Naar hoofdinhoud

ADB:rechtbank-eerste-aanleg-brussel-12-02-2026

Beslissingsdetails

🏛️ Rechtbank eerste aanleg Brussel 📅 2026-02-12 🌐 NL Vonnis

Rechtsgebied

Woonbeleid

Geciteerde wetgeving

Artikel 2 van de wet van 15 juni 1935; wet van 15 juni 1935

Samenvatting

Uitgifte Ui tgereikt aan Uitgereikt aan Uitgereikt aan op € or € op € Repertorium nummer ,2 o C o 26/ Datum van uitspraak 12 februari 2026 Rol nummer Aan te bieden aan de D ontvanger OVER TE SCHRIJVEN OP HE~ , HYPOTHEEKKANTOOR l Veroordel ing: bijdrage geïnd: 24 euro NEDERLANDSTALIGE RECHTBANK VA...

Volledige tekst

Uitgifte Ui tgereikt aan Uitgereikt aan Uitgereikt aan op € or € op € Repertorium nummer ,2 o C o 26/ Datum van uitspraak 12 februari 2026 Rol nummer Aan te bieden aan de D ontvanger OVER TE SCHRIJVEN OP HE~ , HYPOTHEEKKANTOOR l Veroordel ing: bijdrage geïnd: 24 euro NEDERLANDSTALIGE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG BRUSSEL 4de kamer burgerlijke zaken eindvonnis - op tegenspraak Aangeboden op Niet te registreren In de zaak van: DE WOONINSPECTEUR VAN HET VLAAMSE GEWEST, KBO nr. 0316.380.841,met kantoor te 1000 Brussel, Havenlaan 88 bus 22; eiseres, ter zitting vertegenwoordigd door mr. , advocaat met kantoor te fu: 1. 2. 3. , KBO nr. met zetel te , met nationaal nummer en, , met nationaal nummer , beide wonende te verweerders ter zitting vertegenwoordigd door mr. , advocaat met kantoor te * In deze zaak spreekt de rechtbank het volgende vonnis uit. Het vonnis wordt uitgesproken in eerste aanleg, na tegenspraak. Artikel 2 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werd toegepast voor het opmaken van de akten van rechtspleging die aan dit vonnis voorafgingen. De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken van de rechtspleging, en in het bijzonder van de dagvaarding, betekend op 5 juni 2025, alsook de laatste besluiten van partijen en de door hen neergelegde stukken. Op de openbare terechtzitting van 22 j anuari 2025 werden de advocaten van de pa rt ijen in hun pleidooi gehoord, waarna het debat werd gesloten en de zaak in beraad werd genomen. 4 de kamer Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel - p.2 A. Nopens de feiten en procedurele voorgaande De Wooninspecteur van het Vlaamse Gewest heeft 1. , kadastraal eigenaar van het onroerend goed gelegen_ te . en haar gekend onder , bij exploot betekend op 5 juni 2025 gedagvaard bestuurders, teneinde een herstelmaatregel te zien uitspreken op grond van overtredingen op de Vlaamse Wooncodex. Bij proces-verbaal 2. verwerende partijen, vastgesteld dat het onroerend goed gelegen van 30 mei 2018 werd ten laste van de , werd bewoond door verklaard In het proces-verbaal van 30 mei 2018 wordt dienaangaande door dat hij een firma heeft en het gebouw huurt voor een huurprijs van 1800,00 euro, waarbij de huurprijs betrekking heeft op "zowel het huis, als een gedeelte van het magazijn achteraan". verklaart aan verbalisanten dat er geen huurwaarborg werd betaald en dat hij in de woning reeds 2 à 3 jaar "woont/ gebruikt". ingevolge een melding op 7 mei 2018 van een De zoeking heeft plaatsgevonden , omwille van "een vermoeden van hoofdinspecteur van de lokale politie misdrijf (een woning of kamer verhuren/ter beschikking stellen die niet voldoet aan de huidige minimale kwaliteitsnormen). In het proces-verbaal wordt diengaande verder vermeld: "De ·'. Er werd vastgesteld dat een (er) ook controle vond plaats in het kader van het een huis (oude conciergewoning?) op de site stond, welke kennelijk bewoond werd. 11 Het pand wordt beschreven als een eengezinswoning in open bebouwing, bestaande uit een gelijkvloerse, pte en onderdakse verdieping. Er worden door de inspecteur aan deze woning diverse technische vaststellingen gedaan, waarbij er ondermeer gebreken werden vastgesteld aan de elektriciteit, er werden drie gasflessen gestockeerd op de 2d• verdieping, geen rookmelders, vochtschade aan plafond, ontbrekende plafondafwerking van de kamers, raam in de keuken kan niet worden geopend, geen ramen of verluchtingsopeningen in het douchelokaal, verhoogd risico op co-vergiftiging ingevolge mobiel verwarmingstoestel op gas op het gelijkvloers. De woningcontroleur concludeert "uit voorgaande is aangetoond dat de woningen in het gebouw ernstige gebreken hebben en tekortkomingen die de gezondheid- en/of veiligheid van de bewoners in het gedrang brengen. De woningen (zie oplijsting hierna) komen bijgevolg in aanmerking voor een advies onbewoonbaarheid. 