédant pas 250 000 BF, ainsi que, quels qu'en soient les montants, les frais de consommation d'eau, de gaz et d'électricité, les frais de téléphone, les frais d'affranchissement et les frais de consommation de mazout et de carburant pour voitures automobiles, de même que les avances consenties aux fonctionnaires et experts chargés de missions.
  Autorisation est donnée à ces comptables de consentir aux fonctionnaires de l'Inspection des Denrées Alimentaires les avances nécessaires pour la prise des échantillons. Ces avances sont limitées à un montant de 50 000 BF.
  Autorisation est donné à ces comptables de consentir aux fonctionnaires et experts en mission à l'étranger les avances nécessaires, même si ces avances sont supérieures à 100 000 BF.
  Le paiement des honoraires d'experts venant d'autres pays et des frais résultant d'arrangements avec des pays étrangers peut également se faire par avance de fonds, quel qu'en soit le montant.
Art. 2.26.2. De uitgaven van alle aard tot verzorging van de rechthebbenden bedoeld bij de wet van 3 juli 1967 betreffende de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector, mogen per geldvoorschot gebeuren, welke ook het bedrag ervan zij, en zulks binnen de perken van het tarief bedoeld bij artikel 4 van het koninklijk besluit van 24 januari 1969.
Art. 2.26.2. Les dépenses de toute nature a l'occasion de soins à donner aux bénéficiaires de la loi du 3 juillet 1967 sur la réparation des dommages résultant des accidents du travail, des accidents survenus sur le chemin du travail et des maladies professionnelles dans le secteur public, peuvent se faire par avance de fonds, quel qu'en soit le montant, dans les limites du tarif visé à l'article 4 de l'arrêté royal du 24 janvier 1969.
Art. 2.26.3. Uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren mogen aangerekend op de kredieten van het lopend jaar in de hiernavolgende gevallen :
  Uitgaven met betrekking tot de presentiegelden en vergoedingen voor reisen verblijfkosten toegekend aan de voorzitters en de leden van de Raden en Commissies ingesteld bij het departement.
  PROGRAMMA 53/1 - HOSPITALISATIES
  Staatstussenkomst in de lasten die uit het beheer der ziekenhuizenvoortspruiten, met uitsluiting van de ten gunste van de universitaireziekenhuizen voorziene supplementen;
  2. Staatstussenkomst in de prijs per dag verpleging in de Universitaire ziekenhuizen, ingevolge de toepassing van artikel 102 van de wet van 23 december 1963 op de ziekenhuizen en in de kosten van de prestaties geleverd door de geneeskundige staf van de universitaire ziekenhuizen welke geen aanleiding geven tot tussenkomst van de verzekeringsorganismen;
  3. Staatstussenkomst in de verblijfprijs van de psychiatrische verzorgingstehuizen en het beschut wonen.
  PROGRAMMA 53/3 - GENEESKUNDEPRAKTIJK
  De uitgaven in verband met de realisatie en verspreiding van de "Folia Diagnostica".
  PROGRAMMA 55/1 - BESTAANSZEKERHEID
  Staatstussenkomst inzake sociaal levensminimum;
  Betaling van medische zorgen verstrekt in Belgie aan de slachtoffers van de incidenten van de Heizel van 29 mei 1985 vanaf 19u15, dit bete-kent de kosten van geneeskundige zorgen verstrekt door hospitalen, klinieken en via prive-consultaties, de betaling van vervoerskosten in Belgie van de slachtoffers, evenals de betaling van de begrafeniskosten beperkt tot het maximumbedrag door het RIZIV terugbetaald, en iedere andere betaling van de Belgische Staat geeist in het kader van de bilaterale akkoorden;
  3. Toelagen aan OCMW's inzake onderhoudsgeld voor kinderen.
  PROGRAMMA 55/2 - GEHANDICAPTEN
  Betaling aan de gehandicapten bij toepassing van de wet van 27 februari 1987 van de vergoedingstermijnen waarvan het recht in de loop van de voorgaande jaren werd erkend en die, om de een of andere reden, ten laste van de voor deze begrotingsjaren uitgetrokken kredieten, niet konden worden vereffend.
  PROGRAMMA 55/3 - OPVANG VLUCHTELINGEN
  Betaling van de lasten betreffende steun van alle aard, toegekend aan de behoeftigen, de kandidaat politieke vluchtelingen en erkende politieke vluchtelingen. Allerlei kosten (huurlasten, personeel, verbuiksuitgaven, enz.) verbonden aan de werking van de gecentraliseerd opvang van kandidaat politieke vluchtelingen.
  PROGRAMMA 56/1 - MEDISCH BEHEER DER OPENBARE DIENSTEN
  Uitgaven van alle aard tot verzorging van de rechthebbenden bedoeld bij de wet van 3 juli 1967 betreffende de schadevergoeding voor arbeidsonge-vallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en beroepsziekten in de overheidssector.
Art. 2.26.3. Des dépenses relatives à des créances d'années budgétaires antérieures peuvent être imputées sur les crédits de l'année courante dans les cas suivants :
  Dépenses relatives aux jetons de présence et aux indemnités pour frais de parcours et de séjour attribués aux présidents et membres des conseils et commissions installés au sein du département.
  PROGRAMME 53/1 - HOSPITALISATIONS
  1. Intervention de l'Etat dans les charges résultant de la gestion des hôpitaux, à l'exclusion des suppléments prévus en faveur des hôpitaux universitaires;
  2. Intervention de l'Etat dans le prix de la journée d'entretien des hôpitaux universitaires, prévue par l'article 102 de la loi du 23 décembre 1963 sur les hôpitaux, et dans les frais de prestations fournies par le staff médical des hôpitaux universitaires qui ne donnent pas lieu à une intervention des organismes assureurs;
  3. Intervention de l'Etat dans le prix d'hébergement des maisons de soins psychiatriques et des habitations protégées.
  PROGRAMME 53/3 - ART DE GUERIR
  Les dépenses relatives a la réalisation et la diffusion des "Folia Diagnostica".
  PROGRAMME 55/1 - SECURITE D'EXISTENCE
  1. Intervention de l'Etat en matière de minimum socio-vital;
  2. Paiement des soins medicaux donnes en Belgique aux victimes des incidents du Heysel survenus le 29 mai 1985 a partir de 19h15, c'est-à-dire le coût des soins prodigues par des hôpitaux, cliniques ou cabinets medicaux, le paiement du coût du transport des victimes de ces incidents en Belgique, ainsi que le paiement des frais de funérailles limites au montant maximum rembourse par l'INAMI et toute autre paiement qui serait exige de l'Etat belge dans le cadre des relations bilatérales entre les pays concernes et a l'appui de traites internationaux et accords bilatéraux;
  3. Subsides aux CPAS en matière de pension alimentaire pour enfants.
  PROGRAMME 55/2 - HANDICAPES
  Paiement aux handicapes, en application de la loi du 27 février 1987, des termes d'allocations dont le droit a été reconnu au cours des années antérieures et qui, pour l'une ou l'autre cause, n'ont pu être liquides a charge des crédits prévus pour ces années budgétaires.
  PROGRAMME 55/3 - ACCUEIL REFUGIES
  Paiement des charges afférentes aux secours de toute nature aux indigents, aux candidats réfugiés politiques et réfugiés politique reconnus. Frais divers (charges locatives, personnel, dépenses de consommation, etc.) afférents aux fonctionnement de l'accueil centralise de candidats réfugiés politiques.
  PROGRAMME 56/1 - GESTION MEDICALE DU PERSONNEL DES SERVICES PUBLICS
  Dépenses de toute nature a l'occasion de sois a donner aux bénéficiaires de la loi du 3 juillet 1967 sur la réparation des dommages résultant des accidents du travail, des accidents survenus sur le chemindu travail et des maladies professionnelles dans le secteur public.
Art. 2.26.4. De Schatkist wordt ertoe gemachtigd voorschotten toe te kennen wanneer de verrichtingen in verband met artikel 87.02.05.14.B van de Ordeverrichtingen van de Thesaurie - aan de Schatkist overgemaakte gelden voor de uitkering van renten, pensioenen of tegemoetkomingen aan in België verblijvende personen die, overeenkomstig de gesloten internationale akkoorden, gerechtigd zijn op de voordelen van buitenlandse sociale wetgevingen - een debettoestand van dit artikel veroorzaken.
Art. 2.26.4. Le Trésor est autorise à consentir des avances lorsque les opérations relatives à l'article 87.02.05.14.B - Opérations d'ordre de la Trésorerie Fonds remis au Trésor pour le service financier des rentes, pensions ou allocations au profit de personnes résidant en Belgique et bénéficiant, conformément aux accords internationaux intervenus, d'avantages octroyés par des législations sociales étrangères - mettent cet article en position débitrice.
Art. 2.26.5. De kredieten voor allerhande uitgaven voor maatschappelijk dienstbetoon, voorzien in het bestaansmiddelenprogramma van de organisatieafdeling 40, zullen mogen aangewend worden in de vorm van een toelage aan de VZW "Sociale Dienst van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu" (Programma 40/0 - Bestaansmiddelen).
Art. 2.26.5. Les crédits pour dépenses diverses du service social, prévus dans le programme de subsistance de la division organique 40, pourront être utilisés sous forme de subvention à l'ASBL "Service social du Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement" (Programme 40/0 - Subsistance).
Art. 2.26.6. Binnen de perken van de betrokken basisallocaties kunnen de volgende toelagen worden toegekend :
Art. 2.26.6. Dans les limites des allocations de base concernées, les subsides suivants pourront être octroyés :
            PROGRAMMA 40/1 - INTERNATIONAL BETREKKINGEN INZAKE
             ONDERZOEK, VORMING EN BIJDRAGEN AAN INTERNATIONALE
             ORGANISMEN
           PROGRAMME 40/1 - RELATIONS INTERNATIONALES EN
            MATIERE DE RECHERCHE, DE FORMATION ET PARTICIPATION
            A DES ORGANISMES INTERNATIONAUX
    1) Lidmaatschapsbijdragen aan internationale organisaties in het domein
  van de volksgezondheid;
    1) Contributions de membres a des organisations internationales
  dans le domaine de la santé publique;
    2) Bijdragen bedoeld om vergaderingen in Belgie tussen experten van in-
  ternationale organisaties over onderwerpen van volksgezondheid en leef-
  milieu rechtstreeks te financieren.
    2) Contributions destinées a financer directement des réunions en
  Belgique, d'experts d'organisations internationales sur des sujets de
  santé publique et d'environnement.
            PROGRAMMA 51/1 - BESTAANSMIDDELEN VAN HET BESTUUR
             INFORMATIE EN STUDIEN
           PROGRAMME 51/1 - SUBSISTANCE ADMINISTRATION
                     INFORMATION ET ETUDES
    Forfaitaire toelagen aan organismen, instellingen, verenigingen en
  groeperingen die door de studie, de informatie of door andere activitei-
  ten van sociale aard deelnemen aan de bevordering van de sociale voor-
  uitgang.
    Subventions forfaitaires aux organismes, institutions, associations et
  groupements qui par l'étude, l'information ou d'autres activités d'ordre
  social, contribuent a la promotion du progrès social.
    Toelagen voor studies, onderzoeken, studiedagen, deelnemingen, diverse
  tussenkomsten, informatie en propaganda betreffende de verschillende tak-
  ken van de sociale zekerheid.
    Subventions dans le cadre études, de recherches, de journées étude,
  de participations, de diverses interventions, de l'information et
  de la propagande au sujet des différentes branches de la sécurité sociale.
    PROGRAMMA 53/2 - DRINGENDE GENEESKUNDIGE HULP
           PROGRAMME 53/2 - AIDE MEDICALE URGENTE
    Toelagen inzake dringende geneeskundige hulpverlening.
    Subsides relatifs à l'aide médicale urgente.
    Toelage aan het Rode Kruis van Belgie inzake dringende geneeskundige
  hulpverlening.
    Subside à la Croix rouge de Belgique relatif à l'aide médicale urgente.
    Toelage inzake de werkingskosten van het Antigifcentrum.
    Subside relatif aux frais de fonctionnement du Centre anti-poison.
            PROGRAMMA 53/3 - ORGANISATIE GENEESKUNDEPRAKTIJK
           PROGRAMME 53/3 - ORGANISATION ART DE GUERIR
    Toelagen aan profylactische en sanitaire organismen als tussenkomst in
  studiedagen op het vlak van de geneeskundepraktijk.
