Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
21 MAART 1804. - [OUD] BURGERLIJK WETBOEK. - BOEK III : Wijze van eigendomsverkrijging. - TITEL VI tot XIII (art. 1582-2010). (Opschrift gewijzigd door W2019-04-13/28, art. 2, 026; Inwerkingtreding : 01-11-2020) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 15-07-1994 en tekstbijwerking tot 28-05-2024)
Titre
21 MARS 1804. - [ANCIEN] CODE CIVIL. - LIVRE III : Manières dont on acquiert la propriété - TITRE VI à XIII (art. 1582 - 2010) (Intitulé modifié par L2019-04-13/28, art. 2, 026; En vigueur : 01-11-2020) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 15-07-1994 et mise à jour au 28-05-2024)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
TITEL VI. - KOOP. HOOFDSTUK I. - AARD EN VORM VAN DE KOOP. HOOFDSTUK II. - WIE KOPEN OF VERKOPEN KAN. HOOFDSTUK III. - ZAKEN DIE VERKOCHT KUNNEN WORDEN. HOOFDSTUK IV. - VERPLICHTINGEN VAN DE VERKOPER. AFDELING I. - ALGEMENE BEPALINGEN. AFDELING II. - LEVERING. AFDELING III. - VRIJWARING. § I. VRIJWARING VOOR UITWINNING. § II. VRIJWARING VOOR GEBREKEN VAN DE VERKOCHTE... Afdeling IV. Bepalingen met betrekking tot de v... HOOFDSTUK V. - VERPLICHTINGEN VAN DE KOPER. HOOFDSTUK VI. - NIETIGHEID EN ONTBINDING VAN DE... AFDELING I. - RECHT VAN WEDERINKOOP. AFDELING II. - VERNIETIGING VAN DE KOOP UIT HOO... HOOFDSTUK VII. - VEILING VAN ONVERDEELDE GOEDEREN. HOOFDSTUK VIII. - OVERDRACHT VAN SCHULDVORDERIN... TITEL VIbis. [1 - Overeenkomsten voor de leveri... HOOFDSTUK I. [1 - Definities en toepassingsgebi... HOOFDSTUK II. [1 - Levering van de digitale inh... HOOFDSTUK III. [1 - Conformiteit van de digital... Afdeling 1. [1 - Conformiteitsvereisten.]1 Afdeling 2. [1 - Subjectieve conformiteitsverei... Afdeling 3. [1 - Objectieve conformiteitsvereis... Afdeling 4. [1 - Verkeerde integratie van de di... HOOFDSTUK IV. [1 - Aansprakelijkheid van de han... HOOFDSTUK V. [1 - Remedies in geval van leverin... Afdeling 1. [1 - Remedies in geval van levering... Afdeling 2. [1 - Remedies in geval van conformi... HOOFDSTUK VI. [1 - Verplichtingen van de handel... HOOFDSTUK VII. [1 - Verbintenissen van de consu... HOOFDSTUK VIII. [1 - Termijnen en middelen voor... HOOFDSTUK IX. [1 - Recht op verhaal.]1 HOOFDSTUK X. [1 - Wijziging van de digitale inh... HOOFDSTUK XI. [1 - Dwingend karakter.]1 HOOFDSTUK XII. [1 - Sancties.]1 TITEL VII. - RUIL. TITEL VIII. - HUUR. HOOFDSTUK I. - ALGEMENE BEPALINGEN. HOOFDSTUK II. - HUUR VAN GOEDEREN. AFDELING I. - (ALGEMENE BEPALINGEN BETREFFENDE ... AFDELING II. - REGELS BETREFFENDE DE HUUROVEREE... AFDELING II. WAALS_GEWEST. AFDELING IIbis. - REGELS BETREFFENDE DE HANDELS... AFDELING III. - REGELS BETREFFENDE DE PACHT IN ... HOOFDSTUK III. - HUUR VAN WERK EN VAN DIENSTEN. AFDELING I. - HUUR VAN DIENSTBODEN EN WERKLIEDEN. AFDELING II. - ONDERNEMERS VAN VERVOER TE LAND ... AFDELING III. - BESTEKKEN EN AANNEMINGEN. HOOFDSTUK IV. - VEEPACHT. AFDELING I. - ALGEMENE BEPALINGEN. AFDELING II. - EENVOUDIGE VEEPACHT. AFDELING III. - VEEPACHT BIJ HELFTEN. AFDELING IV. - VEEPACHT DOOR DE EIGENAAR TOEGES... § I. VEEPACHT AAN DE PACHTER TOEGESTAAN. § II. VEEPACHT AAN DE DEELPACHTER TOEGESTAAN. AFDELING V. - CONTRACT ONEIGENLIJK VEEPACHT GEN... TITEL IX. - (VENNOOTSCHAPPEN). HOOFDSTUK I. - ALGEMENE BEPALINGEN. HOOFDSTUK II. - VERSCHILLENDE SOORTEN VAN VENNO... AFDELING I. - ALGEMENE VENNOOTSCHAPPEN. AFDELING II. - BIJZONDERE VENNOOTSCHAP. HOOFDSTUK III. - VERPLICHTINGEN VAN DE VENNOTEN... AFDELING I. - VERPLICHTINGEN VAN DE VENNOTEN ON... AFDELING II. - VERPLICHTINGEN VAN DE VENNOTEN T... HOOFDSTUK IV. - VERSCHILLENDE WIJZEN WAAROP DE ... BEPALING BETREFFENDE DE HANDELSVENNOOTSCHAPPEN. TITEL X. - LENING. HOOFDSTUK I. - BRUIKLENING OF COMMODAAT. AFDELING I. - AARD VAN DE BRUIKLENING. AFDELING II. - VERPLICHTINGEN VAN DE LENER. AFDELING III. - VERPLICHTINGEN VAN DEGENE DIE I... HOOFDSTUK II. - VERBRUIKLENING OF EENVOUDIGE LE... AFDELING I. - AARD VAN DE VERBRUIKLENING. AFDELING II. - VERPLICHTINGEN VAN DE UITLENER. AFDELING III. - VERPLICHTINGEN VAN DE LENER. HOOFDSTUK III. - LENING OP INTEREST. TITEL XI. - BEWAARGEVING EN SEKWESTER. HOOFDSTUK I. - BEWAARGEVING IN HET ALGEMEEN EN ... HOOFDSTUK II. - EIGENLIJKE BEWAARGEVING. AFDELING I. - AARD EN WEZEN VAN HET CONTRACT VA... AFDELING II. - VRIJWILLIGE BEWAARGEVING. AFDELING III. - VERPLICHTINGEN VAN DE BEWAARNEMER. AFDELING IV. - VERPLICHTINGEN VAN DE BEWAARGEVER. AFDELING V. - BEWAARGEVING UIT NOODZAAK. HOOFDSTUK III. - SEKWESTER. AFDELING I. - VERSCHILLENDE SOORTEN VAN SEKWESTER. AFDELING II. - BIJ OVEREENKOMST BEDONGEN SEKWES... AFDELING III. - GERECHTELIJK SEKWESTER OF GEREC... TITEL XII. - KANSCONTRACTEN. HOOFDSTUK I. - SPEL EN WEDDENSCHAP. HOOFDSTUK II. - CONTRACT VAN LIJFRENTE. AFDELING I. - VOORWAARDEN DIE VOOR DE GELDIGHEI... AFDELING II. - GEVOLGEN VAN HET CONTRACT TUSSEN... TITEL XIII. - LASTGEVING. HOOFDSTUK I. - AARD EN VORM VAN DE LASTGEVING. HOOFDSTUK II. - VERPLICHTINGEN VAN DE LASTHEBBER. HOOFDSTUK III. - VERPLICHTINGEN VAN DE LASTGEVER. HOOFDSTUK IV. - VERSCHILLENDE WIJZEN WAAROP LAS...
Inhoud
TITRE VI. - DE LA VENTE. CHAPITRE I. - DE LA NATURE ET DE LA FORME DE LA... CHAPITRE II. - QUI PEUT ACHETER OU VENDRE. CHAPITRE III. - DES CHOSES QUI PEUVENT ETRE VEN... CHAPITRE IV. - DES OBLIGATIONS DU VENDEUR. SECTION I. - DISPOSITIONS GENERALES. SECTION II. - DE LA DELIVRANCE. SECTION III. - DE LA GARANTIE. § 1er. - DE LA GARANTIE EN CAS D'EVICTION. § 2. DE LA GARANTIE DES DEFAUTS DE LA CHOSE VEN... Section IV. - Dispositions relatives aux ventes... CHAPITRE V. - DES OBLIGATIONS DE L'ACHETEUR. CHAPITRE VI. - DE LA NULLITE ET DE LA RESOLUTIO... SECTION I. - DE LA FACULTE DE RACHAT. SECTION II. - DE LA RESCISION DE LA VENTE POUR ... CHAPITRE VII. - DE LA LICITATION. CHAPITRE VIII. - DU TRANSPORT DES CREANCES ET A... TITRE VIbis. [1 - Des contrats de fourniture de... CHAPITRE Ier. [1 - Définitions et champ d'appli... CHAPITRE II. [1 - De la fourniture du contenu n... CHAPITRE III. [1 - De la conformité du contenu ... SECTION Ire. [1 - Exigences de conformité.]1 SECTION II. [1 Des critères subjectifs de confo... SECTION III. [1 - Des critères objectifs de con... SECTION IV. [1 - Intégration incorrecte du cont... CHAPITRE IV. [1 - Responsabilité du professionn... CHAPITRE V. [1 - Recours pour défaut de fournit... Section 1re. [1 - Recours pour défaut de fourni... SECTION II. [1 - Recours pour défaut de conform... CHAPITRE VI. [1 - Obligations du professionnel ... CHAPITRE VII. [1 - Obligations du consommateur ... CHAPITRE VIII. [1 - Délais et modalités de remb... CHAPITRE IX. [1 - Action récursoire.]1 CHAPITRE X. [1 - Modification du contenu numéri... CHAPITRE XI. [1 - Caractère impératif.]1 CHAPITRE XII. [1 - Sanctions.]1 TITRE VII. - DE L'ECHANGE. TITRE VIII. - DU CONTRAT DE LOUAGE. CHAPITRE I. - DISPOSITIONS GENERALES. CHAPITRE II. - DU LOUAGE DES CHOSES. SECTION I. - [DISPOSITIONS GENERALES RELATIVES ... SECTION II. - DES REGLES PARTICULIERES AUX BAUX... SECTION II. REGION_WALLONNE. SECTION IIbis. - DES REGLES PARTICULIERES A CER... SECTION III. - DES REGLES PARTICULIERES AUX BAU... CHAPITRE III. - DU LOUAGE D'OUVRAGE ET D'INDUST... SECTION I. - DU LOUAGE DES DOMESTIQUES ET OUVRI... SECTION II. - DES VOITURIERS PAR TERRE ET PAR EAU. SECTION III. - DES DEVIS ET DES MARCHES. CHAPITRE IV. - DU BAIL A CHEPTEL. SECTION I. - DISPOSITIONS GENERALES. SECTION II. - DU CHEPTEL SIMPLE. SECTION III. - DU CHEPTEL A MOITIE. SECTION IV. - DU CHEPTEL DONNE PAR LE PROPRIETA... § I. DU CHEPTEL DONNE AU FERMIER. § II. DU CHEPTEL DONNE AU COLON PARTIAIRE. SECTION V. - DU CONTRAT IMPROPREMENT APPELE CHE... TITRE IX. - [DES SOCIETES]. . CHAPITRE I. - DISPOSITIONS GENERALES. CHAPITRE II. - DES DIVERSES ESPECES DE SOCIETES. SECTION I. - DES SOCIETES UNIVERSELLES. SECTION II. - DE LA SOCIETE PARTICULIERE. CHAPITRE III. - DES ENGAGEMENTS DES ASSOCIES EN... SECTION I. - DES ENGAGEMENTS DES ASSOCIES ENTRE... SECTION II. - DES ENGAGEMENTS DES ASSOCIES A L'... CHAPITRE IV. - DES DIFFERENTES MANIERES DONT FI... DISPOSITION RELATIVE AUX SOCIETES DE COMMERCE. TITRE X. - DU PRET. CHAPITRE I. - DU PRET A USAGE OU COMMODAT. SECTION I. - DE LA NATURE DU PRET A USAGE. SECTION II. - DES ENGAGEMENTS DE L'EMPRUNTEUR. SECTION III. - DES ENGAGEMENTS DE CELUI QUI PRE... CHAPITRE II. - DU PRET DE CONSOMMATION OU SIMPL... SECTION I. - DE LA NATURE DU PRET DE CONSOMMATION. SECTION II. - DES OBLIGATIONS DU PRETEUR. SECTION III. - DES ENGAGEMENTS DE L'EMPRUNTEUR. CHAPITRE III. - DU PRET A INTERET. TITRE XI. - DU DEPOT ET DU SEQUESTRE. CHAPITRE I. - DU DEPOT EN GENERAL ET DE SES DIV... CHAPITRE II. - DU DEPOT PROPREMENT DIT. SECTION I. - DE LA NATURE ET DE L'ESSENCE DU CO... SECTION II. - DEPOT VOLONTAIRE. SECTION III. - DES OBLIGATIONS DU DEPOSITAIRE. SECTION IV. - DES OBLIGATIONS DE LA PERSONNE PA... SECTION V. - DU DEPOT NECESSAIRE. CHAPITRE III. - DU SEQUESTRE. SECTION I. - DES DIVERSES ESPECES DE SEQUESTRE. SECTION II. - DU SEQUESTRE CONVENTIONNEL. SECTION III. - DU SEQUESTRE OU DEPOT JUDICIAIRE. TITRE XII. - DES CONTRATS ALEATOIRES. CHAPITRE I. - DU JEU ET DU PARI. CHAPITRE II. - DU CONTRAT DE RENTE VIAGERE. SECTION I. - DES CONDITIONS REQUISES POUR LA VA... SECTION II. - DES EFFETS DU CONTRAT ENTRE LES P... TITRE XIII. - DU MANDAT. CHAPITRE I. - DE LA NATURE ET DE LA FORME DU MA... CHAPITRE II. - DES OBLIGATIONS DU MANDATAIRE. CHAPITRE III. - DES OBLIGATIONS DU MANDANT. CHAPITRE IV. - DES DIFFERENTES MANIERES DONT LE...
Tekst (621)
Texte (621)
TITEL VI. - KOOP.
TITRE VI. - DE LA VENTE.
HOOFDSTUK I. - AARD EN VORM VAN DE KOOP.
CHAPITRE I. - DE LA NATURE ET DE LA FORME DE LA VENTE.
Artikel 1582. Koop is een overeenkomst waarbij de ene partij zich verbindt om een zaak te leveren, en de andere om daarvoor een prijs te betalen.
  Hij kan bij authentieke of bij onderhandse akte worden aangegaan.
Article 1582. La vente est une convention par laquelle l'un s'oblige à livrer une chose, et l'autre à la payer.
  Elle peut être faite par acte authentique, ou [1 sous signature privée]1.
  
Art. 1583. Hij is tussen partijen voltrokken, en de koper verkrijgt van rechtswege de eigendom ten aanzien van de verkoper, zodra er overeenkomst is omtrent de zaak en de prijs, hoewel de zaak nog niet geleverd en de prijs nog niet betaald is.
Art. 1583. Elle est parfaite entre les parties, et la propriété est acquise de droit à l'acheteur à l'égard du vendeur, dès qu'on est convenu de la chose et du prix, quoique la chose n'ait pas encore été livrée ni le prix payé.
Art. 1584. Koop kan worden aangegaan hetzij eenvoudig, hetzij onder een opschortende of onder een ontbindende voorwaarde.
  Hij kan ook twee of meer alternatieve zaken tot voorwerp hebben.
  In al die gevallen worden de gevolgen van de koop geregeld naar de algemene beginselen van de overeenkomsten.
Art. 1584. La vente peut être faite purement et simplement, ou sous une condition soit suspensive, soit résolutoire.
  Elle peut aussi avoir pour objet deux ou plusieurs choses alternatives.
  Dans tous ces cas, son effet est réglé par les principes généraux des conventions.
Art. 1585. Wanneer koopwaren niet bij de hoop, maar bij het gewicht, het getal of de maat verkocht zijn, is de koop nog niet voltrokken, in die zin dat het risico van de verkochte zaken voor de verkoper blijft totdat zij zijn gewogen, geteld of gemeten; maar de koper kan ofwel de levering ervan eisen, ofwel, in geval van niet-uitvoering van de verbintenis, schadevergoeding, indien daartoe grond bestaat.
Art. 1585. Lorsque des marchandises ne sont pas vendues en bloc, mais au poids, au compte ou à la mesure, la vente n'est point parfaite, en ce sens que les choses vendues sont aux risques du vendeur jusqu'à ce qu'elles soient pesées, comptées ou mesurées; mais l'acheteur peut en demander ou la délivrance ou des dommages-intérêts, s'il y a lieu, en cas d'inexécution de l'engagement.
Art. 1586. Wanneer echter de koopwaren bij de hoop verkocht zijn, is de koop voltrokken, hoewel de koopwaren nog niet zijn gewogen, geteld of gemeten.
Art. 1586. Si, au contraire, les marchandises ont été vendues en bloc, la vente est parfaite, quoique les marchandises n'aient pas encore été pesées, comptées ou mesurées.
Art. 1587. Ten aanzien van wijn, olie en andere zaken die men gewoon is te proeven alvorens ze te kopen, is er geen koop zolang de koper die niet heeft geproefd en aanvaard.
Art. 1587. A l'égard du vin, de l'huile, et des autres choses que l'on est dans l'usage de goûter avant d'en faire l'achat, il n'y a point de vente tant que l'acheteur ne les a pas goûtées et agréées.
Art. 1588. Koop op proef wordt altijd vermoed te zijn aangegaan onder een opschortende voorwaarde.
Art. 1588. La vente faite à l'essai est toujours présumée faite sous une condition suspensive.
Art. 1589. Verkoopbelofte geldt als koop, wanneer er wederzijdse toestemming van de partijen is omtrent de zaak en omtrent de prijs.
Art. 1589. La promesse de vente vaut vente, lorsqu'il y a consentement réciproque des deux parties sur la chose et sur le prix.
Art. 1590. Indien bij de verkoopbelofte handgeld is gegeven, is ieder van de contractanten vrij van de verkoopbelofte af te zien :
  Hij die het handgeld heeft gegeven, door het te laten behouden.
  En hij die het handgeld heeft ontvangen, door het dubbel terug te geven.
Art. 1590. Si la promesse de vendre a été faite avec des arrhes, chacun des contractants est maître de s'en départir.
  Celui qui les a données, en les perdant,
  Et celui qui les a reçues, en restituant le double.
Art. 1591. De koopprijs moet bepaald zijn en door de partijen worden vastgesteld.
Art. 1591. Le prix de la vente doit être déterminé et désigné par les parties.
Art. 1592. De bepaling van de koopprijs kan echter aan een derde worden overgelaten; indien de derde de waardering niet wil of niet kan doen, is er geen koop.
Art. 1592. Il peut cependant être laissé à l'arbitrage d'un tiers; si le tiers ne veut ou ne peut faire l'estimation, il n'y a point vente.
Art. 1593. De kosten van de akten en andere bijkomende kosten van de koop komen ten laste van de koper.
Art. 1593. Les frais d'actes et autres accessoires à la vente, sont à la charge de l'acheteur.
HOOFDSTUK II. - WIE KOPEN OF VERKOPEN KAN.
CHAPITRE II. - QUI PEUT ACHETER OU VENDRE.
Art. 1594. Al degenen aan wie de wet het niet verbiedt, kunnen kopen of verkopen.
Art. 1594. Tous ceux auxquels la loi ne l'interdit pas peuvent acheter ou vendre.
Art. 1596. Bij een openbare verkoping mogen, op straffe van nietigheid, noch door henzelf noch door tussenpersonen, kopers worden :
  Voogden, wat betreft de goederen van hen over wie zij de voogdij hebben;
  Lasthebbers, wat betreft de goederen met de verkoop waarvan zij belast zijn;
  Bestuurders, wat betreft de goederen van de gemeenten of van de openbare instellingen, die aan hun zorg zijn toevertrouwd;
  Openbare ambtenaren, wat betreft de goederen van de Staat, waarvan de verkoop door hun tussenkomst geschiedt.
Art. 1596. Ne peuvent se rendre adjudicataires, sous peine de nullité, ni par eux-mêmes, ni par personnes interposées.
  Les tuteurs, des biens de ceux dont ils ont la tutelle;
  Les mandataires, des biens qu'ils sont chargés de vendre;
  Les administrateurs, de ceux des communes ou des établissements publics confiés à leurs soins;
  Les officiers publics, des biens nationaux dont les ventes se font par leur ministère.
Art. 1597. Rechters, rechters-plaatsvervangers, ambtenaren van het openbaar ministerie, (referendarissen, parketjuristen,) griffiers, deurwaarders, (...) advocaten en notarissen mogen de processen, de betwiste rechten en rechtsvorderingen, die behoren tot de bevoegdheid van de rechtbank binnen wier rechtsgebied zij hun ambt uitoefenen, niet overnemen, op straffe van nietigheid, betaling van kosten en schadevergoeding. <W 2008-06-17/36, art. 2, 012; Inwerkingtreding : 23-08-2008>
Art. 1597. Les juges, leurs suppléants, les magistrats remplissant le ministère public, [les référendaires, les juristes de parquet,] les greffiers, huissiers, [...] avocats et notaires, ne peuvent devenir cessionnaires des procès, droits et actions litigieux qui sont de la compétence du tribunal dans le ressort duquel ils exercent leurs fonctions, à peine de nullité, et des dépens, dommages et intérêts. <L 2008-06-17/36, art. 2, 012; En vigueur : 23-08-2008>
HOOFDSTUK III. - ZAKEN DIE VERKOCHT KUNNEN WORDEN.
CHAPITRE III. - DES CHOSES QUI PEUVENT ETRE VENDUES.
Art. 1598. Alles wat in de handel is, kan verkocht worden wanneer geen bijzondere wetsbepalingen de vervreemding ervan verbieden.
Art. 1598. Tout ce qui est dans le commerce peut être vendu, lorsque des lois particulières n'en ont pas prohibé l'aliénation.
Art. 1599. De verkoop van eens anders zaak is nietig; hij kan grond tot schadevergoeding opleveren, wanneer de koper niet geweten heeft dat de zaak aan een ander toebehoorde.
Art. 1599. La vente de la chose d'autrui est nulle; elle peut donner lieu à des dommages-intérêts lorsque l'acheteur a ignoré que la chose fût à autrui.
Art. 1600. De nalatenschap van een nog levend persoon kan niet verkocht worden, zelfs niet met zijn toestemming.
Art. 1600. On ne peut vendre la succession d'une personne vivante, même de son consentement.
Art. 1601. Wanneer de verkochte zaak op het ogenblik van de koop geheel was teniet gegaan, is de koop nietig.
  Is slechts een gedeelte van de zaak teniet gegaan, dan heeft de koper de keus om van de koop af te zien, of het behouden gebleven gedeelte te eisen, mits hij de prijs bij vergelijkende waardering doet bepalen.
Art. 1601. Si au moment de la vente la chose vendue était périe en totalité, la vente serait nulle.
  Si une partie seulement de la chose est périe, il est au choix de l'acquéreur d'abandonner la vente, ou de demander la partie conservée, en faisant déterminer le prix par la ventilation.
HOOFDSTUK IV. - VERPLICHTINGEN VAN DE VERKOPER.
CHAPITRE IV. - DES OBLIGATIONS DU VENDEUR.
AFDELING I. - ALGEMENE BEPALINGEN.
SECTION I. - DISPOSITIONS GENERALES.
Art. 1602. De verkoper is verplicht duidelijk te verklaren waartoe hij zich verbindt.
  Ieder duister of dubbelzinnig beding wordt tegen de verkoper uitgelegd.
Art. 1602. Le vendeur est tenu d'expliquer clairement ce à quoi il s'oblige.
  Tout pacte obscur ou ambigu s'interprète contre le vendeur.
Art. 1603. Hij heeft twee hoofdverplichtingen, de door hem verkochte zaak te leveren, en die te vrijwaren.
Art. 1603. Il a deux obligations principales, celle de délivrer et celle de garantir la chose qu'il vend.
AFDELING II. - LEVERING.
SECTION II. - DE LA DELIVRANCE.
Art. 1604. (De verkoper moet aan de koper een zaak leveren die met de overeenkomst in overeenstemming is.) <W 2004-09-01/38, art. 3, 008; Inwerkingtreding : 01-01-2005>
  Levering is de overdracht van de verkochte zaak in de macht en het bezit van de koper.
Art. 1604. [Le vendeur est tenu de délivrer à l'acheteur une chose conforme au contrat.] <L 2004-09-01/38, art. 2, 008; En vigueur : 01-01-2005>
  La délivrance est le transport de la chose vendue en la puissance et possession de l'acheteur.
Art. 1605. De verplichting om onroerende goederen te leveren is door de verkoper vervuld, wanneer hij de sleutels heeft afgegeven, indien het een gebouw betreft, of wanneer hij de titels van eigendom heeft afgegeven.
Art. 1605. L'obligation de délivrer les immeubles est remplie de la part du vendeur lorsqu'il a remis les clefs, s'il s'agit d'un bâtiment, ou lorsqu'il a remis les titres de propriété.
Art. 1606. De levering van roerende goederen geschiedt :
  Of door de werkelijke overgave,
  Of door afgifte van de sleutels van de gebouwen waarin zij zich bevinden,
  Of zelfs door de enkele toestemming van de partijen, indien de overgave niet kan geschieden op het ogenblik van de koop, of indien de koper de goederen reeds in een andere hoedanigheid in zijn macht had.
Art. 1606. La délivrance des effets mobiliers s'opère,
  Ou par la tradition réelle,
  Ou par la remise des clefs des bâtiments qui les contiennent,
  Ou même par le seul consentement des parties, si le transport ne peut pas s'en faire au moment de la vente, ou si l'acheteur les avait déjà en son pouvoir à un autre titre.
Art. 1607. De overgave van onlichamelijke rechten geschiedt ofwel door de afgifte van de titels, ofwel door het gebruik dat de koper, met toestemming van de verkoper, daarvan maakt.
Art. 1607. La tradition des droits incorporels se fait, ou par la remise des titres, ou par l'usage que l'acquéreur en fait du consentement du vendeur.
Art. 1608. De kosten van de levering komen ten laste van de verkoper, en die van de afhaling komen ten laste van de koper, indien het tegendeel niet bedongen is.
Art. 1608. Les frais de la délivrance sont à la charge du vendeur, et ceux de l'enlèvement à la charge de l'acheteur, s'il n'y a pas eu stipulation contraire.
Art. 1609. De levering moet geschieden op de plaats waar het verkochte goed zich ten tijde van de koop bevond, indien daaromtrent niet anders is overeengekomen.
Art. 1609. La délivrance doit se faire au lieu où était, au temps de la vente, la chose qui en a fait l'objet, s'il n'en a été autrement convenu.
Art. 1610. Wanneer de verkoper in gebreke blijft de levering te doen binnen de tussen partijen bedongen tijd, heeft de koper de keus om ontbinding van de koop ofwel inbezitstelling te vorderen, indien de vertraging alleen aan de verkoper te wijten is.
Art. 1610. Si le vendeur manque à faire la délivrance dans le temps convenu entre les parties, l'acquéreur pourra, à son choix, demander la résolution de la vente, ou sa mise en possession, si le retard ne vient que du fait du vendeur.
Art. 1611. In elk geval moet de verkoper tot schadevergoeding veroordeeld worden, indien de koper schade lijdt doordat de levering niet op het bedongen tijdstip heeft plaatsgehad.
Art. 1611. Dans tous les cas, le vendeur doit être condamné aux dommages et intérêts, s'il résulte un préjudice pour l'acquéreur, du défaut de délivrance au terme convenu.
Art. 1612. De verkoper is niet verplicht de zaak te leveren, indien de koper de prijs niet betaalt en de verkoper hem geen termijn voor de betaling heeft toegestaan.
Art. 1612. Le vendeur n'est pas tenu de délivrer la chose si l'acheteur n'en paye pas le prix, et que le vendeur ne lui ait pas accordé un délai pour le payement.
Art. 1613. Evenmin is hij tot levering verplicht, zelfs wanneer hij een termijn voor de betaling heeft toegestaan, indien de koper, sinds de koop, failliet gegaan is of in staat van onvermogen is geraakt, zodat de verkoper in het dreigend gevaar verkeert de prijs te verliezen; tenzij de koper borg stelt voor de betaling op het bepaalde tijdstip.
Art. 1613. Il ne sera pas non plus obligé à la délivrance, quand même il aurait accordé un délai pour le payement, si, depuis la vente, l'acheteur est tombé en faillite ou en état de déconfiture, en sorte que le vendeur se trouve en danger imminent de perdre le prix; à moins que l'acheteur ne lui donne caution de payer au terme.
Art. 1614. De zaak moet geleverd worden in de staat waarin zij zich op het ogenblik van de koop bevindt :
  Van die dag af behoren alle vruchten aan de koper.
Art. 1614. La chose doit être délivrée en l'état où elle se trouve au moment de la vente;
  Depuis ce jour, tous les fruits appartiennent à l'acquéreur.
Art. 1615. De verplichting om een zaak te leveren strekt zich uit tot haar toebehoren en tot alles wat voor haar blijvend gebruik bestemd is.
Art. 1615. L'obligation de délivrer la chose comprend ses accessoires et tout ce qui a été destiné à son usage perpétuel.
Art. 1616. De verkoper is verplicht het verkochte te leveren in de omvang die bij de overeenkomst bedongen is, echter met inachtneming van de navolgende bepalingen.
Art. 1616. Le vendeur est tenu de délivrer la contenance telle qu'elle est portée au contrat, sous les modifications ci-après exprimées.
Art. 1617. Indien de verkoop van een onroerend goed geschied is met vermelding van de omvang, tegen een bepaalde prijs per maat, is de verkoper verplicht aan de koper, indien deze het eist, de bij de overeenkomst bepaalde grootte te leveren;
  En indien hem dit onmogelijk is, of indien de koper het niet eist, moet de verkoper met een evenredige vermindering van de prijs genoegen nemen.
Art. 1617. Si la vente d'un immeuble a été faite avec indication de la contenance, à raison de tant la mesure, le vendeur est obligé de délivrer à l'acquéreur, s'il l'exige, la quantité indiquée au contrat;
  Et si la chose ne lui est pas possible, ou si l'acquéreur ne l'exige pas, le vendeur est obligé de souffrir une diminution proportionnelle du prix.
Art. 1618. Indien daarentegen, in het geval van het vorige artikel, de omvang groter bevonden wordt dan in het contract is uitgedrukt, heeft de koper de keus om de prijs aan te vullen of van het contract af te zien, indien de overmaat een twintigste gedeelte bedraagt van de opgegeven omvang.
Art. 1618. Si, au contraire, dans le cas de l'article précédent, il se trouve une contenance plus grande que celle exprimée au contrat, l'acquéreur a le choix de fournir le supplément du prix, ou de se désister du contrat, si l'excédent est d'un vingtième au-dessus de la contenance déclarée.
Art. 1619. In alle andere gevallen,
  Hetzij de koop een zekere en bepaalde zaak betreft,
  Hetzij de koop afzonderlijke en afgescheiden erven tot voorwerp heeft,
  Hetzij de koop begint met de opgave der maat, of met de aanduiding van de verkochte zaak gevolgd van de opgave der maat,
  Levert de uitdrukking van die maat geen grond op tot enige aanvulling van de prijs ten voordele van de verkoper wegens overmaat, of tot enige vermindering van de prijs ten voordele van de koper wegens ondermaat, dan voor zover het verschil tussen de werkelijke maat en die welke in de overeenkomst is uitgedrukt, een twintigste meer of minder bedraagt, berekend naar de waarde van het geheel der verkochte zaken, behalve indien het tegendeel bedongen is.
Art. 1619. Dans tous les autres cas,
  Soit que la vente soit faite d'un corps certain et limité,
  Soit qu'elle ait pour objet des fonds distincts et séparés,
  Soit qu'elle commence par la mesure, ou par la désignation de l'objet vendu suivie de la mesure,
  L'expression de cette mesure ne donne lieu à aucun supplément de prix, en faveur du vendeur, pour l'excédent de mesure, ni en faveur de l'acquéreur, à aucune diminution du prix pour moindre mesure, qu'autant que la différence de la mesure réelle à celle exprimée au contrat est d'un vingtième en plus ou en moins, eu égard à la valeur de la totalité des objets vendus, s'il y a stipulation contraire.
Art. 1620. Ingeval er, volgens het vorige artikel, grond bestaat tot vermeerdering van de prijs wegens overmaat, heeft de koper de keus om van het contract af te zien, of de prijs aan te vullen, en zulks met de interest, indien hij het onroerend goed behouden heeft.
Art. 1620. Dans le cas où, suivant l'article précédent, il y a lieu à augmentation de prix pour excédent de mesure, l'acquéreur a le choix ou de se désister du contrat ou de fournir le supplément du prix, et ce, avec les intérêts s'il a gardé l'immeuble.
Art. 1621. In alle gevallen waarin de koper het recht heeft om van het contract af te zien, is de verkoper verplicht hem, benevens de prijs, zo hij die ontvangen heeft, ook de kosten van dat contract terug te geven.
Art. 1621. Dans tous les cas où l'acquéreur a le droit de se désister du contrat, le vendeur est tenu de lui restituer, outre le prix, s'il l'a reçu, les frais de ce contrat.
Art. 1622. De rechtsvordering van de verkoper tot aanvulling van de prijs, en die van de koper tot vermindering van de prijs of tot ontbinding van het contract, moeten, op straffe van verval, ingesteld worden binnen een jaar te rekenen van de dag waarop het contract is aangegaan.
Art. 1622. L'action en supplément de prix de la part du vendeur, et celle en diminution de prix ou en résiliation du contrat de la part de l'acquéreur, doivent être intentées dans l'année, à compter du jour du contrat, à peine de déchéance.
Art. 1623. Indien twee erven zijn verkocht bij een en hetzelfde contract, en voor een enkele prijs, met opgave van de maat van ieder erf, en indien bevonden wordt dat het ene minder en het andere meer omvang heeft, worden de verschillen tegen elkaar tot het passende beloop verrekend; en de vordering, hetzij tot aanvulling, hetzij tot vermindering van de koopprijs, heeft slechts plaats overeenkomstig de hierboven vastgestelde regels.
Art. 1623. S'il a été vendu deux fonds par le même contrat, et pour un seul et même prix, avec désignation de la mesure de chacun, et qu'il se trouve moins de contenance en l'un et plus en l'autre, on fait compensation jusqu'à due concurrence; et l'action, soit en supplément, soit en diminution du prix, n'a lieu que suivant les règles ci-dessus établies.
Art. 1624. De vraag wie van beiden, de verkoper of de koper, het verlies of de beschadiging van de verkochte zaak, voor de levering ontstaan, moet dragen, wordt beslist overeenkomstig de regels vastgesteld in de titel Contracten of verbintenissen uit overeenkomst in het algemeen.
Art. 1624. La question de savoir sur lequel, du vendeur ou de l'acquéreur, doit tomber la perte ou la détérioration de la chose vendue avant la livraison, est jugée d'après les règles prescrites au titre des Contrats ou des Obligations conventionnelles en général.
AFDELING III. - VRIJWARING.
SECTION III. - DE LA GARANTIE.
Art. 1625. De vrijwaring, waartoe de verkoper jegens de koper gehouden is, heeft een dubbel voorwerp : zij betreft ten eerste het ongestoord bezit van de verkochte zaak en, ten tweede, de verborgen gebreken van die zaak of de koopvernietigende gebreken.
Art. 1625. La garantie que le vendeur doit à l'acquéreur, a deux objets : le premier est la possession paisible de la chose vendue; le second, les défauts cachés de cette chose ou les vices rédhibitoires.
§ I. VRIJWARING VOOR UITWINNING.
§ 1er. - DE LA GARANTIE EN CAS D'EVICTION.
Art. 1626. Zelfs wanneer bij de koop geen beding omtrent de vrijwaring is gemaakt, is de verkoper van rechtswege verplicht de koper te vrijwaren voor de uitwinning die hij ondergaat op het geheel of op een gedeelte van de verkochte zaak, of voor de lasten die iemand beweert op die zaak te hebben, en die bij de koop niet zijn opgegeven.
Art. 1626. Quoique lors de la vente il n'ait été fait aucune stipulation sur la garantie, le vendeur est obligé de droit à garantir l'acquéreur de l'éviction qu'il souffre dans la totalité ou partie de l'objet vendu, ou des charges prétendues sur cet objet, et non déclarées lors de la vente.
Art. 1627. Partijen kunnen, door bijzondere overeenkomsten, deze wettelijke verplichting uitbreiden of beperken; zij kunnen zelfs overeenkomen dat de verkoper tot geen vrijwaring zal zijn gehouden.
Art. 1627. Les parties peuvent, par des conventions particulières, ajouter à cette obligation de droit ou en diminuer l'effet; elles peuvent même convenir que le vendeur ne sera soumis à aucune garantie.
Art. 1628. Zelfs wanneer bedongen is dat de verkoper tot geen vrijwaring zal zijn gehouden, blijft hij toch gehouden tot die welke volgt uit zijn eigen daad; elke hiermee strijdige overeenkomst is nietig.
Art. 1628. Quoiqu'il soit dit que le vendeur ne sera soumis à aucune garantie, il demeure cependant tenu de celle qui résulte d'un fait qui lui est personnel : toute convention contraire est nulle.
Art. 1629. In hetzelfde geval van een beding van niet-vrijwaring is, bij uitwinning, de verkoper verplicht de prijs terug te geven, tenzij de koper het gevaar van uitwinning heeft gekend ten tijde van de koop, of op eigen risico heeft gekocht.
Art. 1629. Dans le même cas de stipulation de non-garantie, le vendeur, en cas d'éviction, est tenu à la restitution du prix, à moins que l'acquéreur n'ait connu lors de la vente le danger de l'éviction, ou qu'il n'ait acheté à ses périls et risques.
Art. 1630. Wanneer vrijwaring beloofd is, of wanneer dienaangaande niets is bedongen, heeft de koper, in geval van uitwinning, het recht om van de verkoper te vorderen :
  1° Teruggave van de prijs;
  2° Teruggave van de vruchten, wanneer hij verplicht is die aan de uitwinnende eigenaar uit te keren;
  3° De kosten van de vordering tot vrijwaring door de koper ingesteld, en de kosten door de oorspronkelijke eiser gemaakt;
  4° Eindelijk, schadevergoeding, alsook de wettig gemaakte kosten van het contract.
Art. 1630. Lorsque la garantie a été promise, ou qu'il n'a rien été stipulé à ce sujet, si l'acquéreur est évincé, il a droit de demander contre le vendeur.
  1° La restitution du prix;
  2° Celle des fruits, lorsqu'il est obligé de les rendre au propriétaire qui l'évince;
  3° Les frais faits sur la demande en garantie de l'acheteur, et ceux faits par le demandeur originaire;
  4° Enfin les dommages et intérêts, ainsi que les frais et loyaux coûts du contrat.
Art. 1631. Wanneer de verkochte zaak ten tijde van de uitwinning blijkt in waarde verminderd of aanmerkelijk beschadigd te zijn, hetzij door de nalatigheid van de koper, hetzij door overmacht, is de verkoper niettemin verplicht de gehele prijs terug te geven.
Art. 1631. Lorsqu'à l'époque de l'éviction, la chose vendue se trouve diminuée de valeur, ou considérablement détériorée, soit par la négligence de l'acheteur, soit par des accidents de force majeure, le vendeur n'en est pas moins tenu de restituer la totalité du prix.
Art. 1632. Indien echter de koper uit de door hem aangerichte beschadiging voordeel heeft getrokken, heeft de verkoper het recht om van de prijs een bedrag, gelijk aan dat voordeel, af te houden.
Art. 1632. Mais si l'acquéreur a tiré profit des dégradations par lui faites, le vendeur a droit de retenir sur le prix une somme égale à ce profit.
Art. 1633. Indien de verkochte zaak ten tijde van de uitwinning blijkt in waarde te zijn vermeerderd, zelfs buiten toedoen van de koper, is de verkoper verplicht aan de koper te betalen hetgeen de zaak boven de koopprijs waard is.
Art. 1633. Si la chose vendue se trouve avoir augmenté de prix à l'époque de l'éviction, indépendamment même du fait de l'acquéreur, le vendeur est tenu de lui payer ce qu'elle vaut au-dessus du prix de la vente.
Art. 1634. De verkoper is verplicht aan de koper alle herstellingen en nuttige verbeteringen die deze aan het goed heeft aangebracht, te vergoeden, of door de uitwinner te doen vergoeden.
Art. 1634. Le vendeur est tenu de rembourser ou de faire rembourser à l'acquéreur, par celui qui l'évince, toutes les réparations et améliorations utiles qu'il aura faites au fonds.
Art. 1635. Indien de verkoper te kwader trouw eens anders erf verkocht heeft, is hij verplicht aan de koper alle uitgaven te vergoeden, die deze aan het erf besteed heeft, zelfs uit weelde of tot verfraaiing.
Art. 1635. Si le vendeur avait vendu de mauvaise foi le fonds d'autrui, il sera obligé de rembourser à l'acquéreur toutes les dépenses, même voluptuaires ou d'agrément, que celui-ci aura faites au fonds.
Art. 1636. Indien slechts een gedeelte van de zaak tegen de koper wordt uitgewonnen, en dat gedeelte, in verhouding tot het geheel, zo belangrijk is dat de koper zonder het uitgewonnen gedeelte niet zou hebben gekocht, kan hij de koop doen ontbinden.
Art. 1636. Si l'acquéreur n'est évincé que d'une partie de la chose, et qu'elle soit de telle conséquence relativement au tout, que l'acquéreur n'eût point acheté sans la partie dont il a été évincé, il peut faire résilier la vente.
Art. 1637. Indien, bij uitwinning van een gedeelte van het verkochte erf, de koop niet wordt ontbonden, wordt het uitgewonnen gedeelte aan de koper vergoed volgens de geschatte waarde ten tijde van de uitwinning, en niet naar evenredigheid van de gehele koopprijs, onverschillig of de verkochte zaak in waarde vermeerderd of verminderd is.
Art. 1637. Si dans le cas de l'éviction d'une partie du fonds vendu, la vente n'est pas résiliée, la valeur de la partie dont l'acquéreur se trouve évincé, lui est remboursée suivant l'estimation à l'époque de l'éviction, et non proportionnellement au prix total de la vente, soit que la chose vendue ait augmenté ou diminué de valeur.
Art. 1638. Indien het verkochte erf blijkt bezwaard te zijn met niet zichtbare erfdienstbaarheden, zonder dat zulks was opgegeven, en die zo gewichtig zijn dat er reden is om te vermoeden dat de koper niet zou hebben gekocht ingeval hij die gekend had, kan hij de ontbinding van het contract vorderen, tenzij hij verkiest met schadevergoeding genoegen te nemen.
Art. 1638. Si l'héritage vendu se trouve grevé, sans qu'il en ait été fait de déclaration, de servitudes non apparentes, et qu'elles soient de telle importance qu'il y ait lieu de présumer que l'acquéreur n'aurait pas acheté s'il en avait été instruit, il peut demander la résiliation du contrat, si mieux il n'aime se contenter d'une indemnité.
Art. 1639. De overige vraagstukken betreffende de vergoeding van de schade die voor de koper ontstaat uit de niet-uitvoering van de koop, worden opgelost volgens de algemene regels bepaald in de titel Contracten of Verbintenissen uit overeenkomst in het algemeen.
Art. 1639. Les autres questions auxquelles peuvent donner lieu les dommages et intérêts résultant pour l'acquéreur de l'inexécution de la vente, doivent être décidées suivant les règles générales établies au titre des Contrats ou des Obligations conventionnelles en général.
Art. 1640. De vrijwaring voor uitwinning houdt op wanneer de koper, zonder de verkoper op te roepen, zich heeft laten veroordelen bij een vonnis dat in laatste aanleg is gewezen of waartegen geen hoger beroep meer ontvankelijk is, indien de verkoper bewijst dat er voldoende middelen aanwezig waren om de eis te doen afwijzen.
Art. 1640. La garantie pour cause d'éviction cesse lorsque l'acquéreur s'est laissé condamner par un jugement en dernier ressort, ou dont l'appel n'est plus recevable, sans appeler son vendeur, si celui-ci prouve qu'il existait des moyens suffisants pour faire rejeter la demande.
§ II. VRIJWARING VOOR GEBREKEN VAN DE VERKOCHTE ZAAK.
§ 2. DE LA GARANTIE DES DEFAUTS DE LA CHOSE VENDUE.
Art. 1641. De verkoper is gehouden tot vrijwaring voor de verborgen gebreken van de verkochte zaak, die deze ongeschikt maken tot het gebruik waartoe men ze bestemt, of die dit gebruik zodanig verminderen dat de koper, indien hij de gebreken gekend had, de zaak niet of slechts voor een mindere prijs zou hebben gekocht.
Art. 1641. Le vendeur est tenu de la garantie à raison des défauts cachés de la chose vendue qui la rendent impropre à l'usage auquel on la destine, ou qui diminuent tellement cet usage, que l'acheteur ne l'aurait pas acquise, ou n'en aurait donné qu'un moindre prix, s'il les avait connus.
Art. 1642. De verkoper moet niet instaan voor de gebreken die zichtbaar zijn en die de koper zelf heeft kunnen waarnemen.
Art. 1642. Le vendeur n'est pas tenu des vices apparents et dont l'acheteur a pu se convaincre lui-même.
Art. 1643. Hij moet instaan voor de verborgen gebreken, zelfs wanneer hij die niet gekend heeft, tenzij hij in dat geval bedongen heeft dat hij tot geen vrijwaring zal zijn gehouden.
Art. 1643. Il est tenu des vices cachés, quand même il ne les aurait pas connus, à moins que, dans ce cas, il n'ait stipulé qu'il ne sera obligé à aucune garantie.
Art. 1644. In het geval van de artikelen 1641 en 1643, heeft de koper de keus om ofwel de zaak terug te geven en zich de prijs te doen terugbetalen, ofwel de zaak te behouden en zich een gedeelte van de prijs te doen terugbetalen, welk gedeelte door deskundigen zal worden bepaald.
Art. 1644. Dans le cas des articles 1641 et 1643, l'acheteur a le choix de rendre la chose et de se faire restituer le prix, ou de garder la chose et de se faire rendre une partie du prix, telle qu'elle sera arbitrée par experts.
Art. 1645. _ Indien de verkoper de gebreken van de zaak gekend heeft, is hij niet alleen gehouden tot teruggave van de prijs die hij ervoor ontvangen heeft, maar bovendien tot vergoeding van alle schade aan de koper.
Art. 1645. Si le vendeur connaissait les vices de la chose, il est tenu, outre la restitution du prix qu'il en a reçu, de tous les dommages et intérêts envers l'acheteur.
Art. 1646. Indien de verkoper de gebreken van de zaak niet gekend heeft, is hij slechts gehouden tot teruggave van de prijs, en tot vergoeding aan de koper van de door de koop veroorzaakte kosten.
Art. 1646. Si le vendeur ignorait les vices de la chose, il ne sera tenu qu'à la restitution du prix, et à rembourser à l'acquéreur les frais occasionnés par la vente.
Art. 1647. Indien de zaak welke gebreken had, is teniet gegaan ten gevolge van haar slechte hoedanigheid, is het verlies voor rekening van de verkoper, die jegens de koper gehouden is tot teruggave van de prijs, en tot de overige schadevergoedingen in de twee vorige artikelen bepaald.
  Maar het verlies door toeval veroorzaakt is voor rekening van de koper.
Art. 1647. Si la chose qui avait des vices a péri par suite de sa mauvaise qualité, la perte est pour le vendeur, qui sera tenu envers l'acheteur à la restitution du prix, et aux autres dédommagements expliqués dans les deux articles précédents.
  Mais la perte arrivée par cas fortuit sera pour le compte de l'acheteur.
Art. 1648. De rechtsvordering op grond van koopvernietigende gebreken moet door de koper worden ingesteld binnen een korte tijd, al naar de aard van de koopvernietigende gebreken en de gebruiken van de plaats waar de koop gesloten is.
Art. 1648. L'action résultant des vices rédhibitoires doit être intentée par l'acquéreur, dans un bref délai, suivant la nature des vices rédhibitoires, et l'usage du lieu où la vente a été faite.
Art. 1649. Deze vordering kan niet worden ingesteld wat betreft verkopingen die op rechterlijk gezag geschieden.
Art. 1649. Elle n'a pas lieu dans les ventes par autorité de justice.
Afdeling IV. Bepalingen met betrekking tot de verkopen aan consumenten.
Section IV. - Dispositions relatives aux ventes à des consommateurs.
Art. 1649bis. [1 § 1er. Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:
   1° "consument": iedere natuurlijke persoon die handelt voor doeleinden buiten zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit;
   2° "verkoper": iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon, ongeacht of deze privaat of publiek is, die handelt, mede via een andere persoon die namens hem of voor zijn rekening optreedt, in het kader van zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit;
   3° "producent": een fabrikant van een consumptiegoed, een invoerder van een consumptiegoed naar de Unie, of elke andere persoon die zich als producent voordoet door zijn naam, handelsmerk of enig ander onderscheidend teken op het consumptiegoed aan te brengen;
   4° "consumptiegoed":
   a) elke roerende lichamelijke zaak; water, gas en elektriciteit zijn consumptiegoederen in de zin van deze afdeling wanneer zij gereed zijn gemaakt voor verkoop in een beperkt volume of in een bepaalde hoeveelheid;
   b) elk goed met digitale elementen, zijnde elke roerende lichamelijke zaak waarin digitale inhoud of digitale diensten zijn verwerkt of die daarmee onderling verbonden is, op zodanige wijze dat het ontbreken van die digitale inhoud of die digitale dienst ertoe zou leiden dat het consumptiegoed zijn functies niet kan vervullen;
  [2 c) elk dier;]2
   5° "digitale inhoud": gegevens die in digitale vorm worden geproduceerd en geleverd;
   6° "digitale dienst":
   a) een dienst die de consument in staat stelt gegevens in digitale vorm te creëren, te verwerken of op te slaan, of toegang tot die gegevens te krijgen, of
   b) een dienst die voorziet in de mogelijkheid tot het delen van gegevens in digitale vorm die door de consument of door andere gebruikers van die dienst worden geüpload of gecreëerd of die elke andere interactie met deze gegevens mogelijk maakt;
   7° "compatibiliteit": het vermogen van de consumptiegoederen om te draaien op hardware of software die doorgaans voor consumptiegoederen van hetzelfde type worden gebruikt, zonder dat die goederen, hardware of software moeten worden omgezet;
   8° "functionaliteit": het vermogen van de consumptiegoederen om hun functies te vervullen met betrekking tot het doel ervan;
   9° "interoperabiliteit": het vermogen van de consumptiegoederen om te functioneren met hardware of software die verschilt van die welke waarmee consumptiegoederen van hetzelfde type gewoonlijk worden gebruikt;
   10° "duurzame gegevensdrager": ieder hulpmiddel dat de consument of de verkoper in staat stelt om persoonlijk aan hem gerichte informatie op te slaan op een wijze die deze informatie toegankelijk maakt voor toekomstig gebruik gedurende een periode die past bij het doel waarvoor de informatie is bestemd, en die een ongewijzigde weergave van de opgeslagen informatie mogelijk maakt;
   11° "commerciële garantie": iedere verbintenis van de verkoper of een producent, ook de "garant" genoemd, om boven hetgeen hij wettelijk verplicht is uit hoofde van het recht op conformiteit, aan de consument de betaalde prijs terug te betalen of het consumptiegoed op enigerlei wijze te vervangen, herstellen of onderhouden, wanneer dit niet voldoet aan de specificaties of aan enige andere vereisten die geen verband houden met de conformiteit, die vermeld zijn in de garantieverklaring of in de desbetreffende reclameboodschappen ten tijde van of vóór de sluiting van de overeenkomst;
   12° "duurzaamheid": de geschiktheid van het consumptiegoed om zijn vereiste functies en prestaties bij normaal gebruik te behouden;
   13° "kosteloos": vrij van de noodzakelijke kosten die zijn gemaakt om het consumptiegoed conform te maken, met name de kosten van verzending, vervoer, werkuren of materiaal [2 , waaronder, indien het consumptiegoed een dier is, medicatie]2;
  [2 14° "dier": meercellig levend organisme dat in staat is om te bewegen en te reageren op zijn omgeving door middel van zintuigen en dat niet bestemd is voor humane consumptie, noch dient als aas of dierenvoer;
   15° "genezing": een vorm van herstelling die de tussenkomst van een dierenarts vergt.]2

