ADB:rechtbank-eerste-aanleg-hasselt-24-02-2026-0
Beslissingsdetails
🏛️ Rechtbank eerste aanleg Hasselt
📅 2026-02-24
🌐 NL
Vonnis
Rechtsgebied
Ruimtelijke Ordening
Woonbeleid
Samenvatting
Vonnisnummer / Griffienummer / Repertorium nummer / Europees Datum van uitspraak 24 februari 2026 Naam van de beklaagde(n) Systeemnummer parket 23(02815 Rolnummer ) Notitienummer parket HA66.Wl.103500/2022 rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt Sectie correctioneel Kamer 13D Vonnis...
Volledige tekst
Vonnisnummer / Griffienummer
/
Repertorium nummer / Europees
Datum van uitspraak
24 februari 2026
Naam van de beklaagde(n)
Systeemnummer parket
23(02815
Rolnummer
)
Notitienummer parket
HA66.Wl.103500/2022
rechtbank van eerste aanleg
Limburg, afdeling Hasselt
Sectie correctioneel
Kamer 13D
Vonnis
Aa ngeboden op
Niette registreren
Ro lnummer
rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt Sectie correctioneel
p. 2
In de zaak van het openbaar ministerie
en
EISER IN HERSTEL
Wooni nspectie
ingeschreven te
burgerlijke pa rt ij, vertegenwoordigd door meester
, advocaat te
1, loco meester
:, advocaat te
tegen :
BEKLAAGDEN :
,RRN
geboren te
van Belgische nationaliteit
ingeschreven te
beklaagde, die verstek laat gaan.
,RRN
geboren
van Belgische nationaliteit
ingeschreven te
beklaagde, die verstek laat gaan.
1.
2.
3.
met maatschappelijke zetel gevestigd te
1 - i
, KBO
beklaagde, die verstek laat gaan.
TENLASTELEGGING(EN)
Als dader of mededader in de zin van art ikel 66 van het strafwetboek;
Als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter
beschikking stelt, een niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via
tussenpersoon te hebben verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog
op bewoning.
(art. 3.34. Vlaamse Codex Wonen van 2021)
te Gingelom in de periode van 24 december 2021 tot en met 29 november 2022
door
erkte
en
Rolnumme,
rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt Sectie correctioneel
p. 3
op het perceel gelegen te
gekadastreerd als
, met een oppervlakte van 00a 33ca, eigendom van
ingevolge akte van aankoop van 2 december 2021, verleden door
notaris
, te
Tevens gedagvaard om zich te horen veroordelen tot uitvoering van de herstelvordering van
de Gewestelijke Wooninspecteur waar het College van Burgemeester en Schepenen van
zich aansluiten, binnen de 10 maanden, onder verbeurte van een dwangsom van
150 euro per dag in geval van niet-uitvoering (stukken 2 en 3 van het dossier), waarbij
overeenkomstig artikel 3.47., lid 1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, de Wooninspecteur
en/of het College van Burgemeester en Schepenen van
, op kosten van de overtreder,
ambtshalve in de uitvoering van de herstelmaatregel kunnen voorzien voor het geval dat deze
door beklaagde niet binnen de gestelde termijn wordt uitgevoerd.
OVERSCHRIJVING DAGVAARDING TER KANTOOR VAN DE ALGEMENE ADMINISTRATIE VAN
DE PATRIMONIUMDOCUMENTATIE
De aandacht van de gerechtsdeurwaarder, met de beteken ing gelast, dient erop gevestigd te
worden dat deze dagvaarding conform artikel 3.49.,§1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021,
door zijn zorgen aan het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de
Patrimoniumdocumentatie van de ligging van het onroerend goed dient te worden
aangeboden teneinde overschrijving.
Het bewijs van de overschrijving en de kantmelding dient samen met de dagvaarding door de
gerechtsdeurwaarder aan het strafdossier te worden gevoegd.