    Subsides a des organismes prophylactiques et sanitaires a titre
  d'intervention dans les journées étude relatives au domaine de l'art
  de guérir.
    Toelagen voor de realisatie en verspreiding van de Folia Diagnostica.
    Subsides a la réalisation et la diffusion des Folia Diagnostica.
    Toelagen aan de centra voor huisartsengeneeskunde.
    Subsides aux centres de médecine de famille.
            PROGRAMMA 53/4 - PROFYLAXIS
           PROGRAMME 53/4 - PROPHYLAXIE
    Beleidsgericht wetenschappelijk onderzoek en internationale uitwisse-
  ling van gegevens inzake recente ontwikkelingen en problemen op het vlak
  van profylaxis en hygiene.
    Recherche scientifique fondamentale et échange international de
  données en matière de développements et de problèmes récents dans le
  domaine de la prophylaxie et de hygiène
            PROGRAMMA 53/5 - STOCKAGE EN VERDELING VAN BLOED
           PROGRAMME 53/5 - STOCKAGE ET DISTRIBUTION DU SANG
    Subsidies voor het uitbouwen van de bloed- en plasmacollectecentra van
  het Belgische Rode Kruis.
    Subsides au développement des Centres de collecte de sang et de
  plasma de la Croix-Rouge de Belgique.
            PROGRAMMA 53/6 - MEDISCH-SOCIALE VOORZORG
           PROGRAMME 53/6 - PREVENTION MEDICO-SOCIALE
    Toelagen voor het aanmoedigen van initiatieven genomen in verband met
  studiedagen en informatieverspreiding aangaande volksgezondheid.
    Subsides a l'encouragement d'initiatives prises dans le cadre de
  journées étude et de diffusion d'informations en matière de santé
  publique.
    Toelagen voor de financiering van het bijhouden van het nationaal
  kankerregister door het Belgisch Werk tegen de Kanker.
    Subsides au financement de la tenue du Registre National du Cancer
  par l'Oeuvre belge contre le Cancer.
            PROGRAMMA 54/1 - INSPECTIE VAN VOEDINGSMIDDELEN
           PROGRAMME 54/1 - INSPECTION DES DENREES ALIMENTAIRES
    Beleidsgericht wetenschappelijk onderzoek en internationale uitwisse-
  ling van gegevens inzake recente ontwikkelingen en problemen op het vlak
  van de levensmiddelenhygiene.
    Recherche scientifique fondamentale et échange international de
  données en matière de développements et de problèmes récents dans le
  domaine de hygiène des denrées alimentaires.
    Toelagen aan de VZW "NUBEL" als tussenkomst voor het opstellen van de
  Belgische voedingsmiddelentabel.
    Subsides a l'ASBL "NUBEL" comme intervention pour l'élaboration
  de la table belge de composition des aliments.
    Toelagen ter ondersteuning van het beleid inzake eetwarenreglementering
  en/of eetwareninspectie.
    Subsides en vue de promouvoir la politique en matière de règlemen-
  tation des denrées alimentaires et/ou de l'Inspection des denrées
  alimentaires.
            PROGRAMMA 54/2-TOEZICHT OP DE COMMERCIALISERING VAN
             GENEESMIDDELEN
           PROGRAMME 54/2 - SURVEILLANCE
           COMMERCIALISATION MEDICAMENTS
    Beleidsgericht wetenschappelijk onderzoek en internationale uitwisse-
  ling van gegevens inzake recente ontwikkelingen en problemen op het vlak
  van de farmacie.
    Recherche scientifique fondamentale et échange international de
  données en matière de développements et de problèmes récents dans le
  domaine de la pharmacie.
            PROGRAMMA 55/1 - BESTAANSZEKERHEID
           PROGRAMME 55/1 - SECURITE D'EXISTENCE
    1) Toelagen aan openbare centra voor maatschappelijk welzijn en vereni-
  gingen van OCMW's van OCMW-voorzitter, -secretarissen en maatschappelijk
  werkers;
    1) Subsides aux centres publics d'aide sociale et associations de
  CPAS, de présidents, de secrétaires et d'assistants sociaux de CPAS;
    2) Toelagen aan particuliere organisaties die zich specifiek inzetten
  voor de meest kansarmen (Vierde Wereldbeweging, Beweging van Mensen met
  Kinderen en Laag Inkomen, Sociale Werkplaatsen/Entreprises d'Apprentis-
  sage professionnel, enz.);
    2) Subsides aux organisations privées qui mènent une action
  spécifique en faveur des plus démunis (Mouvement Quart-Monde,
  Mouvement des Personnes avec Enfants et Bas Revenus, Ateliers
  sociaux/Entreprises d'Apprentissage professionnel, etc...);
    3) Toelagen aan organisaties die betrokken zijn bij de voedselbedeling
  in het raam van de EEG-voedselhulp;
    3) Subsides aux organisations qui participent a la distribution
  d'aliments dans le cadre de l'aide alimentaire de la CEE;
    4) Subsidies ter aanmoediging van initiatieven genomen in het kader van
  studiedagen, onderzoek, en informatieverspreiding in verband met de pro-
  blemen aangaande de armoede (oorzaken, gevolgen, middelen om eraan te
  verhelpen).
    4) Subsides a l'encouragement d'initiatives prises dans le cadre de
  journées études, de recherche et de diffusion d'informations sur les
  problèmes relatifs à la pauvreté (causes, conséquences, moyens d'y
  remédier).
            PROGRAMMA 55/3 - OPVANG VLUCHTELINGEN
           PROGRAMME 55/3 - ACCUEIL DES REFUGIES
    Toelagen aan organisaties die een bijdrage leveren tot ondersteuning van
  de eerste opvang en spreiding van vluchtelingen.
    Subsides aux organisations qui soutiennent le premier accueil et la
  répartition des réfugiés et les victimes de la traite des être humains.
            PROGRAMMA 58/1 - LEEFMILIEUBELEID
           PROGRAMME 58/1 - POLITIQUE DE L'ENVIRONNEMENT
    Toelagen voor de wetenschappelijke samenwerking met bepaalde instellin-
  gen aangaande het radiologisch toezicht op het grondgebied, de strijd te-
  gen de vervuiling, en de veiligheid bij de risicoindustrieen.
    Subsides a la collaboration scientifique avec certaines institutions en
  matière de surveillance radiologique du territoire, de lutte contre la
  pollution, et de la sécurité des industries a risque.
    Toelagen voor de wetenschappelijke samenwerking aangaande het grens-
  overschrijdend transport van industriele afvalstoffen.
    Subsides a la collaboration scientifique en matière de transport
  transfrontalier des déchets industriels.
    Toelagen voor het aanmoedigen van initiatieven genomen in verband met
  studiedagen en informatieverspreiding aangaande de sensibilisering van de
  problemen omtrent het leefmilieu.
    Subsides a l'encouragement d'initiatives prises dans le cadre de
  journées études et de diffusion d'informations en vue de la sensibili-
  sation aux problèmes d'environnement.
            PROGRAMMA 59/1 - OORLOGSGETROFFENEN
           PROGRAMME 59/1 - VICTIMES DE LA GUERRE
    Toelagen ter ondersteuning van de sociale actie van bepaalde federaties
  en werken ten gunste van de oorlogsslachtoffers en hun rechthebbenden.
    Subsides pour soutenir l'action sociale de certaines fédération et
  oeuvres en faveur des victimes de la guerre et de leurs ayants droit.
            PROGRAMMA 60/1 - RESEARCH DEVELOPMENT NATIONAAL
           PROGRAMME 60/1 - RESEARCH - DEVELOPMENT NATIONAL
    Financieren van het bijhouden van het nationaal kankerregister door het
  Belgisch Werk tegen de Kanker en het Nationaal Register voor Genetisch
  Onderzoek door het Centrum voor Menselijke Erfelijkheid van de KUL.
    Financement de la tenue du Registre national du Cancer par l'Oeuvre
  belge contre le Cancer et du Registre national de recherche génétique
  par le "Centrum voor Menselijke Erfelijkheid" de la KUL;
    Financieren van het voortzetten van het wetenschappelijk onderzoek naar
  de werking van geneesmiddelen tegen AIDS.
    Financement de la poursuite de la recherche scientifique concernant
  l'action de médicaments contre le SIDA.
    Toelagen aan profylactische en sanitaire organismen als tussenkomst in
  studiedagen met betrekking tot het ziekenhuisbeleid.
    Subsides a des organismes prophylactiques et sanitaires a titre
  d'intervention dans des journées étude relatives a la politique
  hospitalière.
    Subsidies aan de prospectieve studies naar allergische verschijnselen
  bij pasgeborenen.
    Subsides aux études prospectives des phénomènes allergiques chez
  les nouveau-nés.
    Subsidies ter aanmoediging van initiatieven genomen in het kader van de
  Sociale Geneeskunde, zoals daar zijn initiatieven betreffende de kanker,
  de genetica, het AIDS-syndroom en de gehandicaptenproblematiek overeen-
  komstig de wet van 8 augustus 1980, artikel 5, # 1, 2°.
    Subsides a l'encouragement d'initiative prises dans le cadre de la
  médecine sociale, plus particulièrement des initiatives concernant le
  cancer, la génétique, le syndrome du SIDA et la problématique des
  handicapes conformément a la loi du 8 août 1980, art. 5, # 1er, 2°.
    Nationale toelage aan het Fonds voor geneeskundig wetenschappelijk on-
  derzoek.
    Subside national au Fonds de la recherche scientifique médicale.
    Beleidsgericht wetenschappelijk onderzoek en internationale uitwisse-
  ling van gegevens inzake recente ontwikkelingen en problemen op het vlak
  van profylaxis, hygiene, levensmiddelenhygiene en farmacie.
    Recherche scientifique fondamentale et échange international de
  données en matière de développements et de problèmes récents dans le
  domaine de la prophylaxie, de hygiène, de hygiène des denrées
  alimentaires et de la pharmacie.
    Toelagen aan de VZW "NUBEL" als tussenkomst voor het opstellen van de
  Belgische voedingsmiddelentabel.
    Subsides a l'ASBL "NUBEL" comme intervention pour élaboration
  de la table belge de composition des aliments.
            PROGRAMMA 60/2 - RESEARCH DEVELOPMENT INTERNATIONAAL
           PROGRAMME 60/2 - RESEARCH
           DEVELOPMENT INTERNATIONAL
    1) Lidmaatschapsbijdragen aan internationale organisaties in het domein
  van volksgezondheid en leefmilieu;
    1) Contributions de membres a des organisations internationales
  dans le domaine de la santé publique et de l'environnement.
    2) Bijdragen bedoeld om vergaderingen tussen experten van internatio-
  nale organisaties over onderwerpen van volksgezondheid en van leefmilieu
  te financieren.
    2) Contributions destinées a financer des réunions d'experts d'orga-
  nisations internationales sur des sujets de santé publique et d'environ-
  nement.
            PROGRAMMA 60/3 - INSTITUUT VOOR HYGIENE EN EPIDEMIOLOGIE
           PROGRAMME 60/3 - INSTITUT D'HYGIENE
                  ET D'EPIDEMIOLOGIE
    Toelagen in het kader van contracten of conventies gesloten met uni-
  versitaire centra, andere wetenschappelijke instellingen, instellingen
  van openbaar nut of studiediensten, verleend door het IHE om onderzoeken
  of enquetes voor, of in samenwerking met, het IHE uit te voeren.
    Subsides octroyés par l'IHE pour des enquêtes ou des recherches
  exécutées pour ou en collaboration avec l'IHE, dans le cadre des
  contrats ou conventions conclus avec les centres universitaires, d'autres
  etablissements scientifique, des etablissements d'intérêt public ou des
  services étude
            PROGRAMMA 60/4 - INSTITUUT PASTEUR
           PROGRAMME 60/4 - INSTITUT PASTEUR
    Toelagen in het kader van contracten of conventies gesloten met uni-
  versitaire centra, andere wetenschappelijke instellingen, instellingen
  van openbaar nut of studiediensten, verleend door het Instituut Pasteur
  om onderzoeken of enquetes voor, of in samenwerking met het Instituut
  Pasteur uit te voeren.