   § 2. Deze afdeling is van toepassing op overeenkomsten voor de verkoop van consumptiegoederen gesloten tussen een consument en een verkoper.
   Zij is eveneens van toepassing op digitale inhoud of digitale diensten die zijn verwerkt in of onderling verbonden met consumptiegoederen in de zin van paragraaf 1, 4°, b), en die worden meegeleverd met de consumptiegoederen op grond van een koopovereenkomst, ongeacht of die digitale inhoud of de digitale dienst wordt geleverd door de verkoper of een derde. Bij twijfel of de levering van verwerkte of onderling verbonden digitale inhoud of een verwerkte of onderling verbonden digitale dienst deel uitmaakt van de koopovereenkomst, wordt de digitale inhoud of digitale dienst geacht onder de koopovereenkomst te vallen.
   Voor de toepassing van deze afdeling worden overeenkomsten tot levering van te vervaardigen of voort te brengen consumptiegoederen eveneens als koopovereenkomsten beschouwd.
  [2 Voor de toepassing van deze afdeling worden overeenkomsten tot levering van ten tijde van het sluiten van de overeenkomst nog niet geboren dieren eveneens als overeenkomsten voor de verkoop van dieren beschouwd.]2
   § 3. Deze afdeling is niet van toepassing op:
   1° overeenkomsten voor het leveren van digitale inhoud of digitale diensten onder voorbehoud van paragraaf 2, tweede lid;
   2° materiële gegevensdragers die uitsluitend als drager van digitale inhoud dienen;
   3° goederen die executoriaal of anderszins gerechtelijk worden verkocht;
   4° [2 ...]2]1

  
Art. 1649bis. [1 § 1er. Pour l'application de la présente section, il y a lieu d'entendre par:
   1° "consommateur": toute personne physique qui agit à des fins qui n'entrent pas dans le cadre de son activité commerciale, industrielle, artisanale ou libérale;
   2° "vendeur": toute personne physique ou morale, qu'elle soit privée ou publique, qui agit, y compris par l'intermédiaire d'une autre personne agissant en son nom ou pour son compte, à des fins qui entrent dans le cadre de son activité commerciale, industrielle, artisanale ou libérale;
   3° "producteur": le fabricant d'un bien de consommation, l'importateur d'un bien de consommation dans l'Union ou toute personne qui se présente comme un producteur en apposant sur le bien de consommation son nom, sa marque ou un autre signe distinctif;
   4° "bien de consommation":
   a) tout objet mobilier corporel; l'eau, le gaz et l'électricité sont des biens de consommation au sens de la présente section lorsqu'ils sont conditionnés dans un volume délimité ou en quantité déterminée;
   b) tout bien comportant des éléments numériques, étant tout objet mobilier corporel qui intègre un contenu numérique ou un service numérique ou est interconnecté avec un tel contenu ou un tel service d'une manière telle que l'absence de ce contenu numérique ou de ce service numérique empêcherait ce bien de consommation de remplir ses fonctions;
  [2 c) tout animal;]2
   5° "contenu numérique": des données produites et fournies sous forme numérique;
   6° "service numérique":
   a) un service permettant au consommateur de créer, de traiter ou de stocker des données sous forme numérique, ou d'y accéder; ou
   b) un service permettant le partage de données sous forme numérique qui sont téléversées ou créées par le consommateur ou d'autres utilisateurs de ce service, ou permettant toute autre interaction avec ces données;
   7° "compatibilité": la capacité des biens de consommation à fonctionner avec du matériel informatique ou des logiciels avec lesquels des biens de consommation de même type sont normalement utilisés, sans qu'il soit nécessaire de convertir ces biens, le matériel informatique ou les logiciels;
   8° "fonctionnalité": la capacité des biens de consommation à remplir leurs fonctions eu égard à leur finalité;
   9° "interopérabilité": la capacité des biens de consommation à fonctionner avec du matériel informatique ou des logiciels différents de ceux avec lesquels des biens de consommation de même type sont normalement utilisés;
   10° "support durable": tout instrument permettant au consommateur ou au vendeur de stocker des informations qui lui sont adressées personnellement d'une manière permettant de s'y reporter ultérieurement, pendant un laps de temps adapté aux fins auxquelles les informations sont destinées et qui permet la reproduction à l'identique des informations stockées;
   11° "garantie commerciale": tout engagement du vendeur ou d'un producteur, également appelé le "garant", à l'égard du consommateur, en plus de ses obligations légales tenant à la garantie de conformité, en vue du remboursement du prix d'achat, du remplacement ou de la réparation du bien de consommation ou de la prestation de tout autre service en relation avec le bien de consommation si ce dernier ne répond pas aux spécifications ou à d'autres critères éventuels non liés à la conformité énoncés dans la déclaration de garantie ou dans la publicité correspondante faite au moment de la conclusion du contrat ou avant celle-ci;
   12° "durabilité": la capacité du bien de consommation à maintenir les fonctions et performances requises dans le cadre d'un usage normal;
   13° "sans frais": sans les frais nécessaires exposés pour la mise en conformité du bien de consommation, notamment les frais d'envoi, de transport, de main-d'oeuvre ou de matériel [2 en ce compris, si le bien de consommation est un animal, les médicaments]2;
  [2 14° "animal": organisme vivant multicellulaire, capable de se déplacer et de réagir à son environnement au moyen de sens et qui n'est pas destiné à la consommation humaine, ni utilisé comme appât ou aliment pour animaux;
   15° "guérison": une forme de réparation qui nécessite l'intervention d'un vétérinaire.]2

   § 2. La présente section est applicable aux contrats de vente de biens de consommation conclus entre un consommateur et un vendeur.
   Elle s'applique également aux contenus numériques ou aux services numériques qui sont intégrés ou sont interconnectés avec des biens de consommation au sens du paragraphe 1er, 4°, b), et qui sont fournis avec ces biens de consommation dans le cadre du contrat de vente, que ces contenus numériques ou services numériques soient fournis par le vendeur ou par un tiers. En cas de doute sur la question de savoir si la fourniture d'un contenu numérique ou d'un service numérique intégré ou interconnecté fait partie du contrat de vente, ce contenu numérique ou ce service numérique est présumé relever du contrat de vente.
   Pour l'application de la présente section, sont également réputés être des contrats de vente les contrats de fourniture de biens de consommation à fabriquer ou à produire.
  [2 Pour l'application de la présente section, les contrats de fourniture d'animaux non encore nés au moment de la conclusion du contrat sont également considérés comme des contrats de vente d'animaux.]2
   § 3. La présente section ne s'applique pas:
   1° aux contrats pour la fourniture de contenus numériques ou de services numériques, sous réserve du paragraphe 2, alinéa 2;
   2° aux supports matériels servant exclusivement à transporter du contenu numérique;
   3° aux biens vendus sur saisie ou de quelque autre manière par autorité de justice;
   4° [2 ...]2]1

  
Art. 1649ter. [1 § 1. Voor de toepassing van artikel 1604, eerste lid, wordt het door de verkoper aan de consument geleverde consumptiegoed geacht slechts in overeenstemming met de koopovereenkomst te zijn indien het voldoet aan de in de [2 paragrafen 2 tot 9]2 gestelde eisen.
   § 2. Voor conformiteit met de koopovereenkomst, moet het consumptiegoed voldoen aan de subjectieve conformiteitsvereisten die in de koopovereenkomst zijn vastgesteld, met andere woorden, moet het met name, voor zover van toepassing:
   1° wat betreft de beschrijving, het type, de hoeveelheid en kwaliteit, functionaliteit, compatibiliteit, interoperabiliteit en andere kenmerken, [2 waaronder, indien het consumptiegoed een dier is, de leeftijd, het geslacht, het ras en de herkomst van het dier,]2 voldoen aan de koopovereenkomst;
   2° geschikt zijn voor elk bijzonder door de consument gewenst gebruik dat de consument aan de verkoper uiterlijk bij de sluiting van de koopovereenkomst heeft meegedeeld en dat de verkoper heeft aanvaard;
   3° worden geleverd samen met alle toebehoren en instructies, met inbegrip van installatie-instructies, als bepaald in de koopovereenkomst, en
   4° van updates worden voorzien als bepaald in de koopovereenkomst.
   § 3. Naast het voldoen aan subjectieve conformiteitsvereisten die overeenkomstig paragraaf 2 in de koopovereenkomst zijn vastgesteld, moet het consumptiegoed voldoen aan de volgende objectieve conformiteitsvereisten:
   1° geschikt zijn voor de doeleinden waarvoor consumptiegoederen van hetzelfde type gewoonlijk zouden worden gebruikt, [2 of, indien het consumptiegoed een dier is, geschikt zijn voor de doeleinden waarvoor dieren van dezelfde soort gewoonlijk zouden dienen,]2 rekening houdend, in voorkomend geval, met bestaand Unie- en nationaal recht, bestaande technische normen, of, bij ontstentenis van zulke technische normen, toepasselijke sectorspecifieke gedragscodes;
   2° in voorkomend geval, beschikken over de kwaliteit van en beantwoorden aan de beschrijving van een monster of model, dat de verkoper aan de consument vóór de sluiting van de overeenkomst ter beschikking heeft gesteld;
   3° in voorkomend geval, samen met de toebehoren, waaronder verpakking, installatie-instructies of andere instructies, [2 waaronder, indien het consumptiegoed een dier is, instructies met betrekking tot eventuele verdere vaccinaties, de leefruimte, voeding en verzorging van het dier,]2 die de consument redelijkerwijs mag verwachten, worden geleverd, en
   4° de hoeveelheid hebben en de kwaliteiten en andere kenmerken bezitten, onder meer met betrekking tot duurzaamheid, functionaliteit, compatibiliteit en beveiliging die voor hetzelfde type consumptiegoederen normaal zijn en die de consument redelijkerwijs mag verwachten, gelet op de aard van de consumptiegoederen en rekening houdend met publieke mededelingen die zijn gedaan door of namens de verkoper of andere personen in eerdere schakels van de overeenkomstenketen, waaronder de producent, in het bijzonder in reclameboodschappen of op de etikettering [2 , of, indien het consumptiegoed een dier is, de kwaliteiten en andere kenmerken bezitten, waaronder de afwezigheid van infectieziektes en aangeboren afwijkingen en, in voorkomend geval, de aanwezigheid van de door of krachtens de wet vereiste vaccinaties, die voor diezelfde soort dieren normaal zijn en die de consument redelijkerwijs mag verwachten gelet op de leeftijd, het geslacht, het ras en de herkomst van het dier]2.
   § 4. De verkoper is niet gebonden door de in paragraaf 3, 4°, bedoelde publieke mededelingen indien hij aantoont dat:
   1° de bedoelde mededeling hem niet bekend was en hem redelijkerwijs niet bekend kon zijn;
   2° de publieke mededeling ten tijde van de sluiting van de koopovereenkomst op dezelfde of vergelijkbare wijze was gerectificeerd als waarop ze was afgelegd, of
   3° de beslissing tot aankoop van het consumptiegoed niet door de publieke mededeling beïnvloed kon zijn.
   § 5. In het geval van een goed met digitale elementen, zorgt de verkoper ervoor dat de updates, waaronder beveiligingsupdates, die nodig zijn om de conformiteit van het goed te behouden, aan de consument worden gemeld en geleverd, gedurende de periode:
   1° die de consument redelijkerwijs kan verwachten, gezien de aard en het doel van de goederen en de digitale elementen, en rekening houdend met de omstandigheden en de aard van de overeenkomst, wanneer de koopovereenkomst voorziet in één enkele levering van de digitale inhoud of digitale dienst, of
   2° die in artikel 1649quater, § 1, tweede lid, is bepaald, indien de koopovereenkomst voorziet in een continue levering van de digitale inhoud of de digitale dienst gedurende een periode.
   § 6. Wanneer de consument verzuimt de overeenkomstig paragraaf 5 verstrekte updates binnen een redelijke termijn te installeren, is de verkoper niet aansprakelijk voor een conformiteitsgebrek als dat uitsluitend het gevolg is van de afwezigheid van de betrokken update, mits:
   1° de verkoper de consument in kennis heeft gesteld van de beschikbaarheid van de update en de gevolgen indien de consument die niet installeert, en
   2° het niet of verkeerd installeren door de consument van de update niet te wijten was aan tekortkomingen in de aan de consument verstrekte installatie-instructies.
   § 7. Er is geen sprake van een conformiteitsgebrek in de zin van de paragrafen 3 of 5 wanneer de consument ten tijde van de sluiting van de koopovereenkomst er uitdrukkelijk van in kennis werd gesteld dat een specifiek kenmerk van het consumptiegoed afweek van de in die paragrafen gestelde objectieve conformiteitsvereisten, en de consument die afwijking bij de sluiting van de koopovereenkomst uitdrukkelijk en afzonderlijk heeft aanvaard.
   § 8. Elk gebrek dat het gevolg is van een verkeerde installatie van het consumptiegoed, wordt beschouwd als een conformiteitsgebrek, wanneer:
   1° de installatie van het goed deel uitmaakt van de koopovereenkomst en is uitgevoerd door de verkoper of onder diens verantwoordelijkheid, of
   2° de installatie, die bestemd was om te worden uitgevoerd door de consument, door hem werd gedaan en de verkeerde installatie te wijten was aan tekortkomingen in de installatie-instructies die werden verstrekt door de verkoper, of, in geval van een goed met digitale elementen, door de verkoper of de leverancier van de digitale inhoud of digitale dienst.]1

  [2 § 9. Indien het consumptiegoed een dier is, wordt elk gebrek dat het gevolg is van verkeerde instructies, verstrekt door de verkoper, met betrekking tot eventuele verdere vaccinaties, de leefruimte, voeding en verzorging van het dier, beschouwd als een conformiteitsgebrek.]2
  
Art. 1649ter. [1 § 1er. Pour l'application de l'article 1604, alinéa 1er, le bien de consommation délivré par le vendeur au consommateur n'est réputé conforme au contrat de vente que s'il satisfait aux exigences énoncées aux [2 paragraphes 2 à 9]2.
   § 2. Afin d'être conforme au contrat de vente, le bien de consommation doit satisfaire aux critères subjectifs de conformité prévus dans le contrat de vente c'est-à-dire qu'il doit, notamment, le cas échéant:
   1° correspondre à la description, au type, à la quantité et à la qualité et présenter la fonctionnalité, la compatibilité, l'interopérabilité et d'autres caractéristiques [2 en ce compris, si le bien de consommation est un animal, l'âge, le sexe, la race et l'origine de l'animal,]2 comme prévu dans le contrat de vente;
   2° être adapté à la finalité spécifique recherchée par le consommateur, que celui-ci a portée à la connaissance du vendeur au plus tard au moment de la conclusion du contrat de vente et que le vendeur a acceptée;
   3° être livré avec tous les accessoires et toutes les instructions, notamment d'installation, comme prévu dans le contrat de vente; et
   4° être fourni avec des mises à jour comme prévu dans le contrat de vente.
   § 3. En plus de satisfaire à tous les critères subjectifs de conformité prévus dans le contrat de vente conformément au paragraphe 2, le bien de consommation doit répondre aux critères objectifs de conformité suivants:
   1° être adapté aux finalités auxquelles serviraient normalement des biens de consommation de même type, [2 ou, si le bien de consommation est un animal, être adapté aux finalités auxquelles serviraient normalement des animaux de la même espèce,]2 compte tenu, s'il y a lieu, de toute disposition du droit de l'Union et du droit national en vigueur ainsi que de toutes les normes techniques existantes ou, en l'absence de telles normes techniques, des codes de conduite spécifiques applicables au secteur concerné;
   2° le cas échéant, présenter la qualité d'un échantillon ou d'un modèle que le vendeur a mis à la disposition du consommateur avant la conclusion du contrat, et correspondre à la description de cet échantillon ou modèle;
   3° le cas échéant, être livré avec les accessoires, y compris l'emballage et les instructions d'installation ou autres instructions, [2 en ce compris, si le bien de consommation est un animal, les instructions concernant d'éventuelles vaccinations ultérieures, l'espace de vie, l'alimentation et les soins de l'animal,]2 que le consommateur peut raisonnablement s'attendre à recevoir; et
   4° être en quantité et présenter les qualités et d'autres caractéristiques, y compris en termes de durabilité, de fonctionnalité, de compatibilité et de sécurité, normales pour des biens de consommation de même type et auxquelles le consommateur peut raisonnablement s'attendre, eu égard à la nature des biens de consommation et compte tenu de toute déclaration publique faite par le vendeur ou d'autres personnes situées en amont dans la chaîne de contrats ou pour le compte du vendeur ou de telles personnes, y compris le producteur, en particulier dans les publicités ou sur l'étiquette [2 ou, si le bien de consommation est un animal, présenter les qualités et d'autres caractéristiques, en ce compris l'absence de maladies infectieuses et de malformations congénitales et, le cas échéant, la présence des vaccinations requises par la loi ou en vertu de celle-ci, qui sont normales pour des animaux de même espèce et auxquelles le consommateur peut raisonnablement s'attendre eu égard à l'âge, le sexe, la race et l'origine de l'animal]2.
   § 4. Le vendeur n'est pas tenu par les déclarations publiques visées au paragraphe 3, 4°, s'il démontre:
   1° qu'il ne connaissait pas la déclaration en cause et n'était pas raisonnablement en mesure de la connaître;
   2° que, au moment de la conclusion du contrat de vente, la déclaration publique avait été rectifiée suivant le même procédé, ou suivant un procédé comparable à celui par lequel elle a été faite; ou
   3° que la décision d'acheter le bien de consommation n'a pas pu être influencée par la déclaration publique.
   § 5. Dans le cas d'un bien comportant des éléments numériques, le vendeur veille à ce que le consommateur soit informé des mises à jour, y compris des mises à jour de sécurité, qui sont nécessaires au maintien de la conformité de ce bien, et les reçoive au cours de la période:
   1° à laquelle le consommateur peut raisonnablement s'attendre, eu égard au type et à la finalité des biens et des éléments numériques et compte tenu des circonstances et de la nature du contrat, lorsque le contrat de vente prévoit une opération de fourniture unique du contenu numérique ou du service numérique; ou
   2° indiquée à l'article 1649quater, § 1er, alinéa 2, lorsque le contrat de vente prévoit la fourniture continue du contenu numérique ou du service numérique pendant une période.
   § 6. Lorsque le consommateur n'installe pas dans un délai raisonnable les mises à jour fournies conformément au paragraphe 5, le vendeur n'est pas responsable d'un défaut de conformité résultant uniquement de la non-installation de la mise à jour concernée, à condition que:
   1° le vendeur ait informé le consommateur de la disponibilité de la mise à jour et des conséquences de sa non-installation par le consommateur; et
   2° la non-installation ou l'installation incorrecte par le consommateur de la mise à jour ne soit pas due à des lacunes dans les instructions d'installation fournies au consommateur.
   § 7. Il n'y a pas de défaut de conformité au sens du paragraphe 3 ou 5 si, au moment de la conclusion du contrat de vente, le consommateur a été spécifiquement informé qu'une caractéristique particulière du bien de consommation s'écartait des critères objectifs de conformité prévus à ces paragraphes et que le consommateur a expressément et séparément accepté cet écart lorsqu'il a conclu le contrat de vente.
   § 8. Tout défaut qui résulte de l'installation incorrecte du bien de consommation est réputé être un défaut de conformité lorsque:
   1° l'installation du bien fait partie du contrat de vente et a été effectuée par le vendeur ou sous sa responsabilité, ou;
   2° l'installation, qui devait être effectuée par le consommateur, a été effectuée par celui-ci et que l'installation incorrecte est due à des lacunes dans les instructions d'installation fournies par le vendeur ou, dans le cas d'un bien comportant des éléments numériques, fournies par le vendeur ou le fournisseur du contenu numérique ou du service numérique.]1

  [2 § 9. Si le bien de consommation est un animal, tout défaut résultant d'instructions incorrectes, fournies par le vendeur, concernant les éventuelles vaccinations ultérieures, l'espace de vie, l'alimentation et les soins de l'animal est réputé être un défaut de conformité.]2
  
Art. 1649quater. <INGEVOEGD bij W 2004-09-01/38, art. 3, Inwerkingtreding : 01-01-2005> § 1. [1 De verkoper is jegens de consument aansprakelijk voor elk conformiteitsgebrek dat bestaat bij de levering van de consumptiegoederen en dat zich manifesteert binnen een termijn van twee jaar te rekenen vanaf voornoemde levering.]1 [2 Deze termijn bedraagt evenwel één jaar indien het consumptiegoed een dier is, tenzij de verkoper in voorkomend geval de door of krachtens de wet vereiste erkennings-, vergunnings-, quarantaine-, of kwekerijvoorwaarden niet heeft gerespecteerd.]2
  [1 In het geval van een goed met digitale elementen, wanneer de koopovereenkomst voorziet in continue levering van de digitale inhoud of de digitale dienst gedurende een periode, is de verkoper ook aansprakelijk voor elk conformiteitsgebrek van de digitale inhoud of de digitale dienst dat zich voordoet of aan het licht komt binnen twee jaar na het tijdstip waarop het goed met digitale elementen werd geleverd. Indien de overeenkomst voorziet in continue levering gedurende meer dan twee jaar, is de verkoper aansprakelijk voor elk conformiteitsgebrek van de digitale inhoud of digitale dienst dat zich voordoet of kenbaar wordt in de periode gedurende welke de digitale inhoud of digitale dienst volgens de koopovereenkomst moet worden geleverd.]1
  [1 De termijnen bedoeld in het eerste en tweede lid worden opgeschort]1 tijdens de periode vereist voor de herstelling of de vervanging van het goed of in geval van onderhandelingen tussen de verkoper en de consument met het oog op een minnelijke schikking.
  [1 In afwijking van het eerste en tweede lid kunnen de verkoper en de consument voor de tweedehandsgoederen een kortere termijn overeenkomen zonder dat die termijn korter dan één jaar mag zijn.
   De verkoper informeert de consument op duidelijke en ondubbelzinnige wijze over deze kortere termijn. Wanneer dit niet het geval is, is naargelang van het geval de in het eerste of tweede lid bedoelde termijn van toepassing. De bewijslast van deze verplichting rust op de verkoper.]1

  § 2. [1 De consument moet de verkoper op de hoogte brengen van het conformiteitsgebrek binnen de twee maanden vanaf de dag waarop de consument het gebrek heeft vastgesteld. De verkoper en de consument kunnen een langere termijn overeenkomen.]1
  [2 In afwijking van het eerste lid moet de consument, indien het consumptiegoed een dier is, de verkoper onverwijld in kennis stellen van het conformiteitsgebrek zodra dit gebrek zich op een voldoende duidelijke wijze heeft gemanifesteerd.]2
  § 3. De rechtsvordering van de consument verjaart na verloop van één jaar vanaf de dag waarop hij het [1 conformiteitsgebrek]1 heeft vastgesteld [1 ...]1.
  § 4. Manifesteert zich een gebrek aan overeenstemming binnen een termijn van [1 twee jaar]1 vanaf de levering van [1 het consumptiegoed]1, dan geldt tot bewijs van het tegendeel het vermoeden dat dit gebrek bestond op het tijdstip van levering, tenzij dit vermoeden onverenigbaar is met de aard van [1 het consumptiegoed]1 of met de aard van het [1 conformiteitsgebrek]1, door onder andere rekening te houden met het feit of [1 het consumptiegoed]1 nieuw dan wel tweedehands is.
  [2 In afwijking van het eerste lid bedraagt deze termijn één jaar indien het consumptiegoed een dier is.]2
  [1 § 4/1. In het geval van een goed met digitale elementen, indien de koopovereenkomst voorziet in de continue levering van de digitale inhoud of de digitale dienst gedurende een periode, ligt de bewijslast met betrekking tot de vraag of de digitale inhoud of digitale dienst conform was tijdens de in paragraaf 1, tweede lid, bedoelde periode, bij de verkoper wegens een conformiteitsgebrek dat aan het licht komt binnen die periode.]1
  § 5. De bepalingen in dit hoofdstuk met betrekking tot de vrijwaring voor de verborgen gebreken van de verkochte zaak zijn van toepassing [1 na het verstrijken van de termijnen bedoeld in paragraaf 1]1.
  
Art. 1649quater. § 1er. [1 Le vendeur répond vis-à-vis du consommateur de tout défaut de conformité qui existe lors de la délivrance des biens de consommation et qui apparaît dans un délai de deux ans à compter de celle-ci.]1 [2 Toutefois, ce délai est d'un an si le bien de consommation est un animal, sauf si le vendeur, le cas échéant, n'a pas respecté les conditions de reconnaissance, d'autorisation, de quarantaine ou d'élevage requises par ou en vertu de la loi.]2
  [1 Dans le cas d'un bien comportant des éléments numériques, lorsque le contrat de vente prévoit la fourniture continue du contenu numérique ou du service numérique pendant une période, le vendeur répond également de tout défaut de conformité du contenu numérique ou du service numérique qui survient ou apparaît dans un délai de deux ans à compter du moment où le bien comportant des éléments numériques a été livré. Lorsque le contrat prévoit une fourniture continue pendant plus de deux ans, le vendeur répond de tout défaut de conformité du contenu numérique ou du service numérique qui survient ou apparaît au cours de la période durant laquelle le contenu numérique ou le service numérique est fourni en vertu du contrat de vente.]1
  [1 Les délais prévus aux alinéas 1er et 2 sont suspendus]1 pendant le temps nécessaire à la réparation ou au remplacement du bien, ou en cas de négociations entre le vendeur et le consommateur en vue d'un accord amiable.
  [1 Par dérogation aux alinéas 1er et 2, le vendeur et le consommateur peuvent, pour les biens d'occasion, convenir d'un délai inférieur sans que ce délai soit inférieur à un an.
   Le vendeur informe le consommateur de ce délai inférieur de manière claire et sans équivoque. Lorsque ce n'est pas le cas, le délai visé à l'alinéa 1er ou 2, le cas échéant, est d'application. La charge de la preuve de cette obligation repose sur le vendeur.]1

  § 2. [1 Le consommateur est tenu d'informer le vendeur de l'existence du défaut de conformité dans les deux mois à compter du jour où le consommateur a constaté le défaut. Le vendeur et le consommateur peuvent convenir d'un délai plus long.]1
  [2 Par dérogation à l'alinéa 1er, le consommateur doit, si le bien de consommation est un animal, notifier sans délai le défaut de conformité au vendeur, dès que ce défaut s'est manifesté de manière suffisamment évidente.]2
  § 3. L'action du consommateur se prescrit dans un délai d'un an à compter du jour où il a constaté le défaut de conformité [1 ...]1.
  § 4. Sauf preuve contraire, le défaut de conformité qui apparaît dans un délai [1 de deux ans]1 à partir de la délivrance [1 du bien de consommation]1 est présumé exister au moment de la délivrance, sauf lorsque cette présomption n'est pas compatible avec la nature [1 du bien de consommation]1 ou la nature du défaut de conformité, en tenant compte notamment du caractère neuf ou d'occasion [1 du bien de consommation]1.
  [2 Par dérogation à l'alinéa 1er, ce délai est d'un an si le bien de consommation est un animal.]2
  [1 § 4/1. Dans le cas d'un bien comportant des éléments numériques, lorsque le contrat de vente prévoit la fourniture continue du contenu numérique ou du service numérique sur une période, la charge de la preuve quant à la question de savoir si le contenu numérique ou le service numérique était conforme au cours de la période visée au paragraphe 1er, alinéa 2, incombe au vendeur en cas de défaut de conformité qui apparaît au cours de cette période.]1
  § 5. Les dispositions du présent chapitre relatives à la garantie des défauts cachés de la chose vendue sont applicables [1 à l'échéance des délais prévus au paragraphe 1er]1.
  
Art. 1649quinquies. <INGEVOEGD bij W 2004-09-01/38, art. 3, Inwerkingtreding : 01-01-2005> § 1. Naast desgevallend schadevergoeding, heeft de consument het recht van de verkoper die met toepassing van artikel 1649quater aansprakelijk is voor een [1 conformiteitsgebrek]1 te eisen, hetzij de herstelling of de vervanging van het goed onder de voorwaarden bedoeld in [2 paragrafen 2, 3 en 3/1]2, hetzij een [1 evenredige]1 vermindering van de prijs of de ontbinding van de overeenkomst, overeenkomstig de voorwaarden bepaald in [1 paragrafen 5 tot 7]1.
  Desgevallend wordt er evenwel rekening gehouden met de verergering van de schade voortvloeiend uit het gebruik van het goed door de consument na het ogenblik waarop hij het [1 conformiteitsgebrek]1 heeft vastgesteld of zou hebben moeten vaststellen.
  [2 Onverminderd het tweede lid is de verkoper, indien het consumptiegoed een dier is, niet verantwoordelijk voor de verergering van de schade die het gevolg is van het feit dat de consument:
   1° heeft nagelaten de verkoper onverwijld nadat het gebrek zich op een voldoende duidelijke wijze heeft gemanifesteerd in kennis te stellen van het conformiteitsgebrek of;
   2° heeft nagelaten het dier zo snel als mogelijk ter beschikking te stellen van de verkoper dan wel een dierenarts naar keuze te consulteren wanneer voor de gezondheid van het dier een onmiddellijke tussenkomst van een dierenarts duidelijk noodzakelijk was.]2

  § 2. [1 In eerste instantie heeft de consument het recht om van de verkoper de kosteloze herstelling van het consumptiegoed of de kosteloze vervanging ervan te eisen, tenzij de gekozen remedie onmogelijk is of in vergelijking met de andere remedies voor de verkoper onevenredige kosten met zich mee zou brengen, rekening houdend met alle omstandigheden, zoals met name:
   1° de waarde die het consumptiegoed zonder het conformiteitsgebrek zou hebben;
   2° de omvang van het conformiteitsgebrek, en
   3° de mogelijkheid om te kiezen voor de andere remedie zonder ernstige overlast voor de consument [2 of het dier indien het consumptiegoed een dier is]2.]1

  [2 Onverminderd het eerste lid, kan de verkoper de herstelling als remedie weigeren indien dit manifest in strijd is met de gezondheid van het dier.]2
  § 3. [1 Elke herstelling of vervanging wordt verricht:
   1° kosteloos,
   2° binnen een redelijke termijn na het tijdstip waarop de verkoper door de consument in kennis is gesteld van het conformiteitsgebrek, en
   3° zonder ernstige overlast voor de consument, rekening houdend met de aard van het consumptiegoed en het doel waarvoor de consument het goed heeft gekocht.
   Bij een herstelling of vervanging stelt de consument het consumptiegoed ter beschikking van de verkoper. De verkoper neemt het te vervangen goed op zijn kosten terug.
   Wanneer een herstelling de verwijdering vergt van het goed dat op een wijze die in overeenstemming is met zijn aard en doel was geïnstalleerd voordat het conformiteitsgebrek duidelijk werd, of wanneer dit goed moet worden vervangen, omvat de verplichting tot herstelling of vervanging van het goed de verwijdering van het niet-conforme goed en de installatie van het vervangende goed of het herstelde goed, of het betalen van de kosten van die verwijdering of installatie.
   De consument is niet gehouden om te betalen voor het normaal gebruik van het vervangen goed tijdens de periode die aan de vervanging voorafgaat.]1

  [2 § 3/1. In afwijking van paragraaf 3 wordt de herstelling of vervanging geregeld door deze paragraaf indien het consumptiegoed een dier is.
   Elke herstelling of vervanging wordt verricht:
   1° kosteloos, met dien verstande dat de kosten die door de verkoper in voorkomend geval moeten worden gedragen met het oog op de genezing van het dier niet meer kunnen bedragen dan:
   - driehonderd procent op de schijf van de aankoopprijs van het dier tussen 0,01 euro en 500 euro;
   - tweehonderd procent op de schijf van de aankoopprijs van het dier tussen 500,01 euro en 1500 euro;
   - honderd procent op de schijf van de aankoopprijs van het dier die meer bedraagt dan 1500,01 euro;
   2° binnen een redelijke termijn na het tijdstip waarop de verkoper door de consument in kennis is gesteld van het conformiteitsgebrek, met dien verstande dat de verkoper in voorkomend geval zo snel als mogelijk de nodige maatregelen dient te nemen met het oog op de genezing van het dier; en
   3° zonder ernstige overlast voor de consument of het dier.
   De verkoper wijst de consument zowel in de overeenkomst als bij de uitoefening van het recht op herstelling van het dier op het bestaan van de in het tweede lid, 1°, bedoelde beperking.
   De in het tweede lid, 1°, bedoelde beperking is niet van toepassing indien de verkoper te kwader trouw was of in voorkomend geval de door of krachtens de wet vereiste erkennings-, vergunnings-, quarantaine- of kwekerijvoorwaarden niet heeft gerespecteerd.
   Tenzij het dier is overleden als gevolg van een conformiteitsgebrek, stelt de consument het dier bij een herstelling of vervanging onverwijld ter beschikking van de verkoper. De verkoper neemt het te vervangen dier op zijn kosten terug.
   In afwijking van het vijfde lid kan de consument, met het oog op de genezing van het dier, een dierenarts naar keuze consulteren indien diens onmiddellijke tussenkomst voor de gezondheid van het dier redelijkerwijze noodzakelijk is. In voorkomend geval heeft de consument recht op een schadevergoeding ten belope van de kosten die de verkoper redelijkerwijze zelf had moeten dragen met het oog op de genezing van het dier indien het dier hem ter beschikking zou zijn gesteld. Het komt aan de verkoper toe om, in voorkomend geval, de onredelijke aard van de ingeroepen kosten aan te tonen. De beperking en de uitzondering bedoeld in het tweede lid, 1°, zijn onverkort van toepassing.
   De consument die zich op het zesde lid wenst te beroepen, maakt aannemelijk dat voor de gezondheid van het dier een onmiddellijke tussenkomst van een dierenarts redelijkerwijze noodzakelijk was. Hij stelt de verkoper onverwijld op de hoogte van de tussenkomst van de dierenarts. Op vraag van de verkoper, bezorgt de consument de relevante bewijsstukken die de gemaakte kosten staven.
   De consument is niet gehouden om te betalen voor het normaal gebruik of genot van het vervangen dier tijdens de periode die aan de vervanging voorafgaat.
   Een vervanging ontbindt automatisch de bestaande koopovereenkomst en doet een nieuwe koopovereenkomst ontstaan, met daarbij horende aansprakelijkheidsregeling zoals vervat in deze afdeling.
   De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, overgaan tot de aanpassing van de bedragen of percentages van de beperking bedoeld in het tweede lid, 1°.]2

  [1 § 4. De verkoper kan weigeren om het consumptiegoed conform te maken overeenkomstig paragraaf 2 als herstelling en vervanging onmogelijk zijn of voor de verkoper onevenredige kosten met zich zouden brengen, rekening houdend met alle omstandigheden, zoals met name de waarde die het consumptiegoed zonder het conformiteitsgebrek zou hebben of de omvang van het conformiteitsgebrek.
   § 5. De consument heeft het recht van de verkoper een evenredige prijsvermindering te eisen overeenkomstig paragraaf 6 dan wel de ontbinding van de koopovereenkomst overeenkomstig paragraaf 7 in elk van de volgende gevallen:
   1° de verkoper heeft de herstelling of vervanging niet voltooid of, indien van toepassing, niet voltooid overeenkomstig paragraaf 3, tweede en derde lid [2 , of, indien het consumptiegoed een dier is, overeenkomstig paragraaf 3/1, tweede lid]2, of de verkoper heeft geweigerd de goederen conform te maken overeenkomstig paragraaf 4;
   2° er blijkt een conformiteitsgebrek te zijn ondanks de poging van de verkoper om de goederen conform te maken;
   3° het conformiteitsgebrek is zo ernstig dat een onmiddellijke prijsvermindering of ontbinding van de koopovereenkomst gerechtvaardigd is;
   4° de verkoper heeft verklaard of uit de omstandigheden blijkt duidelijk dat de verkoper de goederen door middel van herstelling of vervanging niet binnen een redelijke termijn of zonder ernstige overlast voor de consument [2 , of, in voorkomend geval, zonder ernstige overlast voor het dier,]2 conform de overeenkomst zal maken;
  [2 5° het consumptiegoed is een dier en het dier is overleden als gevolg van een conformiteitsgebrek;
   6° het consumptiegoed is een dier en de kostprijs om het dier te genezen is hoger dan de beperking bedoeld in paragraaf 3/1, tweede lid, 1°.]2

   In afwijking van het eerste lid heeft de consument niet het recht de koopovereenkomst te ontbinden indien het conformiteitsgebrek gering is. Het is aan de verkoper om te bewijzen dat het conformiteitsgebrek gering is.
   § 6. De prijsvermindering moet evenredig zijn aan het verschil tussen de waarde van het door de consument ontvangen consumptiegoed en de waarde die het consumptiegoed zou hebben gehad indien dit conform de koopovereenkomst was geweest.
   § 7. Het recht om de koopovereenkomst te ontbinden wordt uitgeoefend door middel van een eenzijdige wilsverklaring aan de verkoper.
   In het geval van de verkoop van meerdere consumptiegoederen kan de consument, indien het conformiteitsgebrek slechts betrekking heeft op enkele ervan en indien er een grond is voor ontbinding van de koopovereenkomst krachtens dit artikel, zijn ontbindingsrecht alleen uitoefenen voor de niet-conforme goederen en de conforme goederen die hij op hetzelfde moment heeft verworven indien van de consument niet redelijkerwijs kan worden verwacht dat hij alleen de conforme goederen zal willen houden.
   Wanneer de consument een koopovereenkomst in haar geheel of, overeenkomstig het tweede lid, slechts ten aanzien van een deel van de krachtens de koopovereenkomst geleverde goederen ontbindt:
   1° zendt de consument de goederen terug naar de verkoper op kosten van de verkoper, en
   2° betaalt de verkoper de consument de voor de goederen betaalde prijs terug bij ontvangst van de goederen of bij ontvangst van het door de consument verstrekte bewijs dat hij de goederen heeft teruggezonden.
  [2 In afwijking van het derde lid is de consument niet gehouden om het dier terug te bezorgen aan de verkoper indien het dier is overleden als gevolg van een conformiteitsgebrek.]2
   Voor de toepassing van paragraaf 6 en de huidige paragraaf kan elke terugbetaling aan de consument worden verminderd teneinde rekening te houden met het conforme gebruik dat deze van het goed heeft gehad sinds de levering ervan.]1

  [2 § 8. Indien het consumptiegoed een dier is, betaalt de verkoper, in geval van overlijden van het dier als gevolg van een conformiteitsgebrek, de kosten terug van een onafhankelijke autopsie die de consument heeft laten uitvoeren voor zover deze noodzakelijk is voor de vaststelling van een conformiteitsgebrek en deze daadwerkelijk heeft geleid tot de vaststelling van een conformiteitsgebrek waarvoor de verkoper aansprakelijk is met toepassing van artikel 1649quater. De consument die zich op deze paragraaf wil beroepen, stelt de verkoper vooraf in kennis van zijn voornemen een autopsie te laten uitvoeren en van de identiteit van de onafhankelijke expert die hij met de autopsie wil belasten.
   § 9. De Koning kan, voor de consumptiegoederen of categorieën van consumptiegoederen die Hij aanwijst, het gebruik van een gestandaardiseerd informatiedocument opleggen waarin de rechten en plichten van de consument zoals bepaald in deze afdeling worden toegelicht. Uiterlijk op het tijdstip van de levering van het consumptiegoed verstrekt de verkoper aan de consument, op een duurzame gegevensdrager, het gestandaardiseerde informatiedocument.]2

  
Art. 1649quinquies. <L 2004-09-01/38, art. 3, En vigueur : 01-01-2005> § 1er. Outre des dommages et intérêts le cas échéant, le consommateur a le droit d'exiger du vendeur qui répond d'un défaut de conformité en application de l'article 1649quater, soit la réparation du bien ou son remplacement, dans les conditions prévues [2 aux paragraphes 2, 3 et 3/1]2, soit une réduction [1 proportionnelle]1 du prix ou la résolution du contrat, dans les conditions prévues [1 aux paragraphes 5 à 7]1.
  Il est toutefois tenu compte, le cas échéant, de l'aggravation du dommage résultant de l'usage du bien par le consommateur après le moment où il a constaté le défaut de conformité ou aurait dû le constater.
  [2 Sans préjudice de l'alinéa 2, si le bien de consommation est un animal, le vendeur n'est pas responsable de l'aggravation du dommage résultant du fait que le consommateur:
   1° a omis d'informer sans délai le vendeur du défaut de conformité après que le défaut se soit manifesté d'une manière suffisamment évidente ou;
   2° a omis de mettre l'animal à la disposition du vendeur aussi vite que possible ou de consulter un vétérinaire de son choix, lorsqu'une intervention immédiate d'un vétérinaire était manifestement nécessaire pour la santé de l'animal.]2