1. PROCEDURE
werden gedagvaard
Eerste beklaagde
bij rechtstreekse dagvaarding betekend op 6 mei 2025 aan de woon- of verblijfplaats (art. 38,
§ 1 Ger.W.) van eerste beklaagde
en tweede beklaagde
en tweede beklaagde
Derde beklaagde
mei 2025 aan de maatschappelijke zetel (art . 38, § 1 Ger.W.) van derde beklaagde
gevestigd is.
werd gedagvaard bij rechtstreekse dagvaarding betekend op 12
De dagvaard ing werd overeenkomstig artikel 6.3.1, §6 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
op 8 mei 2025 overgeschreven op het Kantoor Rechtszekerheid
met referentie
1"'i'
,, zodat de dagvaarding ontvankelijk is.
De herstelvordering van de Gewestelijke Wooninspectie werd ingeleid bij brief aan het
openbaar ministerie van 19 januari 2023, zodat de herstelvordering ontvankelijk is.
Het College van Burgemeester en Schepenen var
I sloot zich bij deze herstelvordering
van de Gewestelijke Woon inspectie aan bij brief aan het openbaar ministerie van 2 februari
2023
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Lim burg, afdeling Hasselt Sectie correctioneel
p. 4
Ter terechtzitting van 3 juni 2025 (agendazitting) werd de zaak op verzoek van de eiser in
herstel Wooninspectie
uitgesteld voor behande ling op de terechtzitting van 2 sep
tember 2025.
Ter terechtzitting van 2 september 2025 werd de zaak ambtshalve omwille van de noodwen
digheden van de dienst in dezelfde toestand uitgesteld voor behandeling op de terechtzitting
van 2 december 2025.
Ter terechtzitting van 2 december 2025 werd de zaak ambtshalve omwille van de noodwen
digheden van de dienst in dezelfde toestand uitgesteld voor behandeling op de terechtzitting
van 27 januari 2026.
De behandeling en de debatten van de zaak hadden plaats in openbare terechtzitting 27 janu
ari 2026
De rechtspleging verliep in de Nederlandse taal.
De rechtbank nam kennis van de stukken van de rechtspleging en hoorde alle aanwezige
partijen.
Eerste beklaagde
, tweede beklaagde
en derde beklaagde
, zijn niet verschenen en werden niet vertegenwoordigd, hoewel zij rechtsgeldig werden
gedagvaard.
2. BEOORDELING OP STRAFGEBIED
2.1. Beoordeling van de Schuld
Eerste beklaagde
en derde
1.
, worden vervolgd voor het als verhuurder, als eventuele onderverhuurder
beklaagde
of als persoon die een won ing ter beschikking stelt, een niet-conforme of overbewoonde
woning rechtstreeks of via tussenpersoon te hebben verhuurd, te huur gesteld of ter
beschikking gesteld met het oog op bewoning, met name op het perceel gelegen te
tweede beklaagde
, gekadastreerd als
een oppervlakte van OOa 33ca, eigendom van
van aankoop van 2 december 2021, verleden door notaris
in de periode van 24 december 2021 tot en met 29 november 2022.
te
met
:) ingevolge akte
11 en dit te
De rechtbank is van oordeel dat de schuld van Eerste beklaagde
. en derde beklaagde
, tweede
2.
beklaagde
, aan de hen ten laste gelegde feiten
onder de enige tenlastelegging bewezen is op basis van de resultaten van het vooronderzoek
en het onderzoek tijdens de zitting.
De rechtbank verwijst in het bijzonder naar:
Rol nummer
rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt Sectie correctioneel
p. S
de vaststellingen van de verbalisant wooninspecteur op 29 november 2022 waarbij
werd vastgesteld dat een pand gelegen te
., hetgeen niet vol
deed aan de woningkwal ite itsnormen van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, werd
verhuurd aan de huurders
de gedetailleerde beschrijving van de plaatsgesteldheid en de technische vaststellingen
gedaan door de verbalisant wooninspecteur op 29 november 2022;
het verslag vooronderzoek door
, dd . 07 oktober 2022;
het fotodossier dat de verbalisant woon inspecteur bij zijn vaststellingen op de voor
melde datum heeft aangelegd;
het grondplan en het technisch verslag gevoegd aan de vaststellingen;
en het verhoor van
Uit voorgaande objectieve onderzoekselementen is duidelijk gebleken dat de beklaag
3.
den in de omschreven periode het in de dagvaarding het omschreven pand verhuurden met
het oog op bewoning, die daadwerkelijk ook plaatsvond, en dit terwijl er sprake was van ge
breken die een ve iligheids- of gezondheidsrisico inhouden of terwijl in dit goed de basisnuts
voorzieningen zoals elektriciteit, sanitair, verluchtings- en verwarmingsmogelijkheden niet be
hoorlijk functioneerden.