    Subsides octroyés par l'Institut Pasteur pour des enquêtes ou des
  recherches exécutées pour ou en collaboration avec l'Institut Pasteur,
  dans le cadre des contrats ou conventions conclus avec les centres
  universitaire, d'autres etablissements scientifiques, des etablissements
  intérêt public ou des services étude
Art. 2.26.7. De betalingen ten laste van de beschikbare gelden op de variabele kredieten van het programma 54/2 - activiteiten 22 en 24, voor toepassing van de wet op de geneesmiddelen (wet van 5 januari 1976, art. 152), en de variabele kredieten van programma-activiteit 58/13 voor de bescherming tegen ioniserende stralingen (koninklijk besluit van 14 augustus 1981), mogen per geldvoorschot gebeuren.
  In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen hiervoor geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 10 000 000 BF worden verleend aan de hiervoor aangestelde buitengewone rekenplichtigen van het Departement met het oog op de uitbetaling van de schuldvorderingen die niet meer dan 100 000 BF bedragen.
Art. 2.26.7. Les paiements à charge des crédits variables du programme 54/2 - activités 22 et 24, pour l'application de la loi sur les médicaments (loi du 5 janvier 1976, art. 152), et des crédits variables de l'activité de programme 58/13 pour la protection contre les radiations ionisantes (arrêté royal du 14 août 1981), peuvent se faire par avance de fonds.
  A cette fin, et par dérogation à l'article 15 de la loi du 29 octobre 1846 relative à l'organisation de la Cour des comptes, des avances de fonds d'un montant maximum de 10 000 000 BF peuvent être consenties aux comptables extraordinaires du Département désignés à cet effet en vue de payer les créances n'excédant pas 100 000 BF.
Art. 2.26.8. Het Instituut voor Veterinaire Keuring is gemachtigd tot de terugbetaling van de bedragen die 30 BF per dier te boven gaan, die het naar aanleiding van de keuring van schapen, lammeren, geiten en geitjes in de periode van 1 juli 1986 tot 31 december 1987 in toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit van 25 januari 1989 heeft ontvangen.
Art. 2.26.8. L'Institut d'Expertise Vétérinaire est autorisé à rembourser les montants dépassant la somme de 30 francs par animal, perçus lors de l'expertise des moutons, agneaux, chèvres et chevreaux durant la période du 1er juillet 1996 au 31 décembre 1987 en application de l'article 12 de l'arrêté royal du 25 janvier 1989.
Art. 2.26.9. De in de voorgaande jaren aan de OCMW's teveel uitgekeerde bedragen in het kader van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn, kunnen voor het begrotingsjaar 1997 verrekend worden als voorschotten voor het lopende jaar.
Art. 2.26.9. Les montants trop perçus versés aux CPAS au cours des années précédentes dans le cadre de la loi du 2 avril 1965 relative à la prise en charge des secours accordés par les centres publics d'aide social, peuvent être considérés pour l'exercice 1997 comme des avances pour l'année en cours.
Art. 2.26.10. De uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren in het kader van het koninklijk besluit van 22 augustus 1989 tot regeling van de Staatstussenkomst inzake voorschotten op en invordering van onderhoudsgelden mogen aangerekend worden op de kredieten van het lopend jaar.
  De in hetzelfde kader tijdens de voorgaande jaren aan de OCMW's teveel uitgekeerde bedragen kunnen voor het begrotingsjaar 1997 gerekend worden als voorschotten op het lopend jaar.
Art. 2.26.10. Les dépenses relatives à des créances d'années antérieures dans le cadre de l'arrêté royal du 22 août 1989 réglant l'intervention de l'Etat en matière d'avances sur pensions alimentaires et de recouvrement de ces pensions peuvent être imputées sur les crédits de l'année courante.
  Dans le même cadre, les montants trop versés aux CPAS au cours des années précédentes, peuvent être considérées pour l'exercice 1997 comme des avances pour l'année en cours.
Art. 2.26.11. De uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren in het kader van de Staatstussenkomst voor de psychiatrische verzorgingstehuizen en de erkende instellingen voor beschermd wonen mogen aangerekend worden op de kredieten van het lopend jaar.
Art. 2.26.11. Les dépenses relatives à des créances d'années antérieures dans le cadre de l'intervention de l'Etat pour maisons de soins psychiatriques et maisons protégées agréées peuvent être imputées sur les crédits de l'année courante.
Art. 2.26 12. Goedgekeurd wordt de bij deze wet gevoegde begroting voor het jaar 1997 van het Instituut voor Veterinaire Keuring.
  Deze begroting beloopt 2 277 400 000 BF voor de ontvangsten en 2 205 100 000 BF voor de uitgaven.
  De ontvangsten voor orde worden geraamd op 5 000 000 BF en de uitgaven voor orde op 5 000 000 BF.
Art. 2.26.12. Est approuvé le budget de l'Institut d'Expertise Vétérinaire pour l'année 1997, annexé à la présente loi.
  Ce budget s'élève pour les recettes à 2 277 400 000 BF et pour les dépenses à 2 205 100 000 BF.
  Les recettes pour ordre sont évaluées à 5 000 000 BF et les dépenses pour ordre sont évaluées à 5 000 000 Bf.
Art. 2.26.13. In afwijking van artikel 45, § 2, van de wetten op het Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, worden de ontvangsten van het organiek fonds "Financiering van de controle van de wetsverzekeraars" (programma 26.52.4) gedesaffecteerd ten belope van de uitgaven die door de Staat werden gedaan voor rekening van het organiek fonds ten laste van andere dan variabele kredieten.
Art. 2.26.13. Par dérogation à l'article 45, § 2, des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, les recettes du fonds organique "Financement du contrôle des assureurs-loi" (programme 26.52.4) sont désaffectées à concurrence des dépenses effectuées par l'Etat pour le compte du fonds organique à charge de crédits autres que les crédits variables.
SECTIE 31. - Ministerie van Middenstand en Landbouw.
SECTION 31. - Ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture.
Art. 2.31.1. In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 30 00 000 frank verleend worden aan de buitengewone rekenplichtigen van het Departement, met het oog op de uitbetaling van de schuldvorderingen die 200 000 frank niet overschrijden, als mede ongeacht hun bedrag, de verbruikskosten van water, van gas en van elektriciteit, de kosten van frankering met de machine, de kosten van telefoon en de verbruikskosten van stookolie en van brandstof voor autovoertuigen, alsook de vergoedingen van alle aard welke op de begroting toegekend worden en de kosten voortvloeiend uit de burgerlijke aansprakelijkheid van de Staat en de staatssteun ten gunste van de door het personeel van het Departement bezochte restaurants en refters, bedoeld bij deze wet.
  Aan de buitengewone rekenplichtigen van het Departement belast met de betaling van voorschotten op zendingskosten in het buitenland wordt machtiging gegeven om aan de ambtenaren op zending naar het buitenland de nodige voorschotten te verlenen.
Art. 2.31.1. Par dérogation à l'article 15 de la loi organique de la Cour des comptes du 29 octobre 1846, des avances de fonds d'un montant maximum de 30 000 000 de francs peuvent être consenties aux comptables extraordinaires du département, à l'effet de payer des créances n'excédant pas 200 000 francs, ainsi que, quels qu'en soient les montants, les frais de consommation d'eau de gaz et d'électricité, les frais d'affranchissement postal par machine, les frais de téléphone et les frais de consommation de mazout et de carburant pour voitures automobiles de même que les indemnités de toute nature allouées sur le budget et les frais encourus lorsque la responsabilité civile de l'Etat est engagée et les interventions de l'Etat en faveur des restaurants et réfectoires fréquentés par le personnel du département, prévues par la présente loi.
  Les comptables extraordinaires chargés du paiement des avances sur frais de mission à l'étranger, sont autorisés à consentir aux fonctionnaires en mission à l'étranger, les avances nécessaires.
Art. 2.31.2. In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mag de rekenplichtige belast met de vereffening van de hulpgelden en toelagen van sociale aard, achtereenvolgende geldvoorschotten van hoogstens 500 000 frank ontvangen, die later zullen worden verantwoord.
Art. 2.31.2. Par dérogation à l'article 15 de la loi organique de la Cour des comptes du 29 octobre 1846, le comptable chargé de la liquidation des secours et allocations à caractère social peut recevoir des avances de fonds successives d'un montant né dépassant pas 500 000 francs, dont il sera justifié ultérieurement.
Art. 2.31.3. De betalingen ten laste van de beschikbare gelden op de variabele kredieten van het programma 54/2 "Acties van het Fonds voor de produktie en de bescherming van planten en plantaardige produkten", mogen per geldvoorschot gebeuren.
  In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen hiervoor geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 5 000 000 frank worden verleend aan de hiervoor aangestelde buitengewone rekenplichtigen van het Departement met het oog op de uitbetaling van de schuldvorderingen die 200 000 frank niet overschrijden, alsmede, ongeacht het bedrag, de schuldvorderingen met betrekking tot de bescherming van kweekprodukten.
Art. 2.31.3. Les paiements à charge des crédits variables du programme 54/2 "Actions du Fonds pour la production et la protection des végétaux et des produits végétaux" peuvent se faire par avances de fonds.
  A cette fin, et par dérogation à l'article 15 de la loi organique de la Cour des Comptes du 29 octobre 1846, des avances de fonds d'un montant maximum de 5 000 000 de francs peuvent être consenties aux comptables extraordinaires du Département désignés à l'effet de payer les créances n'excédant pas 200 000 francs, ainsi que, quel qu'en soit le montant, les créances relatives à la protection des obtentions végétales.
Art. 2.31.4. Ten behoeve van de uitgaven van het organiek begrotingsfonds "Fonds voor de grondstoffen" (programma 54/1) kunnen aan de bevoegde buitengewone rekenplichtige geldvoorschotten toegekend worden, zoals bedoeld bij artikel 15, 2°, van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof. Deze voorschotten mogen elk afzonderlijk de 5 000 000 frank niet overschrijden.
Art. 2.31.4. Des avances de fonds telles que visées à l'article 15, 2°, de la loi du 29 octobre 1846 sur l'organisation de la Cour des Comptes, peuvent être consenties au comptable extraordinaire compétent pour les besoins des dépenses du fonds organique "Fonds des matières premières" (programme 54/1). Chacune de ces avances ne peut dépasser les 5 000 000 de francs.
Art. 2.31.5. Uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren mogen aangerekend worden op de kredieten van het lopend jaar in verband met het programma 53/0 - Toelagen voor de verspreiding van en de medewerking aan de landbouwbedrijfsleiding.
Art. 2.31.5. Des dépenses relatives à des créances d'années antérieures peuvent être imputées sur les crédits de l'année courante en ce qui concerne le programme 53/0 - Subventions pour la propagation et la collaboration à la gestion des exploitations agricoles.
Art. 2.31.6. Teneinde het onderzoeksprogramma gedekt door het programma 56/1 - "R. & D. op nationaal vlak. - Dringende problemen, contractueel onderzoek en vulgarisatie" uit te voeren, wat betreft de uitgaven van alle aard in verband met de studie van dringende wetenschappelijke problemen ondernomen door werkgroepen of door private studie- of onderzoekscentra en met dringende landbouweconomische problemen, wordt de Minister of Staatssecretaris die de Landbouw in zijn bevoegdheid heeft ertoe gemachtigd te voorzien in de toekenning van provisionele stortingen in de overeenkomsten afgesloten binnen het kader van de werking van de werkgroepen.
Art. 2.31.6. En vue de mettre en application le programme de recherches couvert par le programme 56/1 "R. & D. dans le cadre national. - Problèmes urgents, recherches contractuelles et vulgarisation", en ce qui concerne les dépenses de toute nature en rapport avec l'étude de problèmes scientifiques urgents entreprise par des groupes de travail ou des centres d'étude ou de recherches privés et avec l'étude de problèmes urgent d'économie agricole, le Ministre ou le Secrétaire d'Etat ayant l'Agriculture dans ses attributions est autorisé à prévoir l'octroi de versements provisionnels dans les conventions conclues dans le cadre du fonctionnement des groupes de travail.
Art. 2.31.7. <W 1997-07-06/67, art. 2.31.1, 002; Inwerkingtreding : 04-10-1997> Worden toegelaten ten laste van het activiteitenprogramma 56/1 - R & D op nationaal vlak - Dringende problemen, contractueel onderzoek en vulgarisatie - vastleggingen ten belope van 20 000 000 frank uit hoofde van de regularisatie van de uitstaande vastleggingen op 1 januari 1995.
Art. 2.31.7. <L 1997-07-06/67, art. 2.31.1, 002; En vigueur : 04-10-1997> Sont autorisés à charge du Programme d'activité 56/1 - R et D dans le cadre national. - Problèmes urgents, recherches contractuelles et vulgarisation - des engagements à concurrence de 20 000 000 de francs au titre de la régularisation de l'encours des engagements au 1er janvier 1995.
