Naar hoofdinhoud

ADB:rechtbank-eerste-aanleg-gent-17-02-2026-1

Beslissingsdetails

🏛️ Rechtbank eerste aanleg Gent 📅 2026-02-17 🌐 NL Vonnis

Rechtsgebied

Ruimtelijke Ordening

Geciteerde wetgeving

Koninklijk Besluit van 28 december 1950; Wet van 1 augustus 1985; Wet van 17 april 1878; Wet van 29 juni 1964; Wet van 5 maart 1952; wet van 19 maart 2017; wet van 15 juni 1935

Samenvatting

p. 1 rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent Kamer G30DI Vonnis op vezet Vonnisnummer / Griffienummer / Repertoriumnummer / Europees Datum van uitspraak 17 februari 2026 Naam van de opposant Systeemnummer parket 25G675 Rolnummer Notitienummer parket GE64.L7.1900/2022 Aangeboden...

Volledige tekst

p. 1 rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent Kamer G30DI Vonnis op vezet Vonnisnummer / Griffienummer / Repertoriumnummer / Europees Datum van uitspraak 17 februari 2026 Naam van de opposant Systeemnummer parket 25G675 Rolnummer Notitienummer parket GE64.L7.1900/2022 Aangeboden op Niet te registreren Rolnummer rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent Dertigste kamer Vonnisnr / p. 2 In de zaak van het openbaar ministerie tegen: , RRN geboren van Belgische nationaliteit thans zonder gekende woon- of verblijfplaats in België opposant, vertegenwoordigd door meester , advocaat te die verzet heeft aangetekend tegen het vonnis van deze rechtbank en kamer van 22 april 2025 ), waarbij geoordeeld werd als volgt: (vonnisnummer , betichtenummer “DE RECHTBANK: bij verstek ten aanzien van OP STRAFGEBIED Ten aanzien van , Verklaart de feiten van de tenlasteleggingen A en B bewezen. Veroordeelt zda voor de vermengde feiten van de tenlasteleggingen A en B: tot een geldboete van 8.000,00 EUR, zijnde 1.000,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen. Boete vervangbaar bij gebreke van betaling binnen de wettelijke termijn door een gevangenisstraf van 3 maanden. Veroordeelt tot betaling van: − een bijdrage van 1 maal 200,00 EUR, zijnde de som van 1 maal 25,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen, ter financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en de occasionele redders − een bijdrage van 24,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor juridische tweedelijnsbijstand − een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt 61,01 EUR Rolnummer rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent Dertigste kamer Vonnisnr / p. 3 − de kosten van de strafvordering tot op heden begroot op 350,13 EUR, te vermeerderen met de kosten van betekening van dit vonnis. HERSTEL het herstel in oor- Beveelt aan spronkelijke staat, meer concreet het verwijderen van alle voertuigen en autobanden op het perceel gelegen te op vordering van de burgemeester van , kadastraal gekend als Beveelt dat het herstel zoals hierboven bevolen gebeurt binnen een termijn van acht maanden na het in kracht van gewijsde gaan van dit vonnis, onder verbeurte van een dwangsom van 100 euro per dag vertraging in geval van niet-uitvoering van dit vonnis binnen de gestelde termijn. en Machtigt op grond van artikel 6.3.4 §1 VCRO de burgemeester van de stedenbouwkundig inspecteur tot het uitvoeren van de bevolen herstelmaatregel in de plaats van de veroordeelde en op diens kosten als de plaats niet binnen de termijn van zes maanden wordt hersteld. OP BURGERLIJK GEBIED De rechtbank houdt ambtshalve de burgerlijke belangen aan.” UIT HOOFDE VAN DE TENLASTELEGGINGEN Als dader of mededader in de zin van artikel 66 van het strafwetboek; A gewoonlijk gebruiken, aanleggen of inrichten van grond voor opslaan van gebruikte of afgedankte voertuigen, allerlei materialen, materieel of afval zonder of in strijd met een geldige vergunning buiten de gevallen bedoeld in de artikelen 4.2.2. tot en met 4.2.4. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het gewoonlijk gebruiken, aanleggen of inrichten van een grond voor het opslaan van gebruikte of afgedankte voertuigen, of van allerlei materialen, materieel of afval, hetzij zonder voorafgaande stedenbouwkundige vergunning, verkavelingsvergunning, omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, hetzij in strijd met de betreffende vergunning te hebben uitgevoerd, hetzij na verval, vernietiging of het verstrijken van de termijn van de betreffende vergunning, hetzij in geval van schorsing van de betreffende vergunning, verder te hebben uitgevoerd, namelijk het perceel gewoonlijk te hebben gebruikt voor het opslaan van materiaal, met name ongeveer 54 autobanden, Rolnummer rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent Dertigste kamer Vonnisnr / p. 4 op een perceel gelegen te , kadastraal gekend als , in eigendom toebehorend aan wonende te , geboren geboren en , , wonende te (art. 4.2.1., 5°, a), 4.2.2., 4.2.3., 4.2.4., 6.2.1. lid 1, 1°, en 6.3.1. § 1 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening ; art. 5, 1°, a), en 6 lid 1 Decreet 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning) te in de periode van 31 maart 2022 tot en met 24 maart 2023 B gewoonlijk gebruiken, aanleggen of inrichten van grond voor parkeren van voertuigen, wagens of aanhangwagens zonder of in strijd met een geldige vergunning buiten de gevallen bedoeld in de artikelen 4.2.2. tot en met 4.2.4. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het gewoonlijk gebruiken, aanleggen of inrichten van een grond voor het parkeren van voertuigen, wagens of aanhangwagens, hetzij zonder voorafgaande stedenbouwkundige vergunning, verkavelingsvergunning, omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, hetzij in strijd met de betreffende vergunning te hebben uitgevoerd, hetzij na verval, vernietiging of het verstrijken van de termijn van de betreffende vergunning, hetzij in geval van schorsing van de betreffende vergunning, verder te hebben uitgevoerd, namelijk het perceel gewoonlijk te hebben gebruikt voor het parkeren van voertuigen, op een perceel gelegen te , kadastraal gekend als , in eigendom toebehorend aan , wonende te , geboren geboren en , wonende te (art. 4.2.1., 5°, b), 4.2.2., 4.2.3., 4.2.4., 6.2.1. lid 1, 1°, en 6.3.1. § 1 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening; art. 5, 1°, a), en 6 lid 1 Decreet 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning) te in de periode van 31 maart 2022 tot en met 24 maart 2023 PROCEDURE De akte van verzet werd betekend bij exploot van gerechtsdeurwaarder standplaats te er sprekende met , met , d.d. 4 juni 2025, aan de procureur des Konings te Gent, substituut-procureur des Konings. De behandeling en de debatten van de zaak hadden plaats in openbare terechtzitting. De rechtspleging verliep in de Nederlandse taal. Rolnummer rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent Dertigste kamer Vonnisnr / p. 5 De rechtbank nam kennis van de stukken van de rechtspleging en hoorde alle aanwezige partijen. De rechtbank voegde de beslissing omtrent de ontvankelijkheid van het verzet bij de grond van de zaak. Het openbaar ministerie heeft haar vordering geformuleerd ter zitting. BEOORDELING VAN HET VERZET Opposant tekende op 4 juni 2025 verzet aan tegen het verstekvonnis lastens hem van 22 april 2025. Het verstekvonnis werd hem betekend op 11 juni 2025 op zijn referentieadres bij het en daar overhandigd aan een aangestelde, conform artikel 35 van het Gerechtelijk Wetboek. Het Openbaar Ministerie adviseerde positief over de ontvankelijkheid van het verzet. Er ligt geen stuk voor waaruit de datum van effectieve kennisname van de betekening van het vonnis blijkt. In die omstandigheden besluit de rechtbank dat, bij gebrek aan bewijs van het tegendeel, het aangetekende verzet regelmatig is naar tijd en vorm. De rechtbank verklaart het verzet ontvankelijk. De oorspronkelijke dagvaarding werd betekend aan het referentieadres van opposant bij het OCMW en daar overhandigd aan een aangestelde, conform artikel 35 van het Gerechtelijk Wetboek. Hij was desondanks niet aanwezig op de zitting waarop de zaak bij verstek werd behandeld. Het staat niet vast dat opposant kennis had van de oorspronkelijke dagvaarding. Het verzet is niet ongedaan. BEOORDELING OP STRAFGEBIED 1. Overzicht van de feiten 1. Op 22 februari 2022 stelde de wijkagent vast dat er op het terrein heel wat voertuigen stonden zonder nummerplaat. De broer van opposant zei dat . Opposant deze voertuigen van opposant waren die een garage zou hebben aan maar er nog niet ingeschreven