11 3. Op datum van 25 juli 2018 wordt door de Wooninspecteur een herstelvordering opgesteld opdat de rechtbank de overtreders zou bevelen om werken uit te voeren om de conformiteit met de voorschriften van de alsdan van toepassing zijnde Wooncode te laten voldoen aan de vereisten en normen, vastgesteld met toepassing van artikel 5, en dit binnen de 10 maanden na de uitspraak onder verbeurte van een dwangsom van 150,00 euro per dag, 4de kamer Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel - p.3 waarbij voor het geva l de overtreder in gebreke blijft de door de rechter bevolen werken zelf uit t e voeren er in de ambt shalve uitvoering van het opgelegde herstel dient te worden voorzien en de Wooninspecteur te machtigen om de kosten, bedoeld in art ikel 17bis, §2 va n de Vlaamse Wooncode te verhalen op de veroordeelde, waarbij de uitspraak uitvoerbaar wordt verklaard. Bij schrijven van 28 juli 2018 wordt door de Wooninspecteur een herstelvordering 4. ingediend bij het parket. dat hij de zaa kvoerder is van Ter gelegenheid van een verhoor door de Wooninspecteur op 19 november 2018 5. en dat zij het verklaard pand verhuren aa n een voor 1.800,00 euro per maand en dit al meer dan 5 j aar. Een huurovereenkomst wordt alsdan niet bijgebracht. De heer Hanna verklaart verder dat het nooit de bedoe ling was dat de huurde r er zou wonen en dat hij niet op de hoogt e was dat de huurder een keuken en een badkamer had geïnstalleerd. verklaart hierbij tevens: "Ik ga het pand sowieso herstellen. Ik denk dat het pand op kor te termijn klaar is. (. .. ) Ik zal u op de hoogte brengen wanneer ik de gebreken heb hersteld en u contacteren om een hercontrole uit te voeren. 11 Er wordt nadien een onderhandse huu rovereenkomst bijgebracht die zou zijn afgesloten op 19 jan ua ri 2015 tot 31 j anuari 2018. 6. In het kader van een door eerste ve rweerster ingediende regu larisat ievergunning sch rijft eerste verweerst er naar de Wooninspecteu r op 24 februari 2019 met de vermeld ing: "Gelieve te noteren dat we een bestemmingswijziging gaan doorvoeren als opslagruimte ... doch de huurder van de opslagruimte wenst echter wel een toilet en een lavabo te behouden in de opslagruimte.", waar de Wooninspecteur bij schrijven va n 18 februari 2019 duidelijk heeft gesteld: "Het pand is vergund als woning. Ofwel herstelt u alle gebreken in de woning, zodat de woning voldoet aan de normen van art. 5 van de Vlaamse Wooncode. Ofwel vraagt u een bestemmingswijziging aan bij de gemeente als opslagruimte en voert u deze vergunning uit. Wat wil zeggen dat alle nutsvoorzieningen, zoals toilet, keuken en badkamer - samen met de toevoer- en afvoerleidingen dienen verwijderd te worden ." 7. Bij schrijven van 21 juli 2019 wordt verweerders alle drie nogmaals uitgenodigd door de Woon inspecteur voor het vastleggen va n een afspraak om een hercontrole va n het pand uit t e voeren, waaro p eerste verweerster het volgende bevestigt: "Gelieve te noteren dat wij het nodige gaan doen om de gevraagde werken uit te voeren. We zijn momenteel op zoek naar een aannemer en zorgen ervoor dat de werken uitgevoerd zullen zijn tegen eind 2019. Wij zullen u teven eind 2019 contacteren om een afspraak vast te leggen." Bij e-mail van 29 november 2019 stelt een klaarblijkelijk door verweersters gelaste "Ondertussen is er verholpen aan de bemerking van het pv en kan de woning opnieuw bezocht worden voor hercontrole. 