Art. 2.31.8. In afwijking van artikel 6, § 1, 2°, van de wet van 29 maart 1976, wordt de Rijkssubsidie van het stelsel van gezinsbijslag ten voordele van de zelfstandigen, voor het begrotingsjaar 1997 vastgesteld op 4 983 100 000 frank.
Art. 2.31.8. Par dérogation à l'article 6, § 1, 2°, de la loi du 29 mars 1976, la subvention de l'Etat au régime des prestations familiales en faveur des travailleurs indépendants est, pour l'année budgétaire 1997, fixée à 4 983 100 000 francs.
Art. 2.31.9. Binnen de perken van de betrokken basisallocaties mogen de volgende toelagen worden toegekend :
Art. 2.31.9. Dans les limites des allocations de base concernées, les subsides suivants peuvent être octroyés :
            PROGRAMMA 40/1 - BESTAANSMIDDELEN: ALGEMENE STEUN AAN DE
             VERSCHILLENDE FUNCTIONELE BESTUREN
           PROGRAMME 40/1 - SUBSISTANCE: AIDE GENERALE AUX
              DIFFERENTES ADMINISTRATIONS FONCTIONNELLES
    - Bijdragen aan nationale verenigingen;
    - Cotisations a des associations nationales;
    - Bijdrage aan de Stichting Public Relations voor Landbouw (AGRINFO).
    - Cotisations a la Fondation des Relations publiques pour l'Agricul-
  ture (AGRINFO).
            PROGRAMMA 51/0 - BESTAANDSMIDDELEN
           PROGRAMME 51/0 - SUBSISTANCE
   - Toelagen toegekend aan organismen, instellingen en personen die zich,
  op nationaal vlak bezighouden met toegepast onderzoek, studies, voor-
  lichting en vertegenwoordiging ten gunste van de zelfstandigen en de
  kleine en middelgrote ondernemingen.
    - Subventions octroyées a des organismes, institutions et personnes
  s'occupant, sur le plan national, de recherche appliquée, études
  d'information et de représentation au profit des indépendants et des
  petites et moyennes entreprises.
            PROGRAMMA 52/3 - STRUCTUURBELEID EN ZEEVISSERIJ
           PROGRAMME 52/3 - POLITIQUE STRUCTURELLE
                     ET PECHE MARITIME
    - Premies voor het houden, door de reders, van een boekhouding waaruit
  het rendement van hun vangsten blijkt.
    - Primes pour la tenue, par les amateurs, d'une comptabilité du
  rendement de la pêche maritime.
            PROGRAMMA 53/0 - BESTAANSMIDDELENPROGRAMMA
           PROGRAMME 53/0 - PROGRAMME DE SUBSISTANCE
    - Toelagen aan de Provinciale Landbouwkamers en aan de Landbouwcomicen.
    - Subventions aux Chambres provinciales d'agriculture et aux
  Comices agricoles.
            PROGRAMMA 54/0 - BESTAANSMIDDELENPROGRAMMA
           PROGRAMME 54/0 - PROGRAMME DE SUBSISTANCE
    - Bijdrage of aandeel in de werkingskosten van internationale orga-
  nisaties in het buitenland.
    - Cotisations a ou part d'intervention dans les frais de fonctionne-
  ment d'organisations internationales a étranger
   PROGRAMMA 55/2 - ACTIES VAN HET FONDS VOOR DE GEZONDHEID
             EN DE PRODUKTIE VAN DE DIEREN
           PROGRAMME 55/0 - PROGRAMME DE SUBSISTANCE
    - Toelage voor het Belgisch Comite der Internationale Zuivelfederatie.
    - Cotisation a ou part d'intervention dans les frais de fonctionne-
  ment d'organisations internationale a étranger
            PROGRAMMA 56/1 - R. & D. OP NATIONAAL VLAK DRINGENDE PROBLE-
             MEN, CONTRACTUEEL ONDERZOEK EN VULGARISATIE
           PROGRAMME 55/2 - ACTIONS DU FONDS DE LA SANTE ET DE
                      LA PRODUCTION DES ANIMAUX
    - Toelagen aan wetenschappelijk en technisch onderzoek met landbouwkun-
  dig doel;
    - Subvention au Comite belge de la Fédération internationale de
  laiterie.
    - Toelagen aan de Koninklijke Vereniging voor Plantkunde van Belgie en
  aan het Centrum voor Toegepaste Biologie te Linter, evenals bijdragen
  voor deelneming aan de aansluiting bij nationale verenigingen met we-
  tenschappelijk karakter;
           PROGRAMME 56/1 - R. & D. DANS LE CADRE NATIONAL -
             PROBLEMES URGENTS, RECHERCHES CONTRACTUELLES ET
             VULGARISATION
    - Vergoedingen voor verliezen ten gevolge van proefnemingen.
    - Subvention à des recherches scientifiques et techniques à finalité
  agricole;
            PROGRAMMA 56/2 - R. & D. OP INTERNATIONAAL VLAK,
             STUDIEVERGADERINGEN EN INTERNATIONALE SAMENWERKING
    - Subventions à la Société royale de botanique de Belgique et au
  Centre de biologie appliquée a Linter, ainsi que droit de participation
  et d'affiliation a des sociétés nationales a caractère scientifique;
    - Bijdrage of aandeel in de werkingskosten van internationale orga-
  nisaties in het buitenland.
    - Indemnisation de pertes subies lors de recherches.
            PROGRAMMA 56/4 - ACTIES ONTWIKKELING EN VOORLICHTING
           PROGRAMME 56/2 - R. & D. DANS LE CADRE INTERNATIONAL.
           - REUNIONS D'ETUDE ET COLLABORATION INTERNATIONALE
    - Toelagen aan de erkende tuinbouwproeftuinen en centra;
    - Cotisation a ou part d'intervention dans les frais de fonctionne-
  ment d'organisations internationale a étranger
    - Tegemoetkoming in de kosten ter bevordering van de uitvoer van
  plantaardige produkten veroorzaakt door bijzondere eisen gesteld door
  sommige landen;
           PROGRAMME 56/4 - ACTIONS DE DEVELOPPEMENT ET DE
                            VULGARISATION
    - Tweejaarlijks prijs van de Minister van Landbouw voor de nieuwe
  technologieen en toelagen voor prijskampen, tentoonstellingen en andere
  manifestaties;
    - Subventions aux jardin d'essais et aux centres d'essais horticoles
  reconnus;
    - Toelagen aan tuinbouwverenigingen;
    - Intervention dans les frais de promotion de l'exportation de
  produits végétaux, résultant d'exigences spéciales formulées par cer-
  tains pays;
    - Toelagen aan landbouwcentra voor het uitvoeren van programma's voor
  ontwikkeling van de akkerbouw.
    - Prix bisannuel du Ministre de l'Agriculture pour les nouvelles
  technologies et subsides pour concours, expositions et autres manifes-
  tations;
-
    - Subventions a des associations horticoles;
-
    - Subventions aux centres agricoles pour assurer la mise en oeuvre
  adéquate des programmes de développement des grandes cultures.
Art. 2.31.10. In afwijking van artikel 14 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mag over het tegoed van het organiek fonds "Landbouwfonds" (programma 52/2) bij tussenkomst van de Minister van Financiën worden beschikt.
Art. 2.31.10. Par dérogation à l'article 14 de la loi organique de la Cour des comptes du 29 octobre 1846, il peut être disposé directement de l'avoir de fonds organique "Fonds agricole" (programme 52/2) par l'intervention du Ministre des Finances.
Art. 2.31.11. In afwijking van artikel 14 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mag over het tegoed van het organiek fonds "Fonds voor de produktie en de bescherming van planten en plantaardige produkten" (programma 54/2) bij tussenkomst van de Minister van Financiën worden beschikt.
Art. 2.31.11. Par dérogation à l'article 14 de la loi organique de la Cour des comptes du 29 octobre 1846, il peut être disposé de l'avoir du fonds organique "Fonds pour la production et la protection des végétaux et des produits végétaux" (programme 54/2) par l'intervention du Ministre des Finances.
Art. 2.31.12. In afwijking van artikel 14 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mag over het tegoed van het organiek fonds "Fonds van de gezondheid en de produktie van de dieren" (programma 55/2) bij tussenkomst van de Minister van Financiën worden beschikt.
Art. 2.31.12. Par dérogation à l'article 14 de la loi organique de la Cour des comptes du 29 octobre 1846, il peut être disposé de l'avoir du fonds organique "Fonds de la Santé et de la Production des animaux" (programme 55/2) par l'intervention du Ministre des Finances.
Art. 2.31.13. In afwijking van artikel 45, § 2, van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, en van artikel 82 van de wet van 24 december 1976 betreffende de begrotingsvoorstellen 1976-1977, werden de ontvangsten van het "Fonds voor de grondstoffen" (programma 54/1) van bestemming veranderd ten belope van een bedrag van 500 000 frank dat gevoegd wordt bij de algemene middelen van de Schatkist.
Art. 2.31.13. Par dérogation à l'article 45, § 2, des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991 et à l'article 82 de la loi du 24 décembre 1976 relative aux propositions budgétaires 1976-1977, les recettes du Fonds des matières premières (programme 54/1) sont désaffectées à concurrence d'un montant de 500 000 francs qui s'ajoute aux ressources générales du Trésor.
Art. 2.31.14. In het programma 52/0 worden bestendige voorschotten voorzien met het oog op de betaling van uitgaven ten laste van de Staat vereffend door tussenkomst van ambtenaren van de diensten in het buitenland.
  Deze bestendige voorschotten zijn bestemd om, binnen de perken van de bestaande budgettaire kredieten, de betaling te verzekeren van de uitgaven waarvan de regularisatie a posteriori gebeurt.
Art. 2.31.14. Il est prévu au programme 52/0 des avances permanentes en vue du paiement de dépenses incombant à l'Etat soldées à l'intervention d'agents des services à l'étranger.
  Ces avances permanentes sont destinées a assurer le paiement de dépenses dont la régularisation intervient a posteriori, et ce, dans la limite des crédits budgétaires existants.
Art. 2.31.15. De Schatkist mag voorschotten toekennen wanneer de verrichtingen met betrekking tot een rekening "Quotumfonds" van de sectie "Ordeverrichtingen van de Diensten van de Schatkist" een debetpositie veroorzaken.
Art. 2.31.15. Le Trésor est autorité à consentir des avances lorsque les opérations relatives à un compte "Fonds des quotas" de la section "Opérations d'ordre de la Trésorerie" créent une position débitrice.
SECTIE 32. - Ministerie van Economische Zaken.
SECTION 32- Ministère des Affaires économiques.
Art. 2.32.1. § 1. In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof mogen geldvoorschotten tot een maximumbedrag van (50 000 000) frank verleend worden aan de buitengewone rekenplichtigen van het Departement. <W 1997-07-06/67, art. 2.32.1, 002; Inwerkingtreding : 04-10-1997>
  Door middel van deze voorschotten mogen de buitengewone rekenplichtigen van het Departement alle dienstkosten tot 200 000 frank betalen, alsmede de vergoedingen van alle aard welke op de begroting verleend worden.
  Aan de buitengewone rekenplichtigen van het Departement belast met de betaling van voorschotten op zendingskosten in het buitenland wordt machtiging gegeven om aan de ambtenaren op zending naar het buitenland de nodige voorschotten te verlenen, zelfs indien deze voorschotten 200 000 frank overtreffen.
  Aan de bevoegde buitengewone rekenplichtigen, aangeduid in het kader van de deelneming van België aan internationale tentoonstellingen, mogen geldvoorschotten worden verleend tot op het niveau van de hiertoe voorziene begrotingskredieten en tot op het niveau van de hiertoe beschikbare variabele kredieten op het Fonds voor de Organisatie van Internationale Tentoonstellingen.
  § 2. Aan de door de Minister aangeduide Penningmeesters bij de Internationale Tentoonstellingen mogen, binnen de begrotingskredieten met het oog op het verrichten van uitgaven, voorschotten ter beschikking worden gesteld onder het toezicht van de Minister of zijn afgevaardigde mits latere rechtvaardiging door het Departement.
  De betalingen ten laste van de beschikbare gelden op de variabele kredieten van het programma 62/2 (Fonds voor de Organisatie van Internationale Tentoonstellingen) mogen, ongeacht het bedrag, per geldvoorschot gebeuren.