  § 2. [1 Dans un premier temps, le consommateur a le droit d'exiger du vendeur la réparation du bien de consommation ou son remplacement, dans les deux cas sans frais, à moins que le recours choisi ne soit impossible ou que, comparé à l'autre, il n'impose des coûts disproportionnés pour le vendeur, compte tenu de l'ensemble des circonstances, dont notamment:
   1° la valeur du bien de consommation en l'absence de défaut de conformité;
   2° l'importance du défaut de conformité; et
   3° la possibilité d'opter pour l'autre recours sans inconvénient majeur pour le consommateur [2 ou l'animal, si le bien de consommation est un animal]2.]1

  [2 Sans préjudice de l'alinéa 1er, le vendeur peut refuser la réparation à titre de recours si celle-ci est manifestement contraire à la santé de l'animal.]2
  § 3. [1 Toute réparation ou tout remplacement est effectué:
   1° sans frais,
   2° dans un délai raisonnable à compter du moment où le vendeur a été informé par le consommateur du défaut de conformité, et
   3° sans inconvénient majeur pour le consommateur, compte tenu de la nature du bien de consommation et de l'usage recherché par ce dernier.
   Lors d'une réparation ou d'un remplacement, le consommateur met le bien de consommation à la disposition du vendeur. Le vendeur reprend le bien à remplacer à ses frais.
   Lorsqu'une réparation nécessite l'enlèvement du bien installé conformément à sa nature et à sa finalité avant l'apparition du défaut de conformité, ou lorsque le bien doit être remplacé, l'obligation de réparer ou de remplacer le bien inclut l'enlèvement du bien non conforme et l'installation du bien de remplacement ou du bien réparé, ou la prise en charge des frais d'enlèvement et d'installation.
   Le consommateur n'est pas tenu de payer pour l'utilisation normale qu'il a faite du bien remplacé pendant la période antérieure à son remplacement.]1

  [2 § 3/1. Par dérogation au paragraphe 3, si le bien de consommation est un animal, la réparation ou le remplacement est régi par le présent paragraphe.
   Toute réparation ou tout remplacement est effectué:
   1° sans frais, étant entendu que, le cas échéant, le coût supporté par le vendeur en vue de la guérison de l'animal ne peut pas dépasser:
   - trois cents pour cent sur la tranche du prix d'achat de l'animal comprise entre 0,01 euro et 500 euros;
   - deux cents pour cent sur la tranche du prix d'achat de l'animal comprise entre 500,01 euros et 1500 euros;
   - cent pour cent sur la tranche du prix d'achat de l'animal qui excède 1500,01 euros;
   2° dans un délai raisonnable à partir du moment où le vendeur a été informé par le consommateur du défaut de conformité, étant entendu que le vendeur doit, le cas échéant, prendre les mesures nécessaires en vue de la guérison de l'animal aussi vite que possible; et
   3° sans inconvénient majeur pour le consommateur ou l'animal.
   Le vendeur informe le consommateur de l'existence de la limitation visée à l'alinéa 2, 1°, tant dans le contrat que lors de l'exercice du droit à la réparation de l'animal.
   La limitation visée à l'alinéa 2, 1°, ne s'applique pas si le vendeur était de mauvaise foi ou, le cas échéant, n'a pas respecté les conditions de reconnaissance, d'autorisation, de quarantaine ou d'élevage requises par ou en vertu de la loi.
   A moins que l'animal ne soit décédé des suites d'un défaut de conformité, le consommateur met, sans délai, l'animal à la disposition du vendeur pour réparation ou remplacement. Le vendeur reprend l'animal à remplacer à ses frais.
   Par dérogation à l'alinéa 5, le consommateur peut, en vue de la guérison de l'animal, consulter un vétérinaire de son choix si l'intervention immédiate de ce vétérinaire est raisonnablement nécessaire pour la santé de l'animal. Le cas échéant, le consommateur a droit à l'indemnisation des frais que le vendeur aurait raisonnablement dû supporter lui-même en vue de la guérison de l'animal si celui-ci avait été mis à sa disposition. Il appartient au vendeur de démontrer, le cas échéant, le caractère déraisonnable des frais réclamés. La limitation et l'exception visées à l'alinéa 2, 1°, sont intégralement d'application.
   Le consommateur qui souhaite invoquer l'alinéa 6 démontre de manière plausible qu'une intervention immédiate d'un vétérinaire était raisonnablement nécessaire pour la santé de l'animal. Il informe sans délai le vendeur de l'intervention du vétérinaire. A la demande du vendeur, le consommateur fournit les justificatifs pertinents qui justifient les frais engagés.
   Le consommateur n'est pas tenu de payer pour l'utilisation ou la jouissance normale de l'animal remplacé pendant la période qui précède le remplacement.
   Un remplacement résout automatiquement le contrat de vente existant et crée un nouveau contrat de vente, avec le régime de responsabilité associé tel qu'énoncé dans la présente section.
   Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, ajuster les montants ou pourcentages de la limitation visée à l'alinéa 2, 1°.]2

  [1 § 4. Le vendeur peut refuser de mettre le bien de consommation en conformité conformément au paragraphe 2, si la réparation et le remplacement s'avèrent impossibles ou lorsque cela lui imposerait des coûts qui seraient disproportionnés, compte tenu de l'ensemble des circonstances, dont notamment la valeur qu'aurait le bien de consommation en l'absence de défaut de conformité ou l'importance du défaut de conformité.
   § 5. Le consommateur a le droit d'exiger du vendeur une réduction proportionnelle du prix conformément au paragraphe 6, ou la résolution du contrat de vente conformément au paragraphe 7, dans chacun des cas suivants:
   1° le vendeur n'a pas effectué la réparation ou le remplacement ou, le cas échéant, n'a pas effectué la réparation ou le remplacement conformément au paragraphe 3, alinéas 2 et 3 [2 , ou, si le bien de consommation est un animal, conformément au paragraphe 3/1, alinéa 2]2, ou le vendeur a refusé de mettre les biens en conformité conformément au paragraphe 4;
   2° un défaut de conformité apparaît malgré la tentative du vendeur de mettre les biens en conformité;
   3° le défaut de conformité est si grave qu'il justifie une réduction immédiate du prix ou la résolution immédiate du contrat de vente;
   4° le vendeur a déclaré, ou il résulte clairement des circonstances, que le vendeur ne procédera pas à la réparation ou le remplacement des biens en vue de leur mise en conformité dans un délai raisonnable ou sans inconvénient majeur pour le consommateur [2 , ou le cas échéant, sans inconvénient majeur pour l'animal]2;
  [2 5° le bien de consommation est un animal et l'animal est décédé des suites d'un défaut de conformité;
   6° le bien de consommation est un animal et le coût pour guérir l'animal est plus élevé que la limitation visée au paragraphe 3/1, alinéa 2, 1°.]2

   Par dérogation à l'alinéa 1er, le consommateur n'a pas le droit d'exiger la résolution du contrat de vente si le défaut de conformité est mineur. La charge de la preuve quant au caractère mineur ou non du défaut de conformité incombe au vendeur.
   § 6. La réduction du prix est proportionnelle à la différence entre la valeur du bien de consommation reçu par le consommateur et la valeur qu'aurait le bien de consommation s'il était conforme au contrat de vente.
   § 7. Le droit à la résolution du contrat de vente s'exerce par une déclaration unilatérale de volonté adressée au vendeur.
   En cas de vente de plusieurs biens de consommation, si le défaut de conformité ne porte que sur certains de ceux-ci et s'il existe un motif de résolution du contrat de vente en vertu du présent article, le consommateur ne peut exercer son droit à la résolution qu'à l'égard des biens non conformes et des biens conformes qu'il a acquis en même temps si l'on ne peut raisonnablement attendre du consommateur qu'il accepte de ne garder que les biens conformes.
   Lorsque le consommateur exerce son droit à la résolution du contrat de vente dans son intégralité ou, conformément à l'alinéa 2, à l'égard de certains des biens livrés en vertu du contrat de vente:
   1° le consommateur restitue les biens au vendeur aux frais de ce dernier; et
   2° le vendeur rembourse au consommateur le prix payé pour les biens dès réception des biens ou de la preuve de leur renvoi fournie par le consommateur.
  [2 Par dérogation à l'alinéa 3, le consommateur n'est pas tenu de restituer l'animal au vendeur si l'animal est décédé des suites d'un défaut de conformité.]2
   Pour l'application du paragraphe 6 et du présent paragraphe, tout remboursement au consommateur peut être réduit pour tenir compte de l'usage conforme que celui-ci a eu du bien depuis sa livraison.]1

  [2 § 8. Si le bien de consommation est un animal, en cas de décès de l'animal des suites d'un défaut de conformité, le vendeur rembourse les frais d'une autopsie indépendante que le consommateur a fait effectuer, pour autant que celle-ci soit nécessaire à la constatation d'un défaut de conformité et qu'elle a effectivement conduit à la constatation d'un défaut de conformité pour lequel le vendeur est responsable en vertu de l'article 1649quater. Le consommateur qui souhaite invoquer le présent paragraphe informe préalablement le vendeur de son intention de faire pratiquer une autopsie et de l'identité de l'expert indépendant qu'il envisage de charger de l'autopsie.
   § 9. Le Roi peut, pour les biens de consommation ou les catégories de biens de consommation qu'Il désigne, imposer l'utilisation d'un document d'information standardisé dans lequel les droits et obligations du consommateur tels que définis dans la présente section sont expliqués. Au plus tard au moment de la livraison du bien de consommation, le vendeur fournit au consommateur, sur un support durable, le document d'information standardisé.]2

  
Art. 1649sexies. [1 Wanneer de verkoper jegens de consument aansprakelijk is uit hoofde van een conformiteitsgebrek, met inbegrip van het nalaten om updates te verstrekken voor goederen met digitale elementen overeenkomstig artikel 1649ter, § 5, dat toe te schrijven is aan een persoon in een eerdere schakel van de overeenkomstenketen die tot de verkoop geleid heeft, kan hij tegen deze persoon verhaal doen op grond van zijn contractuele aansprakelijkheid met betrekking tot het consumptiegoed zonder dat een contractueel beding dat tot gevolg heeft die aansprakelijkheid te beperken of op te heffen, hem mag tegengeworpen worden.]1
  
Art. 1649sexies. [1 Lorsque le vendeur répond vis-à-vis du consommateur d'un défaut de conformité, y compris en cas d'omission de fournir des mises à jour pour des biens comportant des éléments numériques conformément à l'article 1649ter, § 5, imputable à une personne située en amont dans la chaîne de contrats ayant mené à la vente, il peut exercer à l'encontre de celle-ci un recours fondé sur la responsabilité contractuelle à laquelle elle est tenue relativement au bien de consommation, sans que puisse lui être opposée une clause contractuelle ayant pour effet de limiter ou d'écarter cette responsabilité.]1
  
Art. 1649septies. [1 § 1. Een commerciële garantie is bindend voor de garant onder de voorwaarden in het commerciële garantiebewijs en in de daarmee samenhangende reclame die beschikbaar was ten tijde van of vóór de sluiting van de overeenkomst. Wanneer een producent de consument een commerciële garantie van duurzaamheid voor een bepaald consumptiegoed gedurende een bepaalde periode biedt, is de producent rechtstreeks aansprakelijk jegens de consument tijdens de volledige duur van de commerciële garantie van duurzaamheid, voor herstelling of vervanging van het consumptiegoed overeenkomstig artikel 1649quinquies, § 3, onder de in onderhavig artikel gestelde voorwaarden. Het staat de producent vrij de consument in het commerciële duurzaamheidsgarantiebewijs gunstiger voorwaarden aan te bieden.
   Indien de voorwaarden in het commerciële garantiebewijs voor de consument minder gunstig zijn dan de voorwaarden in de desbetreffende reclame, is de commerciële garantie bindend onder de voorwaarden die staan in de reclame betreffende de commerciële garantie, tenzij die reclame voor de sluiting van de overeenkomst werd gecorrigeerd op dezelfde of vergelijkbare wijze waarop de reclame eerder was gemaakt.
   § 2. Het commerciële garantiebewijs wordt aan de consument verstrekt op een duurzame gegevensdrager, uiterlijk op het tijdstip van de levering van het consumptiegoed. Het commerciële garantiebewijs wordt in duidelijke en begrijpelijke taal opgesteld en in een taal die de consument begrijpt. Het garantiebewijs bevat:
   1° een duidelijke verklaring dat de consument bij wet recht heeft op kosteloze remedies van de verkoper in geval van een conformiteitsgebrek van het consumptiegoed en dat die remedies niet worden aangetast door de commerciële garantie;
   2° de naam en het adres van de garant;
   3° de procedure die de consument moet volgen om de uitvoering van de commerciële garantie te verkrijgen;
   4° de aanduiding van het onder de commerciële garantie vallende consumptiegoed, en
   5° de commerciële garantievoorwaarden.
   § 3. Niet-naleving van paragraaf 2 heeft geen invloed op de bindende aard van de commerciële garantie voor de garant.]1

  
Art. 1649septies. [1 § 1er. Toute garantie commerciale lie le garant conformément aux conditions prévues dans la déclaration de garantie commerciale ou dans la publicité correspondante faite au moment de la conclusion du contrat ou avant celle-ci. Dans les conditions prévues au présent article, lorsqu'un producteur offre au consommateur une garantie commerciale de durabilité pour un certain bien de consommation pendant une certaine période, le producteur est directement responsable vis-à-vis du consommateur, pendant toute la durée de la garantie commerciale de durabilité, en ce qui concerne la réparation ou le remplacement du bien de consommation conformément à l'article 1649quinquies, § 3. Le producteur peut offrir au consommateur des conditions plus favorables dans la déclaration de garantie commerciale de durabilité.
   Si les conditions prévues dans la déclaration de garantie commerciale sont moins avantageuses pour le consommateur que celles prévues dans la publicité correspondante, la garantie commerciale est contraignante conformément aux conditions prévues dans la publicité relative à la garantie commerciale, sauf si, avant la conclusion du contrat, la publicité correspondante a été rectifiée d'une manière identique ou comparable à la manière dont la publicité a été faite.
   § 2. La déclaration de garantie commerciale est fournie au consommateur sur un support durable au plus tard au moment de la livraison du bien de consommation. La déclaration de garantie commerciale est rédigée en termes simples et intelligibles et dans une langue que le consommateur comprend. Elle comprend les éléments suivants:
   1° une déclaration claire indiquant que le consommateur a légalement droit à des recours contre le vendeur, sans frais, en cas de défaut de conformité du bien de consommation, et que la garantie commerciale est sans effet sur ces recours;
   2° le nom et l'adresse du garant;
   3° la procédure à suivre par le consommateur pour obtenir la mise en oeuvre de la garantie commerciale;
   4° la désignation du bien de consommation auquel s'applique la garantie commerciale; et
   5° les conditions de la garantie commerciale.
   § 3. Le non-respect du paragraphe 2 est sans effet sur le caractère contraignant de la garantie commerciale pour le garant.]1

  
Art. 1649octies. <INGEVOEGD bij W 2004-09-01/38, art. 3, Inwerkingtreding : 01-01-2005> Zijn nietig, contractuele bedingen of afspraken overeengekomen vooraleer het [1 conformiteitsgebrek]1 aan de verkoper door de consument ter kennis is gebracht, en waardoor, [1 ten nadele van laatstgenoemde, de rechten die de consument uit deze afdeling put, worden uitgesloten, ervan wordt afgeweken of de gevolgen ervan worden gewijzigd. De verkoper en de consument kunnen evenwel contractuele bedingen overeenkomen die verder gaan dan de wettelijke bescherming]1.
  Een beding dat de wet van een Staat die geen lid is van de Europese Unie op een overeenkomst beheerst door deze afdeling toepasselijk verklaart, is nietig wat betreft de in deze afdeling geregelde aangelegenheden, wanneer bij gebreke van dat beding de wet van een lidstaat van de Europese Unie toepasselijk zou zijn en die wet de consument in genoemde aangelegenheden een hogere bescherming verleent.
  
Art. 1649octies. Sont nuls les clauses contractuelles ou les accords conclus avant que le défaut de conformité ne soit porté à l'attention du vendeur par le consommateur et qui, [1 au détriment de ce dernier, excluent les droits que lui accorde la présente section, dérogent à ceux-ci ou en modifient leurs effets. Le vendeur et le consommateur peuvent toutefois convenir de modalités contractuelles allant au-delà de la protection légale]1.
  Toute stipulation déclarant applicable à un contrat régi par la présente section la loi d'un Etat tiers à l'Union européenne est nulle en ce qui concerne les matières régies par la présente section lorsque, en l'absence de cette stipulation, la loi d'un Etat membre de l'Union européenne serait applicable et que cette loi procure une protection plus élevée au consommateur dans lesdites matières.
  
Art.1649nonies. [1 De inbreuken op de bepalingen van deze afdeling en van de uitvoeringsbesluiten ervan worden opgespoord, vastgesteld en bestraft overeenkomstig boek XV van het Wetboek van economisch recht.]1
  
Art.1649nonies. [1 Les infractions aux dispositions de la présente section et de ses arrêtés d'exécution sont recherchées, constatées et sanctionnées conformément au livre XV du Code de droit économique.]1
  
HOOFDSTUK V. - VERPLICHTINGEN VAN DE KOPER.
CHAPITRE V. - DES OBLIGATIONS DE L'ACHETEUR.
Art. 1650. De hoofdverplichting van de koper bestaat in het betalen van de prijs op de dag en op de plaats bij de koop bepaald.
Art. 1650. La principale obligation de l'acheteur est de payer le prix au jour et au lieu réglés par la vente.
Art. 1651. Indien bij het aangaan van de koop niets daaromtrent bedongen is, moet de koper betalen op de plaats en op het tijdstip voor de levering bepaald.
Art. 1651. S'il n'a rien été réglé à cet égard lors de la vente, l'acheteur doit payer au lieu et dans le temps où doit se faire la délivrance.
Art. 1652. De koper is verplicht interest van de koopprijs te betalen tot aan de voldoening van het kapitaal, in de drie volgende gevallen :
  Indien zulks bij het aangaan van de koop bedongen is;
  Indien de verkochte en geleverde zaak vruchten of andere inkomsten oplevert;
  Indien de koper is aangemaand om te betalen.
  In dit laatste geval loopt de interest eerst te rekenen van de aanmaning.
Art. 1652. L'acheteur doit l'intérêt du prix de la vente jusqu'au payement du capital, dans les trois cas suivants :
  S'il a été convenu ainsi lors de la vente;
  Si la chose vendue et livrée produit des fruits ou autres revenus;
  Si l'acheteur a été sommé de payer.
  Dans ce dernier cas, l'intérêt ne court que depuis la sommation.
Art. 1653. Wanneer de koper wordt gestoord of gegronde vrees heeft te worden gestoord door een hypothecaire vordering of door een eigendomsvordering, kan hij de betaling van de prijs opschorten totdat de verkoper de stoornis heeft doen ophouden, tenzij deze verkiest borg te stellen of tenzij bedongen is dat de koper zal betalen niettegenstaande de stoornis.
Art. 1653. Si l'acheteur est troublé ou a juste sujet de craindre d'être troublé par une action soit hypothécaire, soit en revendication, il peut suspendre le payement du prix jusqu'à ce que le vendeur ait fait cesser le trouble, si mieux n'aime celui-ci donner caution, ou à moins qu'il n'ait été stipulé que, nonobstant le trouble, l'acheteur payera.
Art. 1654. Indien de koper de prijs niet betaalt, kan de verkoper de ontbinding van de koop vorderen.
Art. 1654. Si l'acheteur ne paye pas le prix, le vendeur peut demander la résolution de la vente.
Art. 1655. De ontbinding van de verkoop van onroerende goederen wordt dadelijk uitgesproken, indien de verkoper gevaar loopt de zaak en de prijs te verliezen.
  Indien dit gevaar niet bestaat, kan de rechter aan de koper een langer of korter uitstel verlenen naar gelang van de omstandigheden.
  Gaat die tijd voorbij zonder dat de koper betaalt, dan wordt de ontbinding van de koop uitgesproken.
Art. 1655. La résolution de la vente d'immeubles est prononcée de suite si le vendeur est en danger de perdre la chose et le prix.
  Si ce danger n'existe pas, le juge peut accorder à l'acquéreur un délai plus ou moins long suivant les circonstances.
  Ce délai passé sans que l'acquéreur ait payé, la résolution de la vente sera prononcée.
Art. 1656. Wanneer bij een verkoop van onroerende goederen bedongen is dat, bij gebreke van betaling van de prijs binnen de overeengekomen tijd, de koop van rechtswege zal zijn ontbonden, kan de koper niettemin na verloop van de tijd alsnog betalen, zolang hij niet door een aanmaning is in gebreke gesteld; maar na die aanmaning kan de rechter hem geen uitstel verlenen.
Art. 1656. S'il a été stipulé lors de la vente d'immeubles que, faute de payement du prix dans le terme convenu, la vente serait résolue de plein droit, l'acquéreur peut néanmoins payer après l'expiration du délai, tant qu'il n'a pas été mis en demeure par une sommation : mais après cette sommation, le juge ne peut pas lui accorder de délai.
Art. 1657. Wat betreft de verkoop van waren en roerende goederen, heeft de ontbinding van de koop plaats van rechtswege en zonder aanmaning ten voordele van de verkoper, na verloop van de tijd die voor de afhaling is overeengekomen.
Art. 1657. En matière de vente de denrées et effets mobiliers, la résolution de la vente aura lieu de plein droit et sans sommation, au profit du vendeur, après l'expiration du terme convenu pour le retirement.
HOOFDSTUK VI. - NIETIGHEID EN ONTBINDING VAN DE KOOP.
CHAPITRE VI. - DE LA NULLITE ET DE LA RESOLUTION DE LA VENTE.
Art. 1658. Behalve op grond van de oorzaken van nietigheid of van ontbinding welke in deze titel reeds zijn opgegeven, en van die welke aan alle overeenkomsten gemeen zijn, kan de koop ook ontbonden worden door de uitoefening van het recht van wederinkoop en wegens het bedingen van een te geringe prijs.
Art. 1658. Indépendamment des causes de nullité ou de résolution déjà expliquées dans ce titre, et de celles qui sont communes à toutes les conventions, le contrat de vente peut être résolu par l'exercice de la faculté de rachat et par la vileté du prix.
AFDELING I. - RECHT VAN WEDERINKOOP.
SECTION I. - DE LA FACULTE DE RACHAT.
Art. 1659. Het recht van wederinkoop is een beding waarbij de verkoper zich voorbehoudt de verkochte zaak terug te nemen, tegen de teruggave van de oorspronkelijke prijs en de vergoeding waarvan sprake is in artikel 1673.
Art. 1659. La faculté de rachat ou de réméré est un pacte par lequel le vendeur se réserve de reprendre la chose vendue, moyennant la restitution du prix principal, et le remboursement dont il est parlé à l'article 1673.
Art. 1660. Het recht van wederinkoop mag voor niet langer dan vijf jaren worden bedongen.
  Het wordt tot die tijd beperkt, indien het voor langer bedongen is.
Art. 1660. La faculté de rachat ne peut être stipulée pour un terme excédant cinq années.
  Si elle a été stipulée pour un terme plus long, elle est réduite à ce terme.
Art. 1661. De bepaalde tijd is van strenge toepassing, en kan door de rechter niet verlengd worden.
Art. 1661. Le terme fixé est de rigueur, et ne peut être prolongé par le juge.
Art. 1662. Heeft de verkoper zijn recht van wederinkoop niet uitgeoefend binnen de voorgeschreven tijd, dan blijft de koper onherroepelijk eigenaar.
Art. 1662. Faute par le vendeur d'avoir exercé son action de réméré dans le terme prescrit, l'acquéreur demeure propriétaire irrévocable.
Art. 1663. De termijn loopt tegen een ieder, zelfs tegen minderjarigen, behoudens hun verhaal op wie het aangaat, zo daartoe grond bestaat.
Art. 1663. Le délai court contre toutes personnes même contre le mineur, sauf, s'il y a lieu, le recours contre qui de droit.
Art. 1664. De verkoper onder beding van wederinkoop kan zijn recht tegen een tweede koper uitoefenen, zelfs wanneer het recht van wederinkoop in het tweede contract niet is vermeld.
Art. 1664. Le vendeur à pacte de rachat peut exercer son action contre un second acquéreur, quand même la faculté de réméré n'aurait pas été déclarée dans le second contrat.
Art. 1665. De koper onder beding van wederinkoop oefent alle rechten van zijn verkoper uit; de verjaring loopt te zijnen voordele zowel tegen de ware eigenaar als tegen hen die zouden beweren rechten of hypotheken op de verkochte zaak te hebben.
Art. 1665. L'acquéreur à pacte de rachat exerce tous les droits de son vendeur; il peut prescrire tant contre le véritable maître que contre ceux qui prétendraient des droits ou hypothèques sur la chose vendue.
Art. 1666. Hij kan tegen de schuldeisers van zijn verkoper het voorrecht van uitwinning doen gelden.
Art. 1666. Il peut opposer le bénéfice de la discussion aux créanciers de son vendeur.
Art. 1667. Hij die een onverdeeld aandeel in een erf heeft verkregen onder beding van wederinkoop, kan, indien het gehele erf hem is toegewezen bij een tegen hem gevorderde veiling, de verkoper verplichten het gehele erf over te nemen, wanneer deze van het beding wil gebruik maken.
Art. 1667. Si l'acquéreur à pacte de réméré d'une partie indivise d'un héritage, s'est rendu adjudicataire de la totalité sur une licitation provoquée contre lui, il peut obliger le vendeur à retirer le tout lorsque celui-ci veut user du pacte.
Art. 1668. Indien verscheidene personen gezamenlijk en bij een en hetzelfde contract een erf verkocht hebben dat hun gemeenschappelijk toebehoorde, kan ieder van hen het recht van wederinkoop slechts uitoefenen voor het aandeel dat hij daarin had.
Art. 1668. Si plusieurs ont vendu conjointement et par un seul contrat un héritage commun entre eux, chacun ne peut exercer l'action en réméré que pour la part qu'il y avait.
Art. 1669. Hetzelfde geldt, wanneer iemand die alleen een erf verkocht heeft, verscheidene erfgenamen heeft achtergelaten.
  Ieder van die medeërfgenamen kan van het recht van wederinkoop slechts gebruik maken voor zijn aandeel in de nalatenschap.
Art. 1669. Il en est de même, si celui qui a vendu seul un héritage a laissé plusieurs héritiers.
  Chacun de ces cohéritiers ne peut user de la faculté de rachat que pour la part qu'il prend dans la succession.
Art. 1670. Nochtans kan de koper, in het geval van de twee vorige artikelen, vorderen dat alle medeverkopers of alle medeërfgenamen worden opgeroepen, ten einde zich met elkaar te verstaan omtrent de wederinkoop van het gehele erf; en, indien zij het niet eens worden, wordt de eis tegen de koper afgewezen.
Art. 1670. Mais, dans le cas des deux articles précédents, l'acquéreur peut exiger que tous les covendeurs ou tous les cohéritiers soient mis en cause, afin de se concilier entre eux pour la reprise de l'héritage entier; et, s'ils ne se concilient pas, il sera renvoyé de la demande.
Art. 1671. Indien een erf dat aan verscheidene personen toebehoorde, niet verkocht is door allen gezamenlijk en voor het geheel, maar door ieder slechts voor het aandeel dat hij daarin had, kan ieder van hen afzonderlijk het recht van wederinkoop uitoefenen, voor het aandeel dat hem toebehoorde;
  En de koper kan degene die het recht op die wijze uitoefent, niet verplichten het gehele erf over te nemen.
Art. 1671. Si la vente d'un héritage appartenant à plusieurs n'a pas été faite conjointement et de tout l'héritage ensemble, et que chacun n'ait vendu que la part qu'il y avait, ils peuvent exercer séparément l'action en réméré sur la portion qui leur appartenait;
  Et l'acquéreur ne peut forcer celui qui l'exercera de cette manière, à retirer le tout.
Art. 1672. Indien de koper verscheidene erfgenamen heeft achtergelaten, kan het recht van wederinkoop tegen ieder van hen slechts worden uitgeoefend voor zijn aandeel, ingeval er nog onverdeeldheid is, alsook ingeval de verkochte zaak onder hen verdeeld is.
  Indien echter de nalatenschap verdeeld is en de verkochte zaak aan een van de erfgenamen is toebedeeld, kan de vordering tot wederinkoop tegen deze voor het geheel worden ingesteld.
Art. 1672. Si l'acquéreur a laissé plusieurs héritiers, l'action en réméré ne peut être exercée contre chacun d'eux que pour sa part, dans le cas où elle est encore indivise, et dans celui où la chose vendue a été partagée entre eux.
  Mais s'il y a eu partage de l'hérédité, et que la chose vendue soit échue au lot de l'un des héritiers, l'action en réméré peut être intentée contre lui pour le tout.
Art. 1673. De verkoper die van het beding van wederinkoop gebruik maakt, moet niet alleen de koopprijs vergoeden, maar ook de wettig gemaakte kosten van de koop, de noodzakelijke herstellingen, alsmede de herstellingen die de waarde van het erf vermeerderd hebben, ten belope van die vermeerdering. Hij kan eerst in bezit treden nadat hij aan al die verplichtingen voldaan heeft.
  Wanneer de verkoper, ten gevolge van het beding van wederinkoop, zijn erf terugbekomt, neemt hij dit terug, vrij van alle lasten en hypotheken waarmee de koper het mocht hebben bezwaard; de verhuringen die de koper zonder bedrog heeft aangegaan, moet hij gestand doen.
Art. 1673. Le vendeur qui use du pacte de rachat, doit rembourser non seulement le prix principal, mais encore les frais et loyaux coûts de la vente, les réparations nécessaires, et celles qui ont augmenté la valeur du fonds, jusqu'à concurrence de cette augmentation. Il ne peut entrer en possession qu'après avoir satisfait à toutes ces obligations.
  Lorsque le vendeur rentre dans son héritage par l'effet du pacte de rachat il le reprend exempt de toutes les charges et hypothèques dont l'acquéreur l'aurait grevé; il est tenu d'exécuter les baux faits sans fraude par l'acquéreur.
AFDELING II. - VERNIETIGING VAN DE KOOP UIT HOOFDE VAN BENADELING.
SECTION II. - DE LA RESCISION DE LA VENTE POUR CAUSE DE LESION.
Art. 1674. Indien de verkoper in de verkoopprijs van een onroerend goed voor meer dan zeven twaalfden is benadeeld, heeft hij het recht om de vernietiging van de koop te eisen, ook al had hij bij het contract uitdrukkelijk afstand gedaan van het recht om die vernietiging te vorderen, en al had hij verklaard de meerdere waarde te schenken.
Art. 1674. Si le vendeur a été lésé de plus de sept douzièmes dans le prix d'un immeuble, il a le droit de demander la rescision de la vente, quand même il aurait expressément renoncé dans le contrat à la faculté de demander cette rescision, et qu'il aurait déclaré donner la plus-value.
Art. 1675. Om te weten of er benadeling voor meer dan zeven twaalfden is, dient men het onroerend goed te schatten volgens zijn staat en zijn waarde op het ogenblik van de koop.
Art. 1675. Pour savoir s'il y a lésion de plus de sept douzièmes, il faut estimer l'immeuble suivant son état et sa valeur au moment de la vente.
Art. 1676. De eis is niet meer ontvankelijk na verloop van twee jaren te rekenen van de dag van de koop.
  Die termijn loopt tegen (...), (vermoedelijk afwezigen) en [1 personen beschermd krachtens artikel 492/1]1 en tegen minderjarigen die in de plaats komen van een meerderjarige verkoper. <W 2003-02-13/36, art. 18, 007; Inwerkingtreding : 01-06-2003> <W 2007-05-09/44, art. 36, 12°, 011; Inwerkingtreding : 01-07-2007>
  Die termijn loopt eveneens en is niet geschorst gedurende de tijd bedongen voor het recht van wederinkoop.
  
Art. 1676. La demande n'est plus recevable après l'expiration de deux années, à compter du jour de la vente.
  Ce délai court [...] contre les [présumés absents], les [1 personnes protégées en vertu de l'article 492/1]1, et les mineurs venant du chef d'un majeur qui a vendu. <L 2003-02-13/36, art. 18, 007; En vigueur : 01-06-2003> <L 2007-05-09/44, art. 36, 12°, 011; En vigueur : 01-07-2007>
  Ce délai court aussi et n'est pas suspendu pendant la durée du temps stipulé pour le pacte du rachat.
  
Art. 1677. Het bewijs van de benadeling kan alleen bij vonnis worden toegelaten, en slechts ingeval de gestelde feiten waarschijnlijk genoeg en gewichtig genoeg zijn om het bestaan van de benadeling te laten vermoeden.
Art. 1677. La preuve de la lésion ne pourra être admise que par jugement, et dans le cas seulement, où les faits articulés seraient assez vraisemblables et assez graves pour faire présumer la lésion.
Art. 1678. Dat bewijs kan niet worden geleverd dan door een verslag van drie deskundigen, die een enkel gemeenschappelijk proces-verbaal moeten opmaken en slechts een enkel advies, bij meerderheid van stemmen, mogen uitbrengen.
Art. 1678. Cette preuve ne pourra se faire que par un rapport de trois experts, qui seront tenus de dresser un seul procès-verbal commun, et de ne former qu'un seul avis à la pluralité des voix.
Art. 1679. Indien de adviezen verschillen, geeft het proces-verbaal de redenen daarvan op, zonder dat mag worden medegedeeld welk het advies van ieder der deskundigen is geweest.
Art. 1679. S'il y a des avis différents, le procès-verbal en contiendra les motifs, sans qu'il soit permis de faire connaître de quel avis chaque expert a été.
Art. 1680. De drie deskundigen worden ambtshalve benoemd, tenzij de partijen zich omtrent de benoeming van alle drie gezamenlijk verstaan hebben.
Art. 1680. Les trois experts seront nommés d'office; à moins que les parties ne se soient accordées pour les nommer tous les trois conjointement.
Art. 1681. Ingeval de vordering tot vernietiging wordt toegewezen heeft de koper de keus om ofwel de zaak terug te geven en de prijs die hij ervoor betaald heeft, terug te nemen, ofwel het erf te behouden, mits hij hetgeen aan de juiste prijs ontbreekt, aanvult, onder aftrek van een tiende van de gehele prijs.
  De derde-bezitter heeft hetzelfde recht, onverminderd zijn verhaal op zijn verkoper.
Art. 1681. Dans le cas où l'action en rescision est admise, l'acquéreur a le choix ou de rendre la chose en retirant le prix qu'il en a payé, ou de garder le fonds en payant le supplément du juste prix, sous la déduction du dixième du prix total.
  Le tiers possesseur a le même droit, sauf sa garantie contre son vendeur.
Art. 1682. Indien de koper verkiest de zaak te behouden, met aanvulling van de prijs, zoals in het vorige artikel is bepaald, is hij verplicht interest van het aanvullend bedrag te betalen, te rekenen van de dag waarop de eis tot vernietiging gedaan is.
  Indien hij verkiest de zaak terug te geven en de prijs terug te ontvangen, geeft hij de vruchten terug, te rekenen van de dag waarop de eis gedaan is.
  Ook de interest van de prijs die hij betaald heeft, wordt hem vergoed hetzij eveneens van de dag waarop die eis gedaan is, hetzij, indien hij geen vruchten genoten heeft, te rekenen van de dag van de betaling.
Art. 1682. Si l'acquéreur préfère garder la chose en fournissant le supplément réglé par l'article précédent, il doit l'intérêt du supplément, du jour de la demande en rescision.
  S'il préfère la rendre et recevoir le prix, il rend les fruits du jour de la demande.
  L'intérêt du prix qu'il a payé lui est aussi compté du jour de la même demande, ou du jour du payement, s'il n'a touché aucun fruits.
Art. 1683. Vernietiging uit hoofde van benadeling heeft niet plaats ten voordele van de koper.
Art. 1683. La rescision pour lésion n'a pas lieu en faveur de l'acheteur.
Art. 1684. Zij heeft niet plaats ten aanzien van verkopingen die volgens de wet niet anders dan op rechterlijk gezag kunnen geschieden.
Art. 1684. Elle n'a pas lieu en toutes ventes qui, d'après la loi, ne peuvent être faites que d'autorité de justice.
Art. 1685. De regels in de vorige afdeling bepaald voor de gevallen dat verscheidene personen gezamenlijk of afzonderlijk verkocht hebben, en voor het geval dat de verkoper of de koper verscheidene erfgenamen heeft achtergelaten, worden mede in acht genomen voor het instellen van de rechtsvordering tot vernietiging.
Art. 1685. Les règles expliquées dans la section précédente pour les cas où plusieurs ont vendu conjointement ou séparément, et pour celui où le vendeur ou l'acheteur a laissé plusieurs héritiers, sont pareillement observées pour l'exercice de l'action en rescision.
HOOFDSTUK VII. - VEILING VAN ONVERDEELDE GOEDEREN.
CHAPITRE VII. - DE LA LICITATION.
Art. 1686. Indien een zaak die aan verscheidene personen gemeenschappelijk toebehoort, niet gevoeglijk en zonder verlies verdeeld kan worden,
  Of indien, bij een minnelijke verdeling van gemeenschappelijke goederen, zich daaronder enkele goederen bevinden die geen van de deelgenoten kan of wil nemen,
  Geschiedt de verkoop bij opbod en de prijs wordt onder de medeëigenaars verdeeld.
Art. 1686. Si une chose commune à plusieurs ne peut être partagée commodément et sans perte,
  Ou si, dans un partage fait de gré à gré de biens communs, il s'en trouve quelques-uns qu'aucun des copartageants ne puisse ou ne veuille prendre,
  La vente s'en fait aux enchères, et le prix en est partagé entre les copropriétaires.
Art. 1687. Ieder medeëigenaar kan eisen dat ook vreemden tot de veiling van onverdeelde goederen worden opgeroepen; zij moeten worden opgeroepen, wanneer een van de medeëigenaars minderjarig is.
Art. 1687. Chacun des copropriétaires est le maître de demander que les étrangers soient appelés à la licitation; ils sont nécessairement appelés lorsque l'un des copropriétaires est mineur.
Art. 1688. De wijze en de vormen volgens welke de veiling van onverdeelde goederen moet geschieden, worden in de titel Erfenissen en in het [1 Gerechtelijk Wetboek]1 bepaald. <W 15-12-1949, art. 26>
  
Art. 1688. Le mode et les formalités à observer pour la licitation sont expliqués au titre des Succession et au [1 Code judiciaire]1. <
  
HOOFDSTUK VIII. - OVERDRACHT VAN SCHULDVORDERINGEN EN ANDERE ONLICHAMELIJKE RECHTEN.
CHAPITRE VIII. - DU TRANSPORT DES CREANCES ET AUTRES DROITS INCORPORELS.
TITEL VIbis. [1 - Overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud en digitale diensten.]1
TITRE VIbis. [1 - Des contrats de fourniture de contenus numériques et de services numériques.]1
HOOFDSTUK I. [1 - Definities en toepassingsgebied.]1
CHAPITRE Ier. [1 - Définitions et champ d'application.]1
Art.1701/1. [1 Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:
   1° "digitale inhoud": gegevens die in digitale vorm worden geproduceerd en geleverd;
   2° "digitale dienst":
   a) een dienst die de consument in staat stelt gegevens in digitale vorm te creëren, te verwerken of op te slaan, of toegang tot die gegevens te krijgen; of
   b) een dienst die voorziet in de mogelijkheid van het delen van gegevens in digitale vorm die door de consument of door andere gebruikers van die dienst worden geüpload of gecreëerd of die elke andere interactie met deze gegevens mogelijk maakt;
   3° "goed met digitale elementen": elke roerende lichamelijke zaak waarin digitale inhoud of een digitale dienst zijn verwerkt of die daarmee onderling verbonden is, op zodanige wijze dat het ontbreken van die digitale inhoud of digitale dienst ertoe zou leiden dat het goed zijn functies niet kan vervullen;
   4° "integratie": het koppelen van digitale inhoud of een digitale dienst aan de onderdelen van de digitale omgeving van de consument en het verwerken daarvan in die omgeving, zodat de digitale inhoud of digitale dienst overeenkomstig de in deze titel vastgelegde conformiteitsvereisten kan worden gebruikt;
   5° "handelaar": iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon, ongeacht of deze privaat of publiek is, die handelt, mede via een andere persoon die namens hem of voor zijn rekening optreedt, in het kader van zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit;
   6° "consument": iedere natuurlijke persoon die handelt voor doeleinden die buiten zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit vallen;
   7° "prijs": geld dat of een digitale weergave van waarde die verschuldigd is in ruil voor de levering van digitale inhoud of een digitale dienst;
   8° "persoonsgegevens": persoonsgegevens als gedefinieerd in artikel 4, punt 1, van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG;
   9° "digitale omgeving": hardware, software en iedere netwerkverbinding die door de consument wordt gebruikt om toegang te krijgen tot of gebruik te maken van digitale inhoud of een digitale dienst;
   10° "compatibiliteit": het vermogen van de digitale inhoud of digitale dienst om te functioneren met hardware of software waarmee digitale inhoud of digitale diensten van hetzelfde type gewoonlijk worden gebruikt, zonder de noodzaak om de digitale inhoud of digitale dienst te converteren;
   11° "functionaliteit": het vermogen van de digitale inhoud of digitale dienst om zijn functies te vervullen met betrekking tot het doel ervan;
   12° "interoperabiliteit": het vermogen van de digitale inhoud of digitale dienst om te functioneren met hardware of software die verschilt van die waarmee digitale inhoud of digitale diensten van hetzelfde type gewoonlijk worden gebruikt;
   13° "duurzame gegevensdrager": ieder hulpmiddel dat de consument of de handelaar in staat stelt om persoonlijk aan hem gerichte informatie op te slaan op een wijze die deze informatie toegankelijk maakt voor toekomstig gebruik gedurende een periode die past bij het doel waarvoor de informatie is bestemd, en die een ongewijzigde weergave van de opgeslagen informatie mogelijk maakt;
   14° "kosteloos": vrij van de noodzakelijke kosten die zijn gemaakt om de goederen conform te maken, met name de kosten van verzending, vervoer, werkuren of materiaal.]1

  
Art.1701/1. [1 Pour l'application du présent titre, il y a lieu d'entendre par:
   1° "contenu numérique": des données produites et fournies sous forme numérique;
   2° "service numérique":
   a) un service permettant au consommateur de créer, de traiter ou de stocker des données sous forme numérique, ou d'y accéder; ou
   b) un service permettant le partage ou toute autre interaction avec des données sous forme numérique qui sont téléversées ou créées par le consommateur ou d'autres utilisateurs de ce service;
   3° "bien comportant des éléments numériques": tout objet mobilier corporel qui intègre un contenu numérique ou un service numérique ou est interconnecté avec un tel contenu ou un tel service d'une manière telle que l'absence de ce contenu numérique ou de ce service numérique empêcherait le bien de remplir ses fonctions;
   4° "intégration": le fait de relier et d'intégrer un contenu numérique ou un service numérique aux composantes de l'environnement numérique du consommateur afin de permettre que le contenu numérique ou le service numérique soit utilisé conformément aux critères de conformité prévus par le présent titre;
   5° "professionnel": toute personne physique ou morale, qu'elle soit publique ou privée, qui agit, y compris par l'intermédiaire d'une autre personne agissant en son nom ou pour son compte, à des fins qui entrent dans le cadre de son activité commerciale, industrielle, artisanale ou libérale;
   6° "consommateur": toute personne physique qui agit à des fins qui n'entrent pas dans le cadre de son activité commerciale, industrielle, artisanale ou libérale;
   7° "prix": une somme d'argent ou une représentation numérique de valeur due en échange de la fourniture d'un contenu numérique ou d'un service numérique;
   8° "données à caractère personnel": les données à caractère personnel au sens de l'article 4, point 1), du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE;
   9° "environnement numérique": tout matériel informatique, logiciel et connexion réseau utilisé par le consommateur pour accéder à un contenu numérique ou à un service numérique ou en faire usage;
   10° "compatibilité": la capacité du contenu numérique ou du service numérique à fonctionner avec du matériel informatique ou des logiciels avec lesquels des contenus numériques ou des services numériques de même type sont normalement utilisés, sans qu'il soit nécessaire de convertir le contenu numérique ou le service numérique;
   11° "fonctionnalité": la capacité du contenu numérique ou du service numérique à remplir ses fonctions eu égard à sa finalité;
   12° "interopérabilité": la capacité du contenu numérique ou du service numérique à fonctionner avec du matériel informatique ou des logiciels différents de ceux avec lesquels des contenus numériques ou des services numériques de même type sont normalement utilisés;
   13° "support durable": tout instrument permettant au consommateur ou au professionnel de stocker des informations qui lui sont adressées personnellement d'une manière permettant de s'y reporter ultérieurement, pendant un laps de temps adapté aux fins auxquelles les informations sont destinées et qui permet la reproduction à l'identique des informations stockées;
   14° "sans frais": sans les frais nécessaires exposés pour la mise en conformité des biens, notamment les frais d'envoi, de transport, de main-d'oeuvre ou de matériel.]1