11 , waarop de Woon inspect eur de vraagt st elt of er ondertussen dan een omgevingsvergunning we rd toegekend voor een bestemmingswijziging naar een opslagruimte, dan wel of het pand volledig werd gerenoveerd en voldoet aan de normen van artikel 5 va n de Vlaamse Wooncode. 4 de kamer Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel • p.4 8. Het is dan wederom de Wooninspecteur die op 23 februari 2020 alle verweerders aanschrijft met de vraag voor een afspraak tot hercontrole van het pand, waarop een antwoord komt vanwege eerste verweerster met de melding dat er schade is geweest aan het dak door het stormweer en het dak eerst moet worden hersteld alvorens een datum voor hercontrole kan worden ingeplant. Op 2 september 2020 stuurt de Wooninspecteur nog maar eens een schrijven naar 9. verweerders met de vraag om een datum in te plannen voor een hercontrole. Ditmaal stelt verweerster dat de werken vertraging hebben oplopen door het coronavirus doch dat "tegen midden december zouden alle werken afgerond dienen te zijn. Ik zal u teven middel november terug contacteren om een afspraak vast te leggen voor de maand december." 10. Het ritueel van het sturen van een uitnodigingsbrief herhaald zich op 7 maart 2021. Ditmaal wordt de hercontrole uitgesteld omdat er alsnog door verweerster een bestemmingswijziging werd aangevraagd via het omgevingsloket voor de functiewijziging van woning en bijgebouw naar opslag. Bij besluit van 27 juli 2021 van het college van burgemeester en schepenen van wordt de aanvraag tot het bekomen van een functiewijziging woning en bijgebouw, gebruiken van het terrein als staanplaats voor wagens en exploitatie van het stallen van afgedankte personenwagens in afwachting van transport, geweigerd. Er volgt nog een uitnodiging op 9 september 2021 en nadien op 4 mei 2022 door de Wooninspecteur voor hercontrole. Bij schrijven van 27 mei 2022 deelt de procureur des Konings mee dat de zaak op 11. strafrechtelijk gebied zonder gevolg werd geklasseerd. Bij schrijven van 3 juni 2022 verzoekt de Wooninspecteur aan verweerders om binnen 12. de maand ofwel te melden dat alle gebreken zijn hersteld ofwel een renovatieplan over te maken waaruit de plannen plannen tot herstel "binnen een redelijke termijn blijken." Op 5 september 2022 wordt meegedeeld door de Wooninspecteur dat er zal worden overgegaan tot dagvaarding voor de burgerlijke rechtbank. Bij schrijven van 25 oktober 2023 verstuurd de Wooninspecteur echter opnieuw een uitnodiging tot het maken van een afspraak tot hercontrole (stuk 14 bundel Woon inspecteur). Uiteindelijk stelt de Wooninspecteur op 29 april 2024 een geactualiseerde 13. herstelvordering op en wordt er op 5 juni 2024 overgegaan tot dagvaarding. B. Eisen 14. De Wooninspecteur vordert in laatste besluiten: 4d• kamer Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel - p.S "De vordering van concluant ontvankelijk en gegrond te verklaren; Dienvolgens verweerders in so/idum voor wat betreft het pand gelegen te , kadastraal gekend onder 1 ' te veroordelen tot het uitvoeren van renovatie-, verbeterings en/of aanpassingswerken (d.i. het herstel van de conformiteit zoals beschreven in artikel 1 3, §1, 8° VCW}, waardoor het pand voldoet aan de minimale kwaliteitsvereisten. Na het gevorderde herstel mag het pand geen gebreken van categorie Il of lil vertonen en mag er geen sprake zijn van overbewoning; Dit alles binnen een termijn van maximaal 10 maanden vanaf de betekening van het vonnis en dit op straffe van een dwangsom van 150,00 euro per dag vertraging per verweerder zonder dat er een bijkomende termijn in de zin van artikel 1385bis, lid 4 Ger. W. wordt toegekend; Conc/uant en het college van burgemeester en schepenen van • te machtigen, voor het geval het herstel niet binnen de door de rechtbank gestelde termijn wordt uitgevoerd, ambtshalve in de uitvoering ervan te voorzien en te zeggen voor recht dat concluant gerechtigd is de kosten te verhalen bij verweerders; Concluant en het college van burgemeester en schepenen van te machtigen om de eventuele kosten van herhuisvesting te verhalen op verweerders; , eveneens in solidum te veroordelen