  Het saldo dat deze voorschotten zouden laten op 31 december van het jaar 1996 mag worden gebruikt voor de behoeften van het jaar 1997.
Art. 2.32.1. § 1. Par dérogation à l'article 15 de la loi du 29 octobre 1846 relative à l'organisation de la Cour des Comptes, des avances de fonds d'un montant maximum de (50 000 000) de francs peuvent être consenties aux comptables extraordinaires du Département. <L 1997-07-06/67, art. 2.32.1, 002; En vigueur : 04-10-1997>
  Au moyen de ces avances, les comptables extraordinaires du Département sont autorisés à payer tous les frais de service n'excédant pas 200 000 francs, ainsi que les indemnités de toute nature sur le budget.
  Les comptables extraordinaires du Département chargés du paiement des avances sur frais de missions à l'étranger sont autorisés à consentir aux fonctionnaires envoyés en mission à étranger les avances nécessaires, même si ces avances sont supérieures à 200 000 francs.
  Des avances de fonds peuvent être consenties aux comptables extraordinaires compétents, désignés dans le cadre de la participation de la Belgique aux expositions internationales, jusqu'au niveau des crédits budgétaires prévus à cette fin et jusqu'au niveau des crédits variables disponibles à cette fin sur le Fonds pour l'Organisation des Expositions internationales.
  § 2. Sous le contrôle du Ministre ou de son représentant, moyennant justification ultérieure par le Département et dans les limites des crédits budgétaires, des avances peuvent être mise à la disposition des Trésoriers, désignés, par le Ministre, auprès des Expositions internationales en vue de l'exécution des dépenses.
  Les paiements à charge des fonds disponibles sur les crédits variables du programme 62/2 (Fonds pour l'Organisation des Expositions internationales) peuvent se faire, quel qu'en soit le montant, par avance de fonds.
  Le solde éventuel de ces avances au 31 décembre 1996 pourra être utilisé pour les dépenses de l'année 1997.
Art. 2.32.2. De uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren mogen aangerekend worden op de kredieten van het lopend jaar in verband met de toelagen aan het personeel van de steenkolenmijnen door mijnsluitingen getroffen.
Art. 2.32.2. Les dépenses relatives à des créances d'années antérieures peuvent être imputées sur les crédits de l'année courante en ce qui concerne les subventions au personnel des charbonnages touché par les mesures de fermeture.
Art. 2.32.3. Wordt goedgekeurd de bij deze wet gevoegde begroting voor het jaar 1997 van het Federaal Planbureau.
  Deze begroting beloopt voor de ontvangsten 230,9 miljoen frank en voor de uitgaven 230,9 miljoen frank.
Art. 2.32.3. Est approuvé le budget du Bureau fédéral du Plan pour l'année 1997 annexé à la présente loi.
  Ce budget s'élève pour les recette à 230,9 millions de francs et pour les dépenses à 230,9 millions de francs.
Art. 2.32.4. <W 1997-07-06/67, art. 2.32.2, 002; Inwerkingtreding : 04-10-1997> Worden toegelaten ten laste van het activiteitenprogramma 70/1 - R & D op nationaal vlak - vastleggingen ten belope van 16 000 000 frank uit hoofde van de regularisatie van de uitstaande vastleggingen op 1 januari 1997.
Art. 2.32.4. <L 1997-07-06/67, art. 2.32.2, 002; En vigueur : 04-10-1997> Sont autorises à charge du Programme d'activité 70/1 - R et D dans le cadre national - des engagements à concurrence de 16 000 000 de francs au titre de la régularisation de l'encours des engagements au 1er janvier 1997.
Art. 2.32.5. Binnen de perken van de betrokken basisallocaties, mogen de volgende toelagen worden toegekend :
Art. 2.32.5. Dans les limites des allocations de base concernées, les subsides suivants peuvent être octroyés :
            PROGRAMMA 41/1 - DIENSTVERLENING VOOR ALLE DEPARTEMENTEN
           PROGRAMME 41/1 - AIDE A TOUS LES DEPARTEMENTS
    Allerhande uitgaven voor maatschappelijk dienstbetoon, andere dan aan-
  koop van vermogensgoederen.
    Dépenses diverses de service social, autres que les achats de biens
  patrimoniaux.
            PROGRAMMA 41/3 - TOELAGEN AAN EXTERNE ORGANISME
           PROGRAMME 41/3 - SUBVENTIONS
             A DES ORGANISMES EXTERNES
    1) Subsidie aan de vzw Belgian Bioindustries Association (BBA);
    1) Subvention a l'asbl Belgian Bioindustries Association (BBA)
    2) Tussenkomst in de publikatiekosten van verslagen en studies, evenals
  in de organisatiekosten van congressen en colloquia;
    2) Intervention dans les frais de publication de rapports et études
  ainsi que dans les frais d'organisation de congres et de colloques;
    3) Subsidie aan het Vast Bureau van de Vaste Internationale Commissie
  (VIC) ter beproeving van de draagbare vuurwapens.
    3) Subvention au bureau permanent de la Commission internationale
  permanente (CIP) pour l'épreuve des armes a feu portatives.
            PROGRAMMA 50/1 - KOLENMIJNEN
           PROGRAMME 50/1 - CHARBONNAGE
    Toelagen aan het personeel van de Steenkolenmijnen door mijnsluitingen
  getroffen.
    Subventions au personnel des charbonnages touche par des mesures
  de fermeture.
            PROGRAMMA 60/1 - FEDERAAL PLANBUREAU
           PROGRAMME 60/1 - BUREAU FEDERAL DU PLAN
    Dotatie aan het Federaal Planbureau.
    Dotation au Bureau fédéral du Plan.
            PROGRAMMA 61/3 - FINANCIERING VAN HET NUCLEAIR PASSIEF
           PROGRAMME 61/3 - FINANCEMENT DU PASSIF NUCLEAIRE
    1) Financiering van het openbaar organisme NIRAS;
    1) Financement de l'organisme public ONDRAF;
    2) Dotatie aan het Studiecentrum voor Kernenergie (SCK) voor de finan-
  ciering van het passief;
    2) Dotation au Centre d'Etude de l'Energie nucléaire (CEN) pour le
  financement du passif social;
    3) Dotaties aan de NIRAS voor het Fonds voor de Financiering van het
  Nucleair Passief.
    3) Dotation à l'ONDRAF pour le Fonds de Financement du Passif
  nucléaire
            PROGRAMMA 62/1 - BESCHERMING VAN HET CONSUMENTENRECHT
           PROGRAMME 62/1 - PROTECTION
            DU DROIT A LA CONSOMMATION
    1) Subsidie aan het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbrui-
  kersorganisaties (OIVO);
    1) Subvention au Centre de Recherche et d'Information des Organi-
  sations de Consommateurs (CRIOC);
    2) Subsidie aan de vzw "Geschillencommissie Reizen".
    2) Subvention a l'asbl "Commission des Litiges Voyages".
            PROGRAMMA 62/2 - DISTRIBUTIE EN TENTOONSTELLINGEN
           PROGRAMME 62/2 - DISTRIBUTION ET EXPOSITIONS
    1) Subsidie aan het Belgisch Comite voor de Distributie;
    1) Subvention au Comite belge de la Distribution;
    2) Economische manifestaties (koninklijk besluit van 9 april 1962)
  zowel in Belgie als in het buitenland (deelnemingen, verschillende tege-
  moetkomingen, aankoop of huur van materieel);
    2) Manifestations économiques (arrêté royal du 9 avril 1962) tant en
  Belgique qu'a étranger (participations, interventions diverses, achat
  ou location de matériel);
    3) Subsidie aan het Internationaal Bureau voor Tentoonstellingen te
  Parijs.
    3) Subvention au Bureau International des Expositions à Paris.
            PROGRAMMA 63/1 - FEDERALE COORDINATIE VAN HET ECONOMISCHE
             BELEID
           PROGRAMME 63/1 - COORDINATION FEDERALE
                DE LA POLITIQUE ECONOMIQUE
    Subsidie aan de OESO-werkgroepen KMO's.
    Subvention aux Groupes de Travail PME de L'OCDE.
            PROGRAMMA 65/1 - TOEPASSING VAN HET FEDERAAL ACCREDITATIE- EN
             CERTIFICATIESYSTEEM
           PROGRAMME 65/1 - APPLICATION DU SYSTEME FEDERAL
                  D'ACCREDITATION ET DE CERTIFICATION
    Subsidie aan internationale verenigingen aktief op het gebied van cer-
  tificatie en accreditatie.
    Subvention à des associations internationales actives dans le domaine
  de la certification et de l'accréditation.
            PROGRAMMA 67/1 - DEELNEMING IN DE WERKING VAN STATISTISCHE
             VERENIGINGEN
           PROGRAMME 67/1 - PARTICIPATION
      AUX ACTIVITES DES ASSOCIATIONS STATISTIQUES
    1) Subsidie aan het Internationaal Instituut voor de Statistiek te Den
  Haag;
    1) Subvention à l'Institut international de Statistique à la Haye;
    2) Subsidie aan de "International Association for Research in Income
  and Wealth" (IARIW) te New York;
    2) Subvention à l'"International Association for Research in Income
  and in Wealth" (IARIW) a New York;
    3) Subsidie aan de Belgische Vereniging voor Demografie;
    3) Subvention à la Société belge de démographie;
    4) Subsidie aan de Belgische Vereniging voor Statistiek;
    4) Subvention à la Société belge de statistique;
    5) Dotatie aan het Instituut voor Nationale Rekeningen;
    5) Dotation à l'Institut des Comptes Nationaux;
    6) Subsidie aan het Europees demografisch observatorium.
    6) Subvention à l'Observatoire démographique européen
            PROGRAMMA 70/1 -  R. & D. OP NATIONAAL VLAK
           PROGRAMME 70/1 - R. & D. AU PLAN NATIONAL
    1) Subsidie aan het Interuniversitair Instituut voor kernwetenschappen
  (IIKW);
    1) Subvention à l'Institut interuniversitaire des sciences nucléaires
  (IISN);
    2) Subsidie aan de Collectieve Centra.
    2) Subvention aux Centres Collectifs.
            PROGRAMMA 70/2 - R. & D. OP INTERNATIONAAL VLAK
           PROGRAMME 70/2 - R. & D. AU PLAN INTERNATIONAL
    1) Subsidie aan Eurotechalert;
    1) Subvention à Eurotechalert;
    2) Subsidie aan de Internationale Vereniging voor Koeltechniek (IVK);
    2) Subvention à l'Institut international du Froid (IIF);
  3) Bijdrage van Belgie aan de R. & D.-programma's op het gebied van de
  Energie;
    3) Contribution de la Belgique aux programmes R. & D. dans le
  domaine de l'Energie;
    4) Lasten opgelegd aan de Belgische Staat krachtens zijn deelneming aan
  de gemeenschappelijke onderneming "Joint European Torus";
    4) Charges incombant a l'Etat belge en vertu de sa participation a
  l'entreprise commune "Joint European Torus";
    5) Economische steun aan de Oosteuropese landen;
    5) Aide économique aux pays de l'Europe de l'Est;
    6) Bijdrage van Belgie aan het Europees Centrum voor Kernonderzoek
  (ECKO) te Geneve.
    6) Cotisation de la Belgique au Centre européen de Recherche
  nucléaire (CERN) à Genève.
            PROGRAMMA 70/3 - DOTATIES AAN WETENSCHAPPELIJKE INSTELLINGEN
             VAN DE STAAT EN GELIJKGESTELDE EN VERBONDEN INSTELLINGEN
           PROGRAMME 70/3 - DOTATIONS AUX ETABLISSEMENTS SCIEN-
                       TIFIQUES DE L'ETAT ASSIMILES
    1) Subsidie aan het Instituut voor Radio-elementen (IRE);
    1) Subvention à l'Institut de Radio-éléments (IRE);
    2) Subsidie voor investeringen aan het Instituut voor Radio-elementen
  (IRE);
    2) Subvention pour investissements à l'Institut de Radio-éléments
  (IRE);
    3) Subsidie aan het Studiecentrum voor Kernenergie (SCK);
    3) Subvention au Centre étude de l'Energie nucléaire (CEN);
    4) Subsidie voor buitengewone investeringen te verrichten door het
  Studiecentrum voor Kernenergie (SCK);
    4) Subvention pour investissements exceptionnels a effectuer par le
  Centre d'Etude de l'Energie nucléaire (CEN);
    5) Subsidie voor bijzondere werkingskosten aan het Instituut voor
  Radio-elementen (IRE).