Dat de won ingen werden verhuurd voor bewoning staat overigens niet ter discussie en blijkt
vo ldoende uit de verklaringen van de huurder en de aan het strafdossier gevoegde stukken.
Voor wat betreft de toestand waarin de panden zich bevonden volstaat het te verwijzen naar
de inhoud van het techn isch verslag van de woon in specteur.
Bovend ien wijst de rechtbank erop dat de vaststellingen van de wooninspecteur gelden tot
bewijs van het tegendeel, wat door de beklaagden niet wordt geleverd .
te
. tweede beklaagde
Het is voor de rechtbank op basis van de gegevens van het strafonderzoek dan ook
4.
en derde
duidelijk dat eerste beklaagde
in de periode van 24 december 2021 tot en met 29
beklaagde
november 2022, als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning
ter besch ikking stelt, een niet-conforme of overbewoonde won ing rechtstreeks of via
tussenpersoon te hebben verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op
, gekadastreerd als
bewoning, met name op het perceel gelegen te
, met een oppervlakte van OOa 33ca,
~) ingevolge akte van aankoop van 2 december
eigendom van
2021, verleden door notaris
. te
l.
Eerste beklaagde
, tweede beklaagde
en derde beklaagde •
daagden, ondanks herhaaldelijke uitnodigingen, niet op voor verhoor lopende het
vooronderzoek en lieten ter terechtzitting van 26 januari 2026 eveneens verstek gaan, zodat
de rechtbank geen kennis heeft van het feit of zij de hen ten laste gelegde fe iten van de enige
tenlastelegging al dan niet betwisten en zo ja, op welke gronden.
Alle wettelijk vereiste constitutieve bestanddelen van het onder de enige
5.
tenlastelegging beoogde misdrijf zijn derhalve bewezen lastens eerste beklaagde
Rolnumme1
rechtbank van eerste aan leg Li mburg, afdeling Hassel t Sectie correcti on eel
1
p. 6
, tweede beklaagde
en derde beklaagde •
Derhalve worden eerste beklaagde
derde beklaagde •
tenlastelegging.
en
, schuldig verklaard aan de hen ten laste gelegde feiten van de enige
, tweede beklaagde
2.2. Straftoemeting
3.2.1.
In hoofde van eerste beklaagde
De bewezen verklaarde feiten zijn ernstig, laakbaar en maatschappelijk onaanvaardbaar. De
bewezen verklaarde feiten geven blijk van een gebrek aan respect voor de regelgeving die de
samenleving ordent en onverschilligheid voor de gevolgen van hun handelen voor de goede
ruimtelijke ordening.
Bij het bepalen van de strafmaat dewelke aan eerste beklaagde
wordt opgelegd,
houdt de rechtbank rekening met de laakbaarheid van de bewezen verklaarde feiten, de aard,
de ernst en het maatschappe lijk nadeel ervan, de omstand igheden waarin deze werden
gepleegd, alsook de leeftijd, persoonlijkheid en persoonlijke situatie van eerste beklaagde
zoals deze blijken uit het strafrechtelijk verleden en de gegevens van het strafdossier.
Eerste beklaagde
politierechtbank uit hoofde van diverse verkeersm isdrijven.
werd in het verleden reeds 2 keer veroordeeld door de
Een gevangenisstraf en geldboete zoa ls hieronder nader bepaald, is in hoofde van eerste
beklaagde
gepast. Deze gevangen isstraf en deze geldboete zijn naar omvang
gepast gelet op de aard en de ernst van de feiten. Zij moeten eerste beklaagde het
ontoelaatbare van zijn handelen doen inzien en hem ervan weerhouden om nieuwe strafbare
feiten te plegen.
Overeenkomstig artikel 40 Sw. wordt aan eerste beklaagde
een vervangende
gevangenisstraf opgelegd, aangepast aan de hoogte van de geldboete, ingeval hij in gebreke
zou blijven de opgelegde geldboete te betalen.