  
Art.1701/2. [1 § 1. Deze titel is van toepassing op alle overeenkomsten waarbij de handelaar digitale inhoud of een digitale dienst aan de consument levert of zich ertoe verbindt die te leveren en de consument een prijs betaalt of zich ertoe verbindt een prijs te betalen.
   § 2. Deze titel is ook van toepassing als de handelaar digitale inhoud of een digitale dienst aan de consument levert of zich ertoe verbindt die te leveren en de consument de handelaar persoonsgegevens verstrekt of zich ertoe verbindt die te verstrekken, behalve wanneer de door de consument verstrekte persoonsgegevens uitsluitend door de handelaar worden verwerkt om de digitale inhoud of digitale dienst te leveren overeenkomstig deze titel of om de handelaar in staat te stellen te voldoen aan de wettelijke vereisten waaraan hij is onderworpen, en de handelaar die gegevens niet voor andere doeleinden verwerkt.
   § 3. Deze titel is eveneens van toepassing wanneer de digitale inhoud of digitale dienst volgens de specificaties van de consument is ontwikkeld.
   § 4. Met uitzondering van de artikelen 1701/3 en 1701/9 is deze titel eveneens van toepassing op iedere materiële gegevensdrager die uitsluitend dient als drager voor digitale inhoud.
   § 5. Deze titel is niet van toepassing op digitale inhoud of digitale diensten die verwerkt zijn in of onderling verbonden zijn met goederen in de zin van artikel 1701/1, 3°, en die worden meegeleverd met de goederen op grond van een koopovereenkomst met betrekking tot die goederen, ongeacht of die digitale inhoud of digitale dienst wordt geleverd door de verkoper of een derde. Bij twijfel of de levering van verwerkte of onderling verbonden digitale inhoud of een verwerkte of onderling verbonden digitale dienst deel uitmaakt van de koopovereenkomst, wordt de digitale inhoud of digitale dienst geacht onder de koopovereenkomst te vallen.
   § 6. Wanneer een overeenkomst tussen dezelfde handelaar en dezelfde consument in een bundel elementen omvat van de levering van digitale inhoud of een digitale dienst alsmede elementen van de levering van andere diensten of goederen, is deze titel, onverminderd paragraaf 5, alleen van toepassing op de elementen van de overeenkomst die betrekking hebben op de digitale inhoud of de digitale dienst.
   § 7. Deze titel is niet van toepassing op overeenkomsten inzake:
   1° de verstrekking van andere diensten dan digitale diensten, ongeacht of digitale formaten of middelen worden gebruikt door de handelaar om het resultaat van de dienst te behalen of aan de consument te leveren of door te geven;
   2° elektronische-communicatiediensten met uitzondering van nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten bedoeld in artikel 2, 5/4°, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie;
   3° gezondheidsdiensten die door gezondheidswerkers aan patiënten worden verstrekt om de gezondheidstoestand van deze laatsten te beoordelen, te behouden of te herstellen, waaronder begrepen het voorschrijven, het verstrekken en het leveren van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen;
   4° kansspeldiensten, namelijk diensten die gepaard gaan met het aangaan van een weddenschap waarbij een geldbedrag wordt ingezet in kansspelen, waaronder die welke enige bekwaamheid vereisen zoals loterijen, casinospelen, poker en weddenschapstransacties en die worden aangeboden langs elektronische weg of met andere communicatietechnologie en op individueel verzoek van een afnemer van zulke diensten;
   5° een financiële dienst bedoeld in artikel I.8, 18°, van het Wetboek van economisch recht;
   6° software die door de handelaar wordt aangeboden op basis van een vrije en open licentie waarvoor de consument geen prijs betaalt en wanneer de door de consument verstrekte persoonsgegevens alleen worden verwerkt door de handelaar om de beveiliging, compatibiliteit of interoperabiliteit van die specifieke software te verbeteren;
   7° de levering van digitale inhoud waarbij de digitale inhoud op een andere wijze dan via het overbrengen van signalen aan het grote publiek beschikbaar wordt gesteld als onderdeel van een optreden of evenement, zoals digitale filmvertoningen;
   8° digitale inhoud die wordt geleverd door overheidsorganen van de lidstaten overeenkomstig de wet van 4 mei 2016 inzake het hergebruik van overheidsinformatie.]1

  
Art.1701/2. [1 § 1er. Le présent titre s'applique à tout contrat par lequel le professionnel fournit ou s'engage à fournir un contenu numérique ou un service numérique au consommateur et le consommateur s'acquitte ou s'engage à s'acquitter d'un prix.
   § 2. Le présent titre s'applique également lorsque le professionnel fournit ou s'engage à fournir un contenu numérique ou un service numérique au consommateur, et le consommateur fournit ou s'engage à fournir des données à caractère personnel au professionnel, sauf lorsque les données à caractère personnel fournies par le consommateur sont exclusivement traitées par le professionnel pour fournir le contenu numérique ou le service numérique conformément au présent titre ou encore pour permettre au professionnel de remplir les obligations légales qui lui incombent, pour autant que le professionnel ne traite pas ces données à une autre fin.
   § 3. Le présent titre s'applique également lorsque le contenu numérique ou le service numérique est élaboré conformément aux spécifications du consommateur.
   § 4. A l'exception des articles 1701/3 et 1701/9, le présent titre s'applique également à tout support matériel qui sert exclusivement à transporter le contenu numérique.
   § 5. Le présent titre ne s'applique pas aux contenus numériques ou aux services numériques qui sont intégrés dans les biens au sens de l'article 1701/1, 3°, ou qui sont interconnectés à de tels biens, et qui sont fournis avec ces biens dans le cadre d'un contrat de vente concernant ces biens, que ces contenus numériques ou services numériques soient fournis par le vendeur ou par un tiers. En cas de doute sur la question de savoir si la fourniture d'un contenu numérique ou d'un service numérique intégré ou interconnecté fait partie du contrat de vente, le contenu numérique ou le service numérique est présumé relever du contrat de vente.
   § 6. Sans préjudice du paragraphe 5, lorsqu'un contrat unique entre le même professionnel et le même consommateur rassemble dans une offre groupée des éléments constituant la fourniture d'un contenu numérique ou d'un service numérique et des éléments constituant la fourniture d'autres biens ou services, le présent titre ne s'applique qu'aux éléments du contrat concernant le contenu numérique ou le service numérique.
   § 7. Le présent titre ne s'applique pas aux contrats portant sur:
   1° la fourniture de services autres que les services numériques, que le professionnel utilise ou non des formats ou des moyens numériques pour créer le produit du service ou pour le fournir ou le transmettre au consommateur;
   2° les services de communications électroniques à l'exception des services de communications interpersonnelles non fondés sur la numérotation visés à l'article 2, 5/4°, de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques;
   3° des services de santé fournis par des professionnels de la santé aux patients pour évaluer, maintenir ou rétablir leur état de santé, y compris la prescription, la délivrance et la fourniture de médicaments et de dispositifs médicaux;
   4° les services de jeux d'argent et de hasard, à savoir les services impliquant une mise ayant une valeur pécuniaire dans des jeux de hasard, y compris les jeux impliquant un élément de compétence, tels que les loteries, les jeux de casino, les jeux de poker et les transactions portant sur des paris, qui sont fournis par voie électronique ou par toute autre technologie permettant de faciliter la communication et à la demande individuelle d'un destinataire de tels services;
   5° un service financier visé à l'article I.8, 18°, du Code de droit économique;
   6° les logiciels proposés par le professionnel sous licence libre et ouverte, lorsque le consommateur ne s'acquitte pas d'un prix et que les données à caractère personnel fournies par le consommateur sont exclusivement traitées par le professionnel pour améliorer la sécurité, la compatibilité ou l'interopérabilité de ces logiciels spécifiques;
   7° la fourniture de contenu numérique lorsque le contenu numérique est mis à la disposition du grand public autrement que par la transmission de signaux, dans le cadre de spectacles ou d'évènements, tels que des projections cinématographiques numériques;
   8° le contenu numérique fourni par des organismes du secteur public des Etats membres conformément à la loi du 4 mai 2016 relative à la réutilisation des informations du secteur public.]1

  
HOOFDSTUK II. [1 - Levering van de digitale inhoud of digitale dienst.]1
CHAPITRE II. [1 - De la fourniture du contenu numérique ou du service numérique.]1
Art.1701/3. [1 § 1. De handelaar levert de digitale inhoud of digitale dienst aan de consument. Tenzij de partijen anders zijn overeengekomen, levert de handelaar de digitale inhoud of digitale dienst onverwijld na de sluiting van de overeenkomst aan de consument.
   § 2. De handelaar heeft aan de leveringsverbintenis voldaan wanneer:
   1° de digitale inhoud of een middel dat geschikt is om toegang te verschaffen tot de digitale inhoud of die te downloaden, beschikbaar is gesteld aan of toegankelijk is gemaakt voor de consument of voor een daartoe door de consument gekozen fysieke of virtuele faciliteit;
   2° de digitale dienst toegankelijk wordt gemaakt voor de consument of voor een daartoe door de consument gekozen fysieke of virtuele faciliteit.]1

  
Art.1701/3. [1 § 1er. Le professionnel fournit au consommateur le contenu numérique ou le service numérique. Sauf convention contraire des parties, le professionnel fournit au consommateur le contenu numérique ou le service numérique sans retard injustifié après la conclusion du contrat.
   § 2. Le professionnel s'est acquitté de l'obligation de fourniture lorsque:
   1° le contenu numérique, ou tout moyen approprié pour accéder au contenu numérique ou le télécharger, est rendu disponible ou accessible pour le consommateur ou en un lieu physique ou virtuel choisi par le consommateur à cet effet;
   2° le service numérique est rendu accessible au consommateur ou en un lieu physique ou virtuel choisi par le consommateur à cet effet.]1

  
HOOFDSTUK III. [1 - Conformiteit van de digitale inhoud of digitale dienst.]1
CHAPITRE III. [1 - De la conformité du contenu numérique ou du service numérique.]1
Afdeling 1. [1 - Conformiteitsvereisten.]1
SECTION Ire. [1 - Exigences de conformité.]1
Art.1701/4. [1 De handelaar levert aan de consument digitale inhoud of een digitale dienst die, naargelang het geval, voldoet aan de vereisten van de artikelen 1701/5, 1701/6 en 1701/7.]1
  
Art.1701/4. [1 Le professionnel fournit au consommateur un contenu numérique ou un service numérique qui satisfait aux exigences prévues aux articles 1701/5, 1701/6 et 1701/7.]1
  
Afdeling 2. [1 - Subjectieve conformiteitsvereisten.]1
SECTION II. [1 Des critères subjectifs de conformité au contrat]1
Art.1701/5. [1 Voor conformiteit met de overeenkomst, moet de digitale inhoud of de digitale dienst met name, voor zover van toepassing:
   1° wat betreft de beschrijving, hoeveelheid en kwaliteit, functionaliteit, compatibiliteit, interoperabiliteit en andere kenmerken, voldoen aan de overeenkomst;
   2° geschikt zijn voor elk bijzonder door de consument gewenst gebruik dat de consument aan de handelaar uiterlijk bij de sluiting van de overeenkomst heeft meegedeeld en dat de handelaar heeft aanvaard;
   3° worden geleverd samen met alle toebehoren, instructies, met inbegrip van installatie-instructies, en klantenservice, als vereist in de overeenkomst; en
   4° van updates zijn voorzien als bepaald in de overeenkomst.]1

  
Art.1701/5. [1 Afin d'être conforme au contrat, le contenu numérique ou le service numérique doit notamment, le cas échéant:
   1° correspondre à la description, la quantité et la qualité et présenter la fonctionnalité, la compatibilité, l'interopérabilité et d'autres caractéristiques, comme prévu dans le contrat;
   2° être adapté à la finalité spécifique recherchée par le consommateur, que celui-ci a portée à la connaissance du professionnel au plus tard au moment de la conclusion du contrat et que le professionnel a acceptée; et
   3° être fourni avec tous les accessoires, toutes les instructions, notamment d'installation, et l'assistance à la clientèle, comme prévu dans le contrat; et
   4° être mis à jour comme prévu dans le contrat.]1

  
Afdeling 3. [1 - Objectieve conformiteitsvereisten.]1
SECTION III. [1 - Des critères objectifs de conformité au contrat.]1
Art.1701/6. [1 § 1. Naast het voldoen aan subjectieve conformiteitsvereisten moet de digitale inhoud of de digitale dienst:
   1° geschikt zijn voor de doeleinden waarvoor digitale inhoud of digitale diensten van hetzelfde type gewoonlijk zouden worden gebruikt, rekening houdend, in voorkomend geval, met bestaand Unie- en nationaal recht, bestaande technische normen, of, bij ontstentenis van zulke technische normen, toepasselijke sectorspecifieke gedragscodes;
   2° beschikken over de hoeveelheid, kwaliteit en prestatiekenmerken, - onder meer met betrekking tot functionaliteit, compatibiliteit, toegankelijkheid, continuïteit en veiligheid - waarover digitale inhoud of digitale diensten van hetzelfde type gewoonlijk beschikken en die de consument gezien de aard van de digitale inhoud of digitale dienst redelijkerwijs mag verwachten, en rekening houdend met publieke mededelingen die zijn gedaan door of namens de handelaar of andere personen in eerdere schakels van de overeenkomstenketen, in het bijzonder in reclameboodschappen of op etikettering, tenzij de handelaar aantoont dat:
   a) de handelaar niet bekend was of redelijkerwijs niet bekend kon zijn met de betrokken publieke mededeling;
   b) de publieke mededeling ten tijde van de sluiting van de overeenkomst op dezelfde of vergelijkbare wijze was gerectificeerd als waarop deze was afgelegd; of
   c) de beslissing tot aankoop van de digitale inhoud of digitale dienst niet door de publieke mededeling beïnvloed kon zijn;
   3° in voorkomend geval, samen met andere toebehoren en instructies die de consument redelijkerwijs mag verwachten, worden geleverd; en
   4° overeenstemmen met de proefversie of de preview van de digitale inhoud of digitale dienst die door de handelaar ter beschikking werd gesteld voordat de overeenkomst werd gesloten.
   § 2. De handelaar zorgt ervoor dat de updates, waaronder beveiligingsupdates, die nodig zijn om de conformiteit van de digitale inhoud of de digitale dienst te handhaven aan de consument worden gemeld en geleverd gedurende de periode:
   1° waarin de digitale inhoud of digitale dienst moet worden geleverd volgens de overeenkomst, wanneer de overeenkomst voorziet in continue levering gedurende een periode; of
   2° die de consument redelijkerwijs kan verwachten, gezien de aard en het doel van de digitale inhoud of digitale dienst en rekening houdend met de omstandigheden en de aard van de overeenkomst, wanneer de overeenkomst voorziet in één levering of in een reeks afzonderlijke leveringen.
   § 3. Wanneer de consument verzuimt, binnen een redelijke termijn, de overeenkomstig paragraaf 2 door de handelaar verstrekte updates te installeren, is de handelaar niet aansprakelijk voor een conformiteitsgebrek als dat uitsluitend het gevolg is van de afwezigheid van de betrokken update, mits:
   1° de handelaar de consument in kennis heeft gesteld van de beschikbaarheid van de update en de gevolgen indien de consument die niet installeert; en
   2° het niet of verkeerd installeren van de update door de consument niet te wijten was aan tekortkomingen in de door de handelaar verstrekte installatie-instructies.
   § 4. Wanneer de overeenkomst voorziet in continue levering van digitale inhoud of een digitale dienst gedurende een periode, is de digitale inhoud of digitale dienst gedurende die gehele periode conform.
   § 5. Er is geen sprake van een conformiteitsgebrek in de zin van de paragrafen 1 of 2 wanneer de consument er ten tijde van de sluiting van de overeenkomst uitdrukkelijk van in kennis werd gesteld dat een specifiek kenmerk van de digitale inhoud of de digitale dienst afweek van de in die paragrafen gestelde objectieve conformiteitsvereisten, en de consument die afwijking bij de sluiting van de overeenkomst uitdrukkelijk en afzonderlijk heeft aanvaard.
   § 6. Tenzij de partijen anders zijn overeengekomen, wordt digitale inhoud of een digitale dienst geleverd in de meest recente versie die ten tijde van de sluiting van de overeenkomst beschikbaar was.]1

  
Art.1701/6. [1 § 1er. En plus de remplir tout critère subjectif de conformité, le contenu numérique ou le service numérique doit:
   1° être adapté aux finalités auxquelles serviraient normalement des contenus numériques ou des services numériques de même type, compte tenu, s'il y a lieu, de toute disposition du droit de l'Union et du droit national en vigueur ainsi que de toutes les normes techniques existantes ou, en l'absence de telles normes techniques, des codes de conduite spécifiques applicables au secteur concerné;
   2° être en quantité et présenter les qualités et les caractéristiques de performance, notamment en ce qui concerne la fonctionnalité, la compatibilité, l'accessibilité, la continuité et la sécurité, normales pour des contenus numériques ou des services numériques de même type et auxquelles le consommateur peut raisonnablement s'attendre, eu égard à la nature du contenu numérique ou du service numérique et compte tenu de toute déclaration publique faite par le professionnel ou d'autres personnes situées en amont dans la chaîne de contrats ou pour le compte du professionnel ou de telles personnes, en particulier dans les publicités ou sur l'étiquette, sauf si le professionnel démontre:
   a) que le professionnel n'avait pas, et ne pouvait raisonnablement pas avoir, connaissance de la déclaration publique concernée;
   b) que, au moment de la conclusion du contrat, la déclaration publique avait été rectifiée de la même façon que celle selon laquelle ladite déclaration avait été faite ou d'une façon comparable; ou
   c) que la décision d'acquérir le contenu numérique ou le service numérique ne pouvait pas avoir été influencée par la déclaration publique;
   3° le cas échéant, être fourni avec tous les accessoires et toutes les instructions que le consommateur peut raisonnablement s'attendre à recevoir; et
   4° être conforme à la version d'essai ou à l'aperçu du contenu numérique ou du service numérique mis à disposition par le professionnel avant la conclusion du contrat.
   § 2. Le professionnel veille à ce que le consommateur soit informé des mises à jour, y compris des mises à jour de sécurité, qui sont nécessaires au maintien de la conformité du contenu numérique ou du service numérique, et les reçoive au cours de la période:
   1° durant laquelle le contenu numérique ou le service numérique doit être fourni au titre du contrat, lorsque le contrat prévoit la fourniture continue pendant une période; ou
   2° à laquelle le consommateur peut raisonnablement s'attendre, eu égard au type et à la finalité du contenu numérique ou du service numérique et compte tenu des circonstances et de la nature du contrat, lorsque le contrat prévoit une opération de fourniture unique ou une série d'opérations de fourniture distinctes.
   § 3. Lorsque le consommateur n'installe pas, dans un délai raisonnable, les mises à jour fournies par le professionnel conformément au paragraphe 2, le professionnel n'est pas responsable d'un défaut de conformité résultant uniquement de la non-installation de la mise à jour concernée, à condition que:
   1° le professionnel ait informé le consommateur de la disponibilité de la mise à jour et des conséquences de sa non-installation par le consommateur; et
   2° la non-installation ou l'installation incorrecte par le consommateur de la mise à jour ne soit pas due à des lacunes dans les instructions d'installation fournies par le professionnel.
   § 4. Lorsque le contrat prévoit une fourniture continue du contenu numérique ou du service numérique pendant une période, le contenu numérique ou le service numérique est conforme tout au long de cette période.
   § 5. Il n'y a pas de défaut de conformité au sens du paragraphe 1er ou 2 si, au moment de la conclusion du contrat, le consommateur a été spécifiquement informé qu'une caractéristique particulière du contenu numérique ou du service numérique s'écartait des critères objectifs de conformité prévus à ces paragraphes et que le consommateur a expressément et séparément accepté cet écart lorsqu'il a conclu le contrat.
   § 6. Sauf convention contraire entre les parties, la version du contenu numérique ou du service numérique fournie est la version la plus récente qui est disponible au moment de la conclusion du contrat.]1

  
Afdeling 4. [1 - Verkeerde integratie van de digitale inhoud of digitale dienst.]1
SECTION IV. [1 - Intégration incorrecte du contenu numérique ou du service numérique.]1
Art.1701/7. [1 Elk conformiteitsgebrek dat het gevolg is van de verkeerde integratie van de digitale inhoud of digitale dienst in de digitale omgeving van de consument wordt beschouwd als een conformiteitsgebrek van de digitale inhoud of digitale dienst indien:
   1° de digitale inhoud of digitale dienst door de handelaar of onder diens verantwoordelijkheid werd geïntegreerd; of
   2° de digitale inhoud of digitale dienst bestemd was om door de consument te worden geïntegreerd en de verkeerde integratie te wijten was aan tekortkomingen in de door de handelaar verstrekte integratie-instructies.]1

  
Art.1701/7. [1 Tout défaut de conformité résultant de l'intégration incorrecte du contenu numérique ou du service numérique dans l'environnement numérique du consommateur est réputé être un défaut de conformité du contenu numérique ou du service numérique si:
   1° le contenu numérique ou le service numérique a été intégré par le professionnel ou sous la responsabilité du professionnel; ou
   2° le contenu numérique ou le service numérique était destiné à être intégré par le consommateur et que l'intégration incorrecte est due à des lacunes dans les instructions d'intégration fournies par le professionnel.]1

  
HOOFDSTUK IV. [1 - Aansprakelijkheid van de handelaar.]1
CHAPITRE IV. [1 - Responsabilité du professionnel.]1
Art.1701/8. [1 § 1. De handelaar is aansprakelijk voor elk verzuim om de digitale inhoud of digitale dienst overeenkomstig artikel 1701/3 te leveren.
   De bewijslast met betrekking tot de vraag of de digitale inhoud of digitale dienst overeenkomstig artikel 1701/3 werd geleverd rust op de handelaar.
   § 2. Wanneer een overeenkomst voorziet in een enkele levering of in een reeks afzonderlijke leveringen, is de handelaar aansprakelijk voor een conformiteitsgebrek uit hoofde van de artikelen 1701/5, 1701/6 en 1701/7 waarvan sprake is ten tijde van de levering en dat zich manifesteert binnen een termijn van twee jaar te rekenen vanaf voornoemde levering, onverminderd artikel 1701/6, § 2, 2°.
   Voor de in het eerste lid bedoelde gevallen rust de bewijslast met betrekking tot de vraag of de geleverde digitale inhoud of digitale dienst ten tijde van de levering conform was, op de handelaar voor zover het een conformiteitsgebrek betreft dat kenbaar wordt binnen één jaar vanaf het tijdstip waarop de digitale inhoud of digitale dienst werd geleverd.
   De termijn van twee jaar bedoeld in het eerste lid wordt opgeschort tijdens de periode vereist om de digitale inhoud of digitale dienst conform te laten maken of in geval van onderhandelingen tussen de handelaar en de consument met het oog op een minnelijke schikking.
   De rechtsvorderingen van de consument verjaren na verloop van een jaar vanaf de dag waarop hij het conformiteitsgebrek heeft vastgesteld.
   § 3. Wanneer de overeenkomst voorziet in continue levering gedurende een periode, is de handelaar aansprakelijk voor een conformiteitsgebrek uit hoofde van de artikelen 1701/5, 1701/6 en 1701/7 dat zich voordoet of kenbaar wordt in de periode waarin de digitale inhoud of digitale dienst volgens de overeenkomst moet worden geleverd.
   Voor de in het eerste lid bedoelde gevallen rust de bewijslast met betrekking tot de vraag of de digitale inhoud of digitale dienst conform was gedurende de periode waarin de digitale inhoud of digitale dienst volgens de overeenkomst moet worden geleverd, op de handelaar, voor zover het een conformiteitsgebrek betreft dat gedurende die periode duidelijk wordt.
   De periode bedoeld in het eerste lid wordt opgeschort tijdens de periode vereist om de digitale inhoud of digitale dienst conform te laten maken of in geval van onderhandelingen tussen de handelaar en de consument met het oog op een minnelijke schikking.
   De rechtsvorderingen van de consument verjaren na verloop van een jaar vanaf de dag waarop hij het conformiteitsgebrek heeft vastgesteld.
   § 4. Paragraaf 2, tweede lid, en paragraaf 3, tweede lid, zijn niet van toepassing wanneer de handelaar aantoont dat de digitale omgeving van de consument niet compatibel is met de technische vereisten van de digitale inhoud of digitale dienst en wanneer de handelaar de consument vóór de sluiting van de overeenkomst op duidelijke en begrijpelijke wijze op de hoogte heeft gesteld van deze vereisten.
   De consument werkt samen met de handelaar voor zover dit redelijkerwijs mogelijk en noodzakelijk is om na te gaan of de oorzaak van het conformiteitsgebrek van de digitale inhoud of digitale dienst op het tijdstip zoals bepaald in paragraaf 2, eerste lid, of paragraaf 3, eerste lid, naargelang het geval, toe te schrijven is aan de digitale omgeving van de consument. De medewerkingsplicht wordt beperkt tot de technisch beschikbare middelen die voor de consument het minst ingrijpend zijn. Indien de consument verzuimt samen te werken en wanneer de handelaar de consument voor de sluiting van de overeenkomst op duidelijke en begrijpelijke wijze van deze vereiste op de hoogte heeft gesteld, draagt de consument de bewijslast met betrekking tot de vraag of het conformiteitsgebrek bestond op het tijdstip zoals bepaald in paragraaf 2, eerste lid, of paragraaf 3, eerste lid, naargelang het geval.
   § 5. In voorkomend geval, zijn de bepalingen met betrekking tot de vrijwaring voor de verborgen gebreken van de verkochte zaak van toepassing na het verstrijken van de termijnen bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, en paragraaf 3, eerste lid.]1

  
Art.1701/8. [1 § 1er. Le professionnel répond de tout défaut de fourniture du contenu numérique ou du service numérique conformément à l'article 1701/3.
   La charge de la preuve quant à la question de savoir si le contenu numérique ou le service numérique a été fourni conformément à l'article 1701/3 incombe au professionnel.
   § 2. Lorsqu'un contrat prévoit une opération de fourniture unique ou une série d'opérations de fourniture distinctes, le professionnel répond de tout défaut de conformité au titre des articles 1701/5, 1701/6 et 1701/7 qui existe au moment de la fourniture et qui apparaît dans un délai de deux ans à compter de celle-ci, sans préjudice de l'article 1701/6, § 2, 2°.
   Dans les cas visés à l'alinéa 1er, la charge de la preuve quant à la question de savoir si le contenu numérique ou le service numérique fourni était conforme au moment de la fourniture incombe au professionnel dans le cas d'un défaut de conformité qui apparaît au cours d'une période d'un an à partir de la date de fourniture du contenu numérique ou du service numérique.
   Le délai de deux ans prévu à l'alinéa 1er est suspendu pendant le temps nécessaire à la mise en conformité du contenu numérique ou du service numérique, ou en cas de négociations entre le professionnel et le consommateur en vue d'un accord amiable.
   Les actions du consommateur se prescrivent dans un délai d'un an à compter du jour où il a constaté le défaut de conformité.
   § 3. Lorsque le contrat prévoit une fourniture continue pendant une période, le professionnel répond de tout défaut de conformité au titre des articles 1701/5, 1701/6 et 1701/7 qui survient ou apparaît au cours de la période durant laquelle le contenu numérique ou le service numérique est fourni en vertu du contrat.
   Dans les cas visés à l'alinéa 1er, la charge de la preuve quant à la question de savoir si le contenu numérique ou le service numérique était conforme au cours de la période durant laquelle le contenu numérique ou le service numérique doit être fourni en vertu du contrat incombe au professionnel dans le cas d'un défaut de conformité qui apparaît au cours de cette période.
   La période prévue à l'alinéa 1er est suspendue pendant le temps nécessaire à la mise en conformité du contenu numérique ou du service numérique, ou en cas de négociations entre le professionnel et le consommateur en vue d'un accord amiable.
   Les actions du consommateur se prescrivent dans un délai d'un an à compter du jour où il a constaté le défaut de conformité.
   § 4. Le paragraphe 2, alinéa 2, et le paragraphe 3, alinéa 2, ne s'appliquent pas lorsque le professionnel démontre que l'environnement numérique du consommateur n'est pas compatible avec les exigences techniques du contenu numérique ou du service numérique et que le professionnel a informé le consommateur de ces exigences de façon claire et compréhensible avant la conclusion du contrat.
   Le consommateur coopère avec le professionnel dans la mesure où cela est raisonnablement possible et nécessaire pour déterminer si c'est l'environnement numérique du consommateur qui est la cause du défaut de conformité du contenu numérique ou du service numérique aux moments précisés au paragraphe 2, alinéa 1er, ou au paragraphe 3, alinéa 1er, selon le cas. L'obligation de coopérer est limitée aux moyens techniquement disponibles qui sont le moins intrusifs pour le consommateur. Si le consommateur ne coopère pas et que le professionnel a informé le consommateur de cette exigence de façon claire et compréhensible avant la conclusion du contrat, c'est au consommateur qu'incombe la charge de la preuve quant à la question de savoir si le défaut de conformité existait ou non au moment précisé au paragraphe 2, alinéa 1er, ou au paragraphe 3, alinéa 1er, selon le cas.
   § 5. Le cas échéant, les dispositions relatives à la garantie des défauts cachés de la chose vendue sont applicables à l'échéance des délais prévus au paragraphe 2, alinéa 1er, et au paragraphe 3, alinéa 1er.]1

  
HOOFDSTUK V. [1 - Remedies in geval van leveringsverzuim en van conformiteitsgebrek.]1
CHAPITRE V. [1 - Recours pour défaut de fourniture et de conformité.]1
Afdeling 1. [1 - Remedies in geval van leveringsverzuim.]1
Section 1re. [1 - Recours pour défaut de fourniture.]1
Art.1701/9. [1 § 1. Wanneer de handelaar heeft verzuimd de digitale inhoud of digitale dienst overeenkomstig artikel 1701/3 te leveren, maant de consument de handelaar aan de digitale inhoud of digitale dienst alsnog te leveren. Indien de handelaar dan verzuimt de digitale inhoud of digitale dienst onverwijld of binnen een door de partijen uitdrukkelijk overeengekomen aanvullende termijn te leveren, heeft de consument het recht de overeenkomst te ontbinden.
   § 2. Paragraaf 1 is niet van toepassing en de consument heeft het recht de overeenkomst onmiddellijk te ontbinden wanneer:
   1° de handelaar heeft verklaard of uit de omstandigheden duidelijk blijkt dat de handelaar de digitale inhoud of digitale dienst niet zal leveren;
   2° de consument en de handelaar zijn overeengekomen of uit de omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst duidelijk blijkt dat een specifiek leveringstijdstip essentieel is voor de consument en de handelaar heeft verzuimd de digitale inhoud of digitale dienst ten laatste op dat tijdstip te leveren.
   § 3. Wanneer de consument de overeenkomst ontbindt op grond van paragraaf 1 of 2, zijn de artikelen 1701/12, § 3, tweede lid, 1701/13, 1701/14 en 1701/15 van toepassing.]1

  
Art.1701/9. [1 § 1er. Lorsque le professionnel n'a pas fourni le contenu numérique ou le service numérique conformément à l'article 1701/3, le consommateur enjoint au professionnel de fournir le contenu numérique ou le service numérique. Si le professionnel ne fournit pas le contenu numérique ou le service numérique sans retard injustifié, ou dans un délai supplémentaire ayant fait l'objet d'un accord exprès entre les parties, le consommateur a droit à la résolution du contrat.
   § 2. Le paragraphe 1er ne s'applique pas, et le consommateur a droit à la résolution immédiate du contrat, lorsque:
   1° le professionnel a déclaré, ou il résulte clairement des circonstances, que le professionnel ne fournira pas le contenu numérique ou le service numérique;
   2° le consommateur et le professionnel sont convenus, ou il résulte clairement des circonstances entourant la conclusion du contrat, qu'il est indispensable pour le consommateur que le contenu numérique ou le service numérique soit fourni à un moment spécifique et que le professionnel n'a pas fourni ce contenu numérique ou ce service numérique au plus tard à ce moment-là.
   § 3. Lorsque le consommateur exerce son droit à la résolution du contrat en vertu du paragraphe 1er ou 2, les articles 1701/12, § 3, alinéa 2, 1701/13, 1701/14 et 1701/15 s'appliquent.]1

  
Afdeling 2. [1 - Remedies in geval van conformiteitsgebrek.]1
SECTION II. [1 - Recours pour défaut de conformité.]1
Art.1701/10. [1 In geval van een conformiteitsgebrek heeft de consument het recht de digitale inhoud of digitale dienst conform te laten maken, een evenredige prijsvermindering te krijgen, of de overeenkomst te ontbinden volgens de in de artikelen 1701/11 en 1701/12 bepaalde voorwaarden.]1
  
Art.1701/10. [1 En cas de défaut de conformité, le consommateur a droit à la mise en conformité du contenu numérique ou du service numérique, à une réduction proportionnelle du prix, ou à la résolution du contrat aux conditions prévues aux articles 1701/11 et 1701/12.]1
  
Art.1701/11. [1 § 1. De consument heeft het recht de digitale inhoud of digitale dienst conform te laten maken, tenzij dat onmogelijk is of voor de handelaar onevenredige kosten met zich meebrengt, rekening houdend met alle omstandigheden van het geval, waaronder:
   1° de waarde die de digitale inhoud of digitale dienst zou hebben wanneer er geen conformiteitsgebrek zou zijn geweest; en
   2° de omvang van het conformiteitsgebrek.
   § 2. Binnen een redelijke termijn na het tijdstip waarop de handelaar door de consument in kennis is gesteld van het conformiteitsgebrek, maakt de handelaar de digitale inhoud of digitale dienst, kosteloos en zonder ernstige overlast voor de consument conform, overeenkomstig paragraaf 1, rekening houdend met de aard van de digitale inhoud of digitale dienst en het doel waarvoor de consument de digitale inhoud of digitale dienst nodig had.]1

  
Art.1701/11. [1 § 1er. Le consommateur est en droit d'obtenir la mise en conformité du contenu numérique ou du service numérique, sauf si cela s'avère impossible ou si cela risque d'imposer au professionnel des frais disproportionnés, compte tenu de toutes les circonstances de l'espèce, y compris:
   1° la valeur qu'aurait le contenu numérique ou le service numérique s'il n'existait pas de défaut de conformité; et
   2° l'importance du défaut de conformité.
   § 2. Dans un délai raisonnable à compter du moment où il a été informé par le consommateur du défaut de conformité, le professionnel procède à la mise en conformité du contenu numérique ou du service numérique, conformément au paragraphe 1er, sans frais et sans inconvénient majeur pour le consommateur, compte tenu de la nature du contenu numérique ou du service numérique et de la finalité recherchée par le consommateur.]1

  
Art.1701/12. [1 § 1. De consument heeft recht op een evenredige prijsvermindering overeenkomstig paragraaf 2 wanneer de digitale inhoud of digitale dienst wordt geleverd tegen betaling van een prijs, dan wel op ontbinding van de overeenkomst overeenkomstig paragraaf 3, in elk van de volgende gevallen:
   1° de remedie om de digitale inhoud of digitale dienst conform te maken, is onmogelijk of onevenredig overeenkomstig artikel 1701/11, § 1;
   2° de handelaar heeft de digitale inhoud of digitale dienst niet conform gemaakt overeenkomstig artikel 1701/11, § 2;
   3° er blijkt een conformiteitsgebrek te zijn ondanks de poging van de handelaar om de digitale inhoud of digitale dienst conform te maken;
   4° het conformiteitsgebrek is zo ernstig dat een onmiddellijke prijsvermindering of de ontbinding van de overeenkomst gerechtvaardigd is, of
   5° de handelaar heeft verklaard, of uit de omstandigheden blijkt duidelijk dat de handelaar de digitale inhoud of digitale dienst niet binnen een redelijke termijn of zonder ernstige overlast voor de consument conform zal maken.
   § 2. De prijsvermindering moet evenredig zijn aan het verschil tussen de waarde van de aan de consument geleverde digitale inhoud of digitale dienst en de waarde die de digitale inhoud of digitale dienst zou hebben gehad indien deze conform was geweest.
   Wanneer in de overeenkomst is bepaald dat de digitale inhoud of digitale dienst gedurende een periode tegen betaling van een prijs wordt geleverd, is de prijsvermindering van toepassing op dat deel van de periode waarin de digitale inhoud of digitale dienst niet conform was.
   § 3. Wanneer de digitale inhoud of digitale dienst wordt geleverd tegen betaling van een prijs, mag de consument de overeenkomst enkel ontbinden wanneer het conformiteitsgebrek niet gering is. Het is aan de handelaar om te bewijzen dat het conformiteitsgebrek gering is.
   De consument oefent het recht om de overeenkomst te ontbinden uit door middel van een verklaring aan de handelaar waarin het besluit tot ontbinding van de overeenkomst tot uitdrukking komt.]1

  
Art.1701/12. [1 § 1er. Le consommateur a droit soit à une réduction proportionnelle du prix conformément au paragraphe 2 si le contenu numérique ou le service numérique est fourni en échange du paiement d'un prix, soit à la résolution du contrat conformément au paragraphe 3, dans chacun des cas suivants:
   1° le recours consistant dans la mise en conformité du contenu numérique ou du service numérique s'avère impossible ou disproportionné conformément à l'article 1701/11, § 1er;
   2° le professionnel n'a pas mis en conformité le contenu numérique ou le service numérique conformément à l'article 1701/11, § 2;
   3° un défaut de conformité apparaît malgré la tentative du professionnel de mettre le contenu numérique ou le service numérique en conformité;
   4° le défaut de conformité est si grave qu'il justifie une réduction immédiate du prix ou la résolution immédiate du contrat; ou
   5° le professionnel a déclaré, ou il résulte clairement des circonstances, que le professionnel ne procédera pas à la mise en conformité du contenu numérique ou du service numérique dans un délai raisonnable ou sans inconvénient majeur pour le consommateur.
   § 2. La réduction du prix est proportionnelle à la différence entre la valeur du contenu numérique ou du service numérique fourni au consommateur et la valeur qu'aurait le contenu numérique ou le service numérique s'il était conforme.
   Lorsque le contrat prévoit que le contenu numérique ou le service numérique est fourni pendant une période en échange du paiement d'un prix, la réduction du prix s'applique à la période pendant laquelle le contenu numérique ou le service numérique n'était pas conforme.
   § 3. Lorsque le contenu numérique ou le service numérique a été fourni en échange du paiement d'un prix, le consommateur n'a droit à la résolution du contrat que si le défaut de conformité n'est pas mineur. La charge de la preuve quant à la question de savoir si le défaut de conformité est mineur incombe au professionnel.
   Le consommateur exerce son droit à la résolution du contrat en adressant au professionnel une déclaration qui fait état de sa décision d'exercer son droit à la résolution du contrat.]1

  
HOOFDSTUK VI. [1 - Verplichtingen van de handelaar bij ontbinding.]1
CHAPITRE VI. [1 - Obligations du professionnel en cas de résolution.]1
Art.1701/13. [1 § 1. Bij ontbinding van de overeenkomst betaalt de handelaar de consument alle uit hoofde van de overeenkomst betaalde bedragen terug.
   In gevallen waarin de overeenkomst voorziet in de levering van de digitale inhoud of de digitale dienst tegen betaling van een prijs en gedurende een periode, en de digitale inhoud of digitale dienst gedurende een periode vóór de ontbinding van de overeenkomst conform was, betaalt de handelaar aan de consument evenwel slechts het evenredige deel van de betaalde prijs terug dat overeenkomt met de periode waarin de digitale inhoud of digitale dienst niet conform was, en elk deel van de prijs dat vooraf door de consument is betaald voor de contractperiode die zou zijn overgebleven indien de overeenkomst niet zou zijn ontbonden.
   § 2. Met betrekking tot de persoonsgegevens van de consument voldoet de handelaar aan de verplichtingen uit hoofde van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG.
   § 3. De handelaar ziet af van het gebruik van andere inhoud dan persoonsgegevens die was verstrekt of gecreëerd door de consument bij het gebruik van de door de handelaar geleverde digitale inhoud of digitale dienst, behalve indien die inhoud:
   1° geen nut heeft buiten de context van de door de handelaar geleverde digitale inhoud of digitale dienst;
   2° enkel verband houdt met de activiteit van de consument bij het gebruik van de door de handelaar geleverde digitale inhoud of digitale dienst;
   3° door de handelaar met andere gegevens is samengevoegd en niet of alleen met bovenmatige inspanningen kan worden ontvlochten; of
   4° door de consument en anderen gezamenlijk is gegenereerd, en andere consumenten die inhoud kunnen blijven gebruiken.
   § 4. Behalve in de in paragraaf 3, 1° tot 3°, bedoelde situaties maakt de handelaar op verzoek van de consument alle andere inhoud dan persoonsgegevens beschikbaar die was verstrekt of gecreëerd door de consument bij het gebruik van de door de handelaar geleverde digitale inhoud of digitale dienst.
   De consument heeft het recht die digitale inhoud kosteloos, binnen een redelijke termijn, en in een gangbaar en machinaal leesbaar gegevensformaat op te vragen, zonder belemmeringen van de kant van de handelaar.
   § 5. De handelaar kan elk verder gebruik van de digitale inhoud of de digitale dienst door de consument beletten, met name door de digitale inhoud of digitale dienst ontoegankelijk te maken voor de consument of door het gebruikersaccount van de consument onbruikbaar te maken, onverminderd paragraaf 4.]1

  
Art.1701/13. [1 § 1er. En cas de résolution du contrat, le professionnel rembourse au consommateur toutes les sommes reçues au titre du contrat.
   Toutefois, lorsque le contrat prévoit la fourniture du contenu numérique ou du service numérique en échange du paiement d'un prix et pendant une période et que le contenu numérique ou le service numérique a été conforme pendant une période avant la résolution du contrat, le professionnel ne rembourse au consommateur que la portion proportionnelle du prix payé qui correspond à la période pendant laquelle le contenu numérique ou le service numérique n'était pas conforme, ainsi que toute partie du prix payée à l'avance par le consommateur pour toute période du contrat qui serait restée en l'absence de résolution du contrat.
   § 2. En ce qui concerne les données à caractère personnel du consommateur, le professionnel respecte les obligations applicables en vertu du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE.
   § 3. Le professionnel s'abstient d'utiliser tout contenu autre que les données à caractère personnel, qui a été fourni ou créé par le consommateur lors de l'utilisation du contenu numérique ou du service numérique fourni par le professionnel, sauf lorsque ce contenu:
   1° n'est d'aucune utilité en dehors du contexte du contenu numérique ou du service numérique fourni par le professionnel;
   2° n'a trait qu'à l'activité du consommateur lorsqu'il utilise le contenu numérique ou le service numérique fourni par le professionnel;
   3° a été agrégé avec d'autres données par le professionnel et ne peut être désagrégé, ou ne peut l'être que moyennant des efforts disproportionnés; ou
   4° a été généré conjointement par le consommateur et d'autres personnes et d'autres consommateurs peuvent continuer à en faire usage.
   § 4. Sauf dans les situations visées au paragraphe 3, 1° à 3°, le professionnel met à la disposition du consommateur, à la demande de ce dernier, tout contenu autre que des données à caractère personnel, qui a été fourni ou créé par le consommateur lors de l'utilisation du contenu numérique ou du service numérique fourni par le professionnel.
   Le consommateur a le droit de récupérer ce contenu numérique sans frais, sans que le professionnel y fasse obstacle, dans un délai raisonnable et dans un format couramment utilisé et lisible par machine.
   § 5. Le professionnel peut empêcher toute utilisation ultérieure du contenu numérique ou du service numérique par le consommateur, notamment en faisant en sorte que le contenu numérique ou le service numérique soit inaccessible au consommateur ou en désactivant le compte d'utilisateur du consommateur, sans préjudice du paragraphe 4.]1

  
HOOFDSTUK VII. [1 - Verbintenissen van de consument bij ontbinding.]1
CHAPITRE VII. [1 - Obligations du consommateur en cas de résolution.]1
Art.1701/14. [1 § 1. Na de ontbinding van de overeenkomst ziet de consument af van het gebruik van de digitale inhoud of digitale dienst en van de terbeschikkingstelling daarvan aan derden.
   § 2. Wanneer de digitale inhoud op een materiële gegevensdrager werd geleverd, geeft de consument deze op verzoek en op kosten van de handelaar onverwijld terug. Indien de handelaar besluit te verzoeken om teruggave van de materiële gegevensdrager, moet dit verzoek worden ingediend binnen 14 dagen vanaf de dag waarop de handelaar in kennis wordt gesteld van de beslissing van de consument om de overeenkomst te ontbinden.
   § 3. De consument hoeft niet te betalen voor het gebruik van de digitale inhoud of digitale dienst in de periode voorafgaand aan de ontbinding van de overeenkomst waarin de digitale inhoud of digitale dienst niet conform was.]1

  
Art.1701/14. [1 § 1er. Après la résolution du contrat, le consommateur s'abstient d'utiliser le contenu numérique ou le service numérique et de le rendre accessible à des tiers.
   § 2. Si le contenu numérique a été fourni sur un support matériel, le consommateur restitue le support matériel au professionnel, à la demande et aux frais du professionnel, sans retard injustifié. Si le professionnel décide de demander la restitution du support matériel, cette demande est adressée dans les quatorze jours à compter de la date à laquelle le professionnel est informé de la décision du consommateur d'exercer son droit à la résolution du contrat.
   § 3. Le consommateur n'est pas tenu de payer pour l'utilisation qu'il a faite du contenu numérique ou du service numérique pendant la période, antérieure à la résolution du contrat, au cours de laquelle le contenu numérique ou le service numérique n'était pas conforme.]1

  
HOOFDSTUK VIII. [1 - Termijnen en middelen voor terugbetaling door de handelaar.]1
CHAPITRE VIII. [1 - Délais et modalités de remboursement par le professionnel.]1
Art.1701/15. [1 § 1. Alle terugbetalingen die de handelaar aan de consument verschuldigd is op grond van artikel 1701/12, § 1, § 2 en § 3, eerste lid, of artikel 1701/13, § 1, als gevolg van een prijsvermindering of de ontbinding van de overeenkomst, worden onverwijld verricht, en in elk geval binnen 14 dagen vanaf de datum waarop de handelaar in kennis wordt gesteld van de beslissing van de consument om zich te beroepen op zijn recht op prijsvermindering dan wel op ontbinding van de overeenkomst.
   § 2. De handelaar gebruikt voor de terugbetaling hetzelfde betaalmiddel als waarmee de consument voor de digitale inhoud of digitale dienst heeft betaald, tenzij de consument uitdrukkelijk met het gebruik van een ander betaalmiddel instemt en op voorwaarde dat de consument als gevolg van deze terugbetaling geen extra kosten hoeft te maken.
   § 3. De handelaar brengt de consument generlei vergoeding in rekening in verband met die terugbetaling.]1

  
Art.1701/15. [1 § 1er. Tout remboursement dont le professionnel est redevable au consommateur en vertu de l'article 1701/12, § 1er, § 2 et § 3, alinéa 1er, ou de l'article 1701/13, § 1er, du fait d'une réduction du prix ou d'une résolution du contrat est effectué sans retard injustifié et, en tout état de cause, dans un délai de quatorze jours à compter du jour auquel le professionnel est informé de la décision du consommateur de faire valoir son droit à une réduction du prix ou à la résolution du contrat.
   § 2. Le professionnel effectue le remboursement en recourant au même moyen de paiement que celui utilisé par le consommateur pour payer le contenu numérique ou le service numérique, sauf accord exprès contraire du consommateur et pour autant que le remboursement n'occasionne pas de frais pour le consommateur.
   § 3. Le professionnel n'impose aucun frais au consommateur pour le remboursement.]1

  
HOOFDSTUK IX. [1 - Recht op verhaal.]1
CHAPITRE IX. [1 - Action récursoire.]1
Art.1701/16. [1 Wanneer de handelaar jegens de consument aansprakelijk is wegens verzuim om de digitale inhoud of digitale dienst te leveren of wegens een conformiteitsgebrek dat voortvloeit uit een handelen of nalaten van een persoon in een eerdere schakel van de overeenkomstenketen, kan de handelaar verhaal nemen op de in de overeenkomstenketen aansprakelijke persoon of personen op grond van hun contractuele aansprakelijkheid zonder dat een contractueel beding dat tot gevolg heeft die aansprakelijkheid te beperken of uit te sluiten, hem mag tegengeworpen worden.]1
  