    5) Subvention a l'Institut de Radio-éléments (IRE) pour frais de
  fonctionnement spécifiques.
            PROGRAMMA 70/5 - STUDIES EN ONDERZOEKINGEN OVER DE PROBLEMEN
                    VAN DIEPE GEOLOGISCHE STRUCTUREN
           PROGRAMME 70/5 - ETUDES ET RECHERCHES SUR
      LES PROBLEMES DE STRUCTURES GEOLOGIQUES PROFONDES
    1) Subsidie aan de Commissie van de Aardkundige Wereldkaart te Parijs;
    1) Subvention a la Commission de la Carte géologique du Monde a
  Paris;
    2) Subsidie aan EuroGeoSurveys.
    2) Subvention à EuroGeoSurveys.
            PROGRAMMA 70/6 - TOEPASSING VAN DE WETGEVING AANGAANDE
                       MATEN EN GEWICHTEN
           PROGRAMME 70/6 - APPLICATION
       DE LA LEGISLATION SUR POIDS ET MESURES
    1) Subsidie aan het Belgisch Instituut voor Normalisatie (BIN);
    1) Subvention a l'Institut belge de Normalisation (IBN);
    2) Subsidie aan het Internationaal Comite voor Wettelijk IJkwezen te
  Parijs;
    2) Subvention au Comite international de Métrologie légale a Paris;
    3) Subsidie aan het Internationaal Bureau voor Maten en Gewichten te
  Parijs.
    3) Subvention au Bureau international des Poids et Mesures a Paris.
            PROGRAMMA 70/7 - BESCHERMING INTELLECTUEEL EIGENDOMSRECHT
           PROGRAMME 70/7 - PROTECTION
        DU DROIT DE PROPRIETE INTELLECTUELLE
    1) Bijdrage van Belgie aan de Wereldorganisatie voor de Intellectuele
  Eigendom te Geneve;
    1) Cotisation de la Belgique à l'Organisation mondiale de la Propriété
  intellectuelle a Genève;
    2) Lasten gedragen door Belgie verschuldigd aan het Europese Octrooien-
  bureau te Munchen: fiscale aanpassing van de pensioenen.
    2) Charges incombant a la Belgique envers l'Office européen des
  Brevets a Munich: ajustement fiscal des pensions.
SECTIE 33. - Ministerie van Verkeer en Infrastructuur.
SECTION 33. - Ministère des Communications et de l'Infrastructure.
Art. 2.33.1. § 1. Bij afwijking van artikel 15 van de organieke wet op het Rekenhof van 29 oktober 1846, mogen aan de buitengewone rekenplichtigen van de diensten die behoren tot het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur geldvoorschotten worden verleend tot een maximumbedrag van 7 000 000 frank met het oog op de betaling van schuldvorderingen die de 100 000 frank niet overschrijden en die verband houden met :
  - de aankoop van niet-duurzame goederen en van diensten;
  - de aankoop van roerende vermogensgoederen;
  - de erelonen van advocaten en geneesheren en de bezoldiging van niet tot de Administratie behorende deskundigen en prestaties van derden alsmede de hen verschuldigde presentiegelden, reis- en verblijfskosten;
  - de verbruikskosten van water, van gas en van elektriciteit, telefoonkosten en de verbruikskosten van stookolie en van brandstof voor autovoertuigen;
  - allerhande vergoedingen aan het Rijkspersoneel en het Personeel van het Kabinet voor werkelijke lasten en materiële schade evenals de vervoerkosten betreffende dienstreizen en de verzekeringspremies der afgevaardigden van het Departement die zich naar het buitenland geven, met inbegrip van de bijdrage van de Staat-werkgever in de prijs van de sociale abonnementen.
  Evenwel kunnen de rekenplichtigen van de Dienst Financiën en van de Directie Economaat van de Algemene Diensten over geldvoorschotten voor een maximumbedrag van 10 000 000 frank beschikken met het oog op de betaling van de hierbovenvermelde schuldvorderingen.
  Bovendien kunnen de rekenplichtigen van de Dienst Financiën van de Algemene Diensten over geldoverschotten voor een maximumbedrag van 3 000 000 frank beschikken voor het betalen van schuldvorderingen die 100 000 frank niet overschrijden en die verband houden met :
  - allerhande hulpgelden en toelagen van sociale aard ten bate van de op rust gestelde personeelsleden, gewezen personeelsleden en rechthebbenden voor geheel het Departement;
  - speciale tegemoetkomingen aan sommige categorieën van slachtoffers van arbeidsongevallen;
  Door middel van geldvoorschotten mogen deze buitengewone rekenplichtigen uitgaven betalen welke 100 000 frank niet overschrijden; de rekenplichtigen mogen echter telefoon- en postuitgaven betalen tot 200 000 frank.
  § 2. De rekenplichtigen van de Dienst Financiën worden gemachtigd de nodige voorschotten te verlenen aan de ambtenaren en experten belast met een zending in het buitenland, zelfs indien deze voorschotten meer dan 100 000 frank bedragen.
Art. 2.33.1. § 1er. Par dérogation à l'article 15 de la loi organique de la Cour des Comptes du 29 octobre 1846, des avances de fonds peuvent être consenties aux comptables extraordinaires des services qui font partie du Ministère des Communications et de l'Infrastructure pour un montant maximum de 7 000 000 de francs à l'effet de payer les créances qui ne dépassent pas 100 000 francs concernant :
  - l'achat de biens non durables et de services;
  - l'achat de biens meubles patrimoniaux;
  - les honoraires d'avocats et de médecins et la rémunération d'experts étrangers à l'Administration et prestations de tiers de même que les jetons de présence qui leur sont dus, les frais de route et de séjour;
  - les dépenses de consommation d'eau, de gaz et d'électricité, les frais de téléphone et les dépenses de consommation de mazout et de carburant pour les véhicules;
  - les indemnités diverses du personnel de l'Etat et des Cabinets pour charges réelles et dommages matériels de même que les frais de transports concernant les déplacements de service et les primes d'assurances des délégués du Département qui se rendent à l'étranger, y compris l'intervention de l'Etat-employeur dans le prix de l'abonnement social.
  Toutefois, les comptables du Service des Finances et de la Direction Economat des Services Généraux pourront disposer d'avances de fonds d'un montant maximum de 10 000 000 de francs à l'effet de payer les créances précitées.
  Les comptables du Service des Finances des Services Généraux peuvent par ailleurs disposer d'avances de fonds d'un montant maximum de 3 000 000 de francs pour le paiement de créances qui ne dépassent par 100 000 francs et qui ont trait à :
  - divers secours et allocations de nature sociale en faveur des membres du personnel pensionnés, anciens agents et ayants-droit pour l'ensemble du département;
  - secours spéciaux à certaines catégories de victimes d'accidents du travail.
  Au moyen des avances de fonds, ces comptables extraordinaires sont autorisés à payer des dépenses n'excédant pas 100 000 francs; les comptables sont néanmoins autorisés à payer des dépenses de téléphone et d'affranchissement postal jusque 200 000 francs.
  § 2. Autorisation est donnée aux comptables du Service des Finances de consentir aux fonctionnaires et experts envoyés en mission à l'étranger les avances nécessaires, même si ces avances sont supérieures à 100 000 francs.
Art. 2.33.2. Bij afwijking van de beschikkingen van de artikelen 5 en 34 van de gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit, mogen worden aangewend tot het vereffenen van uitgaven ontstaan tijdens vroegere begrotingsjaren, volgende niet-gesplitste kredieten met betrekking tot :
  1) de bezoldiging van de kabinetsleden en inzonderheid de terugbetaling van de wedden aan de besturen en instellingen van oorsprong;
  2) de werkingskosten van de dienst, bij het Bestuur van de Verkeersreglementering en van de Infrastructuur belast met de toepassing van de reglementering betreffende het rijbewijs en de terugbetaling aan de gemeenten van de kosten betreffende de uitdeling van de bewijzen;
  3) het aandeel van België in de werkingskosten van de Internationale Organisatie van de Burgerlijke Luchtvaart en van de Europese Commissie voor de Burgerlijke Luchtvaart;
  4) de bijdrage van België aan de Intergouvernementele maritieme organisatie;
  5) het aandeel van België voortspruitend uit het organiseren van een patrouilledienst voor de waarneming van ijsbergen in de Noord-Atlantische Oceaan;
  6) het aandeel van België in de uitgaven van het Centraal Bureau voor het Internationaal Vervoer per spoorweg, te Bern.
Art. 2.33.2. Par dérogation aux dispositions des articles 5 et 34 des lois coordonnées sur la comptabilité de l'Etat, peuvent être utilisés pour le paiement de dépenses créées au cours d'années budgétaires antérieures, les crédits non dissociés suivants relatifs :
  1) à la rémunération des membres du Cabinet et spécialement le remboursement des traitements aux administrations et institutions d'origine;
  2) aux frais de fonctionnement du service de l'Administration de la Réglementation de la Circulation et de l'Infrastructure chargé de l'application de la réglementation sur le permis de conduire et du remboursement aux communes de frais relatifs à la délivrance des permis;
  3) à la participation de la Belgique dans les frais de fonctionnement de l'Organisation internationale de l'Aviation civile et de la Commission Européenne pour l'aviation civile;
  4) à la contribution de la Belgique à l'Organisation maritime intergouvernementale;
  5) à la participation de la Belgique résultant de l'organisation d'un service de patrouille pour l'observation des icebergs dans l'Océan Atlantique Nord;
  6) à la part contributive de la Belgique dans les dépenses de l'Office central des Transports internationaux par chemin de fer, à Bern.
Art. 2.33.3. De Minister van Vervoer wordt ertoe gemachtigd vergoedingen of hulpgelden te verlenen onder voorwaarden die hij zal vaststellen, aan gewezen personeelsleden al of niet gepensioneerd ten gevolge van dienst- of arbeidsongeval of om gezondheidsredenen, om deze niet minder gunstig te behandelen dan de werklieden die zich in gelijkaardige voorwaarden bevinden, en zulks niettegenstaande de bepalingen van de wet van 21 juli 1844 op de burgerlijke pensioenen.
Art. 2.33.3. Le Ministre de Transport est autorisé à accorder des indemnités ou des secours dans les conditions qu'il déterminera, à d'anciens agents pensionnés ou non par suite d'accident en service ou d'accident du travail ou pour raisons de santé, à l'effet de ne pas les traiter moins favorablement que les ouvriers se trouvant dans les conditions semblables, et ce nonobstant les dispositions de la loi du 21 juillet 1844 sur les pensions civiles.
Art. 2.33.4. Binnen de perken van de betrokken basisallocaties kunnen de volgende toelagen worden toegekend :
Art. 2.33.4. Dans les limites des allocations de base concernées, les subventions suivantes peuvent être accordées :
            PROGRAMMA 41/70 - BESTAANSMIDDELEN
    - Toelage aan de VZW Sociale Dienst van het Ministerie van Verkeer en
  Infrastructuur.
           PROGRAMME 41/0 - SUBSISTANCE
    - Subside a l'ASBL Service Social du Ministère des Communications et de
  l'Infrastructure.
          [PROGRAMME 51/1 - SOCIETE NATIONALE DES CHEMINS DE FER
      Subside a la SNCB au titre d'intervention dans l'organisation d'une
  journée de promotion Train-Tram-Bus.]
                        <L 1997-07-06/67, art. 2.33.1, 002; En vigueur : 04-10-1997>
           [PROGRAMMA 51/1 - NATIONALE MAATSCHAPPIJ DER BELGISCHE SPOORWEGEN
    Toelage aan de NMBS als tussenkomst in de organisatie van de promotiedag
  Trein-Tram-Bus.]
                  <W 1997-07-06/67, art. 2.33.1, 002; Inwerkingtreding : 04-10-1997>
        PROGRAMMA 52/1 - REGELING VAN HET LUCHTVERKEER EN INTERNATIONALE
                      SAMENWERKING
    1) Vereniging tot het vaststellen van luchtwaardigheid van lucht-
  vaartuigen (JAA-Hoofddorp) uit hoofde van het Belgisch lidmaatschap van
  deze Internationale instelling;
    2) Meteostations Montreal: aandeel van Belgie in de exploitatiekosten
  de meteorologische en veiligheidsstations in de Noordatlantische oceaan;
    3) Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (OACI Montreal), Europese
  Commissie voor de Burgerluchtvaart (ECBL Montreal), ICAO beveiligings-
  fonds, aandeel van Belgie in de werkingskosten.