Eerste beklaagde
houd ing, huidige levenswijze, persoonlijke situatie en intenties.
liet verstek zodat de rechtbank niet kon peilen naar zijn
Deze bestraffing beantwoordt het best aan de doeleinden van de straf zoa ls bepaald in artikel
7§2 van het Strafwetboek, nu hiermee op voldoende wijze uiting wordt gegeven aan de
maatschappelijke afkeuring van de overtreding van de strafwet, het herstel van het
maatschappelijk evenwicht en het herstel van de door het misdrijf veroorzaakte schade
hiermee wordt bevorderd en tot slot de maatschappelijke rehabilitatie en re-integratie van de
daders wordt bevorderd.
Deze bestraffing is proportionee l met de bewezen verklaarde misdrijven en brengt geen
ongewenste neveneffecten met zich mee ten aanzien van de rechtstreeks betrokken personen,
hun omgeving en de samenleving.
Ro lnummer
rechtbank van eerste aanleg Limburg, afd eli ng Hasselt Sect ie correct ion eel
p. 7
3.2.2.
In hoofde van tweede beklaagde
De bewezen verklaarde feiten zijn ernstig, laakbaar en maatschappelijk onaanvaardbaar. De
bewezen verklaarde feiten geven blijk van een gebrek aan respect voor de regelgeving die de
samen leving ordent en onverschilligheid voor de gevolgen van hun handelen voor de goede
ruimtelijke ordening.
Bij het bepalen van de strafmaat dewelke aan tweede beklaagde
wordt
opgelegd, houdt de rechtbank rekening met de laakbaarheid van de bewezen verklaarde
feiten, de aard, de ernst en het maatschappelijk nadeel ervan, de omstandigheden waarin deze
werden gepleegd, alsook de leeftijd, persoonlijkheid en persoonlijke situatie van tweede
beklaagde zoals deze blijken uit het strafrechtelijk verleden en de gegevens van het
strafdossier.
Tweede beklaagde
politierechtbank uit hoofde van het verkeersmisdrijf van niet-keuring.
. werd in het verleden reeds 1 keer veroordeeld door de
Een gevangenisstraf en geldboete zoals hieronder nader bepaald, is in hoofde van tweede
beklaagde
. gepast. Deze gevangenisstraf en deze geldboete zijn naar omvang
gepast ge let op de aard en de ernst van de feiten. Zij moeten tweede bek laagde het
ontoelaatbare van haar handelen doen inzien en haar ervan weerhouden om nieuwe strafbare
feiten te plegen.
Overeenkomstig artikel 40 Sw. wordt aan
een
vervangende gevangen isstraf opgelegd, aangepast aan de hoogte van de geldboete, ingeval zij
in gebreke zou blijven de opgelegde geldboete te betalen.
tweede beklaagde
Tweede beklaagde
houding, huidige levenswijze, persoonlijke situatie en intenties.
liet verstek zodat de rechtbank niet kon peilen naar haar
Deze bestraffing beantwoordt het best aan de doeleinden van de straf zoals bepaald in artikel
7§2 van het Strafwetboek, nu hiermee op voldoende wijze uiting wordt gegeven aan de
maatschappel ijke afkeuring van de overtreding van de strafwet, het herstel van het
maatschappelijk evenwicht en het herstel van de door het misdrijf veroorzaakte schade
hiermee wordt bevorderd en tot slot de maatschappelijke rehabilitatie en re-integratie van de
daders wordt bevorderd.
Deze bestraffing is proportioneel met de bewezen verklaarde misdrijven en brengt geen on
gewenste neveneffecten met zich mee ten aanzien van de rechtstreeks betrokken personen,
hun omgeving en de samenleving.
3.2.3.
In hoofde van derde beklaagde
De bewezen verklaarde feiten zijn ernstig, laakbaar en maatschappelijk onaanvaardbaar. De
bewezen verk laarde feiten geven blijk van een gebrek aan respect voor de regelgeving die de
samenleving ordent en onverschilligheid voor de gevolgen van hun handelen voor de goede
ruimtelijke ordening.