zijn. zou wonen in Het terrein is gelegen deels in woongebied en deels in natuurgebied. Op 31 maart 2022 ging de politie ter plaatse. Er stonden in de voortuin 8 voertuigen zonder nummerplaat. De tuin werd volledig ingericht voor het stallen van voertuigen. Er stonden 18 auto’s die er nog verkoopbaar uitzagen. Tegen de muur van de woning lag een hele berg autobanden (er konden er 54 geteld worden). rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent Dertigste kamer Vonnisnr / p. 6 Opposant bleek geen inschrijvingsadres te hebben en werd opgebeld. Hij verklaarde te wonen in . Hij kon op 16 september 2022 verhoord worden. Hij verklaarde garagist te zijn en er zijn voertuigen te stallen. Hij huurt de woning nu reeds een jaar van die ervan weet. Hij huurt ook nog een hangar in . Zijn garage is gevestigd in de had hem verzekerd dat er een vergunning was. Hij dacht dat de voertuigen er stonden sinds april 2022. Hij ging met de eigenaar bespreken of er een regularisatievergunning ging worden aangevraagd. . 2. Op 20 oktober 2022 werd verhoord. Hij verklaarde dat de huurder ter sprake had gebracht dat hij zijn voertuigen er wou stallen. Hij had de huurder gezegd dat hij navraag moest doen om in regel te zijn met de wetgeving. Hij kende zelf de wetgeving niet. Hij was niet op de hoogte van de grote hoeveelheid voertuigen die er stonden. 3. Op 10 maart 2023 en 23 maart 2023 stelde de politie vast dat er nu ook voertuigen in gestald stonden. Deze woning werd niet meer bewoond. Er waren in totaal veel meer voertuigen gestald dan bij de vorige vaststelling. De eigenaar van de beide verklaarde dat opposant de beide woningen huurde. Opposant zou woningen, werkvolk laten verblijven in de woningen. verklaarde de situatie ter plaatse niet te kennen omdat hij daar nooit langs rijdt. 4. Opposant bleek een adresaanvraag gedaan te hebben naar nooit werd aangetroffen, werd hij er echter niet ingeschreven. . Aangezien hij daar 5. Met brief van 11 mei 2023 werd een herstelvordering ingeleid bij het parket door de burgemeester van . De Hoge Raad voor de Handhavingsuitvoering verleende positief advies. Het herstel in oorspronkelijke toestand werd gevorderd, namelijk de verwijdering van de auto’s en het afval onder verbeurte van een dwangsom. 2. Bespreking van de schuldvraag 1. Opposant moet zich voor de rechtbank verantwoorden wegens het gewoonlijk gebruik van een terrein in voor de opslag van materiaal, met name ongeveer 54 autobanden en voor het gewoonlijk parkeren van voertuigen zonder vergunning in de periode van 31 maart 2022 tot en met 24 maart 2023. Ter zitting werd er door de raadsman van opposant geen betwisting gevoerd. 2. Gelet op de vaststellingen ter plaatse op 22 februari 2022, 31 maart 2022, 10 maart 2023 en 23 maart 2023, de foto’s in het strafdossier en de verklaring van opposant op 16 september 2022 dat hij garagist is en het terrein rond de woning gebruikt voor het stallen van voertuigen, staat de schuld van opposant aan de feiten van de tenlasteleggingen A en B vast. Rolnummer rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent Dertigste kamer Vonnisnr / p. 7 3. Straftoemeting 1. De rechtbank legt voor opposant overeenkomstig artikel 65, eerste lid Strafwetboek één straf op voor de feiten van de tenlasteleggingen A en B samen, met name de zwaarste. Bij de straftoemeting houdt de rechtbank rekening met de aard en de objectieve ernst van de bewezen verklaarde feiten, de begeleidende omstandigheden, de eventuele strafverzwarende factoren, de doelen van de straf zoals opgenomen in artikel 7 Sw. en de persoonlijkheid van opposant zoals die blijkt uit het strafrechtelijk verleden, gezinstoestand en arbeidssituatie, voor zover de rechtbank die kent. De straf heeft niet alleen een vergeldende functie, ze moet ook preventief werken: ze moet opposant ertoe aanzetten in de toekomst geen misdrijven meer te plegen. 