Verweerders tot de kosten van het geding, zijnde de dagvaardingskosten, de kosten van overschrijving van het exploot tot inleiding van het geding in de registers van het kantoor rechtszekerheid en de kosten van de kantmelding van de gewezen eindbeslissing op het overgeschreven exploot, alsook de rechtsplegingsvergoeding in casu begroot op 1.883,12 euro;". • 15. om: en vorderen in laatste besluiten 11 - De vordering van eiser ontvankelijk maar ongegrond te verklaren - Ondergeschikt en alvorens recht te doen: een plaatsbezoek te bevelen teneinde vaststellingen te doen over de bestemming van het pand. - Ondergeschikt: indien concluanten toch zouden veroordeeld worden om herstel of aanpassingen aan het pand te doen, concluanten toe te laten om aan het pand een andere bestemming te geven; - Ondergeschikt: indien concluanten toch zouden veroordeeld worden om herstel of aanpassingen aan het pand te doen, te zeggen voor recht dat zij hiervoor een termijn van minstens twee jaar krijgen; - Ondergeschikt: te zeggen voor recht dat er geen reden is om het vonnis uitvoerbaar 4 de kamer Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel • p.6 bij voorraad te verklaren - Eiser te veroordelen tot alle gerechtskosten met inbegrip van de Rechtsplegingsvergoeding" C. Beoordeling 16. In deze zaak dateert het aanvankelijk proces-verbaal van vaststelling va n 30 mei 2018. De oorspronkelijke herstelvordering werd opgesteld op datum van 25 juli 2018. De verwerende partijen hebben sedertdien aan de Woon inspecteur te ke nnen gegeven dat zij de door hun begane inbreuk zouden herstellen, dan wel, op een gegeven ogenblik, een regularisatieaanvraag zouden indienen met oog op bekomen van een vergunning voor een bestemmingswijziging va n woning naar opslagruimte. De vaststellingen op zich zijn eigenlijk door de verwe rende partijen nooit betwist. Verweerders in het pand zou wonen of verblijven, doch hebben hebben niet betwist dat enkel gesteld dat zij het pand verhuurde aan de ven nootschap van en dat zij geen weet hadden van het plaatsen va n een keuken en badkamer in het gebouw. Waar er ten tijde van de vaststelling op 30 mei 2018 geen huurovereenkomst door pa rtijen kon worden voorgelegd, wordt dit document (klaarblijkelijk niet geregistreerde onderhandse huurovereenkomst) alsnog bijgebracht door de verhuurder op 19 november 2018. Dit document doet uiteraard geen afbreuk aan de vaststelling dat in het pand woonde/verbleef op 30 mei 2018, waarbij op dat ogenblik er evenmin enige ernstige betwisting mogelijk was omtrent de door de inspecteur vastgesteld gebreken aan het gebouw en dit op het vlak van ondermeer de elekt riciteit, de gasinstallatie (3 gasflessen gestockeerd op de verdieping), vochtschade in de slaapkamer, ontbreken van plafonds, ad hoc gebouwde keuken waarbij wordt vastgesteld dat er onvoldoende ruimte is om op een veilige wij ze een fornuis te plaatsen en t e gebruiken, onvoldoende geaarde stopcontacten, geen verluchting mogelijk in douche en toi let, gebruik van een mobiel verwarmingstoestel op gas met verhoogd risico op co-vergiftiging; door de opslag van materiaal kon de rookafvoer van de gaskachel niet worden nagekeken; geen branddetectiesysteem of voldoende rookmelders. ·erklaarde op 19 november 2018 dat volledige eigenaar is en : "Ik verhuur het pand voor 1800 euro. Dit al meer het pand wordt verhuurd aan dan 5 jaar. Dit is niet alleen het pand, dit het huis, de opslagruimte en 8 parkeerplaatsen. ( ... ) Ik heb geen vermoeden dat er geslapen wordt in de woning, ook al hebben jullie bedden en verschillende schoenen aangetroffen." Verweersters hebben de inbreuk als zodanig niet betwist, doch wel onmiddellijk te kennen gegeven dat zij het nodige zouden doen voor herstel met desgevallend het aanvragen van een regularisatievergunning. 