Art.1701/16. [1 Lorsque la responsabilité du professionnel est engagée à l'égard du consommateur du fait d'un défaut de fourniture du contenu numérique ou du service numérique ou d'un défaut de conformité résultant d'un acte ou d'une omission imputable à une personne située en amont dans la chaîne de contrats, le professionnel a le droit d'exercer un recours fondé sur la responsabilité contractuelle contre la ou les personnes responsables intervenant dans la chaîne de contrats sans que puisse lui être opposé une clause contractuelle ayant pour effet de limiter ou d'écarter cette responsabilité.]1
  
HOOFDSTUK X. [1 - Wijziging van de digitale inhoud of digitale dienst.]1
CHAPITRE X. [1 - Modification du contenu numérique ou du service numérique.]1
Art.1701/17. [1 § 1. Wanneer in de overeenkomst is bepaald dat de digitale inhoud of digitale dienst moet worden geleverd of beschikbaar moet worden gesteld aan de consument gedurende een periode, kan de handelaar de digitale inhoud of digitale dienst slechts onderwerpen aan wijzigingen die verder gaan dan wat nodig is om de conformiteit van de digitale inhoud of digitale dienst overeenkomstig de artikelen 1701/5 en 1701/6 te handhaven, als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
   1° de overeenkomst staat dergelijke wijzigingen toe en geeft er een gegronde reden voor;
   2° dergelijke wijzigingen worden aangebracht zonder extra kosten voor de consument;
   3° de consument is op duidelijke en begrijpelijke wijze van de wijziging in kennis gesteld; en
   4° de consument wordt in de in paragraaf 2 bedoelde gevallen binnen een redelijke termijn van tevoren op een duurzame gegevensdrager in kennis gesteld van de kenmerken en het tijdstip van de wijziging, en van zijn recht om de overeenkomst te ontbinden overeenkomstig paragraaf 2 of van de mogelijkheid waarover hij beschikt om de digitale inhoud of digitale dienst zonder wijziging te behouden overeenkomstig paragraaf 4.
   § 2. De consument heeft het recht de overeenkomst te ontbinden indien de wijziging negatieve gevolgen heeft voor de toegang van de consument tot of het gebruik door de consument van de digitale inhoud of digitale dienst, tenzij die negatieve gevolgen slechts gering zijn. In dat geval heeft de consument het recht de overeenkomst kosteloos en binnen dertig dagen na ontvangst van de informatie, of vanaf het tijdstip waarop de digitale inhoud of digitale dienst door de handelaar is gewijzigd, indien dat later is, te ontbinden.
   § 3. Indien de consument de overeenkomst ontbindt overeenkomstig paragraaf 2, zijn de artikelen 1701/12, § 3, tweede lid, 1701/13, 1701/14 et 1701/15 van overeenkomstige toepassing.
   § 4. De paragrafen 2 en 3 zijn niet van toepassing indien de handelaar de consument de mogelijkheid heeft geboden om zonder extra kosten de digitale inhoud of digitale dienst zonder de wijziging te behouden, en de digitale inhoud of digitale dienst conform blijft.
   § 5. Dit artikel is niet van toepassing wanneer een bundel elementen van een internettoegangsdienst omvat of een nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiedienst.]1

  
Art.1701/17. [1 § 1er. Lorsque le contrat prévoit que le contenu numérique ou le service numérique est fourni ou est rendu accessible au consommateur pendant une période, le professionnel ne peut modifier le contenu numérique ou le service numérique au-delà de ce qui est nécessaire pour maintenir la conformité du contenu numérique ou du service numérique conformément aux articles 1701/5 et 1701/6 que si les conditions suivantes sont remplies:
   1° le contrat autorise une telle modification et en fournit une raison valable;
   2° une telle modification est effectuée sans coût supplémentaire pour le consommateur;
   3° le consommateur est informé de la modification de façon claire et compréhensible; et
   4° dans les cas visés au paragraphe 2, le consommateur est informé, raisonnablement à l'avance et sur un support durable, des caractéristiques et du calendrier de la modification ainsi que de son droit à la résolution du contrat conformément au paragraphe 2, ou de la possibilité dont il dispose de conserver le contenu numérique ou le service numérique sans cette modification, conformément au paragraphe 4.
   § 2. Le consommateur a droit à la résolution du contrat si la modification a une incidence négative sur l'accès du consommateur au contenu numérique ou au service numérique ou sur l'utilisation par le consommateur du contenu numérique ou du service numérique, sauf si cette incidence négative n'a qu'un caractère mineur. Dans ce cas, le consommateur a droit à la résolution du contrat sans frais dans un délai de trente jours à compter de la date de réception de l'information ou à compter du moment où le contenu numérique ou le service numérique a été modifié par le professionnel, la date la plus éloignée étant retenue.
   § 3. Lorsque le consommateur exerce son droit à la résolution du contrat conformément au paragraphe 2, les articles 1701/12, § 3, alinéa 2, 1701/13, 1701/14 et 1701/15 s'appliquent en conséquence.
   § 4. Les paragraphes 2 et 3 ne s'appliquent pas si le professionnel a permis au consommateur de conserver, sans coût supplémentaire, le contenu numérique ou le service numérique sans la modification et si le contenu numérique ou le service numérique demeure conforme.
   § 5. Le présent article ne s'applique pas lorsqu'une offre groupée comprend des éléments d'un service d'accès à l'internet ou un service de communications interpersonnelles fondé sur la numérotation.]1

  
HOOFDSTUK XI. [1 - Dwingend karakter.]1
CHAPITRE XI. [1 - Caractère impératif.]1
Art.1701/18. [1 Tenzij in deze titel anders is bepaald, zijn nietig, alle bedingen van een overeenkomst die, ten nadele van de consument, de toepassing uitsluiten van de bepalingen van deze titel of van deze bepalingen afwijken of de gevolgen ervan wijzigen voordat het leveringsverzuim of het conformiteitsgebrek door de consument ter kennis van de handelaar is gebracht of voordat de wijziging van de digitale inhoud of digitale dienst overeenkomstig artikel 1701/17 door de handelaar ter kennis van de consument is gebracht. De handelaar en de consument kunnen evenwel contractuele bedingen overeenkomen die verder gaan dan de wettelijke bescherming.
   Een beding dat de wet van een Staat die geen lid is van de Europese Unie op een overeenkomst beheerst door deze titel toepasselijk verklaart, is nietig wat betreft de in deze titel geregelde aangelegenheden, wanneer bij gebreke van dat beding de wet van een lidstaat van de Europese Unie toepasselijk zou zijn en die wet de consument in genoemde aangelegenheden een hogere bescherming verleent.]1

  
Art.1701/18. [1 Sauf disposition contraire prévue dans le présent titre, sont nulles toutes clauses contractuelles qui, au détriment du consommateur, excluent l'application des mesures prévues au présent titre, dérogent à celles-ci ou en modifient leurs effets avant que le défaut de fourniture ou le défaut de conformité ne soit porté à l'attention du professionnel par le consommateur ou avant que la modification du contenu numérique ou du service numérique conformément à l'article 1701/17 ne soit portée à l'attention du consommateur par le professionnel. Le professionnel et le consommateur peuvent toutefois convenir de modalités contractuelles allant au-delà de la protection légale.
   Toute stipulation déclarant applicable à un contrat régi par le présent titre la loi d'un Etat tiers à l'Union européenne est nulle en ce qui concerne les matières régies par le présent titre lorsque, en l'absence de cette stipulation, la loi d'un Etat membre de l'Union européenne serait applicable et que cette loi procure une protection plus élevée au consommateur dans lesdites matières.]1

  
HOOFDSTUK XII. [1 - Sancties.]1
CHAPITRE XII. [1 - Sanctions.]1
Art.1701/19. [1 De inbreuken op de bepalingen van deze titel en van de uitvoeringsbesluiten ervan worden opgespoord, vastgesteld en bestraft overeenkomstig boek XV van het Wetboek van economisch recht.]1
  
Art.1701/19. [1 Les infractions aux dispositions du présent titre et de ses arrêtés d'exécution sont recherchées, constatées et sanctionnées conformément au livre XV du Code de droit économique.]1
  
TITEL VII. - RUIL.
TITRE VII. - DE L'ECHANGE.
Art. 1702. Ruil is een contract waarbij de partijen aan elkaar een zaak in de plaats van een andere zaak geven.
Art. 1702. L'échange est un contrat par lequel les parties se donnent respectivement une chose pour une autre.
Art. 1703. Ruil komt tot stand door de enkele toestemming van de partijen, op dezelfde wijze als koop.
Art. 1703. L'échange s'opère par le seul consentement, de la même manière que la vente.
Art. 1704. Indien een van de ruilers de zaak die hem in ruil gegeven wordt, reeds heeft ontvangen, en nadien bewijst dat de andere contractant geen eigenaar is van die zaak, kan hij niet genoodzaakt worden tot levering van de zaak die hij beloofd heeft daarvoor te zullen ruilen, maar alleen tot teruggave van die welke hij ontvangen heeft.
Art. 1704. Si l'un des copermutants a déjà reçu la chose à lui donnée en échange, et qu'il prouve ensuite que l'autre contractant n'est pas propriétaire de cette chose, il ne peut pas être forcé à livrer celle qu'il a promise en contre-échange, mais seulement à rendre celle qu'il a reçue.
Art. 1705. _ De ruiler die de zaak welke hij in ruil ontvangen heeft, door uitwinning verliest, heeft de keus om ofwel schadevergoeding, ofwel de teruggave van zijn zaak te vorderen.
Art. 1705. Le copermutant qui est évincé de la chose qu'il a reçue en échange, a le choix de conclure à des dommages et intérêts, ou de répéter sa chose.
Art. 1706. Vernietiging uit hoofde van benadeling vindt geen toepassing op het ruilcontract.
Art. 1706. La rescision pour cause de lésion n'a pas lieu dans le contrat d'échange.
Art. 1707. De overige regels die omtrent het koopcontract zijn voorgeschreven, zijn mede van toepassing op het ruilcontract.
Art. 1707. Toutes les autres règles prescrites pour le contrat de vente s'appliquent d'ailleurs à l'échange.
TITEL VIII. - HUUR.
TITRE VIII. - DU CONTRAT DE LOUAGE.
HOOFDSTUK I. - ALGEMENE BEPALINGEN.
CHAPITRE I. - DISPOSITIONS GENERALES.
Art. 1708. Er zijn twee soorten van huur :
  De huur van goederen,
  En de huur van werk.
Art. 1708. Il y a deux sortes de contrats de louage :
  Celui des choses,
  Et celui d'ouvrage.
Art. 1709. Huur van goederen is een contract waarbij de ene partij zich verbindt om de andere het genot van een zaak te doen hebben gedurende een zekere tijd, en tegen een bepaalde prijs, die de laatstgenoemde zich verbindt te betalen.
Art. 1709. Le louage des choses est un contrat par lequel l'une des parties s'oblige à faire jouir l'autre d'une chose pendant un certain temps, et moyennant un certain prix que celle-ci s'oblige de lui payer.
Art. 1710. Huur van werk is een contract waarbij de ene partij zich verbindt om iets voor de andere te verrichten, tegen betaling van een tussen hen bedongen prijs.
Art. 1710. Le louage d'ouvrage est un contrat par lequel l'une des parties s'engage à faire quelque chose pour l'autre, moyennant un prix convenu entre elles.
Art. 1711. Die twee soorten van huur worden nog verder onderverdeeld :
  Onder huishuur wordt verstaan de huur van huizen en die van meubelen;
  Onder pacht, de huur van landeigendommen;
  Onder huur van werk, de huur van arbeid of van diensten;
  Onder veepacht, de huur van dieren, waarbij de winst verdeeld wordt tussen de eigenaar en degene aan wie hij de dieren toevertrouwt.
  Een bestek, een aanneming of vast akkoord betreffende het uitvoeren van een werk tegen betaling van een bepaalde prijs, is ook huur, wanneer de grondstof geleverd wordt door hem voor wie het werk wordt uitgevoerd.
  Voor de laatste drie soorten gelden bijzondere regels.
Art. 1711. Ces deux genres de louage se subdivisent encore en plusieurs espèces particulières :
  On appelle bail à loyer, le louage des maisons et celui des meubles;
  Bail à ferme, celui des héritages ruraux;
  Loyer, le louage du travail ou du service;
  Bail à cheptel, celui des animaux dont le profit se partage entre le propriétaire et celui à qui il les confie.
  Les devis, marché ou prix fait, pour l'entreprise d'un ouvrage moyennant un prix déterminé, sont aussi un louage, lorsque la matière est fournie par celui pour qui l'ouvrage se fait.
  Ces trois dernières espèces ont des règles particulières.
Art. 1712. De verhuring van de goederen van de Staat, van de gemeenten en van de openbare instellingen is aan bijzondere reglementen onderworpen.
Art. 1712. Les baux des biens nationaux, des biens des communes et des établissements publics, sont soumis à des règlements particuliers.
HOOFDSTUK II. - HUUR VAN GOEDEREN.
CHAPITRE II. - DU LOUAGE DES CHOSES.
Art. 1713. Men kan alle soorten van goederen, zo roerende als onroerende, verhuren.
Art. 1713. On peut louer toutes sortes de biens meubles ou immeubles.
AFDELING I. - (ALGEMENE BEPALINGEN BETREFFENDE DE HUUR VAN ONROERENDE GOEDEREN).
SECTION I. - [DISPOSITIONS GENERALES RELATIVES AUX BAUX DES BIENS IMMEUBLES]. .
Art. 1714. [...] (Behalve tegenstrijdige wettelijke bepalingen) men kan huren bij geschrift of mondeling. <W 1991-02-20/33, art. 13, § 3, Inwerkingtreding : 20-02-1991> <W 2007-04-25/38, art. 97, 010; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  [1 Elke schriftelijke huurovereenkomst moet, afgezien van alle andere modaliteiten, het volgende inhouden :
   1° voor de natuurlijke personen, hun naam, hun eerste twee voornamen, hun woonplaats en hun datum en plaats van geboorte;
   2° voor de rechtspersonen, hun maatschappelijke naam en, in voorkomend geval, hun ondernemingsnummer bedoeld in artikel 5 van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen; bij gebrek aan toekenning van het voormelde identificatienummer, wordt dit vervangen door hun maatschappelijke zetel.
   Indien aan een partij bij een dergelijke akte nog geen ondernemingsnummer is toegekend, bevestigt die partij dit in de akte of in een ondertekende aanvullende verklaring onderaan de akte.
   De partij die zijn verplichting tot identificatie met het in het tweede lid beoogde nummer niet nakomt, draagt alle gevolgen van het gebrek aan registratie van de huurovereenkomst.]1

  
Art. 1714. [...] [Sauf dispositions légales contraires] on peut louer ou par écrit, ou verbalement. <L 1991-02-20/33, art 13, § 3, En vigueur : 28-02-1991> <L 2007-04-25/38, art. 97, 010, En vigueur : 18-05-2007>
  [1 Tout bail écrit contient, indépendamment de toutes autres modalités :
   1° pour les personnes physiques, leurs nom, deux premiers prénoms, leurs domicile et date et lieu de naissance;
   2° pour les personnes morales, leur dénomination sociale et, le cas échéant, leur numéro d'entreprise visé à l'article 5 de la loi du 16 janvier 2003 portant création d'une Banque-Carrefour des Entreprises, modernisation du registre de commerce, création de guichets-entreprises agréés et portant diverses dispositions; à défaut de s'être vu attribuer le numéro d'identification précité, ceci est remplacé par leur siège social.
   Lorsqu'une partie à un tel acte ne s'est pas encore vu attribuer de numéro d'entreprise, elle le certifie dans l'acte ou dans une déclaration complétive signée au pied de l'acte.
   La partie qui manque à son obligation d'identification par le numéro visé à l'alinéa 2, supporte toutes les conséquences de l'absence d'enregistrement du bail.]1

  
Art. 1714bis. <INGEVOEGD bij W 2007-04-25/38, art. 98, Inwerkingtreding : 18-05-2007> Artikel 1bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, is van toepassing op de kamer bedoeld voor de huisvesting van één of meerdere studenten.
Art. 1714bis. L'article 1erbis du livre III, titre VIII, chapitre II, section 2, est applicable à la chambre destinée au logement d'un ou plusieurs étudiants.
Art.1714bis_VLAAMS_GEWEST. [1 ...]1
  
Art.1714bis_REGION_FLAMANDE. [1 ...]1
  
Art. 1714bis_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.    [NOTA : in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest niet langer van toepassing op de huurovereenkomsten onderworpen aan de titel XI van de Code. <ORD 2017-07-27/15, art. 16, 020; Inwerkingtreding : 01-01-2018>]
   <INGEVOEGD bij W 2007-04-25/38, art. 98, Inwerkingtreding : 18-05-2007> Artikel 1bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, is van toepassing op de kamer bedoeld voor de huisvesting van één of meerdere studenten.
Art. 1714bis _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
   [NOTE: cesse d'être applicables en Région de Bruxelles-Capitale aux baux régis par le titre XI du Code. <ORD 2017-07-27/15, art. 16, § 3, 020; En vigueur : 01-01-2018>]
   L'article 1erbis du livre III, titre VIII, chapitre II, section 2, est applicable à la chambre destinée au logement d'un ou plusieurs étudiants.
Art. 1715. [...] Indien een huur die zonder geschrift is aangegaan, nog op generlei wijze is ten uitvoer gebracht, en een van de partijen die ontkent, kan het bewijs door getuigen niet worden toegelaten, hoe gering de huurprijs ook is, en hoewel men aanvoert dat er handgeld is gegeven. <W 1991-02-20/33, art. 13, § 3, Inwerkingtreding : 20-02-1991>
  Alleen de eed kan worden opgedragen aan hem die de huur ontkent.
Art. 1715. [...] Si le bail fait sans écrit n'a encore reçu aucune exécution, et que l'une des parties le nie, la preuve ne peut être reçue par témoins, quelque modique qu'en soit le prix, et quoiqu'on allègue qu'il y a eu des arrhes données. <L 1991-02-20/33, art 13, § 3, En vigueur : 28-02-1991>
  Le serment peut seulement être déféré à celui qui nie le bail.
Art. 1716. <HERSTELD bij W 2007-04-25/38, art. 99, Inwerkingtreding : 18-05-2007> Elke verhuring van een goed dat bestemd is voor bewoning in de ruime betekenis houdt in dat in elke officiële of publieke mededeling onder meer het bedrag van de gevraagde huurprijs en van de gemeenschappelijke lasten wordt vermeld.
  Elk niet naleven van deze verplichting door de verhuurder of diens gevolmachtigde zal de betaling kunnen rechtvaardigen van een administratieve boete die vastgelegd is tussen 50 euro en 200 euro.
  De gemeenten, in de hoedanigheid van gedecentraliseerde overheden, kunnen de inbreuken op de verplichtingen van dit artikel vaststellen, vervolgen en bestraffen. De bevoegde gemeente is die waar het goed zich bevindt. Deze inbreuken worden vastgesteld, vervolgd en bestraft overeenkomstig de vormvereisten, termijnen en procedures bepaald in artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet, met uitzondering van § 5.
Art. 1716. Toute mise en location d'un bien affecté à l'habitation au sens large implique, dans toute communication publique ou officielle, que figure notamment le montant du loyer demandé et des charges communes.
  Tout non-respect par le bailleur ou son mandataire de la présente obligation pourra justifier le paiement d'une amende administrative fixée entre 50 euros et 200 euros.
  Les communes, en tant qu'autorités décentralisées, peuvent constater, poursuivre et sanctionner les manquements aux obligations du présent article. La commune compétente est celle où le bien est situé. Ces manquements sont constatés, poursuivis et sanctionnés selon les formes, délais et procédures visés à l'article 119bis de la nouvelle loi communale, à l'exception du § 5.
Art.1716_VLAAMS_GEWEST. [1 ...]1
  
Art.1716_REGION_FLAMANDE. [1 ...]1
  
Art. 1716_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.    [NOTA : in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest niet langer van toepassing op de huurovereenkomsten onderworpen aan de titel XI van de Code. <ORD 2017-07-27/15, art. 16, 020; Inwerkingtreding : 01-01-2018>]
   <HERSTELD bij W 2007-04-25/38, art. 99, Inwerkingtreding : 18-05-2007> Elke verhuring van een goed dat bestemd is voor bewoning in de ruime betekenis houdt in dat in elke officiële of publieke mededeling onder meer het bedrag van de gevraagde huurprijs en van de gemeenschappelijke lasten wordt vermeld.
  Elk niet naleven van deze verplichting door de verhuurder of diens gevolmachtigde zal de betaling kunnen rechtvaardigen van een administratieve boete die vastgelegd is tussen 50 euro en 200 euro.
  De gemeenten, in de hoedanigheid van gedecentraliseerde overheden, kunnen de inbreuken op de verplichtingen van dit artikel vaststellen, vervolgen en bestraffen. De bevoegde gemeente is die waar het goed zich bevindt. Deze inbreuken worden vastgesteld, vervolgd en bestraft overeenkomstig de vormvereisten, termijnen en procedures bepaald in artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet, met uitzondering van § 5.
Art. 1716 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
   [NOTE: cesse d'être applicables en Région de Bruxelles-Capitale aux baux régis par le titre XI du Code. <ORD 2017-07-27/15, art. 16, § 3, 020; En vigueur : 01-01-2018>]
   Toute mise en location d'un bien affecté à l'habitation au sens large implique, dans toute communication publique ou officielle, que figure notamment le montant du loyer demandé et des charges communes.
  Tout non-respect par le bailleur ou son mandataire de la présente obligation pourra justifier le paiement d'une amende administrative fixée entre 50 euros et 200 euros.
  Les communes, en tant qu'autorités décentralisées, peuvent constater, poursuivre et sanctionner les manquements aux obligations du présent article. La commune compétente est celle où le bien est situé. Ces manquements sont constatés, poursuivis et sanctionnés selon les formes, délais et procédures visés à l'article 119bis de la nouvelle loi communale, à l'exception du § 5.
Art. 1716bis. (Opgeheven) <W 04-11-1969, art. 2>
Art. 1716bis. [Abrogé]<L 04-11-1969, art. 2>.
Art. 1717. (De huurder mag onderverhuren en zelfs zijn huur aan anderen overdragen, indien dit recht hem niet is ontzegd.
  (Onverminderd artikel 11bis van de afdeling IIbis van dit hoofdstuk, kan de huurder die het gehuurde goed niet tot zijn hoofdverblijfplaats bestemt, het goed niet geheel of gedeeltelijk onderverhuren opdat het voor de onderhuurder als hoofdverblijfplaats kan dienen.
  Indien de huurder echter een gemeente is, een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, een vereniging zonder winstoogmerk of een instelling van openbaar nut onderworpen aan de wet van 27 juni 1921 waarbij aan de verenigingen zonder winstgevend doel en aan de instellingen van openbaar nut rechtspersoonlijkheid wordt verleend, ofwel een vennootschap met een sociaal oogmerk, kan hij het goed aan een of meer natuurlijke personen geheel onderverhuren, op voorwaarde dar deze personen minder gegoed zijn of zich in een behartenswaardige sociale situatie bevinden en dat zij het goed uitsluitend tot hun hoofdverblijfplaats bestemmen, en voor zover de verhuurder ingestemd heeft met de mogelijkheid om het goed te dien einde onder te verhuren.) <W 1997-04-13/43, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 31-05-1997; zie evenwel W 1997-04-13/43, art. 15>
  (De huurder) kan zijn huurovereenkomst evenmin overdragen indien het gehuurde goed moet dienen tot hoofdverblijfplaats voor de overnemer.) <W 20-02-1991, art. 4> <W 1997-04-13/43, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 31-05-1997>
  Het kan hem worden ontzegd voor het geheel of voor een gedeelte.
  Zodanig beding is altijd van strenge toepassing.
  (Leden 4 en 5 opgeheven) <W 04-11-1969, art. 2>
Art. 1717. [Le preneur a le droit de sous-louer et même de céder son bail à un autre, si cette faculté ne lui a pas été interdite.
  [Sans préjudice de l'article 11bis de la Section IIbis du présent chapitre, le preneur qui n'affecte pas le bien loué à sa résidence principale ne peut sous-louer le bien en totalité ou en partie pour servir de résidence principale au sous-locataire.
  Toutefois, lorsque le preneur est une commune, un centre public d'aide sociale, une association sans but lucratif ou un établissement d'utilité publique soumis à la loi du 27 juin 1921 accordant la personnalité civile aux associations sans but lucratif et aux établissements d'utilité publique, ou une Société à finalité sociale, il peut sous-louer le bien, dans sa totalité, à une au plusieurs personnes physiques, à condition que celles-ci soient des personnes démunies ou se trouvant dans une situation sociale difficile et qu'elles affectent exclusivement le bien à leur résidence principale, et pour autant que le bailleur ait donné son accord sur la possibilité de sous-louer le bien à cette fin.] <L 1997-04-13/43, art. 2, 004; En vigueur : 31-05-1997; précisions art. 15 de la L 1997-04-13/43>
  [Le preneur] ne peut non plus céder son bail si le bien loué doit servir de résidence principale au cessionnaire.]<L 20-02-1991,art. 4> <L 1997-04-13/43, art. 2, 004; En vigueur : 31-05-1997; précisions art. 15 de la L 1997-04-13/43>
  Elle peut être interdite pour le tout ou partie.
  Cette clause est toujours de rigueur.
  [Alinéas 4 et 5 abrogés]<L 04-11-1969, art. 2>.
Art. 1717_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.    [NOTA : in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest niet langer van toepassing op de huurovereenkomsten onderworpen aan de titel XI van de Code. <ORD 2017-07-27/15, art. 16, 020; Inwerkingtreding : 01-01-2018>]
   (De huurder mag onderverhuren en zelfs zijn huur aan anderen overdragen, indien dit recht hem niet is ontzegd.
  (Onverminderd artikel 11bis van de afdeling IIbis van dit hoofdstuk, kan de huurder die het gehuurde goed niet tot zijn hoofdverblijfplaats bestemt, het goed niet geheel of gedeeltelijk onderverhuren opdat het voor de onderhuurder als hoofdverblijfplaats kan dienen.
  Indien de huurder echter een gemeente is, een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, een vereniging zonder winstoogmerk of een instelling van openbaar nut onderworpen aan de wet van 27 juni 1921 waarbij aan de verenigingen zonder winstgevend doel en aan de instellingen van openbaar nut rechtspersoonlijkheid wordt verleend, ofwel een vennootschap met een sociaal oogmerk, kan hij het goed aan een of meer natuurlijke personen geheel onderverhuren, op voorwaarde dar deze personen minder gegoed zijn of zich in een behartenswaardige sociale situatie bevinden en dat zij het goed uitsluitend tot hun hoofdverblijfplaats bestemmen, en voor zover de verhuurder ingestemd heeft met de mogelijkheid om het goed te dien einde onder te verhuren.) <W 1997-04-13/43, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 31-05-1997; zie evenwel W 1997-04-13/43, art. 15>
  (De huurder) kan zijn huurovereenkomst evenmin overdragen indien het gehuurde goed moet dienen tot hoofdverblijfplaats voor de overnemer.) <W 20-02-1991, art. 4> <W 1997-04-13/43, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 31-05-1997>
  Het kan hem worden ontzegd voor het geheel of voor een gedeelte.
  Zodanig beding is altijd van strenge toepassing.
  (Leden 4 en 5 opgeheven) <W 04-11-1969, art. 2>
Art. 1717 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
   [NOTE: cesse d'être applicables en Région de Bruxelles-Capitale aux baux régis par le titre XI du Code. <ORD 2017-07-27/15, art. 16, § 3, 020; En vigueur : 01-01-2018>]
   [Le preneur a le droit de sous-louer et même de céder son bail à un autre, si cette faculté ne lui a pas été interdite.
  [Sans préjudice de l'article 11bis de la Section IIbis du présent chapitre, le preneur qui n'affecte pas le bien loué à sa résidence principale ne peut sous-louer le bien en totalité ou en partie pour servir de résidence principale au sous-locataire.
  Toutefois, lorsque le preneur est une commune, un centre public d'aide sociale, une association sans but lucratif ou un établissement d'utilité publique soumis à la loi du 27 juin 1921 accordant la personnalité civile aux associations sans but lucratif et aux établissements d'utilité publique, ou une Société à finalité sociale, il peut sous-louer le bien, dans sa totalité, à une au plusieurs personnes physiques, à condition que celles-ci soient des personnes démunies ou se trouvant dans une situation sociale difficile et qu'elles affectent exclusivement le bien à leur résidence principale, et pour autant que le bailleur ait donné son accord sur la possibilité de sous-louer le bien à cette fin.] <L 1997-04-13/43, art. 2, 004; En vigueur : 31-05-1997; précisions art. 15 de la L 1997-04-13/43>
  [Le preneur] ne peut non plus céder son bail si le bien loué doit servir de résidence principale au cessionnaire.]<L 20-02-1991,art. 4> <L 1997-04-13/43, art. 2, 004; En vigueur : 31-05-1997; précisions art. 15 de la L 1997-04-13/43>
  Elle peut être interdite pour le tout ou partie.
  Cette clause est toujours de rigueur.
  [Alinéas 4 et 5 abrogés]<L 04-11-1969, art. 2>.
Art. 1718. <W 14-07-1976, art. IV, 14> Artikel 595, betreffende de verhuring door de vruchtgebruiker, is mede van toepassing op de verhuring van de goederen van minderjarigen.
Art. 1718. <L 14-07-1976, art. IV>. L'article 595, relatif aux baux consentis par l'usufruitier, est applicable aux baux des biens des mineurs.
Art. 1719. De verhuurder is, uit de aard van het contract, en zonder dat daartoe enig bijzonder beding nodig is, verplicht :
  1° Het verhuurde goed aan de huurder te leveren;
  2° Dat goed in zodanige staat te onderhouden dat het kan dienen tot het gebruik waartoe het verhuurd is;
  3° De huurder het rustig genot daarvan te doen hebben zolang de huur duurt.
Art. 1719. Le bailleur est obligé, par la nature du contrat, et sans qu'il soit besoin d'aucune stipulation particulière :
  1° De délivrer au preneur la chose louée;
  2° D'entretenir cette chose en état de servir à l'usage pour lequel elle a été louée;
  3° D'en faire jouir paisiblement le preneur pendant la durée du bail.
Art. 1720. De verhuurder is verplicht het goed in alle opzichten in goede staat van onderhoud te leveren.
  Hij moet daaraan gedurende de huurtijd alle herstellingen doen, die nodig mochten worden, behalve de herstellingen ten laste van de huurder.
Art. 1720. Le bailleur est tenu de délivrer la chose en bon état de réparations de toute espèce.
  Il doit y faire, pendant la durée du bail, toutes les réparations qui peuvent devenir nécessaires, autres que les locatives.
Art. 1720_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.    [NOTA : in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest niet langer van toepassing op de huurovereenkomsten onderworpen aan de titel XI van de Code. <ORD 2017-07-27/15, art. 16, 020; Inwerkingtreding : 01-01-2018>]
   De verhuurder is verplicht het goed in alle opzichten in goede staat van onderhoud te leveren.
  Hij moet daaraan gedurende de huurtijd alle herstellingen doen, die nodig mochten worden, behalve de herstellingen ten laste van de huurder.
Art. 1720 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
   [NOTE: cesse d'être applicables en Région de Bruxelles-Capitale aux baux régis par le titre XI du Code. <ORD 2017-07-27/15, art. 16, § 3, 020; En vigueur : 01-01-2018>]
   Le bailleur est tenu de délivrer la chose en bon état de réparations de toute espèce.
  Il doit y faire, pendant la durée du bail, toutes les réparations qui peuvent devenir nécessaires, autres que les locatives.
Art. 1721. Vrijwaring is verschuldigd aan de huurder voor alle gebreken van het verhuurde goed, die het gebruik daarvan verhinderen, ook al mocht de verhuurder die bij het aangaan van de huur niet hebben gekend.
  Indien door die gebreken enig verlies voor de huurder ontstaat, is de verhuurder verplicht hem daarvoor schadeloos te stellen.
Art. 1721. Il est dû garantie au preneur pour tous les vices ou défauts de la chose louée qui en empêchent l'usage, quand même le bailleur ne les aurait pas connus lors du bail.
  S'il résulte de ces vices ou défauts quelque perte pour le preneur, le bailleur est tenu de l'indemniser.
Art. 1722. Indien het verhuurde goed gedurende de huurtijd door toeval geheel is teniet gegaan, is de huur van rechtswege ontbonden; indien het goed slechts ten dele is teniet gegaan, kan de huurder, naar gelang van de omstandigheden, ofwel vermindering van de prijs, ofwel zelfs ontbinding van de huur vorderen. In geen van beide gevallen is schadeloosstelling verschuldigd.
Art. 1722. Si, pendant la durée du bail, la chose louée est détruite en totalité par cas fortuit, le bail est résilié de plein droit; si elle n'est détruite qu'en partie, le preneur peut, suivant les circonstances, demander ou une diminution du prix, ou la résiliation même du bail. Dans l'un et l'autre cas, il n'y a lieu à aucun dédommagement.
Art. 1723. De verhuurder mag gedurende de huurtijd de gedaante van het verhuurde goed niet veranderen.
Art. 1723. Le bailleur ne peut, pendant la durée du bail, changer la forme de la chose louée.
Art. 1724. Indien het verhuurde goed gedurende de huurtijd dringende herstellingen nodig heeft, die niet tot na het eindigen van de huur kunnen worden uitgesteld, moet de huurder die gedogen, welke ongemakken hem daardoor ook mochten worden veroorzaakt, en al zou hij gedurende de herstellingen het genot van een gedeelte van het verhuurde goed moeten derven.
  Indien echter die herstellingen langer dan veertig dagen duren, wordt de huurprijs verminderd naar evenredigheid van de tijd en van het gedeelte van het verhuurde goed waarvan hij het genot heeft moeten derven.
  Indien de herstellingen van dien aard zijn dat hetgeen noodzakelijk is voor de huisvesting van de huurder en van zijn gezin, daardoor onbewoonbaar wordt, kan hij de huur doen ontbinden.
Art. 1724. Si, durant le bail, la chose louée a besoin de réparations urgents et qui ne puissent être différées jusqu'à sa fin, le preneur doit les souffrir, quelque incommodité qu'elles lui causent, et quoiqu'il soit privé, pendant qu'elles se font, d'une partie de la chose louée.
  Mais, si ces réparations durent plus de quarante jours, le prix du bail sera diminué à proportion du temps et de la partie de la chose louée dont il aura été privé
  Si les réparations sont de telle nature qu'elles rendent inhabitable ce qui est nécessaire au logement du preneur et de sa famille, celui-ci pourra faire résilier le bail.
Art. 1725. De verhuurder is niet verplicht de huurder te vrijwaren voor de stoornis die derden hem door feitelijkheden toebrengen in zijn genot, zonder dat zij overigens beweren enig recht op het verhuurde goed te hebben; onverminderd het recht van de huurder om hen in eigen naam te vervolgen.
Art. 1725. Le bailleur n'est pas tenu de garantir le preneur du trouble que des tiers apportent par voies de fait à sa jouissance, sans prétendre d'ailleurs aucun droit sur la chose louée; sauf au preneur à les poursuivre en son nom personnel.
Art. 1726. Indien daarentegen de huurder of de pachter in zijn genot is gestoord ten gevolge van een rechtsvordering betreffende de eigendom van het erf, heeft hij recht op een evenredige vermindering van de huurprijs of de pachtprijs, mits van de stoornis en de belemmering aan de eigenaar is kennis gegeven.
Art. 1726. Si, au contraire, le locataire ou le fermier ont été troublés dans leur jouissance par suite d'une action concernant la propriété du fonds, ils ont droit à une diminution proportionnée sur le prix du bail à loyer ou à ferme, pourvu que le trouble et l'empêchement aient été dénoncés au propriétaire.
Art. 1727. Indien zij die de feitelijkheden hebben begaan, beweren enig recht op het verhuurde goed te hebben, of indien de huurder zelf in rechte gedagvaard wordt om te worden verwezen tot ontruiming van het geheel of van een gedeelte van het goed, of om de uitoefening van enige erfdienstbaarheid te gedogen, moet de huurder de verhuurder in vrijwaring oproepen, en, indien hij het eist, zal hij buiten het geding gesteld worden, mits hij de verhuurder noemt, voor wie hij bezit.
Art. 1727. Si ceux qui ont commis les voies de fait prétendent avoir quelque droit sur la chose louée ou si le preneur est lui-même cité en justice pour se voir condamner au délaissement de la totalité ou de partie de cette chose, ou à souffrir l'exercice de quelque servitude, il doit appeler le bailleur en garantie, et doit être mis hors d'instance, s'il l'exige, en nommant le bailleur pour lequel il possède.
Art. 1728. De huurder is tot twee hoofdverplichtingen gehouden :
  1° Het gehuurde te gebruiken als een goed huisvader, en volgens de bestemming welke bij het huurcontract daaraan gegeven is, of volgens die welke, bij gebreke van overeenkomst daaromtrent, naar gelang van de omstandigheden vermoed wordt;
  2° De huurprijs op de bepaalde termijn te voldoen.
Art. 1728. Le preneur est tenu de deux obligations principales :
  1° D'user de la chose louée en bon père de famille, et suivant la destination qui lui a été donnée par le bail, ou suivant celle présumée d'après les circonstances, à défaut de convention;
  2° De payer le prix du bail aux termes convenus.
Art. 1728bis. _ <INGEVOEGD bij W 29-12-1983, art. 1> § 1. Indien een aanpassing van de huurprijs aan de kosten van levensonderhoud is bedongen, is deze slechts één maal per huurjaar toegelaten en ten vroegste op de verjaardag van de inwerkingtreding van de huurovereenkomst. Deze aanpassing geschiedt op basis van de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen.
  De aangepaste huurprijs mag niet hoger zijn dan het bedrag verkregen door toepassing van de hiernavolgende formule : basishuurprijs vermenigvuldigd met het nieuwe indexcijfer en gedeeld door het aanvangsindexcijfer.
  De basishuurprijs is de huurprijs die volgt uit de overeenkomst of uit een vonnis met uitsluiting van alle kosten en lasten uitdrukkelijk door de huurovereenkomst ten laste van de huurder gelegd.
  (Het nieuwe indexcijfer is het indexcijfer daartoe berekend en benoemd, van de maand voorafgaand aan die van de verjaardag van de inwerkingtreding van de huurovereenkomst.) <W 1997-04-13/43, art. 3, 004; Inwerkingtreding : 31-05-1997; zie evenwel W 1997-04-13/43, art. 15>
  (Het aanvangsindexcijfer is het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand die voorafgaat aan de maand tijdens welke de overeenkomst is afgesloten.) <KB 24-12-1993, art. 16>
  Voor de overeenkomsten afgesloten vanaf 1 februari 1994, is het aanvangsindexcijfer echter het indexcijfer daartoe berekend en benoemd van de maand die voorafgaat aan de maand tijdens welke de overeenkomst is afgesloten.
  § 2. Contractuele bepalingen welker uitvoering verder gaat dan de aanpassing waarin dit artikel voorziet, kunnen tot die aanpassing ingekort worden.
  § 3. (...) <W 20-02-1991, art. 13>
Art. 1728bis. § 1er. Si une adaptation du loyer au coût de la vie a été convenue, elle ne peut être appliquée qu'une fois par année de location et au plus tôt au jour anniversaire de l'entrée en vigueur du bail. Cette adaptation est faite sur base des fluctuations de l'indice des prix à la consommation.
  Le loyer adapté ne peut dépasser le montant qui résulte de la formule suivante : loyer de base multiplié par le nouvel indice et divisé par l'indice de départ.
  Le loyer de base est le loyer qui résulte de la convention ou d'un jugement, à l'exclusion de tous frais et charges quelconques expressément laissés à charge du locataire par le bail.
  [Le nouvel indice est l'indice calculé et désigné à cet effet du mois qui précède celui de l'anniversaire de l'entrée en vigueur du bail.] <L 1997-04-13/43, art. 3, 004; En vigueur : 31-05-1997; précisions art. 15 de la L 1997-04-13/43>
  [L'indice de base est l'indice des prix à la consommation du mois précédant le mois pendant lequel la convention a été conclue.]<L 24-12-1993, art. 16>.
  Pour les conventions conclues à partir du 1er février 1994, l'indice de base est toutefois l'indice calculé et nommé à cet effet du mois précédant le mois pendant lequel la convention a été conclue.
  § 2. Les dispositions contractuelles dont l'effet excéderait l'adaptation prévue au présent article sont réductibles à celle-ci.
  § 3. [...] <L 20-02-1991, art. 13>.
Art. 1728bis_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.    _ <INGEVOEGD bij W 29-12-1983, art. 1> § 1. Indien een aanpassing van de huurprijs aan de kosten van levensonderhoud is bedongen, is deze slechts één maal per huurjaar toegelaten en ten vroegste op de verjaardag van de inwerkingtreding van de huurovereenkomst. Deze aanpassing geschiedt op basis van de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen.
  De aangepaste huurprijs mag niet hoger zijn dan het bedrag verkregen door toepassing van de hiernavolgende formule : basishuurprijs vermenigvuldigd met het nieuwe indexcijfer en gedeeld door het aanvangsindexcijfer.
  De basishuurprijs is de huurprijs die volgt uit de overeenkomst of uit een vonnis met uitsluiting van alle kosten en lasten uitdrukkelijk door de huurovereenkomst ten laste van de huurder gelegd.
  (Het nieuwe indexcijfer is het indexcijfer daartoe berekend en benoemd, van de maand voorafgaand aan die van de verjaardag van de inwerkingtreding van de huurovereenkomst.) <W 1997-04-13/43, art. 3, 004; Inwerkingtreding : 31-05-1997; zie evenwel W 1997-04-13/43, art. 15>
  (Het aanvangsindexcijfer is het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand die voorafgaat aan de maand tijdens welke de overeenkomst is afgesloten.) <KB 24-12-1993, art. 16>
  Voor de overeenkomsten afgesloten vanaf 1 februari 1994, is het aanvangsindexcijfer echter het indexcijfer daartoe berekend en benoemd van de maand die voorafgaat aan de maand tijdens welke de overeenkomst is afgesloten.
  § 2. Contractuele bepalingen welker uitvoering verder gaat dan de aanpassing waarin dit artikel voorziet, kunnen tot die aanpassing ingekort worden.
  § 3. [1 Op voordracht van de Minister die de Huisvesting onder zijn bevoegdheid heeft, kan de Regering evenwel, in functie van de door de federaal Staat aangenomen beslissingen inzake consumptieprijsindex, vaststellen dat de huurprijs van de woningen in een onroerend goed gelegen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aangepast zou worden aan de kosten van levensonderhoud op grond van de index toepasselijk op de lonen en tegemoetkomingen krachtens de federale bepalingen. Deze bepalingen kunnen geen nominale vermindering van de geïndexeerde huurprijs tot gevolg hebben tijdens de tijdvakken waar de index toepasselijk op de lonen en vervangingstegemoetkomingen geblokkeerd wordt.]1
  
Art. 1728bis _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
   § 1er. Si une adaptation du loyer au coût de la vie a été convenue, elle ne peut être appliquée qu'une fois par année de location et au plus tôt au jour anniversaire de l'entrée en vigueur du bail. Cette adaptation est faite sur base des fluctuations de l'indice des prix à la consommation.
  Le loyer adapté ne peut dépasser le montant qui résulte de la formule suivante : loyer de base multiplié par le nouvel indice et divisé par l'indice de départ.
  Le loyer de base est le loyer qui résulte de la convention ou d'un jugement, à l'exclusion de tous frais et charges quelconques expressément laissés à charge du locataire par le bail.
  [Le nouvel indice est l'indice calculé et désigné à cet effet du mois qui précède celui de l'anniversaire de l'entrée en vigueur du bail.] <L 1997-04-13/43, art. 3, 004; En vigueur : 31-05-1997; précisions art. 15 de la L 1997-04-13/43>
  [L'indice de base est l'indice des prix à la consommation du mois précédant le mois pendant lequel la convention a été conclue.]<L 24-12-1993, art. 16>.
  Pour les conventions conclues à partir du 1er février 1994, l'indice de base est toutefois l'indice calculé et nommé à cet effet du mois précédant le mois pendant lequel la convention a été conclue.
  § 2. Les dispositions contractuelles dont l'effet excéderait l'adaptation prévue au présent article sont réductibles à celle-ci.
  § 3. [1 Toutefois, sur proposition du Ministre ayant le Logement dans ses compétences, le Gouvernement peut, en fonction des décisions prises par l'Etat fédéral en matière d'indice des prix à la consommation, arrêter que les loyers des baux d'habitation visant un bien immeuble sis en Région de Bruxelles-Capitale soient adaptés au coût de la vie en se basant sur l'indice applicable aux salaires et revenus de remplacement selon les dispositions fédérales. Ces dispositions ne peuvent avoir pour conséquence une diminution nominale du loyer indexé durant les périodes où l'indice applicable aux salaires et revenus de remplacement est bloqué.]1
  
Art. 1728ter. <INGEVOEGD bij W 29-12-1983, art. 2> § 1. Behalve wanneer uitdrukkelijk overeengekomen is dat de aan de huurder opgelegde kosten en lasten in vaste bedragen worden bepaald, moeten ze met werkelijke uitgaven overeenkomen.
  Deze kosten en lasten moeten in een afzonderlijke rekening worden opgegeven.
  De stukken die van deze uitgaven doen blijken, moeten worden overgelegd.
  In het geval van een onroerend goed bestaande uit meerdere appartementen, waarvan het beheer wordt waargenomen door éénzelfde persoon, wordt aan de verplichting voldaan zodra de verhuurder aan de huurder een opgave van de kosten en de lasten doet toekomen en aan de huurder of aan zijn bijzondere gemachtigde de mogelijkheid is geboden de stukken in te zien ten huize van de natuurlijke persoon of op de zetel van de rechtspersoon die het beheer waarneemt.
  § 2. De contractuele bepalingen welke in strijd zijn met paragraaf 1 zijn nietig.
  § 3. Dit artikel is niet van toepassing op de pacht.
Art. 1728ter. . § 1. Sauf dans le cas où il a été expressément convenu que les frais et charges imposés au preneur sont fixés forfaitairement, ils doivent correspondre à des dépenses réelles.
  Ces frais et charges doivent être mentionnés dans un compte distinct.
  Les documents établissant ces dépenses doivent être produits.
  Dans le cas d'immeubles à appartements multiples, dont la gestion est assurée par une même personne, l'obligation est remplie dès lors que le bailleur fait parvenir au preneur un relevé des frais et charges, et que la possibilité est offerte à celui-ci ou à son mandataire spécial, de consulter les documents au domicile de la personne physique ou au siège de la personne morale qui assure la gestion.
  § 2. Les dispositions contractuelles contraires au paragraphe 1er sont nulles.
  § 3. Le présent article ne s'applique pas aux baux à ferme.
Art. 1728quater. <INGEVOEGD bij W 29-12-1983, art. 3> § 1. Indien de huurder meer betaald heeft dan hij in toepassing van de wet of de overeenkomst verschuldigd is moet hem het teveel betaalde op zijn verzoek worden terugbetaald. Dit verzoek dient aan de verhuurder te worden verzonden bij ter post aangetekende brief.
  De teruggave kan evenwel slechts geëist worden voor de bedragen die vervallen zijn en betaald werden tijdens de 5 jaar die aan dit verzoek voorafgaan.
  De vordering tot teruggave verjaart door verloop van een termijn van één jaar, zoals bepaald in artikel 2273.
  § 2. De contractuele bepalingen welke in strijd zijn met paragraaf 1 zijn nietig.
  § 3. Dit artikel is niet van toepassing op de pacht.
Art. 1728quater. . § 1. Les sommes que le preneur aurait payées au-delà de celles dues en application de la loi ou de la convention, lui seront remboursées à sa demande. Celle-ci doit être adressée au bailleur par lettre recommandée à la poste.
  La restitution n 'est toutefois exigible que pour les montants échus et payés au cours des 5 ans qui précèdent cette demande.
  L'action en recouvrement se prescrit dans le délai d'un an comme prévu à l'article 2273.
  § 2. Les dispositions contractuelles contraires au paragraphe 1er sont nulles.
  § 3. Le présent article ne s'applique pas aux baux à ferme.
Art. 1729. Indien de huurder het gehuurde voor een ander gebruik bezigt dan waarvoor het bestemd was, of voor een gebruik waaruit enig nadeel kan ontstaan voor de verhuurder, kan deze, naar gelang van de omstandigheden, de huur doen ontbinden.
Art. 1729. Si le preneur emploie la chose louée à un autre usage que celui auquel elle a été destinée, ou dont il puisse résulter un dommage pour le bailleur, celui-ci peut, suivant les circonstances, faire résilier le bail.
Art. 1730. <W 29-12-1983, art. 4> § 1. (De partijen zijn verplicht een omstandige plaatsbeschrijving op te stellen, op tegenspraak en voor gezamenlijke rekening. Deze plaatsbeschrijving wordt opgesteld ofwel tijdens de periode dat de ruimtes onbewoond zijn, ofwel tijdens de eerste maand van bewoning. Hij wordt gevoegd bij de geschreven huurovereenkomst in de zin van artikel 1bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2 en zal eveneens onderworpen zijn aan de registratie.) <W 2007-04-25/38, art. 100, 010; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  Bereiken de partijen geen overeenstemming, dan wijst de vrederechter, bij wie de zaak aanhangig wordt gemaakt met een verzoekschrift ingediend voor het verstrijken van de termijn van één maand of van vijftien dagen naargelang van het geval, een deskundige aan die de plaatsbeschrijving opmaakt. Het vonnis is uitvoerbaar niettegenstaande verzet en is niet vatbaar voor hoger beroep.
  § 2. Indien in de gehuurde plaatsen belangrijke wijzigingen zijn aangebracht nadat de plaatsbeschrijving is opgemaakt kan elke partij eisen dat op tegenspraak en voor gemeenschappelijke rekening een bijvoegsel bij de plaatsbeschrijving wordt opgemaakt.
  Wordt geen overeenstemming bereikt, dan is de in paragraaf 1 voorgeschreven procedure van toepassing, behalve wat de termijnen betreft.
  § 3. De contractuele bepalingen welke in strijd zijn met de paragrafen 1 en 2 zijn nietig.
  § 4. Dit artikel is niet van toepassing op de pacht.
Art. 1730. <L 29-12-1983, art. 4>. § 1. [Les parties dressent impérativement un état des lieux détaillé contradictoirement et à frais communs. Cet état des lieux est dressé, soit au cours de la période où les locaux sont inoccupés, soit au cours du premier mois d'occupation. Il est annexé au contrat de bail écrit, au sens de l'article 1erbis du livre III, titre VIII, chapitre II, section 2 et sera également soumis à enregistrement.] <L 2007-04-25/38, art. 100, 010, En vigueur : 18-05-2007>
  A défaut d'accord entre les parties, le juge de paix, saisi par requête introduite avant l'expiration du délai d'un mois ou de quinze jours selon le cas, désigne un expert pour procéder à l'état des lieux. Le jugement est exécutoire nonobstant opposition et n'est pas susceptible d'appel.
  § 2. Si des modifications importantes ont été apportées aux lieux loués après que l'état des lieux a été établi, chacune des parties peut exiger qu'un avenant à l'état des lieux soit rédigé contradictoirement et à frais communs.
  A défaut d'accord, la procédure prévue au paragraphe 1er est d'application, sauf en ce qui concerne les délais.
  § 3. Les dispositions contractuelles contraires aux paragraphes 1er et 2 sont nulles.
  § 4. Le présent article ne s'applique pas aux baux à ferme.
Art. 1730_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.    <W 29-12-1983, art. 4> § 1. (De partijen zijn verplicht een omstandige plaatsbeschrijving op te stellen, op tegenspraak en voor gezamenlijke rekening. Deze plaatsbeschrijving wordt opgesteld ofwel tijdens de periode dat de ruimtes onbewoond zijn, ofwel tijdens de eerste maand van bewoning. Hij wordt gevoegd bij de geschreven huurovereenkomst [1 in de zin van artikel 215 van de Brusselse Huisvestingscode]1 en zal eveneens onderworpen zijn aan de registratie.) <W 2007-04-25/38, art. 100, 010; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  Bereiken de partijen geen overeenstemming, dan wijst de vrederechter, bij wie de zaak aanhangig wordt gemaakt met een verzoekschrift ingediend voor het verstrijken van de termijn van één maand of van vijftien dagen naargelang van het geval, een deskundige aan die de plaatsbeschrijving opmaakt. Het vonnis is uitvoerbaar niettegenstaande verzet en is niet vatbaar voor hoger beroep.
  § 2. Indien in de gehuurde plaatsen belangrijke wijzigingen zijn aangebracht nadat de plaatsbeschrijving is opgemaakt kan elke partij eisen dat op tegenspraak en voor gemeenschappelijke rekening een bijvoegsel bij de plaatsbeschrijving wordt opgemaakt.
  Wordt geen overeenstemming bereikt, dan is de in paragraaf 1 voorgeschreven procedure van toepassing, behalve wat de termijnen betreft.
  § 3. De contractuele bepalingen welke in strijd zijn met de paragrafen 1 en 2 zijn nietig.
  § 4. Dit artikel is niet van toepassing op de pacht.
  