Rolnummer
r echtbank van eerst e aa nl eg Limburg, afdeling Hasselt Sectie correctioneel
p. 8
Bij het bepalen van de strafmaat dewelke aan derde beklaagde
wordt opgelegd,
houdt de rechtbank rekening met de laakbaarheid van de bewezen verklaarde feiten, de aard,
de ernst en het maatschappelijk nadeel ervan en de omstandigheden waarin deze werden
gepleegd.
Er zijn geen eerde re veroordelingen uitgesproken lastens derde beklaagde
Een geldboete zoals hieronder nader bepaald, is in hoofde van derde beklaagde
gepast. Deze geldboete is naar omvang gepast gelet op de aard en de ernst van de feiten. Zij
moet derde beklaagde het ontoelaatbare van d iens handelen doen inzien en ervan
weerhouden om nieuwe strafbare feiten te plegen .
Derde beklaagde
liet verstek.
Deze bestraffing beantwoordt het best aan de doeleinden van de st raf zoals bepaald in artikel
7§2 van het Strafwetboek, nu hiermee op voldoende wijze uiting wo rdt gegeven aan de
maatschappelijke afkeuri ng van de overtreding van de strafwet, het herstel van het
maatschappelij k evenwicht en het herstel van de door het misdrijf veroorzaakte schade
hiermee wordt bevorderd en tot slot de maatschappelijke rehabilitatie en re-integratie van de
daders wordt bevorderd.
Deze bestraffing is proportioneel met de bewezen verklaarde misdrijven en brengt geen on
gewenste neveneffecten met zich mee ten aanzien van de rechtstreeks betrokken personen,
hun omgeving en de samenleving.
3. BEOORDELING OP BURGERLIJK GEBIED
De rechtbank houdt de burgerlijke belangen ambtshalve aan overeenkomstig het bepaalde in
artikel 4 V.T. Sv.
4. HERSTELVQRDERING
De herstelvordering van de Gewestelijke Wooninspecteur werd ingeleid bij brief aan het
openbaar ministerie van 19 januari 2023 en is ontvankelijk.
Het College van Burgemeester en Schepenen van
het openbaar ministerie van 2 februari 2023 bij aan .
sloot zich hier bij brief aan
Een herstelvordering werd ingesteld conform artikel 3.43. en 3.44. van de Vlaamse Codex
Wonen, ert oe strekkende om aan eerste beklaagde
tweede beklaagde
. de verplichting op te leggen om werken uit te
en derde beklaagde ·
voeren om de conformiteit als vermeld in artikel 1.3 .. §1, 8° van de Vlaamse Codex Wonen van
2021 van de voormelde woonentiteiten te herstellen en overbewoning te vermijden, dit
binnen de 10 maanden, onder verbeurte van een dwangsom va n 150 euro per dag in geval van
niet-uitvoering, waarbij overeenkomstig artikel 3.47 ., lid 1 van de Vlaamse Codex Wonen van
2021, de Woon inspect eur en/of het College van Burgemeester en Schepenen van
Ro lnumme1
rechtba nk van eerste aanleg Li mburg, ardeling Hasselt Sectie correctioneel
p. 9
op kosten van de overtreder, ambtshalve in de uitvoering van de herstelmaatregel kunnen
voorzien voor het geval dat deze door beklaagde niet binnen de gestelde termijn wordt
uitgevoerd.
Voormelde herstelvordering st rekt ertoe om de onrechtmatige toestand als gevolg van het
bewezen verklaard misdrijf te doen verdwijnen en is noodzakel ijk om de gevolgen van dit
misdrijf ongedaan te maken .
De herstelvordering behoort tot de strafvordering in ruime zin, maar is als bijzondere vorm
van teruggave een maatregel van burgerlijke aard, Overeenkomstig de artikelen 44 Sw. en 161
en 189 Sv. moet de teruggave verplicht worden uitgesproken. Een veroordeelde mag niet in
het voordeel van het bewezen verklaard misdrijf blijven.
De rechtbank is dan ook verplicht om de herstelmaatregel te bevelen. Zij dient wel de interne
en externe wettigheid van de maatregel te controleren .