4de kamer Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel - p.7 17. Anders dan de verwerende partijen voorhouden volstaan voornoemde vaststellingen van bewoning en gebruik van het huis (oude conciërgewoning) opdat de voorschriften van de Vlaamse Codex Wonen van toepassing zijn . Het toentertijd toepasselijke artikel 20 van de Vlaamse Wooncode bepaalde dienaangaande: § 1. Als een woning of een specifieke woonvorm als vermeld in artikel 5, § 3, eerste lid, niet voldoet aan de vereisten en normen, vastgesteld met toepassing van artikel 5, rechtstreeks of via tussenpersoon wordt verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning, wordt de verhuurder, de eventuele onderverhuurder of diegene die de woning ter beschikking stelt, gestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een tot 25.000 euro of met een van die straffen alleen. geldboete van 500 Wanneer een roerend of een onroerend goed dat niet hoofdzakelijk voor wonen bestemd is, rechtstreeks of via een tussenpersoon wordt verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning terwijl dit goed gebreken vertoont die een veiligheids- of gezondheidsrisico inhouden of terwijl in dit goed de basisnutsvoorzieningén zoals elektriciteit, sanitair, kookgelegenheid en verwarmingsmogelijkheid ontbreken of niet behoorlijk functioneren, wordt de verhuurder, de eventuele onderverhuurder of diegene die dat roerend of onroerend goed ter beschikking stelt, gestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een geldboete van 500 tot 25.000 euro of met een van die straffen alleen. Luidens artikel 1.3., §1, 66° Vlaamse Codex Wonen wordt onder 'woning' verstaan: "elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande;" Het is uiteraard niet omdat eerste verweerster met een andere vennootschap een huurovereenkomst opstelt, dat het woninggedeelte, of een deel ervan, niet hoofdzakelijk wordt bestemd voor de huisvesting van een, in dit geval, alleenstaande. Ook het huis begrepen is en: "Hij woont/gebruikt de woning reeds 2 à 3 jaar". zelf verklaart aan de inspecteur op 30 mei 2018 dat in de huurprijs tevens 18. De verwerende partijen zijn er, ondanks hun veelvuldige beloften aan de Wooninspecteur, tot op heden niet in geslaagd om een hercontrole van de woning te laten plaatsvinden en evenmin, ondanks evenzoveel beloften aan diezelfde Wooninspecteu r, om een regularisatievergu nning te bekomen voor de bestemmingswijziging van de woning. Hieromtrent wordt enkel het besluit van 27 juli 2021 van het college van burgemeester en schepenen van bijgebracht waarbij de omgevingsvergunning wordt geweigerd voor een "functiewijziging woning en bijgebouw, gebruiken van het terrein als staanplaats voor wagens en exploitatie van het stallen van afgedankte personenwagens in afwachting van transport. 11 19. Uit het dossierverloop sedert mei 2018 vermag de rechtbank af te leiden dat verwerende pa rtijen geenszi ns bereid zijn om de inbreuken te herstellen en zelfs al het 4 cte kamer Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel - p.8 mogelijke hebben gedaan om te vermijden dat er een hercontrole zou gebeuren teneinde de Woon inspecteur in de mogelijkheid te stellen om de stand van zaken van de uitvoering van de herstelvordering vast te stellen. Ook uit de vaststellingen va n gerecht sdeurwaarde zoals omschreven in het proces-verbaal van 20 november 2025 (stuk 9 bundel verweerders) vermag de rechtbank niet af te leiden dat de inbreuken zoals omschreven in de geactualiseerde herstelvordering van 29 april 2024, werden opgelost. De verwerende partijen hadden ermee kunnen volstaan om de Wooninspecteur hiertoe uit te nodigen, hetgeen zij klaarblijkelijk niet hebben gedaan. De verwerende partijen weigeren zich duidelijk te conformeren naar de toepasselijke regelgeving en hebben een verdienmodel gevonden waarbij zij een niet-conforme woning ter beschikking stellen voor bewoning en dat hun ondertussen, volgens eigen zeggen, een basishuurbedrag van 1.800,00 eu ro per maànd opbrengt. Sedert het oorspronkelijk proces-verbaal en de herstelvordering van 25 juli 2018 zijn er ruim 7 jaren verstreken . Ook de nieuwe aankondiging dat er wederom een omgevingsvergunning zal worden of werd aangevraagd (zie stuk 10 