Art. 1730 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
   <L 29-12-1983, art. 4>. § 1. [Les parties dressent impérativement un état des lieux détaillé contradictoirement et à frais communs. Cet état des lieux est dressé, soit au cours de la période où les locaux sont inoccupés, soit au cours du premier mois d'occupation. Il est annexé au contrat de bail écrit, [1 au sens de l'article 215 du Code bruxellois du Logement,]1 et sera également soumis à enregistrement.] <L 2007-04-25/38, art. 100, 010, En vigueur : 18-05-2007>
  A défaut d'accord entre les parties, le juge de paix, saisi par requête introduite avant l'expiration du délai d'un mois ou de quinze jours selon le cas, désigne un expert pour procéder à l'état des lieux. Le jugement est exécutoire nonobstant opposition et n'est pas susceptible d'appel.
  § 2. Si des modifications importantes ont été apportées aux lieux loués après que l'état des lieux a été établi, chacune des parties peut exiger qu'un avenant à l'état des lieux soit rédigé contradictoirement et à frais communs.
  A défaut d'accord, la procédure prévue au paragraphe 1er est d'application, sauf en ce qui concerne les délais.
  § 3. Les dispositions contractuelles contraires aux paragraphes 1er et 2 sont nulles.
  § 4. Le présent article ne s'applique pas aux baux à ferme.
  
Art. 1731. <W 29-12-1983, art. 5> § 1. Indien geen omstandige plaatsbeschrijving is opgemaakt, wordt vermoed dat de huurder het gehuurde goed ontvangen heeft in dezelfde staat als waarin het zich bevindt op het einde van de huurovereenkomst, behoudens tegenbewijs, dat door alle middelen kan worden geleverd.
  § 2. Indien tussen verhuurder en huurder een omstandige plaatsbeschrijving is opgemaakt, moet de huurder het goed teruggeven zoals hij het, volgens die beschrijving, ontvangen heeft, met uitzondering van hetgeen door ouderdom of overmacht is teniet gegaan of beschadigd.
Art. 1731. <L 29-12-1983, art. 5>. § 1. S'il n'a pas été fait état des lieux détaillé, le preneur est présumé avoir reçu la chose louée dans le même état que celui où elle se trouve à la fin du bail, sauf la preuve contraire, qui peut être fournie par toutes voies de droit.
  § 2. S'il a été fait un état des lieux détaillé entre le bailleur et le preneur, celui-ci doit rendre la chose telle qu'il l'a reçue, suivant cet état, excepté ce qui a péri ou a été dégradé par vétusté ou force majeure.
Art. 1732. Hij is aansprakelijk voor de beschadigingen of de verliezen die gedurende zijn huurtijd ontstaan, tenzij hij bewijst dat die buiten zijn schuld hebben plaatsgehad.
Art. 1732. Il répond des dégradations ou des pertes qui arrivent pendant sa jouissance, à moins qu'il ne prouve qu'elles ont eu lieu sans sa faute.
Art. 1733. _ <W 20-02-1991, art. 7> Hij is aansprakelijk voor brand, tenzij hij bewijst dat de brand buiten zijn schuld is ontstaan.
Art. 1733. <L 20-02-1991, art. 7>. Il répond de l'incendie, à moins qu'il ne prouve que celui-ci s'est déclaré sans sa faute.
Art. 1734. (Opgeheven) <W 20-02-1991, art. 13>
Art. 1734. [Abrogé]<L 20-02-1991, art. 13>.
Art. 1735. De huurder is aansprakelijk voor de beschadigingen en de verliezen die ontstaan door toedoen van zijn huisgenoten of van zijn onderhuurders.
Art. 1735. Le preneur est tenu des dégradations et des pertes qui arrivent par le fait des personnes de sa maison ou de ses sous-locataires.
Art. 1736. <W 20-02-1991, art. 8> Onverminderd het bepaalde in artikel 1758, wordt de voor onbepaalde duur gesloten huurovereenkomst geacht te zijn aangegaan per maand.
  De overeenkomst kan slechts worden beëindigd met inachtneming van een opzeggingstermijn van een maand.
Art. 1736. <L 20-02-1991, art. 8>. Sans préjudice de l'article 1758, le bail conclu pour une durée indéterminée est censé fait au mois.
  Il ne pourra y être mis fin que moyennant un congé d'un mois.
Art. 1737. Indien de huur bij geschrift is aangegaan, eindigt zij van rechtswege wanneer de bepaalde tijd verstreken is, zonder dat een opzegging is vereist.
Art. 1737. Le bail cesse de plein droit à l'expiration du terme fixé, lorsqu'il a été fait par écrit, sans qu'il soit nécessaire de donner congé.
Art. 1738. <W 20-02-1991, art. 9> Indien de huurder, na beëindiging van een voor een bepaalde duur bij geschrift gesloten overeenkomst, het goed zonder verzet van de verhuurder verder blijft bewonen, is er wederinhuring tegen dezelfde voorwaarden, ook wat de duur betreft.
Art. 1738. <L 20-02-1991, art. 9>. Si à l'expiration du bail écrit conclu pour une durée déterminée, le preneur reste dans les lieux sans opposition du bailleur, le bail est reconduit aux mêmes conditions, y compris la durée.
Art. 1739. Wanneer een opzegging is betekend, kan de huurder, hoewel hij in het genot gebleven is, zich niet beroepen op een stilzwijgende wederinhuring.
Art. 1739. Lorsqu'il y a un congé signifié, le preneur, quoiqu'il ait continué sa jouissance, ne peut invoquer la tacite reconduction.
Art. 1740. <W 20-02-1991, art. 10> In het geval van de artikelen 1738 en 1739, strekken de verplichtingen van de borgtocht zich niet uit tot de verplichtingen die uit de wederinhuring ontstaan.
Art. 1740. <L 20-02-1991, art. 10>. Dans le cas des articles 1738 et 1739, les obligations de la caution ne s'étendent pas aux obligations résultant du bail reconduit.
Art. 1741. Het huurcontract wordt ontbonden door het tenietgaan van het verhuurde goed, en door de niet-nakoming van hun verplichtingen door de verhuurder of de huurder.
Art. 1741. Le contrat de louage se résout par la perte de la chose louée, et par le défaut respectif du bailleur et du preneur, de remplir leurs engagements.
Art. 1742. [...] Het huurcontract wordt niet ontbonden door de dood van de verhuurder, noch door de dood van de huurder. <W 1991-02-20/33, art. 13, § 3, Inwerkingtreding : 28-02-1991>
  (Leden 2 tot 7 opgeheven) <W 04-11-1969, art. 2>
Art. 1742. [...] Le contrat de louage n'est point résolu par la mort du bailleur, ni par celle du preneur. <L 1991-02-20/33, art 13, § 3, En vigueur : 28-02-1991>
  [Alinéas 2 à 7 abrogés]. <L 04-11-1969, art. 2>
Art. 1743. [...] Indien de verhuurder het verhuurde goed verkoopt, kan de pachter of de huurder, die een authentieke huur of een huur met vaste dagtekening heeft, niet uit het gehuurde gezet worden door de koper, tenzij de verhuurder zich dit recht bij het huurcontract heeft voorbehouden. <W 1991-02-20/33, art. 13, § 3, Inwerkingtreding : 28-02-1991>
Art. 1743. [...] Si le bailleur vend la chose louée, l'acquéreur ne peut expulser le fermier ou le locataire qui a un bail authentique ou dont la date est certaine, à moins qu'il ne se soit réservé ce droit par le contrat de bail. <L 1991-02-20/33, art 13, § 3, En vigueur : 28-02-1991>
Art. 1743_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.    [NOTA : in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest niet langer van toepassing op de huurovereenkomsten onderworpen aan de titel XI van de Code. <ORD 2017-07-27/15, art. 16, 020; Inwerkingtreding : 01-01-2018>]
   [...] Indien de verhuurder het verhuurde goed verkoopt, kan de pachter of de huurder, die een authentieke huur of een huur met vaste dagtekening heeft, niet uit het gehuurde gezet worden door de koper, tenzij de verhuurder zich dit recht bij het huurcontract heeft voorbehouden. <W 1991-02-20/33, art. 13, § 3, Inwerkingtreding : 28-02-1991>
Art. 1743 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
   [NOTE: cesse d'être applicables en Région de Bruxelles-Capitale aux baux régis par le titre XI du Code. <ORD 2017-07-27/15, art. 16, § 3, 020; En vigueur : 01-01-2018>]
   [...] Si le bailleur vend la chose louée, l'acquéreur ne peut expulser le fermier ou le locataire qui a un bail authentique ou dont la date est certaine, à moins qu'il ne se soit réservé ce droit par le contrat de bail. <L 1991-02-20/33, art 13, § 3, En vigueur : 28-02-1991>
Art. 1744. Indien bij het aangaan van de huur is overeengekomen dat, in geval van verkoop, de pachter of de huurder uit het gehuurde kan worden gezet door de koper, en geen beding gemaakt is omtrent de schadevergoeding, is de verhuurder verplicht de pachter of de huurder schadeloos te stellen op de volgende wijze.
Art. 1744. S'il a été convenu, lors du bail, qu'en cas de vente l'acquéreur pourrait expulser le fermier ou le locataire, et qu'il n'ait été fait aucune stipulation sur les dommages et intérêts, le bailleur est tenu d'indemniser le fermier ou le locataire de la manière suivante.
Art. 1745. Indien het een huis, een appartement of een winkel betreft, betaalt de verhuurder aan de uit het gehuurde gezette huurder, als schadevergoeding, een bedrag gelijk aan de huurprijs voor de tijd die (volgens de wet of de overeenkomst) gelaten wordt tussen de opzegging en het vertrek. <W 20-02-1991, art. 11>
Art. 1745. S'il s'agit d'une maison, appartement ou boutique, le bailleur paye, à titre de dommages et intérêts, au locataire évincé, une somme égale au prix du loyer, pendant le temps qui, [suivant la loi ou la convention], est accordé entre le congé et la sortie. <L 20-02-1991, art. 11>.
Art. 1746. (Opgeheven) <W 20-02-1991, art. 13>
Art. 1746. [Abrogé]<L 20-02-1991, art. 13>.
Art. 1747. De vergoeding wordt door deskundigen bepaald, indien het werkhuizen, fabrieken of andere inrichtingen betreft, die grote voorschotten vereisen.
Art. 1747. L'indemnité se règlera par experts, s'il s'agit de manufactures, usines, ou autres établissements qui exigent de grandes avances.
Art. 1748. [...] De koper die gebruik wil maken van de bevoegdheid, bij het huurcontract voorbehouden, om, in geval van verkoop, (...) de huurder uit het gehuurde te zetten, is bovendien verplicht de huurder (te waarschuwen binnen de termijnen bepaald door de wet of de overeenkomst.) <W 1991-02-20/33, art. 13, § 3, Inwerkingtreding : 28-02-1991> <W 07-03-1929, art. 2> <W 1991-02-20/33, art. 12, Inwerkingtreding : 28-02-1991>
  (leden 2 tot 6 opgeheven) <W 04-11-1969, art. 2>
Art. 1748. [...] L'acquéreur qui veut user de la faculté réservée par le bail, d'expulser le locataire en cas de vente, [...] est, en outre, tenu d'avertir le locataire [dans les délais prévus par la loi ou la convention.] <L 1991-02-20/33, art 13, § 3, En vigueur : 28-02-1991> <L 07-03-1929, art. 2><L 1991-02-20/33, art. 12, En vigueur : 28-02-1991>
  [Alinéas 2 à 6 abrogés] <L 04-11-1969, art. 2>.
Art. 1748_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.    [NOTA : in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest niet langer van toepassing op de huurovereenkomsten onderworpen aan de titel XI van de Code. <ORD 2017-07-27/15, art. 16, 020; Inwerkingtreding : 01-01-2018>]
   [...] De koper die gebruik wil maken van de bevoegdheid, bij het huurcontract voorbehouden, om, in geval van verkoop, (...) de huurder uit het gehuurde te zetten, is bovendien verplicht de huurder (te waarschuwen binnen de termijnen bepaald door de wet of de overeenkomst.) <W 1991-02-20/33, art. 13, § 3, Inwerkingtreding : 28-02-1991> <W 07-03-1929, art. 2> <W 1991-02-20/33, art. 12, Inwerkingtreding : 28-02-1991>
  (leden 2 tot 6 opgeheven) <W 04-11-1969, art. 2>
Art. 1748 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
   [NOTE: cesse d'être applicables en Région de Bruxelles-Capitale aux baux régis par le titre XI du Code. <ORD 2017-07-27/15, art. 16, § 3, 020; En vigueur : 01-01-2018>]
   [...] L'acquéreur qui veut user de la faculté réservée par le bail, d'expulser le locataire en cas de vente, [...] est, en outre, tenu d'avertir le locataire [dans les délais prévus par la loi ou la convention.] <L 1991-02-20/33, art 13, § 3, En vigueur : 28-02-1991> <L 07-03-1929, art. 2><L 1991-02-20/33, art. 12, En vigueur : 28-02-1991>
  [Alinéas 2 à 6 abrogés] <L 04-11-1969, art. 2>.
Art. 1749. Pachters of huurders kunnen niet uit het gehuurde gezet worden, tenzij de verhuurder of, zo niet, de nieuwe koper hun de hierboven bepaalde schadevergoedingen betaalt.
Art. 1749. Les fermiers ou les locataires ne peuvent être expulses qu'ils ne soient payés par le bailleur ou, à son défaut, par le nouvel acquéreur, des dommages et intérêts ci-dessus expliqués.
Art. 1750. Indien de huur niet bij authentieke akte is aangegaan, of geen vaste dagtekening heeft, is de koper niet tot schadevergoeding gehouden.
Art. 1750. Si le bail n'est pas fait par acte authentique, ou n'a point de date certaine, l'acquéreur n'est tenu d'aucun dommages et intérêts.
Art. 1750_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.    [NOTA : in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest niet langer van toepassing op de huurovereenkomsten onderworpen aan de titel XI van de Code. <ORD 2017-07-27/15, art. 16, 020; Inwerkingtreding : 01-01-2018>]
   Indien de huur niet bij authentieke akte is aangegaan, of geen vaste dagtekening heeft, is de koper niet tot schadevergoeding gehouden.
Art. 1750 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
   [NOTE: cesse d'être applicables en Région de Bruxelles-Capitale aux baux régis par le titre XI du Code. <ORD 2017-07-27/15, art. 16, § 3, 020; En vigueur : 01-01-2018>]
   Si le bail n'est pas fait par acte authentique, ou n'a point de date certaine, l'acquéreur n'est tenu d'aucun dommages et intérêts.
Art. 1751. De koper onder beding van wederinkoop kan geen gebruik maken van de bevoegdheid om de huurder uit het gehuurde te zetten, voordat hij, door het verstrijken van de tijd voor de wederinkoop bepaald, onherroepelijk eigenaar is geworden.
Art. 1751. L'acquéreur à pacte de rachat ne peut user de la faculté d'expulser le preneur, jusqu'à ce que, par l'expiration du délai fixé pour le réméré, il devienne propriétaire incommutable.
Art. 1752. De huurder die het huis niet van genoegzaam huisraad voorziet, kan eruit worden gezet, tenzij hij voldoende zekerheid stelt voor de betaling van de huur.
Art. 1752. Le locataire qui ne garnit pas la maison de meubles suffisants, peut être expulsé, à moins qu'il ne donne des sûretés capables de répondre du loyer.
Art. 1752bis. (Opgeheven) <W 20-02-1991, art. 13>
Art. 1752bis. [Abrogé]<L 20-02-1991, art. 13>.
Art. 1753. De onderhuurder is jegens de eigenaar slechts gehouden ten belope van de prijs, die hij als onderhuurder verschuldigd is op het ogenblik van het beslag, en zonder dat hij zich op bij voorraad gedane betalingen kan beroepen.
  Betalingen die de onderhuurder gedaan heeft, hetzij krachtens een beding van zijn huurcontract, hetzij overeenkomstig het plaatselijk gebruik, worden niet geacht bij voorraad te zijn gedaan.
Art. 1753. Le sous-locataire n'est tenu envers le propriétaire que jusqu'à concurrence du prix de sa sous-location dont il peut être débiteur au moment de la saisie, et sans qu'il puisse opposer des payements faits par anticipation.
  Les payements faits par le sous-locataire, soit en vertu d'une stipulation portée en son bail, soit en conséquence de l'usage des lieux, ne sont pas réputés faits par anticipation.
Art. 1754. Herstellingen ten laste van de huurder, of geringe herstellingen tot onderhoud, waartoe, behoudens andersluidend beding, de huurder gehouden is, zijn die welke door het plaatselijk gebruik als zodanig beschouwd worden en, onder andere, de herstellingen :
  Aan haarden, haardplaten, lijsten en mantels van schoorstenen;
  Aan de bepleistering van de muren van appartementen en andere woonplaatsen, onderaan tot op een meter hoogte;
  Aan vloerstenen en tegels van kamers, wanneer er slechts enkele gebroken zijn;
  Aan ruiten, tenzij die gebroken zijn door hagel of andere buitengewone en door overmacht veroorzaakte voorvallen waarvoor de huurder niet aansprakelijk is;
  Aan deuren, vensterramen, planken dienende tot afschutting of tot sluiting van winkels, hengsels, grendels en sloten.
Art. 1754. Les réparations locatives ou de menu entretien dont le locataire est tenu, s'il n'y a clause contraire, sont celles désignées comme telles par l'usage des lieux, et, entre autres, les réparations à faire :
  aux âtres, contre-coeurs, chambranles et tablettes des cheminées;
  au récrépiment du bas des murailles des appartements et autres lieux d'habitation, à la hauteur d'un mètre;
  aux pavés et carreaux des chambres, lorsqu'il y en a seulement quelques-uns de cassés;
  Aux vitres, à moins qu'elles ne soient cassées par la grêle, ou autres accidents extraordinaires et de force majeure, dont le locataire ne peut être tenu;
  aux portes, croisées, planches de cloison ou de fermeture de boutiques, gonds, targettes et serrures.
Art. 1754_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.    [NOTA : in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest niet langer van toepassing op de huurovereenkomsten onderworpen aan de titel XI van de Code. <ORD 2017-07-27/15, art. 16, 020; Inwerkingtreding : 01-01-2018>]
   Herstellingen ten laste van de huurder, of geringe herstellingen tot onderhoud, waartoe, behoudens andersluidend beding, de huurder gehouden is, zijn die welke door het plaatselijk gebruik als zodanig beschouwd worden en, onder andere, de herstellingen :
  Aan haarden, haardplaten, lijsten en mantels van schoorstenen;
  Aan de bepleistering van de muren van appartementen en andere woonplaatsen, onderaan tot op een meter hoogte;
  Aan vloerstenen en tegels van kamers, wanneer er slechts enkele gebroken zijn;
  Aan ruiten, tenzij die gebroken zijn door hagel of andere buitengewone en door overmacht veroorzaakte voorvallen waarvoor de huurder niet aansprakelijk is;
  Aan deuren, vensterramen, planken dienende tot afschutting of tot sluiting van winkels, hengsels, grendels en sloten.
Art. 1754 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
   [NOTE: cesse d'être applicables en Région de Bruxelles-Capitale aux baux régis par le titre XI du Code. <ORD 2017-07-27/15, art. 16, § 3, 020; En vigueur : 01-01-2018>]
   Les réparations locatives ou de menu entretien dont le locataire est tenu, s'il n'y a clause contraire, sont celles désignées comme telles par l'usage des lieux, et, entre autres, les réparations à faire :
  aux âtres, contre-coeurs, chambranles et tablettes des cheminées;
  au récrépiment du bas des murailles des appartements et autres lieux d'habitation, à la hauteur d'un mètre;
  aux pavés et carreaux des chambres, lorsqu'il y en a seulement quelques-uns de cassés;
  Aux vitres, à moins qu'elles ne soient cassées par la grêle, ou autres accidents extraordinaires et de force majeure, dont le locataire ne peut être tenu;
  aux portes, croisées, planches de cloison ou de fermeture de boutiques, gonds, targettes et serrures.
Art. 1755. Geen van de herstellingen die geacht worden herstellingen ten laste van de huurder te zijn, komt voor rekening van de huurder, wanneer alleen ouderdom of overmacht daartoe aanleiding hebben gegeven.
Art. 1755. Aucune des réparations réputées locatives n'est à la charge des locataires, quand elles ne sont occasionnées que par vétusté ou force majeure.
Art. 1755_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.    [NOTA : in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest niet langer van toepassing op de huurovereenkomsten onderworpen aan de titel XI van de Code. <ORD 2017-07-27/15, art. 16, 020; Inwerkingtreding : 01-01-2018>]
   Geen van de herstellingen die geacht worden herstellingen ten laste van de huurder te zijn, komt voor rekening van de huurder, wanneer alleen ouderdom of overmacht daartoe aanleiding hebben gegeven.
Art. 1755 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
   [NOTE: cesse d'être applicables en Région de Bruxelles-Capitale aux baux régis par le titre XI du Code. <ORD 2017-07-27/15, art. 16, § 3, 020; En vigueur : 01-01-2018>]
   Aucune des réparations réputées locatives n'est à la charge des locataires, quand elles ne sont occasionnées que par vétusté ou force majeure.
Art. 1756. Het ruimen van putten en van sekreten komt ten laste van de verhuurder, indien niet het tegendeel bedongen is.
Art. 1756. Le curement des puits et celui des fosses d'aisances sont à la charge du bailleur, s'il n'y a clause contraire.
Art. 1756_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.    [NOTA : in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest niet langer van toepassing op de huurovereenkomsten onderworpen aan de titel XI van de Code. <ORD 2017-07-27/15, art. 16, 020; Inwerkingtreding : 01-01-2018>]
   Het ruimen van putten en van sekreten komt ten laste van de verhuurder, indien niet het tegendeel bedongen is.
Art. 1756 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
   [NOTE: cesse d'être applicables en Région de Bruxelles-Capitale aux baux régis par le titre XI du Code. <ORD 2017-07-27/15, art. 16, § 3, 020; En vigueur : 01-01-2018>]
   Le curement des puits et celui des fosses d'aisances sont à la charge du bailleur, s'il n'y a clause contraire.
Art. 1757. De huur van meubelen om een geheel huis, een gehele woning, een winkel of enig ander appartement daarmee te stofferen, wordt geacht voor zolang te zijn aangegaan als de huizen, woningen, winkels en andere appartementen volgens plaatselijk gebruik doorgaans verhuurd worden.
Art. 1757. Le bail des meubles fournis pour garnir une maison entière, un corps de logis entier, une boutique, ou tous autres appartements, est censé fait pour la durée ordinaire des baux de maisons, corps de logis, boutiques ou autres appartements, selon l'usage des lieux.
Art. 1758. De huur van een gemeubileerd appartement wordt geacht te zijn aangegaan bij het jaar, wanneer zij is aangegaan tegen zoveel per jaar;
  Bij de maand, wanneer zij is aangegaan tegen zoveel per maand;
  Bij de dag, wanneer zij is aangegaan tegen zoveel per dag.
  (Lid 4 opgeheven) <W 20-02-1991, art. 13>
Art. 1758. Le bail d'un appartement meublé est censé fait à l'année, quand il a été fait à tant par an ;
  Au mois, s'il a été fait à tant par mois;
  Au jour, s'il a été fait à tant par jour.
  [Alinéa 4 abrogé]<L 20-02-1991, art. 13>.
Art. 1758bis. (Opgeheven) <W 20-02-1991, art. 13>
Art. 1758bis. [Abrogé]<L 20-02-1991, art. 13>.
Art. 1758ter. (Opgeheven) <W 20-02-1991, art. 13>
Art. 1758ter. [Abrogé]<L 20-02-1991, art. 13>.
Art. 1759. (Opgeheven) <W 20-02-1991, art. 13>
Art. 1759. [Abrogé]<L 20-02-1991, art. 13>.
Art. 1759bis. (Opgeheven) <W 20-02-1991, art. 13 en art. 14, §2, l3 voor overgangsbepaling>
Art. 1759bis. [Abrogé]<L 20-02-1991, art. 13, et art. 14, §2, L3 pour mesure transitoire>
Art. 1760. In geval van ontbinding van de huur door de schuld van de huurder, is deze verplicht de huurprijs te betalen gedurende de tijd die voor de wederverhuring nodig is, onverminderd de vergoeding van de schade die door het wangebruik mocht zijn veroorzaakt.
Art. 1760. En cas de résiliation par la faute du locataire, celui-ci est tenu de payer le prix du bail pendant le temps nécessaire à la relocation, sans préjudice des dommages et intérêts qui ont pu résulter de l'abus.
Art. 1761. (Opgeheven) <W 20-02-1991, art. 13>
Art. 1761. [Abrogé]<L 20-02-1991, art. 13>.
Art. 1762. (Opgeheven) <W 20-02-1991, art. 13>
Art. 1762. [Abrogé]<L 20-02-1991, art. 13>.
Art. 1762bis. <INGEVOEGD bij W 30-05-1931, art. 1> De uitdrukkelijke ontbindende voorwaarde wordt voor niet geschreven gehouden.
Art. 1762bis. . La clause résolutoire expresse est réputée non écrite.
AFDELING II. - REGELS BETREFFENDE DE HUUROVEREENKOMSTEN MET BETREKKING TOT DE HOOFDVERBLIJFPLAATS VAN DE HUURDER IN HET BIJZONDER. (Voor de autonome Tekst : 1991-02-20/32)
SECTION II. - DES REGLES PARTICULIERES AUX BAUX RELATIFS A LA RESIDENCE PRINCIPALE DU PRENEUR. (Pour le Texte autonome : 1991-02-20/32).
AFDELING II. WAALS_GEWEST.
SECTION II. REGION_WALLONNE.
AFDELING IIbis. - REGELS BETREFFENDE DE HANDELSHUUR IN HET BIJZONDER. (Voor de autonome Tekst : 1951-04-30/30)
SECTION IIbis. - DES REGLES PARTICULIERES A CERTAINS BAUX A LOYER. (Pour le Texte autonome : 1951-04-30/30).
AFDELING III. - REGELS BETREFFENDE DE PACHT IN HET BIJZONDER. (Voor de autonome Tekst : 1969-11-04/31)
SECTION III. - DES REGLES PARTICULIERES AUX BAUX A FERME. (Pour le Texte autonome : 1969-11-04/31).
HOOFDSTUK III. - HUUR VAN WERK EN VAN DIENSTEN.
CHAPITRE III. - DU LOUAGE D'OUVRAGE ET D'INDUSTRIE.
Art. 1779. Er zijn drie hoofdsoorten van huur van werk en van diensten :
  1° De huur van werklieden die in iemands dienst treden;
  2° Die van vervoerders te land en te water, die zich belasten met het vervoer van personen of van koopwaren;
  3° Die van aannemers van werken die handelen ingevolge bestekken of aannemingen.
Art. 1779. Il y a trois espèces principales de louage d'ouvrage et d'industrie :
  1° Le louage des gens de travail qui s'engagent au service de quelqu'un;
  2° Celui des voituriers, tant par terre que par eau, qui se chargent du transport des personnes ou des marchandises;
  3° Celui des entrepreneurs d'ouvrages par suite de devis ou marchés.
AFDELING I. - HUUR VAN DIENSTBODEN EN WERKLIEDEN.
SECTION I. - DU LOUAGE DES DOMESTIQUES ET OUVRIERS.
Art. 1780. Men kan zijn diensten slechts voor een tijd of voor een bepaalde onderneming verbinden.
Art. 1780. On ne peut engager ses services qu'à temps, ou pour une entreprise déterminée.
Art. 1781. [1 Deze afdeling is niet van toepassing op vervoerovereenkomsten die worden beheerst door het Belgisch Scheepvaartwetboek.]1
  
Art. 1781. [1 La présente section n'est pas d'application aux contrats de transport qui sont régis par le Code belge de la Navigation.]1
  
AFDELING II. - ONDERNEMERS VAN VERVOER TE LAND EN TE WATER.
SECTION II. - DES VOITURIERS PAR TERRE ET PAR EAU.
Art. 1782. Vervoerders te land en te water hebben, ten aanzien van de bewaring en het behoud van de zaken die hun zijn toevertrouwd, dezelfde verplichtingen als logementhouders, van wie sprake in de titel Bewaargeving en sekwester.
Art. 1782. Les voituriers par terre et par eau sont assujettis, pour la garde et la conservation des choses qui leur sont confiées, aux mêmes obligations que les aubergistes, dont il est parlé au titre du Dépôt et du Séquestre.
Art. 1783. Zij zijn verantwoordelijk niet alleen voor hetgeen zij reeds in hun vaartuig of voertuig hebben geladen, maar ook voor hetgeen hun op de wal of in de stapelplaats is afgegeven om in hun vaartuig of voertuig te worden geplaatst.
Art. 1783. Ils répondent non seulement de ce qu'ils ont déjà reçu dans leur bâtiment ou voiture, mais encore de ce qui leur a été remis sur le port ou dans l'entrepôt, pour être placé dans leur bâtiment ou voiture.
Art. 1784. Zij zijn aansprakelijk voor het verlies en de beschadiging van de zaken die hun zijn toevertrouwd, tenzij zij bewijzen dat deze zijn verloren gegaan of beschadigd door toeval of overmacht.
Art. 1784. Ils sont responsables de la perte et des avaries des choses qui leur sont confiées, à moins qu'ils ne prouvent qu'elles ont été perdues et avariées par cas fortuit ou force majeure.
Art. 1785. Ondernemers van openbaar personenvervoer te land en te water, en ondernemers van openbaar goederenvervoer, moeten een register houden van het geld, de voorwerpen en de pakketten met het vervoer waarvan zij zich belasten.
Art. 1785. Les entrepreneurs de voitures publiques par terre et par eau, et ceux des roulages publics, doivent tenir registre de l'argent, des effets et des paquets dont ils se chargent.
Art. 1786. Ondernemers en bestuurders van openbaar personen- en goederenvervoer, en gezagvoerders van schuiten en schepen zijn bovendien onderworpen aan bijzondere reglementen, die tussen hen en de andere burgers tot wet strekken.
Art. 1786. Les entrepreneurs et directeurs de voitures et roulages publics, les maîtres de barques et navires, sont en outre assujettis à des règlements particuliers, qui font la loi entre eux et les autres citoyens.
AFDELING III. - BESTEKKEN EN AANNEMINGEN.
SECTION III. - DES DEVIS ET DES MARCHES.
Art. 1787. Wanneer men iemand belast met het maken van een werk, kan men overeenkomen dat hij alleen zijn arbeid of zijn diensten, ofwel dat hij ook de stof zal verstrekken.
Art. 1787. Lorsqu'on charge quelqu'un de faire un ouvrage, on peut convenir qu'il fournira seulement son travail ou son industrie, ou bien qu'il fournira aussi la matière.
Art. 1788. Ingeval de werkman de stof verstrekt en de zaak op welke wijze ook teniet gaat voordat zij geleverd is, komt het verlies voor rekening van de werkman, tenzij de opdrachtgever in gebreke was om de zaak te ontvangen.
Art. 1788. Si, dans le cas où l'ouvrier fournit la matière, la chose vient à périr, de quelque manière que ce soit, avant d'être livrée, la perte en est pour l'ouvrier, à moins que le maître ne fût en demeure de recevoir la chose.
Art. 1789. Ingeval de werkman alleen zijn arbeid of zijn diensten verstrekt en de zaak teniet gaat, is hij slechts voor zijn schuld aansprakelijk.
Art. 1789. Dans le cas où l'ouvrier fournit seulement son travail ou son industrie, si la chose vient à périr, l'ouvrier n'est tenu que de sa faute.
Art. 1790. Indien, in het geval van het vorige artikel, de zaak teniet gaat, zelfs buiten enige schuld van de werkman, voordat het werk ontvangen is en zonder dat de opdrachtgever in gebreke was het werk goed te keuren, kan de werkman geen aanspraak maken op loon, tenzij de zaak is teniet gegaan door een gebrek in de stof.
Art. 1790. Si, dans le cas de l'article précédent, la chose vient à périr, quoique sans aucune faute de la part de l'ouvrier, avant que l'ouvrage ait été reçu, et sans que le maître fût en demeure de le vérifier, l'ouvrier n'a point de salaire à réclamer, à moins que la chose n'ait péri par le vice de la matière.
Art. 1791. Wanneer een werk bij het stuk of bij de maat vervaardigd wordt, kan de goedkeuring ervan bij gedeelten geschieden; zij wordt geacht te zijn gedaan voor al de betaalde gedeelten, indien de opdrachtgever de werkman telkens betaalt naar verhouding van hetgeen is afgewerkt.
Art. 1791. S'il s'agit d'un ouvrage à plusieurs pièces ou à la mesure, la vérification peut s'en faire par parties; elle est censée faite pour toutes les parties payées, si le maître paye l'ouvrier en proportion de l'ouvrage fait.
Art. 1792. Indien een gebouw dat tegen vaste prijs is opgericht, geheel of gedeeltelijk teniet gaat door een gebrek in de bouw, zelfs door de ongeschiktheid van de grond, zijn de architect en de aannemer daarvoor gedurende tien jaren aansprakelijk.
Art. 1792. Si l'édifice construit à prix fait périt en tout ou en partie par le vice de la construction, même par le vice du sol, les architecte et entrepreneur en sont responsables pendant dix ans.
Art. 1793. Wanneer een architect of een aannemer het oprichten van een gebouw op zich heeft genomen tegen vaste prijs, volgens een met de eigenaar van de grond vastgelegd en overeengekomen plan, kan hij geen vermeerdering van de prijs vorderen, noch onder voorwendsel van vermeerdering van de arbeidslonen of van de bouwstoffen, noch onder voorwendsel van verandering of vergrotingen die in het plan zijn aangebracht, tenzij voor die veranderingen of vergrotingen schriftelijke toestemming is verleend, en de prijs ervan met de eigenaar is overeengekomen.
Art. 1793. Lorsqu'un architecte ou un entrepreneur s'est charge de la construction à forfait d'un bâtiment, d'après un plan arrêté et convenu avec le propriétaire du sol, il ne peut demander aucune augmentation de prix, ni sous le prétexte d'augmentation de la main-d'oeuvre ou des matériaux, ni sous celui de changements ou d'augmentations faits sur ce plan, si ces changements ou augmentations n'ont pas été autorisés par écrit, et le prix convenu avec le propriétaire.
Art. 1794. De opdrachtgever kan de aanneming tegen vaste prijs door zijn enkele wil verbreken, ook al is het werk reeds begonnen, mits hij de aannemer schadeloos stelt voor al zijn uitgaven, al zijn arbeid, en alles wat hij bij die aanneming had kunnen winnen.
Art. 1794. Le maître peut résilier, par sa seule volonté, le marché à forfait, quoique l'ouvrage soit déjà commencé, en dédommageant l'entrepreneur de toutes ses dépenses, de tous ses travaux, et de tout ce qu'il aurait pu gagner dans cette entreprise.
Art. 1795. Huur van werk wordt ontbonden door de dood van de werkman, de architect of de aannemer.
Art. 1795. Le contrat de louage d'ouvrage est dissous par la mort de l'ouvrier, de l'architecte ou entrepreneur.
Art. 1796. Maar de eigenaar is gehouden aan hun nalatenschap de waarde van het gedane werk en die van de in gereedheid gebrachte bouwstoffen te betalen, naar evenredigheid van de bij de overeenkomst bedongen prijs, doch alleen indien die werken of die bouwstoffen hem van nut kunnen zijn.
Art. 1796. _ Mais le propriétaire est tenu de payer en proportion du prix porté par la convention, à leur succession, la valeur des ouvrages faits et celle des matériaux préparés, lors seulement que ces travaux ou ces matériaux peuvent lui être utiles.
Art. 1797. De aannemer is aansprakelijk voor de daad van de personen die hij bezigt.
Art. 1797. L'entrepreneur répond du fait des personnes qu'il emploie.
Art. 1798. <W 19-02-1990, art. 2> Metselaars, timmerlieden, arbeiders, vaklui en onderaannemers gebezigd bij het oprichten van een gebouw of voor andere werken die bij aanneming zijn uitgevoerd, hebben tegen de bouwheer een rechtstreekse vordering ten belope van hetgeen deze aan de aannemer verschuldigd is op het ogenblik dat hun rechtsvordering word ingesteld.
  De onderaannemer wordt als aannemer en de aannemer als bouwheer beschouwd ten opzichte van de eigen onderaannemers van de eerstgenoemde.
  [1 In geval van betwisting tussen de onderaannemer en de aannemer, kan de bouwheer het bedrag storten in de Deposito- en Consignatiekas of op een geblokkeerde rekening op naam van de aannemer en onderaannemer bij een financiële instelling. De bouwheer is hiertoe verplicht indien hij hiertoe schriftelijk wordt verzocht door de hoofdaannemer of de onderaannemer.]1
  
Art. 1798. <L 19-02-1990, art. 2>. Les maçons, charpentiers, ouvriers, artisans et sous-traitants qui ont été employés à la construction d'un bâtiment ou d'autres ouvrages faits à l'entreprise ont une action directe contre le maître de l'ouvrage jusqu'à concurrence de ce dont celui-ci se trouve débiteur envers l'entrepreneur au moment où leur action est intentée.
  Le sous-traitant est considéré comme entrepreneur et l'entrepreneur comme maître de l'ouvrage à l'égard des propres sous-traitants du premier.
  [1 En cas de désaccord entre le sous-traitant et l'entrepreneur, le maître de l'ouvrage peut consigner les sommes dues à la Caisse des dépôts et consignations ou sur un compte bloqué au nom de l'entrepreneur et du sous-traitant auprès d'un établissement financier. Le maître de l'ouvrage y est tenu si l'entrepreneur principal ou le sous-traitant l'y invite par écrit.]1
  