           PROGRAMME 52/1 - REGULATION DU TRAFIC AERIEN ET
                     COOPERATION INTERNATIONALE
    1) Association pour l'établissement de la navigabilité des aéronef
  (JAA-Hoofddorp) du fait de la qualité de membre de la Belgique de
  cette organisation internationale;
    2) Stations Météo Montréal: participation de la Belgique dans les
  frais des stations météorologiques et de sécurité dans l'Océan Atlanti-
  que Nord;
    3) Organisation internationale de l'aviation civile (OACI Montréal),
  Commission Européenne pour l'aviation civile (CEAC Montréal),
  Fonds de sécurité de l'Aviation, participation de la Belgique dans les
  frais de fonctionnement.
            PROGRAMMA 52/3 - WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
           PROGRAMME 52/3 - RECHERCHE SCIENTIFIQUE
    "Institut von Karman de Dynamique des Fluides": aandeel van de staat in
  de personeelsuitgaven en de uitgaven van algemene aard alsmede de tussen-
  komst van de Staat in de werkings- en uitrustingskosten van het Instituut.
    "Institut von Karman de dynamique des Fluides": participation de
  l'Etat dans les dépenses de personnel et les dépenses d'ordre général
  ainsi que l'intervention de l'Etat dans les frais de fonctionnement et
  équipement de l'Institut.
            PROGRAMMA 53/0 - BESTAANSMIDDELEN
           PROGRAMME 53/0 - SUBSISTANCE
    1) Belgisch Centrum voor studie en documentatie inzake watervoorraden
  (BECEWA);
    1) Centre belge étude et de documentation des eaux (CEDEBEAU);
    2) Permanent Coordinatiesecretariaat voor Internationale maatschappijen
  voor rots- en grondmechanica en grote stuwdammen;
    2) Secrétariat permanent de coordination entre les Sociétés interna-
  tionales de mécanique des sols et des grand barrages;
    3) Internationale permanente vereniging voor scheepvaartcongressen;
    3) Association permanente internationale des congres de la naviga-
  tion;
    4) Internationale association for hydraulic research;
    4) International association for hydraulic research;
    5) Central Dredging Association (CEDA);
    5) Central Dredging Association (CEDA);
    6) Internationale commissie voor de grote stuwdammen.
    6) Commission internationale des grand barrages.
            PROGRAMMA 53/2 - ZEEWEZEN
           PROGRAMME 53/2 - MARINE
    1) "Association internationale de Signalisation maritime" uit hoofde
  van het Belgisch lidmaatschap van deze instelling;
    1) "Association internationale de Signalisation maritime" du chef de
  la qualité de membre de la Belgique de cette organisation;
    2) Secretariaat voor het informatiesysteem in het kader van het Memo-
  randum van overeenstemming van Parijs houdende controle van de schepen
  door de havenstaat: bijdrage van Belgie in de werkingskosten.
    2) Secrétariat pour le système d'information dans le cadre du
  Mémorandum d'Entente de Paris concernant le contrôle des bateaux
  par l'Etat du Port: contribution de la Belgique dans les frais de
  fonctionnement;
    3) Europees informatienetwerk "HAZEMAT"
    3) Réseau d'information européen "HAZEMAT".
        [PROGRAMME 53/5
     Régie des Transports maritimes
           [PROGRAMMA 53/5
     Regie voor Maritiem Transport
   - Intervention dans les traitements de contractuels de la RTM, mis `a
  l'emploi par le CPAS d'Ostende.]
                   <L 1997-12-19/62, art. 4, 004; En vigueur : 30-01-1998>
   - Tussenkomst in de wedden van de contractuelen van de RMT, tewerkgesteld
  door het OCMW van Oostende.]
                             <W 1997-12-19/62, art. 4, 004; Inwerkingtreding : 30-01-1998>
            PROGRAMMA 56/0
             PROGRAMME 56/0
    1) Belgische Vereniging tot de Studie, de Beproeving en het Gebruik van
  Materialen;
      1) Association belge pour l'Etude, l'Essai et l'Emploie des Matériaux;
    2) Société belge de photogrammétrie;
    2) Belgische Vereniging voor Fotogrammetrie;
    3) Société belge de l'éclairage;
    3) Belgische Vereniging voor Verlichtingskunde;
    4) Centre belge étude de la corrosion (Cebelcor);
    4) Belgisch centrum voor de studie van de invreting (Cebelcor);
    5) Association permanente des congres belges de la route;
    5) Vaste Vereniging der Belgische wegencongressen;
    6) Secrétariat permanent de coordination entre les Sociétés interna-
  tionales de mécanique des roches et des sols et des grands barrages;
    6) Permanent Coordinatiesecretariaat voor de Internationale maatschap-
  pijen voor rots- en grondmechanica en grote stuwdammen;
    7) Association permanente internationale des congres de la route;
    7) Internationale permanente vereniging voor wegencongressen;
    8) "International club for plastic use in building and engineering";
    8) "International club for plastic use in building and engineering";
    9) "COBATY international";
    9) "COBATY" international";
    10) Association européenne des instituts de transports (ESTI);
    10) Europese vereniging voor transportinstituten (ESTI);
    11) Association internationale des ponts et charpentes;
    11) Internationale vereniging voor bruggen- en geraamtebouw;
    12) European Organisation for technical Approval (EOTA);
    12) European Organisation for techinical Approval (EOTA);
    13) Houden van tentoonstellingen en conferenties alsmede voor
  werkzaamheden en prijsvragen.
    13) Organisation d'expositions, de conférences et de travaux et
  concours.
Art. 2.33.5. Wordt goedgekeurd de bij deze wet gevoegde begroting van de Dienst voor Regeling der Binnenvaart voor het jaar 1997.
  Deze begroting beloopt voor de ontvangsten 95 730 000 frank en voor de uitgaven 95 730 000 frank.
  Ze bevat bij de uitgaven vastleggingskredieten voor een bedrag van 2 000 000 frank.
  De ontvangsten voor orde worden geschat op 111 900 000 frank en de uitgaven voor orde op 11 900 000 frank.
Art. 2.33.5. Est approuvé le budget de l'Office régulateur de la Navigation de l'année 1997 annexé à la présente loi.
  Ce budget s'élève pour les recettes a 95 730 000 francs et pou les dépenses à 95 730 000 francs.
  Il comporte en dépenses des crédits d'engagement pour un montant de 2 000 000 de francs.
  Les recettes pour ordre sont évalués à 111 900 000 francs et les dépenses pour ordre à 111 900 000 francs.
SECTIE 51. - Rijksschuld.
SECTION 51. - Dette publique.
Art. 2.51.1. In afwijking van het artikel 14 van de wet van 29 oktober 1846 op de oprichting van het Rekenhof, mag door de Minister van Financiën rechtstreeks beschikt worden over het tegoed van het begrotingsfonds "Afnamen van leningsopbrengsten bestemd tot dekking van :
  1° de uitgevoerde uitgaven in het kader van beheersverrichtingen van de Rijksschuld;
  2° de vervroegde terugbetalingen;
  3° de betalingen als gevolg van wisselkoersschommelingen.
Art. 2.51.11. Par dérogation à l'article 14 de la loi organique de la Cour des comptes du 29 octobre 1846, il peut être disposé directement par le Ministre des Finances de l'avoir du fonds budgétaire "Prélèvements sur produits d'emprunts destinés à couvrir :
  1° les dépenses effectuées dans le cadre d'opérations de gestion de la dette publique;
  2° les remboursements effectuées par anticipation;
  3° les décaissements résultant des fluctuations des cours de change.
Art. 2.51.2. Binnen de perken van de begrotingskredieten en op voorwaarde dat er een latere regularisatie plaatsvindt, wordt de minister van Financiën ertoe gemachtigd door middel van voorschotten de uitgaven te betalen die in programma 45.1 - Lasten van leningen - en in programma 45.4 - Diversen van deze sectie van de begroting ingeschreven worden, met uitzondering van de uitgaven die in de volgende basisallocaties ingeschreven worden : 45.40.12.21 - Kosten in verband met de aanmaak van effecten alsook kosten in verband met de ontwikkeling en de promotie van de instrumenten van de schuld, met inbegrip van de door de Staat gewaarborgde leningen 45.40.11.10 - Loonkosten in verband met de uitgifte van leningen - en 45.40.74.01 - Uitgaven voor de aankoop van duurzame roerende goederen.
Art. 2.51.2. Le ministre des Finances est autorisé à payer par avances, dans la limite des crédits budgétaires et à charge de régularisation ultérieure, les dépenses inscrites au programme 45.1 - Charges d'emprunt - et au programme 45.4 - Divers - de la présente section du budget, à l'exception des dépenses inscrites aux allocations de base suivantes: 45.40.12.21 - Frais relatifs à la confection des titres ainsi qu'au développement et à la promotion des instruments de la dette, y compris les emprunts garantis par l'Etat - 45.40.11.10 - Salaires relatifs à l'émission d'emprunts - et 45.40.74.01 - Dépenses pour l'acquisition de biens meubles durables.
Art. 2.51.3. De Schatkist is gemachtigd voorschotten toe te kennen wanneer de verrichtingen met betrekking tot de rekeningen 84.08.00.97.B en 84.09.01.04.B van de sectie "Ordeverrichtingen van de Thesaurie" Financiële dienst voor leningen uitgegeven ten gunste van lokale en ondergeschikte besturen van het Brussels Gewest (wetten van 5 juli 1983 en 13 augustus 1984) - een debetstand van deze rekeningen creëren.
Art. 2.51.3. Le Trésor est autorisé à consentir des avances lorsque les opérations relatives aux comptes 84.08.00.97.B et 84.09.01.04.B de la section "Opérations d'ordre de Trésorerie" - Service financier des emprunts émis en faveur des pouvoirs locaux et subordonnés de la Région bruxelloise (lois des 5 juillet 1983 et 13 août 1984) créent une position débitrice de ces comptes.
Art. 2.51.4. De Schatkist is gemachtigd voorschotten toe te kennen wanneer door transacties van titels van de Belgische Staat of van het Wegenfonds verwijzend naar artikel 89 van het koninklijk besluit in uitvoering van het Wetboek van de inkomensbelastingen, de teruggave van de roerende voorheffing, op voorhand verricht door de Staat ten voordele van de nietresidentiële spaarders, een debet-stand creëert van de rekening 84.01.02.78.B "Rentetermijnen" van de sectie "Ordeverrichtingen van de Thesaurie".
Art. 2.51.4. Le Trésor est autorisé à consentir des avances lorsque, à la suite de transactions sur titres de l'Etat belge ou du Fonds des Routes visés à l'article 89 de l'arrête royal d'exécution du Code des impôts sur les revenus, la restitution du précompte mobilier, effectuée anticipativement par l'Etat au bénéfice des épargnants non résidents, crée une position débitrice du compte 84.01.02.78.B "Arrérages de Rentes" de la section "Opérations d'ordre de Trésorerie".
Art. 2.51.5. De Schatkist is gemachtigd voorschotten toe te kennen wanneer de verrichtingen met betrekking tot de rekening 84.01.01.77.B - Dotaties ter beschikking te stellen van de Amortisatiekas - een debetstand van deze rekening creëren.
Art. 2.51.5. Le Trésor est autorisé à consentir des avances lorsque les opérations relatives au compte 84.01.01.77.B - Dotations à mettre à la disposition de la Caisse d'Amortissement - créent une position débitrice de ce compte.
Art. 2.51.6. De uitgiftepremies die betrekking hebben op de uitgiften van lineaire obligaties alsook om de omruilingen van effecten van de openbare schuld in Belgische frank, worden naargelang het geval als een ontvangst of een uitgave geboekt op een thesaurierekening die hiervoor werd geopend. De premies worden nadien prorata temporis verdeeld per interestvervaldag over de resterende looptijd van de betrokken leningen.
  Bij iedere interestvervaldag wordt het prorata temporis verdeelde gecumuleerde bedrag van de betrokken premies ofwel aangewend voor de betaling van budgettaire interestuitgaven van de openbare schuld ofwel als uitgave geboekt ten laste van begrotingskredieten voor de betaling van interesten, naargelang dit bedrag voor de Schatkist een winst of een verlies betekent.