De rechtbank is op grond van de voorliggende gegevens van het strafdossier en de
aangevoerde motieven dan ook van oordeel dat de herstelvordering in casu wettig is,
gerechtvaardigd is op grond van de bewezen verklaarde fe iten en kennelijk niet onredelijk of
buitenproportioneel is, daar zij noodzakelijk is om de onrechtmatige toestand ingevolge het
bewezen verklaard misdrijf te doen verdwijnen en om de gevolgen ervan ongedaan te maken,
De gevorderde herstelmaatregel vindt steun in de elementen van het dossier en de
aangevoerde motieven. Gelet op de omvang en de aard van de inbreuk brengt de
herstelvordering voor de beklaagden geen onredelijke last mee.
Bijgevolg beveelt de rechtbank overeenkomstig artikel 3.43. en 3.44. van de Vlaamse Codex
Wonen de uitvoering van de noodzakelijke werkzaamheden, zoals beschreven
in de
herstelvordering, teneinde de conformiteit als vermeld in artikel 1.3.§1, 8° van de Vlaamse
Codex Wonen van 2021 van de voorme lde woonentiteiten te herstellen en overbewoning te
vermijden.
De termijn voor het uitvoeren van de herstelmaatregelen dient, gelet op de aard en de omvang
ervan, te worden bepaald op 10 maanden te rekenen vanaf het in kracht van gewijsde treden
van huidig vonnis.
Tevens is het gepast om aan eerste beklaagde
, tweede beklaagde
en derde beklaagde
elk een dwangsom op te leggen, zoals nader bepaald in
het beschikkend gedeelte, nu zij tot op heden niet het bewijs leverden dat zij vrijwillig zijn
overgegaan tot uitvoering van de herstelvordering. De dwangsom wordt opgelegd per dag
vertraging na de opgelegde hersteltermijn, die ingaat vanaf de datum van betekening van
onderhavig vonn is. De dwangsom zal verbeuren vanaf de eerste dag na de hersteltermijn. Dit
houdt in dat er geen dwangsomtermijn in de zin van artikel 1385bis Ger. W. wordt toegestaan.
Verder dienen bij toepassing van art. 3.47. van de Vlaamse Codex Wonen de Wooninspecteur
en de het college van burgemeester en schepenen te worden gemachtigd om ambtshalve in
de uitvoering van het opgelegde herstel te voorzien in de plaats en op kosten, in de zin van
artikel 3.33. van de Vlaamse Codex Wonen, van de veroordeelden als deze binnen de gestelde
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt Sectie correctioneel
p. 10
termijn niet zijn overgegaan tot uitvoering van de herstelmaatregelen.
TOEGEPASTE WETTEN
De rechtbank houdt rekening met de volgende artikelen die de bestanddelen van de
misdrijven en de strafmaat bepalen, en het taalgebruik in gerechts2aken regelen :
art. 1, 2, 11, 12, 14, 16, 31, 32, 34, 35, 37, 41 w et van 15 j uni 1935;
art. 1, 2, 3, 5, 7, 7bis, 25, 38, 39, 40, 41, 44, 45, 50, 66, 84 strafwet boek
art. 4 V.T.Sv
art. 186 Sv
alsook de wetsbepalingen aangehaa ld in de inleidende akte en in het vonnis
De rechtbank:
op tegenspraak ten aanzien van Wooninspectle
bij verstek ten aanzien van
Op strafgebled
Ten aanzien van
·, eerste beklaagde
Verklaart de feiten va n de enige tenlast elegging bewezen.
Veroordeelt
voor de enige tenlastelegging:
tot een gevangenisstraf van 6 maanden en t ot een geldboete van 4.000,00 EUR, zijnde
500,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen .
Boete vervangbaar bij gebreke van betaling binnen de wettelijke termijn door een
gevangenisstraf van 90 dagen .
Veroordeelt
tot betaling van :
-
-
-
-
een bijdrage van 1 maal 250,00 EUR, zij nde de som van 1 maa l 25,00 EUR verhoogd
met 90 opdeciemen, ter financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van
opzettelijke gewelddaden en de occasionele redders
ee n bijd rage van 26,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor
tweedetijnsbijstand
juridische
een vaste vergoeding voor beheerskost en in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt
62,37 EUR
solidair met medeveroordeelden
strafvordering, op heden begroot op 464,09 EUR.