Art. 1799. Metselaars, timmerlieden, slotenmakers en andere werklieden die rechtstreeks werken aannemen tegen vaste prijs, zijn gehouden aan de regels in deze afdeling voorgeschreven : zij zijn aannemers voor het werk dat zij uitvoeren.
Art. 1799. Les maçons, charpentiers, serruriers et autres ouvriers qui font directement des marchés à prix fait, sont astreints aux règles prescrites dans la présente section : ils sont entrepreneurs dans la partie qu'ils traitent.
HOOFDSTUK IV. - VEEPACHT.
CHAPITRE IV. - DU BAIL A CHEPTEL.
AFDELING I. - ALGEMENE BEPALINGEN.
SECTION I. - DISPOSITIONS GENERALES.
Art. 1800. Veepacht is een contract waarbij de ene partij aan de andere vee geeft om het te bewaken, te voeden en te verzorgen, onder zodanige voorwaarden als tussen hen is overeengekomen.
Art. 1800. Le bail à cheptel est un contrat par lequel l'une des parties donne à l'autre un fonds de bétail pour le garder, le nourrir et le soigner, sous les conditions convenues entre elles.
Art. 1801. Er zijn verschillende soorten van veepacht :
  Eenvoudige of gewone veepacht,
  Veepacht bij helften,
  Veepacht gegeven aan de pachter of aan de deelpachter.
  Er is nog een vierde soort van contract, oneigenlijk 'veepacht' genoemd.
Art. 1801. Il y a plusieurs sortes de cheptels :
  Le cheptel simple ou ordinaire,
  Le cheptel à moitié,
  Le cheptel donné au fermier ou au colon partiaire.
  Il y a encore une quatrième espèce de contrat improprement appelée "cheptel".
Art. 1802. Men kan alle soorten van dieren in veepacht geven, die voor de aanfok geschikt zijn of die voor de landbouw of de handel voordeel kunnen opleveren.
Art. 1802. On peut donner à cheptel toute espèce d'animaux susceptibles de croît ou de profit pour l'agriculture ou le commerce.
Art. 1803. Bij ontstentenis van bijzondere overeenkomsten worden die contracten naar de hiernavolgende beginselen geregeld.
Art. 1803. A défaut de conventions particulières, ces contrats se règlent par les principes qui suivent.
AFDELING II. - EENVOUDIGE VEEPACHT.
SECTION II. - DU CHEPTEL SIMPLE.
Art. 1804. Eenvoudige veepacht is een contract waarbij men aan een ander dieren geeft om die te bewaken, te voeden en te verzorgen, onder voorwaarde dat de pachter de helft zal ontvangen van de aanfok, en dat hij ook de helft zal dragen van het verlies.
Art. 1804. Le bail à cheptel simple est un contrat par lequel on donne à un autre des bestiaux à garder, nourrir et soigner, à condition que le preneur profitera de la moitié du croît, et qu'il supportera aussi la moitié de la perte.
Art. 1805. Schatting van het vee in het contract van veepacht draagt de eigendom van het vee niet over op de pachter; zij dient alleen om het verlies of de winst bij het eindigen van de veepacht te bepalen.
Art. 1805. L'estimation donnée au cheptel dans le bail n'en transporte pas la propriété au preneur; elle n'a d'autre objet que de fixer la perte ou le profit qui pourra se trouver à l'expiration du bail.
Art. 1806. De pachter is verplicht voor het behoud van het gepachte vee als een goed huisvader te zorgen.
Art. 1806. Le preneur doit les soins d'un bon père de famille à la conservation du cheptel.
Art. 1807. Voor het toeval is hij alleen dan aansprakelijk indien er tevoren zijnerzijds enige schuld is geweest, zonder welke het verlies niet zou hebben plaatsgehad.
Art. 1807. Il n'est tenu du cas fortuit que lorsqu'il a été précédé de quelque faute de sa part, sans laquelle la perte ne serait pas arrivée.
Art. 1808. In geval van geschil dienaangaande moet de pachter het bewijs leveren van het toeval, en de verpachter het bewijs van de schuld die volgens hem aan de pachter te wijten is.
Art. 1808. En cas de contestation, le preneur est tenu de prouver le cas fortuit, et le bailleur est tenu de prouver la faute qu'il impute au preneur.
Art. 1809. De pachter die, als gevolg van het toeval, van zijn verplichting ontslagen is, moet niettemin de huiden van de dieren verantwoorden.
Art. 1809. Le preneur qui est déchargé par le cas fortuit, est toujours tenu de rendre compte des peaux des bêtes.
Art. 1810. Indien het vee geheel teniet gaat buiten de schuld van de pachter, komt het verlies daarvan voor rekening van de verpachter.
  Indien slechts een gedeelte teniet gaat, wordt het verlies gemeenschappelijk gedragen, volgens de schatting die gedaan is bij de aanvang, en die welke zal worden gedaan bij het eindigen van de veepacht.
Art. 1810. Si le cheptel périt en entier sans la faute du preneur, la perte en est pour le bailleur.
  S'il n'en périt qu'une partie, la perte est supportée en commun, d'après le prix de l'estimation originaire, et celui de l'estimation à l'expiration du cheptel.
Art. 1811. Men mag niet bedingen :
  Dat de pachter het gehele verlies van het vee zal dragen, ook wanneer het door toeval en buiten zijn schuld is ontstaan,
  Of dat hij in het verlies een groter aandeel zal hebben dan in de winst,
  Of dat de verpachter, bij het einde van de veepacht, iets meer zal voorafnemen dan het door hem geleverde vee.
  Alle zodanige overeenkomsten zijn nietig.
  De pachter alleen geniet het voordeel van het zuivel, de mest en het werk van de in veepacht gegeven dieren.
  De wol en de aanfok worden verdeeld.
Art. 1811. On ne peut stipuler :
  Que le preneur supportera la perte totale du cheptel, quoique arrivée par cas fortuit et sans sa faute,
  Ou qu'il supportera, dans la perte, une part plus grande que dans le profit,
  Ou que le bailleur prélèvera, à la fin du bail, quelque chose de plus que le cheptel qu'il a fourni.
  Toute convention semblable est nulle.
  Le preneur profite seul des laitages, du fumier et du travail des animaux donnés à cheptel.
  La laine et le croît se partagent.
Art. 1812. De pachter mag over geen enkel dier, hetzij van de oorspronkelijke kudde, hetzij van de aanfok, beschikken zonder toestemming van de verpachter, die evenmin erover mag beschikken zonder toestemming van de pachter.
Art. 1812. Le preneur ne peut disposer d'aucune bête du troupeau, soit du fonds, soit du croît, sans le consentement du bailleur, qui ne peut lui-même en disposer sans le consentement du preneur.
Art. 1813. Wanneer het vee in pacht gegeven wordt aan de pachter van een ander eigenaar, moet deze laatste daarvan in kennis worden gesteld; anders kan hij op het vee beslag leggen en het doen verkopen voor hetgeen zijn pachter hem verschuldigd is.
Art. 1813. Lorsque le cheptel est donné au fermier d'autrui, il doit être notifié au propriétaire de qui ce fermier tient; sans quoi il peut le saisir et le faire vendre pour ce que son fermier lui doit.
Art. 1814. De pachter mag de schapen niet scheren zonder de verpachter daarvan vooraf te verwittigen.
Art. 1814. Le preneur ne pourra tondre sans en prévenir le bailleur.
Art. 1815. Indien de duur van de veepacht niet bij de overeenkomst bepaald is, wordt zij geacht te zijn aangegaan voor drie jaren.
Art. 1815. S'il n'y a pas de temps fixé par la convention pour la durée du cheptel, il est censé fait pour trois ans.
Art. 1816. De verpachter kan de ontbinding ervan eerder vorderen, indien de pachter zijn verplichtingen niet nakomt.
Art. 1816. Le bailleur peut en demander plus tôt la résolution, si le preneur ne remplit pas ses obligations.
Art. 1817. Bij het einde van de pacht, of bij de ontbinding ervan, wordt het vee opnieuw geschat.
  De verpachter kan dieren van elke soort voorafnemen, ten belope van de eerste schatting; de overige worden verdeeld.
  Indien er niet genoeg dieren zijn om de eerste schatting te bereiken, neemt de verpachter hetgeen over is, en de partijen vergoeden elkaar het verlies.
Art. 1817. A la fin du bail, ou lors de sa résolution, il se fait une nouvelle estimation du cheptel.
  Le bailleur peut prélever des bêtes de chaque espèce, jusqu'à concurrence de la première estimation : l'excédent se partage.
  S'il n'existe pas assez de bêtes pour remplir la première estimation, le bailleur prend ce qui reste, et les parties se font raison de la perte.
AFDELING III. - VEEPACHT BIJ HELFTEN.
SECTION III. - DU CHEPTEL A MOITIE.
Art. 1818. Veepacht bij helften is een vennootschap waarbij ieder contractant de helft van het vee verstrekt, dat gemeen blijft wat winst en verlies betreft.
Art. 1818. Le cheptel à moitié est une société dans laquelle chacun des contractants fournit la moitié des bestiaux, qui demeurent communs pour le profit ou pour la perte.
Art. 1819. De pachter alleen geniet, zoals bij eenvoudige veepacht, het voordeel van het zuivel, de mest en het werk van de dieren.
  De verpachter heeft enkel recht op de helft van de wol en van de aanfok.
  Iedere daarmee strijdige overeenkomst is nietig, tenzij de verpachter eigenaar is van de boerderij waarvan de pachter huurder of deelpachter is.
Art. 1819. Le preneur profite seul, comme dans le cheptel simple, des laitages, du fumier et des travaux des bêtes.
  Le bailleur n'a droit qu'à la moitie des laines et du croît.
  Toute convention contraire est nulle, à moins que le bailleur ne soit propriétaire de la métairie dont le preneur est fermier ou colon partiaire.
Art. 1820. Alle overige regels betreffende de eenvoudige veepacht zijn van toepassing op de veepacht bij helften.
Art. 1820. Toutes les autres règles du cheptel simple s'appliquent au cheptel à moitié.
AFDELING IV. - VEEPACHT DOOR DE EIGENAAR TOEGESTAAN AAN ZIJN PACHTER OF ZIJN DEELPACHTER.
SECTION IV. - DU CHEPTEL DONNE PAR LE PROPRIETAIRE A SON FERMIER OU COLON PARTIAIRE.
§ I. VEEPACHT AAN DE PACHTER TOEGESTAAN.
§ I. DU CHEPTEL DONNE AU FERMIER.
Art. 1821. Deze veepacht (ook "ijzeren veepacht" genoemd) is die waarbij de eigenaar van een boerderij deze in pacht geeft, onder verplichting voor de pachter om, bij het eindigen van de pacht, dieren achter te laten van gelijke waarde als de geschatte waarde van de dieren die hij ontvangen heeft.
Art. 1821. Ce cheptel [aussi appelé "cheptel de fer"] est celui par lequel le propriétaire d'une métairie la donne à ferme, à la charge qu'à l'expiration du bail, le fermier laissera des bestiaux d'une valeur égale au prix de l'estimation de ceux qu'il aura reçus.
Art. 1822. De schatting van het aan de pachter gegeven vee draagt hem de eigendom daarvan niet over, maar brengt niettemin het risico te zijnen laste.
Art. 1822. L'estimation du cheptel donné au fermier ne lui en transfère pas la propriété, mais néanmoins le met à ses risques.
Art. 1823. Alle voordelen komen toe aan de pachter zolang zijn pacht duurt, behoudens daarmee strijdige overeenkomst.
Art. 1823. Tous les profits appartiennent au fermier pendant la durée de son bail, s'il n'y a convention contraire.
Art. 1824. Bij veepacht aan de pachter toegestaan, is de mest niet begrepen in de persoonlijke voordelen van de pachter, maar behoort aan de boerderij en moet uitsluitend voor de exploitatie daarvan aangewend worden.
Art. 1824. Dans les cheptels donnés au fermier, le fumier n'est point dans les profits personnels des preneurs, mais appartient à la métairie, à l'exploitation de laquelle il doit être uniquement employé.
Art. 1825. Het verlies, ook al is het volledig en door toeval veroorzaakt, komt voor het geheel ten laste van de pachter, behoudens daarmee strijdige overeenkomst.
Art. 1825. La perte, même totale et par cas fortuit, est en entier pour le fermier, s'il n'y a convention contraire.
Art. 1826. Bij het einde van de pacht kan de pachter het vee niet behouden tegen betaling van de prijs van de oorspronkelijke schatting; hij moet vee achterlaten van gelijke waarde als het vee dat hij ontvangen heeft.
  Indien er een tekort is, moet hij dit vergoeden; en alleen het meerdere behoort hem toe.
Art. 1826. A la fin du bail, le fermier ne peut retenir le cheptel en en payant l'estimation originaire; il doit en laisser un de valeur pareille à celui qu'il a reçu
  S'il y a du déficit, il doit le payer; et c'est seulement l'excédent qui lui appartient.
§ II. VEEPACHT AAN DE DEELPACHTER TOEGESTAAN.
§ II. DU CHEPTEL DONNE AU COLON PARTIAIRE.
Art. 1827. Indien het in pacht gegeven vee geheel teniet gaat buiten de schuld van de deelpachter, draagt de verpachter het verlies.
Art. 1827. Si le cheptel périt en entier sans la faute du colon, la perte est pour le bailleur.
Art. 1828. Men mag bedingen dat de deelpachter aan de verpachter zijn aandeel in de wol zal overlaten tegen een prijs beneden de normale waarde;
  Dat de verpachter een groter aandeel in de winst zal hebben;
  Dat hij de helft zal hebben van het zuivel;
  Maar men mag niet bedingen dat de deelpachter het gehele verlies zal dragen.
Art. 1828. On peut stipuler que le colon délaissera au bailleur sa part de la toison à un prix inférieur à la valeur ordinaire;
  Que le bailleur aura une plus grande part du profit;
  Qu'il aura la moitié des laitages.
  Mais on ne peut pas stipuler que le colon sera tenu de toute la perte.
Art. 1829. Deze veepacht eindigt tegelijk met de deelpacht.
Art. 1829. Ce cheptel finit avec le bail a métairie.
Art. 1830. Zij is verder aan alle regels van de gewone veepacht onderworpen.
Art. 1830. Il est d'ailleurs soumis à toutes les règles du cheptel simple.
AFDELING V. - CONTRACT ONEIGENLIJK VEEPACHT GENOEMD.
SECTION V. - DU CONTRAT IMPROPREMENT APPELE CHEPTEL.
Art. 1831. Wanneer een of meer koeien gegeven worden om die te stallen en te voeden, behoudt de verhuurder de eigendom daarvan; geen ander voordeel dan de kalveren die van de koeien voortkomen, komt hem toe.
Art. 1831. Lorsqu'une ou plusieurs vaches sont données pour les loger et les nourrir, le bailleur en conserve la propriété; il a seulement le profit des veaux qui en naissent.
TITEL IX. - (VENNOOTSCHAPPEN).
TITRE IX. - [DES SOCIETES]. .
HOOFDSTUK I. - ALGEMENE BEPALINGEN.
CHAPITRE I. - DISPOSITIONS GENERALES.
HOOFDSTUK II. - VERSCHILLENDE SOORTEN VAN VENNOOTSCHAPPEN.
CHAPITRE II. - DES DIVERSES ESPECES DE SOCIETES.
AFDELING I. - ALGEMENE VENNOOTSCHAPPEN.
SECTION I. - DES SOCIETES UNIVERSELLES.
AFDELING II. - BIJZONDERE VENNOOTSCHAP.
SECTION II. - DE LA SOCIETE PARTICULIERE.
HOOFDSTUK III. - VERPLICHTINGEN VAN DE VENNOTEN ONDERLING EN TEN AANZIEN VAN DERDEN.
CHAPITRE III. - DES ENGAGEMENTS DES ASSOCIES ENTRE EUX ET A L'EGARD DES TIERS.
AFDELING I. - VERPLICHTINGEN VAN DE VENNOTEN ONDERLING.
SECTION I. - DES ENGAGEMENTS DES ASSOCIES ENTRE EUX.
AFDELING II. - VERPLICHTINGEN VAN DE VENNOTEN TEN AANZIEN VAN DERDEN.
SECTION II. - DES ENGAGEMENTS DES ASSOCIES A L'EGARD DES TIERS.
HOOFDSTUK IV. - VERSCHILLENDE WIJZEN WAAROP DE VENNOOTSCHAP EINDIGT.
CHAPITRE IV. - DES DIFFERENTES MANIERES DONT FINIT LA SOCIETE.
BEPALING BETREFFENDE DE HANDELSVENNOOTSCHAPPEN.
DISPOSITION RELATIVE AUX SOCIETES DE COMMERCE.
TITEL X. - LENING.
TITRE X. - DU PRET.
Art. 1874. Er zijn twee soorten van lening :
  De lening van zaken die niet teniet gaan door het gebruik dat men ervan maakt,
  En de lening van zaken die teniet gaan door het gebruik dat men ervan maakt.
  De eerste soort heet bruiklening of commodaat.
  De tweede heet verbruiklening of eenvoudige lening.
Art. 1874. Il y a deux sortes de prêt :
  Celui des choses dont on peut user sans les détruire,
  Et celui des choses qui se consomment par l'usage qu'on en fait.
  La première espèce s'appelle prêt à usage, ou commodat;
  La deuxième s'appelle prêt de consommation ou simplement prêt.
HOOFDSTUK I. - BRUIKLENING OF COMMODAAT.
CHAPITRE I. - DU PRET A USAGE OU COMMODAT.
AFDELING I. - AARD VAN DE BRUIKLENING.
SECTION I. - DE LA NATURE DU PRET A USAGE.
Art. 1875. Bruiklening of commodaat is een contract waarbij de ene partij aan de andere een zaak afgeeft om daarvan gebruik te maken, onder verplichting voor degene die de zaak ontvangt, die terug te geven na daarvan gebruik te hebben gemaakt.
Art. 1875. Le prêt à usage ou commodat est un contrat par lequel l'une des parties livre une chose à l'autre pour s'en servir, à la charge par le preneur de la rendre après s'en être servi.
Art. 1876. Deze lening is essentieel een overeenkomst om niet.
Art. 1876. Ce prêt est essentiellement gratuit.
Art. 1877. De uitlener blijft eigenaar van de geleende zaak.
Art. 1877. Le prêteur demeure propriétaire de la chose prêtée.
Art. 1878. Alles wat in de handel is, en niet door het gebruik teniet gaat, kan het voorwerp zijn van deze overeenkomst.
Art. 1878. Tout ce qui est dans le commerce, et qui ne se consomme pas par l'usage, peut être l'objet de cette convention.
Art. 1879. De verbintenissen die uit de bruiklening ontstaan, gaan over op de erfgenamen van degene die te leen geeft, en op de erfgenamen van degene die te leen ontvangt.
  Indien men echter de lening alleen gedaan heeft uit aanmerking van de lener, en aan zijn persoon in het bijzonder, kunnen zijn erfgenamen het genot van de geleende zaak niet blijven behouden.
Art. 1879. Les engagements qui se forment par le commodat, passent aux héritiers de celui qui prête, et aux héritiers de celui qui emprunte.
  Mais si l'on n'a prêté qu'en considération de l'emprunteur, et à lui personnellement, alors ses héritiers ne peuvent continuer de jouir de la chose prêtée.
AFDELING II. - VERPLICHTINGEN VAN DE LENER.
SECTION II. - DES ENGAGEMENTS DE L'EMPRUNTEUR.
Art. 1880. De lener is gehouden als een goed huisvader voor de bewaring en het behoud van de geleende zaak te zorgen. Hij mag zich slechts ervan bedienen voor het gebruik dat door de aard der zaak of door de overeenkomst bepaald is; een en ander op straffe van schadevergoeding, indien daartoe grond bestaat.
Art. 1880. L'emprunteur est tenu de veiller, en bon père de famille, à la garde et à la conservation de la chose prêtée. Il ne peut s'en servir qu'à l'usage déterminé par sa nature ou par la convention; le tout à peine de dommages-intérêts; s'il y a lieu.
Art. 1881. Indien de lener zich van de zaak bedient voor een ander gebruik, of gedurende een langere tijd dan hij mocht, is hij voor het verlies aansprakelijk, al is dit ook door toeval ontstaan.
Art. 1881. Si l'emprunteur emploie la chose à un autre usage, ou pour un temps plus long qu'il ne le devait, il sera tenu de la perte arrivée, même par cas fortuit.
Art. 1882. Indien de zaak teniet gaat door een toeval waarvoor de lener die had kunnen behoeden door zijn eigen zaak te gebruiken, of indien hij, ingeval hij slechts een van beide kon behouden, de voorkeur aan de zijne heeft gegeven, is hij voor het verlies van de andere aansprakelijk.
Art. 1882. Si la chose prêtée périt par cas fortuit dont l'emprunteur aurait pu la garantir en employant la sienne propre, ou si, ne pouvant conserver que l'une des deux, il a préféré la sienne, il est tenu de la perte de l'autre.
Art. 1883. Indien de zaak bij het te leen geven geschat is, komt het verlies, al ontstaat het ook door toeval, voor rekening van de lener, zo er geen daarmee strijdige overeenkomst bestaat.
Art. 1883. Si la chose a été estimée en la prêtant, la perte qui arrive, même par cas fortuit, est pour l'emprunteur, s'il n'y a convention contraire.
Art. 1884. Indien de zaak in waarde vermindert alleen ten gevolge van het gebruik waarvoor zij geleend is, en buiten enige schuld van de lener, moet deze voor de waardevermindering niet instaan.
Art. 1884. Si la chose se détériore par le seul effet de l'usage pour lequel elle a été empruntée, et sans aucune faute de la part de l'emprunteur, il n'est pas tenu de la détérioration.
Art. 1885. De lener mag de zaak niet voor zich houden bij wijze van schuldvergelijking met hetgeen de uitlener hem verschuldigd is.
Art. 1885. L'emprunteur ne peut pas retenir la chose par compensation de ce que le prêteur lui doit.
Art. 1886. Indien de lener, om van de zaak gebruik te kunnen maken, enige uitgave heeft gedaan, kan hij die niet terugvorderen.
Art. 1886. Si, pour user de la chose, l'emprunteur a fait quelque dépense, il ne peut pas la répéter.
Art. 1887. Indien verscheidene personen gezamenlijk dezelfde zaak te leen hebben ontvangen, zijn zij daarvoor jegens de uitlener hoofdelijk aansprakelijk.
Art. 1887. Si plusieurs ont conjointement emprunté la même chose, ils en sont solidairement responsables envers le prêteur.
AFDELING III. - VERPLICHTINGEN VAN DEGENE DIE IN BRUIKLEEN GEEFT.
SECTION III. - DES ENGAGEMENTS DE CELUI QUI PRETE A USAGE.
Art. 1888. De uitlener kan de geleende zaak niet terugnemen dan nadat de overeengekomen tijd verlopen is, of bij gebreke van overeenkomst dienaangaande, nadat zij gediend heeft voor het gebruik waarvoor zij was uitgeleend.
Art. 1888. Le prêteur ne peut retirer la chose prêtée qu'après le terme convenu, ou, à défaut de convention, qu'après qu'elle a servi à l'usage pour lequel elle a été empruntée.
Art. 1889. Indien evenwel, gedurende de tijd, of voordat de behoefte van de lener heeft opgehouden, de uitlener zijn zaak dringend en onvoorziens nodig heeft, kan de rechter, naar gelang van de omstandigheden, de lener verplichten hem die terug te geven.
Art. 1889. Néanmoins, si, pendant ce délai, ou avant que le besoin de l'emprunteur ait cessé, il survient au prêteur un besoin pressant et imprévu de sa chose, le juge peut, suivant les circonstances, obliger l'emprunteur à la lui rendre.
Art. 1890. Indien, gedurende de lening, de lener, voor het behoud van de zaak, enige buitengewone, noodzakelijke uitgave heeft moeten doen, die zo dringend was dat hij daarvan tevoren aan de uitlener geen kennis heeft kunnen geven, is deze verplicht hem de uitgave te vergoeden.
Art. 1890. Si, pendant la durée du prêt, l'emprunteur a été obligé, pour la conservation de la chose, à quelque dépense extraordinaire, nécessaire, et tellement urgente qu'il n'ait pas pu en prévenir le prêteur, celui-ci sera tenu de la lui rembourser.
Art. 1891. Wanneer de geleende zaak zodanige gebreken heeft dat zij aan hem die zich ervan bedient, schade kan veroorzaken, is de uitlener aansprakelijk, indien hij de gebreken kende en de lener daarvan niet op de hoogte heeft gebracht.
Art. 1891. Lorsque la chose prêtée a des défauts tels, qu'elle puisse causer du préjudice à celui qui s'en sert, le prêteur est responsable, s'il connaissait les défauts et n'en a pas averti l'emprunteur.
HOOFDSTUK II. - VERBRUIKLENING OF EENVOUDIGE LENING.
CHAPITRE II. - DU PRET DE CONSOMMATION OU SIMPLE PRET.
AFDELING I. - AARD VAN DE VERBRUIKLENING.
SECTION I. - DE LA NATURE DU PRET DE CONSOMMATION.
Art. 1892. Verbruiklening is een contract waarbij de ene partij een zekere hoeveelheid zaken die door het gebruik teniet gaan, aan de andere partij afgeeft, onder verplichting voor deze om aan de eerstgenoemde evenzoveel van gelijke soort en hoedanigheid terug te geven.
Art. 1892. Le prêt de consommation est un contrat par lequel l'une des parties livre à l'autre une certaine quantité de choses qui se consomment par l'usage, à la charge par cette dernière de lui en rendre autant de même espèce et qualité.
Art. 1893. Uit kracht van deze lening wordt de lener eigenaar van de geleende zaak; en indien deze, op welke wijze ook, teniet gaat, is het verlies ervan voor zijn rekening.
Art. 1893. Par l'effet de ce prêt, l'emprunteur devient le propriétaire de la chose prêtée, et c'est pour lui qu'elle périt, de quelque manière que cette perte arrive.
Art. 1894. Zaken die, hoewel van dezelfde soort, individueel verschillen, zoals dieren, kan men niet als verbruiklening te leen geven : dat is dan bruiklening.
Art. 1894. On ne peut pas donner à titre de prêt de consommation, des choses qui, quoique de même espèce, diffèrent dans l'individu, comme les animaux : alors c'est un prêt à usage.
Art. 1895. De verbintenis die voortvloeit uit een lening van geld, is steeds bepaald door de numerieke geldsom die in het contract is uitgedrukt.
  Indien er voor het tijdstip van de betaling vermeerdering of vermindering van de waarde van de muntspeciën heeft plaatsgehad, moet de schuldenaar de geleende numerieke geldsom teruggeven en moet hij slechts die som teruggeven in de muntspeciën die gangbaar zijn op het ogenblik van de betaling.
Art. 1895. L'obligation qui résulte d'un prêt en argent, n'est toujours que de la somme numérique énoncée au contrat.
  S'il y a eu augmentation ou diminution d'espèces avant l'époque du payement, le débiteur doit rendre la somme numérique prêtée, et ne doit rendre que cette somme dans les espèces ayant cours au moment du payement.
Art. 1896. De in het vorige artikel gestelde regel geldt niet, indien de lening in staven geschied is.
Art. 1896. La règle portée en l'article précédent n'a pas lieu, si le prêt a été fait en lingots.
Art. 1897. Indien staven of waren zijn te leen gegeven, moet de schuldenaar, hoezeer de waarde daarvan ook vermeerderd of verminderd mocht zijn, altijd een gelijke hoeveelheid en hoedanigheid, en niets anders, teruggeven.
Art. 1897. Si ce sont des lingots ou des denrées qui ont été prêtées, quelle que soit l'augmentation ou la diminution de leur prix, le débiteur doit toujours rendre la même quantité et qualité, et ne doit rendre que cela.
AFDELING II. - VERPLICHTINGEN VAN DE UITLENER.
SECTION II. - DES OBLIGATIONS DU PRETEUR.
Art. 1898. _ Bij verbruiklening is de uitlener aansprakelijk op de wijze die bij artikel 1891 voor de bruiklening bepaald is.
Art. 1898. Dans le prêt de consommation, le prêteur est tenu de la responsabilité établie par l'article 1891 pour le prêt à usage.
Art. 1899. De uitlener kan de geleende zaken niet terugvorderen voordat de overeengekomen tijd verstreken is.
Art. 1899. Le prêteur ne peut pas redemander les choses prêtées, avant le terme convenu.
Art. 1900. Indien voor de teruggave geen tijd bepaald is, kan de rechter aan de lener uitstel toestaan, naar gelang van de omstandigheden.
Art. 1900. S'il n'a pas été fixe de terme pour la restitution, le juge peut accorder à l'emprunteur un délai suivant les circonstances.
Art. 1901. Indien enkel is overeengekomen dat de lener zal betalen wanneer hij dit zal kunnen, of wanneer bij de nodige middelen daartoe zal bezitten, bepaalt de rechter een tijd voor de betaling, naar gelang van de omstandigheden.
Art. 1901. S'il a été seulement convenu que l'emprunteur payerait quand il le pourrait, ou quand il en aurait les moyens, le juge lui fixera un terme de payement suivant les circonstances.
AFDELING III. - VERPLICHTINGEN VAN DE LENER.
SECTION III. - DES ENGAGEMENTS DE L'EMPRUNTEUR.
Art. 1902. De lener is gehouden de geleende zaken in dezelfde hoeveelheid en hoedanigheid en op de overeengekomen tijd terug te geven.
Art. 1902. L'emprunteur est tenu de rendre les choses prêtées, en même quantité et qualité, et au terme convenu.
Art. 1903. Indien het hem niet mogelijk is daaraan te voldoen, moet hij de waarde van het geleende betalen, gelet op de tijd en de plaats waarop de zaak volgens de overeenkomst moest worden teruggegeven
  Indien die tijd en die plaats niet zijn bepaald, geschiedt de betaling volgens de prijs ten tijde en ter plaatse van de lening.
Art. 1903. S'il est dans l'impossibilité d'y satisfaire, il est tenu d'en payer la valeur eu égard au temps et au lieu où la chose devait être rendue d'après la convention.
  Si ce temps et ce lieu n'ont pas été réglés, le payement se fait au prix du temps et du lieu où l'emprunt a été fait.
Art. 1904. Indien de lener de geleende zaken of de waarde ervan niet op de overeengekomen tijd teruggeeft, is hij daarvan interest verschuldigd te rekenen van de dag van de (aanmaning). <W 01-05-1913, art. 7>
Art. 1904. Si l'emprunteur ne rend pas les choses prêtées ou leur valeur au terme convenu, il en doit l'intérêt du jour de la [sommation]. <L 01-05-1913, art. 7>.
HOOFDSTUK III. - LENING OP INTEREST.
CHAPITRE III. - DU PRET A INTERET.
Art. 1905. Het is geoorloofd interest te bedingen voor eenvoudige leningen, hetzij van geld, hetzij van waren of andere roerende zaken.
Art. 1905. Il est permis de stipuler des intérêts pour simple prêt, soit d'argent, soit de denrées, ou autres choses mobilières.
Art. 1906. De lener die interest betaald heeft welke niet bedongen was, kan die niet terugvorderen, noch op het kapitaal in mindering brengen.
Art. 1906. L'emprunteur qui a payé des intérêts qui n'étaient pas stipules, ne peut ni les répéter ni les imputer sur le capital.
Art. 1907. <W 27-07-1934, art. 1> De interest is of wettelijk of bij overeenkomst bedongen. De wettelijke interest wordt bij de wet bepaald. De bedongen interest mag de wettelijke te boven gaan, in alle gevallen waarin de wet dit niet verbiedt.
  In de overeenkomsten van geldlening terugbetaalbaar door middel van annuïteiten, moeten de rentevoet van de lening en de voor de wederherstelling van het kapitaal bedongen rentevoet, vastgesteld worden door afzonderlijke bepalingen van de akte.
  In geen geval mag de verhoging van de interest wegens vertraging in de betaling, een half t.h. per jaar op het verschuldigd gebleven kapitaal overschrijden.
  Indien de rentevoet van de lening niet is vastgesteld door een bijzondere bepaling der overeenkomst van lening, zal de wettelijke interest worden toegepast en de lener zal niets verschuldigd zijn als commissie of als bijkomende vergelding.
Art. 1907. <L 27-07-1934, art. 1>. L'intérêt est légal ou conventionnel. L'intérêt légal est fixé par la loi. L'intérêt conventionnel peut excéder celui de la loi toutes les fois que la loi ne le prohibe pas.
  Dans les conventions de prêts remboursables au moyen d'annuités, le taux de l'intérêt et le taux stipulé pour reconstituer le capital, doivent être fixés par clauses distinctes de l'acte.
  En aucun cas, la majoration du taux de l'intérêt pour retard de payement, ne peut dépasser un demi pour cent l'an sur le capital restant dû.
  A défaut de détermination du taux de l'intérêt par une clause spéciale de la convention de prêt, ce taux sera celui fixé par la loi et il ne sera dû par l'emprunteur aucune somme à titre de commissions ou de rémunérations accessoires.
Art. 1907bis. <INGEVOEGD bij W 27-07-1934, art. 2> Bij gehele of gedeeltelijke terugbetaling van een lening of interest kan in geen geval van de schuldenaar, buiten het terugbetaalde kapitaal en de vervallen interest, een vergoeding voor wederbelegging worden gevorderd, groter dan zes maanden interest, berekend over de terugbetaalde som en naar de in de overeenkomst bepaalde rentevoet.
Art. 1907bis. . Lors du remboursement total ou partiel d'un prêt à intérêt il ne peut en aucun cas être réclamé au débiteur, indépendamment du capital remboursé et des intérêts échus, une indemnité de remploi d'un montant supérieur à six mois d'intérêts calculés sur la somme remboursée au taux fixé par la convention.
Art. 1907ter. <INGEVOEGD bij KB 18-03-1935, art. 3> Onverminderd de toepassing van de bepalingen tot bescherming der onbekwamen of betreffende de geldigheid der overeenkomsten, indien de uitlener, met misbruik van de behoeften, van de zwakheden, van de hartstochten of van de onwetendheid van de lener, zich, voor zichzelf of voor anderen, een interest of andere voordelen heeft doen beloven, die klaarblijkelijk de normale interest en de dekking van het risico van de lening overschrijden, vermindert de rechter, op vordering van de lener, diens verplichtingen tot de terugbetaling van het geleende kapitaal en de betaling van de wettelijke interest.
  De vermindering is van toepassing op de door de lener gedane betalingen, mits de vordering wordt ingesteld binnen drie jaren te rekenen van de dag van de betaling.
Art. 1907ter. . Sans préjudice de l'application des dispositions protectrices des incapables ou relatives à la validité des conventions, si, abusant des besoins, des faiblesses, des passions ou de l'ignorance de l'emprunteur, le prêteur s'est fait promettre, pour lui-même ou pour autrui, un intérêt ou d'autres avantages excédant manifestement l'intérêt normal et la couverture des risques du prêt, le juge, sur la demande de l'emprunteur, réduit ses obligations au remboursement du capital prêté et au payement de l'intérêt légal.
  La réduction s'applique aux payements effectués par l'emprunteur, à condition que la demande soit intentée dans les trois ans à dater du jour du payement.
Art. 1908. Kwijting voor het kapitaal, gegeven zonder voorbehoud van de interest, doet vermoeden dat deze betaald is en heeft bevrijding ervan ten gevolge.
Art. 1908. La quittance du capital donnée sans réserve des intérêts, en fait présumer le payement, et en opère la libération.
Art. 1909. Men kan interest bedingen tegen betaling van een kapitaal dat de uitlener zich verbindt niet te zullen terugvorderen.
  In dit geval wordt de lening vestiging van rente genoemd.
Art. 1909. On peut stipuler un intérêt moyennant un capital que le prêteur s'interdit d'exiger.
  Dans ce cas, le prêt prend le nom de constitution de rente.
Art. 1910. Deze rente kan gevestigd worden op twee wijzen, als altijddurende rente of als lijfrente.
Art. 1910. Cette rente peut être constituée de deux manières, en perpétuel ou en viager.
Art. 1911. _ De altijddurende rente is essentieel aflosbaar.
  Partijen kunnen slechts overeenkomen dat de aflossing niet zal geschieden dan na verloop van een zekere tijd, die tien jaren niet mag te boven gaan, of zonder dat de schuldeiser vooraf zal zijn gewaarschuwd met inachtneming van de door hen bepaalde termijn.
Art. 1911. La rente constituée en perpétuel est essentiellement rachetable.
  Les parties peuvent seulement convenir que le rachat ne sera pas fait avant un délai qui ne pourra excéder dix ans, ou sans avoir averti le créancier au terme d'avance qu'elles auront déterminé.
Art. 1912. De schuldenaar van een altijddurende rente kan tot aflossing genoodzaakt worden :
  1° Indien hij gedurende twee jaren ophoudt zijn verplichtingen na te komen;
  2° Indien hij verzuimt ten behoeve van de uitlener de bij het contract beloofde zekerheid te stellen.
Art. 1912. Le débiteur d'une rente constituée en perpétuel peut être contraint au rachat.
  1° S'il cesse de remplir ses obligations pendant deux années;
  2° S'il manque à fournir au prêteur les sûretés promises par le contrat.
Art. 1913. Het kapitaal van de altijddurende rente wordt ook opeisbaar in geval van faillissement of van kennelijk onvermogen van de schuldenaar.
Art. 1913. Le capital de la rente constituée en perpétuel devient aussi exigible en cas de faillite ou de déconfiture du débiteur.
Art. 1914. De regels betreffende de lijfrente worden bepaald in de titel Kanscontracten.
Art. 1914. Les règles concernant les rentes viagères sont établies au titre des Contrats aléatoires.
TITEL XI. - BEWAARGEVING EN SEKWESTER.
TITRE XI. - DU DEPOT ET DU SEQUESTRE.
HOOFDSTUK I. - BEWAARGEVING IN HET ALGEMEEN EN VERSCHILLENDE SOORTEN VAN BEWAARGEVING.
CHAPITRE I. - DU DEPOT EN GENERAL ET DE SES DIVERSES ESPECES.
Art. 1915. Bewaargeving in het algemeen is een handeling waarbij men de zaak van een ander aanneemt, onder verplichting om die te bewaren en in natura terug te geven.
Art. 1915. Le dépôt, en général, est un acte par lequel on reçoit la chose d'autrui, à la charge de la garder et de la restituer en nature.
Art. 1916. Er zijn twee soorten van bewaargeving : de eigenlijke bewaargeving en het sekwester.
Art. 1916. Il y a deux espèces de dépôt : le dépôt proprement dit, et le séquestre.
HOOFDSTUK II. - EIGENLIJKE BEWAARGEVING.
CHAPITRE II. - DU DEPOT PROPREMENT DIT.
AFDELING I. - AARD EN WEZEN VAN HET CONTRACT VAN BEWAARGEVING.
SECTION I. - DE LA NATURE ET DE L'ESSENCE DU CONTRAT DE DEPOT.
Art. 1917. De eigenlijke bewaargeving is essentieel een contract om niet.
Art. 1917. Le dépôt proprement dit est un contrat essentiellement gratuit.
Art. 1918. Zij kan slechts roerende goederen tot voorwerp hebben.
Art. 1918. Il ne peut avoir objet que des choses mobilières.
Art. 1919. Zij is niet voltrokken dan door de werkelijke of de fictieve overgave van de in bewaring gegeven zaak.
  Fictieve overgave is voldoende, wanneer de bewaarnemer reeds uit enigen anderen hoofde in het bezit is van de zaak die men hem op grond van de bewaargeving laat behouden.
Art. 1919. Il n'est parfait que par la tradition réelle ou feinte de la chose déposée.
  La tradition feinte suffit, quand le dépositaire se trouve déjà nanti, à quelque autre titre, de la chose que l'on consent à lui laisser à titre de dépôt.
Art. 1920. Bewaargeving geschiedt vrijwillig of uit noodzaak.
Art. 1920. Le dépôt est volontaire ou nécessaire.
AFDELING II. - VRIJWILLIGE BEWAARGEVING.
SECTION II. - DEPOT VOLONTAIRE.
Art. 1921. Vrijwillige bewaargeving komt tot stand door de wederzijdse toestemming van de bewaargever en de bewaarnemer.
Art. 1921. Le dépôt volontaire se forme par le consentement réciproque de la personne qui fait le dépôt et de celle qui le reçoit.
Art. 1922. Vrijwillige bewaargeving kan slechts wettig gedaan worden door de eigenaar van de in bewaring gegeven zaak, of met zijn uitdrukkelijke of stilzwijgende toestemming.
Art. 1922. Le dépôt volontaire ne peut régulièrement être fait que par le propriétaire de la chose déposée, ou de son consentement exprès ou tacite.
Art. 1923. Vrijwillige bewaargeving moet door geschrift bewezen worden. Het bewijs door getuigen wordt niet toegelaten voor een waarde die ((375 EUR)) te boven gaat. <W 10-12-1990, art. 2> <KB 2000-07-20/58, art. 1, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Art. 1923. Le dépôt volontaire doit être prouvé par écrit. La preuve testimoniale n'en est point reçue pour valeur excédant [[375 EUR].] <L 10-12-1990, art. 2>. <AR 2000-07-20/58, art. 1, 006; En vigueur : 01-01-2002>
Art. 1924. Wanneer een bewaargeving die ((375 EUR)) te boven gaat, niet door geschrift bewezen is, wordt hij die als bewaarnemer wordt aangesproken, op zijn woord geloofd, hetzij betreffende het feit van de bewaargeving zelf, hetzij betreffende de zaak die het voorwerp ervan uitmaakte, hetzij betreffende de teruggave daarvan. <W 10-12-1990, art. 2> <KB 2000-07-20/58, art. 1, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Art. 1924. Lorsque le dépôt, étant au-dessus de [[375 EUR]], n'est point prouvé par écrit, celui qui est attaqué comme dépositaire, en est cru sur sa déclaration, soit pour le fait même du dépôt, soit pour la chose qui en faisait l'objet, soit pour le fait de sa restitution. <L 10-12-1990, art. 2>. <AR 2000-07-20/58, art. 1, 006; En vigueur : 01-01-2002>
Art. 1925. Vrijwillige bewaargeving kan alleen plaatshebben tussen personen die bekwaam zijn om contracten aan te gaan.
  Wanneer evenwel iemand die bekwaam is om contracten aan te gaan, iets in bewaring aanneemt van een onbekwame, is hij gehouden tot alle verplichtingen van een werkelijke bewaarnemer; hij kan vervolgd worden door de voogd of de bewindvoerder van de persoon die de zaak in bewaring gegeven heeft.
Art. 1925. Le dépôt volontaire ne peut avoir lieu qu'entre personnes capables de contracter.
  Néanmoins, si une personne capable de contracter accepte le dépôt fait par une personne incapable, elle est tenue de toutes les obligations d'un véritable dépositaire : elle peut être poursuivie par le tuteur ou administrateur de la personne qui a fait le dépôt.
Art. 1926. Indien de bewaargeving aan een onbekwame gedaan is door iemand die bekwaam is, heeft de bewaargever een vordering tot teruggave van de in bewaring gegeven zaak slechts zolang deze nog in handen van de bewaarnemer is, of een vordering tot vergoeding ten belope van het voordeel dat de bewaarnemer uit de zaak getrokken heeft.
Art. 1926. Si le dépôt a été fait par une personne capable à une personne qui ne l'est pas, la personne qui a fait le dépôt n'a que l'action en revendication de la chose déposée, tant qu'elle existe dans la main du dépositaire, ou une action en restitution jusqu'à concurrence de ce qui a tourné au profit de ce dernier.
AFDELING III. - VERPLICHTINGEN VAN DE BEWAARNEMER.
SECTION III. - DES OBLIGATIONS DU DEPOSITAIRE.
Art. 1927. De bewaarnemer moet aan de bewaring van de in bewaring gegeven zaak dezelfde zorg besteden als hij aan de bewaring van zijn eigen zaken besteedt.
Art. 1927. Le dépositaire doit apporter, dans la garde de la chose déposée, les mêmes soins qu'il apporte dans la garde des choses qui lui appartiennent.
Art. 1928. De bepaling van het vorige artikel wordt strenger toegepast :
  1° indien de bewaarnemer zichzelf heeft aangeboden om de zaak in bewaring te nemen;
   2° indien hij een loon voor de bewaring bedongen heeft;
  3° indien de bewaargeving uitsluitend in het belang van de bewaarnemer geschied is;
  4° indien uitdrukkelijk is overeengekomen dat de bewaarnemer voor om het even welke schuld aansprakelijk zal zijn.
Art. 1928. La disposition de l'article précédent doit être appliquée avec plus de rigueur:
  1° si le dépositaire s'est offert lui-même pour recevoir le dépôt;
  2° s'il a stipulé un salaire pour la garde du dépôt;
  3° si le dépôt a été fait uniquement pour l'intérêt du dépositaire;
  4° s'il a été convenu expressément que le dépositaire répondrait de toute espèce de faute.
Art. 1929. In geen geval is de bewaarnemer aansprakelijk voor gevallen van overmacht, behalve indien hij in gebreke gesteld is de in bewaring gegeven zaak terug te geven.
Art. 1929. Le dépositaire n'est tenu, en aucun cas, des accidents de force majeure, à moins qu'il n'ait été mis en demeure de restituer la chose déposée.
Art. 1930. Hij mag zich van de in bewaring gegeven zaak niet bedienen, zonder uitdrukkelijk of stilzwijgend verlof van de bewaargever.
Art. 1930. Il ne peut se servir de la chose déposée, sans la permission expresse ou présumée du déposant.
Art. 1931. Hij mag niet onderzoeken waarin de zaken bestaan, die hem in bewaring zijn gegeven, wanneer die hem in een gesloten kist of onder verzegelde omslag zijn toevertrouwd.
Art. 1931. Il ne doit point chercher à connaître quelles sont les choses qui lui ont été déposées, si elles lui ont été confiées dans un coffre fermé ou sous une enveloppe cachetée.
Art. 1932. De bewaarnemer moet de zaak zelf, die hij ontvangen heeft, teruggeven.
  Aldus moet in bewaring gegeven gemunt geld in dezelfde speciën worden teruggeven, hetzij de waarde ervan vermeerderd of verminderd is.
Art. 1932. Le dépositaire doit rendre identiquement la chose même qu'il a reçue
  Ainsi, le dépôt des sommes monnayées doit être rendu dans les mêmes espèces qu'il a été fait, soit dans le cas d'augmentation, soit dans le cas de diminution de leur valeur.
Art. 1933. De bewaarnemer behoeft de in bewaring ontvangen zaak slechts terug te geven in de staat waarin zij zich bevindt op het tijdstip van de teruggave. De beschadiging die zij buiten zijn toedoen heeft ondergaan, komt voor rekening van de bewaargever.
Art. 1933. Le dépositaire n'est tenu de rendre la chose déposée que dans l'état où elle se trouve au moment de la restitution. Les détériorations qui ne sont pas survenues par son fait, sont à la charge du déposant.
Art. 1934. De bewaarnemer aan wie de zaak door overmacht ontnomen is, en die daarvoor een prijs of iets anders in de plaats ontvangen heeft, moet het aldus ontvangene teruggeven.
Art. 1934. Le dépositaire auquel la chose a été enlevée par une force majeure, et qui a reçu un prix ou quelque chose à la place, doit restituer ce qu'il a reçu en échange.
Art. 1935. De erfgenaam van de bewaarnemer, die, niet wetende dat de zaak in bewaring gegeven was, deze te goeder trouw verkocht heeft, is slechts verplicht de door hem ontvangen prijs terug te geven, of indien hij de prijs nog niet ontvangen heeft, zijn vordering tegen de koper af te staan.
Art. 1935. L'héritier du dépositaire, qui a vendu de bonne foi la chose dont il ignorait le dépôt, n'est tenu que de rendre le prix qu'il a reçu, ou de céder son action contre l'acheteur, s'il n'a pas touché le prix.
Art. 1936. Indien de in bewaring gegeven zaak vruchten heeft opgeleverd, die door de bewaarnemer ontvangen zijn, is hij verplicht die terug te geven. Van geld dat in bewaring is gegeven, is hij geen interest verschuldigd dan van de dag waarop hij in gebreke gesteld is het terug te geven.
Art. 1936. Si la chose déposée a produit des fruits qui aient été perçus par le dépositaire, il est obligé de les restituer. Il ne doit aucun intérêt de l'argent déposé, si ce n'est du jour où il a été mis en demeure de faire la restitution.
Art. 1937. De bewaarnemer moet de in bewaring gegeven zaak slechts teruggeven aan degene die ze hem heeft toevertrouwd, of aan hem in wiens naam de bewaargeving gedaan is, of aan hem die aangewezen is om ze terug te ontvangen.
Art. 1937. Le dépositaire ne doit restituer la chose déposée, qu'à celui qui la lui a confiée, ou à celui au nom duquel le dépôt a été fait, ou à celui qui a été indiqué pour le recevoir.
Art. 1938. Hij kan van hem die de zaak in bewaring gegeven heeft, het bewijs niet vorderen, dat hij eigenaar was van die zaak.
  Indien hij niettemin ontdekt dat de zaak gestolen is, en wie daarvan de ware eigenaar is, moet hij aan de eigenaar kennis geven dat de zaak bij hem in bewaring is gegeven, met aanmaning om ze binnen een bepaalde en genoegzame tijd op te eisen. Indien degene aan wie de kennisgeving gedaan is, verzuimt de in bewaring gegeven zaak op te eisen, is de bewaarnemer wettig ontslagen door de overgave van de zaak aan hem van wie hij die ontvangen heeft.
Art. 1938. Il ne peut pas exiger de celui qui a fait le dépôt, la preuve qu'il était propriétaire de la chose déposée.
  Néanmoins, s'il découvre que la chose a été volée et quel en est le véritable propriétaire, il doit dénoncer à celui-ci le dépôt qui lui a été fait, avec sommation de le réclamer dans un délai déterminé et suffisant. Si celui auquel la dénonciation a été faite, néglige de réclamer le dépôt, le dépositaire est valablement déchargé par la tradition qu'il en fait à celui duquel il l'a reçu
Art. 1939. In geval van (...) overlijden van de bewaargever kan de in bewaring gegeven zaak slechts aan zijn erfgenaam worden teruggegeven. <W 15-12-1949, art. 28>
  Indien er verscheidene erfgenamen zijn, moet de zaak teruggegeven worden aan ieder van hen voor zijn aandeel.
  Indien de in bewaring gegeven zaak ondeelbaar is, moeten de erfgenamen zich met elkaar verstaan omtrent de overneming van de zaak.
Art. 1939. En cas de mort [...] de la personne qui a fait le dépôt, la chose déposée ne peut être rendue qu'à son héritier. <L 15-12-1949, art. 28>.
  S'il y a plusieurs héritiers, elle doit être rendue à chacun d'eux pour leur part et portion.
  Si la chose déposée est indivisible, les héritiers doivent s'accorder entre eux pour la recevoir.
Art. 1940. <W 2003-02-13/36, art. 19, 007; Inwerkingtreding : 01-06-2003> Indien de bewaargever van staat veranderd is, bijvoorbeeld indien tegen een meerderjarige bewaargever onbekwaamverklaring is uitgesproken en in alle soortgelijke gevallen, kan de in bewaring gegeven zaak slechts teruggegeven worden aan hem die het beheer heeft over de rechten en de goederen van de bewaargever.
Art. 1940. <L 2003-02-13/36, art. 19, 007; En vigueur : 01-06-2003> Si la personne qui a fait le dépôt a changé d'état, par exemple si le majeur déposant se trouve frappé d'interdiction et dans tous les autres cas de même nature, le dépôt ne peut être restitué qu'à celui qui a l'administration des droits et des biens du déposant.
Art. 1941. Indien de zaak in bewaring gegeven is door de voogd (...) of door een bewindvoerder, in hun onderscheiden hoedanigheid, en hun beheer of bestuur geëindigd is, kan zij slechts teruggegeven worden aan de persoon die door die voogd (...) of die bewindvoerder vertegenwoordigd werd. <W 2003-02-13/36, art. 20, 007; Inwerkingtreding : 01-06-2003>
Art. 1941. Si le dépôt a été fait par un tuteur, [...] ou par un administrateur, dans l'une de ces qualités, il ne peut être restitué qu'à la personne que ce tuteur, [...] ou cet administrateur représentaient, si leur gestion ou leur administration est finie. <L 2003-02-13/36, art. 20, 007; En vigueur : 01-06-2003>
Art. 1942. Indien het contract van bewaargeving de plaats aanwijst waar de teruggave moet geschieden, is de bewaarnemer gehouden de in bewaring gegeven zaak aldaar te brengen. Indien er kosten van vervoer zijn, komen deze ten laste van de bewaargever.
Art. 1942. Si le contrat de dépôt désigne le lieu dans lequel la restitution doit être faite, le dépositaire est tenu d'y porter la chose déposée. S'il y a des frais de transport, ils sont à la charge du déposant.
Art. 1943. Indien het contract de plaats voor de teruggave niet aanwijst, moet deze gedaan worden op de plaats zelf waar de in bewaring gegeven zaak zich bevindt.
Art. 1943. Si le contrat ne désigne point le lieu de la restitution, elle doit être faite dans le lieu même du dépôt.
Art. 1944. De in bewaring gegeven zaak moet aan de bewaargever teruggegeven worden zodra hij zulks vordert, al is ook bij het contract een bepaalde tijd voor de teruggave vastgesteld; tenzij er, in handen van de bewaarnemer, beslag onder derden gelegd is of verzet gedaan is tegen de teruggave en tegen de verplaatsing van de in bewaring gegeven zaak.
Art. 1944. Le dépôt doit être remis au déposant aussitôt qu'il le réclame, lors même que le contrat aurait fixé un délai déterminé pour la restitution; à moins qu'il n'existe, entre les mains du dépositaire, une saisie-arrêt ou une opposition à la restitution et au déplacement de la chose déposée.
Art. 1945. Het voorrecht van boedelafstand komt niet toe aan de ontrouwe bewaarnemer.
Art. 1945. Le dépositaire infidèle n'est point admis au bénéfice de cession.
Art. 1946. Alle verplichtingen van de bewaarnemer houden op, indien hij ontdekt en bewijst dat hij zelf eigenaar is van de in bewaring gegeven zaak.
Art. 1946. Toutes les obligations du dépositaire cessent, s'il vient à découvrir et à prouver qu'il est lui-même propriétaire de la chose déposée.
AFDELING IV. - VERPLICHTINGEN VAN DE BEWAARGEVER.
SECTION IV. - DES OBLIGATIONS DE LA PERSONNE PAR LAQUELLE LE DEPOT A ETE FAIT.
Art. 1947. De bewaargever is verplicht aan de bewaarnemer de kosten te vergoeden die deze voor het behoud van de in bewaring gegeven zaak gemaakt heeft, en hem schadeloos te stellen voor alle verliezen die de bewaargeving hem mocht hebben veroorzaakt.
Art. 1947. La personne qui a fait le dépôt, est tenue de rembourser au dépositaire les dépenses qu'il a faites pour la conservation de la chose déposée, et de l'indemniser de toutes les pertes que le dépôt peut lui avoir occasionnées.
Art. 1948. De bewaarnemer kan de in bewaring gegeven zaak terughouden tot de gehele voldoening van hetgeen hem wegens de bewaargeving verschuldigd is.
Art. 1948. Le dépositaire peut retenir le dépôt jusqu'à l'entier payement de ce qui est dû à raison du dépôt.
AFDELING V. - BEWAARGEVING UIT NOODZAAK.
SECTION V. - DU DEPOT NECESSAIRE.
Art. 1949. Bewaargeving uit noodzaak is de bewaargeving waartoe men wordt gedwongen door enig ongeval, zoals brand, instorting, plundering, schipbreuk, of een andere onvoorziene gebeurtenis.
Art. 1949. Le dépôt nécessaire est celui qui a été forcé par quelque accident, tel qu'un incendie, une ruine, un pillage, un naufrage ou autre événement imprévu.
Art. 1950. Het bewijs door getuigen kan toegelaten worden voor de bewaargeving uit noodzaak, zelfs wanneer het een waarde betreft van meer dan ((375 EUR)). <W 10-12-1990, art. 2>. <KB 2000-07-20/58, art. 1, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Art. 1950. La preuve par témoins peut être reçue pour le dépôt nécessaire, même quand il s'agit d'une valeur au-dessus de [[375 EUR]]. <L 10-12-1990, art. 2>. <AR 2000-07-20/58, art. 1, 006; En vigueur : 01-01-2002>
Art. 1951. Voor het overige is de bewaargeving uit noodzaak aan al de hierboven bepaalde regels onderworpen.
Art. 1951. Le dépôt nécessaire est d'ailleurs régi par toutes les règles précédemment énoncées.
Art. 1952. <W 04-07-1972, art. 1> De hotelhouder is als bewaarnemer aansprakelijk voor beschadiging, vernieling of ontvreemding van zaken welke een gast die in het hotel zijn intrek neemt en er logeert, naar het hotel meebrengt; de bewaargeving van die zaken moet worden beschouwd als een bewaargeving uit noodzaak.
  Als meegebrachte zaken worden aangemerkt de zaken :
  a) welke zich in het hotel bevinden gedurende de tijd dat de gast er een slaapgelegenheid ter beschikking heeft;
  b) welke de hotelhouder of een persoon die hem zijn diensten verleent, buiten het hotel onder zijn toezicht neemt gedurende de tijd dat de gast er een slaapgelegenheid ter beschikking heeft;
  c) welke de hotelhouder of een persoon die hem zijn diensten verleent, binnen of buiten het hotel onder zijn toezicht neemt gedurende een redelijke tijd voor of na de tijd dat de gast er een slaapgelegenheid ter beschikking heeft.
  De in dit artikel bedoelde aansprakelijkheid is per schadegeval beperkt tot 100 maal de logiesprijs per dag van de slaapgelegenheid. De Koning kan, in voorkomend geval, de gegevens voor het vaststellen van die prijs bepalen.
Art. 1952. <L 04-07-1972, art. 1>. Les hôteliers, sont responsables, comme dépositaires, de toute détérioration, destruction ou soustraction des objets apportés à l'hôtel par le voyageur qui y descend et y prend logement : le dépôt de ces objets doit être considéré comme un dépôt nécessaire.
  Sont considérés comme apportés à l'hôtel :
  a) les objets qui s'y trouvent pendant le temps où le voyageur dispose du logement;
  b) les objets dont l'hôtelier ou une personne lui prêtant ses services, assume la surveillance hors de l'hôtel pendant la période où le voyageur dispose du logement;
  c) les objets dont l'hôtelier ou une personne lui prêtant ses services, assume la surveillance, soit à l'hôtel, soit hors de l'hôtel, pendant une période d'une durée raisonnable, précédant ou suivant celle où le voyageur dispose du logement.
  La responsabilité visée au présent article est limitée par sinistre à 100 fois le prix de location du logement par journée. Le Roi peut fixer le cas échéant les éléments permettant de déterminer ce prix.
Art. 1953. <W 04-07-1972, art. 2> De aansprakelijkheid van de hotelhouder is onbeperkt :
  a) wanneer de zaken in handen van de hotelhouder of van personen die hem hun diensten verlenen, ter bewaring zijn gegeven;
  b) wanneer hij heeft geweigerd zaken in bewaring te nemen, ten aanzien waarvan hij tot bewaarneming verplicht is;
  c) wanneer de beschadiging, de vernieling of de ontvreemding van de in artikel 1952 bedoelde zaken het gevolg is van schuld van hem zelf of van personen die hem hun diensten verlenen.
  De hotelhouder is verplicht waardepapieren, geld en waardevolle zaken in bewaring te nemen; hij mag de inbewaarneming daarvan alleen weigeren, indien zij gevaarlijk zijn of indien zij, de grootte van het hotel en de omstandigheden in aanmerking genomen, een buitensporige handelswaarde hebben of overlast veroorzaken.
  Hij kan verlangen dat het hem toevertrouwde voorwerp is opgeborgen in een afgesloten of verzegelde verpakking.
Art. 1953. <L 04-07-1972, art. 2>. La responsabilité de l'hôtelier est illimitée :
  a) lorsque les objets ont été déposés entre ses mains ou entre celles de personnes lui prêtant leurs services;
  b) lorsqu'il a refusé de recevoir en dépôt des objets qu'il est obligé d'accepter;
  c) lorsque la détérioration, la destruction ou la soustraction des objets visés à l'article 1952 est due à sa faute ou à celles des personnes lui prêtant leurs services.
  L'hôtelier est obligé d'accepter en dépôt les papiers-valeurs, les espèces monnayées et les objets de valeur; il ne peut les refuser que s'ils sont dangereux ou si, relativement à l'importance ou aux conditions d'exploitation de l'hôtel, ils sont d'une valeur marchande excessive ou d'une nature encombrante.
  Il peut exiger que l'objet qui lui est confié soit contenu dans un emballage fermé ou scellé.
Art. 1954. <W 04-07-1972, art. 3> De hotelhouder is niet aansprakelijk voor zover de beschadiging, de vernieling of de ontvreemding te wijten is aan :
  a) de gast of een persoon die hem vergezelt, bij hem in dienst is of hem bezoekt;
  b) overmacht;
  c) gewapenderhand gepleegde diefstal;
  d) de aard of het gebrek van de zaak.
Art. 1954. <L 04-07-1972, art. 3>. L'hôtelier n'est pas responsable pour autant que la détérioration, la destruction ou la soustraction soit due :
  a) au voyageur lui-même ou aux personnes qui l'accompagnent, sont à son service ou lui rendent visite;
  b) à une force majeure;
  c) au vol fait avec force armée;
  d) à la nature ou au vice de la chose.
Art. 1954bis. <INGEVOEGD bij W 04-07-1972, art. 4> De rechten van de gast gaan teniet indien hij niet onmiddellijk na de vaststelling van de opgelopen schade kennis daarvan geeft, behoudens wanneer de schade veroorzaakt is door de schuld van de hotelhouder of van de personen die hem diensten verlenen.
Art. 1954bis. . Sauf en cas de faute de l'hôtelier ou des personnes lui prêtant leurs services, les droits du voyageur s'éteignent s'il ne signale pas le dommage éprouvé aussitôt après l'avoir découvert.
Art. 1954ter. <INGEVOEGD bij W 04-07-1972, art. 5> Iedere verklaring of beding, waarbij de aansprakelijkheid van de hotelhouder voor het schadelijk feit wordt uitgesloten of beperkt, is nietig.
Art. 1954ter. . Est nulle toute déclaration ou convention visant à exclure ou à limiter avant le fait dommageable la responsabilité de l'hôtelier.
Art. 1954quater. <INGEVOEGD bij W 04-07-1972, art. 6> De artikelen 1952, 1953 en 1954bis zijn niet van toepassing op voertuigen, noch op zaken die tot hun lading behoren en ter plaatse zijn achtergelaten, noch op levende dieren.
Art. 1954quater. . Les articles 1952, 1953 et 1954bis ne s'appliquent ni aux véhicules, ni aux objets faisant partie de leur chargement et laissés sur place, ni aux animaux vivants.
HOOFDSTUK III. - SEKWESTER.
CHAPITRE III. - DU SEQUESTRE.
AFDELING I. - VERSCHILLENDE SOORTEN VAN SEKWESTER.
SECTION I. - DES DIVERSES ESPECES DE SEQUESTRE.
Art. 1955. Men onderscheidt het bij overeenkomst bedongen sekwester en het gerechtelijk sekwester.
Art. 1955. Le séquestre est ou conventionnel ou judiciaire.
AFDELING II. - BIJ OVEREENKOMST BEDONGEN SEKWESTER.
SECTION II. - DU SEQUESTRE CONVENTIONNEL.
Art. 1956. Het bij overeenkomst bedongen sekwester is de bewaargeving, door een of meer personen, van een zaak waarover geschil bestaat, in handen van een derde, die zich verbindt de zaak, nadat het geschil zal zijn uitgemaakt, terug te geven aan degene aan wie zij krachtens de beslissing zal toekomen.
Art. 1956. Le séquestre conventionnel est le dépôt fait par une ou plusieurs personnes, d'une chose contentieuse, entre les mains d'un tiers qui s'oblige de la rendre, après la contestation terminée, à la personne qui sera jugée devoir l'obtenir.
Art. 1957. Het sekwester geschiedt niet noodzakelijk om niet.
Art. 1957. Le séquestre peut n'être pas gratuit.
Art. 1958. Wanneer het om niet geschiedt, is het onderworpen aan dezelfde regels als de eigenlijk bewaargeving, behoudens de hierna bepaalde verschillen.
Art. 1958. Lorsqu'il est gratuit, il est soumis aux règles du dépôt proprement dit, sauf les différences ci-après énoncées.
Art. 1959. Het sekwester kan niet alleen roerende goederen, maar ook onroerende goederen tot voorwerp hebben.
Art. 1959. Le séquestre peut avoir pour objet, non seulement des effets mobiliers, mais même des immeubles.
Art. 1960. De bewaarnemer die met het sekwester belast is, kan daarvan niet worden ontslagen voordat het geschil is uitgemaakt, behalve met toestemming van alle belanghebbende partijen, of om een wettig geoordeelde reden.
Art. 1960. Le dépositaire chargé du séquestre ne peut être déchargé avant la contestation terminée, que du consentement de toutes les parties intéressées, ou pour une cause jugée légitime.
AFDELING III. - GERECHTELIJK SEKWESTER OF GERECHTELIJK BEWAARGEVING.
SECTION III. - DU SEQUESTRE OU DEPOT JUDICIAIRE.
Art. 1961. De rechter kan het sekwester bevelen :
  1° Van roerende goederen die onder een schuldenaar in beslag genomen zijn;
  2° Van een onroerend goed of van een roerend goed waarvan de eigendom of het bezit tussen twee of meer personen in geschil is;
  3° Van zaken die een schuldenaar tot kwijting van zijn schuld aanbiedt.
Art. 1961. La justice peut ordonner le séquestre,
  1° Des meubles saisis sur un débiteur;
  2° D'un immeuble ou d'une chose mobilière dont la propriété ou la possession est litigieuse entre deux ou plusieurs personnes;
  3° Des choses qu'un débiteur offre pour sa libération.
Art. 1962. De aanstelling van een gerechtelijke bewaarder doet tussen de beslaglegger en de bewaarder wederzijdse verplichtingen ontstaan. De bewaarder moet voor het behoud van de in beslag genomen zaken zorgen als een goed huisvader.
  Hij moet deze overgeven, hetzij ter ontlasting van de beslaglegger, in geval van verkoop, hetzij aan de partij tegen wie de tenuitvoerlegging heeft plaatsgehad, in geval van opheffing van het beslag.
  De verplichting van de beslaglegger bestaat in de betaling van het bij de wet bepaalde loon aan de bewaarder.
Art. 1962. L'établissement d'un gardien judiciaire produit, entre le saisissant et le gardien, des obligations réciproques. Le gardien doit apporter pour la conservation des effets saisis, les soins d'un bon père de famille.
  Il doit les présenter, soit à la décharge du saisissant pour la vente, soit à la partie contre laquelle les exécutions ont été faites, en cas de mainlevée de la saisie.
  L'obligation du saisissant consiste à payer au gardien le salaire fixé par la loi.
Art. 1963. Het gerechtelijk sekwester wordt opgedragen, hetzij aan een persoon omtrent wie de belanghebbende partijen zijn overeengekomen, hetzij aan een persoon die door de rechter ambtshalve benoemd wordt.
  In beide gevallen is hij aan wie de zaak is toevertrouwd, onderworpen aan alle verplichtingen die het bedongen sekwester medebrengt.
Art. 1963. Le séquestre judiciaire est donné, soit à une personne dont les parties intéressées sont convenues entre elles, soit à une personne nommée d'office par le juge.
  Dans l'un et l'autre cas, celui auquel la chose a été confiée, est soumis à toutes les obligations qu'emporte le séquestre conventionnel.
TITEL XII. - KANSCONTRACTEN.
TITRE XII. - DES CONTRATS ALEATOIRES.
Art. 1964. Een kanscontract is een wederkerige overeenkomst, waarvan de gevolgen, met betrekking tot winst en verlies, hetzij voor alle partijen, hetzij voor een of meer van hen, van een onzekere gebeurtenis afhangen.
  Van dien aard zijn :
  Het verzekeringscontract,
  [1 ...]1
  Spel en weddenschap,
  Het contract van lijfrente.
  [1 ...]1
  