Art. 2.51.6. Les primes d'émission afférentes aux émissions d'obligations linéaires ainsi qu'aux opérations d'échanges de titres de la dette publique en francs belges sont comptabilisées, selon le cas en recette ou en dépense, sur un compte de trésorerie ouvert à cette fin. Ces primes sont ensuite ventilées prorata temporis par échéance d'intérêt sur la durée restant a courir des emprunts qui les ont générées.
  A chaque échéance d'intérêt, le montant cumulé des primes réparties prorata temporis qui se rattache à cette échéance est respectivement affecté aux dépenses budgétaires d'intérêt de la dette publique ou porté en dépense à charge des crédits budgétaires d'intérêt, selon que ce montant constitue un gain ou une perte pour le Trésor.
Art. 2.51.7. Uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren mogen worden aangerekend op de kredieten van het lopend jaar in het geval van de kredieten voor de instellingen in de sector van persoonsgebonden materies die in het Brussels Gewest tot de bevoegdheid van het Nationaal Parlement en de Nationale Regering behoren (programma 43/1).
Art. 2.51.7. Des dépenses relatives à des créances d'années budgétaires antérieures peuvent être imputées sur les crédits de l'année courante dans le cas des crédits pour les établissements dans le secteur des matières personnalisables qui relèvent dans la région bruxelloise de la compétence du Parlement national et du Gouvernement national (programme 43/1).
Art. 2.51.8. De Schatkist wordt gemachtigd, binnen de perken van de begrotingskredieten, tot het verstrekken van de nodige provisies en de uitbetaling op de overeengekomen vervaldagen te verzekeren, met verplichting deze provicies later te regulariseren, in de hiernavolgende gevallen :
  - toelagen aan de gewestelijke en lokale openbare besturen als Staatstussenkomst in de lasten der interesten van de door deze besturen aangegane leningen bij het Gemeentekrediet van België voor de financiering van werken (toepassing van het koninklijk besluit van 22 oktober 1959) (programme 59/3 - lasten van het verleden);
  - staatstussenkomst in de rentelasten voor subsidiëring van ziekenhuisgebouwen betreffende vroegere lasten zowel voor de gemeenschappen als voor de bicommunautaire sector (programma 59/1 - Fonds bouw ziekenhuizen-flats);
  - toelagen aan de gewestelijke en lokale openbare besturen als Staatstussenkomst in de aflossingslasten van de door deze besturen aangegane leningen bij het Gemeentekrediet van België voor de financiering van werken (toepassing van het koninklijk besluit van 22 oktober 1959) (programma 59/3 - lasten van het verleden);
  - staatstussenkomst in de aflossingslasten voor subsidiëring van ziekenhuisgebouwen betreffende vroegere lasten zowel voor de Gemeenschappen als voor de bicommunautaire sector (programma 59/1 - fonds bouw ziekenhuisflats).
Art. 2.51.8. Le Trésor est autorisé dans la limité des crédits budgétaires a verser à charge de régularisation ultérieure, les provisions nécessaires pour assurer le paiement aux échéances convenues, dans les cas repris ci-après :
  - subventions aux pouvoirs publiques et régionaux et locaux à titre d'intervention de l'Etat dans les charges d'intérêts d'emprunts contractés par ces pouvoirs auprès du Crédit Communal de Belgique pour le financement de travaux (application de l'arrêté royal du 22 octobre 1959) (programme 59/3 - charges du passé);
  - intervention de l'Etat dans les charges intérêts d'emprunts liés à la subsidiation des constructions hospitalières en ce qui concerne les charges du passé tant pour les Communautés que pour le secteur biocommunautaire (programme 59/1 - fonds de construction des hôpitaux-flats);
  - subventions aux pouvoirs publics régionaux et locaux à titre d'intervention de l'Etat dans les charges d'amortissement d'emprunts contractés par ces pouvoirs auprès du Crédit Communal de Belgique pour le financement de travaux (application de l'arrêté royal du 22 octobre 1959) programme 59/3 - charges du passé);
  - intervention de l'Etat dans les charges d'amortissements d'emprunts liés à la subsidiation des constructions hospitalières en ce qui concerne les charges du passé tant pour les communautés que pour le secteur bicommunautaire (programme 59/1 - fonds de construction des hôpitaux-flats).
SECTIE 52. - Financiering van de Europese Unie.
SECTION 52- Financement de l'Union européenne.
Art. 2.52.1. De Minister van Financiën kan voorschotten toestaan voor de dringende betalingen, die voortvloeien uit de verplichtingen van België op het Europees vlak, en die verricht worden door de diensten van de Thesaurie belast met de Europese aangelegenheden.
Art. 2.52.1. Le Ministre des Finances peut consentir des avances pour les paiements urgents des services de la Trésorerie chargés des relations européennes résultant d'obligations de la Belgique au niveau européen.
HOOFDSTUK 2. - Terugbetalings- en toewijzingsfondsen.
CHAPITRE 3. - Fonds de redistribution et d'attribution.
Art. 3 -01-1. De verrichtingen tijdens het begrotingsjaar 1997 op de fondsen bedoeld bij de artikelen 37 en 38 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, worden geraamd op de sommen vermeld tegenover elk van hen in de bij deze wet gevoegde tabellen.
Art. 3 -01-1. Les opérations pendant l'année budgétaire 1997 sur les fonds visés aux articles 37 et 38 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, sont estimées aux sommes mentionnées en regard de chacun d'eux dans les tableaux, annexés à la présente loi.
Art. 3 -01-2. De wijze van beschikking over het tegoed van elk der fondsen vermeld in de bij deze wet gevoegde tabellen, worden aangeduid naast het nummer van het artikel dat betrekking heeft op elk dezer :
  - de fondsen waarvan de uitgaven aan het voorafgaand visum van het Rekenhof worden voorgelegd, worden door de letter A aangeduid;
  - de fondsen en rekeningen waarop door tussenkomst van de Minister van Financiën wordt beschikt, worden aangeduid door de letter B;
  - de fondsen en rekeningen waarop rechtstreeks wordt beschikt door de rekenplichtigen die de ontvangsten hebben gedaan, worden door de letter C aangeduid.
Art. 3 -01-2. Le mode de disposition de l'avoir de chacun des fonds mentionnés dans les tableaux, annexés à la présente loi, est indiqué à côté du numéro de l'article se rapportant à chacun d'eux :
  - les fonds, dont les dépenses sont soumises au visa préalable de la Cour des Comptes, sont indiqués par la lettre A;
  - les fonds et comptes, dont il est disposé par l'intervention du Ministre des Finances, sont indiqués par la lettre B;
  - les fonds et comptes, dont il est disposé directement par les comptables qui ont effectué les recettes, sont indiqués par la lettre C.
HOOFDSTUK 4. - Staatsdiensten met afzonderlijk beheer.
CHAPITRE 4. - Services de l'Etat a gestion séparée.
Art. 4 -01-1. De verrichtingen gedurende het begrotingsjaar 1997 van de Staatsdiensten met afzonderlijk beheer worden geraamd op de sommen vermeld in hun respectieve begrotingen gevoegd bij deze wet.
Art. 4 -01-1. Les opérations pendant l'année budgétaire 1997 des services de l'Etat à gestion séparée sont estimées aux sommes mentionnées dans leurs budgets respectifs, annexés à la présente loi.
Art. 4 -01-2. De wijze van betaling van de uitgaven van elk van de Staatsdiensten met afzonderlijk beheer vermeld in de bij deze wet gevoegde tabellen, wordt aangeduid naast het nummer van het artikel dat betrekking heeft op elk van hen :
  - de diensten waarvan de uitgaven aan het voorafgaand visum van het Rekenhof worden voorgelegd, worden door de letter A aangeduid;
  - de diensten waarvan de uitgaven gedaan worden door tussenkomst van de Minister van Financiën worden aangeduid door de letter B;
  - de diensten waarvan de uitgaven rechtstreeks worden gedaan door de rekenplichtigen die de ontvangsten hebben gedaan, worden door de letter C aangeduid.
Art. 4 -01-2. Le mode de paiement des dépenses de chacun des Services de l'Etat a gestion séparée reprise aux tableaux annexés à la présente loi est indiqué à côté du numéro de l'article se rapportant à chacun d'eux :
  - les services, dont les dépenses sont soumises au visa préalable de la Cour des Comptes, sont indiqués par la lettre A;
  - les services, dont les dépenses sont effectuées par l'intervention du Ministre des Finances, sont indiqués par la lettre B;
  - les services, dont les dépenses sont effectuées directement par les comptables qui ont effectué les recettes, sont indiqués par la lettre C.
Art. 4 -01-3. In afwijking van artikel 16 van de wet van 28 juni 1989 houdende wijziging van de wet van 28 juni 1963 houdende wijziging en aanvulling van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, zijn de bepalingen van de artikelen 1 en 5 van diezelfde wet niet van toepassing gedurende het begrotingsjaar 1997 ten aanzien van de Staatsdiensten met afzonderlijk beheer, die geen wettelijke basis hebben en waarvan de verrichtingen zijn geraamd in de bij deze wet gevoegde begrotingstabellen.
Art. 4 -01-3. Par dérogation à l'article 16 de la loi du 28 juin 1989 modifiant la loi du 28 juin 1963 modifiant et complétant les lois sur la comptabilité de l'Etat, les dispositions des articles 1er et 5 de cette même loi ne sont pas d'application pendant l'année budgétaire 1997 à l'égard des Services de l'Etat à gestion séparée qui n'ont pas de base légale et dont l'estimation des opérations est reprise aux tableaux budgétaires, annexés à la présente loi.
Art. 4 -01-4. Op voorstel van de Beheerscommissie van de betrokken groepering van federale wetenschappelijke instellingen die afhangen van de Minister van Wetenschapsbeleid, wordt deze toegestaan om, onder het personeel van de federale wetenschappelijke instellingen, zoveel rekenplichtigen aan te wijzen als er instellingen zijn die de groepering vormen en, in voorkomend geval, zoveel als er geografische vestigingen zijn die de instelling omvat.
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Art. 4 -01-4. Sur proposition de la Commission de gestion du groupement concerné d'établissements scientifiques fédéraux relevant du Ministre de la Politique scientifique, celui-ci est autorisé à désigner, parmi le personnel des établissements scientifiques fédéraux, autant de comptables qu'il y a d'établissements qui constituent le groupement et, le cas échéant, d'implantations géographiques que comporte l'établissement.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. TABEL 1. KREDIETEN INGESCHREVEN VOOR DE DOTATIES voor het begrotingsjaar 1997.
  (Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 12/03/1997, p. 5411 tot 5415).
Art. N1. TABLEAU 1. CREDITS PREVUS POUR LES DOTATIONS pour l'année budgétaire 1997.
  (Tableau non repris pour des raisons techniques. Voir MB. 12/03/1997, p. 5411 à 5414).
Art. N3. TABEL 3. TERUGBETALINGS- EN TOEWIJZINGSFONDSEN.
  (Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 12/03/1997, p. 5859 tot 5861).
  
Art. N3. TABLEAU 3. FONDS DE RESTITUTION ET D'ATTRIBUTION.
  (Tableau non repris pour des raisons techniques. Voir MB. 12/03/1997, p. 5858 à 5861). (Modifié par : )
  <L 1997-07-06/67, art. 3.01.1, En vigueur : 04-10-1997; M.B. 24-09-1997, p. 24754 et 25120-2>
Art. N4. TABEL 4. STAATSDIENSTEN MET AFZONDERLIJK BEHEER.
  (Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 12/03/1997, p. 5862 tot 5870).
Art. N4. TABLEAU 4. SERVICES DE L'ETAT A GESTION SEPAREE.
  (Tableau non repris pour des raisons techniques. Voir MB. 12/03/1997, p. 5862 à 5870).
Art. N5. TABEL 5. STAATSBEDRIJVEN. - Koninklijke Munt. (pro memorie).
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 12/03/1997, p. 5871).
Art. N5. TABLEAU 5. ENTREPRISES D'ETAT - Monnaie Royale. (pour mémoire).
  (Tableau non repris pour des raisons techniques. Voir MB. 12/03/1997, p. 5871).
Art. N6. TABEL 6. BEGROTINGSTABELLEN VAN DE INSTELLINGEN VAN OPENBAAR NUT.
  (Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 12/03/1997, p. 5871 tot 5872).
Art. N6. TABLEAU 6. TABLEAUX BUDGETAIRES DES ORGANISMES D'INTERET PUBLIC.
  (Tableau non repris pour des raisons techniques. Voir MB. 12/03/1997, p. 5871 à 5872).