bundel verweerders), kan de rechtbank niet overtuigen dat verweerders het thans ernstig menen met de regula risatie van de inbreuken. De vordering van de Woon inspecteur teneinde de verwerende partijen te veroordelen tot het uitvoeren van renovatie-, verbeterings- en/of aanpassingswerken, met name het herstel van de conformiteit zoals beschreven in artikel 1.3., §1, 8° Vlaamse Codex Wonen van 2021, is gegrond. De betrokken woning mag aldus na herstel geen gebreken meer vertonen van categorie Il of 111 en er mag geen sprake zijn van overbewoning. Artikel 1.3., §1,8° Vlaamse Codex Wonen 2021 bepaalt: conformiteit: het vertonen van geen enkel gebrek als vermeld in artikel 3.1, §1, derde lid, 2 ° en 3°; of die potentieel Artikel 3.1, §1, derde lid, 2° en 3° Vlaamse Codex Wonen 2021 bepaalt: 1 ° gebreken van categorie I: kleine gebreken die de levensomstandigheden van de bewoners negatief gebreken; beïnvloeden 2° gebreken van categorie Il: ernstige gebreken die de levensomstandigheden van de bewoners negatief beïnvloeden maar die geen direct gevaar vormen voor hun veiligheid of gezondheid, waardoor bewoning; 3° gebreken van categorie Il/: ernstige gebreken die mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken of die een direct gevaar vormen voor de veiligheid of de gezondheid van de komt voor bewoning. bewoners, waardoor de woning niet de woning aanmerking aanmerking uitgroeien ernstige kunnen komen voor niet zou tot in in De omvang van de woning moet minstens beantwoorden aan de woningbezetting. 20. De verwerende partijen vragen nog aan de recht bank om, alvorens recht te doen, een plaatsbezoek te bevelen "teneinde vaststellingen te doen over de bestemming van het pand". 4d• kamer Neder landstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel • p.9 De bestemming van het pand is echter duidelijk, te meer gelet op het besluit van 27 juli 2021 va n het college va n burgemeester en schepenen va n waarbij de aanvraag tot het bekomen van een f unctiewijziging "woning en bijgebouw, gebruiken van het terrein als staanplaats voor wagens en exploitatie van het stallen van afgedankte personenwagens in afwachting van transpor t", werd geweigerd. Ook de eveneens onde rgeschikte vordering va n verweerders om hun toe te laten bij ve roordeling "om herstel of aanpassingen aan het pand te doen, concluanten toe te laten om aan het pand een andere bestemming te geven", wordt verworpen om reden dat verweerders ondertussen hiertoe reeds ruim 7 jaar de t ijd hebben gekregen en deze klaarblijkelijk enkel hebben benut om hun verdienmodel in stand t e houden. 21. Verwerende partijen geven ook geen of alleszins geen afdoende toelicht ing w aarom zij alsnog over een bijkomende termijn dienen te beschikken va n twee jaar om de herst elvordering uit t e voeren . Wat de uitvoerbaarheid van het vonnis bet reft verzoeken verweerders om het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklare n om reden dat "er is geen enkel openbaar of privé-belang die dit noodzakelijk maken". Artikel 1397, lste alinea van het Gerechtelijk Wet boek bepaa lt: "Behoudens de uitzonderingen die de wet bepaalt of tenzij de rechter, ambtshalve of op verzoek van een van de partijen, bij met bijzondere redenen omklede beslissing anders beveelt, onverminderd artikel 1414, zijn de eindvonnissen uitvoerbaar bij voorraad, zulks niettegenstaande hoger beroep en zonder zekerheidsstelling indien de rechter deze niet heeft bevolen." Beho udens andersluidende beslissing, en de recht bank ziet geen redenen om af te wijken van de algemene regel, mag de in het gelijk gest elde eisende part ij dus uit voeren. 