Art. 1964. Le contrat aléatoire est une convention réciproque dont les effets, quant aux avantages et aux pertes, soit pour toutes les parties, soit pour l'une ou plusieurs d'entre elles, dépendent d'un événement incertain.
  Tels sont :
  Le contrat d'assurance,
  [1 ...]1
  Le jeu et le pari,
  Le contrat de rente viagère.
  [1 ...]1
  
HOOFDSTUK I. - SPEL EN WEDDENSCHAP.
CHAPITRE I. - DU JEU ET DU PARI.
Art. 1965. De wet staat geen rechtsvordering toe voor een speelschuld of voor de betaling van een weddenschap.
Art. 1965. La loi n'accorde aucune action pour une dette du jeu ou pour le payement d'un pari.
Art. 1966. De spelen die geschikt zijn tot oefening in de wapenhandel, de wedlopen te voet of te paard, de wedrennen met wagens, het kaatsspel, en andere soortgelijke spelen waarmee behendigheid en geoefendheid van het lichaam zijn gemoeid, [1 alsook de kansspelen die zijn toegestaan ingevolge de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers,]1 zijn van de vorige bepaling uitgezonderd.
  Evenwel kan de rechter de eis afwijzen, wanneer het bedrag hem buitensporig voorkomt.
  
Art. 1966. Les jeux propres à exercer au fait des armes, les courses à pied ou à cheval, les courses de chariots, le jeu de paume et autres jeux de même nature qui tiennent à l'adresse et à l'exercice du corps, [1 ainsi que les jeux de hasard autorisés par la loi du 7 mai 1999 sur les jeux de hasard, les paris, les établissements de jeux de hasard et la protection des joueurs,]1 sont exceptés de la disposition précédente.
  Néanmoins, le tribunal peut rejeter la demande, quand la somme lui paraît excessive.
  
Art. 1967. In geen geval kan de verliezer terugeisen wat hij vrijwillig betaald heeft, tenzij er van de kant van de winner bedrog, list of oplichting heeft plaatsgehad.
Art. 1967. Dans aucun cas, le perdant ne peut répéter ce qu'il a volontairement payé, à moins qu'il n'y ait eu, de la part du gagnant, dol, supercherie ou escroquerie.
HOOFDSTUK II. - CONTRACT VAN LIJFRENTE.
CHAPITRE II. - DU CONTRAT DE RENTE VIAGERE.
AFDELING I. - VOORWAARDEN DIE VOOR DE GELDIGHEID VAN HET CONTRACT VEREIST ZIJN.
SECTION I. - DES CONDITIONS REQUISES POUR LA VALIDITE DU CONTRAT.
Art. 1968. Lijfrente kan gevestigd worden onder bezwarende titel, tegen betaling van een som geld of tegen afstand van een geldswaardig roerend goed, of van een onroerend goed.
Art. 1968. La rente viagère peut être constituée à titre onéreux, moyennant une somme d'argent, ou pour une chose mobilière appréciable, ou pour un immeuble.
Art. 1969. Zij kan ook geheel om niet gevestigd worden, bij schenking onder de levenden of bij testament. Alsdan moeten de bij de wet voorgeschreven vormen worden in acht genomen.
Art. 1969. Elle peut être aussi constituée, à titre purement gratuit, par donation entre vifs ou par testament. Elle doit être alors revêtue des formes requises par la loi.
Art. 1970. In het geval van het vorige artikel kan de lijfrente ingekort worden, indien zij het beschikbaar gedeelte overschrijdt; zij is nietig, indien zij gevestigd wordt ten behoeve van een persoon die onbekwaam is om bij schenking of bij testament te verkrijgen.
Art. 1970. Dans le cas de l'article précédent, la rente viagère est réductible, si elle excède ce dont il est permis de disposer; elle est nulle, si elle est au profit d'une personne incapable de recevoir.
Art. 1971. Lijfrente kan gevestigd worden hetzij op het leven van hem die de prijs daarvoor verstrekt, hetzij op het leven van een derde die op het genot van de lijfrente geen recht heeft.
Art. 1971. La rente viagère peut être constituée, soit sur la tête de celui qui en fournit le prix, soit sur la tête d'un tiers, qui n'a aucun droit d'en jouir.
Art. 1972. Zij kan op het leven van een of meer personen gevestigd worden.
Art. 1972. Elle peut être constituée sur une ou plusieurs têtes.
Art. 1973. Zij kan gevestigd worden ten behoeve van een derde, hoewel de prijs ervan door een ander persoon verstrekt wordt.
  In dit laatste geval is de lijfrente, al heeft zij de kenmerken van een gift, niet onderworpen aan de voor de schenkingen vereiste vorm, behoudens de gevallen van inkorting en van nietigheid, in artikel 1970 bepaald.
Art. 1973. Elle peut être constituée au profit d'un tiers, quoique le prix en soit fourni par une autre personne.
  Dans ce dernier cas, quoiqu'elle ait les caractères d'une libéralité, elle n'est point assujettie aux formes requises pour les donations; sauf les cas de réduction et de nullité énoncés dans l'article 1970.
Art. 1974. Ieder contract van lijfrente, gevestigd op het leven van iemand die overleden was op de dag waarop het contract is aangegaan, is zonder gevolg.
Art. 1974. Tout contrat de rente viagère créée sur la tête d'une personne qui était morte au jour du contrat, ne produit aucun effet.
Art. 1975. Hetzelfde geld voor het contract, waarbij de rente gevestigd is op het leven van iemand die reeds was aangetast door de ziekte waaraan hij binnen twintig dagen na de dagtekening van het contract is overleden.
Art. 1975. Il en est de même du contrat par lequel la rente a été créée sur la tête d'une personne atteinte de la maladie dont elle est décédée dans les vingt jours de la date du contrat.
Art. 1976. Lijfrente kan worden gevestigd tegen een rentevoet die de contracterende partijen goedvinden te bepalen.
Art. 1976. La rente viagère peut être constituée au taux qu'il plaît aux parties contractantes de fixer.
AFDELING II. - GEVOLGEN VAN HET CONTRACT TUSSEN DE CONTRACTERENDE PARTIJEN.
SECTION II. - DES EFFETS DU CONTRAT ENTRE LES PARTIES CONTRACTANTES.
Art. 1977. De persoon te wiens behoeve een lijfrente onder bezwarende titel gevestigd is, kan de ontbinding van het contract vorderen, indien de renteplichtige hem de zekerheid die voor de uitvoering ervan bedongen is, niet bezorgt.
Art. 1977. Celui au profit duquel la rente viagère a été constituée moyennant un prix, peut demander la résiliation du contrat, si le constituant ne lui donne pas les sûretés stipulées pour son exécution.
Art. 1978. De enkele wanbetaling van de rentetermijnen geeft de persoon te wiens behoeve de lijfrente gevestigd is, niet het recht om de terugbetaling van het kapitaal of de teruggave van het door hem afgestane goed te vorderen; hij kan slechts op de goederen van zijn schuldenaar beslag leggen en die doen verkopen, en doen bevelen of doen toestaan dat uit de opbrengst van de verkoop een voldoende bedrag voor de uitkering van de termijnen wordt belegd.
Art. 1978. Le seul défaut de payement des arrérages de la rente n'autorise point celui en faveur de qui elle est constituée, à demander le remboursement du capital, ou à rentrer dans le fonds par lui aliéné; il n'a que le droit de saisir et de faire vendre les biens de son débiteur, et de faire ordonner ou consentir, sur le produit de la vente, l'emploi d'une somme suffisante pour le service des arrérages.
Art. 1979. De renteplichtige kan zich van de uitkering van de rente niet bevrijden, door de teruggave van het kapitaal aan te bieden, en door af te zien van de terugvordering van de betaalde rentetermijnen; hij is verplicht de rente uit te keren gedurende het gehele leven van de persoon of van de personen op wier leven de rente gevestigd is, hoe lang deze ook in leven blijven, en hoe bezwarend de uitkering van de rente ook mocht zijn geworden.
Art. 1979. Le constituant ne peut se libérer du payement de la rente, en offrant de rembourser le capital, et en renonçant à la répétition des arrérages payés; il est tenu de servir la rente pendant toute la vie de la personne ou des personnes sur la tête desquelles la rente a été constituée, quelle que soit la durée de la vie de ces personnes, et quelque onéreux qu'ait pu devenir le service de la rente.
Art. 1980. De eigenaar van een lijfrente verkrijgt deze slechts naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij geleefd heeft.
  Indien echter bedongen is, dat zij vooruit betaald moet worden, is het recht op de verschenen termijn verkregen van de dag waarop de betaling moest geschieden.
Art. 1980. La rente viagère n'est acquise au propriétaire que dans la proportion du nombre de jours qu'il a vécu.
  Néanmoins, s'il a été convenu qu'elle serait payée d'avance, le terme qui a dû être payé, est acquis du jour où le payement a dû en être fait.
Art. 1981. Het beding, dat de lijfrente niet vatbaar is voor beslag, is slechts toegelaten wanneer zij om niet is gevestigd.
Art. 1981. La rente viagère ne peut être stipulée insaisissable, que lorsqu'elle a été constituée à titre gratuit.
Art. 1982. (Opgeheven) <W 15-12-1949, art. 29>
Art. 1982. [Abrogé]<L 15-12-1949, art. 29>.
Art. 1983. De eigenaar van een lijfrente kan de termijnen ervan niet vorderen dan door te doen blijken van zijn bestaan, of van het bestaan van hem op wiens leven zij gevestigd is.
Art. 1983. Le propriétaire d'une rente viagère n'en peut demander les arrérages qu'en justifiant de son existence, ou de celle de la personne sur la tête de laquelle elle a été constituée.
TITEL XIII. - LASTGEVING.
TITRE XIII. - DU MANDAT.
HOOFDSTUK I. - AARD EN VORM VAN DE LASTGEVING.
CHAPITRE I. - DE LA NATURE ET DE LA FORME DU MANDAT.
Art. 1984. Lastgeving of volmacht is een handeling, waarbij een persoon aan een ander de macht geeft om iets voor de lastgever en in zijn naam te doen.
  Het contract komt slechts tot stand door de aanneming van de lasthebber.
Art. 1984. Le mandat ou la procuration est un acte par lequel une personne donne à une autre le pouvoir de faire quelque chose pour le mandant et en son nom.
  Le contrat ne se forme que par l'acceptation du mandataire.
Art.1984bis. [1 De persoon die werd gelast met een gerechtelijke lastgeving, kan, in uitvoering van deze lastgeving, een volmacht verlenen aan een derde louter met het oog op de ondertekening van een authentieke akte waarvan de inhoud reeds door deze persoon werd vastgelegd. Deze volmacht vermeldt uitdrukkelijk dat deze beperkt is tot de loutere ondertekening van de authentieke akte die erin wordt vermeld.]1
  
Art.1984bis. [1 La personne qui a été investie d'un mandat judiciaire peut, en exécution dudit mandat, conférer une procuration à un tiers aux seules fins de la signature d'un acte authentique dont le contenu a déjà été défini par cette personne. Cette procuration indique expressément qu'elle est limitée à la seule signature de l'acte authentique qu'elle mentionne.]1
  
Art. 1985. Lastgeving kan verleend worden of bij een openbare akte, of bij een onderhands geschrift, zelfs bij een brief. Zij kan ook mondeling verleend worden; maar het bewijs ervan door getuigen wordt alleen toegelaten overeenkomstig de titel Contracten of verbintenissen uit overeenkomst in het algemeen.
  De aanneming van de lastgeving kan ook stilzwijgend geschieden, en blijken uit de uitvoering ervan door de lasthebber.
Art. 1985. Le mandat peut être donné ou par acte public, ou par écrit [1 sous signature privée]1, même par lettre. Il peut aussi être donné verbalement; mais la preuve testimoniale n'en est reçue que conformément au titre des contrats ou des obligations conventionnelles en général.
  L'acceptation du mandat peut n'être que tacite, et résulter de l'exécution qui lui a été donnée par le mandataire.
  
Art. 1986. Lastgeving geschiedt om niet, tenzij het tegendeel bedongen is.
Art. 1986. Le mandat est gratuit, s'il n'y a convention contraire.
Art. 1987. Lastgeving is of bijzonder en betreft slechts een zaak of bepaalde zaken, of algemeen en betreft alle zaken van de lastgever.
Art. 1987. Il est ou spécial et pour une affaire ou certaines affaires seulement, ou général et pour toutes les affaires du mandant.
Art. 1988. Lastgeving, in algemene bewoordingen uitgedrukt, omvat alleen de daden van beheer.
  Om goederen te vervreemden of met hypotheek te bezwaren, of om enige andere daad van eigendom te verrichten, is een uitdrukkelijke lastgeving vereist.
Art. 1988. Le mandat conçu en termes généraux n'embrasse que les actes d'administration.
  S'il s'agit d'aliéner ou hypothéquer, ou de quelque autre acte de propriété, le mandant doit être exprès.
Art. 1989. De lasthebber mag niets doen buiten hetgeen in zijn lastgeving begrepen is; de macht om een dading te treffen omvat niet de macht om een compromis aan te gaan.
Art. 1989. Le mandataire ne peut rien faire au delà de ce qui est porté dans son mandat : le pourvoir de transiger ne renferme pas celui de compromettre.
Art. 1990. <W 14-07-1976, art. IV, 15> Ontvoogde minderjarigen kunnen tot lasthebber gekozen worden, maar de lastgever heeft geen vordering tegen zodanige lasthebber dan overeenkomstig de algemene regels betreffende de verbintenissen van minderjarigen.
  <NOTA : Bij wijze van overgangsmaatregelen (zie art. IV, 47, § 2 W. 14 juli 1976) blijft de hierna volgende tekst van kracht in de voorziene gevallen :Vrouwen en ontvoogde minderjarigen kunnen tot lasthebbers gekozen worden; maar de lastgever heeft geen vordering tegen een minderjarige lasthebber dan overeenkomstig de algemene regels betreffende de verbintenissen van minderjarigen, en tegen een gehuwde vrouw die de lastgeving zonder machtiging van haar man heeft aangenomen, dan overeenkomstig de regels gesteld in de titel Huwelijkscontract (...).>
Art. 1990. <L 14-07-1976, art. IV>. Les mineurs émancipés peuvent être choisis comme mandataires, mais le mandant n'a d'action contre le mandataire que d'après les règles générales relatives aux obligations des mineurs.
  
HOOFDSTUK II. - VERPLICHTINGEN VAN DE LASTHEBBER.
CHAPITRE II. - DES OBLIGATIONS DU MANDATAIRE.
Art. 1991. De lasthebber is gehouden de lastgeving te volbrengen, zolang hij daarvan niet ontheven is, en hij is verantwoordelijk voor de schade die uit het niet uitvoeren ervan zou kunnen ontstaan.
  Eveneens is hij gehouden de zaak waarmee ten tijde van het overlijden van de lastgever een aanvang was gemaakt, ten einde te brengen, indien de aangelegenheid geen uitstel gedoogt.
Art. 1991. Le mandataire est tenu d'accomplir le mandat tant qu'il en demeure chargé, et répond des dommages-intérêts qui pourraient résulter de son inexécution.
  Il est tenu de même d'achever la chose commencée au décès du mandant, s'il y a péril en la demeure.
Art. 1992. De lasthebber is niet alleen aansprakelijk voor zijn opzet, maar ook voor zijn schuld in de uitvoering van zijn opdracht.
  Niettemin wordt de aansprakelijkheid wegens schuld minder streng toegepast ten aanzien van degene die de lastgeving om niet op zich neemt, dan ten aanzien van hem die daarvoor loon ontvangt.
Art. 1992. Le mandataire répond non seulement du dol, mais encore des fautes qu'il commet dans sa gestion.
  Néanmoins la responsabilité relative aux fautes est appliquée moins rigoureusement à celui dont le mandat est gratuit qu'à celui qui reçoit un salaire.
Art. 1993. Ieder lasthebber is gehouden rekenschap te geven van de uitvoering van zijn opdracht, en aan de lastgever verantwoording te doen van al hetgeen hij krachtens zijn volmacht ontvangen heeft, al was ook het door hem ontvangene aan de lastgever niet verschuldigd.
Art. 1993. Tout mandataire est tenu de rendre compte de sa gestion, et de faire raison au mandant de tout ce qu'il a reçu en vertu de sa procuration, quand même ce qu'il aurait reçu n'eût point été dû au mandant.
Art. 1994. De lasthebber is aansprakelijk voor hem die hij bij de uitvoering van zijn opdracht in zijn plaats gesteld heeft :
  1° wanneer hij de macht om iemand in zijn plaats te stellen niet heeft bekomen;
  2° wanneer hem die macht wel is verleend, maar zonder aanwijzing van een bepaalde persoon, en degene die hij daartoe gekozen heeft, blijkbaar onbevoegd of onvermogend was.
  In alle gevallen kan de persoon die door de lasthebber in zijn plaats is gesteld, door de lastgever rechtstreeks worden aangesproken.
Art. 1994. Le mandataire répond de celui qu'il s'est substitué dans la gestion :
  1° quand il n'a pas reçu le pouvoir de se substituer quelqu'un;
  2° quand ce pouvoir lui a été conféré sans désignation d'une personne, et que celle dont il a fait choix était notoirement incapable ou insolvable.
  Dans tous les cas, le mandant peut agir directement contre la personne que le mandataire s'est substituée.
Art. 1995. Wanneer verscheidene gevolmachtigden of lasthebbers bij een zelfde akte zijn aangesteld, bestaat er tussen hen geen hoofdelijkheid, dan voor zover zulks uitdrukkelijk bepaald is.
Art. 1995. Quand il y a plusieurs fondés de pouvoir ou mandataires établis par le même acte, il n'y a de solidarité entre eux qu'autant qu'elle est exprimée.
Art. 1996. De lasthebber is van de geldsommen die hij voor zijn eigen gebruik heeft besteed, interest verschuldigd te rekenen van het tijdstip waarop hij van die sommen gebruik heeft gemaakt; en van het door hem verschuldigde saldo, te rekenen van de dag dat hij in gebreke gesteld is.
Art. 1996. Le mandataire doit l'intérêt des sommes qu'il a employées à son usage, à dater de cet emploi; et de celles dont il est reliquataire, à compter du jour qu'il est mis en demeure.
Art. 1997. De lasthebber die aan de partij, met wie hij in zijn hoedanigheid van lasthebber handelt, voldoende kennis van zijn volmacht gegeven heeft, is niet aansprakelijk voor hetgeen daarbuiten gedaan is, behalve indien hij zich daartoe persoonlijk heeft verbonden.
Art. 1997. Le mandataire qui a donné à la partie avec laquelle il contracte en cette qualité, une suffisante connaissance de ses pouvoirs, n'est tenu d'aucune garantie pour ce qui a été fait au delà, s'il ne s'y est personnellement soumis.
HOOFDSTUK III. - VERPLICHTINGEN VAN DE LASTGEVER.
CHAPITRE III. - DES OBLIGATIONS DU MANDANT.
Art. 1998. De lastgever is gehouden de verbintenissen na te komen, die de lasthebber overeenkomstig de hem verleende macht heeft aangegaan.
  Hij is niet gehouden tot hetgeen daarbuiten mocht zijn gedaan, dan voor zover hij zulks uitdrukkelijk of stilzwijgend bekrachtigd heeft.
Art. 1998. Le mandant est tenu d'exécuter les engagements contractés par le mandataire, conformément au pouvoir qui lui a été donné.
  Il n'est tenu de ce qui a pu être fait au delà, qu'autant qu'il l'a ratifié expressément ou tacitement.
Art. 1999. De lastgever moet de lasthebber de voorschotten en kosten vergoeden, die deze tot uitvoering van de lastgeving gedaan heeft, en hem zijn loon betalen wanneer er loon beloofd is.
  Indien de lasthebber geen schuld te wijten is, kan de lastgever zich aan deze teruggave en betaling niet onttrekken, al mocht de zaak ook mislukt zijn, noch het bedrag van de kosten en voorschotten doen verminderen, onder voorgeven dat zij geringer konden zijn.
Art. 1999. Le mandant doit rembourser au mandataire les avances et frais que celui-ci a faits pour l'exécution du mandat, et lui payer ses salaires lorsqu'il en a été promis.
  S'il n'y a aucune faute imputable au mandataire, le mandant ne peut se dispenser de faire ces remboursements et payement, lors même que l'affaire n'aurait pas réussi, ni faire réduire le montant des frais et avances sous le prétexte qu'ils pouvaient être moindres.
Art. 2000. De lastgever moet de lasthebber ook schadeloos stellen voor de verliezen die deze ter gelegenheid van de uitvoering van zijn opdracht geleden heeft, indien hem geen onvoorzichtigheid te wijten is.
Art. 2000. Le mandant doit aussi indemniser le mandataire des pertes que celui-ci a essuyées à l'occasion de sa gestion, sans imprudence qui lui soit imputable.
Art. 2001. De lastgever is aan de lasthebber voor gedane voorschotten interest verschuldigd, te rekenen van de dag waarop de voorschotten blijken te zijn gedaan.
Art. 2001. L'intérêt des avances faites par le mandataire lui est dû par le mandant, à dater du jour des avances constatées.
Art. 2002. Wanneer verscheidene personen een lasthebber hebben aangesteld voor een gemeenschappelijke zaak, is ieder van hen hoofdelijk jegens hem verbonden voor alle gevolgen van de lastgeving.
Art. 2002. Lorsque le mandataire a été constitué par plusieurs personnes pour une affaire commune, chacune d'elles est tenue solidairement envers lui de tous les effets du mandat.
HOOFDSTUK IV. - VERSCHILLENDE WIJZEN WAAROP LASTGEVING EINDIGT.
CHAPITRE IV. - DES DIFFERENTES MANIERES DONT LE MANDAT FINIT.
Art. 2003. Lastgeving eindigt :
  Door herroeping van de volmacht van de lasthebber,
  Door opzegging van de lastgeving door de lasthebber,
  Door de (...) dood, [1 ...]1 of het kennelijk onvermogen, hetzij van de lastgever, hetzij van de lasthebber. <W 15-12-1949, art. 28>
  [1 [2 [3 Wat betreft de algemene lastgevingen bedoeld in artikel 1987 of de lastgevingen bedoeld in artikel 489]3, ingeval de lastgever]2 komt te verkeren in een staat bedoeld in artikel 488/1 of 488/2 en de lastgeving niet voldoet aan de eisen bepaald in de artikelen 490 en 490/1, § 1.]1 [3 Van het voorgaande kan worden afgeweken indien dit uitdrukkelijk werd bedongen in een contract van discretionair vermogensbeheer, een hypothecair mandaat of een burgerlijk maatschap.]3
  [3 De Koning kan de lijst met uitzonderingen, bedoeld in het tweede lid, uitbreiden.
   De lastgeving eindigt in alle gevallen indien de lasthebber komt te verkeren in een staat bedoeld in de artikelen 488/1 of 488/2.]3

  
Art. 2003. Le mandat finit :
  Par la révocation du mandataire,
  Par la renonciation de celui-ci au mandat,
  Par la mort [...], [1 ...]1 ou la déconfiture, soit du mandant, soit du mandataire. <L 15-12-1949, art. 28>.
  [1 [2 [3 En ce qui concerne les mandats généraux visés à l'article 1987 ou les mandats visés à l'article 489]3, lorsque le mandant]2 se retrouve dans l'état visé à l'article 488/1 ou 488/2 et que le mandat ne répond pas aux exigences prévues aux articles 490 et 490/1, § 1er.]1 [3 Il peut être dérogé à ce qui précède si cela est expressément stipulé dans un contrat de gestion patrimoniale discrétionnaire, un mandat hypothécaire ou une société civile.]3
  [3 Le Roi peut étendre la liste des exceptions visées à l'alinéa 2.
   Dans tous les cas, le mandat prend fin si le mandataire se trouve dans l'état visé aux articles 488/1 ou 488/2.]3

  
Art. 2004. De lastgever kan zijn volmacht herroepen wanneer hem zulks goeddunkt, en in voorkomend geval de lasthebber noodzaken hem terug te geven, hetzij het onderhands geschrift dat de lastgeving bevat, hetzij het origineel van de volmacht, indien deze in brevet is afgegeven, hetzij de uitgifte, indien een minuut ervan gehouden is.
Art. 2004. Le mandant peut révoquer sa procuration quand bon lui semble, et contraindre, s'il y a lieu, le mandataire à lui remettre, soit l'écrit [1 sous signature privée]1 qui la contient, soit l'original de la procuration, si elle a été délivrée en brevet, soit l'expédition, s'il en a été gardé minute.
  
Art. 2005. De herroeping waarvan alleen aan de lasthebber is kennis gegeven, kan niet worden tegengeworpen aan derden die, daarvan onkundig zijnde, met hem gehandeld hebben, onverminderd het verhaal van de lastgever op de lasthebber.
  [1 De staat van de lastgever bedoeld in artikel 488/1 of 488/2 kan niet worden tegengeworpen aan derden die, daarvan onkundig zijnde, met de lasthebber gehandeld hebben, onverminderd het verhaal van de lastgever op de lasthebber.]1
  
Art. 2005. La révocation notifiée au seul mandataire ne peut être opposée aux tiers qui ont traité dans l'ignorance de cette révocation, sauf au mandant son recours contre le mandataire.
  [1 L'état du mandant visé à l'article 488/1 ou 488/2 ne peut être opposé aux tiers qui ont traité dans l'ignorance de cette révocation, sauf au mandant son recours contre le mandataire.]1
  
Art. 2006. De aanstelling van een nieuwe lasthebber voor dezelfde zaak, brengt de herroeping van de volmacht van de eerste mede, te rekenen van de dag waarop hem van deze aanstelling is kennis gegeven.
Art. 2006. La constitution d'un nouveau mandataire pour la même affaire, vaut révocation du premier, à compter du jour où elle a été notifiée à celui-ci.
Art. 2007. De lasthebber kan de lastgeving opzeggen door kennisgeving van zijn ontslag aan de lastgever.
  Indien evenwel dit ontslag de lastgever benadeelt, moet de lasthebber hem daarvoor schadeloos stellen, tenzij hij zich in de onmogelijkheid bevindt om de lastgeving verder te volbrengen, zonder daardoor zelf een aanmerkelijke schade te lijden.
Art. 2007. Le mandataire peut renoncer au mandat, en notifiant au mandant sa renonciation.
  Néanmoins, si cette renonciation préjudicie au mandant, il devra en être indemnisé par le mandataire, à moins que celui-ci ne se trouve dans l'impossibilité de continuer le mandat sans en éprouver lui-même un préjudice considérable.
Art. 2008. Indien de lasthebber geen kennis draagt van het overlijden van de lastgever of van het bestaan van enige andere oorzaak die de lastgeving doet eindigen, is hetgeen hij in die onwetendheid verricht heeft, geldig.
Art. 2008. Si le mandataire ignore la mort du mandant ou l'une des autres causes qui font cesser le mandat, ce qu'il a fait dans cette ignorance est valide.
Art. 2009. In de hierboven bedoelde gevallen moeten de verbintenissen, door de lasthebber aangegaan, nagekomen worden ten aanzien van derden die te goeder trouw zijn.
Art. 2009. Dans les cas ci-dessus, les engagements du mandataire sont exécutés à l'égard des tiers qui sont de bonne foi.
Art. 2010. Ingeval de lasthebber overlijdt, moeten zijn erfgenamen daarvan aan de lastgever kennis geven, en inmiddels alles doen wat de omstandigheden in het belang van de lastgever vereisen.
Art. 2010. En cas de mort du mandataire, ses héritiers doivent en donner avis au mandant, et pourvoir, en attendant, à ce que les circonstances exigent pour l'intérêt de celui-ci.