2. Opposant trok zich niets aan van de vergunningsplicht en huurde twee woningen die hij omringde met tal van voertuigen en autobanden in functie van zijn werk als garagist. De handelingen zijn bijzonder storend in de woonomgeving en nefast voor de woonkwaliteit van zowel de direct omwonenden als de ruimere woonomgeving. Na de eerste vaststellingen deed opposant geen enkele moeite om zich in regel te stellen, integendeel breidde hij de ondergunde activiteiten verder uit. 3. Opposant is jaar oud en werd reeds dertien keer veroordeeld wegens verkeersinbreuken en inbreuken op de coronamaatregelen. Zijn raadsman verklaarde dat hij thans bij zijn moeder en al zijn zou wonen. Zijn bedrijf zou failliet gegaan zijn. Hij woonde niet meer in voertuigen werden verwijderd. Dit werd op vraag van opposant ook vastgesteld op 5 november 2025. Gelet op de ernst van de feiten en het economisch oogmerk van de gepleegde feiten, is een geldboete van 1.000 euro passend en noodzakelijk om recidive te voorkomen. Rekening houdend met het inmiddels vastgestelde herstel verleent de rechtbank uitstel voor de helft van de opgelegde geldboete. Beklaagde komt hier nog voor in aanmerking. HERSTEL Gelet op de nacontrole op 5 november 2025 waarbij werd vastgesteld dat er geen autobanden meer aanwezig waren en er evenmin nog auto’s aanwezig waren zonder nummerplaat, is de herstelvordering thans zonder voorwerp. TOEGEPASTE WETTEN De rechtbank houdt rekening met de volgende artikelen die de bestanddelen van de misdrijven en de strafmaat bepalen, en het taalgebruik in gerechtszaken regelen: Rolnummer rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent Dertigste kamer Vonnisnr / p. 8 art. 11, 12, 14, 16, 31, 32, 34, 35 en 41 van de wet van 15 juni 1935; art. 4 Wet van 17 april 1878 - Wet houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Straf- vordering; art. 162, 182, 184, 185 §1, 18, 188, 189, 190, 194, 195 van het Wetboek van Strafvordering ; art. 1, 2, 3, 7, 38, 40, 41, 65, 66, 100 Strafwetboek; alsmede de artikelen en wetsbepalingen aangehaald in de tenlasteleggingen, zoals hiervoor omschreven; art. 1, 2, 3 Wet van 5 maart 1952; art. 28, 29 Wet van 1 augustus 1985; art. 4 §3 van de wet van 19 maart 2017 tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand; art. 91 2e lid van het Koninklijk Besluit van 28 december 1950 houdende het algemeen reglement van de gerechtskosten in strafzaken; art. 1 (§1, 2° en §2), 8, 14 §1 Wet van 29 juni 1964; DE RECHTBANK: op verzet en op tegenspraak ten aanzien van De rechtbank verklaart het verzet van opposant ONTVANKELIJK, zodat het verstekvonnis van deze rechtbank en kamer van 22 april 2025 ten aanzien van hem komt te vervallen en BESLIST OPNIEUW ten gronde: OP STRAFGEBIED Ten aanzien van , Verklaart de feiten van de tenlasteleggingen A en B bewezen. Veroordeelt voor de vermengde feiten van de tenlasteleggingen A en B: tot een geldboete van 8.000,00 EUR, zijnde 1.000,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen. Boete vervangbaar bij gebreke van betaling binnen de wettelijke termijn door een gevangenisstraf van 3 maanden. Verleent uitstel van tenuitvoerlegging wat betreft deze geldboete voor een termijn van 3 jaar, doch slechts voor een gedeelte van 4.000,00 EUR, zijnde 500,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen. Rolnummer rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent Dertigste kamer Vonnisnr / p. 9 Veroordeelt tot betaling van: − een bijdrage van 1 maal 200,00 EUR, zijnde de som van 1 maal 25,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen, ter financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en de occasionele redders − een bijdrage van 26,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor juridische tweedelijnsbijstand − een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt 62,37 EUR − de kosten van het eerste vonnis en in al de door het verzet veroorzaakte kosten en uitgaven, met inbegrip van de kosten van betekening van het vonnis, ten bate van de Staat, begroot op 468,16 EUR, het verstek aan de opposant te wijten zijnde. HERSTEL De rechtbank stelt vast dat de herstelvordering zonder voorwerp is. Dit vonnis is gewezen en uitgesproken in openbare zitting op 17 februari 2026 door de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, kamer G30DI: , rechter in aanwezigheid van het lid van het openbaar ministerie vermeld in het proces-verbaal van de terechtzitting, met bijstand van griffier .

Vragen over dit arrest?

Stel uw vragen aan onze juridische AI-assistent

Open chatbot