22 . Eiseres vraagt om verweerders t e veroordelen tot een dwa ngsom van 150,00 euro per dag, per verweerder. Uit wat voorafgaat blijkt dat er aanleiding is tot verbeu rte van een dwa ngsom teneinde de uitvoering va n dit vonnis te ga randeren. De rechtbank stelt deze dwangsom naar redelijkheid vast op een bedrag van 150,00 euro per verweerder, per dag na het verstrijken van een term ijn van 10 maanden na betekening van dit vonnis, met een maximum van 100.000,00 euro. leder eindvonnis verwijst de in het ongelijk gestelde partij in de kosten (a rtikel 1017 23 . va n het Gerechtelij k Wetboek). In de rechtsverhouding t ussen de Wooninspecteur en de verwerende partijen zijn laatst genoemden in het ongelijk gest eld en moeten zij de gerecht skosten va n de eisende part ij betalen . 4de ka mer Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel - p.10 De kosten voor de eisende partij worden begroot op 1.883, 72 euro rechtsplegingsvergoeding (basisbedrag niet in geld waardeerba re vordering), de kosten overschrijving kantoor rechtszekerheid ten bedrage van 285,00 euro en de dagvaardingskosten ten bedrage van 742,38 euro. De verwerende partijen, die in het ongelijk zijn gesteld, dienen hun eigen kosten zelf t e dragen. De verwerende partijen worden tevens veroordeeld tot betaling aan de Belgische Staat van het rolrecht van 165 euro, te innen door de FOD Financiën. OP GROND VAN DEZE OVERWEGINGEN BESLIST DE RECHTBANK: Na tegenspraak, in eerste aanleg en in openbare zitting; De vordering van de Wooninspecteur va n het Vlaamse gewest is toelaatbaar en gegrond als volgt: . worden in solid um veroordeeld tot het uitvoeren van renovatie-, verbeterings- en/of aanpassingswerken aan het onroerend goed gelegen te gekend onder kadast raal J waardoor het onroerend goed voldoet aan de minimale kwaliteitsvereisten zoals beschreven in artikel 1.3, §1, 8° van de Vlaamse Codex Wonen 2021; dit houdt onder meer in dat na het uitgevoerde herstel het onroerend goed geen gebreken van categorie Il of 111 meer mag vertonen en er geen spra ke meer mag zijn van overbewoning conform artikel 3.1, §1, derde lid, 2° en 3° Vlaamse Codex Wonen 2021, binnen een termijn van 10 maanden te rekenen va naf de betekening van dit vonnis; op straffe van een dwangsom van 150.00 euro. per verweerder, per dag vertraging in de volledige uitvoering van voormelde herstelmaatregel: het maximum bedrag aan dwangsomme n dat in uitvoering van dit vonnis verschuldigd kan worden. wordt bepaald op 100.000,00 euro; machtigt eiseres en het college van burgemeester en schepenen van om, zo de voormelde werken niet volledig werden uitgevoerd binnen een termijn van 10 maanden te rekenen vanaf de betekening van het vonnis, de nodige werken zelf te laten uitvoeren, op kosten van verweerders; machtigt eiseres en het college van burgemeester en schepenen var om de eventuele kosten van herhuisvesting vermeld in artikel 3.33 van de Vlaamse Codex Wonen 2021, die gemaakt dienen te worden om de voo rmelde herstelmaatregel te kunnen uitvoeren, te verhalen op verweerders die gehouden zijn 4de kamer Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel - p.11 deze kosten te ve rgoeden op vertoon van een staat opgesteld door eiseres of het college van burgemeester en schepenen van beveelt dat dit vonn is wordt ingeschreven op de kant van de overgeschreven dagvaarding op de w ijze, bepaald in artikel 84 van de Hypotheekwet, op kosten va n verweerders; veroordeelt verweerders in solid um tot betaling aan eiseres van 1.883, 72 euro rechtsplegingsvergoeding, de kosten overschrijving kantoor rechtszekerheid ten bedrage van 285,00 euro en de dagvaardingskosten ten bedrage van 742,38 euro. wijst het meer- eri anders gevorderde af; veroordeelt verweerders in solidum tot betaling van de rolrechten va n 165 euro, te innen door de FOD Financiën overeenkomstig het K.B. va n 28 janua ri 2019 betreffende de uitvoering van het wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten en het houden van de registers in de griffies der hoven en rechtbanken. * Dit vonnis wordt uitgesproken tijdens de openbare zitting van de 4 de kamer van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel van 12 februari 2026, door rechter, in aanwezigheid van , griffier. 4de kamer Nederlandstalige rechtban k van eerste aanleg Brussel • p.12

Vragen over dit arrest?

Stel uw vragen aan onze juridische AI-assistent

Open chatbot