. tot de kosten van de
Rolnumme1
rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt Sectie correctioneel
p. 11
Ten aanzien van
11 tweede beklaagde
Verklaart de feiten van de enige tenlastelegging bewezen.
Veroordeelt
voor de enige tenlastelegging :
tot een gevangenisstraf van 6 maanden en tot een geldboete van 4.000,00 EUR, zijnde
500,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen.
Boete vervangbaar bij gebreke van betaling binnen de wettelijke termijn door een
gevangenisstraf van 90 dagen.
Veroordeelt
tot betaling van:
-
-
-
-
een bijdrage van 1 maal 250,00 EUR, zijnde de som van 1 maal 25,00 EUR verhoogd
met 90 opdeciemen, ter financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van
opzettelijke gewelddaden en de occasionele redders
een bijdrage van 26,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor
tweedelijnsbijstand
juridische
een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt
62,37 EUR
solidair met medeveroordeelde1
strafvordering, op heden begroot op 464,09 EUR.
. tot de kosten van de
Ten aanzien van
. derde beklaagde
Verklaart de feiten van de enige tenlastelegging bewezen.
een geldboete van 80.000,00 EUR, zijnde 10.000,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen .
. voor de enige tenlastelegging tot
Veroordeelt
. tot betaling van :
-
-
-
een bijdrage van 1 maal 250,00 EUR, zijnde de som van 1 maal 25,00 EUR verhoogd
met 90 opdeciemen, ter financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van
opzettelijke gewelddaden en de occasionele redders
een bijdrage van 26,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor
tweedelijnsbijstand
juridische
een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt
62,37 EUR
Rol nummer
rech tbank va n eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt Sectie correctioneel
p.12
solidair met medeveroordeelden
strafvordering, op heden begroot op 464,09 EUR .
tot de kosten van de
Op burgerlijk gebied
De rechtbank houdt ambtshalve de burgerlijke belangen aan.
HERSTELVORDERING
Verklaart de herstelvordering ontvankelijk en gegrond.
Beveelt eerste beklaagde
beklaagde
, om met betrekking tot de woning gelegen te
tweede beklaagde
en derde
kadastraa l gekend als
de
conformiteit in de zin van artikel 1.3.§1, 8° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 te
herstellen en eventuele overbewoning te beëind igen door het wegwerken van gebreken zodat
er een conforme bewoning in de zin van artikel 1.3.§1, 7° van de Vlaamse Codex Wonen van
2021 wordt gecreëerd en er geen sprake is van overbewoning.
Beveelt dat deze herstelmaatregelen integraal dienen te worden uitgevoerd binnen een
termijn van 10 maanden vanaf het in kracht van gewijsde treden van dit vonnis.
Zegt voor recht dat, voor zover deze herstelmaatregelen binnen de bepaa lde termijn niet
integraal zouden zijn uitgevoerd, de Wooninspecteur van het Vlaamse Geweest alsook het
ambtshalve in de verdere
College van Burgemeester en Schepenen van
uitvoering ervan kunnen voorzien op kosten van eerste beklaagde
. tweede
beklaagde
en derde beklaagde
en derde
Veroordeelt eerste beklaagde
, voor het geval dat aan de opgelegde herstelmaatregelen niet vrijwillig
beklaagde
zou worden voldaan, tot beta ling van een dwangsom van 150,00 euro per dag vertraging na
de opgelegde hersteltermijn, die ingaat vanaf datum van betekening van onderhavig vonnis.
, tweede beklaagde
OVERSCHRIJVING
Zegt voor recht dat van dit vonnis melding dient te worden gemaakt in de rand van de
onder refe rentie
overschrijving van de dagvaard ing op het kantoor Rechtszeke rheid
,--, /
-1
Dit vonn is is gewezen en uitgesproken in openbare zitting op 24 februari 2026 door de
rechtbank van eerste aan leg Limburg, afdelin g Hasselt Sectie correctioneel, kamer 130:
, rechter
in aanwezighe id van het lid van het openbaar ministerie vermeld in het proces-verbaa l van de
Rolnumme,
rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt Sectie correctioneel
p. 13
terechtzitting, met bijstand van griffier
,.